CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Tussenevaluatie Jeugdsbeleidsplan 2020- 2026 2.0 definitief April 2024

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Tussentijdse evaluatie Jeugdbeleidsplan 2020-202619.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarnaast levert de gemeente een bijdrage met als doel het verstevigen van de doorgaande lijn en het bevorderen van een integrale aanpak. De middelen worden beschikbaar gesteld voor handelingsgerichte diagnostiek om onderwijsbehoeften in kaart te brengen, leidend tot passende ondersteuning voor kinderen binnen de gemeente. Warme overdracht VE-kinderen met overdrachtsformulier Voor kinderen die doorstromen van de peuteropvang naar het PO (primair onderwijs) wordt een overdrachtsformulier ingevuld. Hiervoor moeten ouders wel toestemming geven. Alle VVE (vroeg voorschoolse educatie) kinderen krijgen een warme overdracht peuteropvang-PO.

27

De pedagogisch medewerker van de peuteropvang belt hiervoor met de kleuterleerkracht en/of Intern begeleider van de school. Na een periode vindt er ook weer terugkoppeling plaats vanuit de school naar de peuteropvang. Hiervoor zijn afspraken tussen de KO en het PO in de kernen overleggen gemaakt. Wel merken we dat dit nog niet naar wens verloopt. Er is overleg tussen gemeente, VVE peuteropvang en scholen hoe we dit kunnen verbeteren. IKC’s worden opgezet De afgelopen jaren was er al een IKC (Integraal Kind Centrum) in Abcoude. De komende tijd worden er een IKC in Vinkeveen en Mijdrecht opgezet. IKC’s bevorderen de doorgaande lijn. Voor kinderen met een VVE-indicatie is er extra aandacht voor de doorgaande ontwikkellijn. Een doorgaande ontwikkellijn betekent dat voor- en vroegscholen het pedagogisch klimaat en educatief handelen op elkaar afstemmen en werken aan het wegnemen van ontwikkelingsdrempels. 20.2 Indicatoren Er zijn geen indicatoren beschikbaar. 20.3 Conclusie Overdracht van VVE naar peuteronderwijs en basisonderwijs is goed ingeregeld. De overdracht van basisschool naar het middelbaar onderwijs kan verbeteren. Met name indien er extra aandacht nodig is voor een jeugdige zou hier meer aandacht aan gegeven moeten worden. Middelbaar onderwijs wordt nog te vaak verrast als blijkt dat na een paar maanden er toch zaken rondom de jeugdige spelen.

Het advies is de doelstelling meer te concretiseren, met name in de overdracht tussen basisonderwijs en middelbare school. Ons advies is om deze doelstelling te handhaven.

1.3 Opgroeien 21. Kinderen spelen meer buiten 21.1 Inzet Organisatie buitenschoolse sportactiviteiten Binnen De Ronde Venen organiseren diverse verenigingen, Team Sportservice en Jongerenwerk jaarlijks toernooien of sportactiviteiten om kinderen kennis te maken met een nieuwe sport. Hiermee wordt beweging gestimuleerd en meer buiten gespeeld. Het gaat hierbij om het schoolvoetbaltoernooi, volleybaltoernooi, Fun Days, Panna- Toernooi, korfbaltoernooi, Zilveren Turfloop, Cruyff Court toernooi, Nationale Buitenspeeldag, schoolhockeytoernooi, Bosdijk loop, Koningsspelen, Avond zwem 4-Daagse en Avond wandel 4-daagse. Alle activiteiten vinden na schooltijd plaats en kinderen kunnen hier vrijblijvend aan deelnemen. De toernooien vinden jaarlijks plaats. In 2021 zijn veel toernooi niet doorgegaan in verband met de toen geldende corona-maatregelen. In 2022 zijn 13 jaarlijkse activiteiten georganiseerd, hier doen gemiddeld 75 kinderen aan mee.

28

Vergroenen diverse schoolpleinen Vanuit het Lokaal Sportakkoord en Preventieakkoord is een bijdrage gegeven om het schoolplein van basisscholen Willespoort, St. Jozefschool, het Kidscollege, OBS de Twister en de Schakel uitdagender te maken en te vergroenen. Voorwaarde is wel om het schoolplein ook na schooltijd open te stellen om het buiten spelen te stimuleren. In het Lokaal Sportakkoord en preventie is een ruimte om jaarlijks voor twee scholen een bijdrage te leveren. OBS Willespoort, het Kidscollege en de St. Jozefschool hebben een bijdrage gekregen vanuit het Lokaal Sportakkoord. Na schooltijd spelen er zichtbaar meer kinderen buiten op de schoolpleinen. Hierdoor wordt ook uitvoering gegeven aan de motie Groene Schoolpleinen. Move Mates Team Sportservice leidt groep 7 en 8 leerlingen op tot schoolplein coaches, dit project heet Move Mates. Move Mates stimuleert kinderen om in beweging te komen. Groep 7 leerlingen bedenken en begeleiden activiteiten op het schoolplein en kunnen daarbij speelpleinkaarten gebruiken. Hierdoor zijn er meer beweegmogelijkheden en leren kinderen verschillende activiteiten om buiten te doen. In 2022 hebben de Windroos, OBS de Eendracht, St Antonius en de Schakel meegedaan aan Move Mates. Het doel is om jaarlijks 5 scholen aan bod te laten komen om deel te nemen aan Move Mates of de herhalingscursus aan te bieden.

In 2021 zijn door de toen geldende corona maatregelen geen nieuwe trajecten gestart op de scholen. In 2022 is op 4 scholen het Move Mates traject uitgerold. 21.2 Indicatoren 2019 86% (regio Utrecht 84%)

10-11 jarigen die 3 dagen per week of meer buitenspelen Bron: GGDrU: monitor groep 7 basisonderwijs

Streefwaarde 2026 Bestendigen

21.3 Conclusie Er is veel aandacht besteed aan het stimuleren van meer buitenspelen op school. Kinderen houden van computergames, zijn daardoor ook meer binnen en hebben meer stimulans nodig om weer meer uit zichzelf in hun vrije tijd naar buiten te gaan. De gemeente zet zich in om voldoende speelplaatsen te verzorgen, sportverenigingen, sportabonnementen te faciliteren, etc. De verantwoordelijkheid om kinderen in hun vrije tijd meer naar buiten te laten gaan, ligt vooral bij de ouders. Advies is deze doelstelling te handhaven vanuit preventieoogpunt. 22. Kinderen hebben een passende vrijetijdsinvulling die past bij de ontwikkeling van het kind 22.1 Inzet Aangepast sporten Met de inzet van buurtsportcoaches aangepast sporten van Team Sportservice wordt beoogd dat iedere inwoner, met welke beperking dan ook, de mogelijkheid wordt geboden om op een laagdrempelige wijze kennis te maken met sport en bewegen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de lokale en/of regionale sport- en beweegaanbieders. De buurtsportcoaches organiseren sport- en beweegactiviteiten. Daarnaast ondersteunen de 29

buurtsportcoaches de sport- en beweegaanbieders, woonvoorzieningen en dagbestedingslocaties bij het behouden en/of verbeteren van het aangepast of inclusief sporten beweegaanbod. Clubontwikkeling Het behouden en versterken van sportverenigingen vormt een belangrijk onderdeel van de activiteiten van Team Sportservice. Doel is het zodanig ondersteunen van sportverenigingen, dat hun aanbod aansluit op de specifieke wensen en mogelijkheden van de diverse doelgroepen en meer mensen (gaan) sporten. Daarnaast ondersteunt Team Sportservice verenigingen bij specifieke hulpvragen, wensen en behoeften. Activiteiten jongerenwerk Het jongerenwerk organiseert activiteiten voor jongeren. De aangeboden activiteiten zijn divers, zodat aangesloten wordt bij verschillende behoeften. Het aanbod varieert van creatieve, technische, muzikale, sportieve, culturele tot culinaire activiteiten. Trainers op school Team Sportservice verzorgt in samenwerking met lokale verenigingen dat er jaarlijks op alle basisscholen in de Ronde Venen trainers van lokale verenigingen een sportclinic komen geven. Dit varieert van judo, kinderyoga, tennis, boksen, kickboksen, freerunning, skaten, dansen, volleybal, basketbal, turnen, tafeltennis, voetbal tot korfbal. Op deze manier kunnen alle kinderen kennis maken met nieuwe sporten en eventueel een proefles nemen.

