CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d - Molmlaan_CSW, Wilnis motivering

Gemeenteraad 10 juni 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Molmlaan/CSW, Wilnis20.293 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22D MOLMLAAN/CSW, WILNIS Gemeente De Ronde Venen 10 april 2025

1/3

DATUM KENMERK

10 april 2025 20230961.004/236840/MadJ

PROJECT PROJECTLEIDER

Wilnis Jumbo TAM-omgevingsplan M.M.W. Backx

OPDRACHTGEVER Jumbo Supermarkten B.V. (Veghel) PROJECTNUMMER 20230961.004 AUTEUR STATUS

2/3

M. de Jong T 010 - 201 8527 E marijn.dejong@rho.nl Ter vaststelling

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/3

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

De planlocatie

9

1.3

Procedure

12

1.4

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

13

2.1

Huidige situatie

13

2.2

Toekomstige situatie

17

Hoofdstuk 3

Toetsing aan omgevingsplan

21

3.1

Bestemmingsplan Dorpskernen

21

3.2

Paraplubeheersverordening Parkeren

22

Beleidskader

23

4.1

Rijksbeleid

23

4.2

Provinciaal beleid

24

4.3

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 5

Omgevingskwaliteit

33

5.1

Archeologie

33

5.2

Landschappelijke inpassing, cultuurhistorie en werelderfgoed

34

5.3

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

36

5.4

Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking

36

Aspecten fysieke leefomgeving

39

6.1

Bodem

39

6.2

Ecologie

42

6.3

Omgevingsveiligheid

46

6.4

Activiteiten en milieuzonering

48

6.5

Geluid

48

6.6

Geur

54

6.7

Licht

56

6.8

Gezondheid

57

6.9

Kabels en leidingen

57

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/140

6.10

Luchtkwaliteit

58

6.11

Mobiliteit en parkeren

59

6.12

Ontplofbare oorlogsresten

65

6.13

Trillingen

66

6.14

Waterbelang

67

6.15

Milieueffectrapportage

72

Juridische planbeschrijving

75

Toelichting op functies en activiteiten

75

Uitvoerbaarheid

77

8.1

Economische uitvoerbaarheid

77

8.2

Participatie

77

8.3

Bestuurlijk vooroverleg / reactie ketenpartners

78

8.4

Zienswijzen

78

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

79

9.1

Samengevat

79

9.2

Conclusie

79

Hoofdstuk 7 7.1

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Bijlagen motivering Bijlage 1

Ladderonderbouwing Wilnis CSW-terrein en Molmlaan

Bijlage 2

Historisch bodemonderzoek

Bijlage 3

Ecologische quickscan Molmlaan-locatie

Bijlage 4

Ecologische quickscan CSW-locatie

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

Bijlage 6

Rapportage akoestisch onderzoek omgevingslawaai

Bijlage 7

Rapportage akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 8

Verkeerskundige beoordeling

Bijlage 9

Mer-beoordeling

Bijlage 10

Participatieverslag

Bijlage 11

Ecologische beoordeling

Bijlage 12

Nota van zienswijzen & ambtshalve wijzigingen

4/140

Regels Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

111

Artikel 1

Begripsbepalingen

111

Artikel 2

Begripsbepalingen

112

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

116

Artikel 4

Algemeen gebruiksverbod

117

Regels voor functies en activiteiten

119

Artikel 5

Gemengd

119

Artikel 6

Sport

121

Artikel 7

Verkeer

122

Artikel 8

Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5

123

Artikel 9

Wonen

125

Algemene regels

129

Artikel 10

Algemene bouwregels

129

Artikel 11

Overige regels

130

Artikel 12

Aanvraagvereisten

131

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Bijlagen regels Bijlage 1

Staat van Horeca-activiteiten

Bijlage 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 3

Waarden gezamenlijk geluid

5/140

6/140

MOTIVERING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In september 2023 hebben Rialto Vastgoedontwikkeling, Jumbo Supermarkten, CSW, Stichting Houdster Vastgoed III en de gemeente een intentieovereenkomst ondertekend voor de herontwikkeling van de Molmlaan en het CSW-terrein in Wilnis. De bestaande bebouwing in beide gebieden is verouderd en toe aan vervanging. Daarnaast wil Jumbo haar supermarkt uitbreiden. Ten behoeve van de herontwikkeling is een ruimtelijk kader opgesteld. Op 12 juni 2025 heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met dit ruimtelijk kader. Binnen de beoogde ontwikkeling worden de supermarkt en de bakker verplaatst van de Molmlaan naar de huidige parkeerplaats op het CSW-terrein. De bestaande bebouwing op het CSW-terrein wordt gesloopt en maakt plaats voor een nieuw clubgebouw, dat tussen de twee zuidelijke sportvelden wordt gerealiseerd. Door de verplaatsing van de supermarkt en bakker ontstaat aan de Molmlaan ruimte voor woningbouw. Op deze locatie worden 22 betaalbare koopwoningen ontwikkeld. Het gebouw in de noordwesthoek van dit deelgebied blijft behouden. Op basis van het omgevingsplan van gemeente De Ronde Venen is de beoogde ontwikkeling strijdig. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is voorliggende wijziging van het omgevingsplan opgesteld. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de herontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt en worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden hiervan geborgd.

1.2

De planlocatie

De planlocatie bestaat uit twee deellocaties: de Molmlaan-locatie en de CSW-locatie. Beide locaties liggen binnen bestaand stedelijk gebied van de kern Wilnis. De ligging van de deelgebieden in Wilnis is weergeven in figuur 1.2.1.

9/140

Figuur 1.2.1 Ligging planlocatie in Wilnis Molmlaan-locatie De Molmlaan-locatie bestaat uit de volgende percelen:  2.755, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis;  2.756, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis;  2.757, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis;  3.451, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis (gedeeltelijk);  3.685, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis;  3.686, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis;  3.990, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis; en  4.194, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis. De deellocatie wordt globaal begrensd door de Molmlaan aan de zuidzijde en de Pieter Joostenlaan aan de westzijde. Aan de noord- en oostzijde grenst het gebied aan de Burgemeester van Trichtlaan en aan de achtertuinen van de aangrenzende grondgebonden woningen.

10/140

Figuur 1.2.2 Begrenzing deellocatie Molmlaan CSW-locatie De CSW-locatie bestaat uit de volgende percelen:  2.802, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis;  3.968, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis; en  4.788, sectie A, Kadastrale Gemeente Wilnis (gedeeltelijk). De CSW-locatie bevindt zich op Sportpark CSW, op ongeveer 150 meter afstand van de Molmlaanlocatie. De deellocatie wordt omringd door drie sportvelden, zoals weergegeven in figuur 1.2.3. Aan de zuidzijde bevindt zich een waterkering, met daarachter de Ringvaart. Aan de noordzijde grenst de locatie aan de Openbare Basisschool Willespoort. De oostelijke begrenzing wordt gevormd door een watergang, met daarachter de Pieter Joostenlaan.

