Bijlage 1d Bijlagen herstelbesluit bp Dorpskernen
Tekst van het document
-=-----·=-=--=-
Gnuo.rrr 1q~
t•n ft(n1.TfllN.j'·
/)ij/.·' Ff,,.lpad
+
/{rpf.•
.!(.l/uh-11
S,·haal 1 : ;io,ooo. Balï uur .ffRhtl.!Z t-i
,\'"t·d'~Pl10Ul.H•/2,- 11~ij/,.,,
'
/4:P,.J
/Jw1✓IN'S
/:! ?J b1mo11,•rs
Afb. 4. J. Kuyper, Gemeente-atlas van Nederland, 1867, provincie Utrecht, gemeente Abcoude Proostdij en Aasdom.
9
l'HOVINClrJ lJTIUWHT
GEMBE.NTE
Hl 135
Afb. 5. J. Kuyper, Gemeente-atlas van Nederland, 1865, provincie Utrecht, gemeente Baambrugge.
10
A.A M fl u n G G r:
ç ,.,Q . ,,' •i.;
t,,.
\
'
\ \
\ 1/ERt<LAR!NG HISTORISCH( RUH'1TE6€6Ri:NZ!NG VAN BELANG IVH
ROOILIJN, BEBEBOUWINGSSCHAAL EN HISTORISCH BEBOUWINGSBEHO ROOILIJN EN Bif:OOUW!NGSSCHAAL
NIET- HISTORISCHE RUIHTE8EGRENZING TGV ROOILIJNVERLEGGING. SLOOP OORPS U!T8REIOINGEN SINDS 1950 OVER!Gf. ElfMENTfN VAN BHANG VO(l{ [{ RUIMTEUJKE
STRUCTUUR WATER OPENSAAR GROEN HISTORISCH
RUIMTELIJKE
WAAROERINGSKAART
STADS· EN OORPSGEZKHTTN EX ART 10 MONUMENTENWET ABCOUOE
11€1 1986
RIJKSDIENST voo;,. DE MOOUl-'ENTTNZOOG
Afb. 6. Historisch-ruimtelijke waarderingskaart, 1986.
11
BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN INGEVOLGE ARTIKEL 35 VAN DE MONUMENTENWET 1988
ABCOUDE, gemeente Abcoude
Aanvulling op de toelichting bij het besluit tot aanwijzing van Abcoude als beschermd dorpsgezicht.
Resultaat gevoerd overteg
Overeenkomstig het bepaalde In artikel 35 (voorheen 20) van de Monumentenwet zijn de raad van de gemeente Abcoude, Gedeputeerde Staten van Utrecht, de Rijksplanologlsche Commissie en de Raad voor het Cultuurbeheer gehoord over het voorstel Abcoude te wijzen als beschermd aan dorpsgezicht. Genoemde Instanties hebben positief geadviseerd met betrekking tot de voorgenomen bescherming. Het verzoek van de gemeente om het beschermde gebied uit te breiden met de bebouwing tussen de Meerweg en de Voordijk en het perceel aan de Amsterdamsestraatweg is unaniem ondersteund en heeft derhalve tot een grenswijziging geleid. Conform het advies van de Rljksplanologlsche Commissie blijft het Marktveld vanwege de logische omgrenzing binnen het beschermde gebied opgenomen en is de waarde hel Schapenweitje in de van ruimtelijke structuur niet van een zodanig ruimtelijk belang dat opname gerechtvaardigd is.
ERRATUM In verband met de Inwerkingtreding van de Monumentenwet 1988 per 1 januari 1989 dient In de plaats van •artikel 20 van de Monumentenwet• gelezen te worden: •artikel 35 van de Monumentenwet 1988". De verwijzing •artikel 37, lid 8 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening" dient vervangen te worden door "artikel 36. eerste lid, van de Monumentenwet 1988".
RIJKSDIENST
VOOR
DE
MONUMENTENZORG - -- -
Begrenzing beschermd dorpsgezicht Abcoude
BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN EX ARTIKEL 20
VAN DE MONUMENTENZORG
BAAMBRUGGE , gemeente Áhcoude
Toelichting op het voorste! tot aanwijzing van Baambru~ge tot beschermd dorpsgezicht .
Het te beschermen dorpsgezicht omvat het op bijgevoegde kaart (Rijksdienst voor de Monumentenzorg, te~eqi~g nr. 334 I) door een stippellijn omgrensde gebied .
