Bijlage 15 Aanvulling passende beoordeling, Antea Group, 9 december 2024
Tekst van het document
7.2
Afbakening relevante instandhoudingsdoelstellingen
7.2.1
Habitattypen In tabel 7.1 is aangegeven voor welke habitattypen het Natura 2000-gebied Naardermeer aangewezen is. Daarbij is ook beschreven wat de kritische depositiewaarde is en wat de planbijdrage is. Daarnaast wordt ook aangegeven of de kritische depositiewaarden in de huidige situatie (dus zonder dat hierbij het planeffect is meegenomen) worden overschreden. Tabel 7.1: Afbakening habitattypen Natura 2000-gebied Naardermeer (Gebiedsanalyse Naardermeer, 2017 en aanwijzingsbesluiten en wijzigingsbesluit Aanwezige waarden). Habitatc ode
Habitattype en -subtype
Doel omvang/ kwaliteit
KDW mol/ha/ jr
Max ADW mol/ha/jr
Max. planbijdrage Mol/ha/jr 1)
H3130
Zwakgebufferde vennen
==
500
1763
0,00
H3140
Kranswierwateren
==
2143
1697
0,01
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
==
2143
1910
0,01
Relevant?
Nee, geen planbijdrage. Significante gevolgen uit te sluiten. Nee, geen planbijdrage op (naderend) overbelaste hexagonen. Significante gevolgen uit te sluiten. Nee, geen planbijdrage op (naderend) overbelast (geldt eveneens voor het
blad 35 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V. Habitatc ode
Habitattype en -subtype
Doel omvang/ kwaliteit
KDW mol/ha/ jr
Max ADW mol/ha/jr
Max. planbijdrage Mol/ha/jr 1)
H4010B
Vochtige heiden (laagveengebied)
==
500
1503
0,01
H6410
Blauwgraslanden
>>
786
1763
0,00
==
>2.400
-
-
==
>2.400
-
-
>>
1214
1740
0,01
H6430A H6430B H7140A
Ruigten en zomen (moerasspirea) Ruigten en zomen (harig wilgenroosje) Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
H7140B
Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
==
500
1872
0,01
H91D0*
Hoogveenbossen
==
1786
1920
0,01
Relevant?
bijbehorende zoekgebied). Significante gevolgen uit te sluiten. Ja, planbijdrage op overbelast oppervlak Nee, geen planbijdrage berekend. Significante gevolgen uit te sluiten. Nee, habitattype is niet stikstofgevoelig. Negatieve effecten uit te sluiten. Ja, planbijdrage op overbelast oppervlak Ja, planbijdrage op overbelast oppervlak, geldt eveneens voor het bijbehorende zoekgebied Ja, planbijdrage op (deels) overbelast oppervlak
Legenda *: prioritair habitattype -: niet van toepassing/niet relevant =: behoudsdoelstelling >: uitbreiding-/verbeterdoelstelling groen = significant gevolg is met zekerheid bij voorbaat uit te sluiten oranje = habitattype dient nader beoordeeld te worden. 1) op basis AERIUS-berekening 2025 ten opzichte van huidig legale situatie; situatie is niet anders in berekening 2027 ten opzichte van huidig legale situatie (met uitzondering voor H3130).
Sommige habitattypen zijn niet stikstofgevoelig en kan een significant effect door de planbijdrage bij voorbaat uitgesloten worden. Bij de habitattypen waarbij (vrijwel) geen overschrijding van de KDW plaatsvindt, kan een significant effect ook bij voorbaat uitgesloten worden. Deze habitattypen worden daarom niet verder beschreven. Het betreft de habitattypen: H3130 Zwakgebufferde vennen, H3140 Kranswierwateren, H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, H6410 Blauwgraslanden, H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea), H6430B Ruigten en zomen (harig wilgenroosje). Op basis van de analyse in tabel 6.1 zijn H4010B Vochtige heiden (laagveengebied), H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen), H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) en H91D0 Hoogveenbossen ecologische beoordeeld.
7.2.2
Habitatrichtlijnsoorten In tabel 7.2 is aangegeven voor welke habitatrihctlijnsoorten het Natura 2000-gebied Naardermeer aangewezen is, of het leefgebied van deze soort stikstofgevoelig is en/of de kritische depositiewaarden in de huidige situatie (dus zonder dat hierbij het planeffect is meegenomen) worden overschreden en/of er een planbijdrage is. Tabel 7.2: Afbakening Habitatrichtlijnsoorten Natura 2000-gebied Naardermeer (Aanwijzingsbesluit en Gebiedsanalyse Naardermeer, 2017). Soortcode
Soortnaam
Doel Populatie/ Omvang/ Kwaliteit
H1016
Zegge-korfslak
===
H1082
Gestreepte waterroofkever
>>>
H1134
Bittervoorn
===
H1149
Kleine modderkruiper
===
H1903
Groenknolorchis
===
Relevant voor nadere ecologische beoordeling
Ja, planbijdrage van max 0,01 mol/ha/jr op deels overbelast oppervlak van het leefgebied van deze habitatrichtlijnsoort: Lg5 grote zeggenmoeras Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied Nee, in relatie tot stikstofdepositie is geen sprake van een knelpunt omdat de KDW niet wordt overschreden (H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden). Negatieve effecten zijn uitgesloten. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Ja, planbijdrage op overbelast oppervlak van het habitattype H7140A Trilvenen, waar de groenknolorchis (potentiële) groeiplaatsen heeft.
blad 36 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V. Soortcode
Soortnaam
Doel Populatie/ Omvang/ Kwaliteit
H4056
Platte schijfhoren
===
Relevant voor nadere ecologische beoordeling
Nee, in relatie tot stikstofdepositie is geen sprake van een knelpunt omdat de KDW niet wordt overschreden (H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden). Negatieve effecten zijn uitgesloten.
Legenda =: behoudsdoelstelling >: uitbreidings-/verbeterdoelstelling groen = significant gevolg is met zekerheid bij voorbaat uit te sluiten oranje = habitatrichtlijnsoort dient nader beoordeeld te worden.
Op basis van de analyse in tabel 7.2 zijn significante gevolgen bij voorbaat met zekerheid uit te sluiten voor alle habitatrichtlijnsoorten waarvoor het Naardermeer is aangewezen, met uitzondering van de zeggekorfslak en de groenknolorchis.