Figuur 1.2.3 Begrenzing deellocatie Molmlaan

11/140

1.3

Procedure

Ter plaatse van de planlocatie geldt het omgevingsplan van gemeente De Ronde Venen. De planlocatie valt onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan, aangezien de voormalige bestemmingsplannen nog niet zijn omgezet naar het definitief omgevingsplan. In Hoofdstuk 3 van dit TAM-omgevingsplan wordt hier nader op ingegaan. Ter plaatse van de deellocatie aan de Molmlaan is het niet mogelijk om te wonen. Daarnaast is het niet mogelijk om een supermarkt te realiseren bij de CSW-locatie. Er is gekozen om met het wijzigen van het omgevingsplan gebruik te maken van het format TAM-IMRO. In Hoofdstuk 3 zijn de strijdigheden verder inzichtelijk gemaakt.

1.4

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 is een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van de planlocatie. In Hoofdstuk 3 vindt de toetsing aan het omgevingsplan plaats. Hoofdstuk 4 geeft een beschouwing van de relevante beleidskaders en Hoofdstuk 5 betreft een beschrijving van de omgevingskwaliteit, waarbij onder meer archeologie, cultuurhistorie en duurzaamheid aan bod komen. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de aspecten van de fysieke leefomgeving, waar omgevingsaspecten zoals bodem, geluid en gezondheid behandeld worden. In Hoofdstuk 7 is de juridische planbeschrijving weergegeven. Hoofdstuk 8 gaat in op de economische uitvoerbaarheid en participatie. Tot slot is in Hoofdstuk 9 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort als ETFAL).

12/140

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Molmlaan-locatie

In de huidige situatie zijn er meerdere functies aanwezig in de Molmlaan-locatie. Er is namelijk een supermarkt (Jumbo), een snackbar (Foodmaster Wilnis), een pizzeria (Mamma mia), een bakker (Bakker de Kruijf) en een Chinees restaurant (Lelie Garden). De Jumbo is in het oostelijke pand gevestigd. Het Chinese restaurant is in het zuidwestelijk pand gevestigd. Foodmaster, Mamma mia en Bakker de Kruijf zijn gevestigd in het noordoostelijke gebouw. Bovenop deze functies is een verdieping. In deze verdieping zijn drie woningen aanwezig. Noordelijk van de bebouwing zijn enkele parkeerplaatsen en vinden de laad- en losactiviteiten van de supermarkt plaats. Zuidelijk van de gebouwen is het gebied voornamelijk ingericht ten behoeve van parkeerplaatsen.

Figuur 2.1.1 Luchtfoto Molmlaan-locatie

13/140

Figuur 2.1.2 Molmlaan-locatie bezien vanuit vogelvluchtperspectief

Figuur 2.1.3 Molmlaan-locatie bezien vanuit zuidwestelijke hoek

Figuur 2.1.4 Molmlaan-locatie bezien vanuit noordoostelijke hoek

14/140

2.1.2

CSW-locatie

Binnen de plangrenzen bevindt zich de volledige bestaande bebouwing van het CSW-terrein. Deze bebouwing omvat onder andere kleedkamers, een kantine en opslagruimten. In de westelijke uitloper van de deellocatie is de hoofdtribune gesitueerd, en de oostelijke uitloper wordt gekenmerkt door opgaand groen. Aan de noordzijde van de locatie bevindt zich een parkeerterrein, dat wordt omsloten door groenvoorzieningen. Ook dit omliggende groen maakt deel uit van de deellocatie.

Figuur 2.1.5 Luchtfoto CSW-locatie

15/140

Figuur 2.1.6 CSW-locatie bezien vanuit vogelvluchtperspectief

Figuur 2.1.7 CSW-locatie gekeken in noordoostelijke richting vanaf toegangsweg

16/140

Figuur 2.1.8 Bebouwing CSW-locatie

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Molmlaan-locatie

In de toekomstige situatie wordt het grootste deel van de bestaande bebouwing op de Molmlaan-locatie gesloopt. Uitzondering hierop vormt het gebouw in het noordwestelijke deel van de deellocatie, waarin momenteel Foodmaster, Mamma mia, Bakker de Kruijf zijn gevestigd. Op de verdieping van dit gebouw is wonen toegestaan. Dit gebouw en de bestaande planologische mogelijkheden blijven behouden. In de plint van dit gebouw blijven horeca-activiteiten uit categorie 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten toegestaan, zoals deze op basis van het geldende omgevingsplan reeds mogelijk waren. Daarnaast worden horeca-activiteiten tot en met 1c uit de Staat van Horeca-activiteiten in de gehele plint toegevoegd aan de gebruiksmogelijkheden. Het beoogde bouwplan is zo ingericht dat ook woningen in de plintruimte denkbaar zijn. In het voorliggende TAM-omgevingsplan worden deze echter planologisch nog niet mogelijk gemaakt. Het wonen op de verdieping blijft gehandhaafd. Verder worden op de locatie 22 betaalbare, grondgebonden koopwoningen gerealiseerd. Dit woningaanbod bestaat uit 12 rijwoningen en 10 rug-aan-rug woningen. De nieuwbouw krijgt een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 6 meter.

17/140

Figuur 2.2.1 Impressie beoogde ontwikkeling Molmlaan-locatie

Figuur 2.2.2 Impressie vogelvlucht Molmlaan-locatie

Figuur 2.2.3 Doorsnedes Molmlaan-locatie 18/140

2.2.2

CSW-locatie

Op de CSW-locatie wordt de bestaande bebouwing gesloopt. In plaats daarvan wordt tussen de twee zuidelijke sportvelden een nieuw clubgebouw gerealiseerd. Alle functies die voorheen in de oude bebouwing op het CSW-terrein waren ondergebracht, worden in dit nieuwe gebouw gehuisvest. Het clubgebouw telt maximaal twee bouwlagen en heeft een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Op het huidige parkeerterrein is ruimte gereserveerd voor de vestiging van een supermarkt en een versspeciaalzaak. De supermarkt kan een bruto vloeroppervlak (hierna: BVO) van maximaal 1.750 m² hebben; voor de versspeciaalzaak geldt een maximum van 100 m² BVO. Het bouwvolume van deze voorzieningen kent grotendeels een maximale bouwhoogte van 6 meter. Aan de voorzijde is een optopping toegestaan, m et een maximale bouwhoogte van 9 meter. Op de locatie van de gesloopte bebouwing worden nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Ook in de oostelijke uitloper van de deellocatie worden extra parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal komen er binnen deze deellocatie 225 parkeerplaatsen beschikbaar. Zie ook paragraaf 6.11 Mobiliteit en parkeren.

Figuur 2.2.4 Impressie beoogde ontwikkeling CSW-locatie

19/140

Figuur 2.2.5 Impressie vogelvlucht CSW-locatie

Figuur 2.2.6 Principedoorsnede clubgebouw

Figuur 2.2.7 Principedoorsnede gebouw supermarkt en versspeciaalzaak

20/140

Hoofdstuk 3

Toetsing aan omgevingsplan

Ter plaatse van de planlocatie geldt het omgevingsplan van gemeente De Ronde Venen. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de (voormalig geldende) bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Hierna wordt per relevant onderdeel de voorgenomen ontwikkeling die dit TAM-omgevingsplan mogelijk maakt, getoetst op strijdigheden.

