CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan De Meijert Noord & Zuid

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan De Meijert Noord & Zuid21.083 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De Meijert Noord & Zuid Toelichting

Rapportnummer O 16870-3-RA-007 d.d. 13 mei 2024

De Meijert Noord & Zuid Toelichting

opdrachtgever

Combinatie Brevevo

rapportnummer

O 16 87 0- 3 - R A- 0 07

datum

1 3 m e i 20 24

referentie

K v d N/ I K a / D vd H / O 16 87 0- 3 - R A- 0 07

verantwoordelijke ir. K.V. van der Nat opsteller

MSc I.H. Kalverboer +31 85 8228758 i.kalverboer@peutz.nl

peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon

Rapportnummer O 16870-3-RA-007 d.d. 13 mei 2024

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging plangebied

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

6

1.4

Leeswijzer

7

2

Planbeschrijving

8

2.1

Huidige situatie plangebied

8

2.2

To e k o m s t i g e s i t u a t i e

8

3

Ruimtelijk kader

13

3.1

Algemeen

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

15

3.4

Gemeentelijk beleid

18

4

Omgevingsaspecten

24

4.1

Algemeen

24

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

24

4.3

Geluid

26

4.4

Externe veiligheid

29

4.5

Bedrijven en milieuzonering

32

4.6

Bodem

36

4.7

Ecologie

38

4.8

Stikstofdepositie

40

4.9

Ver ke e r en p a rk eren

42

4.10

Luchtkwaliteit

46

4.11

Wat er

49

4.12

Duurzaamheid

56

4.13

Luchtverkeer

57

4.14

Kabels en leidingen

59

4.15

M i l i e u e ff e c t r a p p o r t a g e

59

5

Uitvoerbaarheid

61

5.1

Algemeen

61

5.2

Economische uitvoerbaarheid

61

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61 O 16870-3-RA-007 3

6

Juridische plantoelichting

62

6.1

Leeswijzer juridische regeling

62

6.2

Leeswijzer regels

62

O 16870-3-RA-007 4

1

Inleiding

1.1 A a n l e i d i n g

In de huidige situatie is ter plaatse van de Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht sprake van een sporthal. Het voornemen bestaat om dit gebouw te slopen, en op de huidige gronden van de tennisvereniging woningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling maakt onderdeel uit van de locatie 'De Meijert'. Door het samenvoegen van een tweetal tennisverenigingen komt er ruimte vrij voor woningbouw ter plaatse van deze locatie. De tennisvelden van één van de verenigingen blijven daarnaast liggen, en worden uitgebreid. Ter plaatse van 'De Meijert' worden, gezien de sterke vraag naar woningen in de regio, meerdere woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. Onderhavig plan ziet toe op de realisatie van zowel grondgebonden woningen als appartementen binnen De Meijert Noord en De Meijert Zuid. Aan de orde is de realisatie van maximaal 8 grondgebonden woningen en een tweetal woongebouwen met in totaal 90 appartementen. Door een mix aan typen woningen wordt ruimte geboden aan een diverse doelgroep (jong, oud, gezin en alleenstaand), hetgeen de leefbaarheid ten goede komt. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de vigerende beheersverordening 'Mijdrecht Woongebied Zuid', die op 5 februari 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente De Ronde Venen. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.

Hiertoe is een toelichting nodig waarin wordt aangetoond dat de realisatie van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In de voorliggende toelichting wordt aangetoond dat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet leidt tot belemmeringen voor de omgeving en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 1.2 L i g g i n g p l a n g e b i e d

Het plangebied is gelegen aan de Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht. Het plangebied is ten westen van het dorpscentrum van Mijdrecht gesitueerd. In figuur 1.1 wordt de ligging van het plangebied weergegeven. Sprake is van een tweetal te ontwikkelen locaties. In de omgeving van het plangebied is in hoofdzaak sprake van sportvoorzieningen en woonfuncties.

O 16870-3-RA-007 5

f1.1 Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)

1.3 V i g e r e n d b e s t e m m i n g s p l a n

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Dorpskernen'. Op 27 november 2023 is dit bestemmingsplan vastgesteld. De beroepstermijn is op 2 april 2024 afgelopen. Er is echter beroep aangetekend waarmee nog geen sprake is van een onherroepelijk plan. Middels dit bestemmingsplan worden de verschillende bestemmingsplannen voor de woonkernen van de gemeente geactualiseerd en geharmoniseerd tot één bestemmingsplan. De beoogde herontwikkeling van de locatie 'De Meijert' wordt hierin nog niet meegenomen. De gronden ter plaatse van het plangebied zijn conform dit bestemmingsplan namelijk in hoofdzaak bestemd voor sportfuncties (overeenkomstig de huidige situatie). Gebouwen mogelijk daarbij uitsluitend binnen een bouwvlak worden gesitueerd. Ter plaatse van het plangebied is deels een bouwvlak gesitueerd, te weten ter plaatse van de bestaande sporthal. De maximum bouwhoogte voor gebouwen bedraagt aldaar 14 meter. Aangezien nog geen sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan wordt volledigheidshalve tevens ingegaan op het planologisch regime voor de vaststelling van het voornoemde bestemmingsplan. Voor de vaststelling van het voornoemde bestemmingsplan was de beheersverordening 'Mijdrecht Woongebied Zuid' van kracht. Conform de O 16870-3-RA-007 6

beheersverordening mogen de gronden en bestaande bouwwerken ter plaatse van het plangebied worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. Dit betreft in hoofdzaak het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het tijdstip van vaststelling van de beheersverordening of het gebruik krachtens een omgevingsvergunning. Hierbij wordt opgemerkt dat dit in grote lijnen overeenkomt met de situatie conform het bestemmingsplan 'Dorpskernen'. Bestaande bouwwerken mogen op de grond van de beheersverordening worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmeting en op dezelfde locatie. Dit betreft bouwwerken die conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn gebouwd (ofwel vergunningsvrij, ofwel op basis van een vergunning) of nog legaal kunnen worden gebouwd (op grond van een nog niet benutte vergunning). In aanvulling hierop zijn in de bouwregels nog wel enige mogelijkheden opgenomen om bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, te realiseren. De beoogde realisatie van woningbouw past niet binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal daarom een nieuw (postzegel)bestemmingsplan opgesteld worden. Voorliggend document vormt de toelichting waarmee wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 1.4 L e e s w i j z e r

Deze toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk komen de aanleiding, ligging van het plangebied en het vigerende bestemmingsplan aan bod. In hoofdstuk 2 'Planbeschrijving' wordt het plan verder toegelicht, waarin zowel de huidige als de toekomstige situatie wordt besproken. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 'Beleidskader' een overzicht van het relevante beleid betreffende deze toelichting. Hoofdstuk 4 'Omgevingsaspecten' is gewijd aan de impact van de ontwikkeling op de omgeving. Onder andere de aspecten geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, ecologie en archeologie zullen hier worden behandeld. De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid komen in hoofdstuk 5 aan bod. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de juridische planopzet.

