CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting Rijksstraatweg 155, Baambrugge

Politieke commissie 10 april 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge14.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rijksstraatweg 155, Baambrugge

bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Bestemmingsplan

Rijksstraatweg 155, Baambrugge

Maart 2024

Vastgesteld

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

Bestemmingsplan “Rijksstraatweg 155, Baambrugge”

Plannaam: Rijksstraatweg 155, Baambrugge IMRO-nummer: NL.IMRO.0736.BPP063Rijksstr155-va01 Plantype: Bestemmingsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 8 2.1

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 9 3.1 3.2

BEOOGDE SITUATIE ...................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADERS .......................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 22 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID .................................................................................................................................................... 22 BODEM.................................................................................................................................................... 23 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 23 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 24 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 26 GEUR ...................................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE ........................................................................................................................................... 31 CULTUURHISTORIE .....................................................................................................................................

31 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 32

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 34 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 34 WATERTOETS ............................................................................................................................................ 36

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 38 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 38 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 38 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ...................................................... 42 9.1 9.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 42 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 42

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 43 BIJLAGE 1

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN ............................................................................................................... 44

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 44 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 44 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 44 QUICKSCAN FLORA/FAUNA .................................................................................................................. 44 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK ....................................................................................... 44

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Rijksstraatweg 155 te Baambrugge. Ter plaatse is een bedrijfswoning met bijbehorende bedrijfsgebouwen aanwezig. Verder is een deel van de gronden ingericht als erf en opslag. Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. Hierbij is, wegens het beëindigen van het bedrijf, het voornemen om de bestaande bedrijfswoning aan de Rijksstraatweg 155 in gebruik te nemen als reguliere woning. Op het erf wordt de bijbehorende bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt ter compensatie één nieuwe woning teruggebouwd op het achtererf. De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplan “Bestemmingsplan Abcoude Buitengebied”. Om het voornemen mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet in de benodigde juridisch-planologische kaders. Aangetoond zal worden dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’ (Artikel 3.1 van de Wro).

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Rijksstraatweg 155 ten zuiden van de kern Baambrugge. In afbeelding 1.1 is de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor een exacte weergave van de begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Rijksstraatweg 155, Baambrugge” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0736.BPP063Rijksstr155-va01) en een renvooi; regels.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Abcoude Buitengebied“ en het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren”. Deze bestemmingsplannen zijn op 23 november 2011 respectievelijk 28 juni 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. In voorliggend plan is met name het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Abcoude Buitengebied” en bijbehorende verbeelding relevant. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Abcoude Buitengebied”. In de afbeelding is het plangebied indicatief aangegeven met een rode omlijning.

Afbeelding 1.2 Uitsnede plankaart bestemmingsplan “Bestemmingsplan Abcoude Buitengebied” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl / gemeente De Ronde Venen)

1.4.2

Beschrijving bestemming

Op basis van het geldende bestemmingsplan hebben de gronden binnen het de bedrijfsbestemming. Hierna wordt achtereenvolgens op de bestemming met bijbehorende aanduidingen ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld Bedrijf De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven in de daarvoor bestemde categorieën met de daarbij behorende bouwwerken, groenvoorzieningen, watergangen, erfbeplanting, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, wegen, paden, erven en terreinen. Binnen de bedrijfsbestemming is een bouwvlak en de maatvoering ‘maximum bebouwingspercentage: 28%’ opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ zijn de gronden bestemd voor de bescherming, instandhouding en herstel van waardevolle cultuurhistorische waarden. Waarde – Archeologie De gronden die zijn aangewezen als archeologisch waardevol zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden. Waarde – Beschermd dorpsgezicht De voor ‘Waarde – Beschermd Dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de karakteristieke hoofdvorm van gebouwen. 1.4.3