3.1

Bestemmingsplan Dorpskernen

Op 27 november 2023 is bestemmingsplan 'Dorpskernen' vastgesteld door de gemeenteraad van De Ronde Venen. 3.1.1 Molmlaan-locatie Op basis van het bestemmingsplan heeft de deellocatie de enkelbestemmingen 'Gemengd' en 'Verkeer'. Binnen de bestemming 'Gemengd' zijn meerdere bouwvlakken opgenomen met meerdere functieaanduidingen en maximale bouw- en goothoogtes. Op een groot deel van het bestemmingsvlak ligt de functieaanduiding 'wonen uitgesloten'. Ter plaatse van het gebouw waar de bakker en de snackbar in gevestigd zijn, is de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - verdieping' opgenomen. Daarnaast is de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca tot en met categorie 1a' opgenomen ter plaatse van de snackbar en zijn functieaanduidingen 'specifieke vorm van horeca horeca tot en met categorie 1b' opgenomen ter plaatse van restaurant 'Lelie Garden' en 'Bakker de Kruijf'.

Figuur 3.1.1 Uitsnede bestemmingsplan 'Dorpskernen' ter plaatse van de Molmlaan-locatie Strijdigheden Binnen de deellocatie is wonen uitsluitend toegestaan op de verdieping en alleen op de kadastrale percelen 3.685, 3.686 en 4.194. Het realiseren van 22 nieuwbouwwoningen is daarmee in strijd met het geldende omgevingsplan van De Ronde Venen.

21/140

Verder is het niet toegestaan om horeca-activiteiten tot en met categorie 1c (volgens de Staat van Horeca-activiteiten) te vestigen in het zuidelijke deel van de plint van het gebouw op de percelen 3.686 en 4.194. Ook dit is strijdig met het omgevingsplan. 3.1.2

CSW-locatie

Op basis van het bestemmingsplan heeft de deellocatie de enkelbestemming 'Sport' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5'. Binnen de deelgrenzen zijn ten noorden van het hoofdveld van CSW drie bouwvlakken aanwezig. Deze bouwvlakken hebben allen een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximale goothoogte van 3 meter.

Figuur 3.1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Dorpskernen' ter plaatse van de CSW-locatie Strijdigheden Ter plaatse van de bestemming 'Sport' zijn een supermarkt en versspeciaalzaak niet toegestaan. Daarnaast is het niet toegestaan om het gebouw te bouwen buiten het bouwvlak. Het beoogde clubgebouw in de westelijke uitloper van de deellocatie is ook strijdig. Het is namelijk niet toegestaan om een gebouw te bouwen buiten een bouwvlak.

3.2

Paraplubeheersverordening Parkeren

Op 26 juni 2018 is de 'Paraplubeheersverordening Parkeren' vastgesteld door gemeente De Ronde Venen. Deze beheersverordening stelt uniforme bepalingen vast die verwijzen naar beleidsregels voor parkeernormen. De parkeerbehoefte is berekend in paragraaf 6.11 Mobiliteit en parkeren. De beoogde ontwikkeling is niet strijdig met de 'Paraplubeheersverordening Parkeren'.

22/140

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Relatie tot planlocatie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de NOVI. Er wordt voornamelijk invulling gegeven aan prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie en Sterke en gezonde steden en regio's. Er wordt onder andere invulling gegeven aan Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. De huidige bebouwing op de Molmlaan-locatie en de CSW-locatie zijn verouderd en voldoen niet meer aan de huidige kwaliteitsvereisten. Met de realisatie van de nieuwe bebouwing wordt voldaan aan huidige duurzaamheidsvereisten. Daarnaast zullen er waterbergingen gerealiseerd worden, welke hemelwater vertraagd af kunnen voeren. Zie ook paragrafen 5.3 Duurzaamheid en klimaatadaptatie en 6.14 Waterbelang. Ook wordt invulling gegeven aan Sterke en gezonde steden en regio's. De kern Wilnis beschikt over één supermarkt.

Het pand van deze supermarkt is verouderd en heeft een te klein oppervlakte om het gewenste assortiment aan te kunnen bieden. De winkel is daarmee niet toekomstbestendig in de huidige vorm.

23/140

Met de beoogde ontwikkeling vindt er een verplaatsing en uitbreiding plaats van de supermarkt binnen Wilnis. In paragraaf 5.4 Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking is de behoefte hiervan aangetoond. Daarnaast wordt ook de verouderde bebouwing op het CSW-terrein vervangen voor een nieuw clubhuis. Verder worden er maximaal 22 grondgebonden betaalbare koopwoningen mogelijk gemaakt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de woningbehoefte van de kern Wilnis. Zie hiervoor ook paragraaf 5.4 Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Er zijn zeven beleidsthema's waarvoor de ambities en beleidskeuzes staan benoemd. Het gaat om de volgende zeven thema's:  Stad en land gezond;  Klimaatbestendig en waterrobuust;  Duurzame energie;  Vitale steden en dorpen;  Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar;  Levend landschap, erfgoed en cultuur; en  Toekomstbestendige natuur en landbouw. Deze zeven thema's vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. De zeven thema's zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor onze opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit wordt bereikt door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren, zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Relatie tot planlocatie Met de beoogde ontwikkeling wordt invulling gegeven aan Omgevingsvisie Provincie Utrecht. Er wordt voornamelijk invulling gegeven aan de beleidsthema's Stad en land gezond en aan Duurzaam, gezondheid en veilig bereikbaar.

Stad en land gezond gaat onder andere in op de ambities op het gebied van ontspannings- en ontmoetingsplekken, geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen en luchtkwaliteit. Met de beoogde ontwikkeling krijgt voetbalvereniging CSW een nieuw clubgebouw, wat leidt tot een verbetering van de bestaande ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden. De geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen is beoordeeld in paragraaf 6.5 Geluid. Hieruit is geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de verschillende locaties. Het aspect luchtkwaliteit is behandeld in paragraaf 6.10 Luchtkwaliteit. Er is hier geconcludeerd dat voldaan wordt aan de instructieregels en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Stad en land gezond gaat onder andere in op de ambities omtrent ontspannings- en ontmoetingsplekken, geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen en luchtkwaliteit. Met de beoogde ontwikkeling krijgt voetbalvereniging CSW een nieuwclubgebouw, waardoor de bestaande ontspannings- en ontmoetingsplek verbeterd wordt. Geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen is getoetst in paragraaf 6.5 Geluid.