7.2.3
Broedvogels In tabel 7.3 is aangegeven voor welke broedvogelsoorten het Natura 2000-gebied Naardermeer aangewezen is, of het leefgebied van deze soort stikstofgevoelig is en/of de kritische depositiewaarden in de huidige situatie (dus zonder dat hierbij het planeffect is meegenomen) worden overschreden en/of er een planbijdrage is. Tabel 7.3: Afbakening Broedvogels Natura 2000-gebied Naardermeer (Aanwijzingsbesluit, Gebiedsanalyse Naardermeer, 2017). Soortcode A017
Aalscholver
Aantal broedparen 1800
A029
Purperreiger
50
==
A197
Zwarte stern
110
>>
A292
Snor
150
==
Soortnaam
Doel Omvang/ Kwaliteit ==
A298 Grote karekiet 50 == Legenda =: behoudsdoelstelling >: uitbreiding-/verbeterdoelstelling groen = significant gevolg is met zekerheid bij voorbaat uit te sluiten.
Relevant voor nadere ecologische beoordeling Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied Negatieve effecten zijn uitgesloten. Nee, in relatie tot stikstofdepositie is geen sprake van een knelpunt omdat de KDW niet wordt overschreden (H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden). Negatieve effecten zijn uitgesloten. Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Negatieve effecten zijn uitgesloten.
Op basis van de analyse in tabel 7.3 zijn significante gevolgen door de planbijdrage bij voorbaat met zekerheid uit te sluiten voor alle broedvogels waarvoor het Naardermeer is aangewezen.
7.2.4
Niet broedvogels In tabel 7.4 is aangegeven voor welke niet-broedvogelsoorten het Natura 2000-gebied Naardermeer aangewezen is, of het leefgebied van deze soort stikstofgevoelig is en/of de kritische depositiewaarden in de huidige situatie (dus zonder dat hierbij het planeffect is meegenomen) worden overschreden en/of er een planbijdrage is. Tabel 7.4: Afbakening Niet-broedvogels Natura 2000-gebied Naardermeer (Aanwijzingsbesluit, Gebiedsanalyse Naardermeer, 2017). Soortcode
Soortnaam
A041
Kolgans
920
A043
Grauwe gans
1200
Populatie
Instandhoudingsdoelstelling Slaap- en rustplaats en foerageergebied Slaap- en rustplaats en foerageergebied
Doel Omvang/ Kwaliteit == ==
Relevant?
Nee, geen stikstofgevoelig leefgebied. Negatieve effecten zijn uitgesloten.
Legenda =: behoudsdoelstelling groen = significant gevolg is met zekerheid bij voorbaat uit te sluiten.
blad 37 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Op basis van de analyse in tabel 7.4 zijn significante gevolgen door de planbijdrage bij voorbaat met zekerheid uit te sluiten voor alle niet-broedvogels waarvoor het Naardermeer is aangewezen.
7.3
Ecologische beoordeling
7.3.1
H4010B Vochtige heiden (laagveen) Ecologische beschrijving habitattype zie paragraaf 6.3.1 Instandhoudingsdoelstelling: Behoud oppervlakte en kwaliteit Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied Vochtige heiden zijn in het Naardermeer zeer zeldzaam. De NDA meldt 0,1 ha. Op de habitattypenkaart van AERIUS Calculator versie 2024 betreft het 0,3ha (zie ook bijlage 3). Het belang van deze locatie is niettemin groot, omdat vochtige heide op laagveen in Europa vrijwel alleen in Nederland voorkomt. In het Naardermeer komt het type alleen voor in de uiterste noordpunt. Dit is een matig ontwikkelde vorm met minder dan 12,5 % bedekking van gewone dopheide en veel pijpenstrootje. De trend in oppervlak en kwaliteit is negatief (NDA). Er is in het verleden habitatverlies opgetreden ten gevolge van successie naar het habitattype H91D0 Hoogveenbossen (door het staken van het maaibeheer). De perspectieven voor toename van het oppervlak vochtige laagveenheiden zijn potentieel gezien redelijk gunstig, omdat er een redelijk areaal veenmosrietland aanwezig is, het voorstadium van dit habitattype. In de NDA zijn als knelpunten genoemd: de te hoge stikstofdepositie en de trage dispersie van heidesoorten in de veenmosterreinen. Daarnaast is een knelpunt dat als gevolg van de uitbreiding van vochtige laagveenheide, het ten koste gaat van het habitattype veenmosrietland.
Ook is blijvend beheer noodzakelijk voor instandhouding. Het aanwezige oppervlak staat sterk onder invloed van stikstofdepositie vanaf de nabijgelegen snelwegen A1 en A6. Stikstof kan het effect hebben dat de successie versnelt en het type verruigt, waardoor de vegetatie soortenarmer wordt. Vochtige laagveenheide is eveneens vatbaar voor verzuring als gevolg van ammoniakdepositie, wat ook een negatieve invloed heeft op de biodiversiteit van mossen omdat haarmossen, zachte berk of pijpenstrootje kunnen gaan overheersen. Omschrijving planeffect en beoordeling effect stikstofdepositie Er vindt in dit habitattype een toename plaats van 0,01 mol/ha op een groot deel van de (overbelaste) oppervlakte. Op 0,24 ha is sprake van een planbijdrage. Op 0,04 ha is geen sprake van een planbijdrage. Dat betreft 14% van de oppervlakte en daar is geen sprake van een negatief effect. In bijlage 3 is een kaartbeeld opgenomen van de verspreiding en hoogte van de berekende depositietoenames in dit habitattype. Het habitattype staat in het Naardermeer met name onder druk van stikstofdepositie vanuit de A1 en A6. De maximale toename van de stikstofdepositie bedraagt 0,0008% van de laagste achtergronddepositie op het habitattype H4010B. De kleine toename van de stikstofdepositie valt daarmee in het niet met de depositie die wordt veroorzaakt door de snelwegen.
De toename van stikstofdepositie met 0,01 mol/ha/jr leidt daarom niet tot een significante verslechtering van de kwaliteit van het habitattype, heeft geen nadelige gevolgen voor het effect van nog uit te voeren instandhoudingsmaatregelen en staat daardoor de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, behoud van de oppervlakte en de kwaliteit, niet in de weg.