Strijdigheid

De beoogde nieuw te realiseren woning past niet binnen de bouw- en gebruiksregels van de huidige bedrijfsbestemming. Daarnaast is op basis van de huidige bedrijfsbestemming de ingebruikname van de bestaande bedrijfswoning aan de Rijksstraatweg 155 als reguliere woning niet toegestaan. Om de voorgenomen ontwikkeling (planologisch) mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente De Ronde Venen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE SITUATIE

Algemeen

Het plangebied ligt aan Rijksstraatweg 155 in Baambrugge. Binnen het plangebied is een bestaande bedrijfswoning, 1.075 m² aan bedrijfsbebouwing en bijbehorend erf aanwezig. Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door reguliere woningen. Aan de oostkant van het plangebied is agrarische cultuurgrond aanwezig. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich de Rijksstraatweg en loopt de rivier de Angstel. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Beoogde situatie

Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. Hierbij is het voornemen om circa 1.075 m² aan voormalige bedrijfsbebouwing te slopen. Op het achtererf van de Rijksstraatweg wordt een nieuwe woning gerealiseerd ter compensatie van de sloop van de bedrijfsbebouwing. De woning aan de Rijksstraatweg 155 is een Rijksmonument, aan dit pand wordt niets gewijzigd. Het erf wordt vervolgens heringericht ten behoeve van erf en tuin voorzieningen voor de nieuwe woning. Het gehele perceel wordt landschappelijk ingepast door middel van een Ruimtelijk Kwaliteitsplan. Voor het volledige Ruimtelijk Kwaliteitsplan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. De bestaande bedrijfswoning, de woning aan de Rijksstraatweg 155, wordt eveneens bestemd voor ‘wonen’ en wordt hiermee omgezet van bedrijfswoning naar reguliere woning. In afbeelding 3.1 is een impressie van de beoogde situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven. In afbeelding 3.2 is een impressie van het Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgenomen.

Afbeelding 3.1

Beoogde situatie plangebied (Bron: Struijk Advies)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

Afbeelding 3.2

Erfinrichtingsplan (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Dit betekent onder andere dat er door initiatiefnemer voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. hiervoor heeft de gemeente De Ronde Venen parkeernormen vastgelegd. Deze cijfers zijn gebaseerd op de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ (nummer 381, december 2018). De cijfers van het CROW zijn ontwikkeld als hulpmiddel om een grootte uit te rekenen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij een bepaalde ontwikkeling. De meeste kencijfers kennen een bandbreedte. Daarmee wordt aangegeven dat de parkeerbehoefte ergens binnen de bandbreedte zal liggen. Voor de parkeernormen van de gemeente De Ronde Venen is per functie binnen de bandbreedte één waarde gekozen: het gemiddelde van de bovengrens en de ondergrens. De gemeente De Ronde Venen heeft vorenstaande uitgewerkt in het gemeentelijke “Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030”. In deze beleidsnotitie zijn kencijfers opgenomen ten aanzien van de parkeerbehoefte. Er zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiervoor zijn de cijfers van het CROW aangehouden. Er is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • •

Verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk, gemeente De Ronde Venen (Bron: CBS, Demografische kencijfers per gemeente); Gebiedstype: buitengebied. Functie: koop, huis, vrijstaand

In de CROW wordt de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. 3.2.2

Parkeren

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten ontstaat er de volgende parkeerbehoefte: Functie Koop, vrijstaand

Parkeerbehoefte 2,4 per woning

Aantal 1 woning

Totale parkeerbehoefte 2,4 (afgerond: 3)

Gelet op het vorenstaande is er sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 3 parkeerplaatsen voor de nieuwe woning. Het parkeren behorend bij de woning vindt plaats nabij de woning. Gelet op de omvang van het erf is hier ruim voldoende ruimte voor het realiseren van drie parkeerplaatsen. 3.2.3

Verkeersgeneratie

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten ontstaat er het volgende beeld voor wat betreft de verkeersgeneratie: Functie

