CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan De Meijert Oost

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan De Meijert Oost (Akkoordstuk)25.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater, het beheer en onderhoud aan waterkeringen en primaire watergangen. De onderhoudsplicht voor overige watergangen ligt bij de kadastrale eigenaar. Activiteiten binnen onderhoudsstroken zijn vergunningplichtig op grond van de keur. Onderhoudsstroken dienen (zwaar) onderhoudsmaterieel te kunnen dragen. Er mogen zich geen obstakels bevinden in de onderhoudsstroken. Afhankelijk van de breedte van watergangen worden deze varend of rijdend onderhouden. De breedte van de onderhoudsstroken aan weerszijde van de watergang is afhankelijk van de breedte van de watergang en het soort onderhoud.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

41

Het wateroppervlak binnen voorliggend plangebied betreft de watergang aan de zuidoostkant. Dit water is grotendeels al aanwezig, wel zal een kleine aanpassing van de oeverlijn worden gedaan. In de uitwerking van het bestek wordt nog bepaald in hoeverre natuurvriendelijke oevers worden gerealiseerd. Het nieuwe gebouw zal gedeeltelijk aan het water worden gesitueerd. De eigenaar van het aangrenzende perceel is verantwoordelijk voor het onderhoud. Door de situering van het gebouw aan het water is onderhoud vanaf de kant hier niet of beperkt mogelijk. Bij de uitwerking van de bouwplannen en inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de mogelijkheden om het water op adequate wijze, conform de eisen van het waterschap, te beheren en onderhouden. Daarbij wordt rekening gehouden met het handboek oppervlaktewater en de afspraken tussen gemeente en waterschap over het onderhoud van wateren.

4.8.3 Conclusie De verschillende waterthema’s leiden niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is voor advies aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht voorgelegd, waarop de waterparagraaf is aangevuld.

4.9

Natuur en ecologie

4.9.1 Kader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden).

Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

42 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.

4.9.2 Onderzoek Soortenbescherming De kans bestaat dat in het plangebied beschermde planten- en/of diersoorten voorkomen. Gezien de voorgekomen ontwikkelingen is daarom onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Quickscan Wet natuurbescherming (2021) Eco Reest heeft in 2021 voor het gehele gebied De Meijert een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. De bevindingen uit het onderzoek zijn samengevat in tabel 4.3, en worden daaronder beknopt beschreven. De quickscan dateert van 2021. De ODRU hanteert in principe een termijn van drie jaar voor het uitsluiten van strikt beschermde soorten; maar kijkt daarbij ook naar het laatste veldbezoek. In dit geval is na de quickscan in 2022 nog een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd (zie verderop). In voorbereiding op dit bestemmingsplan heeft de ODRU aangegeven dat de resultaten van de quickscan nog bruikbaar kunnen zijn, als de situatie ter plaatse niet is gewijzigd door verruiging van vegetatie of grondwerkzaamheden waardoor verharding is weggehaald. Sinds de uitvoering van het nader onderzoek heeft in het plangebied geen verruiging plaatsgevonden en is er geen nieuwe verharding weggehaald van het terrein; het terrein is alleen gemaaid. De resultaten van de ecologische onderzoeken kunnen zodoende nog volstaan.

Tabel 4.3: Overzicht onderzoeksresultaten quickscan Wnb (bron: Eco Reest, september 2021). Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

43

Afbeelding 4.5: Overzicht deelgebieden onderzoek Wnb (bron: Eco Reest, september 2021).

De bevindingen uit het onderzoek zoals weergegeven in tabel 4.3 gelden voor het gehele onderzoeksgebied van De Meijert, waarbij indien nodig onderscheid is gemaakt naar de verschillende deelgebieden (1-6). Dit bestemmingsplan heeft betrekking op locatie 5 uit het onderzoek (zie afbeelding 4.5). De belangrijkste voor deellocatie 5 relevante conclusies ten aanzien van soortenbescherming zijn: Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten zonder jaarrond beschermde nest- of vaste rustplaats tot broeden komen. Ieder in aanbouw of in gebruik zijnde nest is beschermd. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn, gelet op de aanwezigheid van geschikte bebouwing en bomen met holtes, niet op voorhand uit te sluiten binnen alle locaties. Verblijfplaatsen van de rugstreeppad zijn niet uit te sluiten binnen het plangebied (specifiek locatie 5). Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Op basis van deze bevindingen wordt in het onderzoek advies gegeven ten aanzien van de vervolgstappen.

Aanvullend onderzoek is alleen nodig indien de werkzaamheden zorgen voor mogelijke overtreding(en) van de Wnb. Op basis van de resultaten van de nadere onderzoeken kan bepaald worden of er bij de voorgenomen planinrichting en werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb en of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Nader onderzoek (2022) Uit de quickscan is naar voren gekomen dat het onderzoeksgebied (De Meijert) geschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen, jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. ransuil en sperwer) en verblijfplaatsen van de rugstreeppad. Om vast te stellen of uit te sluiten dat zich verblijfplaatsen of jaarrond beschermde nesten van één of meerdere van deze soorten zich in het gebied bevinden heeft Eco Reest in 2022 nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5. De voor dit plangebied (deellocatie 5 in het onderzoek) relevante resultaten zijn hieronder samengevat. Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

44

Vleermuizen In het nader onderzoek is een paarverblijf en mogelijk winterverblijf van een gewone dwergvleermuis aangetroffen in deellocatie 4 (in een boom ten noordwesten van de vijver in het park). De verblijfplaats bevindt zich buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Binnen het onderzoeksgebied zijn meerdere foeragerende en enkele overvliegende vleermuizen waargenomen. Gezien de lage aantallen gaat het hier niet om een essentiële vliegroutes. Bovendien zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Gezien de hogere aantallen foeragerende dieren in de kraamperiode wordt de vijver in het park gezien als essentieel foerageergebied. Echter gelet op de aard van de werkzaamheden wordt dit foerageergebied en de functionaliteit hiervan niet aangetast. Vogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens het nader onderzoek is de ransuil niet waargenomen. Ook zijn er geen sporen van aanwezigheid aangetroffen. Zodoende wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied geen nest- en/of roestplaatsen van de ransuil aanwezig zijn. In het nader onderzoek is de sperwer aangetroffen. Het betreft een nestplaats in deellocatie 4, waarbij is geconstateerd dat er sprake is van essentieel leefgebied (foerageergebieden en rustplaatsen die essentieel zijn voor de nestplaats). Het betreft een locatie buiten het plangebied van dit bestemmingsplan.

