CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Was-wordt-tabel Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel verordeningen Wmo en Jeugdhulp 2025 (Akkoordstuk)12.186 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Overzicht wijzigingen op de Verordening Jeugdhulp 2020

1 Oud

2 Nieuw

3 Reden wijziging

Intitulé Verordening jeugdhulp De Ronde Venen 2020 De raad van de gemeente De Ronde Venen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel nr. 52/20); gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet; Besluit Vast te stellen de volgende verordening: Verordening jeugdhulp De Ronde Venen 2020

Intitulé Waar 2020 staat aanpassen naar 2025.

Jaartallen zijn geactualiseerd.

Hoofdstuk 1: Begrippen

Hoofdstuk 1: Begrippen

Artikel 1. Definities • 1.In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1. Definities • 1.In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Aanscherping van de afbakening tussen formele en informele ondersteuning.

(…)

(…)

o d. formele ondersteuning: ondersteuning geleverd door personen die:  i. (Bijvoorbeeld) werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan kwaliteitseisen zoals die ook gelden voor door de gemeente

o d. formele ondersteuning: ondersteuning geleverd door personen die:  i. Werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van de Jeugdwet, die voldoet aan kwaliteitseisen zoals die ook gelden voor door de gemeente gecontracteerde aanbieders en die beschikt over de

gecontracteerde aanbieders;  ii. Aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een Beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en de kwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet;  iii. Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.

relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken;  ii. Aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een Beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van de Jeugdwet, voldoen aan de kwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en die beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.  iii. Vervalt.

ii is ten behoeve van de gewenste duidelijke afbakening uitgebreid, waardoor iii kan vervallen.

(…) h.informele zorg: zorg die niet geleverd wordt door een zorgaanbieder maar door iemand uit het sociaal netwerk of door een vrijwilliger; k.ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;

m.sociaal netwerk: een bloed- of aanverwant of een persoon die deel uitmaakt van de sociale relaties van de

(…) h.informele zorg: zorg die niet voldoet aan het gestelde onder d. van dit artikel of die geleverd wordt door iemand uit het sociaal netwerk, een vrijwilliger of een eerste- of tweedegraads bloedverwant; k.ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder of gezinshuisouder; Nieuw ingevoegd: m.regiebehandelaar: Afhankelijk van de zorginstelling en de aard van de behandeling kan een regiebehandelaar een psychiater, klinisch psycholoog, GZ-psycholoog, psychotherapeut of een andere BIG-geregistreerde

Verduidelijkt dat ook gezinshuisouders niet als ouders kunnen worden gezien. Toegelicht wat er bedoeld wordt met het begrip regiebehandelaar.

persoon aan wie een pgb wordt verstrekt;

n.wet: Jeugdwet.

zorgverlener zijn, die de voortgang en samenhang van de ingezette hulpverlening bewaakt, waar nodig de ingezette hulpverlening bijstelt en de eindverantwoordelijkheid draagt. n.sociaal netwerk: een bloed- of aanverwant of een persoon die deel uitmaakt van de huiselijke kring of sociale relaties van de persoon; o.wet: Jeugdwet

Hoofdstuk 2. Jeugdhulp en toegang

Hoofdstuk 2. Jeugdhulp

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp

2.1Individuele voorzieningen De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:  a. Ambulante jeugdhulp

2Individuele voorzieningen De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:  a. Vervalt.

Onderdeel a. wordt ‘Begeleiding individueel en groep’ en vanaf hier doorgenummerd.  b. Begeleiding individueel en groep  c. Behandeling individueel en groep  d. Crisiszorg  e. Dyslexie (ED) Etc.

Hoofdstuk 2. Jeugdhulp en toegang

 a. Begeleiding individueel en groep  b. Behandeling individueel en groep  c. Crisiszorg  d. Ernstige Dyslexie (ED) Etc.

Hoofdstuk 3. Aanvraag, onderzoek en verslag

De link met pgb is hieruit verwijderd. Letter geactualiseerd.

De link met de toegang is hieruit verwijderd.

Ambulante Jeugdhulp kan een onderdeel zijn binnen de andere voorzieningen, bijvoorbeeld ‘Behandeling individueel en groep’.

Dyslexiezorg bij Ernstige Dyslexie valt onder de Jeugdwet. Ter verduidelijking en in lijn

Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de gemeente  1.Jeugdigen en/of ouders kunnen een behoefte aan jeugdhulp schriftelijk, telefonisch, mondeling of elektronisch aangeven bij de gemeente.  2.(…)  3.Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van: o a. Gratis clientondersteuning; o b. Een onafhankelijk vertrouwenspersoon; o c. De mogelijkheid om binnen 6 weken een familiegroepsplan op te stellen.  4.In spoedeisende gevallen beslist het college na het ontvangen van een hulpvraag onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek (artikel 5, deze verordening) en de aanvraag (artikel 7, deze verordening) van de jeugdige en/of zijn ouders. Het college kan een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp vragen als bedoeld in hoofdstuk 6.1.4.3 van de wet.

