6c RO TijdelijkeWoningen Concept 131020
Tekst van het document
Inhoudsopgave Inleiding......................................................................................................................................................... 3 Doel ........................................................................................................................................................... 4 Ligging plangebied .................................................................................................................................... 5 Vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ ................................................................................... 8
Beleid .......................................................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ............................................................................................................................................... 10 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ................................................................................. 10 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ...................................................................... 12 Luchthavenindelingbesluit Schiphol .................................................................................................. 13 Provinciaal beleid ................................................................................................................................... 16 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) ..................................................................................... 16 Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) ....................................................................................... 18 Ontwerp-Omgevingvisie provincie Utrecht ....................................................................................... 20 Ontwerp-Interim Omgevingverordening provincie Utrecht .............................................................
23 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................................... 24 Structuurvisie De Ronde Venen 2030 ................................................................................................ 24 Coalitieakkoord Verbinden, innovatief en ondernemend (april 2018) ............................................ 26 Programmabegroting 2021-2024 ....................................................................................................... 26 Project Spoedwoning (2015) .............................................................................................................. 27
Water .......................................................................................................................................................... 28
Milieu .......................................................................................................................................................... 29 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................. 29 Geluid ...................................................................................................................................................... 31 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................... 32 Stikstofdepositie ..................................................................................................................................... 34 Externe veiligheid ................................................................................................................................... 36 Bodem ..................................................................................................................................................... 39
Omgevingsaspecten.................................................................................................................................... 40 Flora en fauna ......................................................................................................................................... 40 Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................... 44
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
2
Concept 13 oktober 2020
Inleiding Het initiatief betreft het oprichten van 480 tijdelijke woningen op een perceel van ca. 4,5 hectare naast het Veenweidebad te Mijdrecht.
Afbeelding luchtfoto plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
3
Concept 13 oktober 2020
Doel Het plan behelst een omgevingsvergunning voor 480 (starters)woningen die snel gerealiseerd kunnen worden middels vergunningverlening via bijlage II, artikel 4 lid 11 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) via de zgn. kruimelgevalregeling. (met ingang van 1 november 2014 is het Besluit omgevingsrecht op een aantal onderdelen gewijzigd (Staatsblad 2014, nr. 333). Een van die onderdelen betreft het eenvoudiger en sneller kunnen vergunnen van tijdelijke bouwwerken of tijdelijk gebruik in strijd met een bestemmingsplan via de zgn. kruimelgevalregeling). Ingevolge artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht dient in een omgevingsvergunning voor het bouwen, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de wet, van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, te worden bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning aangegeven termijn van ten hoogste vijftien jaar verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld te hebben.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
4
Concept 13 oktober 2020
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen de rode contour van zowel de gemeentelijke als de provinciale structuurvisie. De begrenzing van het plangebied is, globaal gezien, ten zuiden van het bedrijventerrein van Mijdrecht (voormalige ‘Werkeiland) waar bedrijven in verschillende milieucategorieën en bedrijfswoningen in de nabije omgeving aanwezig zijn, ten westen van agrarisch gebied (Marickenland), ten oosten van het Veenweidebad, Optisport Health Club en Bowling Mijdrecht en ten noorden van de woonwijk Veenzijde IIIb. Een zestal bedrijfswoningen zijn direct grenzend aan het plangebied, op de tweede verdieping, aanwezig. Zie onderstaande afbeeldingen
Afbeelding bedrijfswoningen Vermogenweg, Mijdrecht.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
5
Concept 13 oktober 2020
Afbeelding bedrijfswoningen Vermogenweg, Mijdrecht. Er zijn totaal 8 bedrijfswoningen (kwetsbare objecten) aan de Vermogenweg te Mijdrecht (Vermogenweg 1, 5, 11, 19, 21, 23, 31 en nr. 33), in de nabije omgeving van het plangebied, aanwezig.