24/140

Er is hier geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect luchtkwaliteit is behandeld in paragraaf 6.10 Luchtkwaliteit. Zoals eerder benoemd is hier geconcludeerd dat voldaan wordt aan de instructieregels en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het thema Duurzaam, Gezondheid en Veilig Bereikbaar behandelt de bereikbaarheid van de locatie per fiets, openbaar vervoer en auto, binnen een verkeersveilige omgeving. Daarnaast richt het zich op het bereikbaar houden van woon- en werklocaties en sociaal-recreatieve voorzieningen op een ruimte-efficiënte, duurzame en veilige manier. In paragraaf 6.11 Mobiliteit en parkeren is de toename van het aantal verkeersbewegingen in kaart gebracht en is het bestaande wegennet beoordeeld. Op basis van deze analyse is geconcludeerd dat de verkeerssituatie als veilig kan worden aangemerkt. Conclusie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de omgevingsvisie van Provincie Utrecht. 4.2.2 Omgevingsverordening Provincie Utrecht De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. Gemeentelijke omgevingsplannen dienen aan deze regels te voldoen.

Relatie tot planlocatie In Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 zijn thematisch de relevante instructieregels behandeld. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de instructieregels van de omgevingsverordening van Provincie Utrecht en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie De Ronde Venen 2030 Gemeente De Ronde Venen beschikt nog niet over een omgevingsvisie. Op dit moment is de Structuurvisie Ronde Venen 2030, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 17 oktober 2013 (in combinatie met de Aanvulling Structuurvisie De Ronde Venen 2030 zoals vastgesteld op 29 september 2021) daarom leidend. De Structuurvisie De Ronde Venen 2030 richt zich op het behouden van de gemeente als een belangrijk onderdeel van het Groene Hart, met sterke banden met de Noordvleugel, waaronder Amsterdam en omgeving. Het doel is om een prettige woon- en werkomgeving te behouden, met voldoende voorzieningen en een goede balans tussen verschillende leeftijdsgroepen. Op het gebied van wonen en werken, richt de visie zich op het creëren van een toekomstbestendige woningvoorraad door middel van nieuwbouw en renovatie die gericht zijn op duurzaamheid en het voldoen aan de woonwensen van de inwoners. De economische structuur van de gemeente wordt versterkt door het bieden van een goed ondernemersklimaat en het verbeteren van bedrijventerreinen.

25/140

Voor recreatie en mobiliteit, wordt er ingezet op de verbetering van recreatieve routes en voorzieningen, met een speciale nadruk op de Vinkeveense Plassen. Daarnaast wordt de bereikbaarheid en verkeersveiligheid geoptimaliseerd door de doorstroming op regionale en lokale wegen te verbeteren. Verder stimuleert de visie op het gebied van duurzaamheid en innovatie de energietransitie door duurzame energieopwekking en energiebesparing te bevorderen. Duurzame gebiedsontwikkeling wordt nagestreefd door het gebruik van duurzame grondstoffen en het hergebruik van materialen. Relatie tot planlocatie Met de beoogde ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de structuurvisie van De Ronde Venen. Zo wordt met de beoogde ontwikkeling de economische structuur versterkt en de woningvoorraad toekomstbestendiger gemaakt. In paragraaf 5.4 Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking is verder ingegaan op de behoefte hiervan. Daarnaast is de bereikbaarheid en verkeersveiligheid getoetst in paragraaf 6.11 Mobiliteit en parkeren en als goed aangemerkt. 4.3.2

Groenbeleidsplan De Ronde Venen 2017-2040

Het Groenbeleidsplan De Ronde Venen 2017-2040 richt zich op duurzaamheid en kwaliteit. Het plan streeft naar duurzaam bomenbeheer, variatie in beplanting en het verbeteren van de kwaliteit van het groen. Inwoners en natuurverenigingen zijn betrokken bij de totstandkoming van het plan. Het plan heeft verschillende speerpunten:  Hoofd- en Wijkgroenstructuur: Beschermen en versterken van de groenstructuren.  Biodiversiteit: Versterken van de biodiversiteit door meer bloemrijke beplanting en natuurvriendelijke oevers.  Groene Pareltjes: Behouden en verbeteren van belangrijke groene plekken.  Bewonersparticipatie: Stimuleren van bewoners om groen te adopteren en te onderhouden. Relatie tot planlocatie Molmlaan-locatie De Molmlaan-locatie is op de visiekaart van Wilnis niet specifiek aangeduid. Met de beoogde ontwikkeling zal het aandeel groen in deze deellocatie toenemen ten opzichte van de huidige situatie, die grotendeels uit verhard oppervlak bestaat. In de toekomstige situatie zullen op deze locatie circa 22 tuinen worden gerealiseerd. Daarnaast zal de openbare ruimte tussen de woningen zo groen mogelijk ingericht worden met het 'tenzij anders noodzakelijk'-principe. Zie ook figuur 4.3.2.

26/140

Figuur 4.3.1 Uitsnede visiekaart Wilnis, Groenbeleidsplan De Ronde Venen

Figuur 4.3.2 Impressie toekomstige situatie Molmlaan

27/140

CSW-locatie In het groenbeleidsplan van De Ronde Venen maken sportparken onderdeel uit van het 'Hoofdgroen'. De CSW-locatie is daarmee ook onderdeel van 'Hoofdgroen'. De ambities van 'Hoofdgroen' zijn:  Beschermen en versterken van hoofdgroenstructuur;  Kwaliteit boven kwantiteit bij bomenbeleid;  Meer variatie in beplanting;  Versterken van biodiversiteit;  Behouden van groene pareltjes zoals parken en historische groenlocaties; Met de beoogde ontwikkeling wordt gewerkt binnen de hoofdgroenstructuur. In de huidige situatie bevinden zich binnen de plangrenzen aan de oostzijde enkele bomen en struweel. Het parkeerterrein is volledig verhard. In de toekomstige situatie verdwijnt het struweel en verdwijnen ook een aantal bomen. Tegelijkertijd wordt het parkeerterrein vergroend en vindt er feitelijk een verplaatsing van groen binnen de hoofdgroenstructuur plaats. De huidige groenstructuur wordt in de toekomstige situatie zoveel mogelijk hersteld. Uitgangspunt hierbij is dat de bomen een duurzame standplaats krijgen zodat een eindbeeld ontstaat van grote volwassen bomen. Conclusie Er wordt uitvoering gegeven aan het groenbeleidsplan van de gemeente De Ronde Venen. 4.3.3

Lokaal Hitteplan gemeente De Ronde Venen

Tijdens hete perioden heeft een groot deel van de mensen last van hittestress. Hittestress leidt in sommige gevallen zelfs tot sterfte. Het CBS heeft berekend dat tijdens de hittegolven van 2019 en 2020 in Nederland ongeveer 400 mensen per week overleden. 75% was 80 jaar of ouder. Dit komt onder andere doordat ouderen minder warmte en dorst voelen. Dit probleem wordt groter doordat het gemiddeld steeds warmer wordt. Daarom heeft de provincie Utrecht besloten om gemeenten te ondersteunen bij het opstellen van lokale hitteplannen. En zo ook gemeente De Ronde Venen. Hitteplannen helpen namelijk om het aantal slachtoffers te verminderen. In dit kader heeft de gemeente het Lokaal Hitteplan gemeente De Ronde Venen (Lokaal hitteplan 1.0 d.d. 14 februari 2023) vastgesteld. Het hoofddoel van het lokaal hitteplan is: het verkleinen van gezondheidsrisico's van kwetsbare ouderen bij aanhoudende hitte. Dit hoofddoel is uitgewerkt in de volgende doelen:  Het voorkomen, beperken en aanpakken van gezondheids- en welzijnsproblemen, ziekte en sterfte van kwetsbare ouderen, en het bevorderen van hun zelfredzaamheid en samenredzaamheid tijdens periodes van hitte.  Het beschrijven van rollen en taken voor gemeente, GGD en maatschappelijke organisaties voor als het Nationaal Hitteplan actief wordt. Zodat kwetsbare ouderen worden bereikt.