Het hoofdstuk ‘Onderzoek en verslag’ is naar voren gehaald en ‘aanvraag’ vanuit hoofdstuk 4 is toegevoegd.

met de hieronder vallende artikelen gebracht.

Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de gemeente  1.Jeugdigen en/of ouders dienen een aanvraag schriftelijk in bij het college met een daartoe vastgesteld (elektronisch) aanvraagformulier.  2.(...)  3.Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van: o a. Gratis cliëntondersteuning; o b. Een onafhankelijk vertrouwenspersoon; o c. De mogelijkheid om binnen 6 weken zelf een familiegroepsplan op te stellen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.  4.In spoedeisende gevallen zorgt het college dat de inwoner de hulp krijgt die nodig is. Het college kan dan afwijken van de normale procedure, als dat nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) hulp in afwachting van een onderzoek van het college: o a. Het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp. Nieuw in te voegen dan wel naar voren gehaald:  5.Als de inwoner een persoonlijk plan of familiegroepsplan heeft dan betrekt het college deze bij het gesprek.  6.Heeft de aanvraag betrekking op: o a.

Verduidelijkt is dat de Jeugdwet een ander aanvraagregime kent dan de Wmo.

Ingevoegd na advies van de Adviescommissie Sociaal Domein. Dit artikel is juridisch passend gemaakt ten aanzien van de handelwijze bij spoedeisende gevallen.

Lid 2 van artikel 7 is naar boven gehaald, omdat de inhoud ervan beter aansluit

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via derden  1.Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. De genoemde jeugdhulpaanbieder bepaalt welke inzet van jeugdhulp nodig is. Verwijzingen naar niet door

Een minderjarige die jonger is dan 12 jaar, dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar de toestemming van diens wettelijke vertegenwoordiger(s). o b. Een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar, maar nog niet die van 16 jaar heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de toestemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger(s). Is de minderjarige niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan behoeft de aanvraag de toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger(s). o c. Een minderjarige die ouder is dan 16 jaar, dan behoeft de aanvraag de toestemming van de minderjarige, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake en geen sprake is van jeugdhulp met verblijf. Het is essentieel ook met de wettelijk vertegenwoordiger(s) af te stemmen.  7.Weigert de wettelijke vertegenwoordiger(s) in te stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen. Artikel 4.

Toegang jeugdhulp via derden  1.Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of Gecertificeerde Instelling naar een door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. De genoemde jeugdhulpaanbieder bepaalt welke inzet van

bij dit hoofdstuk. Het gaat over de aanvraag van Jeugdhulp bij de gemeente, op wie dit betrekking heeft en welke verantwoordelijkheden dit met zich meebrengt.

Dit artikel is meer compleet gemaakt. In het kader van het Jeugdstrafrecht zijn er ook wettelijke verwijzers te benoemen. Na advies van de Jongeren Adviescommissie is de volgorde van de laatste

de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders worden niet door de gemeente verzorgd. 2.Bij in lid 1 genoemde beoordeling dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. 3.Het college kan nadere afspraken maken met de huisartsen, de medisch specialisten en de jeugdartsen over de verwijzing, zoals bedoeld in lid 1. 4.Het college legt het verlenen dan wel afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9.

Hoofdstuk 3. Onderzoek en verslag Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren  1.Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders zo spoedig mogelijk en voor zover nodig in het kader van de hulpvraag: o a. De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en/of zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; o b. Het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;

jeugdhulp nodig is. Verwijzingen naar door het college niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders worden niet door de gemeente toegekend.  2.Bij de in lid 1 genoemde beoordeling dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met het college heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie.  3.Het college kan nadere afspraken maken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en Gecertificeerde Instellingen over de verwijzing, zoals bedoeld in lid 1.  4.In het kader van het jeugdstrafrecht kan ook de rechter, het OM of de justitiële jeugdinrichting toegang geven tot jeugdhulp.  5.Het college legt het verlenen dan wel afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9. Dit hoofdstuk is naar boven verplaatst en artikel 5 sluit direct aan op artikel 4.

zin van lid 1 gewijzigd.

Artikel 5. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren  1.Het college onderzoekt de hulpvraag in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders volgens de volgende stappen: o a. Inventariseren van de hulpvraag; o b. Zorgvuldig onderbouwen van de onderliggende problematiek; o c. Vaststellen welke hulp in aard en omvang noodzakelijk is;

De Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) heeft een beoordelingskader gegeven voor het doen van een jeugdhulponderzoek. De CRvB geeft middels stappen aan hoe een onderzoek moet worden opgebouwd en deze stappen zijn verwerkt.

Verder kan het college ook afspraken maken met Gecertificeerde Instellingen over de verwijzing en dient het college zowel het verlenen dan wel het afwijzen vast te leggen in een beschikking.

o c. Het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; o d. De mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; o f. De mogelijkheden om een oplossing voor de hulpvraag te vinden door het inzetten van een algemene voorziening; o g. Hoe zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en/of zijn ouders; o h. Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; o i. Als de jeugdige en/of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek.  3.Bij het onderzoek wordt met de jeugdige en/of zijn ouders de meest passende vorm van zorg (ZIN of PGB) besproken. De jeugdige en/of zijn ouders wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.

o d. Onderzoeken van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht); o e. Onderzoeken of aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening; o f. Onderzoeken of een algemene voorziening passend is; o g. Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. o h. Vervalt. o i. Vervalt.