Planverbeelding Bedrijventerreinen Mijdrecht en Vinkeveen, vastgesteld 29 januari 2009 met daarop bedrijfswoningen aangeduidt
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
6
Concept 13 oktober 2020
In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Mijdrecht en Vinkeveen’ is een lijst van bedrijfswoningen naast bedrijven met milieucategorie 3.2 of hoger opgenomen. In deze lijst ontbreken de bedrijfswoningen op de Vermogenweg, hetgeen betekent dat er in de omgeving van de acht (8) bestaande bedrijfswoningen aan de Vermogenweg géén bedrijven met een milieucategorie 3.2 of hoger gevestigd zijn.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
7
Concept 13 oktober 2020
Vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’, dat op 21 feburari 2019 door de raad van gemeente De Ronde Venen is vastgesteld.
Afbeelding verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied-West
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
8
Concept 13 oktober 2020
De locatie heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden’. De gronden op de verbeelding aangewezen met deze bestemming zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. niet-grondgebonden agrarische bedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'niet grondgebonden'; c. glastuinbouwbedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'; d. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: e. extensief recreatief medegebruik; f. de volgende vormen van nevengebruik: 1. bestaande, legale nevenfuncties; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenfunctie nietgrondgebonden veehouderij': niet-grondgebonden veehouderij; 3. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal nachtverblijven': het genoemde aantal eenheden voor recreatief nachtverblijf; 4. ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf': een kinderdagverblijf; g. behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van: 1. openheid; 2. verkavelingspatronen; h. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - weidevogelkerngebied': tevens behoud, versterking en ontwikkeling van het weidevogelkerngebied; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen.
Het initiatief voor 480 woningen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Buitengebied-West.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
9
Concept 13 oktober 2020
Beleid Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en het is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het kabinet heeft acht ambities opgesteld voor 2040. Deze ambities zijn gebaseerd op verwachte ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteitsknelpunten. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Nederland hoort bij de top tien van meest concurrerende economieën ter wereld. De stedelijke regio’s hebben een aantrekkelijk vestigingsklimaat en zijn optimaal bereikbaar. De mainports Rotterdam en Schiphol, de kennisregio (brainport) Zuidoost-Nederland en de tuinbouwclusters (greenports) zijn goed verbonden met de rest van de wereld. Het vervoer over wegen, spoor, binnenvaart, zeehavens en luchthavens is op elkaar afgestemd en met de ruimtelijke ontwikkeling eromheen. Mensen en goederen zijn dan sneller op hun bestemming. De woon- en werklocaties in steden en dorpen sluiten aan op de vraag van mensen. Mensen wonen in een gezonde leefomgeving, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Nederland is ook blijvend beschermd tegen overstromingen en heeft voldoende zoetwater in droge perioden. Nederland behoudt cultuur en landschap die internationaal uniek zijn. Een natuurnetwerk houdt de flora- en faunasoorten in stand. De overgang naar duurzame mobiliteit is gevorderd. Dit betekent stillere, schonere, zuinigere en veiligere voertuigen. Nederland heeft een robuust internationaal energienetwerk en de overgang naar duurzame energiebronnen is vergevorderd
De bovengenoemde acht ambities zijn door het Rijk uitgewerkt in de volgende drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): ● ● ●
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
10
Concept 13 oktober 2020
Op basis van deze drie criteria heeft het Rijk de 13 nationale belangen geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief achterland-verbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kader voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en fauna soorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Een van de uitgangspunten van de Structuurvisie is decentralisatie. Het Rijk wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten letterlijk de ruimte geven om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Om dit te bereiken brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken (‘je gaat er over of niet’). Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Tevens werkt het Rijk aan eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het plan van 480 woningen tast de nationale belangen niet aan, en is een passende ontwikkeling binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
11
Concept 13 oktober 2020
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwijkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) rekening houden met het Barro. De Wet ruimtelijke ordening zoals die sedert 1 juli 2008 geldt, geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van bestemmingsplannen. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwijkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) rekening houden met het Barro, waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld. Het gaat dan niet alleen om procedurele regels, maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen gedefinieerd waarvoor het Rijk verantwoordelijkheid draagt. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd.
Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; • Rijksvaarwegen; • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; • Elektriciteitsvoorziening; • Ecologische hoofdstructuur; • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); • Veiligheid rond rijksvaarwegen; • Verstedelijking in het IJsselmeer; • Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het initiatief is in overeenstemming met het Barro.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
12
Concept 13 oktober 2020
Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het Luchthavenindelingbesluit (Lib) is een uitwerking van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart. Op 26 november 2002 is het Luchthavenindelingbesluit Schiphol vastgesteld, dat op 20 februari 2003 in werking is getreden, waarmee binnen een aangewezen ‘beperkingengebied’ beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven. Het besluit bevat in ieder geval regels omtrent beperking van: a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; c. de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; d. een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Het besluit tot wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van het luchthavengebied is op 1 juli 2014 in werking getreden (Staatsblad 2014, 193).
Het besluit tot wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van het beperkingengebied en de regels met het oog op de vliegveiligheid is op 3 november 2015 bekendgemaakt en met ingang van 4 november 2015 in werking getreden. Het besluit tot wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van de regels met het oog op de externe veiligheid en de geluidbelasting alsmede wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met een omissie is op 1 januari 2018 in werking getreden (Staatsblad 2017, 402). Met de wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van de regels met het oog op de externe veiligheid en de geluidsbelasting wordt beoogd om het aantal knelpunten te verminderen. Gemeenten krijgen meer eigen afwegingsruimte en daarmee eigen verantwoordelijkheid, door flexibilisering van de regels ten aanzien van binnenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij herstructurering van bestaand stedelijk gebied en herbouw van in een bepaald gebied reeds aanwezige of in het verleden aanwezige gebouwen. Voorts zijn de criteria waaraan een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar van de Minister om te mogen afwijken van het LIB werd getoetst zoveel mogelijk opgenomen in de regels van het besluit zelf.
Hierdoor hebben gemeenten deze verklaring niet meer nodig om positief te kunnen besluiten over een omgevingsvergunning. Het plangebied is gelegen in het beperkingengebied van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
13
Concept 13 oktober 2020
Afbeelding Luchthavenindelingbesluit Schiphol, bijlage 2 beperkingengebied De planlocatie valt binnen het beperkingengebied bebouwing van het Luchthavenbesluit Schiphol, gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 1 t/m 5 zijn aangewezen.
Afbeelding Luchthavenindelingbesluit Schiphol, bijlage 3 beperking bebouwing
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
14
Concept 13 oktober 2020
De planlocatie is gelegen buiten het beperkingengebied bebouwing zoals aangegegeven op kaart in bijlage 3 (beperking bebouwing) van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Op de planlocatie geldt een toetshoogte van 146 m NAP. Het initiatief is hiermee niet in strijd.
Afbeelding Luchthavenindelingbesluit (overzichtskaart)
Schiphol,
bijlage
4
maatgevende
kaart
toetshoogtes
Kortom, het initatief is in overeenstemming met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
15
Concept 13 oktober 2020
Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS)
Geconsolideerd 20-12-2018 (incl. herijking 2016 en 2e partiële herziening 2018) De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) omschrijft het provinciale ruimtelijk beleid.
Afbeelding Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, geconsolideerd 20-12-2018 In de structuurvisie is aangegeven welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort en hoe uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. Deels wordt uitvoering aan het beleid gegeven door de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) welke tegelijk met de PRS is opgesteld. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) staan de regels waar de gemeenten zich bij het maken van bestemmingsplannen aan moeten houden en het zorgt voor de doorwerking van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie naar de gemeenten.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
16
Concept 13 oktober 2020
De PRS is een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de PRS alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De planlocatie heeft de aanduiding ‘binnenstedelijke woningbouw’
Verbeelding Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS), kaart 8 wonen en werken Het provinciale beleid ten aanzien van ‘Binnenstedelijke woningbouw’ is als volgt: Beleid In ons ruimtelijk beleid maken we de hoofdkeuze om in te zetten op de binnenstedelijke ontwikkeling. Ons streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom vinden wij het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. Wij willen stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. Beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
17
Concept 13 oktober 2020
Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV)
Geconsolideerd 10-12-2018, (incl. herijking 2016, correctie en 2e partiële herziening 2018) De planlocatie is binnen de ‘rode contour’ van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) gelegen.