De werkzaamheden in relatie tot de ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan leiden niet tot aantasting van essentieel leefgebied van de sperwer. Overige broedvogels In het nader onderzoek zijn nestplaatsen aangetroffen van de zwarte kraai, ekster en meerkoet. Het gaat om meerdere nestplaatsen in deellocatie 4. Deze bevinden zich buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Het plangebied is in het broedseizoen grotendeels geschikt als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Geadviseerd wordt om geen werkzaamheden uit te voeren binnen het broedseizoen die voor significante verstoring kunnen zorgen (zoals verwijderen van opgaand groen, heien en slopen van bebouwing). Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden wordt geadviseerd potentiële nestlocaties voor het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continu door te werken. Rugstreeppadden Ten aanzien van de rugstreeppad is binnen het plangebied geen kooractiviteit waargenomen.

Er wordt geconcludeerd dat het plangebied niet in gebruik is als voortplantingsbiotoop van de rugstreeppad. Daarnaast is het plangebied niet in gebruik al zomer- of winterhabitat door de rugstreeppad. Zorgplicht en natuurinclusief bouwen De zorgplicht uit de Wnb blijft te allen tijde gelden. De zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het onderzoek wordt geadviseerd hoe hieraan invulling kan worden gegeven. Ook wordt beknopt ingegaan op de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen. Daartoe zal ook worden aangesloten bij het toetsingskader uit het Convenant Duurzame woningbouw provincie Utrecht op het gebied van natuurinclusiviteit en biodiversiteit.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

45 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN); het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1,5 km. Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Ook maakt het plangebied geen deel uit van andere beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebied, beschermd weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Stikstof In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft KuiperCompagnons een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De bijbehorende notitie is opgenomen in bijlage 6. In dit onderzoek is beoordeeld of de aanleg- en de gebruiksfase van de ontwikkelingen in dit bestemmingsplan leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitats binnen de Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de ontwikkelingen in dit bestemmingsplan. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wnb niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project.

4.9.3 Conclusie Uit aanvullend ecologisch onderzoek is geconcludeerd dat de werkzaamheden in relatie tot de ontwikkelingen binnen voorliggend plangebied niet leiden tot aantasting van beschermde soorten. Ook heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten op beschermde gebieden. Uit stikstofdepositie-onderzoek blijkt dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden door dit plan, waardoor significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en de Wnb niet leidt tot belemmeringen.

4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Kader Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken: • Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; • Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; • Bescherming van stads- en dorpsgezichten.

4.10.2 Onderzoek Als basis voor de archeologisch-inhoudelijke onderbouwing heeft de gemeente De Ronde Venen de beschikking over een archeologische beleidskaart uit 2011 met onderliggende rapporten. De Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

46 beleidskaart geeft gebiedsdekkend tot op perceelsniveau aan vanaf welke omvang in vierkante meters een plangebied onderzoeksplichtig is. In 2016 is de beleidskaart geactualiseerd. De huidige herziening van de archeologische beleidskaart vormt in combinatie met de onderliggende kaarten en eerdere rapporten de onderbouwing en de basis voor het geactualiseerde archeologiebeleid. Met het geactualiseerde archeologiebeleid heeft de gemeente als doel te komen tot een transparant archeologiebeleid waarmee archeologie efficiënt en effectief wordt ingezet bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, waardoor onnodig archeologisch onderzoek wordt voorkomen. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente kent het plangebied van dit bestemmingsplan grotendeels geen archeologische verwachtingswaarde (categorie 7, vrij). Voor deze gronden is aangetoond of aannemelijk dat geen archeologische sporen meer verwacht worden, en geldt dan ook geen onderzoeksverplichting. Een smalle strook aan de noordkant van het plangebied valt op de archeologische beleidskaart binnen de zone van categorie 5 (vrijstellingsgrens 2.000 m 2, 30 cm). In het plangebied zijn binnen de zone met een archeologische verwachting (categorie 5) geen werkzaamheden voorzien die de vrijstellingsgrens overschrijden. Het bouwvlak voor de nieuwe bebouwing valt buiten de zone.

Voor de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied is archeologisch onderzoek dan ook niet benodigd. Voor het deel van het plangebied waar een verwachtingswaarde geldt is in dit bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen.

4.10.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.11 Duurzaamheid 4.11.1 Kader Nationaal klimaatbeleid De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VN-klimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energie-agenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet. Deze stelt dat in 2030 een CO 2-reductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie. Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame opwekking, besparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES).

De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio. Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

47 aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaatwaarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien. Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie.

De EPC-eisen zijn vanaf 2021 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). In het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen wordt een strategie geschetst om te komen tot bijna-energieneutrale gebouwen, zowel bij nieuwbouw als transformatie van bestaande gebouwen. Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Vergunningaanvragen die na 1 januari 2021 worden ingediend moeten voldoen aan deze BENG-norm. Spoorboekje naar een Klimaatneutrale gemeente in 2040 (2017) Het spoorboekje schetst een actieve werkwijze met bijbehorende heldere en haalbare werksporen, die leiden tot klimaatneutraliteit van De Ronde Venen in 2040. Er wordt geconcludeerd dat nader onderzoek, afstemming en verdieping nodig is om de toe te passen mix in het aanbod van duurzame energie in 2040 vast te stellen. Op basis van onderzoek en maatschappelijke discussie kan bepaald worden met welke vormen van bronnen (wind, zon, biomassa, geothermie) duurzame elektriciteit en warmte kan worden opgewekt.