3.Aan het einde van het onderzoek wordt met de jeugdige en/of zijn ouders de meest passende vorm van financiering (ZiN of pgb) besproken. De jeugdige en/of zijn ouders wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.

(…) Nieuw in te voegen:

Verduidelijkt dat dit om een financieringsvorm gaat, en dat eerst het onderzoek plaatsvindt alvorens over deze vorm wordt besloten.

Verduidelijkt wie onder welke verantwoordelijkheid het advies mag uitbrengen

7.Het in het vijfde lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd of het BIGregister.  8.Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp uitvoert, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp en het daarop betrekking hebbende besluit neemt. Nieuw in te voegen: Artikel 5a. Eigen kracht  1.Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf aantoonbaar geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: - gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders; - bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan; - de ondersteuning vanuit het sociale netwerk; - het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. 

en hoe de onafhankelijkheid bij het advies gewaarborgd wordt.

Dit artikel is ingevoegd na de uitspraken van de CRvB van 29 mei 2024 waarin geoordeeld is dat gemeenten in hun verordeningen het begrip ‘eigen kracht’ verder uit moeten werken, omdat het enkel verwijzen naar een richtlijn in een bijlage of andere documenten voor een begripsdefinitie niet voldoende is. Volgens de Jeugdwet hoeven gemeenten geen jeugdhulp in te zetten als de ouders zelf een oplossing kunnen bieden voor de hulpvraag. Dit wordt verstaan onder ‘eigen kracht’.

2.Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.  3.Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: o a. De leeftijd van de jeugdige; o b. De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft; o c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; o d. De mate van planbaarheid van de hulp; o e. 

De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige.  4.Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.  5.Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband

zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.  6.Bij de beoordeling in langdurige situaties maakt het college een afweging rekening houdend met de volgende factoren: o a. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; o b. De mate van planbaarheid van de hulp; o c. Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders; o d. De manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige; o e. Vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond); o f. Of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden; o g. Welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen; o h. Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen; o i. De woonsituatie; o j. De samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke

stiefouder of niet); o k. Is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; o l. Overige individuele omstandigheden die door de jeugdige en ouders worden ingebracht.  7.Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.  8.Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: - Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. - Als de overbelasting komt door spanningen vanuit het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. - Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. - Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht.

-

Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. - Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.  9.Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.  10.Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. Nieuw in te voegen: Artikel 5b. Vervoer  1.Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder.  2.Een vervoersvoorziening wordt alleen toegekend als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van deze voorziening.  3.Het college beschouwt een aantal keer per week zelf rijden in ieder geval als behorend tot de eigen

Er was nog niet eerder een artikel dat specifiek ingaat op Jeugdwetvervoer en de verantwoordelijkheid van ouders hierin, dat is hiermee toegevoegd. Dit is tevens in lijn met de Model Verordening Jeugdhulp van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) van 3

mogelijkheden. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering hiervan.  4.Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt.  5.Het college beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor vervoer op zich te nemen.  6.Indien naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waardoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend. Nieuw in te voegen: Artikel 5c. Vaktherapie  1.Vaktherapie is een non-verbale behandelvorm die uitgaat van doen en ervaren. Vaktherapie is de overkoepelende naam voor de volgende vaktherapeutische disciplines: o a. Beeldende therapie; o b. Danstherapie; o c. Dramatherapie; o d. Muziektherapie; o e. Psychomotorische therapie; o f.

december 2024.

In lijn met de Hervormingsagenda Jeugd en de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024 meer concrete handvatten in welke gevallen vaktherapie ingezet kan worden vanuit de Jeugdwet.

Psychomotorische kindertherapie; en o g. Speltherapie.  2.Vaktherapie wordt uitgevoerd door een vaktherapeut. Dat is een professional die een erkende opleiding op HBO/master niveau voor vaktherapie heeft volbracht. Een erkende opleiding is een door de NVAO geaccrediteerde opleiding, een door de desbetreffende beroepsverenigingen voor vaktherapeutische beroepen (aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen) erkende bachelor of masteropleiding in een van de vaktherapeutische beroepen of een door de beroepsverenigingen erkende buitenlandse bachelor of masteropleiding.  3.Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de wet als naar het oordeel van het college sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief beschikbaar is.  4.Vaktherapie kan alleen worden ingezet onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar.  5.Het maximaal aan uren behandeling dat vergoed wordt door de gemeente is 20. Als ouders aanvullend verzekerd zijn, dan moet het maximaal aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van het maximale aantal uren dat voor deze behandeling kan worden geïndiceerd. Nieuw in te voegen: Artikel 5d. Kinderopvang en buitenschoolse opvang Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. Nieuw in te voegen:

In lijn met de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024 dit artikel toegevoegd. In lijn met de Model

Artikel 6. Ondersteuningsplan Het college geeft de jeugdige en/of zijn ouders (en/of verzorgers) een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Deze uitkomsten worden opgenomen in het ondersteuningsplan. Na ondertekening van de jeugdige en/of zijn ouders (en/of verzorgers) wordt het plan vastgesteld. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders (en/of verzorgers) worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd.