Verbeelding Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV)
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
18
Concept 13 oktober 2020
De planlocatie heeft de aanduiding ‘Stedelijk gebied’ op kaart 7 wonen en werken van de PRV.
Verbeelding Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), kaart 7 wonen en werken De provinciale regels inzake ‘Stedelijk gebied’ zijn als volgt: Artikel 4.1 Stedelijk gebied 1. Als ‘Stedelijk gebied’ wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart Wonen en werken. 2. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. 3. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
19
Concept 13 oktober 2020
Ontwerp-Omgevingvisie provincie Utrecht De Ontwerp Omgevingsvisie, de Ontwerp Interim Omgevingsverordening en het planMER liggen van 22 september t/m 2 november 2020 ter inzage Volgens de ontwerp-Omgevingsvisie is het nodig om tot 2040 in totaal nog ongeveer 145.000 woningen te bouwen, om volledig te voldoen aan de woningbehoefte. Een groot deel hiervan zal gerealiseerd worden via de nu bekende, bestaande woningbouwplannen. Maar er is volgens de provincie Utrecht ook nieuwe ruimte nodig. In het Ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie is aangegeven dat de woningen voor een groot deel binnen het bestaande stedelijke gebied (van steden en dorpen) via inbreiding en transformatie kunnen worden gerealiseerd. Onderhavig initiatief is gelegen binnen het bestaande stedelijk gebied cq rode contour van het ontwerp van de Omgevingsie provincie Utrecht.
Verbeelding ontwerp-Omgevingsie provincie utrecht De ambities van de provincie Utrecht ten aanzien van ‘Ruimte voor wonen en leven’ , zoals aangegeven in de ontwerp-omgevingsvisie, zijn als volgt: • 2040: een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon- en leefklimaat. • 2040: behoud en versterking van de inclusiviteit van de Utrechtse samenleving, zodat alle inwoners kunnen wonen, werken of ontmoeten waar en wanneer zij dat wensen.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
20
Concept 13 oktober 2020
•
•
•
2040: iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woonruimte. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment. 2040: behoud en versterking kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereikbare voorzieningen. 2040: Het realiseren van energieneutrale woningen of woonwijken (energieneutraal in 2040).
Woningbouwopgave Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal nog ongeveer 145.000 woningen te bouwen. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd door als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samen te werken. Als we ervan uitgaan dat de nu bekende bestaande woningbouwplannen allemaal worden gerealiseerd, moet nog nieuwe ruimte worden gezocht voor circa 56.000 woningen. Deze woningen kunnen voor een groot deel binnen het bestaande stedelijke gebied (van steden en dorpen) via inbreiding en transformatie worden gerealiseerd, maar niettemin verwacht de provincie Utrecht dat er op de langere termijn een of meer nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nodig zijn. Voor de locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen hanteert de provincie Utrecht de hiervoor aangegeven basisprincipes, maar daarnaast staat deze onder invloed van de effecten van klimaatverandering, van bereikbaarheid, van nabijheid van functies en behoud van de leefbaarheid, van behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, van behoud van biodiversiteit en van de energie-infrastructuur. Omdat er nu al spanning is op de woningmarkt, is het volgens de provincie noodzakelijk om de woningbouwproductie te versnellen. Naast voldoende woningen is de kwaliteit van de te bouwen woningen belangrijk.
De provincie Utrecht vindt dat een ieder in de provincie Utrecht een woning moet kunnen vinden die past bij de persoonlijke voorkeur, gezinssituatie en portemonnee. Omdat de koop- en huurprijzen van de bestaande woningvoorraad relatief hoog zijn, stuurt de provincie er op dat van de toe te voegen woningen ten minste 50 % moet worden gerealiseerd in de segmenten ‘middelduur’ en ‘sociaal’. Stedelijke kwaliteit Om te voldoen aan de ambitie van een energieneutrale provincie in 2040, is het uitgangspunt dat alle woningbouwplannen die worden gerealiseerd energieneutraal zullen zijn dan wel gebruik maken van duurzame vormen van energie. Hieraan zal onderhavig initiatief voldoen. Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het volgens de provincie zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. De provincie vraagt daarbij aandacht voor de wijze van verdichting. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan wonen en werken zal er moeten worden inspannen om in alle kernen, innovatiever en compacter te bouwen dan we tot nu toe gewend zijn. De mate van compactheid is afhankelijk van de locatie, en hangt ook af van hetgeen mogelijk is relatie tot onze opgaven en ambities op het gebied van onder andere binnenstedelijke kwaliteit, energieneutraliteit en gezondheid.