Om de geformuleerde ambitie, het feitelijke spoorboekje, te kunnen realiseren worden de volgende conclusies getrokken:  Sleutel tot een succesvolle realisatie is het activeren van de kracht van de gemeenschap. Dit vraagt om een werkwijze die is gebaseerd op het creëren van bewustwording en het verleiden van de gemeenschap om mee te doen, goede voorbeelden laten zien en trots zijn op bereikte resultaten. Dit vraagt om een aanpak die zowel een stevige en betekenisvolle start maakt en gelijktijdig nadenkt over te zetten grotere vervolgstappen (2 sporen aanpak)  Om te komen tot een stevige en betekenisvolle start (spoor 1: Duurzame meters maken) en alvast verdere stappen voor te bereiden (spoor 2: Duurzame meters voorbereiden) is het noodzakelijk om een uitbreiding te maken in de gemeentelijk inzet en hiervoor extra capaciteit en middelen vrij te maken. Transitievisie Warmte Tevens heeft de gemeente een Transitievisie Warmte opgesteld, waarin beschreven is hoe de weg naar duurzame warmte eruit ziet. In 2040 dienen alle woningen op een duurzame manier verwarmd te worden. Elke vijf jaar wordt dit document aangescherpt. Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht In 2021 heeft gemeente De Ronde Venen samen met meerdere partijen binnen provincie Utrecht afgesproken zich te houden aan gezamenlijke afspraken omtrent klimaatadaptief bouwen.

De afspraken zijn bedoeld voor zowel nieuwbouw als voor aanpassingen aan bestaande gebouwen. Bij alle projecten in De Ronde Venen volgt de gemeente deze afspraken. De opgestelde doelen en prestatie-eisen zijn per thema weergegeven. Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

48

Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht In 2022 hebben de provincie Utrecht, verschillende gemeenten (waaronder De Ronde Venen) en private partijen het Convenant duurzame woningbouw provincie Utrecht ondertekend. Vertrekpunt van dit convenant is de ambitie van de provincie Utrecht om de duurzaamheidsambities makkelijker en tegen lagere kosten onderdeel te maken van de grote woningbouwopgave. De provincie Utrecht staat namelijk voor een flinke bouwopgave. In de periode tot 2030 is de ambitie om jaarlijks 10.000 woningen te realiseren. Tot 2040 is er een opgave om tot 170.000 woningen te bouwen. Tegelijkertijd is er de taak om zo toekomstbestendig duurzaam mogelijk te bouwen. Het convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samen en biedt een kader voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. De thema’s waar het convenant zich op richt zijn: circulariteit, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, circulariteit en de energietransitie. De Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht zijn in dit convenant overgenomen. Het convenant bestaat uit twee delen: de overwegingen en afspraken die de ondertekenaars onderschrijven en de bijlagen met daarin het toetsingskader.

In het convenant zijn de afspraken, de intenties en het bijbehorend handelingsperspectief opgenomen. Om zoveel mogelijk gezamenlijk op te kunnen trekken, doet het convenant recht aan de verschillen in ambities van betrokken partijen. Daarom is één kader geïntroduceerd waarbinnen ruimte is voor de ambitieniveaus ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’. Brons ligt dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar bovenuit en goud is echt een koplopers ambitie. In het convenant wordt een totaaloverzicht van het toetsingskader getoond (bijlage 1), waarna de inhoud van het kader verder is uitgewerkt (bijlage 2). Per onderwerp wordt beschreven wat het doel is, welke indicatoren daar onderdeel van uitmaken en welke normen passen bij brons, zilver en goud. De gemeente De Ronde Venen heeft gekozen voor minimaal ‘brons’.

4.11.2 Onderzoek Met de voorgenomen ontwikkeling wordt in ieder geval voldaan aan de wettelijke normen en vereisten. Zo wordt de nieuwe bebouwing gasloos en tenminste als bijna energieneutrale gebouwen (BENG) gerealiseerd. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de gestelde duurzaamheidskaders, vanuit het gemeentelijk beleid en het Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht. In het Ruimtelijk kader voor De Meijert zijn hiervoor al uitgangspunten geformuleerd, die in de uitwerking van de bouwplannen en inrichting van de openbare ruimte nader worden ingevuld. In het Ruimtelijk kader is aandacht besteed aan de uitgangspunten ten aanzien van duurzaam bouwen. Door energieneutraal of nul-op-de-meter te bouwen blijven de energielasten en dus de totale woonlasten betaalbaar. Dit is interessant voor de huurder of de koper van een woning die de investering doet. Daarbij is het van belang om een balans te vinden tussen duurzaamheid en investering, ook om de betaalbaarheid te kunnen borgen. Daarnaast zal bij de ontwikkelingen in De Meijert rekening gehouden worden met de volgende aspecten: • Positionering van gebouwen en ramen zo dat ze zon binnenhalen en vasthouden in de winter en dat juist minder doen in de zomer. • Zorgen voor een goede positie van het dak ten opzichte van de zon, zodat zonnepanelen een optimaal rendement halen.