In 2021 zijn in totaal 113 clinics georganiseerd voor 5 verschillende basisscholen. In 2022 zijn in totaal 86 clinics georganiseerd voor 8 verschillende basisscholen. Sjors Sportief Alle basisschoolkinderen krijgen aan begin van het schooljaar het Sjors Sportief boekje uitgereikt. In het boekje (wordt ook online aangeboden) staan bijna alle sportaanbieders uit de gemeente vermeld met hun sportaanbod. Kinderen kunnen zich het hele jaar door online gratis inschrijven voor leuke kennismakingsactiviteiten en proeflessen. In 2024-2026 hebben wij de ambitie om het cultuuraanbod op dezelfde wijze onder de aandacht brengen bij 12-18jarigen. Op deze manier willen we kinderen stimuleren tot cultuurdeelname. In 2021 hebben door de toen geldende corona maatregelen geen cursussen kunnen plaatsvinden. In 2022 hebben 32 sportaanbieders zich aangemeld voor Sjors Sportief met in totaal 90 activiteiten waar 230 aanmeldingen op zijn gekomen. Kunst Centraal In gemeente de Ronde Venen stimuleert Kunst Centraal cultuurdeelname via het onderwijs. Zij verzorgen de educatieve programma’s “Kunstmenu” en “Cultuurprogramma” op de basisscholen. De programma’s bestaan uit bezoeken aan diverse (lokale) culturele instellingen, ondersteunt met lesmateriaal en vakdocenten.

Aan de educatieve programma’s hebben in 2021 en 2022 alle leerlingen (groep 1 t/m 8) van alle scholen voor Primair Onderwijs meegedaan, behalve Daltonschool de Windroos. Aan Cultuureducatie met Kwaliteit nemen zeven scholen deel. In totaal werden 3338 leerlingen bereikt in schooljaar 2021/2022, in 2022/2023 ging het om 3348 leerlingen. Naast inzet op het primair onderwijs, is Kunst Centraal sinds schooljaar 2020/2021 actief in het voortgezet onderwijs. Zij begeleiden het 30

VeenLanden College Mijdrecht en Vinkeveen bij de verankering van cultuuronderwijs in de vorm van advies en begeleiding, training, netwerken en formats voor projecten. Cultuurhuis Abcoude Cultuurhuis Abcoude voert als expertise bureau voortdurend de dialoog met basisscholen om behoeften op het gebied van kunsteducatie te peilen. Zij is op de hoogte van landelijke en regionale trends en regelingen, zodat deze scholen lokaal kunnen meeprofiteren van cultuurbeleid. Deze wisselwerking heeft geleid tot een duurzame samenwerking op maat met de scholen, versterkend en aanvullend op de provinciale programma’s van Kunstcentraal. Hiermee hebben de scholen in Abcoude en Baambrugge twee duidelijke aanspreekpunten voor kunsteducatie, te weten: Kunstcentraal (provinciaal basisprogramma) en Cultuurhuis Abcoude (lokaal programma op maat). Iedere school heeft nu haar eigen geborgde multidisciplinaire SCA meerjaren kunsteducatieprogramma op het rooster staan. Op het gebied van onder andere muziekonderwijs, eigen omgeving/ lokaal erfgoed en/ of onderwijsmethode Blink. Voor de programma’s worden zoveel mogelijk goede lokale kunstvakdocenten ingezet. In 2021 kon een gedeelte van het programma niet doorgaan vanwege de coronacrisis. In 2022 zijn ongeveer 3000 kinderen bereikt. Cultuurpunt Ronde Venen Ook Cultuurpunt Ronde Venen levert een bijdrage aan het cultuuronderwijs.

In samenwerking met Kunst Centraal hebben zij in 2021 musicalondersteuning geboden. Zij realiseerden 29 workshops, op zes basisscholen in Mijdrecht en Wilnis, waar 300 kinderen aan mee hebben gedaan. Daarnaast hebben zij in 2021 muziekvereniging Viribius Unitis begeleid en geadviseerd over de realisering van ‘muziek voor ieder kind’. Dit heeft geleid tot een aanbod van 12 muzieklessen voor 20 leerlingen van de Julianaschool in Wilnis. Tot slot is een start gemaakt met basisschool de Schakel voor het realiseren van een schoolorkest. Dit is in 2021 nog niet gerealiseerd. Muziekverenigingen Er zijn diverse lokale muziekverenigingen (Vereniging V.I.O.S, V.A.V. Con Amore, Brassband Concordia, Muziekvereniging Viribus Unitus, Muziek- en Showkorps Triviant, Abcouder Harmonie) die zich inzetten om jongeren te enthousiasmeren voor muziek. Dit doen zij in de vorm van muzieklessen op scholen alsmede betaalbare en toegankelijke muzieklessen op de verenigingen. RTV De Ronde Venen RTV Ronde Venen is de lokale omroep voor de 8 kernen van De Ronde Venen. De omroep verzorgt in dit gebied radio- en televisie-uitzendingen en is ook een lokaal nieuwskanaal via social media (Facebook, Twitter, YouTube). Bij RTV Ronde Venen werken 40 enthousiaste vrijwilligers aan de radio- en televisieprogramma’s en de nieuwsvoorziening via de social media.

RTV werkt met vrijwilligers, die hierdoor de mogelijkheid krijgen hun talenten te ontwikkelen en ontplooien. Zij richt zich hierbij ook specifiek op de doelgroep jongeren. Dit sluit aan bij het Jeugdbeleidsplan. Als vrijwilliger aan de slag te kunnen heeft een positief effect op de jeugdige en de activiteiten sluiten aan bij de levensfase van de jeugdigen. Een deel van de opgeleide 31

vrijwilligers stroomt door naar regionale en zelfs landelijke media. Hiermee fungeert RTV De Ronde Venen als een kweekvijver voor talent op het gebied van radio en tv maken. 22.2 Indicatoren 10-11 jarigen die minimaal wekelijks bij een vereniging sporten Bron: GGDrU: monitor groep 7 basisonderwijs 2019 83% (regio Utrecht 78%)

13-17 jarigen die wekelijks bij een club, vereniging of sportschool sporten Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jeugd 16-25 jarigen die wekelijks sporten

2019 95% (regio Utrecht 93%)

Streefwaarde 2026 Niet vastgesteld

2021 81% (regio Utrecht 77%)

Streefwaarde 2026 Niet vastgesteld

2022 67% (regio Utrecht 70%)

Streefwaarde 2026 Niet vastgesteld

Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 22.3 Conclusie Er zijn veel verschillende soorten vrijetijdsmogelijkheden voor jongeren. Er is dus veel keuze en voor gezinnen met een laag inkomen zijn er mogelijkheden voor tegemoetkoming. We doen het in de cijfers ook goed ten opzichte van de regio. Omdat een vrijetijdsinvulling bijdraagt aan de ontwikkeling en zeker omdat we voor algemene voorzieningen voor vrijetijdsinvulling (oa bioscoop, uitgaangelegenheden etc) afhankelijk zijn van omliggende steden adviseren wij de doelstelling te handhaven. 23. Kinderen vinden dat het pesten is verminderd 23.1 Inzet Aanpak 2020 In 2020 is in gezamenlijkheid met het onderwijs verkent hoe gerealiseerd kan worden dat kinderen vinden dat het pesten is verminderd en wie daarin welke rol heeft. Er vindt inzet plaats op de scholen, gericht op zowel kinderen als ouders. Er is in 2020 in gezamenlijkheid besloten geen extra inzet te plegen, naast de coördinerende rol van de gemeente in het kader van de week tegen pesten (voor meer informatie zie onderstaand kopje ‘week tegen pesten’). Week tegen Pesten Ieder jaar wordt aandacht besteed aan de Week tegen Pesten in samenwerking met scholen, buitenschoolse opvang, sportverenigingen en verschillende partijen in het voorveld. Doel is het bespreekbaar maken en houden van pesten.

Een voorbeeld van een manier waarop het thema pesten onder de aandacht is gebracht tijdens deze week is het uitdelen van gesprekskaartjes in groep 7 en 8 en de eerste klas van het voortgezet onderwijs. Hiermee werd beoogd het gesprek te stimuleren tussen ouders en kinderen over pesten, plagen, hulp vragen en opkomen voor jezelf. Scholen zijn erop gewezen dat ze gratis lesmateriaal hiervoor konden bestellen. 32

23.2 Indicatoren 2019 10-11 jarigen die de afgelopen 3 maanden gepest zijn Bron: GGDrU: Monitor groep 7 basisonderwijs 2019 13-17 jarigen die de 2% (regio Utrecht laatste 3 maanden 2%) wekelijks of vaker gepest zijn op school 13-17 jarigen die de 4,5% (4,7% regio laatste 3 maanden Utrecht) online zijn gepest Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jeugd

19% (regio Utrecht 18%) 2021 2% (regio Utrecht 2%)

7,4% (7,2% regio Utrecht)

Streefwaarde 2026 <15%

Streefwaarde 2026 Bestendigen.