Verkeersgeneratie per weekdag etmaal

Aantal

Koop, huis, vrijstaand

8,2 per woning

1 woning

Totale verkeersgeneratie (per weekdagetmaal) 8,2

Gelet op het vorenstaande is er sprake van een toename in de verkeersgeneratie van 9 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het verkeer wordt via een overzichtelijke in- en uitrit afgewikkeld naar de Rijksstraatweg. De omliggende wegenstructuur is van voldoende capaciteit om deze geringe toename verkeersveilig te kunnen verwerken. Daarbij wordt opgemerkt dat de bedrijfsbestemming, en de bijbehorende verkeersgeneratie, zal komen te vervallen. Ervan uitgaande dat de te slopen bedrijfsgebouwen op basis van de CROW worden gecategoriseerd als “bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)” geldt op basis van de uitgangspunten (weinig stedelijk, buitengebied) een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,8

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld verkeersbewegingen per 100 m² bvo. De totale verkeersgeneratie die komt te vervallen betreft circa (4,8 x 10,75=) 51,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dit resulteert in een afname van 43,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal.

3.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie ‘duurzaam perspectief voor onze leefomgeving’

De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In september 2020 is de definitieve NOVI door de minister toegestuurd naar de tweede kamer. De visie treed straks samen met de Omgevingswet in werking. In Nederland staan we voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. We hebben een lange traditie van ons aanpassen. Deze opgaven benutten we om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu.

In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. Prioriteiten binnen de NOVI De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de nationale prioriteiten: • • • •

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s; een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ten tijde van de SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Hierna wordt ingegaan op de relevante ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Voor het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In geval van voorgenomen ontwikkeling is sprake van het netto toevoegen van één woning. De ontwikkeling betreft dan ook geen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat, in dit geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk. 4.1.4

Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid

Het initiatief is passend binnen de uitgangspunten van het rijksbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie (2021)

4.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie legt de provincie integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie beziet de provincie groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. 4.2.1.2 Uitgangspunten De provincie heeft de ambitie uitgesplitst in meerdere ambities, die allen behoren tot het beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving. De ambitie is uitgewerkt in de volgende speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Stad en land gezond Klimaatbestendig en waterrobuust; Duurzame energie; Vitale steden en dorpen; Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; Levend landschap, erfgoed en cultuur; Toekomstbestendige natuur en landbouw;

In dit geval is met name onderdeel 1 (stad en land gezond), onderdeel 4 (vitale steden en dorpen) en onderdeel 6 (levend landschap, erfgoed en cultuur) van belang. Hierna wordt daar nader op ingegaan. Stad en land gezond De leefomgeving van de provincie Utrecht biedt veel kansen voor gezond leven. De steden en dorpen worden omringd door groene landschappen. Een schone en rustige omgeving is vaak nabij. De provincie heeft een samenhangend hoofdroutenetwerk voor wandelen, fietsen en varen. Dit netwerk verbindt onze woon-, werken leefgebieden met het ruime vrijetijdsaanbod, aantrekkelijke recreatiegebieden, landschappen en natuurgebieden. De provincie Utrecht heeft per saldo de schoonste economie van Nederland door het dienstverlenende karakter met relatief weinig vervuilende bedrijven. De leefomgeving wordt echter steeds intensiever gebruikt. Dit leidt tot afname van de bodem-, water- en milieukwaliteit. De veerkracht van ons bodem- en watersysteem staat onder druk. Er is een toenemende vraag naar drinkwater. Tegelijkertijd neemt de verontreiniging van het drink- en oppervlaktewater door medicijnresten, hormonen en microplastics toe. De afname van fijnstof in de lucht die de afgelopen jaren is opgetreden, vlakt af. Stikstofoxiden in de atmosfeer leiden tot de vorming van fijnstof en smog. Dit leidt onder andere tot verschraling van natuurgebieden en afname van biodiversiteit.