 Het bieden van een platform voor het delen van kennis en ervaringen van betrokken organisaties. Om de zorg voor kwetsbare ouderen tijdens hitte te verbeteren.  Het tijdig nemen van passende maatregelen om de risico's voor de gezondheid van kwetsbare ouderen te verkleinen.  Het informeren van de kwetsbare ouderen en het vergroten van hun samen- of zelfredzaamheid.

28/140

Relatie tot planlocatie Op de Molmlaanlocatie worden nieuwbouwwoningen gerealiseerd die voldoen aan de laatste nieuwbouw eisen, waardoor ze beter bestand zijn tegen hitte. Daarnaast neemt het verharde oppervlak hier af, wat de kans op hittestress vermindert. Op de CSW-locatie daarentegen neemt het verharde oppervlak toe. Wel is er sprake van een toename van het aantal bomen verspreid over de gehele planlocatie, waarvan de kruinen zorgen voor extra schaduw en daarmee bijdragen aan het beperken van hitte-effecten. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling is rekening gehouden met het aspect hittestress en het voorkomen hiervan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.3.4 Gezondheidsnota 2021-2025 De Gezondheidsnota 2021–2025 van de gemeente De Ronde Venen heeft als doel de gezondheid van haar inwoners te bevorderen. Dit doet de gemeente door in te zetten op preventie, samenwerking en een integrale aanpak. De nota sluit aan bij landelijke richtlijnen en vertaalt deze naar concrete ambities op lokaal niveau. Uit cijfers blijkt dat er in De Ronde Venen nog veel gezondheidswinst te behalen valt. Zo heeft 41% van de volwassenen en 58% van de 65-plussers overgewicht. Slechts 61,5% van de inwoners voldoet aan de beweegrichtlijn. Daarnaast rookt 17% van de volwassenen en heeft 31% van de jongeren tussen 13 en 17 jaar recent alcohol gedronken.

Ook voelt 10% van de 65-plussers zich ernstig eenzaam. Om hierop in te spelen heeft de gemeente drie ambities geformuleerd: 1. Gezonde omgeving a. Stimuleren van ontmoeting, ontspanning en beweging. b. Doel: meer rookvrije zones, betere fietsinfrastructuur, meer speelplekken. 2. Gezonde leefstijl a. Focus op gezond eten, bewegen en minder middelengebruik. b. Doel: meer fruitconsumptie, minder overgewicht, hogere beweegnorm. 3. Gezond ouder worden a. Bevorderen van participatie en veiligheid thuis. b. Doel: minder eenzaamheid, betere ondersteuning mantelzorgers. Relatie tot planlocatie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan ambitie 1. Met de beoogde ontwikkeling worden namelijk nieuwe gebouwen voor de voetbalvereniging mogelijk gemaakt. De nieuwe bebouwing nodigt uit tot meer ontmoeting, beweging en ontspanning. Zie ook paragraaf 6.8 Gezondheid. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan de gezondheidsnota.

29/140

4.3.5

Nota Detailhandelsstructuur De Ronde Venen 2023-2035

De gemeente De Ronde Venen heeft een nieuwe Nota Detailhandelsstructuur opgesteld voor de periode 2023 tot 2035. Deze nota vervangt het vorige beleid uit 2020 en speelt in op actuele ontwikkelingen zoals de groei van online winkelen, veranderend consumentengedrag en de nasleep van de coronacrisis. Het doel van de nota is om een actueel en helder toetsingskader te bieden voor nieuwe winkelinitiatieven, waarbij het behoud van een leefbare en aantrekkelijke winkelomgeving in de dorpen centraal staat. De visie van de gemeente richt zich op het behoud van een lokaal en toegankelijk winkelaanbod. Inwoners moeten in hun eigen dorp terecht kunnen voor dagelijkse boodschappen en andere aankopen, zonder afhankelijk te zijn van grote steden of uitsluitend online kanalen. Winkels dragen bij aan de leefbaarheid van de dorpen en zorgen voor sociale ontmoetingsplekken. Daarom wil de gemeente een duurzaam ondernemersklimaat stimuleren, waarin winkels rendabel kunnen opereren en investeren in hun toekomst. Nieuwe winkelinitiatieven worden voortaan getoetst aan de uitgangspunten van deze nota. De gemeente stimuleert verplaatsing van winkels naar gewenste gebieden en ontmoedigt vestiging buiten de vastgestelde structuur. Supermarkten worden gezien als cruciale trekkers van winkelgebieden en krijgen daarom een strategische plek in het beleid.

Relatie tot planlocatie Uit marktruimteberekeningen blijkt dat er in Wilnis nog enige ruimte is voor uitbreiding van het supermarktassortiment. Het huidige aanbod is kleiner dan het berekende potentieel. Toch is de gemeente terughoudend met uitbreiding, omdat een te sterke groei in Wilnis negatieve gevolgen kan hebben voor het winkelaanbod in Mijdrecht, dat al onder druk staat. De gemeente wil vooral duurzame initiatieven ondersteunen die bijdragen aan de leefbaarheid van Wilnis. In paragraaf 5.4 Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking is onderbouwd dat er sprake is van behoefte aan de beoogde supermarkt van 1.750 m² BVO. Vanwege de grootte van de supermarkt is het niet mogelijk om de supermarkt binnen de Molmlaan-locatie te realiseren en wordt deze gerealiseerd op de CSW-locatie. Beide locaties liggen aan de Pieter Joostenlaan. Daarnaast is de afstand tussen de deellocaties 150 meter hemelsbreed. De gemeenteraad van De Ronde Venen heeft 12 juni 2025 het Ruimtelijke Kader voor de beoogde ontwikkeling vastgesteld. 4.3.6

Rioleringsplan 2023-2027

Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Ook wil de gemeente geen wateroverlast, genoeg en schoon water in de gemeente hebben. Deze doelen hebben gevolgen voor de leefomgeving en alle andere vakgebieden die in de leefomgeving werken. De gemeente heeft de wettelijke taak om voor de riolering en het stedelijk water te zorgen: er is de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Het WRP geeft aan hoe de gemeente deze gemeentelijke watertaken uitvoeren.