• Ontwerpen van de daken op zo’n manier dat er zo veel mogelijk dakoppervlak bedekt kan worden met zonnepanelen. Dat betekent weinig verschillende dakvlakken en onderbrekende elementen. • Zorgen voor goede plekken voor buitenunits van warmtepompen. Het is belangrijk dat bewoners zo min mogelijk last ervaren van het geluid en de trillingen van warmtepompen. Voor de uitstraling van de wijk is het minder wenselijk dat warmtepompen aan de voorkant op de grond, aan gevels of Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

49

• •

daken geplaatst worden. Tenzij ze mooi weggewerkt kunnen worden, bijvoorbeeld door ze eruit te laten zien als een schoorsteen. Daar waar dat landschappelijk gezien kan, mogelijk leggen van zonnepanelen boven een cluster van parkeerplaatsen. Grote bomen liefst niet op plekken neerzetten waar ze veel schaduw werpen op zonnepanelen, en juist wel op plekken waar ze als een natuurlijk zonnescherm functioneren. Ook worden bestaande bomen zo veel mogelijk gerespecteerd.

Daarnaast gaat het Ruimtelijk kader in op de uitgangspunten voor de openbare ruimte in het gebied. Belangrijk element daarin is een groene inrichting met groene verbindingen richting de omgeving. Groen heeft naast haar recreatieve en esthetische functie ook een rol in duurzaamheid. De urgentie voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen is evident. De biodiversiteit loopt terug en de gevolgen van de klimaatverandering zijn merkbaar in de dagelijkse leefomgeving. De zomers kunnen extreem droog zijn waardoor de bodem daalt en planten en dieren het moeilijker hebben. Daartegenover staan hevigere buien met veel overlast tot gevolg. Een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving draagt bij aan het terugdringen van de negatieve effecten. En daarnaast zorgt een leefomgeving met meer biodiversiteit, een robuuste waterhuishouding, minder hittestress, en een op natuurlijke wijze gezuiverde lucht ook voor het welzijn van mensen. Hoe meer groen in de wijk, hoe beter regenwater in de grond opgenomen kan worden en hoe minder water er afgevoerd hoeft te worden via het riool. In het plangebied wordt de toepassing van verharding beperkt. Er komt groen waar het kan, en verharding alleen waar het moet. Waar mogelijk wordt halfverharding en/of halfopen verharding toegepast (parkeerplaatsen uit te voeren met halfopen verharding).

Het beperken van verharding, het groen (schaduw) en de waterstructuur (verkoeling) dragen bij aan het voorkomen van hittestress. De precieze invulling van duurzaamheidsmaatregelen in het plangebied wordt nog nader uitgewerkt. Daarbij zal worden aangesloten bij het toetsingskader uit het Convenant duurzame woningbouw provincie Utrecht, waarbij minimaal niveau ‘brons’ het uitgangspunt is.

4.11.3 Conclusie Het plan voldoet in ieder geval aan de wettelijke normen en vereisten op het gebied van duurzaamheid, en geeft waar mogelijk invulling aan de verschillende duurzaamheidskaders. De uitgangspunten uit het Ruimtelijk kader worden in de definitieve bouwplannen en inrichting van de openbare ruimte nader uitgewerkt.

4.12 Mobiliteit 4.12.1 Kader Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030 Op 27 november 2023 heeft de gemeenteraad het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan vastgesteld. Voorheen was het mobiliteitsbeleid van de gemeente vastgelegd in het Beleidsplan Verkeer 2017-2021. Dit beleidsplan is feitelijk verlopen en geeft bovendien onvoldoende handvatten voor de beschreven ontwikkelingen en opgaven die op dit moment spelen. In het nieuwe beleidsplan, het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030, maakt de gemeente de keuzes voor hoe het gemeentelijke mobiliteitssysteem vorm te geven tot 2030, om zo de ambitie te halen om ook in 2040 een leefbare, vitale en bereikbare gemeente te zijn. Dit Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan bestaat uit een overkoepelende visie voor 2040, en een ambitie en beleidsuitgangspunten voor vijf thema’s: bereikbaarheid, veiligheid & leefbaarheid, duurzaamheid, toegankelijkheid en parkeren. Om ook in 2040 een bereikbare, leefbare en verkeersveilige gemeente te zijn, moet de zogenoemde mobiliteitstransitie ook in De Ronde Venen vorm krijgen: actieve en duurzame mobiliteit moet een Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

50 grotere plaats in het mobiliteitssysteem krijgen, naast de automobiliteit. Er zijn dus maatregelen nodig om de noodzakelijke wijzigingen in het mobiliteitsgedrag van de bewoners en bezoekers te bewerkstelligen. Dit betekent dat maatregelen minder op basis van meldingen van bewoners worden genomen (zoals in het huidige beleid) en meer op basis van analyses en prognoses. Hiermee kunnen zowel huidige knelpunten worden opgelost als toekomstige mobiliteitsknelpunten worden voorkomen. De gemeente kiest daarom voor actief mobiliteitsbeleid dat bijdraagt aan deze ambitie. In dit actieve beleid staat actieve en duurzame mobiliteit (Stappen en Trappen) qua prioriteit voorop, gevolgd door het Openbaar vervoer en op maat gemaakte mobiliteitsdiensten (MaaS). De Privéauto krijgt hierbij de minste prioriteit. Het gaat hierbij niet om het belemmeren van autogebruik, maar om het verbeteren van de voorzieningen en infrastructuur voor alternatieven. Door het toepassen van dit principe, genaamd STOMP, geeft de gemeente prioriteit aan kwetsbare en actieve verkeersdeelnemers, zonder de auto(infrastructuur) als oplossing uit te sluiten.