O 16870-3-RA-007 7

2

Planbeschrijving

2.1 H u i d i g e s i t u a t i e p l a n g e b i e d

In de huidige situatie is ter plaatse van de Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht sprake van een sporthal. Dit betreft de Tennishal de Ronde Venen. Daarnaast zijn ter plaatse van het plangebied tennisvelden gesitueerd. De locatie maakt onderdeel uit van een locatie alwaar een tweetal tennisverenigingen, en diens voorzieningen, zijn gesitueerd. In figuur 2.1 wordt de huidige situatie ter plaatse van het plangebied getoond. f2.1 Bovenaanzicht plangebied (bron luchtfoto: Globespotter)

2.2 T o e k o m s t i g e s i t u a t i e

De beoogde ontwikkeling maakt onderdeel uit van de locatie 'De Meijert'. Thans zijn op deze locatie een tweetal tennisverenigingen actief; de Tennisvereniging De Ronde Vener (TVDRV) en Tennisvereniging Mijdrecht (TVM). Deze twee tennisverenigingen zullen worden samengevoegd tot één vereniging. Door het samenvoegen van de tennisverenigingen komt er ruimte vrij voor woningbouw ter plaatse van deze locatie. De velden van de TVDRV zullen blijven liggen, en worden uitgebreid. Alwaar nu de tennisvelden van de TVM zijn gesitueerd is ruimte beschikbaar voor ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast zal de Tennishal

O 16870-3-RA-007 8

De Ronde Venen worden gesloopt. Tevens zullen de gronden ter plaatse van het voormalige partycentrum De Meijert herontwikkeld worden. Ruimtelijk kader D e Meijer t

Op 10 oktober 2022 is het ruimtelijk kader voor de locatie 'De Meijert' door de gemeenteraad van gemeente De Ronde Venen vastgesteld. In dit kader worden de voorwaarden voor de herontwikkeling van dit gebied vastgelegd. De essentie van het ruimtelijk concept is het creëren van een groene verbinding tussen Pimpernel en park de Meijert, welke als centrale groene ruimte in het nieuwe plan functioneert met eromheen de nieuwe bebouwing. Door het groen centraal te stellen, ontstaat middenin het gebied een ontspannen en informele sfeer, met eromheen kleinschalige bebouwing met parkeren achter of tussen de bebouwing. De entree van park de Meijert op de hoek van de Doctor J. van der Haarlaan en de Prinses Margrietlaan wordt aantrekkelijker en ruimer. Er is één ontsluiting voor de auto vanaf de Doctor J. van der Haarlaan, en voor de fietsers en voetgangers zijn er meerdere verbindingen naar de omgeving (park de Meijert, Wickelhofpark, etc.). Het wordt een betaalbare, veilige en vriendelijke wijk waar in de openbare ruimte het informele en natuurinclusieve groen is te herkennen. Het gebied zal functioneren als woongebied met een gezondheidscentrum en sport. In het gebied worden 5 bouwblokken voorzien. Één van deze bouwblokken betreft woningen (mogelijk in combinatie met zorgfuncties) met een gezondheidscentrum.

De overige bouwblokken bieden ruimte aan woningen, te weten grondgebonden (rijen)woningen en appartementen. In figuur 2.2 wordt een uitsnede opgenomen van de plannen voor De Meijert.

O 16870-3-RA-007 9

f2.2 Uitsnede randvoorwaardenkaart ruimtelijk kader De Meijert

De beoogde ontwikkeling

Gezien de sterke vraag naar woningen in de regio, worden ter plaatse van De Meijert meerdere woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. Hier zullen in totaal circa 203 woningen gerealiseerd worden, verdeeld over meerdere ontwikkelingen. Het plangebied ziet toe op twee te ontwikkelen locaties. De twee meest noordelijke bouwblokken zijn binnen het plangebied gelegen. Alsmede behoort het meest zuidelijk gelegen bouwblok tot het plangebied. Aan de orde is de realisatie van grondgebonden woningen appartementen. Sprake zal zijn van maximaal 8 grondgebonden woningen. Daarnaast zullen twee woongebouwen worden gerealiseerd met respectievelijk 43 en 47 sociale huurappartementen. Alsmede wordt voorzien in parkeergelegenheid. Door een mix aan typen woningen wordt ruimte geboden aan een diverse doelgroep (jong, oud, gezin en alleenstaand), hetgeen de leefbaarheid ten goede komt. De beoogde woningen binnen De Meijert zullen aansluiten op de woningbehoefte van Mijdrecht. Dit betekent dat er nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de betaalbaarheid van de woningen.

O 16870-3-RA-007 10

f2.3 Impressie lay-out beoogde ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling sluit aan op de randvoorwaarden zoals gesteld in het ruimtelijk kader. Zo zullen conform het ruimtelijk kader grondgebonden woningen en appartementen worden gebouwd. Wel wijkt het aantal woningen lichtelijk af van hetgeen in figuur 2.2 wordt aangegeven. Sprake is van een iets groter aantal appartementen. De bouwvlakken, en bouwhoogtes, zullen echter niet in omvang toenemen. Hiermee wordt een groter aantal woningen gerealiseerd binnen hetzelfde volume. Het uitgangspunt voor het woningbouwprogramma is echter dat dit aansluit op de woningbehoefte van Mijdrecht. Er is met name vraag naar sociale huur-, middeldure huur- en betaalbare koopwoningen. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan deze woningbehoefte. Een iets hoger aantal woningen kan juist als gunstig worden aangemerkt. Bovendien zal de impact op de omgeving niet tot nauwelijks groter zijn, daar het volume niet wijzigt ten opzichte van hetgeen wat voorzien werd. De verdere voorwaarden uit het ruimtelijk kader zullen in acht worden genomen. Zo vindt het parkeren tussen en rondom de bouwblokken plaats, en zullen kwalitatief hoogwaardige woningen worden gerealiseerd. De woningen zullen qua architectuur aansluiten op de omgeving. O 16870-3-RA-007 11

Voor de beoogde ontwikkeling van de gehele locatie 'De Meijert' is bovendien een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit loopt parallel aan de bestemmingsplanprocedure, en is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. De beoogde ontwikkeling zal hieraan moeten voldoen. Hiermee wordt een zorgvuldige inpassing geborgd.

O 16870-3-RA-007 12

3

Ruimtelijk kader

3.1 A l g e m e e n

In de volgende paragrafen wordt het relevante rijksbeleid, alsmede provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke en de functionele structuur omschreven. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de beoogde ontwikkeling wordt volstaan met een bescheiden weergave van het beleidskader. Daarnaast wordt het van toepassing zijnde sectoraal beleid voor de in hoofdstuk 4 beschouwde omgevingsaspecten (o.a. ten aanzien van water, archeologie, verkeer en parkeren), indien aan de orde, tevens in hoofdstuk 4 beschouwd. 3.2 R i j k s b e l e i d

3.2.1 N a t i o n a l e O m g e v i n g s v i s i e ( 2 0 2 0 )

Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aangeboden. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan wij voor een aantal grote opgaven. De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte, meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Er moeten daarom keuzes gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen wij staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes wij maken en welke richting wij meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI wordt daarbij een viertal prioriteiten aangegeven: − ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; − een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren.

Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is, wordt richting gegeven aan decentrale keuzes.

O 16870-3-RA-007 13

In de NOVI worden in totaal 21 nationale belangen benoemd. De beoogde ontwikkeling betreft een binnen gemeente De Ronde Venen gelegen (kleinschalige) ontwikkeling. Aangezien hierbij geen sprake is van grote nationale belangen valt deze ontwikkeling niet onder de primaire verantwoordelijkheid van het Rijk. De beoogde ontwikkeling sluit daarbij wel aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten, opgaven en nationale belangen. Zo sluit de beoogde ontwikkeling bijvoorbeeld aan op de nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteiten, en het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hiermee wordt bijgedragen aan de prioriteit om te voorzien in een sterke en gezonde steden en regio's. Door middel van de beoogde ontwikkeling ontstaat een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en verblijven. De beoogde ontwikkeling is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI. 3.2.2 L a d d e r v o o r d u u r z a m e v e r s t e d e l i j k i n g

In oktober 2012 is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De (per 1 juli 2017 herziene) ladder voor duurzame verstedelijking (vanaf heden 'Ladder') werkt volgens twee stappen: − beschrijving/beoordeling van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt; − indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Voordat wordt getoetst aan de Ladder, dient te worden vastgesteld of het plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling omvat de toevoeging van meer dan 11 woningen ten opzichte van de planologische mogelijkheden, dat conform jurisprudentie als ondergrens voor de definitie stedelijke ontwikkeling geldt. Om deze reden moet de Ladder voor de beoogde ontwikkeling worden doorlopen. Onderstaand worden daarom de stappen van de Ladder doorlopen voor de beoogde ontwikkeling. B e s c h r i j v i n g / b e o o r d e l i n g va n d e b e h o e f t e

In zowel provinciaal als gemeentelijk beleid wordt de vraag naar woningen aangekaart (zie paragraaf 3.3 en 3.4). Op landelijk niveau is sprake van een woningtekort. Hierop aansluitend wil men dan ook de woningproductie versnellen. Het Rijk, de provincie en zestien gemeenten O 16870-3-RA-007 14

in de regio Utrecht ondertekenden daarnaast op 24 juni 2019 de 'Woondeal regio Utrecht'. Dit is een langjarige samenwerking met als doel om de woningbouwproductie te versnellen en de betaalbaarheid te vergroten. Resumerend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling zowel aansluit op de vraag naar woningen binnen gemeente De Ronde Venen, als op de vraag naar woningen op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Ontwik keling binnen /buiten bestaand stedelijk gebied

De beoogde ontwikkeling wordt binnen bestaand stedelijk gebied op een goed bereikbare locatie gerealiseerd. De gronden ter plaatse van De Meijert worden herontwikkeld, waarmee op duurzame wijze gebruik wordt gemaakt van de ruimte. Gezien voorgaande hoeft niet verder gemotiveerd te worden waarom de behoefte aan de beoogde ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Conclusie

Er kan gesteld worden dat er een behoefte is aan de beoogde ontwikkeling van 98 woningen, aangezien er een sterke vraag naar woningen is. Deze behoefte kan worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied waarmee sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. 3.3 P r o v i n c i a a l b e l e i d

3.3.1 O m g e v i n g s v i s i e e n I n t e r i m O m g e v i n g s v e r o r d e n i n g ( 2 0 2 1 )

Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie en de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht op 10 maart 2021 vastgesteld. Vanaf 1 april 2021 zijn deze beleidsstukken – vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet – in werking getreden. Omgevingsvisie

In de Omgevingsvisie staat hoe provincie Utrecht zich wil voorbereiden op de toekomst. De integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving zijn hierin opgenomen. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de – voorheen geldende – ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Er wordt gestreefd dat provincie Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in 2050. Utrecht is een aantrekkelijke provincie om te wonen. Naar verwachting zal het aantal inwoners de komende jaren dan ook verder toenemen. Dit vormt een grote uitdaging voor provincie Utrecht, daar de beschikbare ruimte beperkt is. Om de provincie mooi en leefbaar te houden, maar ook ruimte te bieden aan ontwikkelingen, zullen er keuzes gemaakt moeten worden. De grootste opgave is daarmee de vraag hoe de verschillende functies ruimtelijk met elkaar gecombineerd kunnen worden.

O 16870-3-RA-007 15

Aan de hand van zeven beleidsthema’s wordt richting gegeven aan de ontwikkeling en de bescherming van onze gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is Utrecht een inclusieve en circulaire provincie: − waarin stad en land gezond zijn; − die klimaatbestendig en waterrobuust is; − waarin duurzame energie een plek heeft; − met vitale steden en dorpen; − die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; − met een levend landschap, erfgoed en cultuur; − die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Door middel van deze thema's wordt gezorgd voor integrale, toekomstgerichte oplossingen op opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit wordt onder andere bereikt door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren, zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. De sturingsfilosofie van provincie Utrecht is dat ruimte geboden wordt voor ontwikkelingen, waarbij het principe 'lokaal wat kan, provinciaal wat moet' van toepassing is. Desalniettemin kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ambities welke zijn verbonden aan de beleidsthema's van de provincie Utrecht. De beoogde ontwikkeling voorziet in woningen, waarbij zorg wordt gedragen voor een goed en vitaal woon- en leefklimaat.

Door gebruik te maken van gronden binnen bestaand bebouwd gebied, en verouderde bebouwing te vervangen door nieuwbouw, wordt hierbij de kwaliteit van de leefomgeving bevorderd. De gronden ter plaatse van de beoogde nieuwbouw zijn thans reeds grotendeels verhard. Daarnaast zal bij de planuitwerking rekening gehouden worden met de aspecten groen en duurzaamheid, zodat een aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving wordt gecreëerd. De beoogde woningen zullen daarnaast goed bereikbaar zijn. In voorliggende situatie zal zorg gedragen worden dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor zowel auto's als fietsen. Resumerend gesteld is de beoogde ontwikkeling niet in strijd met de Omgevingsvisie. Interim Omgevingsverordening