30/140

Ook klimaatadaptatie valt deels onder deze watertaken. De gemeente zorgt ervoor dat de leefomgeving beter bestand is tegen een veranderend klimaat met meer hevige neerslag, langere periodes van droogte en intensere hittegolven. Het WRP beschrijft in een visie wat de gemeente wil op het gebied van water en riolering. Daarbij gaat het WRP in op stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Stedelijk afvalwater (vuil water) zamelt de gemeente in en wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente streeft naar een waterrobuust systeem, waarbij zoveel mogelijk hemelwater wordt verwerkt in de openbare ruimte zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijven. Ook particulieren hebben hier een rol in. Nieuwbouw moet voldoen aan nieuwe eisen om meer hemelwater te kunnen verwerken binnen het plangebied. Deze waterberging moet deels in de openbare ruimte en deels op het terrein van bewoners en bedrijven worden gerealiseerd. De gemeente sluit aan bij de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen van Provincie Utrecht. De gemeente heeft richtlijnen opgesteld over de gewenste diepte van het grondwater, en neemt maatregelen tegen structureel nadelige gevolgen van grondwater mits dat doelmatig kan en aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

Met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen gaat het WRP met name in op voorwaarden voor afvloeiend hemelwater en grondwater. Bij nieuwbouw binnen de bebouwde kom verwacht de gemeente dat het hemelwater op eigen perceel wordt verwerkt of, waar mogelijk, direct op oppervlaktewater wordt geloosd. Als beide opties niet mogelijk of doelmatig zijn, dan mag worden aangesloten op de riolering. Hemelwater moet dan altijd gescheiden van het overige afvalwater worden aangeleverd aan de perceelgrens. Ook moet nieuwbouw zich houden aan de Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht. Daarnaast is klimaatadaptief inrichten een uitgangspunt. De gemeente zorgt ervoor dat bij de inrichting van de openbare ruimte plek wordt gemaakt voor bovengrondse berging van overtollig hemelwater (bijvoorbeeld op straat of in openbaar groen). Daar waar water niet over het maaiveld kan afstromen naar een plek waar het geen overlast geeft, wordt een ondergrondse oplossing gezocht die de kans op wateroverlast verkleint (bijvoorbeeld het vergroten van diameters of het aanleggen van een bergingsvoorziening). Per locatie kijkt de gemeente wat mogelijk is, waarbij het streven is om tegen beperkte kosten zoveel mogelijk hemelwater te kunnen verwerken. Hierbij accepteert zij dat straten en openbaar groen soms onder water kunnen staan, als dat geen grote problemen geeft.

De gemeente neemt actief deel aan processen die samenhangen met de ontwikkeling van nieuw stedelijk gebied. Door voorin het ontwikkelingsproces het grondwaterbelang al in te brengen en toe te zien op het zoveel mogelijk implementeren van genoemde uitgangspunten en richtlijnen, kunnen problemen met grondwater achteraf zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hanteert de gemeente de grondwaternormenen richtlijnen die in het WRP zijn opgenomen. Relatie tot planlocatie In paragraaf 6.14 Waterbelang vindt de weging van het waterbelang plaats, waaronder ook de toetsing aan het WRP. Er is in deze paragraaf geconcludeerd dat er voldaan wordt aan het beleid, de instructieregels en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

31/140

32/140

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingskwaliteit

Archeologie

In het Bkl zijn ten aanzien van het behoud van cultureel erfgoed een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Het gemeentelijk beleid over archeologie is doorgaans vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen zijn veelal doorvertaald in archeologische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. In de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente De Ronde Venen zijn daarnaast in paragraaf 6.7 Archeologie bepalingen opgenomen met betrekking tot de instandhouding van archeologische terreinen, opgravingen en begeleiding, de gemeentelijke archeologische beleidskaart en advies van een archeologisch deskundige. Met deze bepalingen wordt invulling gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de Omgevingswet en de Erfgoedwet met betrekking tot archeologie. Relatie tot planlocatie Cultuurhistorie Aan de hand van het tijdelijke deel van het omgevingsplan Dorpskernen blijkt dat zich in of nabij de planlocatie geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of objecten bevinden.

Tevens maakt de planlocatie geen onderdeel uit van een beschermd dorpsgezicht, zoals aangewezen in het omgevingsplan. De beoogde ontwikkeling heeft derhalve geen effect op beschermde cultuurhistorische elementen. Er is dan ook geen aanleiding om aanvullende regels op te nemen in het voorliggende omgevingsplan ten aanzien van cultuurhistorie. Archeologie Voor de planlocatie geldt op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan een dubbelbestemming voor archeologie ter hoogte van de CSW-locatie. Binnen deze dubbelbestemming is sprake van een verwachtingswaarde voor archeologische resten. Conform de geldende regels is archeologisch onderzoek vereist wanneer op deze gronden wordt gebouwd en sprake is van activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan archeologische waarden. In dat geval moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning een archeologisch rapport worden overgelegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. Als uit het rapport blijkt dat archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de vergunning, zoals het behoud van archeologische resten in de bodem, het laten uitvoeren van opgravingen of het laten begeleiden van de werkzaamheden door een erkende archeologische partij.

Onder bepaalde voorwaarden is geen archeologisch onderzoek vereist, bijvoorbeeld bij vervanging of vernieuwing van bestaande bebouwing zonder uitbreiding onder peil.

33/140

Om na de wijziging van het omgevingsplan eenzelfde beschermingsregime te borgen, zijn de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor de locatie ter hoogte van de CSW-locatie verwerkt in de regels. Dit betekent dat na de vaststelling van deze wijziging van het omgevingsplan nader archeologisch onderzoek vereist is en blijft bij werkzaamheden die dieper reiken dan 0,3 meter onder maaiveld én een oppervlakte beslaan van meer dan 2.000 m². Hierdoor blijft de verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek behouden. De beoogde herontwikkeling omvat bodemverstorende activiteiten ten tijde van de aanleg van de beoogde supermarkt, clubhuis en bijbehorende voorzieningen, waardoor sprake is van potentieel archeologisch relevante bodemverstoring. Het onderzoek naar de gevolgen voor de mogelijke archeologische resten in de bodem moet zijn afgerond vóór de start van de aanlegwerkzaamheden. Door deze borging en de daarmee gepaard gaande waarborging van archeologische belangen, is het plan uitvoerbaar. Tevens wordt hiermee voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie Het plan borgt de archeologische waarden op een zorgvuldige wijze. Voor cultuurhistorie zijn er geen aanvullende onderzoeken of regelingen noodzakelijk.

Voor archeologie geldt een dubbelbestemming met bijbehorende beschermingsregeling. Hiermee zijn cultuurhistorie en archeologie adequaat geborgd, is het plan uitvoerbaar en is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, conform artikel 5.130 Bkl.