4.12.2 Onderzoek Verkeer Verkeersstructuur en ontsluiting In het Ruimtelijk kader voor De Meijert is al nagedacht over de ontsluitingsstructuur voor het gebied. In het plan is één hoofdontsluiting van de wijk opgenomen, via de Doctor J. van der Haarlaan. Vanuit die ontsluitingsweg wordt het verkeer verdeeld in zuidwestelijke en zuidoostelijke richting. In zuidoostelijke richting zorgt onder andere de Prinses Margrietlaan voor een verbinding met het dorpscentrum van Mijdrecht, en verder richting het noorden en oosten de provinciale wegen N201 en N212. Daarbij is in het Ruimtelijk kader geconcludeerd dat het toenemende aantal verkeersbewegingen door de woningen die worden toegevoegd is in te passen op de Doctor J. van der Haarlaan en verdere ontsluiting. Op de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkelingen wordt verderop nader ingegaan. Daarnaast wordt in de herontwikkeling van De Meijert aandacht besteed aan de infrastructuur voor langzaam verkeer. Zo zijn er voor fietsers en voetgangers meerdere verbindingen naar de omgeving voorzien (onder andere via park De Meijert en het Wickelhofpark). De entree van park De Meijert op de hoek van de Doctor J. van der Haarlaan en de Prinses Margrietlaan wordt aantrekkelijker en ruimer ingericht. Verder komen er in totaal drie fiets-/voetgangersbruggen, waarbij de brug naar Kamille ook geschikt is voor nood- en hulpdiensten.

Deze langzaam verkeersontsluitingen vallen grotendeels buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Verkeersgeneratie In het kader van de totale ontwikkeling van De Meijert heeft Royal HaskoningDHV een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling en parkeerbehoefte van het plan (bijlage 7). Op basis van een voorkeursmodel is nagegaan van hoeveel parkeerplaatsen moet worden uitgegaan bij het opgegeven woningbouwprogramma, hoeveel verkeer dat programma genereert en welke consequenties dat verkeer heeft op de bestaande weginfrastructuur. Om vast te stellen welke consequenties de komst van het plan De Meijert heeft op het verkeersaanbod op de Doctor J. van der Haarlaan, is berekend hoeveel verkeer het plan zal genereren op een gemiddelde werkdag. Daarvoor is gebruik gemaakt van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381. Op basis van het verwachte programma is de verkeersgeneratie van de gehele ontwikkeling berekend, zoals weergegeven in tabel 4.4. Hieruit volgt dat de totale ontwikkeling van De Meijert per saldo resulteert in circa 1.486 verplaatsingen per werkdagetmaal.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

51

Tabel 4.4: Verkeersgeneratie De Meijert (bron: Royal HaskoningDHV, 30 april 2024).

Voor de berekening van het extra verkeersaanbod dat het plan genereert op de Doctor J. van der Haarlaan, is verder nagegaan hoeveel verkeer dit in een spitsuur in de ochtend en avond veroorzaakt. Daaruit blijkt dat per saldo er gemiddeld in het ochtendspitsuur 92 motorvoertuigen en in het avondspitsuur 150 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) rijden van/naar De Meijert op de Doctor J. van der Haarlaan. Vervolgens is berekend wat deze verkeersgeneratie van de ontwikkeling van De Meijert betekent voor de verkeersintensiteiten op de Doctor J. van der Haarlaan. In mei 2021 heeft de gemeente tellingen laten uitvoeren op de Doctor J. van der Haarlaan. Op een gemiddelde werkdag zijn toen circa 3.050 mvt/etm geteld. Omdat in mei 2021 nog sprake was van een corona-effect op het verkeer, is de waargenomen intensiteit opgehoogd naar het niveau van de situatie voor de coronacrisis (2019). Dat betekent dat de werkdagetmaalintensiteit zonder plan De Meijert wordt berekend op 3.660 mvt/etm. Daarbij komen dan de circa 1.500 mvt/etm vanwege de gehele ontwikkeling van De Meijert. Deze verkeersbewegingen verdelen zich in twee richtingen, waarbij ervan uitgegaan is dat dit in beide richtingen circa 50% zal zijn. Dit resulteert in 750 mvt/etm extra per wegvak. In totaal zullen dan in de toekomstige situatie circa 4.410 mvt/etm van de Doctor J. van der Haarlaan gebruik gaan maken.

De avondspits zal daarbij het drukste uur zijn met circa 445 mvt/uur. Geconcludeerd wordt dat deze intensiteiten goed zijn te verwerken op de wegen ter plaatse. Deze passen ook binnen de veelal voor een erftoegangsweg gehanteerde criteria ten aanzien van de intensiteit. Sinds de uitvoering van het verkeersonderzoek is het programma in De Meijert Oost licht gewijzigd. Zo is het aantal wooneenheden iets toegenomen; tegelijkertijd is het type zorgwoningen gewijzigd, waarvoor ook een lagere parkeernorm wordt gehanteerd. Zo is de parkeervraag voor de functies in het plangebied ongeveer gelijk gebleven. Hierdoor zal de verkeersgeneratie naar verwachting ook niet significant hoger zijn, en nog steeds goed inpasbaar zijn in de omliggende wegen. Parkeren Ruimtelijk kader In het Ruimtelijk kader voor De Meijert is al ingegaan op de parkeeroplossing voor het gehele ontwikkelgebied. Gelet op het totale programma voor De Meijert wordt daarbij rekening gehouden met een goede ruimtelijke inpassing van het parkeren, en wordt voor het benodigde parkeren van de verschillende deelgebieden een mix van parkeeroplossingen voorgesteld. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met de centrale groene verbinding, en vindt het parkeren (inclusief bezoekersparkeren) geheel of gedeeltelijk plaats op eigen terrein.

