Bijlage 1 - Was-wordt-tabel Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025
Tekst van het document
Jeugdstem voert dit vertrouwenswerk in de praktijk uit. Het college moet de jeugdige en/of zijn ouders tijdig informeren over de beschikbaarheid van een vertrouwenspersoon. Jeugdige en/of ouders moeten ingelicht worden over de ondersteuning die de vertrouwenspersoon kan verlenen en op welke plaats en tijdstippen de vertrouwenspersoon voor hen bereikbaar en beschikbaar is (artikel 4.1.3. Besluit
Ter verduidelijking ‘aanvraag te doen’ in plaats van ‘meldingsprocedure te doorlopen’ gehanteerd.
De Stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg – vertrouwenspersonen in de jeugdzorg (kortweg AKJ) is vanaf 1 maart 2023 verdergegaan onder de naam Jeugdstem.
hen bereikbaar en beschikbaar is (artikel 4.1.3. Besluit Jeugdwet).
Jeugdwet). Lid 6 De wet bepaalt dat toestemming nodig is voor het daadwerkelijk verlenen van jeugdhulp (zie artikelen 7.3.4, 7.3.5 en 7.3.15 van de Jeugdwet). Voor zover het gaat om jeugdhulp in de vorm van een geneeskundige behandeling (zoals jeugd-ggz), is deze toestemming geregeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). De WGBO maakt voor het starten van medische behandelingen onderscheid tussen drie leeftijdscategorieën. Dit zijn de minderjarigen jonger dan twaalf, de minderjarigen van twaalf tot en met vijftien en de minderjarigen van zestien jaar en ouder. Door de toestemming bij de start van de aanvraag goed te regelen, kan voorkomen worden dat later - op het moment dat de hulpverlening van start kan gaan – de jeugdhulpverlening niet gestart kan worden of dat toestemming alsnog geweigerd wordt. In deze bepaling is daarom geregeld van wie de toestemming nodig is bij een aanvraag voor jeugdhulp. Lid 7 Ontbreekt de vereiste toestemming bij de aanvraag, dan is sprake van een incomplete aanvraag. Op grond van artikel 4:5 Awb zal de aanvrager dan in de gelegenheid moeten worden gesteld om binnen een bepaalde termijn de aanvraag te voorzien van de vereiste toestemming. Komt die toestemming er niet, dan kan de aanvraag buiten behandeling gesteld worden (op grond van artikel 4:5 lid 1 onderdeel a Awb).
Weigert/Weigeren de wettelijke vertegenwoordiger(s) in te
Verplaatsing van artikel 7.
stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, en ook indien de minderjarige na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen. Indien een wettelijke vertegenwoordiger geen toestemming geeft voor het indienen van een aanvraag, kan dit betekenen dat deze wettelijk vertegenwoordiger ook geen toestemming gaat geven voor het verlenen van jeugdhulp na een besluit daartoe. De Jeugdwet biedt dan de mogelijkheid de toestemmingsvereiste voor de inzet van jeugdhulp buiten toepassing te laten in het geval jeugdhulp wordt ingezet in het kader van een machtiging gesloten jeugdhulp, of ter uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering (artikel 7.3.4 lid 1 Jeugdwet).
Artikel 4. Toegang jeugdhulp via derden Naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp, bestaat ook nog steeds de directe verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar de jeugdhulp (artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de wet). Dit laatste geldt zowel voor de vrij toegankelijke (algemene) voorzieningen als de niet vrij toegankelijke (individuele) voorzieningen. Met een dergelijke verwijzing kan de jeugdige rechtstreeks aankloppen bij een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder.
Bij het ontbreken van toestemming van een wettelijke vertegenwoordiger bij de aanvraag onderzoekt het college of toepassing van artikel 7.3.4 lid 1 Jeugdwet aan de orde is. Artikel 4. Toegang jeugdhulp via derden Naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp, bestaat ook nog steeds de directe verwijzingsmogelijkheid door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, Gecertificeerde Instelling en de jeugdstrafrechter naar jeugdhulp (artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g, van de wet). Dit laatste geldt zowel voor de vrij toegankelijke (algemene) voorzieningen als de niet vrij toegankelijke (individuele) voorzieningen. Met een dergelijke verwijzing kan de jeugdige rechtstreeks
Ter verduidelijking alle wettelijke bevoegde verwijzers conform de Jeugdwet correct gehanteerd.