Hoofdstuk 4. Aanvraag individuele voorziening Artikel 7. Aanvraag 1. Jeugdigen en/of ouders kunnen een aanvraag voor een individuele voorziening schriftelijk indienen bij de gemeente. Het college neemt een besluit

Artikel 5e. Dyslexie  1.Dyslexiezorg voor jeugdigen in de leeftijd van 7 tot en met 13 jaar met Ernstige Dyslexie (ED), valt onder de wet, mits de jeugdige op de basisschool zit.  2.Voor vergoede dyslexiezorg geldt dat deze alleen toegankelijk is voor de jeugdige nadat de gemeente op basis van het advies van de Poortwachter dyslexie van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Passenderwijs heeft besloten om de aangevraagde zorg toe te kennen.  3.De Poortwachter dyslexie toetst op basis van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0 en/of recente inzichten op gebied van dyslexiezorg of diagnostiek dan wel de behandeling van Ernstige Dyslexie nodig is. Artikel 6. Ondersteuningsplan Het college bespreekt met en verstrekt aan de jeugdige en/ of zijn ouders (en/of verzorgers) een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Deze uitkomsten worden opgenomen in het ondersteuningsplan. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders (en/of verzorgers) worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd. De titel van hoofdstuk 4 is komen te vervallen en ingevoegd in hoofdstuk 3. Artikel 7. Aanvraag Hier vervallen en verplaatst naar artikel 3. De hierop volgende artikelen en hoofdstukken zijn correct doorgenummerd.

Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024 dit artikel toegevoegd.

Dit artikel is tekstueel aangepast. Met het bespreken van het ondersteuningsplan met de jeugdige en/of zijn ouders zet het college zich ervoor in dat zij de uitkomsten van het onderzoek hebben begrepen.

binnen een termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag en bevestigt dit schriftelijk. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a. [vervallen] b. Een door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend ondersteuningsplan of getekend pgb plan als bedoeld in artikel 6 van deze verordening. 2. Heeft de aanvraag betrekking op: a. Een minderjarige die jonger is dan 12 jaar, dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar de toestemming van diens wettelijke vertegenwoordiger(s) b. Een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar, maar nog niet die van 16 jaar heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de toestemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger(s). Is de minderjarige niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan behoeft de aanvraag de toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger(s). c. Een minderjarige die ouder is dan 16 jaar, dan behoeft de aanvraag de toestemming van de minderjarige, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Het is essentieel ook met de wettelijk vertegenwoordiger(s) af te stemmen. 3. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger(s) in te stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de minderjarige te

voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen. Artikel 8. Criteria individuele voorzieningen (..)

Artikel 7. Criteria individuele voorzieningen  1.Een jeugdige en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat: o a. De jeugdige en/of zijn ouders jeugdhulp nodig hebben in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, en; o b. Voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, en; o c. Gebruikmaken van een algemene voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen, en; o d. De jeugdige en/of zijn ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de ondersteuningsvraag te beantwoorden.  2.Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.  3.Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening of interventie wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en

Dit artikel is aangescherpt door de leden 2 tot en met 5 toe te voegen. Hiermee wordt een afbakening tussen jeugdhulp die noodzakelijk is ten opzichte van jeugdhulp die niet bewezen effectief is beoogd. Dit is in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd en de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024.

(..)

Artikel 9. Inhoud beschikking - Lid 2 onderdeel a: Welke de te verstrekken voorziening is, wie de

nooit met een bewezen niet effectieve interventie. Het college kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen Jeugdhulp en GGZ standaarden.  4.Het college kan in nadere regels vaststellen welke voorzieningen aantoonbaar niet effectief zijn.  5.In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of ouder niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening. Nieuw in te voegen: Artikel 8. Niet meewerken ouder(s)  1.De ouder(s) en/of jeugdige zijn verplicht om, binnen hun mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op de doelmatige inzet van jeugdhulp.  2.Als de ouder(s) en/of jeugdige naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerken, kan de omvang van de benodigde ondersteuning niet worden vastgesteld en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken. Artikel 9. Inhoud beschikking - Lid 2 onderdeel a: Welke de te verstrekken voorziening is, wie de

Ter verduidelijking dat voor het verkrijgen van een indicatie medewerking van betrokkenen is vereist.

Dit artikel is aangescherpt door ook de beoogde hulpverleningsdoelen expliciet te benoemen.

jeugdhulp gaat bieden en wat het beoogde resultaat daarvan is; - Lid 3 onderdeel a: Voor welk resultaat het pgb moet worden toegekend;  4.Bij aanwezigheid van een budgetplan, zoals bedoeld in artikel 10, onder lid 1, van deze verordening, maakt deze onderdeel uit van de beschikking. Artikel 10. Regels voor pgb - Lid 2 onderdeel b: Kosten voor het voeren van een pgb-administratie onderdeel d: Kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.