Zonder extra inspanningen nemen geluid- en lichthinder verder toe. Mensen ervaren, door de toename van inwoners en bezoekers, steeds vaker een gevoel van drukte. Vitale steden en dorpen Prognoses wijzen uit dat de provincie de komende decennia nog fors gaat groeien, en dat er extra ruimte nodig is om deze groei op te vangen. De provincie ziet de toekomstige ontwikkeling van woon- en werklocaties in samenhang met bereikbaarheid, en in samenhang met de overige opgaven en kwaliteiten zoals in deze visie BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld verwoord. Daarom wordt bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking de volgende basisprincipes gehanteerd: • • •

zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; daarnaast in overig stedelijk gebied; eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors.

In aanvulling hierop wordt onder voorwaarden ruimte geboden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk). Levend landschap, erfgoed en cultuur Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zet de provincie in op het doorontwikkelen van de aantrekkelijke landschappen, het beschermen en benutten van historisch erfgoed en het ondersteunen van een goed cultureel aanbod. De ambitie is gericht op het volgende: • • •

2050: bij ontwikkelingen is voortgebouwd op de kernkwaliteiten van de karakteristieke landschappen. Aardkundige waarden zijn zichtbaar in het landschap. 2030: bestaande en nieuwe aardkundige monumenten vertellen het verhaal van het aardkundig erfgoed en dragen bij aan de recreatieve beleving van het landschap. 2030: alle gemeenten hebben initiatieven ontplooid die ten goede komen aan de kernrandzone.

4.2.1.3 Regio U16 De regio U16 beslaat een groot deel van de provincie Utrecht. Het gebied valt qua landgebruik uiteen in drie delen die elk een eigen karakteristiek kennen. De Ronde Venen valt onder het gebied ‘Utrecht West’. Voor de kleinere steden en dorpen in deze regio biedt de provincie waar nodig en mogelijk passende ontwikkelruimte voor kleinschalige uitbreiding die nodig is om te bouwen ten behoeve van lokale vitaliteit. De provincie vindt het belangrijk dat de geschetste ontwikkeling op een duurzame wijze wordt vormgegeven: • • • •

zo veel mogelijk binnenstedelijk en bij knooppunten; met aandacht voor klimaat-adaptieve inrichting (groen en blauw), energietransitie, energieneutrale of energieleverende gebouwen en gezondheid; met mee-ontwikkelen van natuur, landschap, recreatie en duurzame landbouw; Nieuwe Hollandse Waterlinie als drager en aanjager van omgevingskwaliteit.

De provincie vindt het belangrijk dat in de woningbouwontwikkeling ook ruimte is voor het mee-ontwikkelen van natuur, landschap, recreatie en duurzame landbouw. Deze ontwikkeling is zowel in de stad als het landelijk gebied van belang. In de stad moet voldoende groen en water aanwezig zijn en blijven. In het landelijk gebied moet de hoeveelheid (recreatief) groen mee-ontwikkelen met de verstedelijking. Er is nu al een geschat tekort van 550 hectare aan recreatief groen voor intensief gebruik. Belangrijk hierbij is om voort te bouwen op de bestaande rijkdom aan groengebieden en landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Van belang hierbij is ook het uitbreiden van het netwerk van recreatieve verbindingen. Deze verbinden de woonwijken en de groene gebieden in het stedelijk gebied met elkaar en met het landelijk gebied. Bovendien nodigen ze uit om gebruikt te worden door hun groene uitstraling. 4.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie In voorliggend geval wordt er een nieuwe woning toegevoegd op een voormalige bedrijfslocatie. De locatie ligt in het buitengebied op een erf waar woningen geclusterd zijn gebouwd. Gezien de ligging van de omliggende woonpercelen is er dan ook sprake van een inbreidingslocatie, aangezien er geen beslag op de onbebouwde ruimte wordt gelegd. De locatie kan daarmee gecategoriseerd worden als stedelijk gebied.