In de (Interim) Omgevingsverordening staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. Het plangebied is conform de omgevingsverordening gelegen in stedelijk gebied. Op basis van de omgevingsverordening gelden instructieregels (voor bestemmings-plannen) voor de realisatie stedelijke functies, zoals woningen. Aangegeven wordt dat woningbouw zal moeten passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken. In dit programma is de woningbouwbehoefte kwantitatief en kwalitatief inzichtelijk gemaakt. Op 4 juli 2023 hebben Gedeputeerde Staten van Utrecht het Provinciaal programma wonen en werken 2023 vastgesteld. Daarmee heeft de provincie Utrecht een overzicht opgesteld van het programma voor woningbouw en bedrijvigheid per regio en gemeente. Voor de gemeente De Ronde Venen is een woningbouwprogramma opgenomen van 2.950 woningen tot en met 2030. Dit woningbouwprogramma is overwegend voorzien op binnenstedelijke locaties. De voorgenomen ontwikkeling van woningbouw ter plaatse van O 16870-3-RA-007 16

de locatie 'De Meijert' was grotendeels al opgenomen in het ‘realisatiedeel’ van het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021. Sindsdien is de vraag naar woningen verder opgelopen. De beoogde ontwikkeling geeft invulling op de woningopgave van de gemeente De Ronde Venen van 1.440 woningen tot en met 2029. De beoogde ontwikkeling past derhalve binnen het provinciale woonprogramma. Tevens wordt opgenomen dat woningbouw niet zal moeten leiden tot extra bodemdaling. In voorliggende situatie zal dit in acht worden genomen, en zal een extra bodemdaling voorkomen worden. Daarnaast wordt ook aangegeven dat de bereikbaarheid niet in het geding moet komen middels een nieuwe ontwikkeling. Voor de gehele ontwikkeling van de locatie 'De Meijert' is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen knelpunten worden voorzien wat bereikbaarheid betreft. Resumerend gesteld is de beoogde ontwikkeling van kleinschalige aard en passend binnen de omgeving. De realisatie van de beoogde ontwikkeling draagt hiermee bij aan een vitale woon- en leefomgeving en is niet in strijd met de provinciale Omgevingsverordening. 3.3.2 B e l e i d s k a d e r B i n n e n s t e d e l i j k e O n t w i k k e l i n g P r o v i n c i e U t r e c h t ( 2 0 1 6 )

In 2016 is het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling door provincie Utrecht vastgesteld. Vanuit de centrale missie ‘Utrecht Topregio’ is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: ‘Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is’. Diverse demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn van invloed op de binnenstedelijke ontwikkeling. Op basis hiervan zijn drie hoofdambities voor de binnenstedelijke ontwikkeling opgesteld: − een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag; − een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit; − optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Bij wonen gaat het daarbij vooral om toevoeging van woningen om bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. De rol van de provincie ten aanzien van binnenstedelijke ontwikkeling is echter relatief beperkt. Binnen de gebieden die in de Provinciale Structuurvisie zijn aangewezen als woningbouwlocatie staat het gemeenten namelijk vrij om woningbouwplannen te ontwikkelen. De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, en draagt daarnaast bij aan de hoofdambities.

Er wordt immers voorzien in nieuwe woningen welke aansluiten op de woningvraag de provincie. Hiermee wordt een aantrekkelijke en goede woonomgeving gerealiseerd, waarbij eveneens rekening gehouden wordt met de thema's O 16870-3-RA-007 17

duurzaamheid en gezondheid. Door dit gebied te herontwikkelen wordt optimaal gebruik gemaakt van de binnenstedelijke ruimte en wordt een kwalitatief hoogwaardig woongebied gecreëerd. Resumerend gesteld past de beoogde ontwikkeling binnen de hoofdambities uit het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling. 3.4 G e m e e n t e l i j k b e l e i d

3.4.1 S t r u c t u u r v i s i e D e R o n d e Ve n e n 2 0 3 0

In de Structuurvisie Ronde Venen 2030, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 oktober 2013, worden de hoofdzaken van het gemeentelijk ruimtelijk beleid en de voorgenomen ontwikkeling daarvan beschreven tot aan het jaar 2030. In de Structuurvisie wordt ingezet op de ligging van de gemeente: enerzijds in het Groene Hart en anderzijds in de Noordvleugel van de Randstad. In de Structuurvisie wordt ingezet op het uitbouwen en versterken van deze relaties en op het optimaliseren van de Ronde Venen als een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiegemeente. Het toekomstbeeld voor De Ronde Venen is in beeldvorm uitgewerkt in een visiekaart. In figuur 3.1 wordt deze visiekaart weergeven. Het plangebied bevindt zich op deze kaart binnen gebied wat voor dorpen wordt aangewezen. f3.1 Visiekaart structuurvisie De Ronde Venen

O 16870-3-RA-007 18

In de structuurvisie wordt de visie aan de hand van een drietal hoofdstukken nader toegelicht. Deze hoofdstukken hebben betrekking op het landschap, de vitale dorpen en kernen en de trends en toekomstige ontwikkelingen. Per hoofdstuk wordt onderstaand de relatie tot het plan beschouwd. Landschap

Benadrukt wordt dat de Ronde Venen een landelijke gemeente in het Groene Hart is en blijft. Het open landschap met verspreide dorpen zijn bepalend voor de identiteit van de gemeente. De gemeente ligt aan de noordkant van het Groene Hart, met noordelijke uitlopers tot aan het Amstelpark in Amsterdam, de zogenoemde Amstelscheg van de Metropool. De landschappelijke en cultuurhistorische context speelt een belangrijke rol bij ontwikkelingen in het landschap. Hierbij zijn de volgende onderwerpen van belang: − landschappelijke kwaliteit; − natuur; − landbouw; − cultuurhistorie; − recreatie; − kernrandzones. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningbouw ter plaatse van gronden die thans in gebruik zijn voor sportfuncties. Deze ontwikkeling draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan bestaande natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Vitale dorpen en kernen

De kwaliteit van de gemeente wordt bepaald door het landschap met haar vitale, levendige dorpen en kernen waar mensen graag wonen, werken en recreëren. Het samenspel van wonen, werken en voorzieningen zorgt voor leefbaarheid in de gemeente. De gemeente zet vooral in op de leefbaarheid in de kernen. Met betrekking tot wonen wordt aangegeven dat het beleid is gericht op een toekomstbestendige woonvoorraad, gelet op woonwensen, duurzaamheid en de woningmarkt. Doorstroming is essentieel om de aansluiting tussen woonwensen en woningbehoefte en het woningaanbod te bereiken. Dit wordt bereikt door: − Focus op kwaliteit bij nieuwbouw. − Bestaande voorraad beter benutten. − Instroom van nieuwe inwoners door onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Een goede bereikbaarheid, een hoge mate van (verkeers) leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid van de gemeente zijn kenmerken thema’s van een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiegemeente. Tot slot wordt ook aangekaart dat vanuit het bijzondere karakter van elke kern afzonderlijk wordt gestuurd op de kwaliteit van de kern. De gemeente geeft daarbij samen met inwoners invulling aan de gewenste ontwikkelingen.