Bijvoorbeeld door in te zetten op hoogbouw en lagere parkeernormen komt er meer ruimte beschikbaar voor groen. De provincie zet in op een efficiënt gebruik van de ruimte, zodat het benodigde aantal extra hectares voor de woningbouwopgave zo veel mogelijk beperkt blijft.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
21
Concept 13 oktober 2020
daarbij aandacht voor de wijze van verdichting. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan wonen en werken zullen we ons moeten inspannen om in alle kernen, innovatiever en compacter te bouwen dan we tot nu toe gewend zijn. De mate van compactheid is afhankelijk van de locatie, en hangt ook af van hetgeen mogelijk is relatie tot onze opgaven en ambities op het gebied van onder andere binnenstedelijke kwaliteit, energieneutraliteit en gezondheid. Bijvoorbeeld door in te zetten op hoogbouw en lagere parkeernormen komt er meer ruimte beschikbaar voor groen. Wij zetten in op een efficiënt gebruik van de ruimte, zodat het benodigde aantal extra hectares voor de woningbouwopgave zo veel mogelijk beperkt blijft. Vitale kernen De provincie Utrecht benadrukt in de ontwerp-Omgevingsvisie dat in een aantal kernen in de provincie Utrecht de vitaliteit onder druk staat: er is sprake van vergrijzing en gezinsverdunning. Hierdoor dreigt het draagvlak voor voorzieningen en het verenigingsleven weg te vallen. Door middel van woningbouw voor specifieke doelgroepen willen gemeenten de vitaliteit van een aantal kernen behouden en versterken. Voor deze kernen geldt echter evenzeer dat primair wordt ingezet op binnenstedelijke (binnendorpse) ontwikkeling waarbij compacter en innovatiever zal moeten worden gebouwd dan tot nu toe gebruikelijk is.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
22
Concept 13 oktober 2020
Ontwerp-Interim Omgevingverordening provincie Utrecht De Ontwerp Omgevingsvisie, de Ontwerp Interim Omgevingsverordening en het planMER liggen van 22 september t/m 2 november 2020 ter inzage De planlocatie is ook binnen het stedelijk gebied cq rode contour van het ontwerp van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht gelegen.
Verbeelding ontwerp-Interim omgevingsverordening provincie Utrecht
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
23
Concept 13 oktober 2020
Gemeentelijk beleid Structuurvisie De Ronde Venen 2030 De Structuurvisie De Ronde Venen is op 17 oktober 2013 vastgesteld en heeft een looptijd tot 2030 en wordt in die periode tweemaal geëvalueerd en eventueel aangepast aan de actualiteit. In de Structuurvisie Ronde Venen 2030 worden de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen en de hoofdzaken van het gemeentelijk ruimtelijk beleid beschreven tot aan het jaar 2030 In de Structuurvisie wordt ingezet op de ligging van de gemeente: enerzijds in het Groene Hart en anderzijds in de Noordvleugel van de Randstad. In de Structuurvisie wordt ingezet op het uitbouwen en versterken van deze relaties en op het optimaliseren van de Ronde Venen als een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiegemeente. Deze visie is beeldend tot uiting gebracht in de visiekaart
Verbeelding Structuurvisie De Ronde Venen 2030, kaart 9 wonen De planlocatie heeft de aanduiding ‘Locatiekeuze bij Nieuwbouw’ op de kaart nr. 9 ‘Wonen’ van de ‘Structuurvisie De Ronde Venen 2030’.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
24
Concept 13 oktober 2020