Daarnaast wordt de nieuwe woning gasloos gerealiseerd waarbij een bijdrage wordt gedaan aan de energietransitie. Het erf wordt landschappelijk ingepast en draagt daarmee bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld cultuurhistorische waarden van het gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2

Omgevingsverordening provincie Utrecht (2021)

4.2.2.1 Algemeen Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden samen met de Omgevingswet. De omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De omgevingsverordening is gebaseerd op een aantal wetten en AMvB's, en bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Regels over bijvoorbeeld een vergunningplicht gelden ook voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers. Hierna wordt nader op de van belang zijnde artikelen uit de Omgevingsverordening ingegaan. 4.2.2.2 Van belang zijnde artikelen Artikel 2.10 Instructieregel overstroombaar gebied 1.

2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Overstroombaar gebied bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan.

Artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Artikel 9.8 Instructieregel kernrandzone 1.

2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Kernrandzone kan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten; b. de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt, met uitzondering van windenergie en zonnevelden, in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur; c. tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd; en d. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt op welk gebied deze toepassing betrekking heeft en dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. De onderbouwing bevat ook een beschrijving van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop met het versterken daarvan is omgegaan. Hierbij wordt aangegeven hoe de verstedelijking aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke structuur. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing.

Artikel 9.15 Instructieregel verstedelijking 1.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld 2.

3.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsverordening Utrecht Artikel 2.10: Instructieregel overstroombaar gebied In dit geval is er geen sprake van een onevenredig risico ten aanzien overstromingen. Bij eventuele overstromingen kan men het plangebied in meerdere richtingen ontvluchten. Ook is er geen sprake van het realiseren van een functie voor minder zelfredzame doelgroepen. Er wordt een reguliere woning gerealiseerd waarbij de (toekomstige) bewoners zelf redzaam zijn en ten tijde van een calamiteit het plangebied kunnen ontvluchten. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de wateraspecten binnen het plangebied. Artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied In dit geval is er geen sprake van verstedelijking in het landelijk gebied. Enkel de toegangsweg valt binnen de kernrandzone/landelijk gebied. De ontwikkeling zelf betreffende de woning vindt daarmee plaats binnen het stedelijk gebied. Artikel 9.8 Instructieregel kernrandzone In dit geval is er geen sprake van verstedelijking in het landelijk gebied. Enkel de toegangsweg valt binnen de kernrandzone/landelijk gebied. De ontwikkeling zelf betreffende de woning vindt daarmee plaats binnen het stedelijk gebied. Het erf wordt landschappelijk ingepast en zorgt daarmee voor een verbetering van de omgevingskwaliteit. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats op een voormalige bedrijfslocatie.

Hiermee is sprake van het inbreidingsprincipe waarbij geen beslag wordt gelegd op de onbebouwde ruimte. Verder vindt er een forse afname van de bebouwingsmogelijkheden plaats, aangezien er circa 1.075 m² aan voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling, gezien de ligging tussen andere woonpercelen, passend binnen de omgeving is. Artikel 9.15 Instructieregel verstedelijking In het provinciaal programma Wonen en werken 2023 is opgenomen dat binnen de provincie Utrecht een grote behoefte aan extra woningen en ruimte voor bedrijven is. In samenwerking met gemeenten wil de provincie hier een bijdrage aan leveren en dit maatschappelijke probleem helpen op te lossen. Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van één woning binnen bestaand stedelijk gebied. De concrete behoefte is hiermee aangetoond. Daarnaast wordt in paragraaf 4.3.2 eveneens aangetoond dat er concreet behoefte is naar woningbouw. De woningbouw leidt niet tot (extra) bodemdaling.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie De Ronde Venen 2030 (2013)

