CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Motivering

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan GMNO bloemrijk grasland (Akkoordstuk)18.517 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MOTIVERING PROJECT

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland

STATUS

vastgesteld

PROJECTNUMMER

NL.IMRO.0736.TAM001GMNOgrasland-va01

DATUM

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer

info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland

Pagina | 2

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

5 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

6 Aanleiding Het plangebied Geldende omgevingsplannen Leeswijzer

6 6 9 9

Planbeschrijving

10

2.1 2.2

Bestaande situatie Toekomstige situatie

10 11

Toetsing aan omgevingsplan

15

3.1 3.2

15 17

Bestemmingsplan "Buitengebied West" Paraplubeheersverordening Parkeren

Beleidskader

18

4.1 4.2 4.3

18 19 25

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Omgevingskwaliteit 5.1 5.2 5.3 5.4

34

Landschappelijke inpassing 34 Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed 34 Duurzaamheid en natuurinclusiviteit 39 Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking40

Hoofdstuk 6

Landschappelijke inpassing

41

Hoofdstuk 7

Aspecten fysieke leefomgeving

44

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11 7.12 7.13 7.14 7.15

44 44 46 47 48 48 49 49 49 50 51 52 52 53 53

Hoofdstuk 8

Activiteiten en milieuzonering Bodem Ecologie Externe veiligheid Geluid Geur Gezondheid Kabels en leidingen Licht Luchtkwaliteit Mobiliteit en parkeren Ontplofbare oorlogsresten Trillingen Waterbelang Milieueffectrapportage

Juridische planbeschrijving

55

8.1

55

Algemeen

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 3

8.2 8.3 Hoofdstuk 9

Methodiek Toelichting op de functies en activiteiten

55 56

Uitvoerbaarheid

57

9.1 9.2

57 57

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 4

Motivering

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In de polder Groot Mijdrecht Noordoost (GMNO) worden 15 percelen voormalige agrarische grond met een oppervlakte van circa 50 hectare (ha) landbouwgrond omgevormd tot bloemrijk graslanden, in de categorieen 'kruiden- en faunarijk grasland' (N12.02) en 'vochtig hooiland' (N10.02). Daarnaast wordt een moerasblok gerealiseerd. Het gaat om gronden die in eigendom zijn van de provincie Utrecht of Natuurmonumenten, maar op dit moment nog niet zijn ingericht als natuur. Deze voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van de in 2012 vastgestelde ‘Versoberde Veenribben Variant’, waarin er een eindbeeld voor de gehele polder Groot Mijdrecht Noordoost is vastgelegd. Het eindbeeld bestaat uit 3 moerasblokken met daaromheen bloemrijke graslanden. Ook in 2012 is het ‘Pact van Poldertrots’ gesloten waarin kaders en uitgangspunten voor de voorgenomen natuurontwikkeling zijn vastgelegd tussen provincie Utrecht, gemeente De Ronde Venen, waterschap Amstel Gooi en Vecht, Natuurmonumenten en de Bewonersdelegatie Groot Mijdrecht Noord. Voor 5 van de 15 percelen binnen de voorgenomen ontwikkeling staat het geldende omgevingsplan nog agrarische activiteiten toe. Het is de wens om het geldende planologisch regime hier te wijzigen, zodat uitsluitend 'Natuur' wordt toegestaan. Hiertoe is voorliggend TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland opgesteld.

Dit plan voorziet in een passend planologisch kader voor het plangebied.

1.2

Het plangebied

Het plangebied van voorliggen TAM-omgevingsplan is gelegen in polder Groot Mijdrecht en bestaat uit vijf kadastrale percelen. De vijf percelen zijn allen gelegen op grondgebied van de kern Waverveen, gemeente De Ronde Venen. Het betreft de volgende kadastrale percelen: WVV00 B 3165: 613 m2 WVV00 B 3202: 41.805 m2 WVV00 B 3257: 12.791 m2 WVV00 B 3262: 12.579 m2 WVV00 B 3263: 90.846 m2 Onderstaande figuren tonen de ligging.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 6

Figuur 1.1: Globale ligging weergegeven op een luchtfoto (bron: QGIS, eigen bewerking), plangebied bij benadering rood uitgelicht

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 7

Figuur 1.2: Ligging in de directe omgeving (bron: QGIS, eigen bewerking), plangebied met Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 8

kadastrale perceelnummers bij benadering rood uitgelicht

1.3

Geldende omgevingsplannen

Ter plaatse van het projectgebied geldt het "Omgevingsplan gemeente De Ronde Venen" (/akn/nl/act/gm0736/2020/omgevingsplan), zoals gepubliceerd op 22 mei 2023 (in werking vanaf 1 januari 2024). Het projectgebied valt onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan, aangezien de voormalige bestemmingsplannen nog niet zijn omgezet naar het definitief omgevingsplan. In Hoofdstuk 3 van dit TAM-omgevingsplan wordt hier nader op ingegaan. De beoogde activiteit 'Natuur' is in het geldende omgevingsplan in het plangebied reeds toegestaan. Echter zijn agrarische activiteiten ook nog toegestaan. Het is de wens om hier uitsluitend natuur toe te staan. Middels voorliggend TAM-omgevingsplan wordt voorzien in het nieuw planologisch kader.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en nieuwe situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 vindt de toetsing aan het geldende omgevingsplan plaats. Hoofdstuk 4 geeft een beschouwing van de relevante beleidskaders en hoofdstuk 5 betreft een beschrijving van de omgevingskwaliteit, waarbij onder meer archeologie, cultuurhistorie en duurzaamheid aan bod komen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van de beoogde ontwikkeling. Hoofdstuk 7 bevat vervolgens een beschrijving van de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waar omgevingsaspecten zoals bodem, geluid en gezondheid behandeld worden. In hoofdstuk 8 wordt de juridische planbeschrijving gegeven en in tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het voorliggend TAM-omgevingsplan.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 9

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

De gronden ter plaatse van het plangebied betreffen voormalige landbouwgronden. De percelen zijn allen volledig onverhard. Op en rondom enkele percelen zijn kavelsloten aanwezig.

Figuur 2.1: Ligging noordelijke percelen in meer detail (bron: QGIS, eigen bewerking), plangebied bij benadering rood omlijnd

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 10

Figuur 2.3: Ligging zuidelijke percelen in meer detail (bron: QGIS, eigen bewerking), plangebied bij benadering rood omlijnd

2.2

Toekomstige situatie

Het plangebied maakt onderdeel uit van een grotere herontwikkeling van landbouwgronden naar moeras en bloemrijke graslanden in de polder Groot Mijdrecht. Deze context wordt hieronder nader toegelicht. Polder Groot Mijdrecht Het plangebied is gelegen in de polder Groot Mijdrecht. Polder Groot Mijdrecht is een landbouwgebied en open veenweidelandschap in gemeente De Ronde Venen. Grenzend aan het natuurgebied Waverhoek en het Natura 2000-gebied Botshol vormt Groot Mijdrecht een natuurverbinding voor bijzondere vogels, zoals de lepelaar, de purperreiger en de roerdomp. De ambitie voor deze polder is dan ook dat het een ecologische verbinding zal zijn voor aangrenzende natuurgebieden zoals Botshol en de Nieuwkoopse Plassen. Vogels en andere dieren kunnen dan ongestoord heen- en weer pendelen. In Groot Mijdrecht Noordoost wil de provincie een aantrekkelijk leefgebied creëren voor dieren en planten die thuishoren in het veenweidegebied. Dit wil zij doen door drie moerasgebieden aan te leggen met daaromheen bloemrijk grasland. Met de natuurinrichting willen de provincie de biodiversiteit in de polder vergroten, de waterkwaliteit verbeteren, verdere bodemdaling voorkomen en waardevolle natuurgebieden verbinden. Rondom de moerasblokken worden bloemrijke graslanden aangelegd. Het gaat hierbij over zogenaamd ‘kruiden- en faunarijk grasland’ en ‘vochtig hooiland’.

