CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toekomst afvalbrengstations (Rapportage van IPR Normag)

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations23.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente De Ronde Venen

Toekomst afvalbrengstations Definitief

6 maart 2025

In opdracht van:

Gemeente De Ronde Venen

Opsteller(s):

R. Schouten (Robert) M. van Wickeren (Michiel) R.A. Zuyderduyn (Ronald)

Projectnummer IPR Normag:

101499

Aantal pagina’s:

61

Status rapportage

Datum

Toegestuurd naar

Concept

31 januari 2025

Ambtelijke projectgroep, ter bespreking

Concept 2

14 februari 2025

Ambtelijke projectgroep, voor akkoord

Definitief

6 maart 2025

Opdrachtgever

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopiëren, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van IPR NORMAG

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

2

Inhoudsopgave Samenvatting

5

1

10

Inleiding

1.1

Achtergrond ............................................................................................................. 10

1.2

Onderzoeksopdracht en fasering ............................................................................... 10

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................ 11

2

Beleidskader afval en brenglocaties

12

2.1

Van afval naar grondstof (VANG) ............................................................................... 12

2.2

Beleid met impact op brenglocaties .......................................................................... 13

2.3

Gemeentelijk beleidsambitie .................................................................................... 14

2.4

Wettelijk kader afvalbrengstations ............................................................................ 15

3

Toekomstperspectief afvalbrengstations

16

3.1

Toekomstvisie .......................................................................................................... 16

3.2

Combinaties met andere functies ............................................................................. 17

3.3

Verschijningsvormen afvalbrengstations ................................................................... 20

4

Participatietraject

22

4.1

Wat vindt de inwoner? .............................................................................................. 22

4.2

Welke kansen en uitdagingen zien stakeholders? ....................................................... 24

5

Huidige situatie afvalbrengstations

26

5.1

Beschrijving afvalbrengstations ................................................................................. 26

5.2

Beoordeling huidige locaties ..................................................................................... 27

5.3

Organisatie en kosten ............................................................................................... 28

6

Beschrijving scenario’s

30

6.1

Inleiding ................................................................................................................... 30

6.2

Scenario 1. Focus op grondstofscheiding .................................................................. 30

6.3

Scenario 2. Circulair bewerking en hergebruik ............................................................ 32

6.4

Scenario 3. Circulair educatie en hergebruik .............................................................. 34

7

Vergelijking scenario’s

36

7.1

Beoordelingskader ................................................................................................... 36

7.2

Criterium 1. Uitvoerbaarheid ..................................................................................... 36

7.3

Criterium 2. Financiën .............................................................................................. 37

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

3

7.4

Criterium 3. Risico’s tijdens exploitatie ...................................................................... 38

7.5

Criterium 4. Service richting inwoner ......................................................................... 38

7.6

Criterium 5. Maatschappelijke meerwaarde ............................................................... 39

7.7

Criterium 6. Rol in circulaire economie ...................................................................... 40

8

Afweging en advies

41

8.1

Vergelijking scenario's .............................................................................................. 41

8.2

Afwegingen en Advies ............................................................................................... 42

8.3

Vervolgtraject/implementatie .................................................................................... 43

Bijlagen

45

bijlage 1 Onderzoeksverantwoording ...................................................................................... 45 bijlage 2 Toelichting wet- en regelgeving voor brenglocaties ..................................................... 47 bijlage 3 Locatieonderzoek ..................................................................................................... 49 bijlage 4 Financiële toelichting scenario’s ............................................................................... 52 bijlage 5 Weergave stakeholdergesprekken ............................................................................. 54 bijlage 6 Resultaat multi-criteria vergelijking ........................................................................... 58 bijlage 7 Reistijdanalyse ......................................................................................................... 59

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

4

Samenvatting Aanleiding onderzoek De gemeente heeft twee afvalbrengstations: één in Abcoude en één in Mijdrecht. Uit onderzoek blijkt dat beide afvalbrengstations zijn verouderd en onderhoud nodig hebben. Ook zijn de locaties krap en zijn er veiligheidsrisico’s op deze locaties. In combinatie met een verdere bevolkingsgroei van circa 45.000 inwoners naar 60.000 inwoners per 2040 leidt dit tot steeds grotere problemen. Omdat investeringen nodig zijn in veiligheid en onderhoud, is dit een logisch moment om breder over de afvalbrengstations na te denken. De gemeente De Ronde Venen heeft daarom onderzoek verricht naar de toekomst van de afvalbrengstations. Hierbij is ook de impact van diverse ontwikkelingen meegenomen. Het onderzoek leidt tot een voorkeursscenario, waarna een verdere uitwerking nodig is. De volgende stappen zijn: uitwerken van programma van eisen en definitieve keuze locatie(s) en vervolgens definitief besluit tot realisatie hiervan. Een nieuwe brenglocatie is naar verwachting begin 2029 op te leveren.

Toekomstperspectief Uit divers onderzoek blijkt dat verschillende trends invloed hebben op de rol en positie van een afvalbrengstation. De belangrijkste trends zijn: •

Toenemende druk op de openbare ruimte Schaarse ruimte kan leiden tot minder brenglocaties of minstens brenglocaties, waar ook andere functies worden gecombineerd. Denk daarbij aan reparatie, kringloop en circulaire educatie.

•

Toenemende schaarste van grondstoffen Bekend is dat primaire grondstoffen eindig zijn. Er moet veel meer worden ingezet op recycling, upcycling en hergebruik. Dit geeft een prikkel tot hergebruik en reparatie: ook op lokaal niveau.

•

Een verwachte groei in de circulaire businessmodellen Naarmate grondstoffen schaarser worden en beleid, markt en technologie verder is, wordt recycling en upcycling van grondstoffen steeds rendabeler.

•

Strengere wet- en regelgeving Nieuwe wetgeving, zoals Circulair Materialen Plan en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, is gericht op meer recycling en betere kwaliteit grondstoffen.

•

Veranderende consumptiepatronen Steeds meer consumenten gaan bewuster consumeren; met oog voor circulariteit en andere waarden.

Duidelijk is dat de rol van de gemeente in het organiseren van een brenglocatie de komende decennia relevant blijft. Wel veranderen deze locaties. De brenglocatie kan bijvoorbeeld dienen als grondstoffen hub voor de grotere (door inwoners af te danken) stromen. Op een brenglocatie zijn wel de nodige veranderingen te verwachten. In plaats van een ‘vuilstort’ moet de brenglocatie meer gericht zijn op circulariteit. Dit betekent dat veel gemeenten inzetten op meer gastheerschap op de brenglocatie, een grotere en flexibeler in te richten locatie (met meer containers), meer aandacht voor educatie en communicatie, uitbreiding van de brenglocatie met o.a. een innamestraat voor herbruikbare grondstoffen en combinaties met andere functies, zoals reparatie en hergebruik. Er zijn inmiddels verschillende type brenglocaties mogelijk. Een bekende vorm is het ‘Circulaire Ambachtscentrum'. In de maximale variant combineert een Circulair Ambachtscentrum de brenglocatie met hergebruik en reparatie, educatie en bewustwording, sociale werkgelegenheid en

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

5

circulair ondernemerschap. Per gemeente is de ambitie te bepalen, waarbij de aanwezigheid van circulaire ondernemers, voldoende oppervlakte en voldoende grondstoffen bepalende factoren zijn. Zie ook de Raadsbrochure Milieustraatvormen (Van Mobiele Milieustraat tot Circulair Ambachtscentrum).