Parkeeronderzoek De Meijert Voor de herontwikkeling van De Meijert heeft Royal HaskoningDHV de parkeerbehoefte onderzocht. Deze aparte rapportage is opgenomen in bijlage 12. Ten opzichte van het eerdere verkeersonderzoek Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

52 is hierin het actuele programma voor De Meijert Oost verwerkt. In de gemeentelijke nota “Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023–2030” zijn parkeernormen opgenomen voor diverse functies. Afhankelijk van het type woon- of gezondheidsfunctie en de locatie binnen de gemeente gelden verschillende normen per eenheid. Op basis van het actuele programma is daarmee de parkeervraag voor de gehele gebiedsontwikkeling berekend. Daarbij wordt in opdracht van de gemeente afgeweken van de parkeernorm voor zorgwoningen; zie hiervoor ook het kopje ‘Parkeeropgave De Meijert Oost’. Verder is uitgegaan van een reductie van 8 parkeerplaatsen vanwege de inzet van 2 deelauto’s. De berekende parkeervraag is te zien in tabel 4.5. Hieruit volgt dat op basis van het verwachte programma en de te hanteren parkeernormen in totaal 323 parkeerplaatsen benodigd zijn, om aan de parkeervraag te voldoen.

Tabel 4.5: Parkeervraag De Meijert (bron: Royal HaskoningDHV, 15 april 2025).

Er kan evenwel sprake zijn van dubbelgebruik; niet op ieder moment is de vraag even groot. Daarom is het van belang om rekening te houden met dubbelgebruik door middel van een parkeerbalans. Om niet meer parkeerplaatsen te realiseren dan er redelijkerwijs noodzakelijk zijn, is dan ook een parkeerbalans voor het gebied als geheel opgesteld. Aan de hand van de in het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan genoemde aanwezigheidspercentages is een raming opgesteld van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Op basis van de parkeerbalansberekeningen blijkt dat voor het plan de werkdagavond maatgevend is. In dat geval zijn 231 parkeerplaatsen vereist, waarvan 170 plus 2 deelauto’s voor de bewoners, 53 voor bezoekers en verzorgenden en 6 voor de sociaal-medische functies. Omdat een 100% bezetting van parkeerplaatsen praktisch niet realistisch is, is gerekend met een bezetting van 90%. Dat betekent dat per saldo in totaal 257 parkeerplaatsen benodigd zijn. Aan de hand van een parkeeronderzoek op een deel van de Doctor J. van der Haarlaan en omgeving kan vervolgens worden bepaald, hoeveel nieuwe parkeerplaatsen er moeten worden gerealiseerd. Er is een parkeerbezettingsonderzoek uitgevoerd om na te gaan hoeveel parkeerplaatsen van het totaal aantal beschikbare plaatsen in de omgeving gebruikt worden.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

53 In dit onderzoek is uitgegaan van 193 parkeerplaatsen binnen het gehele stedenbouwkundig plan voor De Meijert. Dit betekent dat op het maatgevende tijdstip (werkdagavond) binnen het plan De Meijert zelf een tekort van 64 parkeerplaatsen zal optreden (bij een bezettingsgraad van 90%). Deze zullen in de omgeving gevonden moeten worden. In de nacht zijn volgens de berekeningen 198 parkeerplaatsen voor bewoners noodzakelijk; 220 bij een bezettingsgraad van 90%. Binnen het gehele gebied van De Meijert is er dan nog een tekort van 27 parkeerplaatsen, die elders nodig zijn. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat er totaal binnen het onderzoeksgebied (secties 1 en 2 – locaties langs de Doctor J. van der Haarlaan) 90 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Sinds de uitvoering van het onderzoek is het aantal plaatsen hier teruggebracht tot 64. Daarvan zijn er in de maatgevende avondperiode maximaal 20 bezet, ofwel 44 beschikbaar. Er moeten dus nog 20 parkeerplaatsen elders beschikbaar zijn, bijvoorbeeld langs de westelijk gelegen weg in het plangebied en op de Doctor J. van der Haarlaan ten zuidwesten van de Brunel. Een inventarisatie leert dat op deze wijze in de parkeervraag kan worden voorzien. Daarmee kan het tekort binnen het plan in de werkdagavond voldoende worden gecompenseerd ruim binnen de gehanteerde loopafstand van 400 m.

De gemeente hanteert hierbij een maximum van 50 parkeerplaatsen om te lange loopafstanden te voorkomen. Parkeeropgave De Meijert Oost In aanvulling op het parkeeronderzoek voor De Meijert als geheel, heeft Mobycon een nadere onderbouwing opgesteld van de parkeeropgave voor de ontwikkeling in De Meijert Oost. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 11. In dit rapport zijn, op basis van het gemeentelijk beleid, het parkeeronderzoek voor De Meijert en de kenmerken van de ontwikkeling in De Meijert Oost, allereerst de uitgangspunten voor het bepalen van de parkeeropgave uiteengezet. Vervolgens is onderzocht wat de potentie is voor het hanteren van een lagere parkeernorm, voor de specifieke functie (zorgwoningen) die in het plan is voorzien. Daarbij is gebruik gemaakt van referenties van vergelijkbare projecten, en een onderzoek naar de parkeervraag voor dergelijke zorgvoorzieningen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat een parkeernorm van 0,5 per zorgwoning gehanteerd kan worden, in afwijking van de geldende parkeernorm van 0,6 per wooneenheid. Ook zijn op basis van de resultaten van het parkeerdrukonderzoek de aanwezigheidspercentages bijgesteld. Vervolgens is de parkeeropgave voor De Meijert Oost bepaald. Op basis van het actuele programma en de gedeeltelijk bijgestelde parkeernormen is allereerst de normatieve parkeervraag berekend. Die is weergegeven in tabel 4.6.

Tabel 4.6: Berekening normatieve parkeervraag De Meijert Oost (bron: Mobycon, april 2025).