Dit zorgt voor een kleurrijk landschap waarin verschillende planten en dieren graag leven. In totaal is de ambitie om 180 hectare bloemrijk grasland te realiseren in de polder van Groot Mijdrecht. Natuurmonumenten en de provincie werken op dit moment samen aan de inrichting van circa 50 hectare. Herontwikkeling bloemrijke graslanden Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 11

In polder Groot Mijdrecht worden gronden, van gezamenlijk circa 50 hectare, herontwikkeld tot bloemrijke graslanden. De bloemrijke graslanden worden gerealiseerd door natuurvriendelijke oevers aan te leggen, de diversiteit aan bloemen en planten te vergroten en het gebied goed te beheren. Deze circa 50 hectare is verdeeld over drie deelgebieden, die bekend staan als: Groot Mijdrecht Noord Oost, perceel B en perceel J. Het ontwerp voor de percelen in Groot Mijdrecht Noord Oost (GMNO) is een mix van vochtig hooiland en kruiden- en faunarijk grasland met natuurvriendelijke oevers, struweel en greppels. Perceel 3202 maakt hier onderdeel van uit. Het ontwerp voor de naastliggende percelen B omvat de aanleg van natuurvriendelijke oevers, kruidenrijke stroken en knotwilgenrijen. In het zuiden sluit het ontwerp aan op het ontwerp voor het naastgelegen 'Moerasblok 1'. De nieuwe sloot is de scheiding. Perceel 3257 maakt hier onderdeel van uit. Voor het perceel J, op enige afstand van bovengenoemde locaties, is nog geen schetsontwerp beschikbaar. Voorzien is in de ontwikkeling van kruiden- en faunarijk grasland en de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs meerdere sloten en wellicht ook langs de Hoofdtocht. Het betreft de zuidelijk gelegen percelen 3263 en 3165. Onderstaande figuur toont de ligging van de drie deelgebieden en de globale ligging van het toekomstige 'Moerasblok 1'.

Perceel 3262 maakt onderdeel uit van het toekomstig moerasblok.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 12

Figuur 2.3: Deelgebieden GMNO, percelen B en J groen uitgelicht (bron: "Bloemrijke graslanden Groot Mijdrecht: Rapport bij het Voorlopig Ontwerp", BWZ ingenieurs, 2024), ligging moerasblok bij benadering blauw uitgelicht, plangebied rood omlijnd Voor vijf kadastrale percelen geldt dat in het geldende omgevingsplan nog agrarische activiteiten worden toegestaan. Het is niet wenselijk dat omvorming naar agrarische percelen Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 13

in de toekomst mogelijk blijft. Deze vijf percelen betreffen dan ook het plangebied van voorliggend TAM-omgevingsplan. Middels dit TAM-omgevingsplan wordt op deze vijf percelen uitsluitend natuur toegestaan. Voor de resterende gronden van de circa 50 ha biedt het geldende omgevingsplan al wel een passend planologisch kader voor de toekomstige inrichting als natuur, om die reden worden deze gronden verder dan ook buiten beschouwing gelaten in voorliggend TAM-omgevingsplan. In de toekomstige situatie zijn alle vijf percelen ingericht als natuur. Perceel 3262 wordt ingericht als moerasland (onderdeel uit van Moerasblok 1). De overige vier percelen worden ingericht als ‘kruiden- en faunarijk grasland’ en/of ‘vochtig hooiland’. In Hoofdstuk 6 Landschappelijke inpassing worden het Voorlopig Ontwerp voor de toekomstige situatie en de beoogde werkzaamheden nader toegelicht.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 14

Hoofdstuk 3

Toetsing aan omgevingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het "Omgevingsplan gemeente De Ronde Venen" (/akn/nl/act/gm0736/2020/omgevingsplan). Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de (voormalig geldende) bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Hierna wordt per relevant onderdeel de voorgenomen ontwikkeling die dit TAM-omgevingsplan mogelijk maakt, getoetst op strijdigheden.

3.1

Bestemmingsplan "Buitengebied West"

Op 23 februari 2023 is het bestemmingsplan "Buitengebied-West (Geconsolideerde versie)" gepubliceerd. De basis van dit geconsolideerde plan wordt gevormd door het moederplan 'Buitengebied-West', deels onherroepelijk in werking getreden, vastgesteld op 21 februari 2019. Op het moederplan volgde een gerechtelijke uitspraak en een reactieve aanwijzing van de provincie welke zijn verwerkt in het bestemmingsplan '1e herziening Buitengebied-West', vastgesteld op 23 februari 2023. Naast het verwerken van de gerechtelijke uitspraak en de reactieve aanwijzing, zijn in het plan ook nog een aantal kennelijke verschrijvingen aangepast. Om de raadpleegbaarheid van de geldende plannen te verbeteren is een geconsolideerde versie (een werkversie van het plan, zonder juridische status) van het bestemmingsplan Buitengebied-West opgesteld. Onderstaande figuren tonen de geldende bestemmingen op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied-West" (geconsolideerde versie). Na de figuren worden de geldende bestemmingen nader toegelicht.

Figuur 3.1: verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied-West" noordelijke percelen (bron: QGIS, eigen bewerking), plangebied bij benadering weergegeven met rode stippellijn

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 15

Figuur 3.2: Verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied-West" zuidelijke percelen (bron: QGIS, eigen bewerking), plangebied bij benadering weergegeven met rode stippellijn Enkelbestemming Ter plaatse van alle vijf percelen in het plangebied geldt de enkelbestemming "Agrarisch met waarden - Natuurwaarden". Deze gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, alsmede voor (onder andere) behoud, versterking en ontwikkeling van natuurwaarden in de vorm van: grote open wateren, sloten en slootkanten, oevers, moeras en natte voedselarme graslanden; houtkades, bos en struweel en droge zandgronden; weidevogelgebied. De beoogde bloemrijke graslanden (in de vorm van 'vochtig hooiland' en 'kruiden- en faunarijk grasland') zijn aan te merken als natte voedselarme graslanden. Ook moeras is toegestaan. De beoogde ontwikkeling naar natuur in onderhavig plangebied is daarmee reeds toegestaan binnen de geldende bestemming "Agrarisch met waarden - Natuurwaarden". Echter is het niet wenselijk dat dat agrarische bedrijven zich in de toekomst nog in het plangebied kunnen vestigen. Daarom voorziet voorliggend TAM-omgevingsplan in een wijziging naar de functie 'Natuur', waarmee agrarische activiteiten niet langer worden toegestaan. Gebiedsaanduidingen Het gehele plangebied is ook voorzien van de gebiedsaanduiding "Milieuzone - veengebied kwetsbaar voor oxidatie".