7.3.2
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Algemene beschrijving habitattype: zie paragraaf 6.3.3. Instandhoudingsdoelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit
blad 38 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied Trilvenen komen op drie plaatsen voor in het gebied, in goede kwaliteit (94% van het oppervlak) en in matige kwaliteit. Er is circa 1,7 ha aan goed ontwikkeld trilveen in het Naardermeer aanwezig, ongeveer 16% van het totale areaal in de gehele Vechtstreek. Het grootste oppervlak aan trilveen ligt aan de oostoever van het Bovenste Blik (‘De Laan’). Dit deel is langzaam aan het verzuren en bevat weinig karakteristieke soorten. Aan de noordkant van het Naardermeer liggen twee kleine stukjes dicht tegen de A1. Tenslotte ligt er een klein stukje trilveen ten noorden van ‘De Laan’, temidden van Hoogveenbos (H91D0). De trend in omvang en kwaliteit is negatief (NDA). In ‘De Laan’ aan de oever van het Bovenste Blik zijn in 1994 diverse herstelmaatregelen uitgevoerd om de kwaliteit te verbeteren, zoals onder andere plaggen, opengraven van verlande sloten, het graven van nieuwe sloten en het herstellen van de kwelstroom uit de omgeving (verminderen grondwateronttrekking). Hierdoor zijn bepaalde kenmerkende soorten in aantal toegenomen, maar ook gewoon veenmos wat een indicator van verzuring is. Het blijven toepassen van cyclisch beheer, in de vorm van plaggen lijkt noodzakelijk om de kwelindicerende soorten te behouden. Nieuwvorming van trilveen door verlanding komt op dit moment nauwelijks op gang.
In de NDA zijn als knelpunten genoemd: De achteruitgang van de kwaliteit van het habitattype hangt samen met verzuring als gevolg van beperkte basenaanvoer naar de wortelzone. Ook is door afname van kwelwater de buffering van het habitattype afgenomen en is het habitattype gevoelig geworden voor verzuring. Vraat, onvoldoende peilfluctuatie, een ongunstige oevermorfologie, lokaal mogelijk beschaduwing door bomen en input van nutriëntenrijke bladval zijn andere knelpunten voor de ontwikkeling van deze stadia en dus ook voor de successie naar het trilveen. Ganzenvraat vindt vooral plaats op (water)riet, waardoor de ontwikkeling naar verlandingsvegetaties zoals trilveen wordt belemmerd. Op de lange termijn (decennia) zijn redelijke perspectieven aanwezig doordat er sprake is van gebufferd oppervlaktewater met relatief weinig nutriënten en sulfaat (NDA). Omschrijving planeffect en beoordeling effect stikstofdepositie Er vindt in dit habitattype een toename plaats van 0,01 mol/ha/jr op een deel van de oppervlakte van het habitattype. Op 0,19 ha is sprake van een planbijdrage, alle overbelaste hexagonen. Op 1,54 ha is geen sprake van een planbijdrage. Dat betreft 91% van de oppervlakte en daar is geen sprake van een negatief effect. In bijlage 3 is een kaartbeeld opgenomen van de verspreiding en hoogte van de berekende depositietoenames in dit habitattype.
Ondanks de overschrijding van de KDW binnen het gebied heeft het habitattype een overwegend goed kwaliteit. Het grootste knelpunt voor het habitattype is een verminderde toevoer van basenrijk grondwater. Hierdoor neemt het aantal typische soorten af en komt de nieuwe vorming van veen moeilijk op gang. Stikstofdepositie kan bijdragen aan de verdere afname aan kwaliteit en omvang maar is hierin niet de sturende factor. Een kleine lokale, bijdrage van 0,01 mol/ha/jr zal hier geen verschil in maken. Een depositie van zo’n kleine omvang zal niet zorgen voor een verandering in de samenstelling van de vegetatie. De toename van stikstofdepositie met 0,01 mol/ha/jr leidt daarom niet tot een significante verslechtering van de kwaliteit van het habitattype, heeft geen nadelige gevolgen voor het effect van nog uit te voeren instandhoudingsmaatregelen en staat daardoor de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit, niet in de weg.
7.3.3
H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) Algemene beschrijving habitattype: zie paragraaf 6.3.4. Instandhoudingsdoelstelling: behoud oppervlakte en kwaliteit Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied Met een oppervlak van bijna 23 ha (volgens NDA) en 27 ha (volgens habitattypenkaart AERIUS Calculator versie 2024) vertegenwoordigen de Veenmosrietlanden in het Naardermeer een belangrijk aandeel van dit habitattype in de Vechtstreek. Circa 46% van het habitattype is goed ontwikkeld, de rest is matig ontwikkeld (NDA). Het grootste oppervlak goed ontwikkeld veenmosrietland bevindt zich in het westelijk deel van het Naardermeer. Het oppervlak aan matig ontwikkeld veenmosrietland is toegenomen ten opzichte van de jaren 1960-1980, wat zich
blad 39 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
vooral heeft geuit in een soortenarme vegetatie en dominantie van haarmossen. De Veenmosrietlanden van matige kwaliteit betreffen soortenarme of verzuurde veenmosvegetaties. In de NDA zijn als knelpunten genoemd: het oppervlakte en de kwaliteit van het habitattype veenmosrietland (H7140B) neemt af. Dit hangt samen met successie naar moerasbos (o.a. samenhangend met het stoppen van maaibeheer), verdroging en verzuring door stikstofdepositie. Nieuwvorming van de verlandingsvegetaties als veenmosrietland komt op dit moment nauwelijks op gang. Een deel van het oppervlak veenmosrietland is door staken van het maaibeheer overgegaan in moerasbos. Recentelijk lijkt oppervlakte en kwaliteit stabiel te zijn (lokaal doelbereik) (NDA). De effecten van stikstofdepositie zijn niet voor alle locaties van Veenmosrietlanden gelijk, aangezien het habitattype erg verspreid ligt. Overschrijding leidt tot verzuring en (sterke) eutrofiëring, in het geval van Veenmosrietlanden zijn deze effecten sterk te noemen. Het betreft afname in soortenaantal van karakteristieke soorten, verruiging, en dominantie van haarmos. Iets minder sterke effecten zijn te verwachten wanneer natte (vooral jonge) Veenmosrietlanden worden gebufferd door basenrijk grond- of oppervlaktewater (bijvoorbeeld in de kwelzone aan de oostzijde van het Naardermeer).