Participatietraject In dit onderzoek zijn ook inwoners en ondernemers bevraagd over hun wensen en aandachtspunten voor toekomstige brenglocaties. Inwoners vinden vooral veiligheid, het aantal te scheiden stromen en de goede service het meest belangrijk. De inwoners zijn bovendien kritisch op eventuele kostenstijging. De interesse van inwoners in een hogere circulaire ambitie is beperkt; dit richt zich vooral op het laagdrempelig faciliteren van hergebruik. Ondernemers zien nog geen sluitende businesscase voor een Circulair Ambachtscentrum. Voor activiteiten zoals upcycling wordt weinig ‘afzet’ verwacht door de hoge productiekosten. Het (deels) laten verrichten van deze activiteiten door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is wel mogelijk maar vraagt wel een stevige inzet in coördinatie en begeleiding om continuïteit te kunnen waarborgen. Een aantal ondernemers ziet kansen; bijvoorbeeld voor ‘educatie’ op een nieuwe brenglocatie. Enkele partijen wil ook graag meewerken aan het verdelen van herbruikbare goederen naar verschillende organisaties en inwoners die het minder breed hebben. Tot slot geven ondernemers aan dat gemeentelijke steun nodig is. De resultaten van het participatietraject zijn gebruikt bij het verder uitwerken van scenario’s. Ook zijn de resultaten gebruikt om te komen tot een afweging en advies.

Scenario’s Voor de toekomst van de afvalbrengstations van De Ronde Venen hebben wij een aantal scenario's uitgewerkt. Bij keuze van deze scenario’s is rekening gehouden met de beschikbaarheid van huidige (en potentieel nieuwe) locaties. De scenario’s weerspiegelen bovendien een verschil in ambitieniveau. Daarmee is er ‘wat te kiezen’. De scenario's zijn: • Scenario 1: Focus op grondstofscheiding (2 locaties). In dit scenario is sprake van één nieuw ruim opgezette brenglocatie, waar het grof huishoudelijk afval vergaand gesorteerd wordt, en een heringericht afvalbrengstation Abcoude, waarbij een beperkter aantal (minder vaak voorkomende) stromen wordt geaccepteerd en meer ruimte is voor recycling/hergebruik. • Scenario 2: Circulair bewerking en hergebruik (2 locaties) In dit scenario wordt ingezet op de combinatie van een ruim opgezette brenglocatie en de kringlooporganisatie op één nieuwe locatie, en een heringericht afvalbrengstation Abcoude, waarbij een beperkter aantal (minder vaak voorkomende) stromen wordt geaccepteerd. • Scenario 3: Circulair educatie en hergebruik (1 locatie) In dit scenario kiest de gemeente voor het faciliteren van de lokale circulaire economie met één circulair centrum op een centraal gelegen locatie, waar inwoners terecht kunnen met hun grof huishoudelijk afval én sprake is van kringloopactiviteiten, educatie en circulair ondernemerschap.

De huidige locaties in Abcoude en Mijdrecht worden gesloten. In dit onderzoek is sprake van een globale uitwerking. Per scenario hebben we de beoogde opzet en functionaliteit, activiteiten en personeel, investeringen en kosten/baten inzichtelijk gemaakt.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

6

Beoordeling scenario’s Om te komen tot een (zo) objectief (mogelijke) vergelijking van scenario’s is een afwegingskader opgesteld. Het afwegingskader bevat de verschillende beoordelingscriteria, die van belang zijn voor de keuze. In het onderzoeksrapport zijn de verschillende scenario’s onderling vergelijkbaar gemaakt aan de hand van dit beoordelingskader. De uitkomsten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Vergelijking per criterium Versie 2.3

Uitvoerbaarheid Financiën Risico tijdens exploitatie Service richting inwoner Maatschappelijk meerwaarde Rol in circulaire economie

Huidige situatie oooo oooo oo oo o o

Sc.1 Focus op grondstofscheiding ooo ooo oooo ooo oo ooo

Sc.2 Circulair bewerking en hergebruik oo oo ooo oooo oooo oooo

Sc.3 Circulair educatie en hergebruik o o oo ooo oooo oooo

Per criterium zijn de scenario’s ten opzichte van elkaar gerangschikt. Hierbij geldt: het scenario met meer ‘O’ scoort beter op het criterium. Let op: het gaat hier slechts om een onderlinge rangschikking. De score zegt daarmee niets over het belang van het criterium of omvang van de onderlinge verschillen. We lichten de score toe: Uitvoerbaarheid: met dit criterium toetsen wij op complexiteit van implementatie. Des te meer hindernissen, des te lager de score. Dit criterium is als volgt beoordeeld: • Implementatietraject: Handhaven of bouwen van een recyclepunt (scenario 1) zijn in eigen beheer goed vorm te geven. De andere twee scenario’s zijn complexer. Er is ook een businesscase traject nodig voor derden om te besluiten over participatie. • Beschikbaarheid locatie: Handhaven van de huidige situatie is het ‘makkelijkst’. De locaties zijn bekend en beschikbaar. De andere scenario’s vergen nog een concrete locatiekeuze. De benodigde oppervlakte is bij scenario 1 het laagst (en daarmee beter uitvoerbaar) dan scenario 2 en 3. • Doorlooptijd: Naar verwachting neemt de doorlooptijd toe naarmate meer partijen moeten participeren. Er is meer onderzoek nodig en bij ontwerp en bouw is rekening te houden met meer vereisten en inbreng. Financiën: met dit criterium toetsen wij de kosten en omvang van investeringen behorende bij de scenariokeuze.

Dit criterium is als volgt beoordeeld: • Kosten: Bij berekening van de jaarlijkse kosten is rekening gehouden met kapitaalslasten, personele lasten, overige exploitatiekosten, verwerkingskosten en (eventuele) huurinkomsten (waarbij rekening moet worden gehouden met een onzekerheidsmarge). De huidige locatie is het laagst in kosten (maar niet toekomstbestendig). Scenario 1 leidt tot € 17,- hogere kosten (op de afvalstoffenheffing). Scenario 3 is met € 31,- stijging afvalstoffenheffing ‘goedkoper’ dan scenario 2 met € 40,- stijging van de afvalstoffenheffing, omdat hier een locatie wordt bespaard. • Investering: Onderdeel van de financiële vertaling is een investeringsraming (met onzekerheidsmarge). Een lagere investering is gunstiger (omdat de gemeente daarmee minder kapitaalsrisico loopt). Scenario 1 vergt de minste investeringen (behoudens 0-scenario). Risico’s tijdens exploitatie; met dit criterium toetsen wij de mate, waarin de gemeente De Ronde Venen risico’s loopt in de exploitatiefase van het scenario. Dit criterium is als volgt beoordeeld: • In de huidige situatie is sprake van een veiligheidsrisico en een toenemend risico op onbeheersbare verwerkingskosten door achterblijvende afvalscheiding. • In scenario 1 zijn er geen noemenswaardige financiële risico’s.

Ook zijn er geen (grote) afhankelijkheden van derden en de positie van een recyclepunt is beleidsmatig duidelijk en stabiel. • In scenario 2 heeft de gemeente te maken met het risico dat herbruikbare stromen (met name via kringloop) geen afzet hebben. Ook is hier een afhankelijkheid van de kringlooporganisatie om op één

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

7

fysieke locatie te kunnen werken. • In scenario 3 is sprake van het afzetrisico én de exploitatie is sterk afhankelijk van meerdere partners. De keuze om terug te gaan naar één brenglocatie kan (voor een deel van de gemeente) leiden tot toename in bijplaatsingen. Service richting inwoner: met dit criterium toetsen wij de mate waarin inwoners service ervaren. Deels betreft dit service op de locatie zelf, en deels betreft dit bereikbaarheid van de locatie. Dit criterium is als volgt beoordeeld: • Bereikbaarheid: In alle gevallen zijn de reistijdverschillen beperkt: het gaat over een klein gebied met korte reisafstanden (met de auto). Alleen bij keuze voor één locatie (scenario 3) is sprake van een toename in reistijd (voor een deel van de inwoners): van 3 minuten naar ca. 15 minuten (inwoners Abcoude). • Veiligheid: Het handhaven van de huidige locaties betekent dat concessies moeten worden gedaan t.a.v. veiligheid. Bij scenario 1 t/m 3 kan bij inrichting voldoende rekening worden gehouden met veiligheidseisen. • Beleving: De beleving op locatie is afhankelijk van de (keuze voor) gastheerschap, communicatie en inrichting op locatie. Meer ruimte en meer functionaliteit op locatie versterkt de beleving van een bezoeker van de brenglocatie: dit is groter bij scenario 2 en scenario 3.