4.3.1.1 Algemeen De gemeente De Ronde Venen beschikt over een structuurvisie waarin de visie tot 2030 is bepaald. De structuurvisie gaat er vanuit dat in het jaar 2030 gemeente De Ronde Venen een herkenbare uitstraling heeft met een eigen karakter. Inwoners en bezoekers weten wat de gemeente te bieden heeft met haar landschap, dorpen, recreatiegebieden en natuurschoon. Initiatieven worden ondersteund.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld 4.3.1.2 Visie op thema’s De visie is uitgewerkt in de thema’s landschap, landbouw, recreatie, wonen, leefbaarheid, werken. Daarnaast is er ook een kerngerichte visie. Hierna wordt op de belangrijkste visie met betrekking tot dit plan ingegaan. Vitale dorpen en kernen De gemeente hecht grote waarde aan de openheid van het landschap en heeft geen wens om in het landschap te bouwen tot 2030. Inbreiding gaat voor uitbreiding. De gemeente zet in op een toekomstbestendige woningvoorraad: het zo veel mogelijk laten aansluiten van woningen op woonwensen, woningen die energiezuinig en toegankelijk zijn en woningen die aansluiten op de vraag uit de woningmarkt. Bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met de bestaande woningvoorraad, andere nieuwbouwinitiatieven en met de regionale positie op de woningmarkt. Woningaanbod en woonomgeving sluiten aan bij de woonwensen en behoefte van inwoners. Verschillen tussen kernen worden erkend. Doorstroming helpt om woonwensen en woningbehoefte beter op elkaar aan te laten sluiten. Concreet zet de gemeente in op: • • •

Kwaliteit bij nieuwbouw; Beter benutten bestaande woningvoorraad; Aantrekken nieuwe inwoners door inzet op de onderscheidende kwaliteiten van de gemeente.

Bij nieuwbouw staat de focus op kwaliteit voorop. Kwaliteit betekent het realiseren van duurzame woonmilieus. Woningen die energiezuinig zijn of energie opwekken en die de nodige flexibiliteit in indeling bieden en toegankelijk zijn voor specifieke doelgroepen. Woningen die op een zorgvuldige manier ingepast zijn in de omgeving en waarvan de kwaliteit wordt benut door deze beleefbaar te maken. Woningen vormen een meerwaarde ten aanzien van de huidige woningvoorraad, zodat er geen overschotten ontstaan. Op deze manier bouwt de gemeente aan woonmilieus die toekomstbestendig zijn, het milieu minder belasten en zowel betaalbaar als waardevast zijn. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Ten aanzien van ‘vitale dorpen en kernen’ geldt dat de ontwikkeling past binnen de ambitie om kwaliteit te realiseren bij nieuwbouw. Het erf aan de Rijksstraatweg 155 wordt landschappelijk ingepast om de omgevingskwaliteit te versterken. Daarnaast wordt de woning gasloos en conform de hedendaagse duurzaamheidseisen gerealiseerd wat bijdraagt aan de ambitie voor een duurzaam en toekomstbestendig woonmilieu. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke structuurvisie. 4.3.2