RDMZ, april 1983
-1-
INLEIDING
Het dorp Baambrugge ligt tussen Abcoude en Loenersloot langs het bochtige riviertje de Angstel en is via de rechte Zuwe verbonden met Vinkeveen. De bebouwing van het oude dorp, dat een verzorgende functie voor het omringende gebied had, ligt in hoofdzaak geconcentreerd op de we~telijke oever in een flauwe binnenbocht van de Angstel. In de vijftiger jaren van de 20ste eeuw gaat de woonfunctie overheersen en komen er aan weerszijden van de Angstel dorpsuitbreidingen , landinwaarts gericht tot stand. De voorgenomen aanwijzing van Baambrugge tot beschermd dorpsgezicht is met name gericht op de bescherming van de ruimtelijke structuur van het oude dorp in samenhang met de nog aanwezige historische bebouwing en de deels nog bestaande relatie met het open buitengebied,
ONTSTAAN EN ON'IWIK.t<ELING
De Angstel maakt deel uit van een rivier die zich ter hoogte van Breukelen van de Vecht afsplitst en die Lij Weesp via het Gein e~ het Smal Weesp weer in de Vecht uitmondt. Op èe oevers van deze rivieren komen de oudste bewoningspunten voor . De kleiafzetting op de oevers leverde een beter begaanbaar en bereikbaar woongebied dan de landinwaar ts gelegen veenmoerassen. Ter plaatse van Baambrugge wijzen archeologische sporen op een vroege bewoning die in de 3de eeuw na Chr., vermoedelijk door toenemende wateroverlast in westelijk Nederland, weer is verdwenen. Het terrein is later overslibd geraakt. Het tijdstip van hernieuwde bewoning is niet bekend. De oudste naamsvermelding dateert pas uit 1444, maar een oudere bewoning lijkt aannemelijk. Dit zou kunnen samenhangen met de ontginning van hét westelijk van de Angstel gelegen veengebied, een omvangrijk gebied , later bekend onder de naam "De Ronde Venen", dat vanaf het begin van de 11de eeuw op systematische wijze is ontgonnen. Ter hoogte van Baambrugge is er sprake van een regelmatige opstrekkende verkaveling , die van Vinkeveen tot aan de oever van de Angstel doorloopt. De later daarin aangelegde Groenlandsekade vormt de grens van de ambachtsheerlijkheid Abcoude-Baambrugge. De ontginning zal hebben plaatsgevonden vanuit zowel Vinkeveen als de Angstel.
Bij Baambrugge strekt de bewoning zich niet uit over de gehele lengte van de oever, maar is beperkt gebleven tot het brede best bewoonbare gedeelte van de kleiafzetting. De met de ontginning samenhangende inklinking van het veen leidt in de 12de en 13de eeuw tot de aanleg van tivierdijken. De hiervoor genoemde oudste vermelding heeft betrekking op een kapel die onder de parochie Abcoude valt, wat wijst op een nederzetting van geringe omvang . Van de ruimtelijke ontwikkeling is door het ontbrel<en van bronnen, literatuur e n kaartmateriaal verder weinig bekend. In de 17de eeuw raakt de Angstel evenals de Vecht in trek als zomerverblijf voor welgestelde stedelingen die aan het water hun buitenplaats laten bouwen. In 1626 wordt de verbinding van Amsterdam met de Vechtstreek en de stad Utrecht verbeterd door de aanleg van een zand- en jaagpad langs de Angstel en de Vecht via de Nieuwe
-2-
Wetering bij Nieuwersluis, de gebruikelijke vaarroute voor klèinere schepen tussen beide steden. De vestiging van de buitenplaatsen zal een versterking van de verzorgingsfunctie en daarmee een zekere groei van Baambrugge tot gevolg gehad hebben. De kerkelijke verzelfstandiging van het dorp in 1633 en de vergroting van de kerk in 1650 wijzen op een dergelijke ontwikkeling. De "Nieuwe Kaart van de Lande van Utrecht" van De Roy uit 1696 verschaft een inzicht in de ligging van Baambrugge ten opzichte van de directe omgeving. De nederzetting is gesitueerd langs de weste'iijke oever van de Angstel aan een in zuidelijke richting doodlopende weg en is via de Zuwe met Vinkeveen verbonden. Ten zuiden van het dorp is een molen met een molengang weergegeven. Langs de overzijde van de Angstel loopt de doorgaande route, het eerder genoemde zand- en jaagpad . De brug over de Angstel is, vermoedelijk ten onrechte, niet aangegeven. De omvang van de nederzetting is nog zeer beperkt . Blijkens het eerste gedetaillee rde kaartbeeld, de kadastrale minute "an omstreeks 1830, is 00k in de 18de eeuw de omvang van de nederzetting niet wezenlijk veranderd. Vrijwel aaneengesloten dorpsbebouwing komt voor langs de westelij ke oever van de Angstel op een relatief smalle strook grond tussen de weg en het water, aan de landzijde van de weg tussen de kerk en de Zuwe en langs de zuidzijde van de Zuwe.