Maatschappelijke meerwaarde: met dit criterium toetsen wij de mate waarin het scenario bijdraagt aan de CO2-reductie, SROI en lokaal ondernemerschap. Dit criterium is als volgt beoordeeld: • CO2: Meer afvalscheiding is meer CO2-reductie. Met name door combinatie met kringloop is een grote CO2-winst te behalen; door de combinatie van vergaande afvalscheiding en hergebruik. In scenario 3 is sprake van een lastig meetbaar effect van educatie/bewustwording. • Sociaal en Lokaal: Met name in de combinatie met de kringloop liggen kansen voor een grotere inzet van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. En met name bij het circulair ambachtscentrum liggen kansen voor lokaal ondernemerschap. Rol in de Circulaire Economie: met dit criterium toetsen wij de mate, waarin de brenglocatie ook een rol en positie heeft in de circulaire economie (in lijn met het perspectief van een circulair ambachtscentrum). Dit criterium is als volgt beoordeeld: • Bouwstenen Circulair Ambachtscentrum: Per (oplopend) scenario neemt ook de ambitie en functionaliteit (zoals educatie en hergebruik) toe. Scenario 3 komt het dichtst in de buurt van het (door Rijksoverheid omschreven) Circulair Ambachtscentrum.

• R-ladder1: Op basis van de R-ladder scoort scenario 3 het beste, omdat met keuze voor een circulair centrum de meeste circulaire activiteiten worden ontplooid: zoals reuse, repair, remanufacture en repurpose.

Afweging en advies Ter introductie op het advies geven wij enkele afwegingen mee: Verandering brenglocaties is nodig. Allereerst, de beoordeling van de huidige locaties geeft aan dat de gemeente hier risico’s loopt én dat de service richting inwoner (op de locatie) ondermaats is; dit kan veel beter. Ook als op deze locaties geïnvesteerd wordt dan blijft de constatering dat deze locaties te klein zijn voor een volwaardige en veilige brenglocatie. Dit knelpunt wordt, met de aankomende woningbouw, alleen maar groter in de komende jaren. Een andere keuze is daarom nodig.

1 De R-ladder is een model, waarin de mate van circulariteit is aangegeven.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

8

Vanuit inwoners is er vooral aandacht voor voldoende service en (beheersbare) kosten. Investeren in een toekomstbestendige brenglocatie leidt in alle gevallen tot een kostenstijging voor de inwoner ten opzichte van de huidige situatie. Circulaire kansen nog in ontwikkeling. De transitie naar een circulaire economie vraagt om een voorruitziende blik en bereidheid van partijen om de transitie (mede) te financieren. Op dit moment komt een circulaire businesscase namelijk niet uit. De mogelijkheden van een Circulair Ambachtscentrum worden door betrokken ondernemers en maatschappelijke organisaties binnen De Ronde Venen zeker gezien. Een constatering hierbij is dat het circulair netwerk binnen De Ronde Venen nog beperkt van omvang is. Hoewel er interesse bij ondernemers is, zien zij nog weinig kansen voor het participeren in een (meer) circulair (opgezet) ambachtscentrum. Bovendien is in de directe nabijheid al sprake van een nieuw Circulair Ambachtscentrum te Breukelen. Het is daarom de vraag of er voldoende schaalgrootte en potentieel is voor een vergelijkbaar initiatief binnen de gemeente Ronde Venen. Advies scenario 1 De gemeente heeft daarom een keuze te maken, waarbij een balans moet worden gevonden tussen service, circulariteit/milieu en kosten.

Wij adviseren het volgende: Uitgaande van (nog) beperkte circulaire kansen adviseren wij om te kiezen voor scenario 1 en vervolgens vooral te werken aan een circulair netwerk (zonder afhankelijk te zijn van een fysieke brenglocatie). Vanuit dit netwerk kan er worden gekeken hoe er, door onderlinge samenwerking en inspiratie, meer hoogwaardig hergebruik, recycling en upcycling van het grof huishoudelijk afval binnen De Ronde Venen kan worden gerealiseerd. Verschillende stakeholders hebben aangegeven hieraan mee te willen doen.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

9

1 Inleiding 1.1

Achtergrond De gemeente heeft twee afvalbrengstations: één in Abcoude en één in Mijdrecht. Uit de periodieke risico-inventarisatie, die is gedaan in het kader van de Arbowet, blijkt dat beide afvalbrengstations zijn verouderd en onderhoud nodig hebben. De risico-inventarisatie geeft een aantal aandachtspunten rond de inrichting. De problematiek op de beide afvalbrengstations blijkt ook uit dagelijkse ervaringen van inwoners en medewerkers. Omdat investeringen nodig zijn in veiligheid en onderhoud, is dit een logisch moment om breder over de afvalbrengstations na te denken. Hierbij zijn ook andere ontwikkelingen mee te nemen in de afweging. Een investering is voor de lange termijn en dat maakt het wenselijk om te onderzoeken of de huidige locaties nog logisch en toekomstbestendig zijn. De vraag is bovendien wat andere opties zijn, waarbij kan worden gekeken naar ambitieniveau, locatie en type inrichting. Zo kan bijvoorbeeld ook worden gekeken naar kansen om de duurzaamheidsambities van de gemeente te (helpen) realiseren. En naar kansen om ambities op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) te realiseren? De gemeente De Ronde Venen wenst daarom onderzoek te verrichten naar de toekomst van de afvalbrengstations.

Ter informatie: in het voorliggend rapport worden de afvalbrengstations ook wel brenglocaties genoemd; dit omdat er verschillende namen, zoals milieustraat of grondstoffenpark, worden gehanteerd in den lande.

1.2

Onderzoeksopdracht en fasering Het onderzoek heeft tot doel om de afvalbrengstations klaar te maken voor de toekomst. Daarbij wordt aandacht gegeven aan de mogelijkheden voor het vergroten van de veiligheid van bezoekers en medewerkers. Ook wordt gekeken naar het verbeteren van het comfort voor gebruikers en het benutten van kansen, zoals op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. In een startnotitie heeft de gemeenteraad de doelstelling en kaders van dit onderzoek vastgesteld. Deze startnotitie is het startpunt voor het aanpakken van de geschetste aandachtspunten en ontwikkelingen rond de afvalbrengstations. Met de startnotitie is het project afgebakend en is het proces gestructureerd. Daarbij is ook geïnventariseerd welke informatie college en raad nodig hebben om een voorkeursscenario te kunnen kiezen. Fasering Het vraagstuk rondom de toekomst van afvalbrengstations is niet makkelijk tot één keuze terug te brengen. Vandaar dat een fasering is gekozen, waarbij dit breed en globaal begint om daarna specifieker in te zoomen op de meest kansrijke scenario’s. De volgende fasering is gekozen: 1. Verkennen en scenario’s In deze stap wordt zo breed mogelijk in kaart gebracht welke aspecten een rol spelen bij de afwegingen rond de afvalbrengstations. Op basis hiervan worden enkele kansrijke onderscheidende scenario’s samengesteld.