Zonder gerichte maatregelen is er grote kans op een afname van het oppervlak en de kwaliteit door dominantie van haarmossen en een toename van bosvorming. Omschrijving planeffect en beoordeling effect stikstofdepositie Er vindt in dit habitattype een toename plaats van 0,01 mol/ha/jr op een deel van de oppervlakte van het habitattype en op de volledige oppervlakte van het zoekgebied voor dit habitattype (0,7 ha, overal overbelast). Op 11,5 ha van het habitattype is sprake van een planbijdrage, alle overbelaste hexagonen. Op 15,5 ha van het habitattype is geen sprake van een planbijdrage en dat betreft 57% van de oppervlakte. Daar is geen sprake van een negatief effect. In bijlage 3 is een kaartbeeld opgenomen van de verspreiding en hoogte van de berekende depositietoenames in dit habitattype. Ondanks de overschrijding van de KDW binnen het gebied heeft het habitattype een goede tot matige kwaliteit. Het grootste knelpunt voor het habitattype is een verminderde toevoer van basenrijk grondwater. Hierdoor neemt het aantal typische soorten af en komt de nieuwe vorming van veen moeilijk op gang. Stikstofdepositie kan bijdragen aan de verdere afname aan kwaliteit en omvang maar is hierin niet de sturende factor. Een kleine bijdrage van 0,01 mol/ha/r zal hier geen verschil in maken.
Een depositie van zo’n kleine omvang zal niet zorgen voor een verandering in de samenstelling van de vegetatie. De toename van stikstofdepositie met maximaal 0,01 mol/ha/jr leidt daarom niet tot een significante verslechtering van de kwaliteit van het habitattype, heeft geen nadelige gevolgen voor het effect van nog uit te voeren instandhoudingsmaatregelen en staat daardoor de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, behoud van de oppervlakte en behoud van de kwaliteit, niet in de weg.
7.3.4
H91D0 Hoogveenbossen Algemene beschrijving habitattype: zie paragraaf 6.3.6. Instandhoudingsdoelstelling: behoud omvang en verbetering kwaliteit Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied In het Naardermeer is een aanzienlijk oppervlak van goed ontwikkeld (hoog)veenbos aanwezig, behorende tot het Zompzegge-Berkenbroek. Het betref 93,7 ha (NDA en 93,2 ha volgens habitattypenkaart AERIUS Calculator versie 2024). Op veel plekken komen in mozaïek hiermee bossen van het Elzenbroekverbond voor, die eveneens tot het habitattype worden gerekend. Ook berkenbroekbossen met een ondergroei van bramen of appelbes worden tot de hoogveenbossen gerekend, zij het dat het hier minder goed ontwikkelde vegetatietypen (matig) betreft. De stukken bos die zijn geïsoleerd van het oppervlaktewater zijn het best ontwikkeld. Een vrij klein areaal bos (4,12 ha) bestaat uit het Dophei-Berkenbroek. Hoogveenbossen ontwikkelen zich door successie uit H7140B Veenmosrietland, H7140A Trilveen en H4010B Vochtige heide. Dopheide berkenbroek kan ontstaan uit H4010B of bij verdere verzuring vanuit H91D0.
blad 40 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Het oppervlak aan Hoogveenbos heeft zich sinds 1940 sterk uitgebreid. De grootste uitbreiding heeft zich tussen 1950 en 1970 voorgedaan. De kwaliteit is overwegend goed (ruim 97% van de oppervlakte) en lokaal matig. De trend in omvang en kwaliteit is nu negatief (NDA). In de NDA zijn als knelpunten genoemd: lokaal kwaliteitsverlies door verdroging, stikstofdepositie en een sterke toename van de invasieve exoot appelbes. Karakteristieke, goed ontwikkelde hoogveenbossen in laagveengebieden hebben een minimum aan oppervlak nodig, dat liefst zo groot mogelijk is. In het Naardermeer is de invloed van oppervlaktewater in de sloten tot zo'n 15 meter in het bos waarneembaar, onder andere door aanwezigheid van verstoringssoorten. Is het bosoppervlak groot genoeg, dan kan zich een stabiele zoetwaterlens ontwikkelen, zodat de kenmerkende vegetatie vochtig blijft. Het grondwater is matig voedselrijk (in de diepere ondergrond) tot voedselarm (in de toplaag). De toplaag wordt sterk beïnvloed door regenwater. Hoogveenbossen zijn erg gevoelig voor verdroging en (vooral interne) eutrofiëring. Sterkere ontwatering langs de randen, wegvallende invloed van gebufferd grondwater (minder kwel) en mogelijk grotere peilwisselingen waardoor de bossen een grotere drooglegging krijgen, kunnen tot stikstofeffecten leiden.
Snelle groeiers als appelbes, braam en pijpenstrootje nemen dan de overhand in de ondergroei en kenmerkende veenmosbulten kunnen dan verdwijnen. Bij een stikstofdepositie hoger dan de kritische depositiewaarde van 1786 mol/ha/jr is eveneens vergrassing te verwachten. Bij een hoge stikstofdepositie dient daarom verdroging en eutrofiering van het grond- en oppervlaktewater te worden voorkomen. Essentieel met betrekking tot de instandhoudingsdoelstellingen is daarom de handhaving van een goede waterkwaliteit. T. Omschrijving planeffect en beoordeling effect stikstofdepositie Er vindt in dit habitattype een toename plaats van maximaal 0,01 mol/ha/jr op een deel van het oppervlak. 21,9 ha (23 % van het habitattype) ondervindt geen planbijdrage en daar is een negatief effect uit te sluiten. Het oppervlak met een planbijdrage van 0,01 mol/ha/jr is te verdelen in: • 8,4 ha overbelast oppervlak (9 % van het totaal oppervlak); • 6,8 ha naderend overbelast oppervlak (7 % van het totaal oppervlak). De planbijdrage leidt in geen enkel hexagon tot een overschrijding van de KDW. In die hexagonen is er tussen de 62 en 10 mol/ha/jr ruimte tussen de achtergrondwaarde en de KDW; • 56,5 ha niet overbelast oppervlak (60 % van het totaal oppervlak). Voor deze oppervlakte is een negatief effect uit te sluiten.