Woonvisie de Ronde Venen 2025

4.3.2.1 Algemeen De Woonvisie De Ronde Venen is door de raad gewijzigd vastgesteld in maart 2020. De Woonvisie begint met een stip op de horizon. In 2025 is De Ronde Venen een groene dorpse gemeente waar het goed wonen is voor alle inwoners, mensen die hier geboren en getogen zijn en ook nieuwe inwoners. Het dorpse karakter kenmerkt de kernen in de gemeente die verspreid liggen in het weidse landschap van het Groene Hart. Met behoud van dit landelijk karakter en dankzij de onderscheidende kernen, voorziet De Ronde Venen in een diversiteit van woonomgevingen. Voor de Woonvisie is een woningmarktonderzoek uitgevoerd door Regio in 2017. Dit onderzoek heeft als onderlegger gefunctioneerd voor de Woonvisie. De verwachting is dat het aantal inwoners tot 2025 gelijk nagenoeg blijft. Vanaf 2030 is een bevolkingsgroei zichtbaar. De grootste behoefte tot 2025 is er aan grondgebonden koopwoningen. Daarnaast is er behoefte aan appartementen in de koop- en huursector. Bij grondgebonden huurwoningen is een afname te verwachten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld Tussen 2016 en 2025 wordt een toename verwacht van het aantal huishoudens van ca. 6%. Dat is 1.180 huishoudens erbij. De vergrijzing zorgt voor een toename van ouderen in onze gemeente de komende vijftien jaar, wat zich vertaalt in een toename van 1.400 huishoudens. De komende periode zal het aandeel gezinnen afnemen en het aandeel alleenstaanden toenemen. Om de vitaliteit van de gemeente te behouden is een gevarieerde leeftijdsopbouw nodig van de bevolking. Het behoud van jongeren en jonge gezinnen en het aantrekken van deze doelgroepen vanuit de regio, zorgt ervoor dat De Ronde Venen een economisch sterke gemeente blijft. De woningvoorraad in De Ronde Venen moet betaalbaar, duurzaam, voldoende divers zijn en goed inzetbaar zijn voor de diverse leeftijds- en doelgroepen, waarbij de focus ligt op jongeren en jonge gezinnen zodat de gemeente vitaal blijft. Om deze visie te bereiken is een aantal speerpunten gekozen: • •

• •

Betaalbaar wonen: Voldoende betaalbare woningen voor mensen met lage middeninkomens. Voldoende betaalbare koopwoningen voor starters/ jonge gezinnen Beschikbaarheid en diversiteit: Bij elk nieuwbouwproject bedraagt het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30%. En bij woningbouwprojecten vanaf 50 woningen dient, naast de sociale woningbouwopgave, aanvullend ten minste 15% in de middeldure huur (danwel sociale koop) gerealiseerd moet worden. Inzetten op vraaggericht bouwen (bij voorkeur grondgebonden koopwoningen en koopappartementen), inspelen op groeiende groep alleenstaanden en bouwen voor een gezonde leeftijdsopbouw (doorstroming voor gezinnen door tegemoet komen aan de vraag naar woningen van € 300.000 tot 500.000) en aantrekken jonge gezinnen door aanbieden van goedkope woningen onder de € 200.000). Duurzaam wonen: Nieuwbouwprojecten dienen gasloos te zijn en nieuwe woningen dienen nul-op-demeter woningen te zijn. Wonen en zorg: Beschermde woonvormen en dagbesteding binnen de Ronde Venen realiseren samen met zorgaanbieders. En het faciliteren van het langer thuis kunnen wonen van ouderen.

4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie In voorliggend geval wordt er één woning toegevoegd aan de woningvoorraad van de gemeente De Ronde Venen. Het betreft hiermee een zeer kleine ontwikkeling. De eisen wat betreft woningtypologie zijn dan ook niet van toepassing voor voorliggend plan, aangezien deze pas gelden voor woningbouwprojecten vanaf 50 woningen. De nieuwe woning wordt gasloos gerealiseerd en draagt daarmee bij aan de ambitie voor ‘duurzaam wonen’. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning waardoor deze woning beschikbaar komt voor een bredere doelgroep. Geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonvisie De Ronde Venen 2025. 4.3.3