Niet vastgesteld

23.3 Conclusie Alhoewel pesten iets is van alle tijden, heeft de impact door de komst van social media een negatieve vlucht genomen. Pesten blijft een aandachtspunt omdat dit enorme impact kan hebben op het leven van de jeugdigen en zijn/haar omgeving. Scholen worden erop gewezen dat er gratis lesmateriaal is te verkrijgen. Verder wordt er in het voorveld op verschillende manieren aandacht aan besteed op scholen, verenigingen en in het jeugd- en jongerenwerk. Dit blijft dan ook onderdeel van het beleid om hier zoveel mogelijk aandacht aan te geven. Het advies is de doelstelling dan ook te handhaven. 24. Het middelengebruik onder jeugdigen is verminderd 24.1 Inzet Voorlichtingen Het jongerenwerk van Tympaan-De Baat geeft alcohol- en drugs voorlichtingen op de middelbare scholen. Daarnaast is het jongerenwerk actief met voorlichtingen geven op festivals zoals de Wilnis Feestweek en AJOC. 24.2 Indicatoren

Roken 13-17 jarigen die wekelijks roken 13-17 jarigen die dagelijks roken Alcoholgebruik 13-17 jarigen die de laatste 4 weken alcohol gedronken hebben

2019

2021

Streefwaarde 2026

4,7% (regio Utrecht 3,4%) 3,1% (regio Utrecht 2,0%)

3,8% (regio Utrecht 3,6%) 1,4% (regio Utrecht 1,8%)

Niet vastgesteld

31% (regio Utrecht 23%)

28% (regio Utrecht 25%)

Niet vastgesteld

Niet vastgesteld

33

13-17 jarigen die de 21% (regio Utrecht laatste 3 weken 5 of 15%) meer glazen alcohol gedronken hebben bij 1 gelegenheid 13-17 jarigen die de 17% (regio Utrecht laatste 4 weken 12%) dronken of aangeschoten geweest zijn Drugsgebruik 13-17 jarigen die de 7,3% (regio Utrecht laatste 4 weken wiet of 4,7%) hasj gebruikt hebben 13-17 jarigen die de 2,0% (regio Utrecht laatste 4 weken 1,4%) lachgas gebruikt hebben Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jeugd

Roken 16-25 jarigen die tabak roken

18% (regio Utrecht 16%)

Niet vastgesteld

14% (regio Utrecht 12%)

Niet vastgesteld

4,9% (regio Utrecht 4,0%)

Niet vastgesteld

-

Niet vastgesteld

2022

Streefwaarde 2026

16% (regio Utrecht 23%) 7% (regio Utrecht 12%)

Niet vastgesteld

16-25 jarigen die dagelijks tabak roken Alcoholgebruik 16-25 jarigen die niet drinken of maximaal 1 42% (regio Utrecht glas per dag (richtlijn RGV 2015) 43%) Drugsgebruik 16-25 jarigen die de laatste 4 weken 11% (regio Utrecht cannabis gebruikt hebben 15%) 16-25 jarigen die de laatste 4 weken 13% (regio Utrecht middelen (hard- en softdrugs) gebruikt 20%) hebben Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor 16-25 jarigen

Niet vastgesteld Niet vastgesteld

Niet vastgesteld Niet vastgesteld

24.3 Conclusie De cijfers tonen aan de inzet werkt maar continue aandacht en voorlichting blijft noodzakelijk. Met name vanwege de impact op de gezondheid en de mogelijkheid tot verslaving op latere leeftijd. Hoe eerder wij dit onder de aandacht kunnen brengen hoe groter dat kans dat onze jeugdigen gezond opgroeien. Tympaan de Baat verzorgt deze voorlichting op het VLC in hetzelfde leerjaar zodat alle leerlingen tenminste eenmaal de voorlichting hebben gehad. Ook op openbare feesten worden jongeren voorgelicht. Het advies is vanwege de impact de doelstelling te handhaven. Daarnaast zullen wij met Tympaan de Baat bespreken of er meer of andersoortige inzet nodig is.

34

25. Kinderen voelen zich weerbaar en veerkrachtig 25.1 Inzet Voorlichtingen aan jongeren Het jongerenwerk van Tympaan-De Baat licht jongeren voor over actuele thema’s. Het doel van de voorlichting is het informeren maar met name waarschuwen van de jongeren over bijvoorbeeld de gevaren rondom thema’s als alcohol, roken en drugs, seksualiteit, loverboys, sexting, cybercriminaliteit en cyberpesten. In 2021 zijn 21 voorlichtingsactiviteiten uitgevoerd door het jongerenwerk van Tympaan-De Baat. In 2022 waren dit er 24. Superwoman Superwoman is een groep meiden van verschillende leeftijden. Bij deze meidengroep worden verschillende thema’s behandeld, zoals talenten, vriendschappen, relaties, weerbaarheid, zelfbeeld en identiteit. Doel is om kwetsbare meiden sterker te maken. Deze groep komt één keer in de twee weken bij elkaar onder begeleiding van een jongerenwerker. In 2021 namen tien meiden mee aan Superwoman. In 2022 namen zes meiden deel aan Superwoman. Weerbaarheidstrainingen Er worden tot op heden weerbaarheidstrainingen aangeboden op het primair- en voortgezet onderwijs. Doel is het versterken van de sociale en weerbare vaardigheden van kinderen. Het gaat in totaal om zeven trainingen die zich richten op verschillende leeftijdsgroepen. Alle trainingen zitten ieder jaar vol, het maximaal aantal deelnemers verschilt per training (6 – 8 kinderen).

25.2 Indicatoren 2019 10-11 jarigen die voldoende weerbaar zijn

91% (regio Utrecht 90%)

Streefwaarde 2026 Niet vastgesteld

Bron: GGDrU: monitor groep 7 basisonderwijs 2019 13-17 jarigen die 93% (regio Utrecht voldoende weerbaar 92%) zijn Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jeugd

2021 92% (regio Utrecht 89%)

2022 16-25 jarigen die voldoende weerbaar zijn

93% (regio Utrecht 92%) Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jongvolwassenen

Streefwaarde 2026 Niet vastgesteld

Streefwaarde 2026 Niet vastgesteld

35

25.3 Conclusie Jongeren ervaren tegenwoordig veel uitdagingen en prikkels. Dit kan voor sommige jongeren leiden tot problemen. Door middel van de weerbaarheidstrainingen leren we hen hier mee om te gaan en te laten zien dat ze er mogen zijn, maar ook op te komen voor zichzelf. Vergeleken met de regio doen we het goed, de cijfers zijn positief. Deze doelstelling willen wij nader bespreken met elkaar om te kijken of weerbaar en veerkrachtig meer toelichting kunnen krijgen of meer concreet gemaakt kunnen worden. 26. Jeugdigen kennen de risico’s van social media en weten hoe zij moeten handelen op het moment dat zich iets voordoet 26.1 Inzet Gastlessen primair en voortgezet onderwijs 2021 In 2021 zijn diverse gastlessen gegeven op het primair- en voortgezet onderwijs over gamen en sociale media door Kwadraad. Tijdens de gastlessen is stilgestaan bij zowel de middelnegatieve kanten van sociale media. Voorbeelden van thema’s die aan bod zijn gekomen zijn pesten, sexting en online shaming. In totaal hebben elf primair onderwijs klassen en tien eerste en tweede klassen van het voortgezet onderwijs een gastles ontvangen. Bijeenkomst voor ouders 2021 In 2021 is een bijenkomst gehouden over gamen en sociale media voor ouders van kinderen die op het primair onderwijs zitten door Kwadraad. Doel was hen informeren en handvaten bieden om kinderen op te voeden in de digitale wereld.