De buitendijkse strook is ten noorden van de brug minder dicht bebouwd en ten zuiden van de bebouwde kom dermate versmald dat er slechts ondergeschikte bebouwing als een hooiberg of een theekoepel voorkomt. Buiten de bebouwde kom en aan de overzijde van de Angstel is de bebouwing, voornamelijk agrari sche bedrijven en een enkele buitenplaats, verspreid gelegen langs de binnenzijde van de dijk. De dorpsbebouwing is direct aan de straat gesitueerd en van de Angstel afgekeerd. De Brugstraat en een smal steegje ten zuiden daarvan geven direct toegang tot de rivier. De op de kadastrale minute aangegeven Straatweg die een scherpe bocht van de weg langs de rivier afsnijdt, ook wel "Kleine Coupure" genoemd , stamt uit de Franse Tijd. Op last van Napoleon is de verbinding tussen Amsterdam en Utrecht verbeterd door verbreding van de bestaande zandpaden en door aanleg van enkele bochtafsnij.dingen. Voor de aanleg van de Kleine Coupure is een buitenplaats afgebroken. Tot in deze eeuw blijft Baambrugge een kleine woon- en verzorgingskern in een agrarisch gebied. Het merendeel van de buitenplaatsen nabij het dorp is verdwenen.
In de 19de eeuw komen de huidige kerk (1844) en de g i etijzeren ophaalbrug (1877) tot stand, evenals het raadhuis voor de gemeente Baambrugge (1886) aan de Rijksstraatweg tegenover de brug t dat sinds de samenvoeging met de gemeente Abcoude-Proostdij in 1941 niet meer als zodanig in gebruik is. In de dertiger jaren van de 20ste eeuw worden langs de afgesneden bocht van het zandpad woonhuizen gebouwd. De bevolkingsgroei van na de tweede wereldoorlog heeft geresulteerd in twee dorpsuitbreidingen die niet meer op de Angstel georienteerd zijn. Hierdoor is er alleen nog aan de zuidzijde sprake van een directe relatie van de
-3-
historische kern met het omringende agrarische gebied . In de vijftiger jaren verdwijnt het doorgaande verkeer langs Baambrugge door de aanleg van rijksweg 2 van Amsterdam naar Utrecht.
HUIDIG RUIMTE-
LIJK KARAKTER
AAN TE WIJZEN GEBIED
Het huidige ruimtelijke karakter van Baambrugge wordt nog altijd in hoofdzaak bepaald door de situering van de oude kern aan de ter plaatse flauw gebogen Angstel. Kenmerkend is de beslotenheid van het dorp van ouitenaf gezien en de openheid van het daarop aansluitende agrarische gebied met de ter plaatse voorkomende historisch waardevolle boerderijen. De bebouwin~ van de Dorpsstraat met achtertuinen tot aan het water ligt van de rivier afgekeerd. Door het brede profiel van de Rijksstraatweg is de relatie van de daaraan gelegen bebouwing met de kern minder duidelijk. De toegang tot het dorp vanaf de .straatweg, juist in de bocht van de weg gelegen , wordt geaccentueerd door de markante ophaalbrug en het daartegenover gelegen huis Overdorp en het 19de eeuwse voormalige raadhuis . Ook de kerk speelt daarbij als afsluitend element van de Brugstraat een rol . Kenmerkend voor het karakter van de Dorpsstraat is de vrijwel aaneengesloten, direct aan de straat in een vloeiende rooilijn gelegen bebouwing l angs de oostzijde en de grotere variatie in situering van bebouwing met kleine verspringingen van de rooilijn aan de westzijde. De verkaveling en de situering en schaal van de bebouwing zijn niet wezenlijk gewi jzigd.
Het ruimtelijk karakter van de kern ten noorden van de kerk bij de aansluiting van de Brugstraat op de Kleiweg is ten gevolge van sloop van bebouwing en van de afwijkende situering van de daar tot stand gekomen nieuwbouw, duidelijk veranderd. Het karakter van de bebouwing en van de openbare ruimte i n de o ude kern wordt voornamelijk bepaald door de veranderingen e n vernieuwingen uit de 19de eeuw. Op de als bijlage opgenomen inventarisatiekaart is de historisch ruimtelijke waarde van Baambrugge in de huidige verschi j ningsvorm met het oog op de voorgestelde aanwijzing tot beschermd dorpsge zicht in hoofdlijnen weergegeven.