5.2

Landschappelijke inpassing, cultuurhistorie en werelderfgoed

Op Rijksniveau zijn er een beperkt aantal instructieregels opgesteld voor landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De provincie en gemeente hebben hierdoor vrijheid om de aspecten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in te vullen in bijvoorbeeld de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Eén van de instructieregels waaraan de provincies en gemeenten moeten voldoen betreft het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 van het Bkl). Daarnaast heeft de provincie instructieregels opgenomen in hoofdstuk 7 van de omgevingsverordening, welke betrekking hebben op cultuurhistorie en landschap. Relatie tot planlocatie Op de planlocatie zijn geen stedenbouwkundige waarden of cultureel erfgoed aanwezig, met uitzondering van archeologische waarden (zie paragraaf 5.1 Archeologie). Wel zijn er landschappelijke waarden aanwezig. Landschappelijke waarden De planlocatie maakt onderdeel uit van Landschap Groene Hart. De kernkwaliteiten van het Groene Hart betreffen: a. openheid; b. (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); c. landschappelijke diversiteit; d. rust & stilte.

34/140

De planlocatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied van Wilnis. Er is ter plaatse daarom geen sprake van de kernkwaliteiten openheid, landschappelijke diversiteit en rust & stilte. Uit het historisch bodemonderzoek blijkt dat er ooit sprake is geweest van strokenverkaveling (zie paragraaf 6.1 Bodem). In figuur 5.2.1 en 5.2.2 is met een oranje stippellijn de oorspronkelijke watergangen aangegeven. Deze zijn echter in de huidige situatie al niet meer aanwezig. Er kan dus geconcludeerd worden dat er geen kernkwaliteiten van het Groene Hart aangetast worden.

Figuur 5.2.1 Voormalige watergang Molmlaan-locatie

Figuur 5.2.2 Voormalige watergangen CSW-locatie

35/140

Conclusie Er wordt voldaan aan de instructieregels in het kader van landschappelijke inpassing, cultuurhistorie en werelderfgoed en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is het wenselijk om duidelijk aan te geven welke duurzame aspecten aanwezig zijn of waar het plan aan bijdraagt (ook in relatie tot de Bruidsschat, art. 22.52). Relatie tot planlocatie Met de beoogde ontwikkeling worden nieuwe gebouwen gerealiseerd die voldoen aan de laatste nieuwbouw eisen en zijn uitgerust met moderne technieken. Deze woningen zijn energie-efficiënt doordat ze in de zomer minder snel opwarmen en in de winter beter de warmte vasthouden. Dit maakt ze aanzienlijk duurzamer dan de bestaande bebouwing. Daarnaast wordt met deze ontwikkeling invulling gegeven aan klimaatadaptatie. Op de CSW-locatie worden waterbergende maatregelen getroffen om neerslag op te vangen en wateroverlast te voorkomen. Op de Molmlaanlocatie wordt het verharde oppervlak verminderd, wat eveneens bijdraagt aan een betere waterhuishouding. Bovendien wordt de parkeerplaats bij de CSW-locatie groen ingericht, waardoor hittestress wordt beperkt en de leefomgeving aangenamer wordt. Verder heeft gemeente De Ronde Venen zich verbonden aan het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Bij de verdere uitwerking van het bouwplan wordt hier verder invulling aan gegeven. Het gebouw wordt op het bronzen niveau ontwikkeld. In de anterieure overeenkomst is dit opgenomen als inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer.

Ontwerpprincipes netbewust nieuwbouw: Netcongestie is een toenemend probleem. Om te voorkomen dat de bouw in Nederland op slot gaat zijn er door betrokken partijen ontwerpprincipes opgesteld. Het is zeer aan te raden dat deze ontwerpprincipes worden meegenomen in het proces. Conclusie De beoogde ontwikkeling is duurzaam en beschikt over klimaatadaptieve maatregelen. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.4

Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking

De toets voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, ook wel de 'laddertoets' genoemd, moet gedaan worden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen die 'voldoende substantieel' zijn. Het doel van de laddertoets is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in (niet-) stedelijke gebieden.

36/140

Op basis van artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, in het omgevingsplan rekening te houden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, dan dient in het omgevingsplan te worden beschreven wat de mogelijkheden zijn om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De provinciale omgevingsverordening ziet ook toe op instructieregels omtrent zorgvuldig ruimtegebruik voor detailhandel in artikel 9.17. Relatie tot planlocatie Met de beoogde ontwikkeling worden 22 woningen mogelijk gemaakt en er vindt een uitbreiding van een supermarkt plaats van 500 m². Hiermee zijn beide beoogde functies aan te merken als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Om aan te kunnen tonen dat er sprake is van een nieuwe stedelijk ontwikkeling is de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Deze ladderonderbouwing is bijgevoegd als Bijlage 1 bij dit TAM-omgevingsplan.

In de ladderonderbouwing is geconcludeerd dat de beoogde woningen niet alleen bijdragen aan de woningbouwopgave, maar ook voorzien in een kwalitatieve behoefte en daarmee aansluiten bij de lokale, regionale en provinciale beleidskaders. Ook is geconcludeerd dat er behoefte is aan de uitbreiding van de supermarkt in Wilnis. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling is daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er wordt voldaan aan de instructieregels.

37/140

38/140

Hoofdstuk 6 6.1

Aspecten fysieke leefomgeving

Bodem

Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving:  Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2);  Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2);  Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22 Bal);  Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4);  Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied

De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Relatie tot planlocatie Bodemkwaliteit De herontwikkeling voorziet in de realisatie van bodemgevoelige functies op een bodemgevoelige locatie, zoals gedefinieerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De bodemkwaliteit ter plaatse van de toekomstige bodemgevoelige gebouwen dient daarom van voldoende kwaliteit te zijn. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is daarom een historisch bodemonderzoek (NEN 5725) uitgevoerd (zie Bijlage 2). In het historische bodemonderzoek wordt de Molmlaan-locatie als 'verdacht' beschouwd vanwege de volgende redenen:  De gedateerdheid van de eerder op locatie uitgevoerde onderzoeken;  De toenmalige aangetoonde verontreinigingen;  Het langdurig gebruik als winkelcentrum met bijbehorende voorzieningen;  De voormalige watergang mogelijk verontreinigd met dempingsmateriaal;  De voorgenomen herontwikkeling en functiewijziging van de onderzoekslocatie. De bodemkwaliteit dient inzichtelijk te worden gemaakt, door middel van een verkennend bodemonderzoek.

39/140

Figuur 6.1.1 Situatietekening Molmlaan-locatie De CSW-locatie wordt grotendeels als 'onverdacht' beschouwd. Echter zijn er meerdere watergangen op de locatie aanwezig, welke verdacht zijn op het toepassen van verontreinigd dempingsmateriaal. De watergangen zijn daarom opgenomen als verdachte deellocaties. Om de hypothese te kunnen bevestigen dient verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden.