De opkomst voor deze avond was echter beperkt, waardoor een dergelijke opzet niet is gecontinueerd. Voorlichtingen jongerenwerk Het jongerenwerk geeft structureel voorlichtingen aan jongeren, onder andere over sociale media en gamen. Voorlichtingen Ouders Lokaal Ouders lokaal biedt ouders workshops aan over sociale media en gamen. Doel is hen informeren en handvaten bieden om kinderen op te voeden in de digitale wereld. Gastlessen Halt Bureau Halt geeft gastlessen aan jongeren op het primair en voortgezet onderwijs met de thema’s online veiligheid en gedrag online. In 2021 hebben zij 10 gastlessen gegeven over deze thema’s. In 2022 hebben zij 22 gastlessen gegeven over deze thema’s. 26.2 Indicatoren 13-17 jarigen die zich (zeer) vaak gestrest voelen door social media

2019 4,2% (regio Utrecht 4,0%)

2021 3,3% (regio Utrecht 4,7%)

36

13-17 jarigen met een risico 7,1% (regio Utrecht 7,0%) op problematisch gebruik van sociale media 13-17 jarigen die de laatste 6 4,2% (regio Utrecht 3,5%) maanden een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf aan anderen heeft gestuurd Bron: GGDrU: Gezondheidsmonitor jeugd

8,9% (regio Utrecht 8,0%)

2,7% (regio Utrecht 3,1%)

26.3 Conclusie Het zicht op gebruik van social media en gaming is een verantwoordelijkheid van ouders. Toch zien wij daar een behoefte tot ondersteuning Met name onder jeugdigen is niet altijd het besef dat social media en gaming kan leiden tot verslavingen of pesten. Door bewustwordingscampagnes op scholen maar ook gastlessen proberen we onze jeugdigen te laten zien en ervaren dat gebruik van social media ook kan leiden tot stress, sociaal isolement of erger. Het advies is de doelstelling te handhaven.

1.4 Overige doelstellingen 27. Minder jeugdigen houden zich bezig met strafbare activiteiten 27.1 Inzet Aan deze doelstelling wordt gewerkt middels de inzet van het Jongerenwerk, de Buurtsportcoaches en het project “Streetwise” van bureau SenB. Zie hiervoor doelstelling 28: minder jeugdigen veroorzaken overlast (onderstaand). 27.2 Indicatoren 2019 10 (landelijk 13)

2020 8 (landelijk 11)

2021 4 (landelijk 8)

Aantal Halt verwijzingen per 1000 inwoners van 12-17 jaar Bron: Halt. Toelichting: jongeren die een licht strafbaar vergrijp plegen, worden door de politie of leerplichtambtenaren naar Bureau Halt verwezen voor een passende Halt-straf. 2019 2020 2021 Jongeren met 0,4% (landelijk 0,4%) 0,3% (landelijk 0,4%) 0,2% (landelijk jeugdreclassering 0,4%) Bron: CBS. Toelichting: jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of de leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. 2020 Aantal verdachten van 122 (landelijk 172) misdrijven tot 25 jaar per 10 000 inwoners Bron: CBS. * = zijn voorlopige cijfers.

2021* 118 (landelijk 162)

2022* 154 (landelijk 173)

37

27.3 Conclusie Door actieve inzet van de veiligheidsketen in samenwerking met de welzijnsorganisaties is er een scherpe daling gekomen in de Halt trajecten en jongeren met een jeugdreclassering. De cijfers bij het aantal verdachten onder de 25 jaar in onze gemeente tonen aan dat we er nog niet zijn. Ondanks dat we nog steeds onder het landelijk gemiddelde zitten, zien we daar een lichte stijging. Het afgelopen jaar is er meer inzet geweest op die groep en op de overlast. De cijfers van 2023 zullen moeten aantonen of dit heeft gewerkt. Het advies is de doelstelling te handhaven. 28. Minder jeugdigen veroorzaken overlast 28.1 Inzet Project Streetwise Streetwise is een laagdrempelig groepsbegeleidingstraject dat zich specifiek richt op overlast gevende jongeren die niet bereikt worden door het reguliere jongerenwerk. Dit project startte als een pilotproject in 2022. De pilot bestond uit activiteiten die samen met jongeren werden bedacht en georganiseerd. Zo is een muziek workshop, workshop social media en influencing, voetbal clinic, kickboks clinic en kids event georganiseerd. Er zijn 25 unieke jongeren bereikt, met leeftijden tussen de 14 en 22 jaar. Een aantal van deze jongeren was onderdeel van de groep harde kern overlast gevende jongeren. Deze jongeren sporten nu wekelijks onder leiding van een ervaringsdeskundige (tevens professioneel coach).

Geconcludeerd kan worden dat er een aantal goede stappen zijn gezet. Werkzame elementen van de pilot betroffen het werken met rolmodellen en het samen met de jongeren aan de slag gaan. De jongeren werden gemotiveerd en gestimuleerd om aan de slag te gaan. Daar het project een zeer positieve uitwerking heeft op een moeilijk bereikbare groep jeugd is het project structureel opgenomen in De Ronde Venen. Inmiddels zijn er zo'n 30 jongeren actief en een groep van deze jongeren helpt mee in de organisatie van activiteiten voor weer een jongere kwetsbare doelgroep. De ervaringsdeskundige coach wordt ook (en juist) ingezet op moeilijk te bereiken groepen die minder in beeld zijn bij het reguliere jongerenwerk. Er wordt intensief samengewerkt met politie, gemeente en de samenwerking met het reguliere jongerenwerk moet nog verder uitgebreid worden. Jongerenwerk Het jongerenwerk van Tympaan-de Baat werkt intensief samen met gemeente, politie en BOA’S om de jeugdoverlast terug te dringen. Het jongerenwerk gaat het gehele jaar door twee avonden per week de straat op om contact te maken met (overlastgevende) jongeren tussen de 12 en 24 jaar. Zij stimuleren hen tot deelname aan positieve activiteiten en bieden ambulante begeleiding en ondersteuning.

Soms hebben de jongeren kortlopende of eenvoudige vragen, gericht op één levensdomein, zoals werk of school, maar veel vaker is er sprake van problematiek op meer terreinen tegelijk. In 2021 zijn 54 jongeren begeleid door het jongerenwerk. In 2022 zijn 48 jongeren begeleid.

38

Buurtsportcoach Buurtsportcoaches maken door middel van sport op een ontspannen manier contact met jongeren. De buurtsportcoach brengt de voordelen van het sporten over, nodigt jongeren uit om deel te nemen en proberen zo te sturen op een andere invulling van de tijd. Doel is het stimuleren van jongeren om meer te sporten en minder op straat te hangen en overlast te veroorzaken. 28.2 Indicatoren Aantal meldingen overlast jeugd per 10 000 inwoners Bron: Politie

2019 50 (landelijk 44)

2020 88 (landelijk 79)

2021 80 (landelijk 72)

2022 63 (landelijk 50)

28.3 Conclusie We hebben op verschillende locaties nog steeds te maken met overlast door jongeren. Door onze aanpak en samenwerking tussen de gemeente, politie en welzijnsorganisatie is een forse daling zichtbaar en zitten we op de goede weg. Wel blijven de cijfers nog te hoog. Het advies is de doelstelling te handhaven. 29. Kinderen met een (mogelijke) ontwikkelingsachterstand of ontwikkelingsproblemen/stoornissen worden zo vroeg mogelijk gesignaleerd en ondersteund 29.1 Inzet Inloopspreekuren GGDrU Het doel van de inloopspreekuren is het vroegtijdig signaleren en bespreken van problemen bij kinderen, zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. Indien nodig wordt gebruik gemaakt van het VVE-programma, de logopedist, het pedagogisch bureau, het kernteam, passend onderwijs, toeleiding naar de basisschool of tweedelijnszorg. Op deze manier kan er vroeg worden aangesloten in de keten, en snel worden doorgepakt als er vragen zijn en kan er een goede leerlijn worden neergezet. Deelname jeugdverpleegkundige aan kindbesprekingen Verpleegkundige van de GGDrU sluiten 4 tot 6 keer per jaar aan bij kindbesprekingen van de peutergroepen. Tijdens deze besprekingen worden signalen van gedragsproblemen en/ of spraak/ taal problemen van een kind besproken. Zo nodig worden er inverventies ingezet of kinderen worden doorverwezen.

Door sneller de juiste interventies in te zetten, kan een kind of het gezin sneller de juiste hulp krijgen. Ook kan de jeugdverpleegkundige een extra huisbezoek doen of het “voorveld” van de gemeente wordt ingeschakeld. Doordat de jeugdverpleegkundige en de pedagogisch medewerker met elkaar samenwerken, worden ouders sneller bewust van het nut van een interventie en kan deze interventie snel worden ingezet.