In bijlage 3 is een kaartbeeld opgenomen van de verspreiding en hoogte van de berekende depositietoenames in dit habitattype. Ondanks de overschrijding van de KDW binnen het gebied heeft het habitattype een overwegend goede kwaliteit. Zoals hiervoor is beschreven is handhaving van een goede waterkwaliteit essentieel t.a.v. de doelstelling behoud en uitbreiding is de handhaving van een goede waterkwaliteit. Stikstofdepositie kan leiden tot een afremming van de positieve trend in omvang en kwaliteit maar is hierin niet de sturende factor. Een kleine bijdrage van 0,01 mol/ha/jr zal hier geen verschil in maken. Bovendien is er op ca 83 % van de oppervlakte van het habitattype geen stikstofknelpunt en/of geen planbijdrage. Een depositie van zo’n kleine omvang zal niet zorgen voor een verandering in de samenstelling van de vegetatie. De toename van stikstofdepositie met maximaal 0,01 mol/ha/jr leidt daarom niet tot een significante verslechtering van de kwaliteit van het habitattype, heeft geen nadelige gevolgen voor het effect van nog uit te voeren instandhoudingsmaatregelen en staat daardoor de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, behoud van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit, niet in de weg.
7.3.5
Zeggekorfslak (Lg05 Grote zeggenmoeras) Algemene beschrijving habitattype: zie paragraaf 6.3.7. Instandhoudingsdoelstelling: behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie Beschrijving van het voorkomen van de habitatrichtlijnsoort in het Natura 2000-gebied In het Naardermeergebied werd de Zeggekorfslak in 2007/8 op dertien plaatsen aangetroffen. In het gebied komt alleen plaatselijk veel H1016 Zeggekorfslak voor, met name in de hoge zeggevegetaties langs de bosranden in het zuiden van het gebied en langs de oever van het Wijde Blik. Leefgebieden van zeggekorfslak komen langs de blad 41 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
oostoever van de Wijde Blik over een traject van ca. 700 m vrij algemeen voor. Het leefgebied bestaat hier uit een open oevervegetatie met veel grote zeggen, waaronder oeverzegge en pluimzegge. De dichtheden bedragen hier maximaal enkele tientallen exemplaren per vierkante meter. Voorts is de soort in lage aantallen aangetroffen langs sloten in moerasbossen ten zuiden van de Wijde Blik, ook hier in oever- en verlandingsvegetaties met grote zeggen. Direct ten noorden van de spoorlijn is tot nu toe slechts 1 locatie van een kleine populatie bekend, langs de uiterste zuidrand van het Grote Meer. Ook hier betreft het leefgebied een open verlandingsvegetatie met Oeverzegge. Voor het behoud van de soort is het van belang dat de strook met oever- en pluimzegge tussen de schraalgraslanden en de Wijde Blik niet jaarlijks wordt gemaaid. Op locaties waar sprake is van een te hoge achtergronddepositie (lokaal aanwezig) is te verwachten dat er versnelde bosvorming gaat optreden, waardoor kwaliteit en omvang van het leefgebied kan afnemen. In de NDA zijn buiten de gevoeligheid voor stikstofdepositie van het leefgebied van de Zeggekorfslak, geen verdere knelpunten benoemd.
Omschrijving planeffect en beoordeling effect stikstofdepositie Er vindt in het enige stikstofgevoelige leefgebied van de zeggekorfslak in het Naardermeer (Lg05 Groot zeggenmoeras) een toename plaats van maximaal 0,01 mol/ha/jr. 89,1 ha ondervindt geen planbijdrage (57 % van het totale oppervlak van dit leefgebied = 155,4 ha volgens de habitattypenkaart AERIUS versie 2024). In bijlage 3 is een kaartbeeld opgenomen van de verspreiding en hoogte van de berekende depositietoenames in dit leefgebied. Het oppervlak van het leefgebied met een planbijdrage van 0,01 mol/ha/jr is te verdelen in: • 15,4 ha overbelast oppervlak (10 % van het totaal oppervlak); • 7,0 ha naderend overbelast oppervlak (5 % van het totaal oppervlak). De planbijdrage leidt in geen enkel hexagon tot een overschrijding van de KDW. In die hexagonen is er tussen de 68 en 2 mol/ha/jr ruimte tussen de achtergrondwaarde en de KDW; • 43,9 ha niet overbelast oppervlak (28 % van het totaal oppervlak). Voor deze oppervlakte is een negatief effect uit te sluiten. Voor het behoud van de omvang en kwaliteit van het leefgebied voor het behoud van de populatie is een goede waterkwaliteit belangrijk en veel ruimte voor verlanding. Een vermestend en verzurend effect van een dergelijk lage dosis stikstof zal niet meetbaar zijn.
Deze toename zal daarom niet leiden tot een meetbare verandering in de vegetatiesamenstelling of tot het achterblijven van de verlanding, en daarmee geen significante verslechtering van de kwaliteit van het leefgebied opleveren. Bovendien is er op ca 85 % van de oppervlakte van het leefgebied geen stikstofknelpunt en/of geen planbijdrage. De toename van de stikstofdepositie zal geen effecten hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen behoud van de oppervlakte en van de kwaliteit voor behoud van de populatie.
7.3.6
Groenknolorchis Algemene beschrijving habitattype: zie paragraaf 6.3.8. Instandhoudingsdoelstelling: behoud omvang en kwaliteit voor behoud populatie Beschrijving van het voorkomen van habitattype in het Natura 2000-gebied In tabel 7.2 is aangegeven dat het habitattype H7140 Overgangs- en trilvenen (trilvenen) ook de standplaats kan zijn voor de habitatrichtlijnsoort groenknolorchis. De trend van de populatie is onbekend. De trend voor het leefgebied is negatief. De Groenknolorchis is zeer gevoelig voor verzuring, verruiging en vergrassing als gevolg van stikstofdepositie. Omschrijving planeffect en beoordeling effect stikstofdepositie Omdat significante gevolgen voor het habitattype H7140 zijn uitgesloten (zie paragraf 7.3.4), staat de planbijdrage ook de instandhoudingsdoelen voor de habitatrichtlijnsoort groenknolorchis, die gebonden is aan dit habitattype, niet in de weg. .
blad 42 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
8.