O 16870-3-RA-007 19

De beoogde ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling waar in Mijdrecht een sterke vraag naar is. Hiermee wordt bijgedragen aan het faciliteren van een woonvoorraad passend bij de woonwensen. Voor de beoogde ontwikkeling hebben reeds diverse participatiebijeenkomsten plaatsgevonden. Tezamen met de gemeente, en bewoners, is gezocht naar een goede invulling van 'De Meijert'. Thema's zoals mobiliteit en duurzaamheid zullen op zorgvuldige wijze meegenomen worden in bij verdere uitwerking van de plannen. Tr e n d s e n t o e k o m s t i g e o n t w i k k e l i n g e n

Daarnaast wordt in de structuurvisie ingegaan op trends en toekomstige ontwikkelingen en wordt verduidelijkt hoe de gemeente omgaat met bovenlokale ontwikkelingen en de thema's duurzaamheid en milieu. De gemeente kiest voor duurzame ontwikkeling vanuit de brede definitie 'People, Planet, Profit'. Het milieubeleid is erop gericht om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken op een gezonde en veilige manier voor mensen en natuur. Hinder, gevaar en schade voor de gezondheid van omwonenden of 'gevoelige' bestemmingen worden zoveel mogelijk voorkomen en/of beperkt. Duurzaamheid en het milieu zullen op zorgvuldige wijze meegenomen worden in de verdere planuitwerking. Hinder, gevaar en schade zullen zoveel mogelijk worden voorkomen. Het streven is om een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving te realiseren. De beoogde ontwikkeling zal daarbij bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. 3.4.2 Wo o n v i s i e 2 0 2 5

Op 29 juni 2017 heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen de Woonvisie 2025 opgesteld. Op 5 maart 2020 is de '1e wijziging Woonvisie 2025' vastgesteld door de gemeenteraad. De Ronde Venen wil een een groene dorpse gemeente zijn waar het goed wonen is voor alle inwoners, mensen die in de gemeente geboren en getogen zijn en ook nieuwe inwoners. Hiertoe wil de gemeente de woningen en woonomgeving zo goed mogelijk aan laten sluiten op de woonwensen en woningbehoefte van de inwoners. De woningvoorraad in De Ronde Venen moet betaalbaar, duurzaam, voldoende divers zijn en goed inzetbaar zijn voor de diverse leeftijds- en doelgroepen, waarbij de focus ligt op jongeren en jonge gezinnen zodat de gemeente vitaal blijft. De grootste behoefte tot 2025 is aan grondgebonden koopwoningen. Daarnaast is er behoefte aan appartementen in de koop- en huursector. Bovendien is sprake van een toename van het aantal huishoudens. Er wordt in de woonvisie aangegeven om vraaggericht te bouwen. Daarnaast wordt ook gestuurd om bij nieuwe projecten sociale en middeldure huurwoningen toe te voegen. In dat kader wordt aangegeven dat bij elk nieuwbouwproject, waar nog geen anterieure overeenkomst is gesloten, het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30% bedraagt.

En bij woningbouwprojecten vanaf 50 woningen wordt, naast de sociale woningbouwopgave, aanvullend ten minste 15% in de middeldure huursector, dan wel als goedkope koop gerealiseerd.

O 16870-3-RA-007 20

Betaalbaarheid is in deze markt ook een aandachtspunt. Om de stap van een sociale huurwoning naar een vrije sector huur of een koopwoning te verkleinen moet worden ingezet op bouwen in het betaalbare segment. Het is in de koopmarkt noodzakelijk om kleiner te bouwen, om het betaalbaar te houden en om aan te sluiten bij de toename van eenpersoonshuishoudens. Hierdoor zijn met name appartementen en kleinere eengezinswoningen gewenst. Om de vraag en aanbod goed te matchen zal er bovendien ingespeeld moeten worden op de groeiende groep alleenstaanden in de huur- en koopmarkt. Dit betreft zowel het bouwen van grondgebonden als ook koopappartementen. De beoogde ontwikkeling sluit hier goed op aan, en voorziet in een mix van type woningen. Voorzien wordt in zowel appartementen als grondgebonden woningen. Hiermee draagt de beoogde ontwikkeling aan het vraaggericht bouwen. De beoogde ontwikkeling past in grote lijnen binnen de uitgangspunten van de Woonvisie 2025. Er wordt namelijk voorzien in minimaal 30% sociale huur. Alle appartementen binnen de beoogde ontwikkeling zullen sociale huurwoningen zijn. Er wordt hiermee echter niet voorzien in 15% middeldure of goedkope huur. Binnen het woningbouwprogramma van de ontwikkellocatie De Meijert wordt in zijn geheel echter wel voldaan aan de uitgangspunten van de Woonvisie.

Elders in De Meijert wordt namelijk voorzien in relatief groot aandeel middeldure huurwoningen. Hiermee wordt het voor de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar geacht om af te wijken van de voorwaarden uit de woonvisie. 3.4.3 L a n d s c h a p s n o t a D e R o n d e Ve n e n 2 0 3 0

In de Structuurvisie van De Ronde Venen is uitvoerig aandacht besteed aan landschap, cultuurhistorie, landbouw, natuur en recreatie. Aangegeven is dat nadere uitwerking in de Landschapsnota nodig is om dit beleid te implementeren. Het hoofddoel van de Landschapsnota, vastgesteld door de gemeenteraad op 5 juni 2014, is het creëren van een ruimtelijk toetsingskader waarmee ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden. Hiervoor biedt de Landschapsnota onder meer informatie over de waarden en kenmerken van het landschap van De Ronde Venen. Het streven is dat het aspect landschap dusdanig zorgvuldig wordt afgewogen bij ontwikkelingen en initiatieven dat dit tot wederzijdse versterking leidt. Bij deze toetsing dienen initiatiefnemers een stappenplan te doorlopen (de Landschapstoets), waarbij er gebruik wordt gemaakt van een Landschapsbeleidskaart, een Deelgebiedenkaart en Deelgebiedbeschrijvingen. Hoewel de te behouden landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden uit de ‘Landschapsnota De Ronde Venen 2030’ vooral betrekking hebben op het gebied buiten de dorpskernen, het zogenaamde buitengebied, zijn er ook binnen de dorpskernen diverse gebiedseigen karakteristieken en waarden te onderscheiden. De beoogde ontwikkeling doet echter geen afbreuk aan de landschappelijke waarden van de betreffende locatie en diens omgeving.

Bovendien past de beoogde ontwikkeling binnen het ruimtelijke kader voor de herontwikkeling van De Meijert (zie ook paragraaf 2.2).