Het voorstel tot aanwijzing van Baambrugge tot beschermd dorpsgezicht omvat de oude dorpskern aan weerszijden van de Angstel met uitzondering van het noordelijk gedeelte langs de Kleiweg. Tevens is in dit kader het aangrenzende agrarische gebied ten westen van de Angstel van belang . De omgrenzing van het aanwijzingsvoorstel komt globaal gezien overeen met de kavelgrenzen en/of straten tusse n de oude kern en de nieuwbouw. De oostgrens valt samen met de ooste lijke oever van de Angstel en de zuidgr e ns met de voormalige molengang, die door de hogere ligging in het landschap een visuele afsche rming vo rmt.
-4-
Het voorstel bevat voorts een strook van circa 150 meter van het agrarische gebied ten westen van de Angstel. De openheid van het westelijk daarvan gelegen weidegebied is zeker van belang. Een aanw1.Jz1.ng tot beschermd gezicht lijkt vanwege de uitgestrektheid van het gebied echter niet het meest adequate instrument ter bescherming daarvan.
NADERE TYPERING TE BESCHERMEN WAARDEN
De belangrijkste ruimtelijke kenmerken van het aan te wi.Jzen beschermde dorpsgezicht zijn bij de beschrijving van het huidige ruimtelijke karakter reeds aangeduid. In het vervolg wordt nader ingegaan op aspecten die binnen het kader van deze algemene kenmerken van bijzondere waarde zijn voor het historisch r Pimtelijke karakter van Baambrugge. In de Dorpsstraat en Brugstraat is de verkaveling loodrecht op de straat gericht . De bebouwing is in de rooilijn aaneengesloten gesitueerd of met smalle tussenruimten van elkaar gescheiden. Aan de randen van het dorp verliest de bebouwing het gesloten karakter. De perceelsbreedte varieert. De bouwhoogte is afwisselend één of twee bouwlagen met een vaak steile kap. De nok is over het algemeen loodrecht op de voorgevel gericht. De wat bredere panden hebben een nokrichting evenwijdig aan de straat. Het individuele karakter van de panden leidt tot een afwisselend straatbeeld. Over het algemeen komen toir en lijstgevels voor. Van het merendeel van de bebouwing is tevens de historische vormgeving en detaillering van belang. Een zekere eenheid in opbouw en geleding van de gevels en in materiaal is hiervoor kenmerkend . Verticaal geplaatste ramen op regelmatige afstand bepalen de opbouw van de gevels. Baksteen en gebakken dakpannen zijn het meest gebruikte materiaal en ook komen er gepleisterde gevels voor.
Kenmerkend voor het ruimtelijk beeld is de eenvoudige indeling van het dwarsprofiel van de straat. voor de bebouwing langs loopt een smalle strook waarin op e en aantal plaatsen leibomen voorkomen. Deze stroken zijn door molgoten van de rijweg gescheiden. De bestrating is geheel uitgevoerd in klinkers. voor particuliere stoepen is i n dit smalle straatprofiel nauwe lijks cuimte. Het groen van de o p zich zeer we inig voorkomende tuinen speelt in het straatbeeld een belangrij ke rol. De kerk heeft geen bijzondere plaats in de ruimtelijke structuur van het dorp en is gesitueerd in de binnendijkse bebouwingsstrook van de Dorpsstraat. Opvallend in het straatbeeld is de monumentale neoklassieke façade van de kerk die met natuurstenen pilasters versierd is . Door sloop van bebouwing aan weerszijden van de kerk is de ruimtelijke situatie ter plaatse gewijzigd. Langs de zuwe is een rechte strook eenvoudige lage bebouwing direct aan de straat gelegen. De percelen zijn zeer ondiep en relatief lang . De nokrichting van de dake n is overwegend evenwijdig aan de straat gericht. Het rechte tracé van de smalle weg met landinwaarts bomenrijen aan weerszijden benadrukt de specifieke langgerekte verkaveling van de veenontginning ric hting Vinkeveen.
-5-
Van een bijzondere ruimtelijke waarde is de overgang van de beslotenheid van de dorpsbebouwing naar het open weidegebied langs de Angstel. Kenmerkend is de lagere ligging van het veengebied ten opzichte van de weg en de loodrecht op de wegsloot gerichte structuur van kavelsloten. De agrarische bedrijven vormen concentraties van gebouwen in het open landschap, waarbinnen de oude boerderij zich duidelijk als hoofdgebouw manifesteert. De nokrichting van de gebouwen is over het algemeen loodrecht op de weg gericht. Bijzonder markant is de hereboerderij "Vrederust" met het monumentale, twee verdiepingen hoge voorhuis. De beplanting op het erf benadrukt het buitenplaatsachtige karakter van dit bedrijf. De buitendijkse strook grond is voornamelijk als moes- of siertuin in gebruik en is door heggen of hekken van de weg gescheiden. Tegenover Vrederust staat een theekoepel aan de daar ter plaatse verbrede Angstel.