In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld de jeugdpsychiater, de gezinswerker of orthopedagoog) zijn die na de verwijzing (stap 1) beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is. Deze bepaalt in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp. Deze aanbieder stelt dus feitelijk vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening dient te zijn en hij zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen vormen (stap 2). Uiteraard is de aanbieder hierbij gehouden aan de (kwaliteits-)eisen hetgeen volgt uit de contract- of subsidierelatie met de gemeente en uit deze verordening (bijvoorbeeld ten aanzien van welke voorzieningen vrij toegankelijk zijn en welke alleen met een besluit van de gemeente). De aanbieder moet voorafgaand aan de jeugdhulp aan de gemeente melden dat een kind is doorverwezen door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Het college legt het verlenen dan wel afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking. Zie ook de algemene toelichting en de toelichting bij artikel 2. Indien verwijzing plaatsvindt naar een niet-gecontracteerde aanbieder wordt verwacht dat deze snel, in ieder geval voor de start van de jeugdhulp, contact legt met de gemeente.
Dan is het aan de gemeente om te beoordelen of sprake is van een bijzondere situatie waarbij het zorgaanbod van de betreffende aanbieder passender is dan het reeds gecontracteerde aanbod. Is dat het geval en voldoet de zorgaanbieder aan dezelfde kwaliteitseisen als de gecontracteerde zorgaanbieders dan wordt een contract gesloten tegen maximaal het tarief van de gecontracteerde zorgaanbieders. Enkel bij verhuizing kan op basis van het woonplaatsbeginsel op dit laatste een uitzondering worden
aankloppen bij een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld de jeugdpsychiater, de gezinswerker of orthopedagoog) zijn die na de verwijzing (stap 1) beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is. Deze bepaalt in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp. Deze aanbieder stelt dus feitelijk vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening dient te zijn en hij zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen vormen (stap 2). Uiteraard is de aanbieder hierbij gehouden aan de (kwaliteits-)eisen hetgeen volgt uit de contract- of subsidierelatie met de gemeente en uit deze verordening (bijvoorbeeld ten aanzien van welke voorzieningen vrij toegankelijk zijn en welke alleen met een besluit van de gemeente). De aanbieder moet voorafgaand aan de jeugdhulp aan de gemeente melden dat een kind is doorverwezen door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, Gecertificeerde Instelling of de jeugdstrafrechter. Het college legt het verlenen dan wel afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking. Zie ook de algemene toelichting en de toelichting bij artikel 2.
Indien verwijzing plaatsvindt naar een niet-gecontracteerde aanbieder wordt verwacht dat deze snel, in ieder geval voor de start van de jeugdhulp, contact legt met de gemeente. Dan is het aan de gemeente om te beoordelen of sprake is van een bijzondere situatie waarbij het zorgaanbod van de betreffende aanbieder passender is dan het reeds gecontracteerde aanbod. Is dat het geval en voldoet de zorgaanbieder aan dezelfde kwaliteitseisen als de gecontracteerde zorgaanbieders dan wordt een contract gesloten tegen maximaal het tarief van de gecontracteerde
gemaakt. Het college maakt verder afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing plaatsvindt (artikel 2.7, vierde lid, van de wet). Deze afspraken dienen ertoe dat de gemeente haar regierol kan waarmaken. De afspraken zullen ook ingaan op hoe de verwijzende artsen en degenen die namens de gemeente betrokken zijn bij de gemeentelijke toegang op passende wijze van elkaar op de hoogte blijven met betrekking tot verwijzingen en behandelingen, zodat het streven van een integrale benadering zo goed mogelijk verwezenlijkt kan worden.
Hoofdstuk 3. Onderzoek en verslag Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren Stap – vast welke hulp in aard en omvang noodzakelijk is (…)
zorgaanbieders. Enkel bij verhuizing kan op basis van het woonplaatsbeginsel op dit laatste een uitzondering worden gemaakt. Het college maakt verder afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing plaatsvindt (artikel 2.7, vierde lid, van de wet). Deze afspraken dienen ertoe dat de gemeente haar regierol kan waarmaken. De afspraken zullen ook ingaan op hoe de verwijzende artsen en degenen die namens de gemeente betrokken zijn bij de gemeentelijke toegang op passende wijze van elkaar op de hoogte blijven met betrekking tot verwijzingen en behandelingen, zodat het streven van een integrale benadering zo goed mogelijk verwezenlijkt kan worden. Deze hoofdstuktitel is naar boven verplaatst. Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren Stap 3 – stel vast welke hulp in aard en omvang noodzakelijk is (…)
Nummer ontbrak.
Nieuw in te voegen: Artikel 5a. Eigen kracht Deze bepaling legt uit hoe een gemeente beoordeelt of een jeugdige en/of ouders in aanmerking komen voor jeugdhulp via een individuele voorziening. Het uitgangspunt is dat jeugdhulp pas wordt verstrekt als er geen andere oplossingen zijn binnen de eigen mogelijkheden, het sociale netwerk, of aanvullende verzekeringen. Alleen als dit geen mogelijkheid is of leidt tot overbelasting, kan een individuele voorziening worden verstrekt.