O 16870-3-RA-007 21

3.4.4 G r o e n b e l e i d s p l a n D e R o n d e Ve n e n 2 0 1 7 - 2 0 4 0

In het groenbeleidsplan is aangegeven hoe de gemeente De Ronde Venen de komende 20 jaar om wil gaan met het openbaar groen. Het groenbeleidsplan heeft tot doel kaders te stellen voor het duurzaam ontwikkelen, vernieuwen en in stand houden van het groen in De Ronde Venen, ter verbetering van het gebruik, de inrichting en de leefbaarheid. Om het groen in de Ronde Venen zo goed mogelijk te blijven ontwikkelen, inrichten, beheren en aan te sluiten bij nieuwe trends zijn in het groenbeleidsplan de volgende speerpunten benoemd: 1. Hoofd- en wijkgroenstructuur beschermen en versterken; 2. Hoge bomen waar het kan, kleine bomen waar het moet; 3. Versterken van biodiversiteit in de wijken/kernen; 4. Behouden en versterken van groene pareltjes; 5. Stimuleren van bewonersparticipatie in het groen. Het sportpark is in het groenbeleidsplan als hoofdgroen aangewezen, daarnaast zijn ook de wegen rondom de locatie 'De Meijert' deels aangewezen als landschappelijk groen of wijkgroen. Daarnaast maken deze wegen onderdeel uit van de boomstructuur. In het groenbeleidsplan is bovendien een streefbeeld opgenomen voor het Park De Meijert. Dit gebied moet behouden en versterkt worden. Dit park maakt deel uit van de herontwikkeling van de gehele locatie De Meijert. Het plangebied ziet niet toe op dit deel van deze ontwikkeling.

De bewoners van de beoogde ontwikkeling zullen naar verwachting wel gebruik maken van het park en diens omgeving. In De Meijert zal ruimte gecreëerd worden voor groen, en zullen ook plekken om te spelen en elkaar te ontmoeten komen. Zorg zal worden gedragen dat de beoogde ontwikkeling ter plaatse van het plangebied hier goed op aansluit. Groen zal hiertoe worden geïntegreerd in de beoogde ontwikkeling. Groen draagt uiteindelijk bij aan een goed woon- en leefklimaat. 3.4.5 We l s t a n d D e R o n d e Ve n e n

Op 5 juli 2021 is het document 'Welstand De Ronde Venen' vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente De Ronde Venen. Welstandstoezicht heeft allereerst ten doel te voorkomen, dat bouwwerken de openbare ruimte ontsieren. Het welstandsbeleid van de gemeente is opgesteld vanuit de overtuiging, dat het belang van een goede leefomgeving eveneens een rol speelt. Bij iedere aanvraag om een bouwvergunning wordt bekeken of de plannen voldoen aan redelijke eisen van welstand, wat inhoudt dat de plaatsing en het uiterlijk van het beoogde gebouw wordt beoordeeld. In voorliggende situatie zal de beoogde ontwikkeling op zorgvuldige wijze in de omgeving worden ingepast. Grotere (her)ontwikkelingsprojecten, zoals waar de beoogde ontwikkeling toe behoort, vragen daarbij om een integrale aanpak. In het ruimtelijk kader voor 'De Meijert' (zie paragraaf 2.2) wordt ook reeds aangegeven dat voor de herontwikkeling van dit gebied een beeldkwaliteitsplan zal worden opgesteld. Voor de beoogde ontwikkeling van de gehele locatie 'De Meijert' is hiertoe inmiddels – in overleg met de welstandscommissie – een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit loopt parallel aan de bestemmingsplanprocedure, en is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. O 16870-3-RA-007 22

De beoogde ontwikkeling zal hieraan moeten voldoen. Dit plan zal door de gemeenteraad worden vastgesteld, en als toetsingskader gelden voor de verdere uitwerking van de beoogde ontwikkeling. Hiermee wordt ook geborgd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de redelijke eisen van welstand.

O 16870-3-RA-007 23

4

Omgevingsaspecten

4.1 A l g e m e e n

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het effect van de beoogde ontwikkeling op de van toepassing zijnde omgevingsaspecten. De effecten worden getoetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. 4.2 A r c h e o l o g i e e n c u l t u u r h i s t o r i e

4.2.1 A l g e m e e n

In deze paragraaf worden de archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse van het plangebied nader toegelicht. 4.2.2 We t t e l i j k k a d e r

Binnen de ruimtelijke ordening wordt cultuurhistorie over het algemeen geassocieerd met de gebouwde omgeving, zoals monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, maar ook met archeologische waarden. De bescherming van cultuurhistorische elementen werd voorheen bepaald in de Monumentenwet 1988, welke in juli 2016 is komen te vervallen. Een belangrijk deel van de onderwerpen is overgegaan naar de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden en beschermen van historische elementen voor latere generaties. Door de ondertekening van het Verdrag van Malta (Valletta, 1992) heeft Nederland zich verplicht tot het beschermen van het archeologische erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologische erfgoed, waar mogelijk, te behouden. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingenwet. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bestond al een verplichting om bij de voorbereiding van bestemmingsplannen alle ter zake doende belangen mee te wegen. 4.2.3 B e o o r d e l i n g

Conform de vigerende beheersverordening kent een deel van de gronden een archeologische verwachtingswaarde. Deze gronden kennen de dubbelbestemming 'Archeologische Waardevol Verwachtingsgebied 2'. Op basis van de vigerende beheersverordening geldt voor gebouwen dat oppervlakte ten hoogste 200 m 2 mag bedragen. Gebouwen met een groter oppervlakte en dieper dan 30 cm zijn uitsluitend toegestaan, indien voldoende kan worden aangetoond dat de mogelijk aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord.

O 16870-3-RA-007 24

Deze archeologische verwachtingswaarde is echter gebaseerd op het archeologiebeleid uit 2013. Inmiddels is er een nieuwer archeologiebeleid van toepassing voor gemeente De Ronde Venen. Hierin is ook de 'Archeologische beleidskaart met legenda De Ronde Venen 2016' opgenomen. A rcheologische waarden D e Meijer t Noord

Op basis van deze nieuwe kaart behoort het deel van het plangebied waar de grondgebonden woningen en het woongebouw met 43 appartementen zijn gesitueerd tot categorie 5. Pas als sprake is van een verstoringsoppervlak groter dan 2.000 m 2 (en dieper dan 30 cm) is nader archeologisch onderzoek nodig. Het totale verstoringsoppervlak is, als gevolg van de beoogde bebouwing en de herinrichting van de gronden rondom de bebouwing, in voorliggende situatie naar verwachting groter dan 2.000 m 2. Vooralsnog kan niet geheel worden uitgesloten dat hiermee de vrijstellingsgrenzen niet worden overschreden. Volledigheidshalve is derhalve voorafgaand aan de verdere uitwerking van de plannen in 2024 door ADCArcheoprojecten nader archeologisch onderzoek (bijlage 2) uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat de kans op archeologische waardevolle vondsten naar verwachting klein is, aangezien de gronden in het verleden – o.a. ten behoeve van de huidige bebouwing – reeds verstoord zijn. Onderstaand worden de conclusies uit dit onderzoek opgenomen. De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzand dat is afgedekt door een dunne laag basisveen. Het dekzandlandschap heeft een middelhoge tot hoge verwachting voor het laat paleolithicum en mesolithicum.