Op basis van de normatieve parkeervraag is een nadere berekening uitgevoerd waarbij dubbelgebruik is toegepast. Daaruit volgt dat de maatgevende parkeervraag voor de ontwikkeling in het plangebied afgerond 92 parkeerplaatsen bedraagt (werkdagochtend), als De Meijert Oost als op zichzelf staand deelgebied wordt beschouwd.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

54 De ontwikkeling in De Meijert Oost dient echter te worden bezien in het grotere ontwikkelgebied De Meijert. Dit bestaat namelijk uit vier deelgebieden, waarbinnen dubbelgebruik mogelijk is. In het onderzoek is de parkeeropgave daarom ook in dit bredere perspectief beschouwd. Hoewel de maatgevende parkeeropgave voor De Meijert Oost 92 parkeerplaatsen betreft (werkdagochtend), is de parkeervraag van 42,3 parkeerplaatsen tijdens het maatgevende moment voor De Meijert als geheel (werkdagavond) maatgevend. Overdag, wanneer de zorgfuncties het meeste parkeervraag genereren, kan er namelijk worden verondersteld dat er veel restcapaciteit is op de parkeerplaatsen die ’s avonds en ’s nachts voor de woningen worden gebruikt. Het maatgevende moment op de werkdagavond komt namelijk voort uit de maatgevende momenten voor woonfuncties. Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek van Mobycon, heeft Royal HaskoningDHV het parkeeronderzoek voor De Meijert als geheel geactualiseerd. Daarin zijn het actuele programma van De Meijert Oost en de gewijzigde parkeernorm voor de zorgwoningen verwerkt. Hierop is onder het kopje ‘Parkeeronderzoek De Meijert’ nader ingegaan.

Daaruit is gebleken dat met het actuele programma aan de parkeeropgave kan worden voldaan, door gebruik te maken van de 193 parkeerplaatsen binnen De Meijert en voor de piekmomenten van de bestaande restcapaciteit aan de Doctor J. van der Haarlaan. Parkeeroplossing De Meijert Oost Op basis van de berekende parkeervraag is voor de verschillende deelgebieden van De Meijert in samenhang een voorlopige parkeeroplossing uitgewerkt. Daarin zijn binnen het voorliggende plangebied 66 parkeerplaatsen voorzien op eigen terrein, rondom de bebouwing. Zoals te zien in afbeelding 4.6 gaat het laatste ontwerp hoofdzakelijk uit van dwarsparkeerplaatsen langs de ontsluitingsweg ten noorden en zuiden van de nieuwe bebouwing in het plangebied. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bezoekersparkeerplaatsen aan de Dr. J. van der Haarlaan. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat daar voldoende ruimte is om op het maatgevende moment het tekort voor het gehele ontwikkelgebied De Meijert te compenseren. Doordat een deel van het bezoekersparkeren voor De Meijert aan de rand van het gebied is voorzien (Doctor J. van der Haarlaan), ontstaat de kans om een groen en informeel middengebied te realiseren. Gezien de loopafstand tussen de woningen en het parkeren is een goede en veilige voetgangersverbinding nodig. De parkeerplaatsen worden groen ingericht.

Zo kunnen parkeerplaatsen worden afgewisseld met bomen, omzoomd met hagen/bodembedekkers en kan een waterdoorlatend materiaal (halfopen verharding) worden gebruikt.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

55

Afbeelding 4.6: Beoogde parkeeroplossing De Meijert (Atelier Dutch, november 2023).

De exacte invulling van de parkeeroplossing wordt nog nader uitgewerkt, in samenhang met de groene inrichting van de openbare ruimte en de parkeerbehoefte van de andere deelgebieden van De Meijert. Het realiseren van voldoende parkeergelegenheid is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. In de regeling is bepaald dat moet worden voldaan aan de in de bijlage bij de regels opgenomen parkeernormen. Die normen zijn afkomstig uit het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030. Door deze als concrete normen aan het plan te koppelen, kunnen ze ook worden gebruikt als voorwaarde voor het gebruik van gronden en bouwwerken. Daarmee is ondervangen dat ook bij een eventuele gebruikswijziging (toegelaten binnen de bestemming) wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Bij omgevingsvergunning kan hiervan onder voorwaarden worden afgeweken, waarbij het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan (dan wel een wijziging daarvan) wordt betrokken. Van deze bepaling kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt voor het hanteren van een lagere parkeernorm voor de zorgwoningen, zoals in deze paragraaf beschreven en onderbouwd. Tot slot zijn in het Ruimtelijk kader en het onderzoek van Royal HaskoningDHV de mogelijkheden verkend voor het realiseren van deelmobiliteit in het gebied.

Als er deelauto’s bij de locatie komen, kan het totaal aantal parkeerplaatsen omlaag waardoor er meer ruimte vrijkomt voor bijvoorbeeld meer groen. Ook valt te denken aan elektrische deelscooters of deel- of buurtbakfietsen. De mogelijkheden hiertoe worden nader onderzocht.

4.12.3 Conclusie Uit onderzoek blijkt dat de verkeersintensiteiten inclusief de verkeersgeneratie als gevolg van alle ontwikkelingen in De Meijert goed verwerkt kunnen worden door de omliggende wegen. Daarnaast is de parkeerbehoefte voor het plangebied bepaald. Voor de ontwikkeling binnen dit plangebied zal worden Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

56 voorzien in een passende parkeeroplossing, grotendeels op eigen terrein langs de ontsluitingsweg rondom de nieuwe bebouwing, voor een deel wordt gebruik gemaakt van de parkeerplaatsen langs de Doctor J. van der Haarlaan.

4.13 Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke.

4.13.1 Kabels en leidingen In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In voorliggend plangebied zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen aanwezig.

4.13.2 Luchthavenindelingbesluit Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Oorspronkelijk uit 2002, is het op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Op 1 januari 2018 is een beleidswijziging in het LIB doorgevoerd waardoor een bestemmingsplan in bepaalde gevallen woningen kan voorzien binnen de 20ke contour rondom luchthaven Schiphol. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. De hoofddoelen hiervan zijn: voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden. Onder meer zijn beperkingen gesteld aan de hoogte van de bebouwing, door middel van toetshoogtes.