-

jeugdhulp gaat bieden, aan welke doelen gaat worden gewerkt en wat het beoogde resultaat is; Lid 3 onderdeel a: Voor welk resultaat en welke doelen het pgb moet worden toegekend; 4.Een budgetplan, zoals bedoeld in artikel 10, onder lid 1, van deze verordening, maakt onderdeel uit van de beschikking.

Artikel 10. Regels voor pgb - Lid 2 onderdeel b: Kosten voor het voeren van een pgb-administratie, zoals telefoonkosten en de kosten voor het aanvragen van een VOG; onderdeel d: Kosten voor een feestdagenuitkering, een eenmalige uitkering en reiskosten van de hulpverlener. Nieuw in te voegen: onderdeel e: Kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; onderdeel f: Kosten voor vervoer als de jeugdige op grond van artikel 5b naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;

In lijn met de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024 zijn kosten die -zonder toestemming van het college- worden gemaakt in het buitenland en de kosten voor de aanvraag van een VOG toegevoegd aan de uit te sluiten kosten bij het pgb. Daarnaast zijn de reiskosten toegevoegd. Dit om te zorgen dat geld voor zorg ook daadwerkelijk aan zorg wordt besteed.

onderdeel g: Kosten voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp). -

6.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de jeugdige en/of zijn ouders het pgb in die periode anders ten onrechte kunnen inzetten. Artikel 11. Hoogte pgb - Lid 1 Onderdeel c: Voor informele ondersteuning geboden door het sociaal netwerk geldt voor de ondersteuningsvormen begeleiding en persoonlijke verzorging een tarief van maximaal 50% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. De tarieven hebben een max van € 20,- per uur voor begeleiding individueel en persoonlijke verzorging, € 25,- per dagdeel voor begeleiding groep en € 50,- per etmaal voor kortdurend verblijf. (..) 

Lid 4 Nieuw in te voegen: onderdeel d: De persoon die met het pgb betaald wordt, beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. Ouder(s) zijn uitgesloten van deze eis. 6.Verplaatst naar de handhavingsbepalingen.

Artikel 11. Hoogte pgb - Lid 1 Onderdeel c: Voor informele ondersteuning geldt voor de ondersteuningsvormen begeleiding en persoonlijke verzorging een tarief van maximaal 50% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. De tarieven zijn terug te vinden in de nadere regels.

Nieuw in te voegen:

In lijn met de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024 is dit onderdeel ingevoegd.

Ter verduidelijking verplaatst naar artikel 13.

Hier is de link tussen sociaal netwerk en pgb verwijderd, in lijn met hoofdstuk 1, artikel 1, lid h. De tarieven zijn verplaatst naar de nadere regels nar aanleiding van het advies van de Adviescommissie Sociaal Domein. Ter verduidelijking dat de pgb-uitvoerder voldoende

Hoofdstuk 5. Herziening en bestrijding misbruik

3.Hulp waarbij het essentieel is dat voldoende professionele afstand wordt bewaard kan niet verleend worden door een informele hulpverlener.

professionele afstand moet kunnen bewaren voor zover de inhoud van de hulp dit vereist.

Hoofdstuk 4. Herziening en bestrijding misbruik De hoofdstukken hierna doornummeren.

Artikel 12. Controle (…)

Artikel 13. Herziening, intrekking en terugvordering  1.Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.

Artikel 12. Controle Nieuw in te voegen:  2.Zowel formele als informele zorgverleners dienen volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de gemeente (of daartoe aangewezen derden) op kwaliteit en op rechtmatigheid. Artikel 13. Herziening, intrekking en terugvordering  1.Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. Nieuw in te voegen:  4.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de jeugdige en/of zijn ouders het pgb in die periode anders ten onrechte kunnen inzetten. Nieuw in te voegen:

In lijn met de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024.

Taaltechnische aanpassing.

Was oorspronkelijk artikel 10, verplaatst naar artikel 13 ter verduidelijking.

In lijn met de eerste

Artikel 14a. Rechtmatigheid en doelmatigheid Het college treft de nodige maatregelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte maatwerkvoorzieningen en pgb’s te waarborgen en fraude te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval:  1.Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen;  2.Het college verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij aanbieders die een subsidie- of contractrelatie met het college van De Ronde Venen onderhouden;  3.Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;  4.Het college beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties;  5.Het college bezoekt cliënten en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning;  6.Het college monitort het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen;  7.Het college voert een grondige toets aan de

voorkant uit bij de verstrekking van een pgb op:

domeinoverstijgende maatregel (D1) vanuit het rapport Berenschot is dit artikel toegevoegd.

-

Artikel 15. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

de regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen; - de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt te overleggen pgb-plan, mede met het oog op de te bereiken resultaten; - de kwaliteit van de door de cliënt in te schakelen hulpverlener. Artikel 15. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

Nieuw in te voegen: De volgende onderdelen van lid 1: o f. Cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; o g. Cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; o h. Kosten voor indexering. Nieuw in te voegen:  2.Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.