Cumulatie en conclusie Cumulatieonderzoek In voorliggende rapportage is voor de relevant bevonden habitattypen en habitatrichtlijnsoorten beoordeeld dat het plan op zichzelf met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen, ondanks een (geringe) bijdrage aan stikstofdepositie. Deze ecologische conclusie is alleen mogelijk in de volgende situaties: • •
de kwaliteit van het betreffende habitattype gunstig is en of sprake is van een positieve trend, ondanks de (veelal grote) overbelasting van de KDW; of stikstofdepositie niet het sturende knelpunt is voor de kwaliteit van de betreffende habitattypen.
Door deze ecologische conclusie alleen te trekken in bovenstaande situaties zal het plan ook in combinatie met andere plannen/projecten niet alsnog tot significante gevolgen leiden. De hoge stikstofbelasting die reeds aanwezig is, vormt immers geen belemmering voor de kwaliteit. Conclusie Passende beoordeling In de passende beoordeling (Arcadis, 2017) en de actualisatie is geconcludeerd dat – behoudens het mogelijk stikstofeffect – significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Om het stikstofeffect in beeld te brengen, zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Er is sprake van een (zeer geringe) stikstofbijdrage. Uit een ecologische analyse blijkt dat er sprake is van een planbijdrage ter plekke van drie Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen (Botshol, Oostelijke Vechtplassen en Naardermeer) die zich in een (deels) overbelaste of naderend overbelaste situatie bevinden. Voor deze habitattypen is een ecologische beoordeling uitgevoerd. Soorten die afhankelijk zijn van stikstofgevoelig leefgebied, zijn eveneens ecologisch beoordeeld. In een eerste stap van de ecologische beoordeling heeft een generieke analyse plaatsgevonden, die geldt voor alle betrokken Natura 2000-gebieden.
Daarbij is geconcludeerd dat de beperkte, toename van de stikstofdepositie geen effect heeft op het (kunnen) realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betreffende Natura 2000-gebieden, ongeacht welke trend er aanwezig zou zijn in de ontwikkeling van de achtergronddepositie. Met een ecologische beoordeling in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van elk beïnvloed Natura 2000-gebied en in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van dat Natura 2000-gebied, is vervolgens vastgesteld dat de conclusie die op grond van het eerste deel in algemene zin was getrokken (dat geen significante gevolgen optreden) ook geldt wanneer wordt gekeken naar de specifieke gegevens over de habitattypen en leefgebieden met een projectbijdrage in het relevante Natura 2000-gebied. Niet alle habitattypen en soorten zijn gevoelig voor stikstof. Daarnaast zijn er habitattypen, eventueel in specifieke omstandigheden/locaties, waarvoor geldt dat andere drukfactoren bepalend zijn voor het kunnen behalen en/of behouden van de gewenste kwaliteit en omvang van het habitattype. Zodoende leidt de bijdrage in stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen niet tot significante gevolgen. Met andere woorden: de instandhoudingsdoelstellingen die voor voorgenoemde Natura 2000-gebieden zijn gesteld, worden niet belemmerd door het stikstofeffecten van het planvoornemen.
Bovendien is een deel van het berekende en getoetste planeffect in de praktijk onderdeel van de achtergrondwaarde omdat dat verkeer ook in de huidige situatie aanwezig is gezien het huidige gebruik van de legakkers. Op basis van voorliggend rapport - in samenhang met de PB 2017 - is de zekerheid verkregen dat door het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.
blad 43 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
9.
Bronnen Van Dobben, H.F., R. Bobbink, D. Bal en A. van Hinsberg, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2397 2397. Ministerie van LNV, 2008. Natura 2000 profielendocument. Directie Kennis, Ede, Versie 1 september 2008. Provincie Noord-Holland, 2017. PAS Gebiedsanalyse 95 Oostelijke Vechtplassen (95). M16 L 20-06-2017_NH. Provincie Noord-Holland, 2017b.Naardermeer PAS-gebiedsanalyse (94). M16L 20-06-2017_NH. Provincie Noord-Holland, 2020. Natura 2000-beheerplan Naardermeer 2019-2025. Provincie Noord-Holland, 2022. Natura 2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen Planperiode 2022-2028. Provincie Noord-Holland, 2023. Natuurdoelanalyse Naardermeer, concept 30 maart 2023. Provincie Noord-Holland, 2023. Natuurdoelanalyse Oostelijke Vechtplassen, concept 30 maart 2023. Provincie Utrecht, 2016. Beheerplan 2016-2022 N2000-gebied Botshol. Provincie Utrecht, 2017. Natura 2000-gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Botshol (083). Oktober 2017. Provincie Utrecht, 2023. Natuurdoelanalyse Natura 2000 Botshol [83]. 26-03-2023. Eindversie. Smits, N.A.C. & D. Bal, 2014. Herstelstrategieën stikstofgevoelige habitats. Ecologische onderbouwing van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).
Deel I: Algemene inleiding herstelstrategieën: beleid, kennis en maatregelen. Alterra Wageningen UR & Programmadirectie Natura 2000 van het Ministerie van Economische Zaken. Steunpunt Natura 2000, 2010. Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. Versie 27 mei 2010. Tolkamp, G.W., C.A. van den Berg, G.J. Nabuurs & A.F. Olsthoorn, 2006. Kwantificering van beschikbare biomassa voor bioenergie uit Staatsbosbeheerterreinen. Alterra, Wageningen. Alterra-rapport 1380. Wamelink W., Van Dobben H., Van der Zee F., Van Hinsberg A., Bobbink R., 2023. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000; Herziening 2023. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3272.
