CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan De Meijert Noord & Zuid

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan De Meijert Noord & Zuid21.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.13.1 A l g e m e e n

Het plangebied is gelegen binnen het beperkingengebied van luchthaven Schiphol. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de beperkingen ten gevolge van het vliegverkeer van Schiphol ter plaatse van het plangebied en worden de relevante randvoorwaarden voor de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. 4.13.2 We t t e l i j k k a d e r

Het wettelijke toetsingskader voor ruimtelijke plannen in de nabijheid van luchthaven Schiphol wordt gevormd door het 'Luchthavenindelingsbesluit Schiphol' (LIB). Kortweg is in dit besluit een aantal bijlagen opgenomen waarin beperkingen voor ontwikkelingen gelden. In deze bijlagen wordt aangegeven waar welke beperkingen gelden. Per zone gelden andere beperkingen. De beoogde ontwikkeling is binnen het beperkingengebied van Schiphol gelegen, conform bijlage 2 van het LIB (zie figuur 4.8).

O 16870-3-RA-007 57

f4.8 Beperkingengebied conform bijlage 2 (bron: Webapplicatie LIB Schiphol)

De beperkingen kunnen te maken hebben met geluidhinder, externe veiligheid of vliegveiligheid (vanwege de hoogte of vogelaantrekkende werking). In het kader van de beoogde ontwikkeling is bijlage 4 (maatgevende kaart toetshoogtes) van het 'Luchthavenindelingsbesluit Schiphol' relevant. Er gelden ter plaatse van het plangebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogte. 4.13.3 B e o o r d e l i n g

In het kader van de beoogde ontwikkeling is met name bijlage 4 (maatgevende kaart toetshoogtes) van het 'Luchthavenindelingsbesluit Schiphol' relevant. De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen een gebied waar beperkingen ten aanzien van de bouwhoogte gelden, conform bijlage 4 en 4a van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB). Hier zijn geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de in die bijlage aangegeven maximale waarden. Ter plaatse van het plangebied geldt een hoogte van 146 meter ten opzichte van NAP. Aangezien de beoogde ontwikkeling niet gepaard gaat met de realisatie van objecten met een dergelijke hoogte vormt dit geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. O 16870-3-RA-007 58

Op de gronden alwaar de beoogde ontwikkeling is gelegen gelden tevens beperkingen ten aanzien van functies met een vogelaantrekkende werking, windturbines en vaste laserinstallaties. Aangezien er geen sprake is van een dergelijke ontwikkeling is dit aspect niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. 4.13.4 C o n c l u s i e

Uit het Luchthavenindelingsbesluit volgt tevens dat er ter plaatse van het plangebied beperkingen gelden. Deze beperkingen hebben onder andere betrekking op de maximaal toegestane bouwhoogte van objecten. Voor de beoogde ontwikkeling is daarbij geen sprake van relevante beperkingen. 4.14 K a b e l s e n l e i d i n g e n

Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in het bestemmingsplan worden opgenomen. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Bij andere leidingen bepaald bevoegd gezag of dit wenselijk is. In het vigerende bestemmingsplan zijn dergelijke kabels en leidingen niet opgenomen. Er zijn dan ook geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied die nu in het bestemmingsplan opgenomen hoeven te worden. 4.15 M i l i e u e ff e c t r a p p o r t a g e

4.15.1 We t t e l i j k k a d e r

Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.--plichtige activiteiten' waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.--beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). Op 1 september 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer er voor plannen en besluiten een milieueffectrapportage opgesteld moet worden. 4.15.2 B e o o r d e l i n g

Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat een m.e.r.-(beoordelings)procedure te doorlopen, dienen de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan te worden getoetst aan de C- en D-lijst uit dit Besluit.

O 16870-3-RA-007 59

De beoogde ontwikkeling van maximaal 98 woningen valt in het Besluit m.e.r. onder één van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling valt in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D.11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer een stedelijk ontwikkelingsproject een milieueffectrapportage behoeft. Er is sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: − een oppervlakte van 100 hectare of meer; − een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of − een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Deze drempelwaarden wordt in de voorliggende situatie niet overschreden. Dit betekent dat er dus geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Op basis van artikel 2 lid 5 gelezen in samenhang met categorie D.11.2, Kolom 3 van het Besluit milieueffectrapportage dient voor het te nemen besluit wel een vormvrije m.e.r.--beoordeling te worden opgesteld. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie in het kader van de m.e.r.--beoordeling opgesteld.

Gezien de aard en beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling en het feit dat de wijziging geen betekenisvolle milieueffecten tot gevolg heeft kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. 4.15.3 C o n c l u s i e

Dit aspect levert geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling, daar op basis van de aanmeldingsnotitie geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het milieu heeft.