RECHTSGEVOLG AANWIJZING
Ter effectuering van de bescherming van het aan te wiJzen dorpsgezicht moet ingevolge arti~el 37, lid 5 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een bestemmingsplan ontwikkeld worden . De toelichting op de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht kan daarbij wat het beschermingsbelang betreft als uitgangspunt dienen. Doel van de aanwijzing is, de karakteristieke met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend be l a ng bij de verde re ontwikkelingen binnen het gebiej. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis t e geven voor een ruimtelijke ontwikkeling, die inspeelt op de aanwezige kwalite iten, daarvan gebruik maakt en daarop voortbouwt.
o..&e
NDE
CE
0
r ..::
~
.
~
~
~
t l!'I
~
~
BAAMBRUGGE, detail van "De nieuwe kaart van de Lande van Utrecht" van D e Roy, 1696
/
J
I
.'
t •
..es:. . r l
s
>
!$1,, j
/ -.
BAAMBRUGGE, kadastrale minute, ca. 1830
-
;
~
·-
/.
i!!
'I)
.E.'
.PRffVUlCJE UTRECHT
GEXBE.HTB BAAJfBilUGG-E
'Ç7 :.........
r
Jl
C
f. ~
'/ltf
.,,
.
'
~
Yeil-lton~ ua_: ·~
••
,,--✓---<', -.'
..
~
"t llt
1
tn
/
C·, / f
,
f
/'
f
'
'
,%
~
~
..
+
,c'
),
~ ~
.\>-
i
- ~-~
,.,.._ x.,,.,,....~-
,/,,.,,, / '~
Dijlt""
c,...nft#,1 ,.,,,.,..1
8 ""h" "I 1, 110 0 0 0 •
. ◄
u r- .,,,
J~Ji-.uu-9..,,.,,1 ~
Y.lll(pLJi/#f/
j ~ ♦
."Y~iJ,, l,~hl1J?M11
--- - - -- - - - --
--
BAAMBRUGGE, kaart uit de gemeenteatlas van J. Kuiper, 1865
-
~-- - - - - - - -=--=-- --
A·,..,.A,;.
CJ
A/-,lnr
1 _J
\
VERKURING HISTOR1SCHE FI\JJ~JE8EGl!EIIZ JlG V•~ BwlN ROOI.IJtl, atBC>.i" G I V.i HISIOlllSC> 81.~S&:liAtl llroSOC[lO [N
neo. LIi E~ BE!nJWlNGSSOIUL Nlfl • IISTCRISOC ~.!.'ITEll:<'11EHZINS TGV ~ ~
illOCLl-'M:IUG<K • SLOOP
ê.ffi
WATER
D
OOOPSUIT8Rfl0WC><N SINDS 1950
.,,.
RUIMTELIJKE
STADS- EN DORPSGEZICHITN
WAAROERINGSKAART
EX. ART 20
BAAMBRUG
otc.'eJ RIJKSl)I
~ET
DE IOIJMEJITEN2 TO. H' 3341r - ORG ,
'(
~ - ~,
,
'
1 -) ~}
BAAMBRUGGE, luchtfoto Topografische Dienst te Delft
---------...,1' ~
,!1
•
_I
~
i
-~·'!
~·./ i.,-,....,,r..-...,,f
.
-~··.
:
~
J .'
~ERKLAHJNG
:. . I• • ·•1.. ·. begre_nz-ing
334X
Begrenzing beschermd dorpsgezicht Baambrugge
Erfinrichtingsplan Achterbos 18 Vinkeveen Buro SRO – 9 maart 2017
Inleiding
De initiatiefnemer wil op het perceel Achterbos 18 te Vinkeveen de bestaande vrijstaande woning slopen en een nieuwe vrijstaande woning realiseren. De gemeente De Ronde Venen heeft in principe besloten medewerking te willen verlenen aan een terugliggende situering van de nieuwe woning. Deze situering heeft echter wel tot gevolg dat een relatief diep voorerf ontstaat. Dit erfinrichtingsplan is opgesteld om te komen tot een goede inpassing van de nieuwe woning die recht doet aan de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van het Achterbos. Het voorliggende inpassingsplan bestaat allereerst uit een beknopte analyse van de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige context. Op basis van deze analyse zijn diverse uitgangspunten geformuleerd waaraan de ontwikkeling moet voldoen. Vervolgens gaat het plan in op het initiatief en de manier waarop de bestaande landschappelijke kwaliteiten zijn geïntegreerd. Dit resulteert uiteindelijk in een inrichtings- en beplantingsvoorstel.