Bestemmingsplannen dienen deze toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien de Minister hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radaradvies heeft afgegeven. Voor de radartoets gelden afzonderlijke (en lagere) toetshoogtes. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt niet in een zone waarvoor beperkingen gelden ten aanzien van bebouwing (bijlage 3 LIB). Wel valt het binnen het beperkingengebied voor hoogte uit het LIB. Op grond van artikel 2.2.2 en 2.2.2a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 4 bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de aangegeven maximale waarden. Voor het plangebied geldt een toetshoogte van 146 m +NAP en een toetshoogte radar van 60-80 m +NAP. De maximale hoogtes uit het LIB worden met de ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan niet overschreden, en vormen zodoende geen belemmering.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

57

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld dat tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd, waardoor het opstellen van een exploitatieplan niet benodigd is. De kosten en daarmee het financiële risico van de ontwikkeling worden, ook in het geval van een eventueel ‘terugvalscenario’, gedragen door de initiatiefnemer. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Planvorming en participatieproces Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw gebouw met zorg- en aanleunappartementen en een gezondheidscentrum met verschillende voorzieningen mogelijk. Daarmee wordt voorzien in een behoefte aan deze voorzieningen in de gemeente. Met de ontwikkeling krijgt een momenteel braakliggend perceel een nieuwe invulling. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de bredere herontwikkeling van De Meijert. Naast de ontwikkelingen binnen het voorliggende plangebied is hier voorzien in woningbouw, gedeeltelijke transformatie van de sportvoorzieningen en een nieuwe (groene) inrichting van de openbare ruimte. Voor de herontwikkeling van het gehele gebied De Meijert is een Ruimtelijk kader opgesteld. Het Ruimtelijk kader is mede tot stand gekomen op basis van een uitgebreid participatieproces. Zo heeft er in september 2021 een informatiebijeenkomst (verdeeld over drie sessies) plaatsgevonden. Ruim honderd omwonenden en belangstellenden zijn geïnformeerd over de plannen, waarbij er drie modellen zijn gepresenteerd en ruimte was voor vragen en opmerkingen. Vervolgens hebben tussen november 2021 en april 2022 drie bijeenkomsten plaatsgevonden met een klankbordgroep, die bestond uit direct betrokkenen en omwonenden. In de bijeenkomsten zijn verschillende modellen gepresenteerd en besproken.

De opmerkingen en aandachtspunten die hierbij naar voren kwamen zijn na de bijeenkomsten in de modellenstudie en uitwerking van de plannen meegenomen en/of nader onderzocht. Zo is onder meer onderzoek uitgevoerd naar de verkeersgeneratie door het plan, gekozen voor een model met een enkele auto-ontsluiting op de Doctor J. van der Haarlaan en de tennishallocatie betrokken in het plan. In mei 2022 is daarnaast nog een inloopavond georganiseerd in het gemeentehuis in Mijdrecht. Ruim honderd belangstellenden hebben daar de twee voorkeursmodellen bekeken en zijn hierover in gesprek gegaan met de aanwezige ambtenaren. Aan de hand van reactieformulieren hebben zij hun voorkeur en aandachtspunten aangegeven. Met die input is vervolgens het voorkeursmodel verder uitgewerkt. Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

58

Tot slot hebben omwonenden een brief ontvangen over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. Hierin stond welke mogelijkheden zij hadden om een zienswijze op de plannen in te dienen. Tevens werden ze in deze brief uitgenodigd voor de inloopavond op 23 januari 2024. Op deze avond organiseerde de gemeente samen met de betrokken ontwikkelaars een bijeenkomst waar omwonenden en andere belangstellenden vragen konden stellen over de bestemmingsplannen en de verdere procedure. Conclusie Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarnaast is in de bestemmingsplanprocedure ook formeel de mogelijkheid geboden om zienswijzen (op het ontwerpbestemmingsplan) in te dienen.

Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

59

6

Procedure

6.1

Overleg

Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan (met bijbehorende onderzoeken) voor advies toegezonden aan verschillende overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. De volgende instanties hebben een reactie gegeven: - Provincie Utrecht; - Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV); - Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU); - Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De provincie Utrecht heeft aangegeven akkoord te zijn met het bestemmingsplan en heeft geen opmerkingen op het plan gegeven. Het waterschap heeft enkele opmerkingen gegeven bij de waterparagraaf, waarbij onder meer wordt ingegaan op een integrale inrichting van het watersysteem van het gehele gebied. Over de opmerkingen en openstaande punten is nader afgestemd tussen het waterschap, de gemeente en initiatiefnemer. De uitkomsten zijn in de waterparagraaf van het bestemmingsplan verwerkt. De ODRU heeft de verschillende relevante milieuonderzoeken bij het bestemmingsplan beoordeeld.

Naar aanleiding van het advies en de opmerkingen over geluid door wegverkeer (Wgh) en de tennisvelden (milieuzonering) is nadere afstemming met de ODRU gezocht. Tussen de gemeente, ODRU en ontwikkelaar heeft bovendien overleg plaatsgevonden over de te nemen maatregelen. Daarnaast zijn het stikstofonderzoek (onder voorwaarden) en het lichthinderonderzoek akkoord bevonden. De VRU heeft geen opmerkingen gegeven die hebben geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

6.2

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 30 december 2023 tot en met 9 februari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze hierop in te dienen. Gedurende deze termijn zijn twee zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn in een Nota van zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. De Nota van zienswijzen is opgenomen als bijlage 12 bij deze toelichting. Per reactie wordt hierin aangegeven of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.

6.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open Bestemmingsplan ‘De Meijert Oost’ Toelichting Vaststelling – 22 april 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15464372/1