39

Er is afgesproken om 44 keer per jaar aanwezig te zijn bij een kind bespreking op een peutergroep en dan 2 of meer kinderen te bespreken. In het jaar 2020, 2021 en 2022 is de verpleegkundige van de GGDrU meer dan 44 keer aanwezig geweest en er zijn meer dan 2 kinderen per keer besproken, zoals afgesproken. De vragen die aanbod kwamen, gingen over: opvallend gedrag bij een kind, taal/spraak ontwikkeling, gezinssituatie of ouderfactoren. De acties die hieruit voortkwamen waren: • • • • •

Extra consult op het consultatiebureau Extra huisbezoek door jeugdverpleegkundigen Verwijzing naar de logopedist van de gemeente Verwijzing huisarts Verwijzing kernteam

29.2 Indicatoren Er zijn geen indicatoren beschikbaar. 29.3 Conclusie Als gemeente onderhouden wij korte lijnen. Voordeel is ook dat we door eigen logopedisten al aan vroegsignalering en screening kunnen doen op jonge leeftijd. Hierdoor kunnen we direct actie ondernemen om te voorkomen dat de kinderen al snel op achterstand komen. De afspraken zoals die gemaakt worden met de GGD worden gehaald en zorgen voor een goed beeld. Het advies is de doelstelling te handhaven. 30. Problemen of signalen van onveiligheid in de gezinssituatie worden zo snel mogelijk gesignaleerd en er wordt gehandeld naar de noodzaak die situatie behoeft 30.1 Inzet Intervisie In 2021 is gestart met het faciliteren van intervisie voor professionals in het kader van (signalen rondom) huiselijk geweld en kindermishandeling. Intervisie wordt twee keer in het voorjaar en twee keer in het najaar aangeboden. Het aantal deelnemers fluctueert rond de vijf. Er wordt anoniem een casus ingebracht en de vraag waar de professional tegen aanloopt met als doel de inbrenger verder te helpen. Door de komst van een gedragswetenschapper wordt er ook sneller doorgeschakeld na het inbrengen van de casussen. Waar voorheen vooral ‘stepped care’ werd ingezet, is nu veel meer de focus op ‘matched care’ om ook in geval van onveilige situaties sneller te kunnen doorschakelen.

Workshop signaleren kindermishandeling 2022 In 2022 heeft Save een workshop signaleren kindermishandeling gegeven aan professionals. Er werd ingegaan op wat signalen zijn van kindermishandeling, hoe deze te taxeren en welke vervolgstappen genomen kunnen worden. Eveneens werd de werkwijze van Save inzichtelijk gemaakt. 32 professionals waren aanwezig.

40

30.2 Indicatoren 2019 92,7% (Nederland 88%)

Herkomst Veilig Thuis-meldingen (% beroepsmatig) Bron: CBS. * = voorlopige data.

2019 340 (Nederland 322)

Aantal Veilig Thuis-meldingen van kindermishandeling per 100 000 inwoners Bron: CBS. * = voorlopige data.

2019 284 (Nederland 239)

Aantal Veilig Thuis-meldingen van (ex)partnergeweld per 100 000 inwoners Bron: CBS. * = voorlopige data.

2020 91,5% (Nederland 89,7%)

2020 382 (Nederland 361)

2020 281 (Nederland 271)

2021 94,0% (Nederland 90,3%)

2022* 95,1% (Nederland 91,2%)

Streefwaarde Niet vastgesteld

2021 291 (Nederland 352)

2022* 278 (Nederland 353)

Streefwaarde Niet vastgesteld

2021 224 (Nederland 265)

2022* 189 (Nederland 272)

Streefwaarde Niet vastgesteld

30.3 Conclusie Het aantal meldingen daalt gestaag. Ondanks de verklaarbare opleving tijdens Coronaperiode zijn we op de goede weg. Zowel bij kindermishandeling als partnergeweld. Naast de workshops werken we ook nauw samen in de veiligheidsketen binnen het Bescherming in Bewegingsprogramma. Hierbij wordt er snel triage gedaan op de meldingen bij Veilig Thuis en bij voorkeur opgepakt door het lokale team. Veiligheid van kinderen en partners blijft een continu aandachtspunt. Wel blijkt uit de reacties van ouders dat de samenwerking met SAVE moeizaam is in het geval van ondertoezichtstelling. Het advies is de doelstelling te handhaven. 31. Het ontwikkelen van een aanpak voor ADHD, angst- en gedragsstoornissen 31.1 Inzet Wij hebben geïnvesteerd in POHs bij elke huisarts in onze kernen. Deze POH’s voeren de eerste inventariserende gesprekken en ook behandelingsgesprekken indien er sprake is van een lichte mate van angst of gedragsstoornis. 31.2 Indicatoren Er zijn geen indicatoren hiervoor afgesproken omdat dit vooral bij behandelaars ligt.

41

31.3 Conclusie Er is op deze doelstelling geen aparte aanpak ontwikkeld. De reden is dat het ontwikkelen van een aanpak meer een taak is van de behandelaars. Er is wel geïnvesteerd in POH’s (praktijk ondersteuners huisartsen) die in het voortraject en bij een lichte vorm van behandeling gesprekken kunnen voeren met jeugdigen in het geval van lichte angststoornissen) en wordt er goed samengewerkt met partijen/zorgaanbieders in het voorveld. Het advies is deze doelstelling te laten vervallen omdat dit buiten de invloedsfeer van de gemeente ligt. 32. Professionals werken meer integraal 32.1 Inzet Binnen de toegang wordt meer geschakeld met de WMO en participatie consultants. Tot voor kort waren er ook veel meer enkelvoudige casussen echter door veranderingen in de samenleving zijn er veel meer complexere en meervoudige casussen waardoor ook een integrale benadering van de jeugdige en het gezin noodzakelijk is. Naast interne samenwerking is er ook meer ingezet op samenwerking met zorgaanbieders. 32.2 Indicatoren Zorgaanbieder werkt goed samen met andere organisaties om mij te helpen Helemaal Mee eens Neutraal Mee Helemaal mee eens oneens mee oneens 2021 33% 22% 28% 6% 11% 2022 26% 47% 11% 11% 5% Bron: CEO-jongeren 2021, 2022.

Zorgaanbieder werkt goed samen met andere organisaties om mij en mijn kind te helpen Helemaal Mee eens Neutraal Mee Helemaal mee eens oneens mee oneens 2021 33% 42% 18% 2% 5% 2022 38% 34% 21% 4% 4% Bron: CEO-ouders 2021, 2022. 32.3 Conclusie Over het grotere geheel genomen is de samenwerking met andere organisaties in de ogen van de ouders en jeugdigen sterk verbeterd. We blijven continue werken aan het verbeteren van de relatie tussen het lokale team, zorgaanbieders en het gezin. In de zin van ondersteuning maar ook in de overdracht naar elkaar. De aandachtspunten vanuit het onderzoek van Zorgfocus worden meegenomen. Advies is om deze doelstelling te handhaven. 33. De ingezette jeugdhulp is zo licht en kortdurend mogelijk en zo specialistisch en intensief als noodzakelijk 33.1 Inzet We zetten steeds meer in op ‘matched care’ ipv ‘stepped care’. Waar voorheen begonnen werd met lichte hulp en daarna opgeschakeld wordt er nu veel eerder direct zwaardere zorg in gezet als dit nodig lijkt te zijn, om daarna af te schalen. Dit is effectiever ondanks in beginsel de hogere kosten, maar zorgt op termijn voor minder teleurstellingen bij de jeugdige en het gezin. 42

Dit is uiteraard wel sterk afhankelijk van het aanbod. Hoe zwaarder de zorg hoe minder de beschikbaarheid en dus vaak hoe langer de wachttijden. Het aanbod is dan ook niet altijd passend voor wat eigenlijk nodig is. Zeker in de specialistische J-GGZ overschrijdt de vraag vaak het aanbod. Ten aanzien van de Jeugdzorg + zien we ook een zorgwekkende ontwikkeling met het afschalen van de beschikbare plaatsen maar wel een stijging in de behoefte aan deze zorg. Verder beweegt een gemeente zich alleen in het vrijwillige kader. Verder is de wens vanuit het lokale team om dichter op het voorveld te zitten waardoor er meer uitwisseling van kennis kan plaatsvinden. 33.2 Indicatoren Er zijn geen indicatoren voor deze doelstelling afgesproken. 33.3 Conclusie Dit is staand beleid dat ook onderdeel is van de Hervormingsagenda en de Jeugdwet. Dit is een continu verbeterproces. Aangezien dit onderdeel is van de werkzaamheden die van de gemeente en het lokale team worden gevraagd vanuit het Rijk kan deze doelstelling vervallen. 34. De hulp wordt zoveel mogelijk op vrijwillige basis ingezet 34.1 Inzet Wij werken binnen de regio samen in de Proeftuin ‘Bescherming in beweging’. De wens is om zoveel mogelijk kinderen in het vrijwillige kader te behandelen en zo min mogelijk Jeugdbescherming in te hoeven schakelen.