Figuur 6.1.2 Situatietekening CSW-locatie

40/140

Doorkijk vervolg en regels vanuit omgevingsplan De bodemkwaliteit binnen de planlocatie is op hoofdlijnen in beeld gebracht op basis van beschikbare onderzoeken. Deze geven een eerste inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, maar zijn niet toereikend om functiewijzigingen naar bodemgevoelige functies zonder meer toe te staan. Voor dergelijke functies is aanvullend, locatiegericht bodemonderzoek noodzakelijk. Voor het aspect bodem zijn de regels uit de bruidsschat (Hoofdstuk 22, omgevingsplan gemeente De Ronde Venen) van het omgevingsplan van toepassing. Deze regels vloeien voort uit de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en borgen dat de bouw van bodemgevoelige gebouwen uitsluitend mogelijk is indien de bodemkwaliteit voldoet aan vastgestelde grenswaarden. Deze grenswaarden zijn gekoppeld aan de interventiewaarden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en vormen een bindend toetsingskader bij de vergunningverlening. Daarnaast is in het omgevingsplan vastgelegd dat de bouw van bodemgevoelige gebouwen vergunning- of meldingsplichtig is. In het kader van een toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning moet daarom een actueel bodemonderzoek worden overgelegd.

Indien uit dit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit onvoldoende is, kunnen pas maatregelen worden getroffen in de vorm van sanering of andere beheersmaatregelen, voordat realisatie of ingebruikname van het gebouw is toegestaan. Ook is in de bruidsschat geborgd dat dergelijke maatregelen in stand worden gehouden en dat het gebouw pas in gebruik mag worden genomen nadat aan de voorwaarden is voldaan. De bescherming van de bodemkwaliteit is hiermee via de regels van het omgevingsplan voldoende geborgd. Het opnemen van aanvullende planregels is niet noodzakelijk, omdat bij de toekomstige vergunningverlening altijd een nadere beoordeling van de bodemkwaliteit en, indien nodig, vervolgonderzoek plaatsvindt. Utrechts omgevingsverordening - bodemdaling Het planvoornemen voorziet in een herstructurering van bestaande stedelijke functies, waarbij zowel woningbouw als maatschappelijke en commerciële voorzieningen worden gerealiseerd. In het kader van deze ontwikkeling is getoetst of de voorgenomen ingrepen leiden tot extra bodemdaling, zoals bedoeld in de Utrechtse Omgevingsverordening. De ontwikkeling omvat onder meer de realisatie van 22 betaalbare, grondgebonden koopwoningen op de Molmlaan-locatie, verdeeld over rijwoningen en rug-aan-rug woningen met een maximale bouwhoogte van 11 meter. Daarnaast blijft een bestaand gebouw met commerciële functies en de drie woningen behouden.

Op de CSW-locatie wordt een nieuw clubgebouw gerealiseerd ter vervanging van gesloopte bebouwing, en worden een supermarkt en een versspeciaalzaak toegevoegd met beperkte bouwhoogte (6 tot 9 meter). De rest van het terrein wordt ingericht met parkeerplaatsen. Gezien de aard van de ontwikkelingen – voornamelijk laagbouw, hergebruik van bestaande stedelijke ruimte en beperkte bodembelasting – is het risico op extra bodemdaling gering. De toegepaste funderingstechnieken worden afgestemd op de lokale bodemgesteldheid, waarbij paalfunderingen of andere passende methoden worden ingezet om zetting te voorkomen.

41/140

Er is geen sprake van grootschalige grondwateronttrekking of ophoging met zware materialen die de bodem extra zouden belasten. Bovendien wordt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening gehouden met waterhuishouding en infiltratie, wat bijdraagt aan het behoud van bodemstabiliteit. Op basis van de beschikbare informatie kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen niet leidt tot extra bodemdaling. De exacte funderingsstechnieken zullen ten behoeve van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten verder uitgewerkt worden. Daarmee wordt voldaan aan de relevante bepalingen uit de Utrechtse Omgevingsverordening met betrekking tot verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is op hoofdlijnen inzicht verkregen in de bodemkwaliteit ter plaatse. Het omgevingsplan van de gemeente De Ronde Venen voorziet reeds, via hoofdstuk 22, in de borging van het uitvoeren van het noodzakelijke vervolgonderzoek voor de beoogde ontwikkeling. Het opnemen van aanvullende regels ten aanzien van de bodemkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Daarnaast leidt de beoogde ontwikkeling niet tot extra bodemdaling. Er wordt daarmee voldaan aan de instructieregels en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.2

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de - nog te bepalen - datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. Relatie tot planlocatie Soortenbescherming Met de beoogde ontwikkeling worden grote delen van de bestaande bebouwing gesloopt, wordt er struweel verwijderd en worden er bomen gekapt. Door deze activiteiten is mogelijk sprake van significant negatieve effecten op beschermde soorten. Om dit uit te kunnen sluiten zijn twee ecologische quickscans uitgevoerd; ter plaatse van de Molmlaan-locatie (zie Bijlage 3) en ter plaatse van de CSW-locatie (zie Bijlage 4). Molmlaanlocatie Door kieren, spleten en gaten in de spouwmuren van de huidige bebouwing zijn mogelijk beschermde vleermuissoorten binnen de deellocatie aanwezig.

Het gaat om de volgende vleermuissoorten:  Gewone dwergvleermuis  Ruige dwergvleermuis  Laatvlieger  Meervleermuis  Gewone grootoorvleermuis

42/140

Voor de hierboven genoemde vleermuissoorten kan, door het treffen van mitigerende maatregelen, gebruik worden gemaakt van het gemeentelijke SMP. Hierdoor is vervolgonderzoek voor deze soorten niet noodzakelijk. CSW-locatie De bebouwing ter plaatse van de CSW-locaties beschikt over gaten, kieren en spleten, waardoor beschermde vleermuissoorten zich in de spouw van de gebouwen kunnen bevinden (met geel aangegeven in figuur 6.3.1). Het gaat om de volgende vleermuissoorten:  Gewone dwergvleermuis  Ruige dwergvleermuis  Laatvlieger  Watervleermuis  Gewone grootoorvleermuis Daarnaast zijn er mogelijk (middelgrote) nesten aanwezig in de bomen rondom de parkeerplaats (paars aangegeven in figuur 6.2.1). Ten tijden van het veldbezoek van de ecologische quickscan beschikten deze bomen namelijk over een dicht bladerdek. Het gaat om de volgende vogelsoorten:  Sperwer  Ransuil  Boomvalk

Figuur 6.2.1 Vervolgonderzoekslocaties Voor de hierboven genoemde vleermuissoorten kan, door het treffen van mitigerende maatregelen, gebruik worden gemaakt van het gemeentelijke SMP. Hierdoor is vervolgonderzoek voor deze soorten niet noodzakelijk. Ten behoeve van bovenstaande vogelsoorten is vervolgonderzoek noodzakelijk en al in gang gezet. Gekeken naar deze soorten kan met inachtneming van eventueel benodigde mitigerende en compenserende maatregelen in alle redelijkheid worden verwacht dat een eventueel benodigde omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit verleend zal worden, mocht een soort tijdens de uitvoering van het vervolgonderzoek daadwerkelijk aangetroffen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16862332/1