Een globale business case voor deze scenario’s helpt bij de vergelijking. Het doel hiervan is om alle informatie op tafel te krijgen die nodig is om een principebesluit te kunnen nemen over een voorkeursscenario. 2. Business case en realisatiestrategie In stap 2 wordt de haalbaarheid van het voorkeursscenario verder uitgewerkt in een business case en realisatiestrategie. Dat gaat niet alleen om een financiële onderbouwing, maar ook om de maatschappelijke haalbaarheid, eventuele samenwerking met externe partners en andere juridische en praktische haken en ogen. Deze fase levert de informatie op om te kunnen besluiten

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

10

over de uitvoering van het project en het beschikbaar stellen van de noodzakelijke financiële middelen. 3. Realisatie De realisatie van het project wordt voorbereid en uitgevoerd. Dit onderzoeksrapport is het resultaat van fase 1. In het onderzoek zijn vier scenario’s uitgewerkt, waarbij de scenario’s verschillen in ambitieniveau, aantal locaties en type brenglocatie. Bij de keuze van scenario’s is rekening gehouden met de lokale context en de haalbaarheid binnen het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen. Ook bevat dit onderzoek de aanvullende informatie, zoals deze ook is gevraagd in de startnotitie. Voor sommige gevraagde informatie is besloten om deze in bijlagen op te nemen. Het onderzoeksrapport biedt de gemeente De Ronde Venen inzicht in de verschillende toekomstopties voor de huidige afvalbrengstations en maakt een principebesluit voor een voorkeursscenario mogelijk.

1.3

Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is het beleidskader beschreven. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de relevante beleidsontwikkelingen en wettelijke verplichtingen, die van belang zijn voor de afvalbrengstations. In hoofdstuk 3 schetsen wij het toekomstperspectief. Hiervoor is gebruik gemaakt van recent trendonderzoek en de laatste inzichten in mogelijke afvalbrengstation-concepten. In hoofdstuk 4 is het resultaat van de inwoner enquête en de stakeholderanalyse opgenomen. Deze resultaten zijn van invloed op de verdere uitwerking van scenario’s en wegen mee in het uiteindelijke advies. In hoofdstuk 5 is de huidige situatie beschreven en beoordeeld. Deze beoordeling is van groot belang, omdat hieruit de noodzaak blijkt voor het investeren in de afvalbrengstations. In hoofdstuk 6 zijn de scenario’s inhoudelijk beschreven. Per scenario is meer inzicht gegeven in het type activiteit op verschillende brenglocaties, de verdeling over de regio en de benodigde investering en kosten. In hoofdstuk 7 hebben wij de scenario’s beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader. Per criterium zijn de scenario’s onderling vergeleken. In hoofdstuk 8 komen wij tot een afweging en advies. In dit hoofdstuk sluiten wij af met een indicatie van de doorlooptijd voor het vervolg.

In dit rapport zijn verder als bijlagen opgenomen: toelichting op wet- en regelgeving, locatieonderzoek, een financiële toelichting op de uitgangspunten, een hulpmiddel bij vergelijking van de scenario’s en samenvattende overzichten van de reistijdanalyse. In aparte bijlagen bij dit rapport zijn opgenomen: • Raadsbrochure met praktische informatie over verschillende type brenglocaties. • Rapportage inwoner enquête met detailinformatie over respons en resultaten. • Quickscan afvalbrengstations, waarbij dit rapport detailinformatie bevat over de huidige situatie.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

11

2 Beleidskader afval en brenglocaties In dit hoofdstuk gaan wij in op relevant beleidskaders en beschrijven wij de geldende wet- en regelgeving. We beperken ons tot de onderdelen, die van invloed zijn op de afvalbrengstations. In paragraaf 1 geven wij een toelichting op de algemeen geldende beleidsrichting: van afval naar grondstof. In paragraaf 2 beschrijven wij de belangrijkste landelijke beleidskaders. In paragraaf 3 is getoetst in hoeverre vanuit gemeentelijk beleid een ambitie relevant is voor de toekomst van de afvalbrengstations. Tot slot schetsen wij het wettelijk kader dat van toepassing is op specifiek de afvalbrengstations.

2.1

Van afval naar grondstof (VANG) Mondiaal en regionaal worden grondstoffen steeds schaarser, en daarmee ook kostbaarder. Als gevolg van onder andere deze ontwikkeling wordt op zowel Europees als nationaal niveau een omslag in denken en handelen gemaakt: met de doelstelling ‘van afval naar grondstof’ komt de focus steeds meer op hergebruik te liggen. Hergebruik voorkomt immers verdere schaarste, en op dit moment verdwijnen er nog (te) veel grondstoffen in het huishoudelijk restafval. Er wordt hiermee een omslag gemaakt van een lineaire economie, waarbij de voorraad grondstoffen steeds verder wordt verkleind, naar een circulaire economie, waar het (be)sparen en hergebruiken van grondstoffen centraal staat. Huishoudelijk afval wordt daarmee steeds meer gezien als grondstof. In het Nationale Programma Circulaire Economie2 zijn doelstellingen geformuleerd om de economie in 2030 voor 50% op primaire grondstoffen te laten draaien3, en om in 2050 een volledig circulaire economie gerealiseerd te hebben. De landelijke ambities en doelstellingen zijn onder meer vastgelegd in het Nationale Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE), het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP III) dat vanaf 2025 zal worden opgevolgd door het Circulair Materialenplan (CMP), het VANG Uitvoeringsprogramma en het Nationaal Grondstoffenakkoord.

Binnen deze beleidskaders zetten het Rijk, VNG (en daarmee gemeenten) en organisaties voor afvalbeheer (zoals de NVRD) zich in om de transitie naar een circulaire economie in Nederland verder te stimuleren. Waar eerst de doelstelling het terugbrengen van de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner naar maximaal 100 kilogram per jaar en 75% afvalscheiding was, ligt de focus inmiddels op de kwaliteit van gescheiden ingezamelde stromen en het optimaal recyclen. Als doel is gesteld om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen. Gemeente De Ronde Venen zit nu op 141 kg restafval per inwoner en 65% afvalscheiding. De gedachte is dat hierdoor uiteindelijk ook een vermindering van het aantal kilo’s restafval gerealiseerd wordt. Het accent ligt hiermee op het bewerkstelligen van minder vervuilde gescheiden grondstofstromen en betere scheiding van huishoudelijk afval. Vanuit Europa vormt het Circulaire Economie Actieplan voor een Schoner en Concurrerender Europa een belangrijk speerpunt. Het Actieplan bevat een pakket aan maatregelen om de transitie naar een circulaire economie in gang te zetten en zo bij te dragen aan de Europese doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. En het gaat in op onder andere de Kaderrichtlijn Afvalstoffen en de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid.

Door deze beleid- en regelgeving worden gemeenten uitgedaagd om hun prestaties op het gebied van huishoudelijk afval fors te verbeteren, en om meer afvalpreventie, een betere scheiding van

2 Dit is een uitwerking van het Rijksbrede Programma Circulaire Economie. 3 De grondstoffen waarop het Programma Circulaire Economie is breed gericht en omvatten alle materialen en hulpbronnen die

nodig zijn voor de productie, het onderhoud en de levenscyclus van goederen en infrastructuur, inclusief bouwmaterialen, metalen, mineralen, biomassa, chemische stoffen, energiebronnen en water. Het Uitvoeringsprogramma ‘van afval naar grondstoffen’ is primair gericht op afval (en het recyclen daarvan) en consumptiegoederen voor huishoudens.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

12

grondstoffen en meer hergebruik te realiseren. Door het reduceren van restafval worden daarnaast (dure) verbrandingskosten vermeden. Het mes snijdt dus aan twee kanten: een betere milieuprestatie (betere afvalscheiding, meer grondstoffen) leidt tot lagere kosten.