Dit artikel is (verplicht) conform de AMvB (artikel 2.3 eerste lid Uitvoeringsbesluit Jeugdwet) aangevuld met de kostprijselementen (f, g en h).

In lijn met de Model Verordening Jeugdhulp van de VNG van 3 december 2024.

3.Het eerste en het tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten. Nieuw in te voegen: Artikel 15a. Kwaliteitseisen  1.De aanbieders van een voorziening en de voorziening zelf voldoen aan de kwaliteitseisen die daaraan op grond van de wet en in hun branche worden gesteld.  2.Voor zover er sprake is van een keurmerk voor de branche waarbinnen de aanbieder in het kader van een overeenkomst met het college opereert, draagt het college er zorg voor dat het alleen aanbieders contracteert die beschikken over dit keurmerk of vergelijkbare kwaliteitseisen.  3.Het college draagt er zorg voor dat indien een aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, deze er als hoofdaanbieder verantwoordelijk voor is dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die het college aan de ondersteuning stelt.  4.Het college draagt er zorg voor dat de aanbieder er zorg voor draagt dat de door hem ingeschakelde medewerkers en vrijwilligers voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen.

 5.Het college onderzoekt periodiek en steekproefsgewijs de kwaliteit van de door de aanbieder geboden ondersteuning. 

In lijn met de eerste domeinoverstijgende maatregel (D1) vanuit het rapport Berenschot is dit artikel toegevoegd.

6.Het college kan aan hulpverleners die werken op basis van een pgb eisen stellen die aansluiten bij de eisen die aan aanbieders worden gesteld, teneinde de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van de te leveren ondersteuning te waarborgen. Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid  4.De raad stelt een verordening vast voor de Adviescommissie Sociaal Domein en een verordening voor de Jongeren Adviescommissie (JAC) ter uitvoering van het tweede en derde lid. Artikel 19. Intrekking oude verordening en overgangsrecht - Op de plekken waar 2020 staat: aanpassen naar 2025 - Op de plekken waar 2017 staat: aanpassen naar 2020 - Op de plekken waar De Jeugdverordening De Ronde Venen staat: aanpassen naar Verordening jeugdhulp De Ronde Venen 

Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid  4.De raad stelt een verordening vast voor het Participatieplatform en een verordening voor de Jongeren Adviescommissie (JAC) ter uitvoering van het tweede en derde lid. Artikel 19. Intrekking oude verordening en overgangsrecht  1.Op het moment van inwerkingtreding van deze “Verordening jeugdhulp De Ronde Venen 2020”, wordt De Jeugdverordening De Ronde Venen 2017 gelijktijdig ingetrokken.  2.Een jeugdige en/of zijn ouders houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Jeugdverordening De Ronde Venen 2017, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.  3.Aanvragen die zijn ingediend onder de Jeugdverordening De Ronde Venen 2017 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Jeugdverordening De Ronde Venen 2017.  4.Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Jeugdverordening De Ronde Venen 2017, wordt beslist met inachtneming van de Jeugdverordening De Ronde Venen 2017. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel  1.Deze verordening wordt aangehaald als

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel - Lid 1: 2020 aanpassen naar 2025

Het Participatieplatform Sociaal Domein heet inmiddels de Adviescommissie Sociaal Domein. Jaartallen zijn geactualiseerd. Titel is eveneens geactualiseerd.

Jaartallen zijn geactualiseerd.

“Verordening jeugdhulp De Ronde Venen 2020”.

Toelichting verordening jeugdhulp De Ronde Venen 2020

Toelichting verordening jeugdhulp De Ronde Venen 2025

(…)

(…)

Algemene voorzieningen en individuele voorzieningen In de verordening is onderscheid gemaakt tussen algemene (vrij toegankelijke) en individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Voor een deel van de hulpvragen zal volstaan kunnen worden met een algemene voorziening. Hier kunnen de jeugdige en/of zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige en/of zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de jeugdhulpaanbieder wenden. Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg. Voor deze niet vrij toegankelijke vormen van hulp zal eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige en/of zijn ouders deze hulp daadwerkelijk nodig hebben. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. In deze verordening zijn de beschikbare algemene en individuele voorzieningen uitgewerkt in artikel 2.

Algemene voorzieningen en individuele voorzieningen In de verordening is onderscheid gemaakt tussen algemene (vrij toegankelijke) en individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Voor een deel van de hulpvragen zal volstaan kunnen worden met een algemene voorziening. Hier kunnen de jeugdige en/of zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben. De jeugdige en/of zijn ouders kunnen zich voor deze jeugdhulp dus rechtstreeks tot de organisatie wenden. Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg. Voor deze niet vrij toegankelijke vormen van hulp zal eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige en/of zijn ouders deze hulp daadwerkelijk nodig hebben. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. In deze verordening zijn de beschikbare algemene en individuele voorzieningen uitgewerkt in artikel 2.

(…)

(…)

Toeleiding naar de jeugdhulp De toeleiding naar jeugdhulp kan op verschillende manieren plaatsvinden, te weten:  Via de gemeente  Via de gecertificeerde instellingen, rechter, OM of justitiële

Toeleiding naar de jeugdhulp De toeleiding naar jeugdhulp kan op verschillende manieren plaatsvinden, te weten:  Via de gemeente  Via de Gecertificeerde Instelling, rechter, OM of justitiële

Jaartallen zijn geactualiseerd.