Waar voorheen Jeugdbescherming een veiligheidscasus beoordeelde is dat nu omgedraaid en beoordeelt het lokale team de cases. Waar nodig schakelt het lokale team door naar de Jeugdbescherming (SVMN in onze regio) indien opschaling nodig is buiten het vrijwillige kader. Dit is in lijn met de landelijke hervormingsagenda Jeugd, waarbij er steeds meer taken bij het lokale team komen te liggen. Uitgangspunt hierbij is de juiste zorg op het juiste moment (matched care) en bij voorkeur in een situatie zo thuis mogelijk. Het streven is zo min mogelijk uithuisplaatsingen. 34.2 Indicatoren 2021 2022 Streefwaarde Jongeren met 1,0% (landelijk 0,9% (landelijk Niet vastgesteld jeugdbescherming 1,2%) 1,2%) Bron: CBS. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of onvoldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan ‘onder toezicht gesteld’ of ‘onder voogdij geplaatst’. 34.3 Conclusie Op dit moment hebben we (gelukkig) minder jongeren met een beschermingsmaatregel in vergelijking met de landelijke cijfers. Een jeugdbeschermingsmaatregel is er ook op gericht om deze ze kort mogelijk te laten duren. Daarbij zijn ook de eisen om een beschermingsmaatregel aan te vragen verscherpt. Wel moeten we waken voor het feit dat vanuit een positieve 43

houding als gemeente en lokaal team teveel willen om doen om een beschermingsmaatregel te voorkomen. Wanneer dit nodig is omdat de veiligheid of ontwikkeling van het kind in gevaar is kan dit nog steeds een oplossing zijn. Advies is om deze doelstelling te handhaven. 35. De benodigde hulp wordt zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk, passend, effectief en gericht op een duurzaam resultaat ingezet 35.1 Inzet Pedagogisch bureau Bij het pedagogisch bureau kunnen ouders/verzorgers met kinderen tussen 0 en 19 jaar terecht met zorgen, vragen en problemen op het gebied van opvoeding, ontwikkeling en het gedrag van kinderen. Het pedagogisch levert hiertoe kortdurende begeleiding aan ouders. In 2021 begeleidden zij 92 cliënten. De begeleiding van het pedagogisch bureau gaat structureel gepaard met het opstellen van een plan van aanpak, het uitvoeren van (kortdurende) begeleidingstrajecten en indien noodzakelijk of gewenst een doorgeleiding naar het voorliggend veld of het inzetten van gespecialiseerde zorg middels het afgeven van een beschikking (vanuit het kernteam). Gedurende de hulpverleningstrajecten wordt de effectiviteit van de ingezette ondersteuning gemonitord en tijdig geëvalueerd en/of bijgesteld in het plan van aanpak. In 2022 ging het om 133 cliënten. Algemeen maatschappelijk werk Bij het algemeen maatschappelijk werk kunnen inwoners terecht met diverse hulpvragen.

Het maatschappelijk werk maakt de verschillende hulpvragen inzichtelijk en onderneemt passende vervolgstappen. Het maatschappelijk werk kan zelf kortdurende begeleiding bieden, benut indien noodzakelijk de mogelijkheden in het voorveld en informeert en adviseert inwoners over de mogelijkheden vanuit de Participatiewet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Jeugdwet. Doel is het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners. In 2021 bood het maatschappelijk werk aan 223 inwoners procesmatige begeleiding, in 2022 ging het om 153 inwoners. Daarnaast hadden ze 166 korte contacten in 2021 en 264 in 2022. Jeugdconsulenten op primair onderwijs Vanaf 2021 zijn er jeugdconsulenten verbonden aan de basisscholen. Zij zijn laagdrempelig aanwezig/beschikbaar voor vragen vanuit de leerkrachten en ouders. De werkwijze varieert van uitvoering van een spreekuur tot aan telefonische beschikbaarheid van een consulent voor de school. Deze vorm van laagdrempelige, vroege signalering van problemen is ingezet om het eerder stellen van vragen of het eerder aankaarten van problemen te faciliteren. POH-jeugd Huisartsen krijgen in hun praktijk regelmatig te maken met jeugdigen met psychische-, gezins-, gedrags- en/of opvoedproblemen. De huisarts stuurt de jeugdige door naar een eigen praktijkondersteuner.

De praktijkondersteuner verhelderd de hulpvraag en kijkt of zij zelf begeleiding kan bieden of dat zij verder moet doorverwijzen. Zij kan contact zoeken met bureaudienst van de gemeente en contact opnemen met zorginstellingen voor wachtlijstinformatie en is ‘sparringspartner’ van de huisarts. Inmiddels werken alle praktijken in De Ronde Venen met een POH-jeugd 44

Onafhankelijke cliëntondersteuning De onafhankelijke cliëntondersteuner helpt de inwoner op een rijtje te zetten wat hij nog zelf kan, waar hij ondersteuning of zorg bij nodig heeft en wat dan het beste past. Ook steunt ze de inwoner bij de acties die nodig zijn om die passende zorg of ondersteuning te krijgen, zoals bij een aanvraag, bij het contact opnemen met mensen uit het netwerk of in een gesprek met een instantie. Zij biedt dus niet zelf zorg of ondersteuning, maar zoekt met de inwoner naar de meest passende oplossingen. Wanneer er structurele ondersteuning nodig is, kan de cliëntondersteuner helpen bij de aanvraag van en het toe leiden naar passende ondersteuning. In 2021 heeft MEE Utrecht, Gooi & Vecht 83 trajecten begeleidt (28 van 0 – 26 jaar). In 2022 ging het om 74 trajecten (32 van 0 – 26 jaar). 35.2 Indicatoren De benodigde hulp wordt zo snel mogelijk ingezet: Hoelang moest je wachten totdat je in gesprek kon over jouw hulpvraag? Het gesprek Ik moest 2 Ik moest 4 Ik moest kon binnen 2 tot 4 tot 8 weken langer dan weken weken wachten 8 weken plaatsvinden wachten wachten 2021 37% 32% 26% 5% 2022 6% 28% 44% 22% Bron: CEO-jongeren 2021, 2022.

Hoelang moest u wachten totdat u in gesprek kon over de hulpvraag van uw kind? Het gesprek Ik moest 2 Ik moest 4 Ik moest kon binnen 2 tot 4 tot 8 weken langer dan weken weken wachten 8 weken plaatsvinden wachten wachten 2021 25% 31% 25% 19% 2022 27% 20% 25% 27% Bron: CEO-ouders 2021, 2022. Hoelang moest je wachten van het moment dat je doorverwezen bent naar de Jeugdhulp tot het moment dat de hulp van start ging? De hulp ging De hulp is De hulp is De hulp is Het heeft direct van binnen 6 binnen 6 binnen 3 langer dan start weken weken tot 3 tot 6 6 maanden gestart maanden maanden geduurd gestart gestart 2021 7% 53% 20% 20% 0% 2022 14% 32% 32% 5% 9% Bron: CEO-jongeren 2021, 2022. Hoelang moest u wachten van het moment dat u doorverwezen bent naar de Jeugdhulp tot het moment dat de hulp van start ging? De hulp ging De hulp is De hulp is De hulp is Het heeft direct van binnen 6 binnen 6 binnen 3 langer dan start weken tot 3 tot 6 45

2021 9% 2022 4% Bron: CEO-ouders 2021, 2022.

weken gestart 45% 25%

maanden gestart 19% 37%

maanden gestart 20% 25%

6 maanden geduurd 7% 7%

De benodigde hulp wordt passend ingezet: Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen Helemaal Mee eens Neutraal Mee mee eens oneens 2021 32% 44% 16% 0% 2022 36% 55% 5% 0% Bron: CEO-jongeren 2021, 2022.

Helemaal mee oneens 8% 5%

Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen Helemaal Mee eens Neutraal Mee mee eens oneens 2021 33% 42% 18% 2% 2022 39% 49% 6% 6% Bron: CEO-ouders 2021, 2022.

Helemaal mee oneens 5% 1%

Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb Helemaal Mee eens Neutraal Mee mee eens oneens 2021 35% 39% 9% 9% 2022 24% 57% 14% 0% Bron: CEO-jongeren 2021, 2022.

Helemaal mee oneens 9% 5%

Ik kan de hulp krijgen die ik en mijn kind nodig hebben Helemaal Mee eens Neutraal Mee mee eens oneens 2021 35% 43% 12% 6% 2022 34% 44% 7% 10% Bron: CEO-ouders 2021, 2022.