Voor deze gronden geldt dat bodembewerkingen in agrarische bestemmingen, die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, niet zijn toegestaan. Hiervan uitgezonderd zijn bodembewerkingen die plaatsvinden ten behoeve van graslandvernieuwing of de aanleg van een andere blijvende teelt. Aangenomen wordt dat dit voor de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt, aangezien bij de beoogde ontwikkeling naar natuur niet langer sprake is van bodembewerkingen in agrarische bestemmingen. Voor het noordelijk deel van perceel 3257 geldt bovendien de Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 16

gebiedsaanduiding "Vrijwaringszone - stelling van Amsterdam". Ter plaatse van deze aanduiding mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. Bij inrichting van de percelen als natuur is dit niet aan de orde. Volledigheidshalve is in voorliggend TAM-omgevingsplan deze gebiedsaanduiding conserverend overgenomen, om zodoende ook het voorkomen van aantasting van de Stelling van Amsterdam in de toekomst goed te borgen. Dubbelbestemmingen Voor alle noordelijke percelen (3257, 3263 en 3202) geldt nagenoeg overal de dubbelbestemming "Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5". Deze dubbelbestemming geldt ook voor een groot deel van zuidelijk perceel 3263. Voor het overige deel van dit perceel gelden de archeologische dubbelbestemmingen categorie 2b en 6. De archeologische dubbelbestemming categorie 2b is tot slot van toepassing op het gehele zuidelijk gelegen perceel 3165. De als archeologisch waardevol verwachtingsgebied aangewezen gronden, zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden. Op de archeologische waarden wordt in paragraaf 5.2 van deze motivering nader ingegaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de beoogde invulling als 'Natuur' niet strijdig is met het geldend omgevingsplan.

Dit TAM-omgevingsplan is dan ook conserverend van aard en ziet hoofdzakelijk toe op het uitsluiten van agrarische activiteiten in het plangebied. Voor de volledigheid wordt de beoogde ontwikkeling naar natuur in dit TAM-omgevingsplan getoetst aan het geldende beleidskader en worden de omgevingskwaliteit, landschappelijke inpassing en aspecten van de fysieke leefomgeving nader toegelicht.

3.2

Paraplubeheersverordening Parkeren

Op 26 juni 2018 is de "Paraplubeheersverordening Parkeren" vastgesteld door gemeente De Ronde Venen. Deze beheersverordening stelt uniforme bepalingen vast die verwijzen naar beleidsregels voor parkeernormen. Voor de gewenste herontwikkeling naar natuur geldt dat een parkeervraag niet aan de orde is (zie ook paragraaf 7.11 Mobiliteit en parkeren). Dit parapluplan is daarmee verder dan ook niet relevant voor de beoogde ontwikkeling.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 17

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Hoewel de beoogde herontwikkeling naar natuur in het geldende omgevingsplan is toegestaan, wordt in dit hoofdstuk volledigheidshalve kort stilgestaan bij het geldende ruimtelijk beleid. 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Drie afwegingsprincipes Het doel van de NOVI is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Relatie tot het plangebied Voorliggend TAM-omgevingsplan borgt de ontwikkeling en instandhouding van natuur. De ontwikkeling levert daarmee een bijdrage aan de ambitie voor een toekomstbestendig landelijk gebied (prioriteit 4). De ontwikkeling geeft meer specifiek invulling aan het nationaal belang tot het "verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit" (nationaal belang 20). Behoud en herstel van natuur en biodiversiteit in Nederland dragen in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Het is van nationaal belang dat inspanning wordt geleverd om de Europese (instandhoudings)doelstellingen te realiseren waartoe Nederland verplicht is. Het realiseren van meer natuurgebieden van een goede kwaliteit, zoals de beoogde ontwikkeling, is een belangrijk onderdeel van bijbehorende opgave. Conclusie Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 18

Dit TAM-omgevingsplan staat een ontwikkeling toe, die in overeenstemming is met opgaven uit de NOVI.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Er zijn zeven beleidsthema's waarvoor de ambities en beleidskeuzes staan benoemd. Het gaat om de volgende zeven thema's: stad en land gezond; klimaatbestendig en waterrobuust; duurzame energie; vitale steden en dorpen; duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; levend landschap, erfgoed en cultuur; toekomstbestendige natuur en landbouw. Deze zeven thema's vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. De zeven thema's zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor onze opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit wordt bereikt door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren, zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Relatie tot het plangebied De provinciale natuurvisie is vastgelegd in de omgevingsvisie. Hierin zijn in Paragraaf 4.7.1 ‘Robuuste natuur met hoge biodiversiteit’ de ambities voor natuur opgenomen: 2050: de provincie Utrecht heeft een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit.

2050: binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in zowel het landelijk als het stedelijk gebied, is er in 2050 een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde flora en fauna, en is de biodiversiteit ten opzichte van 1990 toegenomen. 2050: de natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid bij natuur. 2040: in totaal is 3.000 ha natuur in de Groene contour gerealiseerd en toegevoegd aan het NNN. 2040: houtopstanden dragen bij aan schone lucht, landschappelijke kwaliteit, hogere biodiversiteit en CO2-vastlegging. 2028: alle nieuwe natuur die nog nodig is voor het Natuurnetwerk Nederland heeft de functie natuur en is met hoogwaardige natuur ingericht. Centraal staat het beschermen en ontwikkelen van beleefbare natuur en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. De beoogde ontwikkeling, waarbij kruiden- en faunarijk grasland’, vochtig hooiland en moeras wordt gerealiseerd, levert een bijdrage aan het ontwikkelen en behouden van natuur en biodiversiteit. De Omgevingsvisie bevat daarnaast meerdere kaarten. Ter plaatse van het plangebied zijn diverse aanduidingen opgenomen, waaruit bijvoorbeeld volgt dat sprake is van een aandachtsgebied voor bodemdaling en dat het onderdeel uitmaakt van het landelijk gebied, het landschap Groene Hart en Natuurnetwerk Nederland.

De beoogde ontwikkeling van natuur staat de bijbehorende provinciale ambities voor het plangebied niet in de weg. Conclusie Onderhavig TAM-omgevingsplan is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie Provincie

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 19

Utrecht. 4.2.2 Omgevingsverordening Provincie Utrecht Op 1 januari 2024 is de omgevingsverordening in werking getreden. Per 1 maart 2024 is de eerste wijziging in werking getreden van de Omgevingsverordening. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. Gemeentelijke omgevingsplannen dienen aan deze regels te voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit. Hieronder zijn de voor de ontwikkeling relevante regels uit de verordening opgenomen. Relatie tot het plangebied De Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Bijvoorbeeld: vergunningplichten, waarbij op basis van een aanvraag eerst een besluit wordt genomen, gelden voor iedereen. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Voor het plangebied zijn de regels met betrekking tot Natuurnetwerk Nederland en de cultuurhistorische hoofdstructuur relevant. Deze worden hieronder nader toegelicht.