Plangebied in het grotere geheel Analyse Landschappelijke context Het betreffende perceel ligt aan het Achterbos in Vinkeveen. Het Achterbos vormt één van de assen van waaruit het veenlandschap vanaf de 11de eeuw ontgonnen is. Haaks op het Achterbos zijn toentertijd watergangen gegraven waardoor het karakteristieke veenlandschap is ontstaan bestaande uit een regelmatig patroon van lange smalle percelen. Langs het Achterbos vestigden agrarische bedrijven die het achterliggende land exploiteerde. Deze ontwikkelingsgeschiedenis vormt de basis voor het huidige bebouwingslint. De turfwinning rondom Vinkeveen heeft er vervolgens voor gezorgd dat grote delen van de percelen zijn vergraven. Dit heeft geresulteerd in de huidige waterrijke structuur van legakkers en petgaten. In tegenstelling tot andere delen van het veenlandschap is men hier vanwege de waterhuishoudkundi-
ge situatie en de opkomende recreatie nooit overgegaan tot inpoldering. In de tweede helft van de 20ste eeuw heeft het gebied zich ontwikkeld tot een aantrekkelijk recreatief gebied met natuurwaarde. Stedenbouwkundige context Door de aanwezigheid van een brede bermsloot aan de noord-oostzijde heeft het Achterbos een asymmetrisch wegprofiel. Het slotenpatroon haaks op het Achterbos loopt door tot de bermsloot. De woningen aan deze zijde van het Achterbos staan daardoor op eilanden en worden veelal ontsloten door één brug per perceel. De doorzichten naar het achterliggende landschap beperken zich tot het zicht over de haaks op het Achterbos lopende watergangen. Per perceel is over het algemeen sprake van één hoofdgebouw gericht op de openbare weg. Bijgebouwen, bedrijfsgebouwen en recreatiewoningen liggen achter deze eerstelijns bebouwing en zijn daardoor niet zichtbaar of spelen een ondergeschikte rol in de beleving van de lintstructuur. De hoofdgebouwen staan in een verspringende rooilijn op een afstand van 10 tot 20 m vanaf het Achterbos. Een enkele uitzondering ligt op 40 m van de weg. De situering van de gebouwen vormt altijd een afgeleide van de landschappelijke structuur. Door de terugliggende voorgevelrooilijn langs het Achterbos ontstaan relatief diepe voortuinen. Deze voortuinen zorgen voor een groen decor.
De groene inrichting van de private ruimte draagt dan ook in grote mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het Achterbos. Op grote schaal verharde voorterrein, bijvoorbeeld ten behoeve van parkeerterreinen, doen afbreuk aan de uitstraling van het lint. De massa’s van de hoofdgebouwen in het lint van Achterbos bestaan uit een eenvoudige hoofdvorm uitgevoerd met een kap. In het lint komen veel verschillende kapvormen voor. Door de perceelsgewijze ontwikkeling is in der loop van tijd een gevarieerd beeld ontstaan. De gevels zijn over het algemeen opgetrokken uit baksteen en kennen een heldere horizontale en verticale geleding. Erkers, dakkapellen en witgestuukte geveldelen komen ook voor.
Luchtfoto van het plangebied en omgeving.
pagina 2 van 5
Situering woning Achterbos 18 De voorgevel van de nieuwe woning ligt op circa 63 m vanaf de openbare weg. De nieuwe woning ligt daardoor met de achtergevel tegen de rode contour als begrenzing van het bestaand stedelijk gebied. Met deze situering voegt de woning zich naar de, in het lint voorkomende, tweedelijns bebouwing. Voorbeelden hiervan zijn de woning op het perceel Achterbos 20 en Achterbos 6. De relatief smalle percelen in combinatie de op circa 15 m afstand liggende hoofdgebouwen op de naastgelegen percelen zorgen ervoor dat de nieuwe woning een ondergeschikte rol speelt in de beleving van het lint. Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteitbeleving van het Achterbos ligt het accent dan ook met name op de onbebouwde ruimte voor de woning. Dankzij het diepe voorterrein ontstaat daarmee een kans om een aantrekkelijke voorzone te creëren met landschappelijke en ecologische kwaliteiten. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan het groene karakter van het Achterbos en de beleving van de landschappelijke structuur.