Helemaal mee oneens 4% 6%

De benodigde hulp wordt effectief en gericht op een duurzaam resultaat ingezet: Ik ben tevreden met het (tot nu toe) bereikte resultaat van de hulp Helemaal Mee eens Neutraal Mee Helemaal mee eens oneens mee oneens 2021 36% 28% 24% 0% 12% 2022 35% 45% 10% 5% 5% Bron: CEO-jongeren 2021, 2022. Ik ben tevreden met het (tot nu toe) bereikte resultaat van de hulp Helemaal Mee eens Neutraal Mee Helemaal mee eens oneens mee oneens 2021 26% 44% 24% 5% 2% 2022 25% 55% 9% 9% 3% Bron: CEO-ouders 2021, 2022. 46

*CEO jongeren 2022: Voor dit onderzoek zijn er 143 mensen uitgenodigd. 22 deelnemers hebben dit onderzoek afgerond (15,38%). Voor het vervolgonderzoek zijn 385 mensen uitgenodigd. 71 deelnemers hebben het onderzoek afgerond (18,44%) *CEO ouders 2022: Voor dit onderzoek zijn er 468 mensen uitgenodigd. 57 deelnemers hebben dit onderzoek afgerond (12,18%). Voor het vervolgonderzoek zijn er 385 mensen uitgenodigd, 71 deelnemers hebben het onderzoek afgerond (18,44%) 35.3 Conclusie Op meerdere vlakken wordt ingezet om het jeugdhulpaanbod af te stemmen op de jeugdhulpvraag. Uitgangspunt is altijd om te kijken wat voor de jeugdige de beste inzet is. Beter een kort, maar intensief traject dan eerst licht beginnen en gaan stapelen. Dit vergt wel moed en verandering van het lokaal team. Enerzijds om ouders duidelijk te maken dat sommige hulpvragen geen Jeugdhulp is (normalisatie: niet elke hulpvraag is jeugdhulp), maar een opvoedingsvraag waarbij ouders zelf aan zet zijn. Anderzijds ook de moed om een direct een zwaarder jeugdhulptraject in te zetten als de situatie dit vereist om de jeugdige zo snel mogelijk weer op de rit te krijgen. Advies is om deze doelstelling te handhaven. 36. De overgang van hulp en ondersteuning voor volwassenen verloopt in een doorgaande lijn.

We hebben extra aandacht voor de overgang van 18- naar 18+ en voor 16-25 jarigen tussen de 23 en 27 die extra hulp nodig hebben 36.1 Inzet Om de overgang van de Jeugdwet (18-) naar de WMO (18+) zo soepel mogelijk te laten verlopen kijken we ruim van tevoren al naar de mogelijkheden voor de jongeren. Indien de jongere betrokken is bij ondersteuning door de gemeente via jeugdhulp en de verwachting is dat deze ondersteuning ook noodzakelijk is nadat ze de leeftijd van 18 jaar bereiken, wordt er samen met de jeugdige, het lokale team en de zorgaanbieder op hun 16e al een plan gemaakt. Hierdoor is duidelijk wat er nodig is en kan de hulp die nodig is na hun 18e ook voortijdig worden geregeld. Op deze manier voorkomen we dat jongeren na hun 18e tussen wal en schip vallen. 36.2 Indicatoren Er zijn geen indicatoren beschikbaar. 36.3 Conclusie De uitdaging zit hier vaak met name in huisvesting. Indien een jeudige in een bescherm of beschut wonen traject moet worden opgenomen na zijn of haar 18e is het vaak zoeken naar een geschikte locatie. Tot op heden lukt het ons om hier altijd wel een oplossing voor te vinden onder andere via Kamers met Aandacht. In ons beleid hebben we ook niet de focus liggen op 18- en 18+ beleid maar is ons beleid gericht op de leeftijdsgrens van 16 – 27 jaar. Advies is om deze doelstelling te handhaven.

47

37. Ouders en kinderen hebben één aanspreekpunt die de regie voert 37.1 Inzet Sinds kort werkt de gemeente met een Frontteam. Dit is een team van medewerkers uit het lokale team en vormt het eerste aanspreekpunt met kinderen en ouders in het geval van een melding. Dit Frontteam kan daarna ook een casusregisseur (Jeugdconsulent) aanstellen die daarna hét aanspreekpunt wordt. Indien de casus complexer wordt en er meerdere zorgverleners bij betrokken zijn omdat niet alleen het kind maar ook de ouders zorg nodig hebben wordt ook de uitdaging voor de casusregisseur steeds lastiger. Waar er van een casusregisseur ook wordt verwacht dat deze onderdeel is van de behandeling zal naarmate er meer zorgverleners betrokken zijn, die rol ondersneeuwen en steeds meer regie en coördinatie worden. Daarnaast blijft in de huidige arbeidsmarkt het verloop lastig op te vangen. 37.2 Indicatoren Er zijn geen indicatoren afgesproken. 37.3 Conclusie De uitdaging ligt er met name in als een casus van enkelvoudig naar complex gaat en er meerder hulpverleners betrokken worden bij het gezin. Onze insteek is dat het lokale team altijd betrokken blijft gedurende het traject en de coördinatie behoudt zolang de hulpverlening in het vrijwillige deel zit.

Zodra het traject onder regie gaat vallen van Jeugdbescherming blijft het lokale team betrokken zodat als de jeugdigen onder een beschermingsmaatregel weer uit is er direct door het lokale team overgepakt kan worden. Wel is er op dit moment een zeer stroeve samenwerking met de Jeugdbescherming vanwege verschillende uitdagingen bij de Jeugdbeschermingsorganisatie (oa capaciteitsproblemen, instroom die nog te weinig ervaring heeft, te grote workload). Ook ouders geven in de vraaggesprekken aan dat de kwaliteit zeer te wensen over laat. Dit is zorgwekkend aangezien het een zeer kwetsbare groep kinderen betreft. Advies is de doelstelling te handhaven en goed bespreken hoe wij kunnen bijdragen aan verbetering.

48

Hoofdstuk 2: Conclusies en aanbevelingen Inwoners en maatschappelijk partners hebben intensief meegedacht over op welke wijze (de uitvoering van) het Jeugdbeleidsplan verbeterd en/of geactualiseerd kan worden. Ook intern zijn verbeterpunten in kaart gebracht. Dat is in dit hoofdstuk vertaald naar concrete adviezen aan de gemeenteraad en het college.

2.1 Adviezen aan de gemeenteraad 1. Continueer de inzet op thema’s die aan bod komen in Jeugdbeleidsplan Het Jeugdbeleidsplan heeft draagvlak onder inwoners en maatschappelijk partners. De thema’s die aan bod komen in het Jeugdbeleidsplan zijn volgens maatschappelijk partners relevant en actueel en sluiten goed aan bij onze gemeentelijke doelstellingen. Maatschappelijk partners prijzen de scope van het plan en de ambitie die gemeente daarmee uitspreekt. Door hen worden geen doelstellingen gemist. Ook uit het vragenlijstonderzoek onder inwoners en bijbehorende verdiepende gesprekken blijkt dat de gemeentelijke inspanningen ten aanzien van jeugd gewaardeerd worden. De thema’s die inwoners belangrijk vinden komen terug in het Jeugdbeleidsplan en de ideeën die inwoners hebben ter uitvoering sluiten aan bij de door gemeente ingezette koers. 2. Concretiseer de verwachte resultaten De doelstellingen uit het Jeugdbeleidsplan zijn niet SMART geformuleerd. Dit maakt een objectief oordeel over of voldoende voortgang op de doelstellingen behaald wordt niet mogelijk. De positie van de gemeenteraad om (bij) te sturen wordt hierdoor beperkt. Maatschappelijk partners hebben het SMARTER maken van de doelstellingen uit het Jeugdbeleidsplan als belangrijk verbeterpunt aangedragen. Daarbij moet worden opgemerkt dat het SMART maken van bepaalde doelstellingen niet altijd mogelijk is.

Daarnaast rijst de vraag of sommige doelstellingen nog wel actueel zijn. Ook blijkt bij de evaluatie dat bepaalde activiteiten niet bijdragen aan de doelstellingen of gewoon staand beleid zijn. Naast het verduidelijken van de doelstellingen en deze concretiseren (maatschappelijk effect en opbrengst) zal er ook scherper gekeken moeten worden naar de inzet van gelden om deze doelstellingen te behalen. Activiteiten die niet concreet bijdragen aan opgroeien, opvoeden en preventie, zoals beschreven in het Jeugdbeleidsplan dienen dan ook te worden geëvalueerd en waar nodig beëindigd.