Overige gebiedsaanwijzingen worden hier buiten beschouwing gelaten, vanwege het ontbreken van relevantie voor de beoogde ontwikkeling of omdat deze al in paragraaf 4.2.1 aan bod zijn gekomen. Natuurnetwerk Nederland De provincie beschermt het Natuurnetwerk Nederland (NNN) via het ruimtelijk beleid om ervoor te zorgen dat NNN niet zomaar wordt aangetast. Dit is geregeld in de Omgevingsverordening (artikel 6.3). Een nieuwe activiteit of wijziging van bestaande activiteiten mogen geen nadelige gevolgen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of leiden tot een vermindering van de kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het NNN. Uitzonderingen hierop zijn gevallen waarin sprake is van: een groot openbaar belang, waarbij geen reële alternatieven zijn; een plan waarop de meerwaardebenadering wordt toegepast, of; een beperkte wijziging, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande activiteiten. Het plangebied maakt deel uit van het NNN. Het doel van het project is om meer natuur aan te brengen in de vorm van vochtig hooiland en kruiden- en faunarijk grasland en dit dient de functie van de nabij gelegen moerasgebieden te versterken.

Gezien de aard van de ingreep (bloemrijk grasland realiseren) is van significante aantasting van de natuur in het NNN geen sprake (bron: Quickscan Wet natuurbescherming Botsholsedijk Waverveen, Econsultancy, 2024). Aan artikel 6.3 uit de provinciale verordening kan zodoende worden voldaan. Op grond van artikel 6.2 van de provinciale verordening moet een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het natuurnetwerk Nederland regels bevatten die strekken tot bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het natuurnetwerk Nederland. In dit TAM-omgevingsplan is daarom een dergelijke regeling opgenomen. De natuur-, cultuur- en landschapswaarden worden binnen de functie 'Natuur' namelijk beschermd door gebruiksverboden en een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden. De beoogde ontwikkeling van natuur in het plangebied levert een bijdrage aan de instandhouding van het NNN. Cultuurhistorische hoofdstructuur (agrarisch cultuurlandschap, Ronde Venen) Het plangebied maakt daarnaast onderdeel uit van de cultuurhistorische hoofdstructuur, namelijk het deelgebied 'agrarisch cultuurlandschap'. Het Agrarisch cultuurlandschap bestaat Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 20

uit de deelgebieden Lopikerwaard, Kockengen-Kamerik-Zegveld, Westbroek, Linschoten, Ronde Venen, Soester Eng, Cope-ontginningscomplex Hei- en Boeicop e.o. en Zouweboezem. De cultuurhistorische waarde van het Agrarisch cultuurlandschap ligt met name in: de aanwezige ontginningsstructuur en -richting; de structuur, maatvoering, kenmerken en karakter van de boerderijlinten; het waterbeheersingssysteem; de openheid van het landschap. Specifiek voor Ronde Venen geldt het volgende: Het radiale patroon van de middeleeuwse strokenverkaveling van de Ronde Venen, het turfwinningslandschap van de Vinkeveense Plassen en de orthogonale structuur van de droogmakerijen, vormen samen een staalkaart van kenmerkend agrarisch grondgebruik door de eeuwen heen. Vanaf de veenriviertjes Kromme Mijdrecht, Drecht, Waver en Winkel is in de middeleeuwen het grote veenkussen radiaal ontgonnen naar een centraal gelegen hoger punt. De zuid- en oostzijde werd benaderd vanuit de daartoe gegraven Ennipwetering, Geer- en Veenkade en de oostzijde vanuit de Oukoperdijk en de Groenlandsekade. Met zuwes werd het gebied in taartpunten verdeeld en in opstrekkende stroken ontgonnen. Halverwege vestigden zich de ringvormige boerderijlinten van Vinkeveen, Wilnis, Mijdrecht en Waverveen.

Van deze ontginningen resteert langs de veenriviertjes nog slechts een smalle zone, terwijl ze in het zuidenoosten nog goed bewaard zijn gebleven. Door intensieve turfwinning in de zeventiende en achttiende eeuw zijn in het noordoosten de Vinkeveense Plassen ontstaan, met een karakteristiek patroon van legakkers en petgaten. In de negentiende eeuw zijn de overige plassen in een viertal droogmakerijen verkaveld binnen zware ringdijken. Bij de beoogde ontwikkeling van natuur in het plangebied wordt rekening gehouden met deze waarden, doordat het verkavelingspatroon in tact blijft. De aanwezige ontginningsstructuur en -richting en de openheid van het landschap worden niet aangetast. Het heeft geen gevolgen voor de cultuurhistorische waarde van het waterbeheersingssysteem of de structuur, maatvoering, kenmerken en karakter van de boerderijlinten. Verstoring van cultuurhistorische waarde is dan ook niet aan de orde. De toekomstige invulling met kruiden- en faunarijk grasland, vochtig hooiland en moeras in het plangebied borgt juist het behoud van de verkavelingsstructuur en de openheid van het landschap. Artikel 7.9 van de provinciale verordening schrijft voor dat in een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Cultuurhistorische hoofdstructuur rekening moet worden gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur.

In dit TAM-omgevingsplan zijn daarom regels opgenomen ter bescherming en benutting van deze waarden. De natuur-, cultuur- en landschapswaarden worden binnen de functie 'Natuur' namelijk beschermd door gebruiksverboden en een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden. Conclusie Dit TAM-omgevingsplan is in overeenstemming met de (instructie)regels uit de Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 4.2.3 Natuurbeheerplan 2024-2025 Het Natuurbeheerplan 2024-2025 beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden in de provincie Utrecht voor de ontwikkeling en het beheer van natuurterreinen, en voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Het Natuurbeheerplan geeft de kaders voor het aanvragen van deze subsidies en vormt het inhoudelijk toetsingskader voor het beoordelen van subsidieaanvragen. Het Natuurbeheerplan bestaat uit dit document, de gebiedsbeschrijvingen en bijbehorende kaarten 1 tot en met 13 Natuurbeheerplan (zie in Atlas bij ‘Natuurbeheerplan 2024-2025’). Relatie tot het plangebied Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 21

In Tabel 1 zijn de prioriteiten van kaart 4 Ambitiekaart opgenomen. Hier is te vinden welke natuur op de percelen ontwikkeld kan worden. Per gebied is met de getallen 0, 1, 2, 3 en 4 aangegeven welke prioriteit een natuurbeheertype heeft in dat gebied. Prioriteit 0 betekent dat de ontwikkeling van het natuurbeheertype niet van toepassing is in het gebied. Natuurbeheertypen met prioriteit 1 hebben de hoogste prioriteit om in het gebied te worden ontwikkeld, vervolgens prioriteit 2, dan prioriteit 3 en 4 en als laatste prioriteit 5. Het plangebied van dit TAM-omgevingsplan valt onder het gebied 'De Venen'. Voor het gebied 'De Venen' zijn de in het plangebied beoogde natuurbeheertypen in Tabel 1 van het Natuurbeheerplan 2024-2025 als volgt opgenomen: 05.01 Moeras: prioriteit 1 10.02 Vochtig hooiland: prioriteit 2 12.02 Kruiden- en faunarijk grasland: prioriteit 5 Hieruit volgt dat de beoogde natuurbeheertypen allemaal onder de prioriteiten voor het plangebied vallen. In de "Versoberde Veenribbenvariant" uit 2012 is bepaald er in de polder Groot Mijdrecht Noordoost moerasnatuur wordt gerealiseerd, met daaromheen bloemrijke graslanden. Onder bloemrijke graslanden wordt verstaan ‘Kruiden- en Faunarijk grasland (12.02)’ en ‘Vochtig Hooiland (10.02)’. Er worden in het plangebied geen andere natuurbeheertypen overwogen dan deze twee.