Verduidelijkt dat ouders en/of zijn ouders zich rechtstreeks tot een organisatie kunnen wenden in plaats van tot een jeugdhulpaanbieder.

jeugdinrichting (JJI)  Na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts  Via Veilig Thuis

jeugdinrichting (JJI) in het kader van het jeugdstrafrecht  Na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts  Vervallen

(…)

(…)

Toegang via de huisarts, de jeugdarts of medisch specialist De Jeugdwet regelt dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. In de praktijk zullen de huisarts, medisch specialist en jeugdarts meestal verwijzen naar een van de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht. De jeugdhulpaanbieder beoordeelt vervolgens op basis van zijn professionele autonomie welke passende voorziening nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang de voorziening nodig is (de duur). Daarbij dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van zijn contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn vastgelegd in deze verordening.

Toegang via de huisarts, de jeugdarts of medisch specialist De Jeugdwet regelt dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. In de praktijk zullen de huisarts, medisch specialist en jeugdarts verwijzen naar een van de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht. De jeugdhulpaanbieder beoordeelt vervolgens op basis van zijn professionele autonomie welke passende voorziening nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang de voorziening nodig is (de duur). Daarbij dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van zijn contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn vastgelegd in deze verordening.

Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting (…)

Toegang via de Gecertificeerde Instelling, de rechter, het Openbaar Ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht (…)

Taaltechnische aanpassingen, tevens doorgevoerd in de tekst onder dit kopje.

Toegang via Veilig Thuis Ten slotte vormt ook Veilig Thuis een toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Veilig Thuis geeft advies over

Toegang via Veilig Thuis Vervalt

Veilig Thuis is geen wettelijke verwijzer naar de Jeugdhulp.

Veilig Thuis is geen wettelijke verwijzer naar de Jeugdhulp.

Verduidelijkt dat de huisarts, jeugdarts of medisch specialist in de regel verwijzen naar door de gemeente gecontracteerde Jeugdhulp.

vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling, onderzoekt indien nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling, motiveert zo nodig ouders tot accepteren van jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening.

Hoofdstuk 1: Begrippen

Hoofdstuk 1: Begrippen

Artikel 1: Definities Lid 1 onder f: hulpvraag De hulpvraag is het eerste contact van jeugdige en ouders met het college om aan te geven dat zij behoefte hebben aan jeugdhulp. Dit is dus geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Na een hulpvraag kan een aanvraag om een individuele voorziening volgen. Dit hoeft echter niet. Bijvoorbeeld als uit het onderzoek blijkt dat de hulpvraag en het probleem op een andere manier kan worden opgelost. Lid 1 onder i: ouders Lid 1 onder j: jeugdhulpaanbieder Lid 1 onder k: jeugdhulpverlener Lid 1 onder l: persoonsgebondenbudget (pgb) Lid 1 onder m: sociaal netwerk Lid 1 onder n: wet

Artikel 1: Definities Lid 2 onder f: hulpvraag De hulpvraag is het eerste contact van jeugdige en ouders met het college om aan te geven dat zij behoefte hebben aan jeugdhulp. Dit is een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Hoofdstuk 2. Jeugdhulp en toegang

Hoofdstuk 2. Jeugdhulp

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.9, onder a, van de wet, op grond waarvan de gemeente verplicht is bij verordening regels te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene jeugdhulpvoorzieningen. Uit de memorie van toelichting op de wet (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3) komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.9, onder a, van de wet, op grond waarvan de gemeente verplicht is bij verordening regels te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene jeugdhulpvoorzieningen. Uit de memorie van toelichting op de wet (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3) komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van

Verduidelijkt is dat de Jeugdwet een ander aanvraagregime kent dan de Wmo.

Correcties op volgorde, in lijn met (eerdere aanpassingen van) artikel 1 van hoofdstuk 1 van de verordening. Lid 1 onder i: jeugdhulpaanbieder Lid 1 onder j: jeugdhulpverlener Lid 1 onder k: ouder(s) Lid 1 onder l: persoonsgebondenbudget (pgb) Lid 1 onder m: regiebehandelaar Lid 1 onder n: sociaal netwerk Lid 1 onder o: wet Gehanteerde letter voor vervoer geactualiseerd en ter verduidelijking het begrip ‘andere wettelijke bevoegde verwijzers conform de Jeugdwet’ gehanteerd.

het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente. Het begrip 'voorziening' is een lastig te vatten begrip. De wetgever waagt zich dan ook niet aan een definitie, maar geeft wel in de memorie van toelichting aan dat de door de gemeente te treffen voorziening zowel een algemene, vrij toegankelijke voorziening kan zijn als een individuele voorziening. Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. Voor de niet vrij toegankelijke vormen van ondersteuning zal door de gemeente of door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts en de jeugdhulpaanbieder eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige deze ondersteuning daadwerkelijk nodig heeft. Het college van burgemeester en wethouders stelt bij nadere regels concreet vast welke algemene en individuele voorzieningen ter beschikking worden gesteld. Deze structuur maakt het eenvoudiger om aanpassingen door te voeren in het voorzieningenaanbod, zodat vlot ingespeeld kan worden op maatschappelijke behoeften. Bij artikel 2.1 (lid m) ‘vervoer’ gaat het om vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, zoals omschreven in de wet.