De top van deze door de wind afgezette zanden ligt in de directe omgeving van het plangebied vermoedelijk op een diepte van circa 8,5 tot 10,5 m –NAP. De hoogteligging van en het reliëf binnen dit dekzandoppervlak zijn echter slechts globaal bekend. Indien intact, bevinden mogelijk aanwezige archeologische resten zich in de top van het dekzand. Voor landschappelijke zones met een sterke (ecologische) gradiënt - zoals dekzandruggen - geldt een hoge archeologische verwachting voor (paleolithische-mesolithische) seizoenskampen en meervoudig bezochte kampen met een dichte strooiing van vuursteenmateriaal. Voor overige zones (vlakkere delen, of kleine kopjes binnen het dekzandlandschap) geldt een middelhoge archeologische verwachting voor kleinere, eenfasige nederzettingslocaties. Wel kunnen plaatselijk kleine (jacht- )kampementjes of specifieke vindplaatstypen voorkomen (graven, rituele deposities, e.d.) Het plangebied maakte gedurende het Neolithicum deel uit van een getijdenlandschap. Aan eventuele geul(oever)afzettingen wordt een middelhoge verwachting voor resten uit het Neolithicum toegeschreven. Deze verwachting hangt samen met de aanname dat kreekruggen en oeverwallen van actieve kreken, vanwege hun hogere ligging in het landschap, aantrekkelijk waren voor bewoning.

Een archeologisch niveau zal zich manifesteren als een gerijpte kleilaag met archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en visbot.

O 16870-3-RA-007 25

Op basis van de ligging in een droogmakerij worden sporen van na de Bronstijd tot aan de drooglegging niet meer verwacht. Wel kunnen de verkavelingssloten van na de inpoldering worden aangetroffen. Op grond van de aanwezigheid van bebouwing en inrichting als sportcomplex moet rekening worden gehouden met (sub)recente verstoringen. Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Daarom wordt thans een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hiermee wordt zeker gesteld dat geen sprake zal zijn van een verstoring van mogelijke archeologische waarden. A rcheologische waarden D e Meijer t Zuid

De gronden ter plaatse van het meest zuidelijk gelegen woongebouw, met 47 appartementen, behoren conform het archeologiebeleid tot categorie 7. Voor deze gronden is geen sprake van een archeologische verwachtingswaarde. Voor de realisatie van dit woongebouw is derhalve geen verder archeologisch onderzoek benodigd. Cultuurhistorische waarden

Het plangebied, en de huidige bebouwing, is niet aangewezen als beschermd dorps- of stadsgezicht. Bovendien is geen sprake van bebouwing met een monumentale status ter plaatse van het plangebied. Het aspect cultuurhistorie zal dan ook geen belemmering opleveren voor de beoogde ontwikkeling. 4.2.4 C o n c l u s i e

De gronden ter plaatse van het plangebied, te weten de gronden ter plaatse van De Meijert Noord, kennen een archeologische verwachtingswaarde. Voor deze locatie is nader archeologisch onderzoek uitgevoerd. Om geheel uit te sluiten dat sprake is van een verstoring van archeologische waarden wordt een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Aangezien aan het plangebied verder geen cultuurhistorische waarden zijn toegekend , vormt het aspect cultuurhistorie bovendien geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.3 G e l u i d

4.3.1 A l g e m e e n

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen, aldus geluidgevoelige bestemmingen, nabij enkele wegen in de omgeving. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen ten opzichte van geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder. Het geluid als gevolg van bedrijvigheid wordt beschouwd in paragraaf 4.5 'Bedrijven en milieuzonering'.

O 16870-3-RA-007 26

4.3.2 We t t e l i j k k a d e r

De Wet geluidhinder vormt het toetsingskader. In aanvulling hierop hebben gemeenten vaak nog een eigen geluidbeleid (inzake hogere waarden) opgesteld. Gemeente De Ronde Venen heeft eveneens dergelijk beleid. In het voorliggende hoofdstuk zal ingegaan worden op de relevante wet- en regelgeving. Wegverkeerslawaai

In artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) is aangegeven hoe breed de geluidzone (het onderzoeksgebied) langs wegen is. Deze breedte hangt af van het aantal rijstroken en/of de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied ligt. De Wgh stelt geen eisen ten aanzien van 30 km/uur-wegen. Woningen worden daarbij op basis van de Wgh als geluidgevoelige bestemmingen beschouwd. Indien sprake is van de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van wegen dient de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van deze bestemmingen nader onderzocht te worden. Volgens de Wgh geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB (L den) voor de gevels van geluidgevoelige bestemmingen. De gemeente is in een aantal situaties bevoegd om van deze waarde van 48 dB af te wijken en een hogere grenswaarde vast te stellen tot een maximum van 53 dB respectievelijk 63 dB. De maximum grenswaarde van 53 dB is van toepassing indien sprake is van een buitenstedelijk gebied of van een auto(snel)weg; de maximum grenswaarde van 63 dB geldt indien sprake is van een binnenstedelijk gebied. In de onderhavige situatie is overwegend sprake van een binnenstedelijk gebied en is hiermee de maximum grenswaarde van 63 dB van toepassing. Hogere waarden

Conform artikel 110a lid 5 Wgh kan een hogere waarde verleend worden indien de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van een weg van de gevel van de betrokken woningen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Ingeval van het aanvragen van hogere waarden is eveneens het document 'Beleid hogere waarden Wet geluidhinder Gemeente De Ronde Venen' uit 2011 van toepassing. Cumulatie

Ingevolge artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. De Wgh bepaalt dat een hogere waarde alleen wordt vastgesteld, voor zover de gecumuleerde geluidbelasting in een bepaalde situatie niet leidt tot een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onaanvaardbare geluidbelasting. In de Wgh is echter niet geregeld in welke situatie sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting.

O 16870-3-RA-007 27

4.3.3 B e o o r d e l i n g

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door Peutz akoestisch onderzoek (bijlage 1) uitgevoerd. De beoogde woningen zijn gelegen in de (geluid)zones van de volgende wegen: − Prinses Margrietlaan; − Dr. J. van der Haarlaan. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen niet overschrijdt. Wel is sprake van een overschrijding van de waarde van 48 dB als gevolg van wegverkeer over nabijgelegen 30 km/uur wegen. Deze overschrijding is echter zeer beperkt, en wordt met name veroorzaakt door de nieuw aan te leggen wegen binnen De Meijert. Ondanks dat geen sprake is van het aanvragen van hogere waarden betekent dit wel dat het gemeentelijk hogere waardenbeleid als leidraad aangehouden dient te worden bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid. Dit betekent in eerste aanleg dat alle woningen voorzien moeten worden van een geluidluwe zijde/buitenruimte. Voor de grondgebonden woningen wordt hier zonder aanvullende maatregelen aan voldaan. Voor de appartementen is dit echter niet rechtstreeks het geval. Er is echter sprake van een zeer beperkte, en plaatselijke overschrijding die deels berust op conservatieve uitgangspunten. De appartementen worden naar alle verwachting grotendeels voorzien van een balkon met borstwering, hetgeen als geluidreducerend kan dienen.