In het plangebied van dit TAM-omgevingsplan is enkel sprake van realisatie van natuurbeheertypen die vallen onder de prioriteiten zoals die in tabel 1 van het natuurbeheerplan. Er worden in het plangebied geen andere natuurbeheertypen overwogen dan deze drie. De beoogde ontwikkeling in het plangebied is zodoende in lijn met de afspraken die zijn gemaakt voor het gebied. De ontwikkeling past binnen de ambitie van provincie Utrecht. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het Natuurbeheerplan 2024-2025. 4.2.4 Uitvoeringsprogramma Hollandse Waterlinies 2021-2024 Het programma gaat een afrondende periode 2021-2024 in onder de naam Hollandse Waterlinies; met deze naam wordt het Utrechtse deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam bedoeld. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 2019 door Nederland voorgedragen voor Unesco Werelderfgoed als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam, die deze status sinds 1996 geniet. Het programma beslaat een periode van vier jaar waarin de provincie Utrecht voortbouwt op de successen uit de voorgaande jaren en verder inzet op borging van alle resultaten. Provincie Utrecht wil het gehele waterliniegebied tot meerwaarde brengen door slimme koppelingen te maken met andere maatschappelijke opgaven.

Want van een weggestopt, wegkwijnend en verbrokkeld stelsel van forten en watergangen, zijn de waterlinies in enkele decennia veranderd in een imposant cultuurhistorisch fenomeen. Ze fungeren door hun open karakter met prachtige natuur als groene longen, spreken tot de verbeelding, en trekken bezoekers en geïnteresseerden uit binnen- en buitenland. Oftewel, van verdedigingslinie naar inspiratiebron. Voor de periode 2021-2024 heeft de provincie een duidelijke ambitie geformuleerd: Het verleden met het heden verbinden en in de toekomst borgen. De eerste concrete vertaling daarvan is dit programmaplan. Het schetst hoe de provincie wil voortgaan op de ingeslagen weg met het versterken en verder ontwikkelen van de waterlinie als drager van ruimtelijke kwaliteit en inspiratiebron voor gebiedsontwikkeling. Tot slot werkt zij toe naar een duurzame borging binnen de provincie en bij partners buiten na afloop van de programmaperiode. Relatie tot het plangebied Een van de opgaves in het kader van de Hollandse Waterlinie is de dynamische omgeving en context. De waterlinies liggen namelijk in een gebied waar, door belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, steeds meer vraag is naar ruimte. Zo is de zoektocht naar Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 22

plaatsen voor duurzame energiebronnen als zonnepanelen en windturbines in volle gang, is er de noodzaak voor klimaatadaptatiemaatregelen naast de immer stijgende vraag naar woningen, infrastructuur en recreatieterreinen. Voeg daarbij dat het natuurnetwerk nog lang niet af is en het is duidelijk dat ontwikkelingen in het waterliniegebied een complexe, uitdagende, maar ook zeer relevante en inspirerende opgave zijn. Naast het beschermen van de linie, is het daarom ook van belang om andere ruimte ruimtevragers zoals groene recreatie, natuur en klimaatadaptatie een plek te geven in dit cultuurlandschap. Juist dat geeft de Hollandse Waterlinies meerwaarde. De provincie wil zoveel mogelijk passende ontwikkelingskansen als recreatie, klimaatadaptatie en natuur verzilveren en laten landen in deze karakteristieke groene long waar het geweldig toeven is. De beoogde ontwikkeling in het plangebied draagt bij aan deze ambities. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het Uitvoeringsprogramma Hollandse Waterlinies 2021-2024. 4.2.5 Gebiedsanalyse kernkwaliteiten Stelling van Amsterdam Zuid Gebiedsanalyses maken duidelijk wat de kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinies in een gebied zijn.

Het gaat om het militaire erfgoed, zoals forten, sluizen en kazematten, maar ook de openheid van de voormalige inundatiegebieden, waarmee rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zo heeft Provincie Utrecht ook voor de Stelling van Amsterdam Zuid een gebiedsanalyse opgesteld. Hierin worden de kernkwaliteit, uitgangspunten en ontwikkelingsrichting voor de Stelling van Amsterdam Zuid toegelicht. Het doel van de gebiedsanalyses is om meer inzicht te geven in waar en hoe de kernkwaliteiten zich manifesteren in het gebied, zodat ze duurzaam in stand gehouden kunnen worden en ingezet kunnen worden als bouwsteen voor ontwikkeling. De gebiedsanalyses schetsen welke kernkwaliteiten zich waar bevinden en wat hun belang is, zowel op zichzelf als in samenhang. Tevens is het doel om meer helderheid te geven hoe met de kernkwaliteiten is om te gaan, zodanig dat er geen sprake is van aantasting. Daarom worden per deelgebied van de Hollandse Waterlinies uitgangspunten en ontwikkelingsrichtingen meegegeven. Wat in een gebied uiteindelijk kan, blijft echter maatwerk. Bij visie- en planvorming is een integrale afweging van aanwezige belangen nodig. Daarbij blijft de regel van het niet mogen aantasten van het Werelderfgoed altijd gelden.

Relatie tot het plangebied Het plangebied van onderhavig TAM-omgevingsplan valt feitelijk niet binnen de in de gebiedsanalyse aangegeven begrenzing van de Stelling van Amsterdam Zuid (zie onderstaande figuur). Vanwege de nabije ligging, wordt de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam Zuid volledigheidshalve kort toegelicht na de figuur.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 23

Figuur 4.3: Stelling van Amsterdam Zuid (bron: Gebiedsanalyse kernkwaliteiten HW SvA Zuid) De Hollandse Waterlinies zijn uniek én zijn op een bijzondere manier verbonden aan het Nederlandse Landschap. De Hollandse Waterlinies worden gevormd door de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) en de Stelling van Amsterdam (SvA). De Stelling van Amsterdam werd tussen 1881 en 1914 aangelegd als een 135 kilometer lange waterlinie, gebaseerd op dezelfde defensieve principes (primair inundatie) als de NHW. De Stelling kreeg echter, in tegenstelling tot de NHW, geen min of meer lineaire vorm, maar werd aangelegd als een gesloten gordel rond de hoofdstad. De Stelling kwam op zo’n 15 - 20 kilometer afstand te liggen van de toenmalige bebouwde kom van Amsterdam. De bedoeling was dat de Stelling als ‘Nationaal Reduit’ zou fungeren: het laatste bastion van de landsverdediging waarin leger en regering zich konden terugtrekken. Bij de aanleg is gebruik gemaakt van het aanwezige landschap; onderdelen daarvan werden voor de linie ingezet. Zo kregen aanwezige dijken, die al eeuwenlang een waterstaatkundige functie hadden, tevens een defensieve functie. Datzelfde gold voor dijken van toen soms nog vrij recente droogmakerijen. Dijken van veenpolders en droogmakerijen gingen met elkaar de hoofdweerstandslijn van de linie vormen.