2.2

Beleid met impact op brenglocaties Met de benodigde omslag van afval naar grondstof is het beleidsveld afvalbeheer flink in beweging. Specifiek voor de brenglocaties zijn er verschillende relevante beleidskaders c.q. beleidsontwikkelingen. We lichten deze toe. VANG-programma Het programma VANG-HHA beslaat de periode van 2015-2025. De ambitie was om in 2020 75% afvalscheiding en 100 kilo restafval per inwoner te realiseren. Dit doel is niet gehaald. Maar gemeenten hebben wel forse stappen gezet voor het verbeteren van huishoudelijke afvalscheiding. De ambities van 2020 zijn duidelijk dichterbij gekomen: • In de periode 2015-2020 daalde de hoeveelheid restafval van 240 kg naar 180 kg. • In 2020 behaalden 31% van de gemeenten 75% afvalscheiding, tegenover 7% in 2015. • Ruim 15% van de gemeenten hadden minder dan 100kg restafval per inwoner. Het lukt de Nederlandse gemeenten steeds beter om tot uitvoering van hun ambitieuze doelstellingen te komen. Maar door de enorme impuls die afvalscheiding heeft gekregen is de kwaliteit van bepaalde deelstromen ook onder druk komen te staan. Om te komen tot kwalitatief nóg betere recycling richt het uitvoeringsprogramma VANG-HHA zich in de periode 2021 – 2025 op twee belangrijke aspecten: • Het nog beter scheiden van restafval. Tweederde van al het huishoudelijk restafval bestaat uit waardevol, recyclebaar materiaal.

Te grote hoeveelheden hiervan worden verbrand. • Het verbeteren van de kwaliteit van de deelstromen. Vervuiling en de aanwezigheid van stoorstoffen zorgen ervoor dat de deelstromen die gescheiden worden ingezameld niet optimaal zij Het VANG-programma ondersteunt gemeenten met verschillende deelprogramma’s, zoals VANG Huishoudelijk Afval en VANG Circulair Inkopen. Het VANG-programma helpt gemeenten met kennis, subsidies en praktijkvoorbeelden om deze doelen te behalen. Circulair Materialen Plan (CMP) De belangrijkste beleidsontwikkeling is het Circulair Materialen Plan (als vervanger van het Landelijk Afvalbeheersplan; LAP3). Het Circulair Materialenplan (CMP) is een belangrijk instrument dat vanaf 2025 als opvolger van het LAP3 wordt ingezet om een circulaire economie te bereiken. Het biedt een uniform kader voor het gebruik van grondstoffen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. Het CMP is gericht op (meer) recycling en hergebruik. Daarmee is de verwachting dat het CMP de ‘lat hoger zal leggen’. Het CMP is nu in consultatie. Het CMP heeft waarschijnlijk ook impact op het functioneren van een afvalbrengstation. Ter vergelijking: de voorganger LAP3 stelt al regels over de (beste vorm van) verwerking en van daaruit moet de inname en opslag van verschillende grondstofstromen voldoen aan specifieke vereisten. Zo mogen bijvoorbeeld matrassen niet nat worden.

Circulair Ambachtscentrum Vanuit het Rijk wordt het ontwikkelen van regionale Circulaire Ambachtscentra sterk gestimuleerd via pilots, subsidies en een ‘community of practice’ (kennis delen)4. Het doel is om in 2030 in Nederland een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra te hebben. Met het ontwikkelen van circulaire ambachtscentra kunnen gemeenten streven naar een

4 Verankerd in het Nationaal Programma Circulaire Economie en het icoonproject ‘Circulaire Ambachtscentra'

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

13

ruimtelijk beleid, waarin verschillende initiatieven slim ten opzichte van elkaar zijn gesitueerd. Denk aan locaties waar combinaties van milieustraten, kringloop- en weggeefwinkels en ambachtslocaties geconcentreerd zijn. Daarnaast is er nauwe samenwerking met het onderwijs (m.n. ROC’s/MBO) en is er interactie met het programma Circulair onderwijs en skills. Bij deze ambachtslocaties is men bedreven in levensduurverlenging van producten door onder meer reparatie, het opknappen en uit oude producten nieuwe producten maken. Het Rijk zet hiermee in op langer gebruik van producten en grondstoffen en voorkomen van onnodig storten en verbranden. Dit kan kwantitatief bijdragen aan het realiseren van de VANG-doelstellingen voor het verminderen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval. En het draagt bij aan de klimaatdoelstelling, want levensduurverlenging heeft een remmende werking op CO2 uitstoot. De ambachtscentra worden levendige plekken met veel bedrijvigheid. Ambachten krijgen er weer een prominente plek en er ontstaat naar verwachting werkgelegenheid voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. De koppeling met reparatie en de vakkennis/ambachten (en het techniekonderwijs) zal zorgen voor stimulering van de circulaire economie. Gemeenten kunnen bij de totstandkoming van dergelijke initiatieven een verbindende en faciliterende rol vervullen.

Er is geen sprake van een verplichtend wettelijk kader. Er zijn bovendien mogelijkheden om minder vergaande varianten te ontwikkelen; bijvoorbeeld door af te zien van educatie. In heel Nederland zijn gemeenten de mogelijkheden aan het verkennen, waarbij zij een balans zoeken in beleidsambitie, service en kosten.

2.3

Gemeentelijk beleidsambitie De gemeente De Ronde Venen heeft in een aantal beleidsdocumenten haar ambitie verwoord. Op dit moment is het gemeentelijk beleid nog beperkt uitgewerkt in relatie tot (de toekomst van) het afvalbrengstation. De volgende beleidsstukken geven een richting aan: • Herijking grondstoffenbeleid (2022): De gemeente wil een eenvoudig en eerlijk grondstoffenbeleid dat werkt voor de inwoners en ziet afval steeds meer als een grondstof. Het is daarom van belang om afval zo veel mogelijk gescheiden aan te leveren. De gemeente volgt de ontwikkelingen op DIFTAR actief, maar voert het niet in. De herijking van het grondstoffenbeleid richt zich op een systeem om het aanbieden van minder restafval te belonen door verschillende tarieven te hanteren voor een kleine en een grotere restafvalcontainer. • Uitvoeringsplan DRV CE 2022: We verwerken afvalstromen meer circulair en duurzamer. Per april 2022 liepen de contracten voor afvalverwerking af; ook voor de stromen via het afvalbrengstation. Bij aanbesteding heeft de gemeente besloten om (meer dan voorheen) in te zetten op circulaire economie. Bij aanbesteding kijkt men naar grondstofterugwinning, energieverbruik en CO2-uitstoot. • Coalitieakkoord 2022-2026: Als gemeente willen we een Afvalbeleid dat werkt voor onze inwoners. We zien afval steeds meer als grondstof.