Landschapsnota De Ronde Venen 2030

De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, aangezien de bouw van een nieuwe woning niet passend is binnen de geldende bouw- en gebruiksregels. Het perceel is gelegen in het deelgebied ‘Veen en Klei: Landbouw’. Dit deelgebied kenmerkt zich door open ruimten van het weidegebied en de linten op de stroomruggen. De historische rivierlinten en begrenzen het veelal lege gebied. Vanaf alle genoemde grenzen en randen is zicht op de openheid. Het gebruik als grasland garandeert het behoud van de openheid. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kunnen doorzichten van de Rijksstraatweg naar het open landschap worden hersteld. Daarnaast wordt een bedrijfsperceel, wat is gelegen op korte afstand van woningen, wegbestemd. Verder wordt de toekomstbestendigheid en leefbaarheid van het landelijk gebied vergroot door het verwijderen van verouderde bedrijfspanden in ruil voor een nieuwe woning. Tot slot wordt het nieuwe perceel landschappelijk ingericht door nieuwe groenelementen zoals solitaire bomen en natuurvriendelijke oevers. Hierdoor leidt het initiatief tot voldoende ruimtelijke kwaliteit. Voor een gedetailleerdere omschrijving wordt verwezen naar het Ruimtelijk Kwaliteitsplan als opgenomen onder bijlage 1 van deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld 4.3.4

Welstandsnota Breukelen, Loenen en Abcoude (2003)

In voorliggend geval ligt het plangebied op basis van de Welstandnota Breukelen, Loenen en Abcoude en de kaart “Welstandsniveau’s Abcoude” binnen het ‘Beschermd/bijzonder welstandsgebied’. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal de nieuwe woning getoetst worden aan de eisen uit de Welstandsnota. Voor het Rijksmonument aan de Rijksstraatweg 155 geldt dat hier niets aan gewijzigd wordt. 4.3.5

Beleidskader erfgoed De Ronde Venen ‘Erfgoed Leeft!’

In november 2023 heeft de gemeente Ronde Venen het beleidskader ‘Erfgoed Leeft!’ vastgesteld. Het Rijksmonument aan de Rijksstraatweg 155 valt binnen het plangebied en maakt daarmee deel uit van de voorliggende ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat het Rijksmonument ongewijzigd blijft en in gebruik wordt genomen als reguliere woning in plaats van bedrijfswoning. De impact op het Rijksmonument is daarmee minimaal. Tijdens de sloop van de agrarische bebouwing en de bouw van de nieuwe woning zal rekening worden gehouden met de waarde van het Rijksmonument. De ontwikkeling heeft daarmee geen negatieve invloed op de karakteristieke waarde van het Rijksmonument. Geconcludeerd wordt dat het beleidskader ‘Erfgoed Leeft!’ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1 Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

De geplande woning wordt op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Rijksstraatweg. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten. De geluidbelasting op de beoogde woning ten gevolge van de Rijksstraatweg bedraagt hoogstens 37 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Ter plaatse van de beoogde woning is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van wegverkeerslawaai.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In voorliggend geval is de dichtstbijzijnde spoorlijn op circa 580 meter afstand gelegen. Gelet op de onderlinge afstand wordt een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai niet noodzakelijk geacht. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.2

Bodem

5.2.1 Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste bevindingen en conclusies. Op basis van het onderzoek zijn enkel lichte verontreinigen aangetroffen. De lichte verontreinigingen vormen geen aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld • • •

het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode ster) en omgeving weergegeven.

Afbeelding 5.1

Uitsnede risicokaart (Bron: risicokaart.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Rijksstraatweg 155, Baambrugge Vastgesteld Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: 1. 2. 3. 4.

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Zoals op afbeelding 5.1 te zien zijn ten noordwesten van het plangebied, aan de Rijksstraatweg, twee propaan/propeentanks gelegen. Het plangebied ligt echter ruim buiten de PR 10-6 contour en de brand- en explosieaandachtsgebieden. Ten oosten van het plangebied is een Basisnet route aanwezig, namelijk het Amsterdam-Rijnkanaal. Het plangebied ligt ruim buiten de brand- en explosieaandachtsgebieden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Een nadere risicoverantwoording ten aanzien van deze risicobronnen is dan ook niet noodzakelijk. Op deze locatie wordt geconcludeerd dat met betrekking tot het aspect ‘externe veiligheid’ geen belemmeringen aanwezig zijn. 5.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13946348/1