Jeugdhulp kan ook geboden worden door landelijk gecontracteerde jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie binnen de kaders van de door de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten afgesloten raamcontracten (landelijke individuele voorzieningen).

het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente. Het begrip 'voorziening' is een lastig te vatten begrip. De wetgever waagt zich dan ook niet aan een definitie, maar geeft wel in de memorie van toelichting aan dat de door de gemeente te treffen voorziening zowel een algemene, vrij toegankelijke voorziening kan zijn als een individuele voorziening. Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. Voor de niet vrij toegankelijke vormen van ondersteuning zal door de gemeente of andere wettelijk bevoegde verwijzers conform de Jeugdwet eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige deze ondersteuning daadwerkelijk nodig heeft. Het college van burgemeester en wethouders stelt bij nadere regels concreet vast welke algemene en individuele voorzieningen ter beschikking worden gesteld. Deze structuur maakt het eenvoudiger om aanpassingen door te voeren in het voorzieningenaanbod, zodat vlot ingespeeld kan worden op maatschappelijke behoeften. Bij artikel 2.1 (lid l) ‘vervoer’ gaat het om vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, zoals omschreven in de wet.

Jeugdhulp kan ook geboden worden door landelijk gecontracteerde jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie binnen de kaders van de door de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten afgesloten raamcontracten (landelijke individuele voorzieningen).

Hoofdstuk 3. Aanvraag, onderzoek en verslag Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de gemeente Deze en volgende bepalingenregelen de toegang tot jeugdhulp. Deze bepalingen zijn opgenomen om een

Het hoofdstuk ‘Onderzoek en verslag’ is naar voren gehaald en ‘aanvraag’ vanuit hoofdstuk 4 is toegevoegd. Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de gemeente Deze en volgende bepalingen regelen de toegang tot jeugdhulp. Deze bepalingen zijn opgenomen om een

zorgvuldige procedure te waarborgen. Het college is daarbij verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en bevoegd om de toegang tot jeugdhulp te verlenen op grond van de wet. In de praktijk zal het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp niet zelf uitvoeren, maar mandateren aan deskundigen. Ook op andere plaatsen in dit hoofdstuk en in de wet waar “het college” staat, kan het college deze bevoegdheid mandateren. Voor het verkrijgen van een individuele voorziening geldt de in artikelen 3 tot en met 7 (of artikel 10 als betrokkene een pgb wenst) beschreven procedure. Bij het onderzoek ter beoordeling van een aangemelde hulpvraag (artikel 5) zal in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders in de eerste plaats gekeken worden naar hun behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren en kan bijvoorbeeld alsnog worden verwezen naar een algemene jeugdhulpvoorziening in plaats van, of naast, mogelijke toekenning van een individuele voorziening. Een jeugdige of ouders die een beroep willen doen op een algemene voorziening kunnen hier ook direct naartoe, zonder de meldingsprocedure te doorlopen. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) is ervoor verantwoordelijk dat jeugdigen en hun ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijk vertrouwenspersoon (artikel 1a. 1 Jeugdwet).

Het Adviesen Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) voert dit vertrouwenswerk in de praktijk uit. Het college moet de jeugdige en/of zijn ouders tijdig informeren over de beschikbaarheid van een vertrouwenspersoon. Jeugdige en/of ouders moeten ingelicht worden over de ondersteuning die de vertrouwenspersoon kan verlenen en op welke plaats en tijdstippen de vertrouwenspersoon voor

zorgvuldige procedure te waarborgen. Het college is daarbij verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en bevoegd om de toegang tot jeugdhulp te verlenen op grond van de wet. In de praktijk zal het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp niet zelf uitvoeren, maar mandateren aan deskundigen. Ook op andere plaatsen in dit hoofdstuk en in de wet waar “het college” staat, kan het college deze bevoegdheid mandateren. Voor het verkrijgen van een individuele voorziening geldt de in artikelen 3 tot en met 8 (of artikel 10 en 11 als betrokkene een pgb wenst) beschreven procedure. Bij het onderzoek ter beoordeling van een aangemelde hulpvraag (artikel 5) zal in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders in de eerste plaats gekeken worden naar hun behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren en kan bijvoorbeeld alsnog worden verwezen naar een algemene jeugdhulpvoorziening in plaats van, of naast, mogelijke toekenning van een individuele voorziening. Een jeugdige of ouders die een beroep willen doen op een algemene voorziening kunnen hier ook direct naartoe, zonder aanvraag te doen. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) is ervoor verantwoordelijk dat jeugdigen en hun ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijk vertrouwenspersoon (artikel 1a. 1 Jeugdwet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070001/2