Het is daarom van belang om afval zo veel mogelijk gescheiden aan te leveren. We willen alleen maatregelen invoeren die hier een positief effect op hebben, zonder het risico te vergroten op het illegaal dumpen van afval. • College uitvoeringsprogramma: We sluiten met de gemeentelijke ambitie aan op de landelijke afspraken en zetten ons in voor een klimaatneutraal De Ronde Venen in 2050. Richting 2025, 1. Uitvoering aanpak circulaire economie 2. Stimuleren van circulariteit bij inwoners en bedrijven door gerichte acties en communicatie. • Inkoopbeleid DRV 2024-2030: In het vastgesteld inkoopbeleid staat: Uiterlijk in 2030 50% minder CO2-emissie (waarvan minstens 20% CO2-reductie binnen de inkoopuitgaven) ten opzichte van het basisjaar 2023. Uiterlijk in 2030 kopen we 50% circulair in ten opzichte van het basisjaar 2023.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

14

• Concept spoorboekje Klimaatneutraal en Circulair 2025: Gemeente De Ronde Venen kijkt met een realistische en nuchtere blik naar de verduurzamingsopgave. We nemen onze verantwoordelijkheid door stappen te zetten die, met de kennis van nu, een bijdrage leveren. Hierbij hebben we oog voor draagvlak in de samenleving en we werken op basis van vrijwilligheid. In lijn met de landelijke ambities zetten we in op een klimaatneutraal en circulair De Ronde Venen in 2050. We gaan besparen waar het kan, versterken lokaal om afhankelijkheden te beperken en vernieuwen duurzaam op logische momenten in onze planning. Algemeen beeld is dat de gemeente De Ronde Venen een circulaire ambitie heeft, waarbij nog geen praktische maatregelen of budgetten zijn geoormerkt. De gemeente geeft daarbij aan dat maatregelen moeten werken voor en passen bij de inwoners. In relatie tot dit onderzoek is ook duidelijk dat service richting inwoners (tot op zekere hoogte) moet meewegen.

2.4

Wettelijk kader afvalbrengstations Het wettelijk kader voor afvalbrengstations is verankerd in de Wet milieubeheer (Wm, art 10.22). Volgens deze wet is iedere gemeente in Nederland wettelijk verplicht om (al dan niet in samenwerking met een andere gemeente) in minimaal één brenglocatie voor grof huishoudelijk afval te voorzien waar inwoners hun grof huishoudelijk afval gescheiden weg kunnen brengen. Voor specifieke stromen kan een gemeente ook een commerciële brenglocatie aanwijzen. In het Besluit Activiteiten leefomgeving (paragraaf 4.51 Bal) zijn aanvullende regels opgenomen. Relevant is vooral dat de gemeente voor een minimum van 18 fracties gescheiden inzameling mogelijk moet maken (Artikel 4.623). Sommige van deze fracties dienen op een bodem beschermende voorziening te staan om potentiële bodemverontreiniging te voorkomen. Dit is vastgelegd in de Nationale Richtlijn Bodembescherming. Indien niet alle 18 fracties op de brenglocaties worden ingenomen dan zorgt de gemeente er voor dat duidelijk is aangegeven waar de inwoners van de gemeente deze afvalstoffen wel kunnen aanbieden (bijvoorbeeld op een andere locatie van de gemeente). De gemeente is overigens niet verplicht om voorzieningen te treffen voor andere afvalstoffen (dan de 18 verplichte fracties). Verder is de omgevingsvergunning (op de brenglocatie) van belang.

Hierin zijn vergunningvoorschriften opgenomen ten aanzien van o.a. te accepteren stromen en de wijze van opslag 5. De Omgevingsdienst handhaaft hierop. Bij (ernstige) overtreding van voorschriften kan de Omgevingsdienst de brenglocatie laten sluiten. Voor de exploitatie op de brenglocatie gelden ook afvalvoorschriften voor de milieubelastende activiteit ‘Ontvangen van afvalstoffen’ (paragraaf 4.50 Bal). Het gaat om voorschriften voor een werkinstructie over de acceptatie- en controleprocedure. De werkinstructie moet ingaan op de type ontdoener, manier van aanbieden en controle en werkwijze bij afwijkende afvalstoffen 6. Tot slot is bij de keuze en inrichting van een brenglocatie rekening te houden met het omgevingsplan. De activiteiten op een brenglocatie vallen onder milieucategorie 3.1. De afstand van het afvalbrengstation tot woonobjecten is minstens 50 en gebruikelijk 100 meter. Zie bijlage 2 voor een breder beeld van toepasselijke wet- en regelgeving in geval van een milieustraat.

5 Zo is bijvoorbeeld maatwerk voor innamevoorzieningen (bijvoorbeeld combinatie van afvalstromen in één container) mogelijk. In

de omgevingsvergunning is toestemming nodig voor het mengen van verschillende bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen. 6 Zoals bijvoorbeeld vervuilde grondstofstromen, zoals metaalafval dat vervuild is met olie.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

15

3 Toekomstperspectief afvalbrengstations In hoofdstuk 2 is een beschrijving gegeven van het beleidskader en – in het bijzonder – de ambitie om een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra te ontwikkelen. In dit hoofdstuk geven wij een schets van het toekomstperspectief voor brenglocaties. Daarbij baseren wij ons op recent trendonderzoek en een vertaling hiervan naar de positie en rol van brenglocaties. In paragraaf 1 wordt een toekomstvisie geschetst, waarbij wordt ingegaan op de belangrijkste trends en kenmerkende veranderingen van een afvalbrengstation. In paragraaf 2 wordt ingegaan op het concept van een Circulair Ambachtscentrum, waarbij wij de mogelijkheden verkennen van combinaties tussen een brengvoorziening én andere functies. In paragraaf 3 introduceren wij veel voorkomende soorten brenglocaties.

3.1

Toekomstvisie Een afvalbrengstation wordt gebouwd voor 30 jaar of langer. De eerdergenoemde beleidsontwikkelingen en – met name - de ontwikkeling ‘van afval naar grondstof’ geeft aanleiding om kritisch te kijken naar de toekomstige rol en positie van een brenglocatie in de circulaire economie. Het is daarom goed om naar de lange termijn te kijken. Recent heeft de branchevereniging NVRD trendonderzoek verricht (www.nvrd.nl/toekomstvisie-2035). Dit heeft geleid tot een duidelijk overzicht van trends én een toekomstvisie voor gemeenten en afvalorganisaties. Uit dit onderzoek blijkt dat verschillende trends ook invloed hebben op de rol en positie van een afvalbrengstation. We zien de volgende relevante trends die van invloed kunnen zijn op het vraagstuk in De Ronde Venen: •

Een toenemende druk op de openbare ruimte Ruimte is schaars en de beschikbare ruimte is vooral nodig voor woningbouw, bedrijvigheid en natuur. Deze schaarste kan leiden tot minder brenglocaties of minstens brenglocaties, waar ook andere functies worden gecombineerd. Denk daarbij aan reparatie, kringloop en circulaire educatie.

•

Toenemende schaarste van grondstoffen Bekend is dat primaire grondstoffen eindig zijn. Hoewel er nog de nodige obstakels te nemen zijn, moet veel meer worden ingezet op recycling en hergebruik. Dit geeft een prikkel om hergebruik en reparatie zo goed mogelijk te faciliteren: ook op lokaal niveau.

•

Een verwachte groei in de circulaire businessmodellen Op dit moment is de samenleving nog in transitie. Algemeen beeld is dat duurzaamheid en circulariteit nu nog geld kost. Maar naarmate grondstoffen schaarser worden en de beleid, technologie en markt verder zijn ontwikkeld, wordt recycling en upcycling van grondstoffen steeds rendabeler. Dit versterkt op termijn het businessmodel van een Circulair Ambachtscentrum.

•

Strengere wet- en regelgeving Met het aankomend Circulair Materialen Plan is te verwachten dat meer grondstofscheiding nodig is; ook op brenglocaties. Gemeenten krijgen steeds meer te maken met uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit leidt tot meer financieringsafspraken met producentenorganisaties voor het inzamelen en bewerken van (deelstromen uit het) grof afval.