De hoofdweerstandslijn is de scheiding tussen de te verdedigen ‘veilige’ zijde en daarbuiten een ‘onveilige’ zijde van waar de vijand kwam. Landschap en linie werden doelbewust met elkaar verknoopt. Op enkele plekken kon de hoofdweerstandslijn niet via bestaande dijken lopen en werden specifiek voor de SvA liniewallen aangelegd. De langste is de Geniedijk door de Haarlemmermeerpolder. In deelgebied Stelling van Amsterdam Zuid werd een liniewal aangelegd tussen het Fort bij Nigtevecht en het Gein. Aan de buitenkant, de ‘onveilige’ zijde, kon bij een militaire dreiging het open agrarische land onder water gezet (geïnundeerd) worden. Ook dit agrarische land kreeg dus een defensieve nevenfunctie. Bovendien werden door de Kringenwet 1853 beperkingen opgelegd aan het ruimtegebruik in de ‘verboden kringen’ rond de forten van de Stelling. Zoals bij de NHW onderdelen van de Oude Hollandse Waterlinie werden hergebruikt, gebeurde dat bij de Stelling met eerdere werken van linies rond de hoofdstad. Een voorbeeld daarvan zijn de Batterijen aan het Gein, aangelegd in 1808 - 1810 ter afsluiting van het riviertje en de dijken erlangs. De verdedigingswerken hoorden bij een voorganger van de Stelling, de Posten van Krayenhoff (1804 - 1810). De beoogde ontwikkeling van natuur in het plangebied voorziet niet in ingrijpende wijzigingen in het landschap.

De verkaveling blijft ongewijzigd en er is geen sprake van negatieve effecten op forten of andere onderdelen van de Stelling van Amsterdam. De kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam Zuid worden niet aangetast. De beoogde ontwikkeling doet niet af aan de zichtbaarheid of beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam. Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 24

Conclusie De beoogde ontwikkeling staat de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam Zuid niet in de weg.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie Ronde Venen 2030 Gemeente De Ronde Venen beschikt nog niet over een omgevingsvisie. Op dit moment is de Structuurvisie Ronde Venen 2030, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 17 oktober 2013 (in combinatie met de Aanvulling Structruurvisie De Ronde Venen 2030 zoals vastgesteld op 29 september 2021) daarom leidend. In de Structuurvisie worden de hoofdzaken van het gemeentelijk ruimtelijk beleid en de voorgenomen ontwikkeling daarvan beschreven tot aan het jaar 2030. In de Structuurvisie wordt in gezet op de ligging van de gemeente: enerzijds in het Groene Hart en anderzijds in de Noordvleugel van de Randstad. In de Structuurvisie wordt ingezet op het uitbouwen en versterken van deze relaties en op het optimaliseren van de Ronde Venen als een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiegemeente. Deze visie is beeldend tot uiting gebracht in de visiekaart (zie onderstaande figuur).

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 25

Figuur 4.3: Visiekaart (bron: Structuurvisie Ronde Venen 2030) Relatie tot het plangebied Voor voorliggend TAM-omgevingsplan is in het bijzonder hoofdstuk 3 Landschap uit de Structuurvisie relevant. In dit hoofdstuk wordt het landelijk karakter van de gemeente benadrukt en wordt gesteld dat het landschap het uitgangspunt is voor de ontwikkelingen tot 2030. Bij ruimtelijke ontwikkelingen speelt de landschappelijke en cultuurhistorische context een nadrukkelijke rol en wordt er gezocht naar mogelijkheden om de verschillende functies elkaar op samenhangende wijze te laten versterken. In dit hoofdstuk worden een zestal onderwerpen nader besproken: Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 26

Landschappelijke kwaliteit: het beleid is er hierbij op gericht op de openheid en het schaalniveau te bewaren en karakteristieke elementen in het landschap - de randen en de bebouwingslinten - zichtbaar te houden. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan de landschappelijke kwaliteit, waarvoor in de Landschapsnota nadere handvatten worden aangerecht. Natuur: de bestaande natuur wordt beschermd en de biodiversiteit en ecologische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. Economische ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van natuur zijn onder voorwaarden mogelijk, waarbij er wordt gezocht naar maatwerkoplossingen die recht doen aan de belangen van zowel de ondernemer als de natuur. Landbouw: landbouw is de belangrijkste drager van het landschap. De landbouwsector krijgt binnen vastgestelde grenzen zoveel mogelijk ruimte v oor agrarische bedrijfsontwikkeling. Innovatie, verduurzaming en een verbrede, multifunctionele landbouw worden toegejuicht. Cultuurhistorie: de in de Ronde Venen aanwezige cultuurhistorische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. De gemeente zet in op het stimuleren van de beleefbaarheid van cultuurhistorische waarden. Het uitgangspunt bij ontwikkelingen is dat het aspect cultuurhistorie zorgvuldig wordt afgewogen en er wordt gezocht naar wederzijdse versterking.

Recreatie: het recreatieve potentieel van routes, plassen, verblijfsaccommodaties, de Stelling van Amsterdam en de weidse landschappen is ingrediënt voor 'branding' van de gemeente in de Metropool en de regio. Het recreatieve beleid richt zich op deze onderwerpen. Kernrandzones: de ruimtelijke kwaliteit rond de kernen wordt verbeterd en de recreatieve mogelijkheden versterkt. Door realisatie van natuur, groen, aanleg en beheer van recreatieve voorzieningen, wordt verrommeling tegengegaan en de recreatieve belevingswaarde bij de kernen versterkt. Incidenteel zijn gepaste 'rode ontwikkelingen' mogelijk. Het beoogde intiatief draagt bij aan versterking van natuur en behoud van ecologische waarden. Zoals reeds toegelicht blijven ook de aanwezige cultuurhistorische waarden behouden. De ontwikkeling staat de overige gemeentelijke ambities niet in de weg. Conclusie Dit TAM-omgevingsplan is in lijn met de gemeentelijke Structuurvisie Ronde Venen 2030. 4.3.2 Groenbeleidsplan De Ronde Venen 2017-2040 In het Groenbeleidsplan 2017 - 2040 geeft gemeente De Ronde Venen haar visie op het groen in de gemeente. Hierin geeft de gemeente antwoord op vragen als: Waaraan moet het groen voldoen? Hoe willen we dat het zich ontwikkelt? Wat zijn onze ambities? Het Groenbeleidsplan geeft aan langs welke lijnen gemeente de komende decennia met het groen in wil omgaan.