Websites Adviezen - Ecologische Autoriteit https://www.natura2000.nl/gebieden/utrecht/botshol. https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-holland/oostelijke-vechtplassen. https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-holland/naardermeer. https://www.natura2000.nl/profielen (profieldocumenten van relevante habitattypen, habitat- en broedvogelsoorten). blad 44 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
https://www.natura2000.nl/meer-informatie/herstelstrategieen (herstelstrategieën van relevante habitattypen en habitatsoorten, in bijlage II ook info over stikstofgevoeligheid leefgebied habitat- en vogelrichtlijnsoorten). https://www.clo.nl/indicatoren/nl0189-stikstofdepositie. https://nutrinorm.nl/meststoffen/waarom-heeft-een-plant-stikstof-nodig/#.XR4CmGaP6fg.
blad 45 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bijlagen
blad 46 van 114
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 1: Kaarten stikstofdepositie Botshol In deze bijlage zijn kaarten van het Natura 2000-gebied Botshol opgenomen voor alle stikstofgevoelige habitattypen met een planbijdrage op minstens 1 overbelast hexagon: • H6510 Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) • H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) • H7120 Galigaanmoerassen Op de kaarten zijn de berekende planbijdragen (2025, ten opzichte van de huidige, planologisch legale, situatie) gevisualiseerd op het niveau van hexagonen.
blad 47 van 114
Waver
Waver
0.02
.02
0.02
0.02
.01
0.02 0.01
Kleine Wije
0.02 0.02
Groote Wije
Botshol
0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.01 Habitattype: Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0.02
Grens N2000-gebied Botshol Naderend overbelast[1] Niet overbelast[7] Overbelast[1]
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 1 Naderend overbelast: 1 Niet overbelast: 7
0
0,04
0,07
0.02
0.01
Habitattype: Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
↑ N
0,14 km
0.02 0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02 0.02 0.02
0.02
Waver
0.02 0.02
0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02
0.02 0.02
0.04 0.04 0.03 0.03
0.04 0.03
0.02 K l e i n e W0.02i j e 0.03 0.02
0.02
0.03 0.03
0.03 0.02
0.02
0.02 0.02
0.03
0.02 0.02
0.03 0.03
0.03
0.02
0.02
0.03 0.03
0.03 0.03
0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02
0.02
0.03
0.03
0.03
0.03 0.03
0.03
0.03
0.03 0.02
0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02
0.03 0.03
0.03
0.02
0.03
0.02
0.03
0.02
0.03 0.03
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.02
0.04 0.04 0.04
0.03
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02
0.03 0.02
0.02 0.02
0.02
Groote Wije
0.02 0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02 0.02 0.02 0.02
Waver
0.02
0.02 0.02
Habitattype: Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
0.02
Habitattype: Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.02 0.02
0.02
Niet overbelast: 0
0
0,15
0,3
↑ 0,6 km
N
0.04 0.03
0.02
0.04 0.03
0.02
0.04 0.03
0.04
0.03
0.04 0.04
0.03
0.03 0.02
Groote Wije 0.02
Naderend overbelast: 0
0.03
0.02
0.02
Overbelast: 139
Kleine Wije
0.03
0.02
0.02
Hexagonen met planbijdrage:
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
0.03
0.03 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.03 0.03
0.03
0.02
0.03
0.03
0.03
0.03
0.03
0.03
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
Overbelast[139]
0.02
0.02
0.02
Grens N2000-gebied Botshol
0.02
0.03
0.03
0.03
0.02
0.03
0.03
0.03
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.03
0.03
0.02
0.03
0.03
0.03
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.03 0.03
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02 0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
0.02
Waver 0.03 0.02 0.02
0.03 0.02
0.02
0.04 0.03
0.02
0.02
0.03
0.04
0.03 0.04
0.03
0.04 0.04
0.02 K l e i n e 0.02W i j0.03 e 0.03 0.03 0.03 0.04 0.03
0.03 0.03
0.03 0.03 0.02
0.04
0.03
0.03 0.03 0.02
0.04
0.03
0.03
0.04
0.03
0.03
0.04
G r 0.03 o o0.03 t e W i j e 0.04 0.04 0.04 0.03
0.03
0.04
0.03
0.05 0.04
0.02
0.03
0.04 0.03 0.03
0.04 0.04
0.05 0.05
0.04
0.02 0.03
0.02 0.02
0.02 0.02 0.02
0.03
0.04 0.04
0.03 0.03
0.04
0.03
0.03
0.04
G 0.03 roote Wije
0.03
0.04
0.03
0.04 0.03
0.04
0.03
0.03
0.03
Grens N2000-gebied Botshol
0.04
0.03 0.03
0.03
0.02
0.03
0.03
0.03
Habitattype: Galigaanmoerassen
0.04
0.03
Kleine Wije
0.04
0.04
0.03
0.03
0.02
0.03
0.04
0.02 0.02
Habitattype: Galigaanmoerassen
0.03
0.04
0.03 0.03
Naderend overbelast[7] Niet overbelast[49]
0.05 0.04
0.02
Overbelast[5]
0.04 0.03 0.04
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 5 Naderend overbelast: 7 Niet overbelast: 49
0
0,1
0,2
↑
0,4 km
N
0.05
0.04
0.03
0.05
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 2: Kaarten stikstofdepositie Oostelijke Vechtplassen In deze bijlage zijn kaarten van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen opgenomen voor de volgende stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden met een planbijdrage op minstens 1 overbelast hexagon: • H4010B Vochtige Heiden (laagveen) • H6410 Blauwgraslanden • H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) (ook groeiplaats voor groenknolorchis) • H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) (ook ZGH7140B) • H7210 Galigaanmoerassen • H91D0 Hoogveenbossen (ook ZGH91D0) • Lg05 Grote zeggenmoerassen (leefgebied voor de zeggenkorfslak) Op de kaarten zijn de berekende planbijdragen (2025, ten opzichte van de huidige, planologisch legale, situatie) gevisualiseerd op het niveau van hexagonen.