Uitgangspunten Op basis van het relevante beleid en regelgeving in combinatie met de analyse is een erfinrichtingsplan opgesteld. In deze visie vormt de bestaande context van het plangebied het uitgangspunt. De ontwikkeling moet hier dan ook op aansluiten. De volgende punten zijn daarbij van belang:
Groene open ruimte inzetten als versterking van de open lintstructuur. Streekeigen beplanting ter versterking van het landschappelijke karakter van het Achterbos. Ontwikkeling nieuwe natuurwaarden. Versterken beleefbaarheid landschappelijke structuur vanuit de openbare ruimte. Bebouwing en erfverharding voegt zich naar het algemene beeld van de in het lint voorkomende tweedelijns bebouwing en speelt een ondergeschikte rol.
pagina 3 van 5
Beoogde erfinrichting De voorgestelde erfinrichting bestaat uit extensief beheerd bloemrijk grasland in combinatie met struweelbeplanting en enkele hoogstam fruitboomgroepen. De entreeweg bestaat uit een pad van maximaal 3,5 m breed uitgevoerd in halfverharding. Dit pad ontsluit naast de nieuw te bouwen woning ook de nog te realiseren recreatiewoningen achter op de legakker. Het struweel wordt ingezet om de langgerekte landschappelijke structuur te accentueren, waarbij de stenige erfinrichting van het perceel Achterbos 20 wordt verzacht. Het toegangspad buigt na de brug enigszins af van de watergang zodat voldoende ruimte ontstaat voor het struweel. Het struweel bestaat uit een mix van inheemse soorten en heeft daardoor, in tegenstelling tot de huidige coniferenhaag, een transparanter karakter. Het struweel kent open en dichte delen zodat een afwisselend beeld ontstaat. Ter hoogte van de nieuwe woning buigt het toegangspad weer af richting de watergang. Aan de oever van de watergang zijn knotwilgen voorzien. Het parkeren van de nieuwe woning wordt opgelost achter de woning. Aan de voorzijde is ruimte voor een formele entreezone afgescheiden door middel van een hagen. Deze haag loopt door langs de woning en vormt tevens de erfafscheiding tussen het toegangspad en de achtertuin.
De hoogstamfruitbomen staan als losse clusters in het bloemrijk grasland aan weerszijden van het toegangspad. De inrichting gaat uit van een extensief beheer waarbij ruimte is voor de ontwikkeling van ecologische waarden. Ten behoeve van het bloemrijk grasland moet de bestaande vegetatie worden verwijderd. Het is daarbij van belang de bodem niet te veel te verstoren. Aanbevolen wordt om de zode te schrapen of te plaggen. In het eerste jaar na inzaaien is het noodzakelijk drie tot vier keer te maaien en het maaisel af te voeren. In het tweede jaar kan worden volstaan met twee keer maaien en afvoeren. Conclusie Met het voorgestelde erfinrichtingsplan ontstaat een aantrekkelijk en afwisselend beeld dat het straatbeeld ter plaatse aan de Achterbos versterkt en de landschappelijke structuur meer beleefbaar maakt vanaf de openbare ruimte. Met de keuze voor een struweel met meer inheemse boomsoorten ontstaat meer doorzicht. De langgerekte landschappelijke structuur wordt meer geaccentueerd en tevens zorgt de inrichting ervoor dat de stenige erfinrichting van het perceel Achterbos 20 wordt verzacht. Al met al zorgen deze ingrepen ervoor dat de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit ter plaatse hiermee worden verbeterd.
pagina 4 van 5
Erfinrichtingsplan
pagina 5 van 5
DEMMERIK 31 Inrichtingsschets met de ruimtelijke randvoorwaarden Deze schets is geen blauwdruk. Het is een mogelijke verbeelding van de ruimtelijke randvoorwaarden, naar aanleiding van een schetssessie met de initiatiefnemer, de adviseurs en de ervenconsulenten.
Landschap • • •
Beleving van de middeleeuwse ontginningsstructuur waarborgen Zicht op het veenweidelandschap vanaf het lint waarborgen De bijzondere relatie tussen locatie en landschap waarborgen
Lint • • •
Versterk de kenmerken van de oostzijde van het lint Respecteer de ritmiek van de historische boerderijen Versterk de richting van het lint
Locatie • • • • •
•
Bebouwing en beplanting zijn in evenwicht Geen voor/achtertuin, geen voor/achter erf, maar schuurachtig volume in het landschap De kavel vormt een onderdeel van het omliggende landschap Waarborg het zicht vanaf het lint op het open landschap Het is wenselijk om de woning en bijgebouw te clusteren, zodat het ogenschijnlijk één volume lijkt óf plaats de gebouwen ver genoeg uit elkaar waardoor het zicht op het open landschap gewaarborgd blijft nokrichting niet in de breedterichting van de verkaveling, maar (ongeveer) in de lenterichting
Elementen • • • • • •
Landschap Erfgoed Utrecht
Bunnikseweg 25 2732 HV De Bilt Postbus 121 3730 AC De Bilt 030 220 55 34
Passende vormgeving en architectuur Passend materiaal- en kleurgebruik Behoud van bijzondere bomen en boomgaard Parkeren uit het zicht en verharding speelt geen hoofdrol Nieuwe aanplant is gebiedseigen Natuurlijke en ecologisch waardevolle oevers
PROJECT
Datum: Locatie: Opdrachtgever: Adviseur: Ervenconsulenten:
HERBESTEMMING DEMMERIK 31
24 oktober 2016 Demmerik 31, Vinkeveen familie van der Velden Roland Borst, Studio 110 architectuur Marleen van Tilburg, Buitenruimte voor contact Jolanda van Looij, Landschap Erfgoed Utrecht Rob Hendriks, MooiSticht
Kwaliteiten van het landschap: • • • •
Middeleeuwse verkaveling...