•

Veranderende consumptiepatronen Ook de consument moet mee in de circulaire economie. Dit vergt nog bewustwording en een gedragsverandering. Uiteindelijk betekent dit dat consumenten steeds bewuster consumeren; met oog voor circulariteit en andere waarden. Deze trend versterkt het draagvlak voor een brenglocatie, waar meer aandacht is voor recycling en hergebruik.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

16

De visie op de rol en positie van een afvalbrengstation is dan ook aan het veranderen. Duidelijk is dat de rol van de gemeente in het organiseren van een brenglocatie de komende decennia relevant blijft. De brenglocatie zou bijvoorbeeld kunnen gaan dienen als grondstoffen hub voor de grotere (door inwoners af te danken) stromen. Op een brenglocatie zijn wel de nodige veranderingen te verwachten. In plaats van een ‘vuilstort’ moet de brenglocatie meer gericht zijn op circulariteit. Dit betekent dat veel gemeenten inzetten op: • Gastheerschap: de medewerkers op de brenglocatie zijn vooral gastheer, waarbij zij de inwoner ‘belonen’ voor goed gedrag en ondersteunen bij het sorteren van hun grondstoffen. • Flexibiliteit: bij de inrichting van de brenglocatie wordt rekening gehouden met een groter aantal te ontvangen grondstofstromen, waarbij de stromen ook kunnen wisselen (afhankelijk van vraag & aanbod). • Bewustwording: de brenglocatie wordt een plek waar circulariteit zichtbaar wordt: in communicatie en met educatie. • Circulair ontwerp: de brenglocatie is circulair in te richten, met een innamestraat voor grondstoffen (recycling/hergebruik) en een logische routing op de locatie voor bezoekers. • Multifunctioneel: de brenglocatie wordt gecombineerd met andere functies, zoals reparatie, hergebruik; op locatie of in een circulair netwerk.

Bovenstaande trends en veranderingen zijn ook herkenbaar in het icoonproject ‘Circulaire Ambachtscentra'. Dit is een initiatief gericht op het stimuleren van circulariteit. In een maximale variant combineert een Circulair Ambachtscentrum de brenglocatie met hergebruik en reparatie, educatie en bewustwording, sociale werkgelegenheid en circulair ondernemerschap (zie figuur).

Figuur: bouwstenen circulair ambachtscentrum

Vanuit de Rijksoverheid is het de ambitie om in 2050 een landelijk dekkend netwerk aan Circulaire Ambachtscentra te hebben in Nederland. Op lokaal niveau moet worden beoordeeld in hoeverre hier ook behoefte aan is én ruimte voor is.

3.2

Combinaties met andere functies De verdere ontwikkeling van brenglocaties zal verschillend zijn per gemeente. Dit is vooral afhankelijk van de gemeentelijke ambitie, de interesse en aanwezigheid van geschikte partners in de regio, de wensen van inwoners en de (financiële) businesscase. Aan de basis van elke brenglocatie staat dat de inwoner hier terecht kan voor alle voorkomende stromen grof huishoudelijk afval. Vervolgens is het een maatwerkkeuze per gemeente, waarbij men de verschillende bouwstenen van een Circulair Ambachtscentrum kan toevoegen aan de brenglocatie.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

17

In verschillende gemeenten lopen trajecten, waarbij men het perspectief van een Circulair Ambachtscentrum verkend. Per gemeente verschilt het ambitieniveau en daarmee de uitwerking van een brenglocatie. De mogelijkheden variëren van een kleine brengfaciliteit (zoals een mobiele milieustraat) tot en met een volledig uitgewerkt Circulair Ambachtscentrum. Wij lichten de verschillende bouwstenen toe, waarbij wij dit concreet maken. Het gaat hierbij over: • Innamestraat; • Kringloopwinkel; • Circulaire werkplaats; • Circulaire ondernemers; • Educatieruimte en horeca. Innamestraat Van de kringloopcontainer op het ABS Abcoude wordt maar beperkt gebruik gemaakt. Ook neemt niet elke bezoeker van het afvalbrengstation in Mijdrecht de moeite om met hun herbruikbare goederen apart naar de kringloopwinkel te rijden. In het grof huishoudelijk restafval van de afvalbrengstations zitten daardoor nog veel herbruikbare goederen, die in de huidige situatie worden verbrand (23% van het grof huishoudelijk afval volgens sorteeranalyse 2023). Door een innamestraat voor herbruikbare goederen en materialen vóór het afvalbrengstation te realiseren, kan deze circulaire potentie worden geoogst. Een deel van de circa 23% van het grof huishoudelijk restafval wordt met een innamestraat toegevoegd aan het reeds, bij bestaande kringloopwinkels, ingezamelde volume herbruikbare goederen.

Producten die in de innamestraat worden ingezameld, zijn bestemd voor hergebruik (in een kringloopwinkel) of upcycling. De innamestraat wordt gericht op levensduurverlenging, zie afbeelding: Re-use, Repair, Refurbish, Remanufacture, Re-purpose.

Figuur: 10R-ladder

Wanneer mensen herbruikbare huisraad of samengestelde, uit meerdere materialen bestaande producten bij zich hebben worden ze door de innamestraat geleid voordat ze het afvalbrengstation betreden. Hierdoor worden op het afvalbrengstation alleen de spullen en grondstoffen ingezameld, die niet voor hergebruik of upcycling geschikt zijn. Ook kunnen mensen met alleen herbruikbare huisraad alleen de innamestraat bezoeken, zonder het afvalbrengstation te betreden. In de innamestraat zijn mensen werkzaam, die aangeven welke goederen worden ingenomen omdat deze volgens één van de 5R-strategieën kunnen worden verwerkt. De ingezamelde stromen leggen de

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

18

volgende route(s) af: • Herbruikbaar huisraad en repareerbare producten gaan voor verkoop naar de winkelsortering voor de kringloopwinkel(s); • Materialen die toepasbaar zijn in nieuwe producten, worden gebruikt in de werkplaats; • Samengestelde, niet-herbruikbare goederen gaan naar de werkplaats voor demontage; • Een kleine restfractie gaat alsnog naar de recycling. Kringloopwinkel De verkoopbare goederen die worden verzameld op de innamestraat worden afgezet in een kringloopwinkel. Dit kan op afstand van de brenglocatie, maar een verkooplocatie op het afvalbrengstation voorkomt extra handelingen en het afleggen van extra kilometers. Ook voor de inzet en begeleiding van de medewerkers en het afstemmen tussen inname en verkoop is het werken vanuit één locatie het meest efficiënt. Vanuit de gedragswetenschap is er bovendien steeds meer onderbouwing voor de keuze om een kringloopwinkel bij/naast het afvalbrengstation te vestigen. Doordat bezoekers van het afvalbrengstation dan zien dat het afgeven van herbruikbare spullen echt zin heeft, gaan ze hier in het vervolg hun scheidingsgedrag op aanpassen (onderzoek gemeente Utrecht i.s.m. Dijksterhuis & Van Baaren). Een kringloopwinkel vergt meer dan alleen winkelruimte. Ook voor het sorteren, repareren en beprijzen van kringloopartikelen is er een aanzienlijke ruimte nodig.

Daarnaast zijn er kringlooporganisaties die zelf upcycle-activiteiten uitvoeren en hiervoor werkplaatsen hebben. De meeste kringlooporganisaties hebben aparte werkplaatsen voor textielsorteringsactiviteiten, reparatie van fietsen en wit- en bruingoed. Circulaire werkplaats Een aanzienlijk deel van het grof huishoudelijk restafval bestaat uit samengestelde goederen. Door deze materialen te demonteren in monostromen kan een hoger scheidingsresultaat worden behaald. Dat zorgt voor betere kwaliteit grondstofstromen én hogere grondstofopbrengsten (of lagere verwerkingskosten). Uiteraard levert dit ook een milieuvoordeel op, omdat minder materialen worden verbrand. Dit is echter afhankelijk van de materiaalsoort en de best beschikbare verwerkingstechnieken. In de circulaire werkplaats worden ook goederen gerepareerd en opgeknapt voor verkoop. Naast de kringlooporganisatie zijn er (afhankelijk van de regio) locaties, waar circulaire ondernemers gebruik maken van ingenomen grondstofstromen om hier – ter plaatse – producten van te maken. Ondernemersruimte Hergebruik en recycling is niet alleen te koppelen aan kringlooporganisaties. In de nabije toekomst zijn er circulaire ondernemers, die reststromen van het afvalbrengstation kunnen gebruiken voor hun productieproces. Op dit moment gaat het nog vooral om circulaire ambachtslui; met behoefte aan kleinere stromen.