blad 48 van 114
0.01 0.01
0.01
Nigtevecht
0.01 0.01
0.01
Hilversumse M 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Ankeveen
Kortenhoef
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Nederhorst den Berg
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Nieuw-Loosdrecht 's-Graveland
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Vreeland
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Kortenhoef
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
en
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
Loenen aan de Vecht Oud-Loosdrecht
Habitattype: Hoogveenbossen
Nieuw-Loosdrecht
Habitattype: Hoogveenbossen Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen Naderend overbelast[9] Niet overbelast[328] Overbelast[21]
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 18 Naderend overbelast: 6 Niet overbelast: 157
0
0,5
1
2 km
↑ N
Maarssen
Westbroek
Molenpolder
N201
Zu we
H N201
Kortenhoef
ind ne e l Mo
il
v
e r
s u
m s
c h
K a Vree land n a sewe a l g Vreel andse weg
0.01
Kromme Rade
Nieuw-Loosdrecht
M o l e n e i n d nd ei len Mo
en
0.01 Habitattype: Vochtige heiden (laagveengebied) Habitattype: Vochtige heiden (laagveengebied) Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen
Kromme Rade
Overbelast[19]
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 1 Naderend overbelast: 0 Niet overbelast: 0
0
0,07
0,15
↑
0,3 km
N
Oud-L oos dre cht sed ijk
Vuntus
O ud - Lo
Munniksveen
Kortenhoefsche Plassen Oranjebuurt Groenehoeven
Kortenhoef Wijde Gat
0.01
Oud-Kortenhoef
0.01
0.01
Kortenhoef
0.01
De Rade 0.01
Kromme Rade N201
Nieuw-Loosdrecht
Haven
Moleneind
0.01
Kerkel
Vuntus Sportpark
Loenderveensche Plassen
en De Fiets boot va n Loosd rech t
Oud-Loosdrecht
Bomenbuu
Nieuw-Loosdrecht A
Habitattype: Blauwgraslanden
Bote
Habitattype: Blauwgraslanden Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen Overbelast[35]
Loosdrechtse Plassen
Boomhoek Muyeveld
Breukeleveenscheof Stille Plas
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Breukeleveen
Tienhoven
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 3 Naderend overbelast: 0 Niet overbelast: 0
0
0,38
0,75
Schildersbuu
↑ N
1,5 km
Oud-Maarsseveen
0.01 0.01
0.01 0.01
Hilversumse Meent
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
Kortenhoef
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
Ankeveen 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Nederhorst den Berg Nieuw-Loosdrecht
's-Graveland
0.01
0.01
Kortenhoef
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
en
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Habitattype: Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Habitattype: Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen
Oud-Loosdrecht
Naderend overbelast[30] Niet overbelast[73] Overbelast[71]
Nieuw-Loosdrecht
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 31 Naderend overbelast: 4 Niet overbelast: 5
0
0,5
1
↑
2 km
N
0.01 0.01
Nigtevecht 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
Hilversumse Meent
Kortenhoef
0.01 0.01 0.01
Ankeveen
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
Nederhorst den Berg
0.01 0.01
0.01
0.01
Nieuw-Loosdrecht
's-Graveland
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
Kortenhoef
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
Vreeland
0.01 0.01
0.01
en 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
Loenen aan de Vecht Oud-Loosdrecht
Habitattype: Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
Nieuw-Loosdrecht
Habitattype: Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen Overbelast[205]
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 33 Naderend overbelast: 0 Niet overbelast: 0
0
0,5
1
2 km
↑ N
Westbroek
Molenpolder
's-Graveland
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Kortenhoef 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
Kortenhoef
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
Nieuw-Loosdrecht
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
en
Oud-Loosdrecht
Nieuw-Loosdr
Habitattype: Galigaanmoerassen Habitattype: Galigaanmoerassen Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen Naderend overbelast[11] Niet overbelast[48] Overbelast[17]
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 14 Naderend overbelast: 10 Niet overbelast: 15
0
0,5
1
↑ N
2 km
Westbroek
Molenpolder
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Ankeveen
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Nederhorst den Berg
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Hilversumse Meent
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
Nieuw-Loosdrecht
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
Nigtevecht
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
Kortenhoef 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Kortenhoef
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
Vreeland
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
en
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
's-Graveland
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
Loenen aan de Vecht
Habitattype: Grote-zeggenmoeras
Oud-Loosdrecht
Habitattype: Grote-zeggenmoeras 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen
Nieuw-Loosdrecht
Naderend overbelast[37] Niet overbelast[2500] Overbelast[79]
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 66 Naderend overbelast: 26 Niet overbelast: 942
0
0,5
1
2 km
↑
Westbroek Molenpolder
N
Maarssen
A27
Loosdrechtse Plassen
Kromme Rade N201 0.01
Moleneind 0.01
Kortenhoef
0.01 0.01
Nieuw-Loosdrecht
Vuntus
Loenderveensche Plassen
De Fiets boot va n Loosd recht
Oud-Loosdrecht
en
Habitattype: Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) Habitattype: Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) Grens N2000-gebied Oostelijke Vechtplassen Overbelast[7]
Loosdrechtse Plassen
Boomhoek Muyeveld
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
Breukeleveenscheof Stille Plas
Breukeleveen
Hexagonen met planbijdrage: Overbelast: 2 Naderend overbelast: 0 Niet overbelast: 0
0
0,28
0,55
↑ N
1,1 km
Tienhoven
Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Aanvulling PB (actualisatie en aanvulling stikstofdepositie) projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 3: Kaarten stikstofdepositie Naardermeer In deze bijlage zijn kaarten van het Natura 2000-gebied Naardermeer opgenomen voor de volgende stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden met een projectbijdrage op minstens 1 overbelast hexagon: • H4010B Vochtige Heiden (laagveen) • H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) (ook groeiplaats voor habitatrichtlijnsoort groenknolorchis) • H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) (ook ZGH7140B) • H91D0 Hoogveenbossen • Lg05 Grote zeggenmoerassen (leefgebied voor de zeggenkorfslak) Op de kaarten zijn de berekende planbijdragen (2025, ten opzichte van de huidige, planologisch legale, situatie) gevisualiseerd op het niveau van hexagonen.
blad 49 van 114
Muiderberg
Muiderberg
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
Muiderberg
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
A1
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Hilversumse Meent
0.01 0.01
Bedrijvenpark Gooimeer-Noor
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
A1
0.01 0.01 0.01
Groote Meer
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
Spookgat
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01 0.01
Habitattype: Hoogveenbossen 0.01
Habitattype: Hoogveenbossen
0.01
0.01 0.01
0.01
Grens N2000-gebied Naardermeer
0.01
0.01 0.01
Naderend overbelast[15]
0.01
0.01
0.01
Overbelast[24]
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
Niet overbelast: 155
0
0,25
0,5
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
D
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
Naderend overbelast: 14
0.01 0.01
0.01
0.01
Overbelast: 23
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
Datum: 2024-11-19 AERIUS Versie: 2024.0.1_20241009_
0.01
Wijde of Bovenste Blik
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01 0.01
↑ 1 km
N
Na
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
Veertigmorgen
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
N236
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
0.01 0.01
0.01
0.01
0.01
Niet overbelast[262]
Hexagonen met planbijdrage:
0.01
Naardermeer
0.01 0.01
Hilversumse Meent
Muiderberg
M
0.01 0.01
Hilversumse Meent
0.01
Habitattype: Vochtige heiden (laagveengebied) Habitattype: Vochtige heiden (laagveengebied)
0.01
Grens N2000-gebied Naardermeer Overbelast[3]