Om het groen in de Ronde Venen zo goed mogelijk te blijven ontwikkelen, inrichten, beheren en aan te sluiten bij nieuwe trends benoemt de gemeente samen met de adviesgroepen van de acht kernen de volgende algemene speerpunten: 1. Hoofd- en wijkgroenstructuur beschermen en versterken; 2. Hoge bomen waar het kan, kleine bomen waar het moet; 3. Versterken van biodiversiteit in de wijken/kernen; 4. Behouden en versterken van groene pareltjes; 5. Stimuleren van bewonersparticipatie in het groen; Relatie tot het plangebied In het groenbeleidsplan is ook de gemeentelijk visie voor beplantingen in het buitengebied toegelicht. Beplantingen markeren bepaalde dijken, veel wegen en linten, maar kan ook losse elementen betreffen. Ze structureren het landschap, laten zichtlijnen zien en zorgen voor perspectief. Daarmee dragen ze bij aan het ervaren van de openheid, een belangrijke waarde in het polderlandschap. In relatie tot de visie beplantingen buitengebied worden in het Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 27

Groenbeleidsplan diverse thema's nader toegelicht: openheid en beplantingen, Stelling van Amsterdam en lijnstructuren. Vervolgens worden wijzigingen op de beplantingsstructuur beschreven. In het deelgebied 'droogmakerijen' zijn enkele maatregelen voorzien en in dat kader wordt onder andere ingegaan op polder Groot Mijdrecht: "Elke droogmakerij heeft een eigen karakter, wat we ook zien in Groot Mijdrecht, waar de westelijke delen agrarisch gebied blijven. Het westelijk deel van Groot Mijdrecht Zuid is ook kernrandzone. De oostelijke delen van deze droogmakerij worden natuur. De natuurdoelen zijn gericht op soorten van moerasnatuur met moerasvogels, en is niet gericht op weidevogels." De beoogde ontwikkeling naar natuur in het plangebied maakt onderdeel uit van de bedoelde delen van de droogmakerij die worden ingericht als natuur. Voorliggend TAM-omgevingsplan geeft zodoende invulling aan de in het Groenbeleidsplan voorgestelde maatregelen. Conclusie Dit TAM-omgevingsplan is in lijn met het gemeentelijke Groenbeleidsplan De Ronde Venen 2017-2040. 4.3.3 Lokaal Hitteplan gemeente De Ronde Venen Tijdens hete perioden heeft een groot deel van de mensen last van hittestress. Hittestress leidt in sommige gevallen zelfs tot sterfte. Het CBS heeft berekend dat tijdens de hittegolven van 2019 en 2020 in Nederland ongeveer 400 mensen per week overleden. 75% was 80 jaar of ouder.

Dit komt onder andere doordat ouderen minder warmte en dorst voelen. Dit probleem wordt groter doordat het gemiddeld steeds warmer wordt. Daarom heeft de provincie Utrecht besloten om gemeenten te ondersteunen bij het opstellen van lokale hitteplannen. En zo ook gemeente De Ronde Venen. Hitteplannen helpen namelijk om het aantal slachtoffers te verminderen. In dit kader heeft de gemeente het Lokaal Hitteplan gemeente De Ronde Venen (Lokaal hitteplan 1.0 d.d. 14 februari 2023) vastgesteld. Het hoofddoel van het lokaal hitteplan is: het verkleinen van gezondheidsrisico's van kwetsbare ouderen bij aanhoudende hitte. Dit hoofddoel is uitgewerkt in de volgende doelen: Het voorkomen, beperken en aanpakken van gezondheids- en welzijnsproblemen, ziekte en sterfte van kwetsbare ouderen, en het bevorderen van hun zelfredzaamheid en samenredzaamheid tijdens periodes van hitte. Het beschrijven van rollen en taken voor gemeente, GGD en maatschappelijke organisaties voor als het Nationaal Hitteplan actief wordt. Zodat kwetsbare ouderen worden bereikt. Het bieden van een platform voor het delen van kennis en ervaringen van betrokken organisaties. Om de zorg voor kwetsbare ouderen tijdens hitte te verbeteren. Het tijdig nemen van passende maatregelen om de risico's voor de gezondheid van kwetsbare ouderen te verkleinen.

Het informeren van de kwetsbare ouderen en het vergroten van hun samen- of zelfredzaamheid. Relatie tot het plangebied In algemene zin heeft het aanleggen van natuur een positieve impact op de vermindering van hittestress Het aanleggen van meer natuur kan een aanzienlijke impact hebben in verkoeling. Toevoeging van groen en natuur kan helpen om de hoge temperaturen te verlagen. Planten verhogen de vochtigheid. Daarnaast blijkt uit verschillende onderzoeken dat groene plekken overdag koeler zijn dan gebieden zonder groen. Globaal genomen kan zodoende worden geconcludeerd dat de beoogde realisatie van natuur een positieve bijdrage kan leveren aan het voorkomen van gezondheids- en welzijnsproblemen tijdens periodes van hitte. Conclusie De beoogde ontwikkeling van natuur biedt kansen om een bijdrage te leveren aan het Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 28

voorkomen van hittestress. 4.3.4 Gezondheidsnota 2021-2024 De gezondheidsnota 2021-2025 van de gemeente De Ronde Venen richt zich op verschillende speerpunten om de gezondheid van de inwoners te bevorderen. Wat wil de gemeente bereiken? Door de vergrijzing neemt het aantal inwoners met een ziekte of aandoening toe, maar dat betekent niet dat zij daarmee beperkt of ongezond zijn. Gezondheid is het vermogen van inwoners om zich aan te passen en zelf regie te voeren. Gezond leven hebben inwoners dus zelf in de hand, op de plek waar ze wonen, werken en naar school gaan. De visie op gezondheid sluit hiermee ook goed aan op de visie uit de Maatschappelijke Agenda, waarbij ook zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de eigen kracht en potentie van inwoners. Visie In De Ronde Venen kan iedereen meedoen en zijn inwoners zoveel als mogelijk zelfredzaam. Inwoners kunnen hun leven zelf organiseren, onderhouden sociale contacten en zijn bij hun omgeving betrokken. Kwetsbare inwoners ontvangen tijdelijk of indien nodig permanente ondersteuning om mee te doen en zelfredzaam te zijn of te worden. Gemeente De Ronde Venen biedt inwoners de mogelijkheid om de juiste keuzes te maken om zich gezond te voelen en gezond te leven. Er ontstaat een samenleving waarin zelfredzaamheid, gemeenschapszin en participatie belangrijke waarden zijn.

Positieve gezondheid Als basis voor deze gezondheidsnota wordt uitgegaan van het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Hierin staat een brede kijk op gezondheid centraal. Gezondheid is zo veel meer dan de afwezigheid van ziekte.Deze brede positieve gezondheidsvisie is opgebouwd uit 6 dimensies die onderling met elkaar verbonden zijn. Ze bepalen samen in hoeverre iemand zich gezond voelt. Deze dimensies zijn: Lichaamsfuncties ("Ik voel me gezond en fit") Mentaal welbevinden ("Ik zit lekker in mijn vel") Zingeving ("Ik heb vertrouwen in mijn eigen toekomst") Kwaliteit van leven ("Ik geniet van mijn leven") Sociaal maatschappelijk participeren ("Ik doe mee en heb goed contact met andere mensen") Dagelijks leven ("Ik kan goed voor mezelf zorgen") Deze visie op gezondheid vraagt om een integrale aanpak, die gefocust is op het versterken van veerkracht, eigen regie en gezondheidsvaardigheden. Mensen zijn er in beginsel zelf verantwoordelijk voor. Gemeente de Ronde Venen ziet voor zichzelf een rol in het bijdragen om de gezonde keuze de makkelijke keuze te maken en de omgeving meer gezondheidsbevorderend in te richten.