O 16870-3-RA-007 60

5

Uitvoerbaarheid

5.1 A l g e m e e n

Op basis van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van een bestemmingsplan inzicht gegeven te worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 5.2 E c o n o m i s c h e u i t v o e r b a a r h e i d

Onderbouwd dient te worden dat sprake is van een financieel uitvoerbaar plan. Het is verplicht om een exploitatieplan op te stellen in situaties waarin het kostenverhaal nog niet (geheel) anderszins verzekerd is door bijvoorbeeld het sluiten van een anterieure overeenkomst met grondeigena(a)r(en) en er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1a Bro. De verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer om de financiële uitvoerbaarheid te garanderen. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt daarom een anterieure overeenkomst gesloten. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. 5.3 M a a t s c h a p p e l i j k e u i t v o e r b a a r h e i d

Het bestemmingsplan is de wettelijk van toepassing zijnde procedure doorlopen waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld een zienswijze in te dienen. In het kader van de gehele herontwikkeling van De Meijert, en hiermee ook de beoogde ontwikkeling, is de omgeving reeds bij de planvorming betrokken. In september 2021 zijn de eerste plannen tijdens een informatieavond gepresenteerd. De reacties hierop zijn verwerkt in de verdere planuitwerking. In het kader van participatie is ook een klankbordgroep opgesteld. Op 16 mei 2022 heeft een verdere inloopavond plaatsgevonden, waar de omgeving weer in de gelegenheid is gesteld om een reactie te geven. De randvoorwaarden, die mede naar aanleiding van reacties en input van de klankbordgroep zijn gevormd, zijn opgenomen in het ruimtelijk kader voor de ontwikkeling van De Meijert (zie ook paragraaf 2.2). Dit ruimtelijk kader is in oktober 2022 door de gemeenteraad van gemeente De Ronde Venen vastgesteld. De omgeving is aldus op zorgvuldige wijze meegenomen in de planvorming. In voorliggende situatie wordt de beoogde ontwikkeling maatschappelijk aanvaardbaar geacht, aangezien deze aansluit op het ruimtelijk kader voor De Meijert en er in Mijdrecht een sterke vraag naar woningen is. De beoogde ontwikkeling voorziet bovendien in de realisatie van nieuwbouw op een passende locatie tussen bestaande (woon)bebouwing.

O 16870-3-RA-007 61

6

Juridische plantoelichting

6.1 L e e s w i j z e r j u r i d i s c h e r e g e l i n g

In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de juridische regeling van het bestemmingsplan. De juridische regeling bestaat uit een verbeelding en een set regels. De verbeelding en regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen dan ook altijd in samenhang geraadpleegd en gelezen te worden. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. Deze heeft in beginsel geen rechtskracht. De toelichting beschrijft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is geconformeerd aan de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening, welke per 1 juli 2008 van kracht zijn. Voor de bestemmingen en regels is gebruikgemaakt van de RO Standaarden 2012. De RO Standaarden 2012 zijn onder andere verankerd in de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De SVBP2012 regelt de standaardisering en uniformering van bestemmingen en regels. 6.2 L e e s w i j z e r r e g e l s

De regels van dit bestemmingsplan zijn verdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Hoofdstuk I bevat inleidende regels zoals begripsbepalingen (artikel 1) en regels voor de wijze van meten (artikel 2). Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

In hoofdstuk II zijn de afzonderlijke bestemmingen opgenomen die voor het plangebied van toepassing zijn. Dit is in feite de kern van de juridische regeling. Welke bestemming aan een bepaald stuk grond is toegekend, blijkt uit de verbeelding. De bestemming wordt in de bestemmingsregels nader toegelicht. Het plangebied kent daarbij in hoofdzaak de bestemming 'Wonen' of 'Wonen – Woongebouw'. Ter plaatse van deze gronden worden de beoogde woningen voorzien. De regels van het bestemmingsplan maken de realisatie van maximaal 8 grondgebonden woningen, en maximaal 90 appartementen in een tweetal appartementengebouwen mogelijk. Ook daarbij behorende voorzieningen zijn mogelijk ter plaatse van deze gronden. De omliggende gronden zijn bestemd voor 'Verkeer', 'Water', 'Tuin – Onbebouwd' en 'Groen'. De gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor respectievelijk verkeersdoeleinden, water, tuinen en groenvoorzieningen. Ter plaatse van deze gronden mogen geen gebouwen O 16870-3-RA-007 62

worden gerealiseerd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn op voorwaarden mogelijk ter plaatse van deze gronden. Voor de gronden met de bestemming 'Tuin – Onbebouwd' zijn ook geen vergunningsvrije bouwwerken toegestaan. Dit om te borgen dat deze gronden niet vol worden bebouwd. Het plangebied kent bovendien conform de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied'. Ter plaatse van deze gronden gelden specifieke regels voor het bouwen. Hiermee worden de mogelijk aldaar voorkomende archeologische (verwachtings)waarden beschermd en veilig gesteld. Deze dubbelbestemming is overeenkomstig het gemeentelijk archeologiebeleid uit 2016. Hoofdstuk 3: Algemene regels

Hoofdstuk III bevat algemene bepalingen die op het gehele plangebied van toepassing zijn: − anti-dubbeltelregel; − algemene bouwregels; − algemene afwijkingsregels; − algemene gebruiksregels; − algemene wijzigingsregels; − algemene procedureregels; − overige regels. Deze algemene bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsbepalingen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen ondergebracht. In de overgangsbepalingen wordt onder andere vastgelegd hoe om te gaan met het gebruik en bouwen voor zover dit in strijd is met de bepalingen van het bestemmingsplan. In de slotbepaling is de benaming van het bestemmingsplan vastgelegd.

Zoetermeer, Dit rapport bevat 63 pagina's.

O 16870-3-RA-007 63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175878/1