Daarnaast wordt voor alle woningen voldaan aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012. Hiermee zal een aanvaardbaar akoestisch binnenniveau worden gewaarborgd, en kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbare situatie. De gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van wegverkeer bedraagt ten hoogste 59 dB. Hiermee kan de milieugezondheidskwaliteit als matig tot goed worden beschouwd. Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder, en het aanvragen van hogere waarden niet aan de orde is. Aangezien geen sprake is van het aanvragen van hogere waarden behoeft de cumulatie met andere geluidbronnen conform de Wet geluidhinder ook niet nader beschouwd te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening vraagt dit echter wel om een nadere beschouwing. Als gevolg van de ligging nabij tennis-/padelvelden zullen echter de nodige maatregelen worden getroffen (zie ook paragraaf 4.5). Tevens zal, zoals reeds gesteld, worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Hiermee wordt een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat geborgd. 4.3.4 C o n c l u s i e

Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai niet wordt overschreden. Daarnaast wordt milieugezondheidskwaliteit op basis van de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van wegverkeer als matig tot goed

O 16870-3-RA-007 28

beschouwd. Resumerend gesteld wordt voldaan aan de Wet geluidhinder en vormt wegverkeerslawaai geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.4 E x t e r n e v e i l i g h e i d

4.4.1 A l g e m e e n

In deze paragraaf zal het aspect externe veiligheid nader inzichtelijk worden gemaakt. Woningen worden als kwetsbare objecten gezien conform wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Bovendien zal in de toekomstige situatie sprake zijn van een wijziging van het aantal personen ter plaatse van het plangebied, waardoor het aspect externe veiligheid om aandacht vraagt. De externe veiligheidsrisico's ter plaatse van het plangebied zullen in deze paragraaf aan bod komen. 4.4.2 We t t e l i j k k a d e r

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: − het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen; − het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); − het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit (zoals hiervoor omschreven) en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke 'activiteit'. Met betrekking tot de risico's voor de externe veiligheid zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) richtafstanden en grenswaarden opgesteld betreffende de afstand tot kwetsbare objecten. Relevante begrippen

Relevant voor toetsing van de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van objecten waar mensen aanwezig zijn, zijn onder andere de begrippen plaatsgebonden risico, het groepsrisico en het invloedsgebied. Deze zijn als volgt gedefinieerd: − Plaatsgebonden risico (PR) Het risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. − Groepsrisico (GR) De cumulatieve kansen per jaar dat een groep mensen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het GR is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit.

O 16870-3-RA-007 29

Bij het PR is het dus niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden het GR per definitie gelijk aan nul is. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval kunnen vallen hoe lager (strenger) de oriëntatiewaarde is. Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting. − Invloedsgebied Het invloedsgebied is gedefinieerd als het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en waar een onbeschermde persoon een kans van 1% op overlijden heeft, gegeven het risicoscenario en de weerklasse. Het invloedsgebied van een activiteit met gevaarlijke stoffen of het vervoer van gevaarlijke stoffen is normaliter de afstand tot de 1%-letaliteitsgrens. 4.4.3 B e o o r d e l i n g

Het voornemen omvat de realisatie van woningen, welke conform wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid als kwetsbare objecten kunnen worden gedefinieerd. Opgemerkt wordt dat ook in de huidige situatie ter plaatse van het plangebied sprake is van (beperkt) kwetsbare objecten, te weten sportvoorzieningen. Na de beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de huidige situatie echter sprake van een verandering van de hoeveelheid aanwezige personen gedurende de dag- en nachtperiode ter plaatse van het plangebied, tevens verandert de positie alwaar de personen zich bevinden. Ter bescherming van kwetsbare objecten moet een bepaalde afstand aanwezig zijn ten opzichte van risicobronnen. Voor kwetsbare objecten geldt het plaatsgebonden risico van 10 -6 per jaar als grenswaarde. Vanwege de realisatie van kwetsbare objecten dienen risicovolle activiteiten in de nabije omgeving van het plangebied te worden geïnventariseerd. In het kader van de externe veiligheid is in de omgeving van het plangebied een aantal risicobronnen gesitueerd. In de omgeving bevinden zich de volgende risicobronnen (zie figuur 4.1): 1. Bevi-inrichting aan de Constructieweg 25a; 2. BRZO-inrichting aan de Groot Mijdrechtsstraat 81; 3. Transport van gevaarlijke stoffen over de N201; 4. LPG-tankstation aan de Mijdrechtse Zuwe; 5. Transport van gevaarlijke stoffen via aardgasbuisleidingen.

O 16870-3-RA-007 30

f4.1 Uitsnede risicokaart, nummering van de risicobronnen correspondeert met voornoemde opsomming van risicobronnen

Op grotere afstand van het plangebied bevinden zich geen overige risicobronnen die om een nadere beschouwing vragen 1. 1. Bevi-inrichting aan de Constructieweg 25a

Aan de Constructieweg 25a is op een afstand van circa 1,0 kilometer van het plangebied het bedrijf Multifill B.V. gesitueerd. Dit betreft een inrichting welke, vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, valt onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het invloedsgebied van dit bedrijf ligt op iets meer dan 700 meter van de inrichting. De beoogde ontwikkeling is op voldoende afstand gelegen, waarmee dit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 2. BRZO -inrichting aan de Groo t M ijdrechtsstraat 81

Aan de Groot Mijdrechtsstraat 81 is op een afstand van circa 1,2 kilometer van het plangebied het bedrijf C. Johnson Europlant B.V gesitueerd. Vanwege de grote hoeveelheden aanwezige gevaarlijke stoffen ter plaatse van deze inrichting betreft dit een Brzo-inrichting. De beoogde ontwikkeling is echter niet in het invloedsgebied van deze inrichting gelegen. Het invloedsgebied van het bedrijf C. Johnson Europlant B.V ligt op 440 meter van de inrichting. De beoogde ontwikkeling is op voldoende afstand gelegen, waarmee dit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

1 Opgemerkt wordt dat er wel sprake kan zijn de ligging in het invloedsgebied van transportroutes die op grotere afstand liggen, en een invloedsgebied met een omvang van meer dan 4,0 km kennen. Gezien de ruime afstand vragen deze risicobronnen echter niet om een nadere beschouwing. O 16870-3-RA-007 31

3 . Tr a n s p o r t v a n g e v a a r l i j k e s t o ff e n o v e r d e N 2 0 1

Over de N201 vind transport van gevaarlijk stoffen plaats. Deze weg bevindt zich op een afstand van circa 1,3 kilometer van het plangebied. Deze weg worden niet benoemd in bijlage I van de Regeling Basisnet, en behoort hiermee niet tot het Basisnet. Desalniettemin vindt over de N201 wel transport van gevaarlijke stoffen plaats. Aangezien de beoogde ontwikkeling zich op meer dan 200 meter afstand van deze transportroute bevindt, dienen de externe veiligheidsrisico's conform het Bevt niet nader inzichtelijk gemaakt te worden. De beoogde ontwikkeling is op een zeer ruime afstand van deze weg gelegen, hetgeen betekent dat dit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4. LPG-tankstation aan de Mijdrechtse Zuwe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175878/1