Relatie tot het plangebied Gemeente de Ronde Venen wil inzetten op de volgende 3 ambities voor de lokale gezondheidsnota 2021-2025 van De Ronde Venen: Ambitie 1 Gezonde omgeving: een omgeving die ontmoeting, ontspanning en bewegen stimuleert; Ambitie 2 Gezonde leefstijl: gezond eten, meer bewegen en minder middelengebruik; Ambitie 3 Gezond ouder worden: participeren en veilig in en om het huis. In het kader van ambitie 1 'Gezonde leefomgeving' is het uitgangspunt dat de invloed van omgeving op gezondheid wordt benut. Hierbij wordt onder andere ingezet op een toegankelijke en uitnodigende omgeving waarin ontmoeten en bewegen worden gestimuleerd. Dit betekent onder meer: aantrekkelijk groen. De beoogde ontwikkeling, waarbij natuur wordt gerealiseerd, draagt hieraan bij. De beoogde natuurontwikkeling vindt plaats in het buitengebied, waar bewegen (zoals fietsen) al een uitnodigende activiteit is. Daarnaast heeft Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 29

veel groen om je heen zowel een positieve invloed op je stresslevel als op je beweeggedrag. Recreatie in het buitengebied kan bijdragen aan ontspanning en daarmee het welzijn van inwoners. Conclusie De beoogde ontwikkeling van natuur biedt kansen om een bijdrage te leveren aan positieve gezondheid. 4.3.5 Landschapsnota De Ronde Venen 2030 De Landschapsnota geeft invulling aan de ambitie van De Ronde Venen om een Groene Hart gemeente te zijn waar op een zorgvuldige manier ruimte wordt geboden voor ontwikkelingen terwijl landschappelijke kwaliteiten in stand gehouden en verstrekt worden. Het hoofddoel van de Landschapsnota is het creëren van een ruimtelijk toetsingskader voor een zorgvuldige afweging van ruimtelijke initiatieven met landschappelijke impact. Om dit doel te realiseren wordt gebruik gemaakt van een Landschapsbeleidskaart en - toets en een hier aan gerelateerde beschrijving van de kenmerken, waarden en ontwikkelingen van de deelgebieden van De Ronde Venen. Gebiedsprocessen, Het provinciale natuurbeheerplan heeft haar SNL-subsidiestelsel. Andere middelen lopen via het Gebiedsprogramma Utrecht-West 2012-2015. Dit programma heeft betrekking op gebiedsprocessen, plattelandsontwikkeling, water en boden, natuur, landbouw en recreatie. In De Ronde Venen spelen vier gebiedsprocessen waar het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) (voorheen: EHS) een belangrijke rol speelt.

Een van deze gebieden is Groot Mijdrecht Noordoost. In de Landschapsnota zijn, evenals in de Structuurvisie, de vastgelegde afspraken in het kader van deze gebiedsprocessen meegenomen. Relatie tot het plangebied De Deelgebiedenkaart verdeelt de gemeente in deelgebieden met vergelijkbare landschappelijke kenmerken. In de bijbehorende Deelgebiedbeschrijvingen is per deelgebied beschreven welke landschappelijke waarden en kenmerken aanwezig zijn. Het plangebied is gelegen in deelgebied 8: 'Droogmakerij: natuur'.

Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 30

Figuur 4.4 Uitsnede deelgebiedenkaart, plangebied gelegen in gebied 8 (bron: De Landschapsnota De Ronde Venen 2030) Hieronder zijn de landschappelijke waarden en kenmerken beschreven behorend bij het deelgebied 'Droogmakerij: natuur'. Droogmakerijen De grote variatie aan landgebruik (woongebieden, grasland, glastuinbouw, natuurontwikkeling, recreatie) geeft karakterverschillen per droogmakerij. De mate waarin Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 31

de rationele kavelstructuur (in vaste maten) nog aanwezig is, is één van deze verschillen. Behoud en versterking van deze rationele structuur wordt bij ontwikkelingen nagestreefd. Variaties in openheid door meer of minder grote hoeveelheid functies worden behouden en vormen een criterium bij ontwikkelingen (waaronder de keuzes voor wegbeplaning). Kreekruggen in de droogmakerijen zijn van grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde en worden beschermd. Natuur Bestaande natuur binnen het NNN en natuurwaarden buiten het NNN worden beschermd in het bestemmingsplan. Biodiversiteit en ecologische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. De beleidskaart in de Landschapsnota geeft geen inzicht in natuurwaarden. Natuur wordt pas bestemd als natuurgebied na daadwerkelijke inrichting als 'natuurgebied'. Natuur kan zowel door de overheid als door particulieren worden ingericht en beheerd. Natuurontwikkeling is zo veel mogelijk klimaatbestendig. Economische ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van natuur (onder voorwaarden) zijn mogelijk. Gezocht wordt naar maatwerkoplossingen die rercht doen aan zowel de ondernemer als de natuur. De lopende gebiedsprocessen zijn kaderstellend; de gemeente waarborgt dat inwoners goed betrokken worden bij gebiedsprocessen.

De bestaande en nieuwe natuur in het NNN beperkt zich tot de gebieden die écht noodzakelijk zijn voor het functioneren van het NNN. Contacten met de provincie hierover richten zich hierop. Natuurontwikkeling ondergaat een landschappelijke en cultuurhistorische toets. Het beheerplan Natura 2000 Botshol bevat een sociaaleconomische paragraaf, waarin aangegeven is wat de externe werking is en hoe daarmee wordt omgegaan. De gemeente is partner bij het opstellen van het beheerplan en zet zich er voor in dat de effecten van de externe werking zo veel mogelijk beperkt blijven. Het beheerplan brengt in beeld hoe doelen en soorten flora en fauna behouden kunnen blijven en verder ontwikkeld worden. Het beheerplan geeft speciale aandacht aan de waterproblematiek. De beoogde ontwikkeling, waarbij natuur wordt gerealiseerd past in de kenmerken behorend bij het deelgebied 'Droogmakerij: natuur'. Behoud en versterking van de rationele structuur wordt zo veel als mogelijk nagestreefd. Het plangebied van de beoogde ontwikkeling is grotendeels reeds ingericht als 'natuurgebied'. In Hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de landschappelijke inpassing van het plan. Conclusie De beoogde ontwikkeling van natuur sluit aan op de Landschapsnota De Ronde Venen 2030.

4.3.6 Water- en rioleringsplan De Ronde Venen 2023-2027 Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. In het Water- en Rioleringsplan (WRP) geeft de gemeente De Ronde Venen aan hoe zij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. De WRP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de gemeente De Ronde Venen, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en ingenieursbureau Sweco. Er zijn veel ontwikkelingen gaande binnen de rioleringszorg. Met dit WRP geeft de gemeente extra aandacht aan de volgende ontwikkelingen: Klimaatadaptatie Omgevingswet Integraal werken Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater Mees Ruimte & Milieu | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a GMNO bloemrijk grasland Pagina | 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15570830/1