Toegevoegd naar aanleiding van eerder ingevoegde artikelen.
Artikel 5b. Vervoer Deze bepaling beschrijft de regels rondom het vervoer van een jeugdige naar een jeugdhulpaanbieder. Het uitgangspunt is dat ouders in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt als er een aantoonbare noodzaak is en de eigen mogelijkheden van ouders en jeugdige onvoldoende zijn. Artikel 5c. Vaktherapie Deze bepaling beschrijft de regels en voorwaarden rondom de inzet van vaktherapie. Het uitgangspunt is dat deze vorm van therapie altijd moet worden uitgevoerd door erkende professionals en vallen onder de verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Artikel 5d. Kinderopvang en buitenschoolse opvang Geen nadere toelichting. Artikel 5e. Dyslexie Deze bepaling beschrijft de verantwoordelijkheid van de gemeente onder de Jeugdwet voor het bieden van zorg aan kinderen met ernstige dyslexie (ED). Het uitgangspunt is dat de gemeente verantwoordelijk is voor het financieren van de benodigde zorg, zolang aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
Hoofdstuk 4. Aanvraag individuele voorziening
Hoofdstuk 4. Aanvraag individuele voorziening
Artikel 7. Aanvraag
Verplaatst boven artikel 11. Dit artikel is naar boven geplaatst, onder artikel 3. Artikel 7. Criteria individuele voorzieningen
Artikel 8. Criteria individuele voorzieningen
Cijfer is geactualiseerd.
Nieuw in te voegen: Artikel 8. Niet meewerken ouder(s) Dit artikel stelt regels over de medewerking van ouders en/ of jeugdigen bij het onderzoek naar de hulpvraag. Het legt vast welke consequenties het niet of onvoldoende meewerken kan hebben voor het verkrijgen van jeugdhulp. Artikel 10. Regels voor pgb Lid 6 Op basis van lid 6 is het mogelijk om de SVB te verzoeken om betalingen uit het pgb tijdelijk op te schorten, bijvoorbeeld in situaties waarbij de inwoner tijdelijk in het ziekenhuis is opgenomen of voor langere tijd in het buitenland verblijft. De voorziening hoeft dan niet direct te worden beëindigd, maar kan tijdelijk worden stopgezet. Artikel 11. Hoogte pgb In de verordening moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld (artikel 2.9, onderdeel c, van de Jeugdwet). Daarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn om de benodigde hulp in te kunnen kopen. Ook als de hulp wordt betrokken van het sociaal netwerk. In deze verordening wordt het pgbtarief voor informele hulp daarom vastgesteld op het wettelijk minimumloon (zie de toelichting bij lid 1). Voor de bepaling van het pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. Van formele hulp is, kortweg, sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep.
De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er). Van formele hulp is ook sprake als de hulpverlener een BIG of SKJ-registratie heeft. Hierop geldt één (belangrijke) uitzondering en dat is wanneer de hulpverlener een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e
Verplaatst naar artikel 13, lid 4. Lid 6 is in de tekst gewijzigd naar lid 4.
Artikel 11. Hoogte pgb In de verordening moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld (artikel 2.9, onderdeel c, van de Jeugdwet). Daarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn om de benodigde hulp in te kunnen kopen. Ook als de hulp wordt betrokken van het sociaal netwerk. In deze verordening wordt het pgbtarief voor informele hulp daarom vastgesteld op het wettelijk minimumloon (zie de toelichting bij lid 1). Voor de bepaling van het pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. Van formele hulp is, kortweg, sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er). Hierop geldt één (belangrijke) uitzondering en dat is wanneer de hulpverlener een bloedof aanverwant is in de 1e of 2e graad (o.a. (groot)ouders, broers, zussen en (adoptie)kinderen). Ook al gaat het om
Toegevoegd naar aanleiding van eerder ingevoegde artikelen.
Verplaatst naar artikel 13 conform eerdere wijzigingen.
Ter verduidelijking is bij formele hulp de BIG of SKJregistratie verwijderd, zodat de afbakening van formele en informele hulp scherper wordt.
graad (o.a. (groot)ouders, broers, zussen en (adoptie)kinderen). Ook al gaat het om een hulpverlener die bijvoorbeeld BIG-geregistreerd is en voldoet aan de criteria genoemd in lid 1 van deze bepaling; dan nog geldt dat in het kader van deze verordening als informele hulp. De achtergrond daarvan is dat ook familieleden met een zorg-gerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder. Dat is dan ook doorslaggevend voor het bijbehorende pgb-tarief. Informele hulp is derhalve alle hulp die geboden wordt door bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad, of door personen die niet beroeps of bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen. In de praktijk gaat het dan eigenlijk altijd om personen uit het sociaal netwerk.
een hulpverlener die voldoet aan de criteria genoemd in lid 1 van deze bepaling; dan nog geldt dat in het kader van deze verordening als informele hulp. De achtergrond daarvan is dat ook familieleden met een zorg-gerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder. Dat is dan ook doorslaggevend voor het bijbehorende pgb-tarief. Informele hulp is derhalve alle hulp die geboden wordt door bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad, of door personen die niet beroeps of bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen. In de praktijk gaat het dan eigenlijk altijd om personen uit het sociaal netwerk.