...met schuine doorsnijding van de lint... ...geven zicht op zijgevels vanuit noord...
...en zicht op water vanuit het zuiden.
Beleving landschap vanaf het lint.
Kwaliteiten van het lint: • • • •
Bijzondere beleving landschap vanaf het lint. boerderij
agrarisch
zomerhuis
boerderij
open
• • • • •
Ritmiek van historische boerderijen en landschappelijke (open of agrarisch) beleving.
• • ...door verdichting is de ritmiek en landschapsbeleving moeizaam te herkennen.
Bebouwing in de kavelrichting, waardoor de schuine doorsnijding zichtbaar wordt.
Door de brede watergang aan de oostzijde van de weg en de bebouwing heeft het lint een asymmetrisch profiel. Aan de oostzijde de grote, veelal monumentale boerenerven en aan de westzijde (veen)arbeiders- en tuinderswoningen. De oostelijke boerderijen hebben, dankzij hun melkvee, een directe relatie met de achtergelegen weidse graslanden. Het lint heeft, ondanks het ontbreken van de structurele wegbeplanting, een groen, informeel karakter. Rooilijnen staan haaks op de richting van de sloten. Door de schuine doorsnijding van het kavelpatroon, bepalen ook de zijgevels het straatbeeld (in noord-zuid richting) De beleving van de verdraaiing in de ontginningstructuur (in zuidnoord richting) De ritmiek van de oorspronkelijke boerderijen Noklijnen van boerderijen lopen evenwijdig met de sloten.
Kwaliteiten van de locatie: •
Ritmiek van historische boerderijen...
Demmerik als onderdeel van concentrische secundaire ontginningsbasis tussen de kring van veenriviertjes. De taartvormige strokenverkaveling uit de 11e eeuw. De schuine doorsnijding van de kavels door het ontginningslint. De naastgelegen legakker is een bijzonder landschappelijk element binnen het veenweidelandschap.
• • • • • •
Tot in de jaren ‘50 van de vorige eeuw werd de kavel als weidegrond gebruikt, waardoor het veenweidelandschap tot aan het lint beleefbaar was. Maar ondanks dat er sinds de topografische kaart van 1959 bebouwing staat ingetekend is het agrarische karakter van de kavel gebleven. Het agrarische, landelijke karakter van de kavel Zicht vanaf het lint op het open weidelandschap, achterlangs het bebouwingslint. Het uitzicht op het spoorgebouw, in combinatie met het magnifieke uitzicht op de legakker en het weidse veenweidelandschap. De boomgaard De rij knotbomen op kop van de kavel geven de bijzonderheid van de agrarische ‘werk-kavel’ weer De grillige, ‘handgeschreven’ waterranden Geen verharding langs de waterkanten Natuurlijke, groene oevers
Kansen tot kwaliteitsverbetering Geen boerderij met voor- en achtererf, geen woning met voor- en achteruin...
...maar een schuurachtig volume in het landschap.
Landschap en gebouw is één.
• • • • • •
Behoud doorzicht naar landschap.
Accentueer zicht op water
behoud grillige, groene oevers
maak hekwerk onopvallend en agrarisch
zicht op legakker is kwaliteit
Bestaande verharding voor de bebouwing verwijderen Beperkt de verharding tot het erfpad Geen parkeerruimte voor de rooilijn Beschoeiingen (in de loop der tijd) te vervangen door gevlochten wilgentenen blijft de grillige vorm en de natuurlijke uitstraling van de oeverranden behouden Knotbomen langs de waterkant strategisch inzetten voor behoud uitzicht versus privacy Het is wenselijk om de woning en bijgebouw te clusteren, zodat het ogenschijnlijk één volume lijkt óf plaats de gebouwen ver genoeg uit elkaar waardoor het zicht op het open landschap gewaarborgd blijft.
Landschap Erfgoed Utrecht
Bunnikseweg 25 2732 HV De Bilt Postbus 121 3730 AC De Bilt 030 220 55 34