In een verdere toekomst kan het ook gaan om grotere stromen richting circulaire productiebedrijven. In een verder uitgewerkt Circulair Ambachtscentrum worden werkruimtes verhuurd aan circulaire ondernemers, die (vaak) gratis toegang krijgen tot de afvalstromen om mee te werken 7. Op locatie zijn er verschillende faciliteiten, zoals een houtwerkplaats en een ontmoetingsruimte waar circulaire ondernemers elkaar kunnen ontmoeten en de samenwerking aan kunnen gaan. Daarmee biedt dit de potentie om te groeien als een ‘circulaire hotspot’.

7 Dit zijn vaak de stromen zijn waar de gemeente nu een vergoeding voor kan krijgen of tegen zeer gering tarief kwijt kan.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

19

Educatieruimte en horeca Gedragsverandering en bewustwording kan een belangrijk doel zijn voor de gemeente. Het organiseren van een educatieruimte binnen het Circulair Ambachtscentrum biedt de mogelijkheid om jong en oud mee te nemen in de transitie naar de circulaire economie. Deze ruimte is multifunctioneel inzetbaar en kan bijvoorbeeld ook als vergaderruimte worden gebruikt. Naarmate er meer functies (en daarmee meer bezoekers) komen op de locatie ontstaat ook de mogelijkheid om (enige) horeca-faciliteiten te organiseren. De ruimte hiervoor is sterk afhankelijk van de uitstraling, het aantal bezoekers en de verblijftijd op de locatie.

3.3

Verschijningsvormen afvalbrengstations Door alle ontwikkelingen in het afvaldomein, waaronder die van Circulaire Ambachtscentra, zien we inmiddels verschillende verschijningsvormen ontstaan van milieustraten/afvalbrengstations in Nederland. Deze zijn zeer verschillend: in functies en in naamgeving. Voor een goed begrip hebben wij deze samengevat in zeven kenmerkende verschijningsvormen. In een aparte raadsbrochure hebben wij de verschijningsvormen nader toegelicht; met voorbeelden en beeldmateriaal. In de praktijk zien wij vooral schaalgrootte verschillen in brenglocaties, waarbij het aantal te accepteren stromen afhankelijk is van de beschikbare ruimte. Verder zijn er meerdere voorbeelden van circulaire ambachtscentra, waarbij gekozen wordt voor (meer) sorteren en demontage op locatie, directe kringloopverkoop en/of combinaties met circulaire ondernemers en educatie. Des te groter de ambitie (en te combineren functies), des te meer oppervlakte en investering nodig is. De grotere ambachtscentra worden vooral ingericht door grotere gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. In onderstaande figuur vatten wij dit kort samen:

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

20

We lichten de verschijningsvormen kort toe: • De mobiele milieustraat is een toevoeging op een bestaand afvalbrengstation (c.q. milieustraat) om in de wijk stromen op te halen. De mobiele milieustraat biedt bewoners die moeilijk naar een milieustraat kunnen komen de mogelijkheid om dichtbij huis alsnog afval te scheiden. • Het kringloopplein neemt minder afvalstromen in, maar er zijn meer mogelijkheden voor inname van herbruikbare (kringloop)goederen. Het kringloopplein is niet geschikt voor alle verplichte stromen. • Een volwaardige milieustraat voorziet in de verplichte stromen, een bordes om verkeersstromen te scheiden en deponering van afval voor de inwoner te vergemakkelijken, een KCA-depot, en gescheiden verkeersstromen voor vrachtverkeer en inwoners in verband met veiligheid. • Het recyclepunt is de uitbreiding van een milieustraat met inname van kringloopgoederen. Ook zamelt een recyclepunt meer stromen in dan een milieustraat. • Het grondstoffencentrum biedt ook een reparatiegelegenheid op locatie. De uitstraling is gericht op het zichtbaar maken van circulariteit. • Een Circulair Centrum is een combinatie van een milieustraat met vergaande aparte stroominzameling, inname en reparatie van kringloopgoederen en een kringloopwinkel. • Een Circulair Ambachtscentrum heeft ook permanent plek voor bewustwording en educatie.

Gebruikelijk zijn er werkatelier-ruimtes voor circulaire initiatieven en ondernemers. In de bovenstaande verschijningsvormen gaat het over één fysieke locatie. Dat kan, maar dat hoeft niet. Zo is bijvoorbeeld WaardeRing in Zwolle een circulair netwerk dat samenwerkt om materiaalstromen hoogwaardig te verwerken. Binnen WaardeRegio werkt de gemeente Zwolle samen met de gemeenten Staphorst, Dalfsen, Ommen en Zwartewaterland om één groot circulair ambachtsnetwerk te vormen. Daarnaast kan een circulair ambachtscentrum ook veranderen: het kan beginnen als netwerk en later uitgroeien tot alle of enkele bouwstenen op één locatie. Of juist andersom: vanuit een netwerk op termijn (meer) op één locatie gecentreerd.

Toekomst afvalbrengstations gemeente De Ronde Venen

21

4 Participatietraject Onderdeel van dit onderzoek naar de afvalbrengstations is een participatietraject. Het doel van het participatietraject is om meer inzicht te geven in de mening over en het draagvlak voor een toekomstbestendig afvalbrengstation. Deze mening is van belang bij het verder uitwerken van scenario’s en het kiezen van het voorkeursscenario. Hiervoor is een enquête onder het inwonerspanel uitgezet en er zijn interviews gehouden met diverse ondernemers, maatschappelijke instellingen en betrokken inwoners. In paragraaf 1 wordt ingegaan op de mening van inwoners. In paragraaf 2 wordt ingegaan op de zienswijze van een (selectie van) stakeholders.

4.1

Wat vindt de inwoner? Inleiding inwonerenquête Het inwoner onderzoek heeft de inwoners bevraagd over wat zij belangrijk vinden aan een afvalbrengstation, waar zij tevreden over zijn en waar in hun ervaringen verbeteringen aangebracht zouden kunnen worden. Hiervoor hebben we een vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de ervaringen en meningen van de inwoners. De enquête is aangeboden aan het inwonerspanel. Het inwonerspanel bestaat uit 1.482 panelleden. Het panel is zorgvuldig en op uitnodiging samengesteld. Daarbij is rekening gehouden met spreiding over kernen, geslacht en leeftijd. Onderzoek met het inwonerspanel geeft daardoor een representatief beeld van de mening van onze inwoners. De respons van de vragenlijst over de afvalbrengstations was 54% wat bij een digitale vragenlijst hoog is. De respons was verdeeld over de dorpen en leeftijdscategorieën, met een iets hogere respons voor de leeftijdsgroepen boven de 45 jaar. De verschillende wijken zijn representatief vertegenwoordigd. Elk wijk is minstens vertegenwoordigd met 2% tot 4% van hun inwoners (tabel 2). De meeste respondenten zijn 45 jaar of ouder. Een meerderheid van de respondenten geeft aan het afvalbrengstation maximaal 4x per jaar te bezoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15281303/2