Lid 1. In deze bepaling is het tarief vastgelegd voor formele jeugdhulp, die dus voldoet aan alle kwaliteitseisen uit de Jeugdwet. Het tarief wordt bepaald aan de hand van de zorg in natura-tarieven, tenzij uit het budgetplan blijkt dat de hulp voor een lager tarief ingekocht kan worden. Dan mag uitgegaan worden van dit lagere tarief. Bij het inzetten van een pgb binnen het sociaal netwerk, kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Voor beide type overeenkomsten geldt sinds 1 januari 2018 de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). In deze bepaling is dan ook geregeld dat het informeel pgb-tarief wordt vastgesteld op minimaal het wettelijk minimumloon. De jeugdige of ouder kan daarmee te allen tijde aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen. Omdat het bij informele hulp vrijwel altijd gaat om hulp uit het sociaal netwerk, waarbij de hulp op de eerste plaats voortvloeit uit
Lid 1. In deze bepaling is het tarief vastgelegd voor formele jeugdhulp, die dus voldoet aan alle kwaliteitseisen uit de Jeugdwet. Het tarief wordt bepaald aan de hand van de zorg in natura-tarieven, tenzij uit het budgetplan blijkt dat de hulp voor een lager tarief ingekocht kan worden. Dan mag uitgegaan worden van dit lagere tarief. Bij het inzetten van een pgb voor het inkopen van informele ondersteuning, kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Voor beide type overeenkomsten geldt sinds 1 januari 2018 de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). In deze bepaling is dan ook geregeld dat het informeel pgbtarief wordt vastgesteld op minimaal het wettelijk minimumloon. De jeugdige of ouder kan daarmee te allen tijde aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen.
Ter verduidelijking is de link met sociaal netwerk en het pgb verwijderd en sociaal netwerk gewijzigd in informele ondersteuning.
de affectieve relatie, achten we een tarief op basis van het wettelijk minimumloon ook passend. (...) (...)
Hoofdstuk 5. Herziening en bestrijding misbruik
Hoofdstuk 4. Herziening en bestrijding misbruik Hoofdstukken hierna correct doornummeren.
(...)
Verplaatsing van artikel 10, lid 6 Artikel 13. Herziening, intrekking en terugvordering Lid 4 Op basis van lid 4 is het mogelijk om de SVB te verzoeken om betalingen uit het pgb tijdelijk op te schorten, bijvoorbeeld in situaties waarbij de inwoner tijdelijk in het ziekenhuis is opgenomen of voor langere tijd in het buitenland verblijft. De voorziening hoeft dan niet direct te worden beëindigd, maar kan tijdelijk worden stopgezet. Nieuw in te voegen: Artikel 14a. Rechtmatigheid en doelmatigheid Deze bepaling richt zich op het waarborgen van de rechtmatige en doelmatige inzet van maatwerkvoorzieningen en pgb’s. Het bevat concrete maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en om ervoor te zorgen dat de middelen effectief worden besteed. Nieuw in te voegen: Artikel 15a. Kwaliteitseisen Dit artikel richt zich op het waarborgen van de kwaliteit van voorzieningen en ondersteuning die door aanbieder worden geleverd in het kader van jeugdhulp. Het legt zowel verantwoordelijkheden vast voor de aanbieders als voor
Toegevoegd naar aanleiding van eerder ingevoegde artikelen.
het college om te zorgen dat de geboden hulp voldoet aan hoge standaarden. Nieuw in te voegen:
Hoofdstuk 6. Klachten en medezeggenschap Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Lid 4 en 5. In deze bepaling wordt het aan de raad overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. In gemeente De Ronde Venen geven de Jongeren Adviescommissie (JAC) en het Participatieplatform Sociaal Domein vorm aan de medezeggenschap.
Boven artikel 16 Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Lid 4 en 5. In deze bepaling wordt het aan de raad overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. In gemeente De Ronde Venen geven de Jongeren Adviescommissie (JAC) en de Adviescommissie Sociaal Domein vorm aan de medezeggenschap.
Ter verduidelijking hoofdstuktitel ingevoegd.
Het Participatieplatform Sociaal Domein heet inmiddels de Adviescommissie Sociaal Domein.