2.2 Adviezen aan het college 1. Versterk de onderlinge samenwerking in het voorveld Het is van belang dat maatschappelijk partners met elkaar samenwerken zodat zij elkaars initiatieven versterken en jongeren en ouders/verzorgers naar de juiste plekken worden verwezen. Maatschappelijk partners onderstrepen dit en geven aan behoefte te hebben aan meer kennis over welke partners waarmee actief zijn in het voorveld. Op dit moment wordt de verbinding tussen maatschappelijk partners nog beperkt georganiseerd. Het college wordt

49

geadviseerd frequenter bijeenkomsten te organiseren waar maatschappelijk partners elkaar kunnen ontmoeten. Ook is het van belang dat maatschappelijk partners die met dezelfde doelstellingen aan de slag zijn expliciet aan elkaar te koppelen en met hen afspraken te maken over de onderlinge samenwerking. 2. Maak het vergroten van de bekendheid van bestaand aanbod prioriteit In het vragenlijstonderzoek hebben inwoners meegedacht over hoe voortgang kan worden geboekt op geformuleerde doelstellingen uit het Jeugdbeleidsplan. Veel van de ideeën die in dit onderzoek zijn aangedragen, worden reeds uitgevoerd door de gemeente. Dit is een signaal dat de gemeente de juiste koers in heeft gezet. Het vergroten van de kennis van bestaand aanbod is daarmee een logische vervolgstap. Inwoners zien dit als een belangrijk aandachtspunt. 3. Maak heldere (resultaat)afspraken met maatschappelijk partners De resultaatafspraken met maatschappelijk partners kennen een wisselende kwaliteit, blijkt uit document analysen die gedaan zijn in het kader van deze tussentijdse evaluatie. Uitgangspunt moet zijn dat helder is a) wat van maatschappelijk partners verwacht wordt b) tegen welke kosten en c) hoe verantwoord dient te worden. Met maatschappelijk partners worden hier niet altijd heldere afspraken over gemaakt. De gemeente verliest hiermee haar sturing.

Maatschappelijk partners geven aan te willen weten wat van hen verwacht wordt. Door hen is de doorontwikkeling van sturing vanuit gemeente aangedragen als verbeterpunt voor de uitvoering van het Jeugdbeleidsplan. 4. Intensiveer de inzet op de doelstelling “Kinderen vinden dat het pesten is verminderd” Pesten blijft een belangrijk thema. In het vragenlijstonderzoek onder inwoners hebben 61% van de ouders/verzorgers aangegeven dat hun kinderen te maken hebben met pestgedrag. 59% van de jongeren hebben aangegeven getuige te zijn geweest van pestgedrag. Ook is een toename zichtbaar van online pestgedrag in de Gezondheidsmonitor Jeugd (van 4,5% van de 13-17 jarigen die aangeven de laatste 3 maanden online gepest te zijn in 2019 naar 7,4% in 2021). Op dit moment beperkt de gemeentelijke inspanning ten aanzien van pesten zich tot het jaarlijks coördineren van de week tegen het pesten. In 2020 is in overleg met scholen besloten geen aanvullende inzet te plegen, omdat scholen reeds aandacht besteden aan pesten, bijvoorbeeld in de vorm van antipestprogramma’s. De huidige cijfers geven aanleiding om de gemeentelijke inzet te intensiveren. Inwoners zijn in het vragenlijstonderzoek gevraagd hoe de gemeente pesten het beste kan tegengegaan.

Het implementeren en door ontwikkelen van antipestprogramma’s in samenwerking met onderwijs wordt door veel ouders/verzorgers (73%) en jongeren (59%) gezien als goede maatregel. Daarnaast moet volgens jongeren ook buiten het onderwijs om gedacht worden: het verbeteren van de veiligheid in de openbare orde is volgens hen (62%) een goede maatregel. Het college wordt geadviseerd uitvoering te geven aan deze maatregelen. Daarnaast vinden zowel ouders als jeugdigen dat er meer geïnvesteerd mag worden in maatregelen om het gebruik van drugs, alcohol en roken/vapen onder de jeugdigen te 50

verminderen. Ouders zijn overigens positief over de campagnes, jeugdigen geven daarentegen aan dat de handhaving wel strenger mag. 5. Investeer in meer voorzieningen voor jeugdigen en faciliteer uitgaansmogelijkheden Uit de vragenlijsten komt ook naar voren dat de jeugdigen graag zien dat de gemeente meer investeert in woon- en leefomgeving voor alle leeftijden. Niet alleen in speeltuinen maar ook in skatebanen, sportvelden en ander activiteiten om beweging te stimuleren. Ook geven de jongeren aan dat er weinig uitgaansgelegenheden zijn. De gelegenheden die er zijn mogen ze vaak als ze onder de 18 zijn niet binnen ivm de alcoholwet (ondernemers nemen liever geen risico) en de bereikbaarheid van die gelegenheden is anders een beperkende factor.

51

2.3 Overzicht doelstellingen

Bijlagen Bijlage 1: Verantwoording betrokkenheid bij totstandkoming tussentijdse evaluatie Inwoners Doelgroep Jongeren van 16 tot en met 27 jaar en ouders/verzorgers met één of meerdere thuiswonende kinderen. Werkwijze Inwoners zijn bij deze tussentijdse evaluatie betrokken middels een vragenlijst en individuele verdiepende interviews. De vragenlijst is verspreid onder het gemeentelijk inwonerpanel en de bij de evaluatie betrokken maatschappelijk partners met het verzoek deze verder te delen. Inwoners konden zich via deze vragenlijst aanmelden voor een aanvullend verdiepend interview. De verdiepende interviews zijn telefonisch afgenomen. Respons In totaal hebben 142 ouders/verzorgers de vragenlijst ingevuld en 37 jongeren. Aan de verdiepende interviews hebben 5 ouders/verzorgers deelgenomen en 6 jongeren.

52

Rapportage De resultaten van het vragenlijstonderzoek en de verdiepende interviews zijn inzichtelijk gemaakt in op zichzelf staande rapportages. Deze heeft u apart ontvangen. Maatschappelijk partners Doelgroep De maatschappelijk partners die een bijdrage leveren aan één of meerdere doelstellingen van het Jeugdbeleidsplan. Werkwijze Maatschappelijk partners zijn bij deze tussentijdse evaluatie betrokken middels een individueel interview (van 60 tot 90 minuten) of schriftelijke vragen. Inhoud interview en schriftelijke vragen De maatschappelijk partners zijn in het interview en schriftelijk gevraagd naar drie thema’s: 1) de door de maatschappelijk partner geleverde inzet per doelstelling 2) het beeld van de maatschappelijk partner van de mate van doelbereik en 3) ideeën ter verbetering en actualisatie van (de uitvoering van) het Jeugdbeleidsplan. Het volledige interviewscript staat

53

in bijlage 2. De exacte schriftelijke vragen verschillen per maatschappelijk partner. Rode draad vormt genoemde thema’s.

54

Geïnterviewde maatschappelijk partners • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Vakgroep jeugd (jeugdconsulenten) Bureau SEMB Stichting Gezinsbuddy Stichting Buurtgezinnen Stichting Handje Helpen Ouders Lokaal Kwadraad Tympaan-De Baat Suppohrt/POH-jeugd Kenniscentrum Omgaan met Pesten Stichting Samen Sterk voor Kinderen Stichting TechNet Amstel & Venen Stichting Cedergroep ON STAGE Stichting Passenderwijs Bibliotheek GGDrU (consultatiebureau, JGZ, gezondheidsbevorderaar jeugd) Projectleider Jeugdwerkloosheid Arbeidsmarktregio Groot Amsterdam VLC Logopedisten Kind & Co Ludens ISK Ithaka Utrecht

Schriftelijk betrokken maatschappelijk partners • • • • • • • • • •

Stichting Kunst Centraal Stichting Kunst de Ronde Venen V.A.V. Con Amore Brassband Concordia Muziekvereniging Viribus Unitus Abcouder Harmonie Team Sportservice Buurtsportcoaches Stichting ’t Gilde Noordwest Utrecht RTV Ronde Venen

55

Bijlage 2: Interviewscript maatschappelijke partners Introductie In 2020 is het Jeugdbeleidsplan “Investeren in de jeugd is investeren in de toekomst 20202026” vastgesteld door de gemeenteraad. Sindsdien werken we met elkaar aan de doelstellingen van dit plan. Het plan wordt tussentijds geëvalueerd. Dit doen we samen met jullie aan de hand van dit interview. Het interview bestaat uit 3 onderdelen. In deel 1 bespreken we hoe jullie tot nu toe aan de doelstellingen van het Jeugdbeleidsplan hebben gewerkt en welke resultaten jullie daarmee behaald hebben. In deel 2 bespreken we met elkaar waar we nu staan ten aanzien van de doelstellingen en wat er (verder) nodig is om de doelstellingen in 2026 te bereiken. Tot slot bespreken we in deel 3 of en hoe het Jeugdbeleidsplan verbeterd en geactualiseerd kan worden. Deel 1 – Jullie inzet 2021 en 2022 • • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13947971/1