Verbeelding Structuurvisie De Ronde Venen 2030, kaart 9 wonen Het gemeentelijk beleid ten aanzien van ‘Locatiekeuze bij Nieuwbouw’ is als volgt: 4.1.1 Locatiekeuze bij Nieuwbouw Beleid ● Bouwen binnen de rode contour, ofwel de grenzen van de kernen, is het uitgangspunt in De Ronde Venen: ○ Verdichten op inbreidingslocaties, ofwel bebouwen van onbebouwde ruimte binnen de rode contour, en meervoudig ruimtegebruik, ofwel het combineren van functies op één locatie. ○ Transformeren en herstructureren van wijken en gebieden die niet meer goed aan de woonwensen voldoen (herontwikkeling van bestaande bebouwde ruimte) ● Wanneer door bouwen binnen de rode contour de kwaliteit van de leefomgeving in het geding komt, terwijl wel sprake is van een aanzienlijke vraag, is bouwen buiten de contour, grenzend aan de kern in het landelijk gebied, mogelijk. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: ○ Beperkte omvang aan de randen van kernen en toevoegen van landschappelijke kwaliteit (zie ook ‘Kernrandzones’). ○ Grote nieuwbouwwijken zijn ongewenst. Uitbreiding moet passen bij het huidige dorpse karakter van de kernen in De Ronde Venen. Structuurvisie De Ronde Venen 2030 Het initiatief is passend in de rode contour binnen de kaart ‘Wonen’ van de Structuurvisie De Ronde Venen 2030.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
25
Concept 13 oktober 2020
Coalitieakkoord Verbinden, innovatief en ondernemend (april 2018) In het coalitieakkoord is aangegeven dat wij een gemeente zijn met een passend woningaanbod voor alle groepen. Senioren en jongeren hebben daarbij de specifieke aandacht. Woningen zijn zo veel mogelijk levensloopbestendig en duurzaam. Er wordt gestreefd naar een goed evenwicht tussen koop- en huurwoningen, en bij grote nieuwbouwprojecten is tot doel gesteld om 30 procent sociale huur- of sociale koopwoningen te realiseren. Hierbij dient eerst gekeken te worden naar de mogelijkheid van de kernrandzones, dan naar inbreidingslocaties en als laatste naar het verleggen van de rode contour. In het kader van duurzaamheid worden plannen zoals vastgelegd in het Spoorboek Klimaatneutraal 2040 ambitieus opgepakt. Ten aanzien van elektriciteit wordt vol ingezet op zonne-energie en starten een maatschappelijke discussie ten aanzien van windenergie. Nieuwe huizen worden zoveel mogelijk gebouwd als ‘0 op de meter’ woningen, of zijn in ieder geval gasloos.
Programmabegroting 2021-2024 In de Programmabegroting 2021-2024 is het volgende aangegeven:
B21 2.2 De woningvoorraad in De Ronde Venen moet betaalbaar, duurzaam, voldoende divers zijn en goed inzetbaar voor de diverse leeftijds- en doelgroepen Een gezonde groei is nodig om de vitaliteit van de gemeente te behouden. Dat doen we door het aantrekken van nieuwe (jonge) inwoners vanuit de regio. We zorgen dat onze oudere inwoners langer, veilig thuis kunnen blijven wonen. Met de focus op de lange termijn blijft de bouw van woningen onverminderd doorgaan. Om antwoord te geven op onze autonome groei tot 2040 is het doel om 2800 woningen te bouwen. De gewenste bouw van 2000 extra woningen tot 2040 voor de regio draagt bij aan de instandhouding van voorzieningen in onze dorpen. Acties: 2.02.1 Realiseren van 30% sociale huur bij nieuwbouw Bij nieuwbouwprojecten eisen we 30% bouw voor de sociale huursector (tot 737 euro). Hiervoor is de woonvisie aangepast. Zo hebben onze inwoners met een laag inkomen meer kans op een betaalbare woning. Daarnaast zetten we in op de realisatie van middel dure huur door bij projecten met meer dan 50 woningen een minimum van 15% middel dure huur als uitgangspunt te nemen. GroenWest is hierbij een belangrijke partner. In 2021 werken wij nauw samen om dit te realiseren. 2.02.2 Ontwikkeling woningbouwlocaties conform de Ruimtelijke verkenning wonen Bij de gewenste versnelling van woningbouwprojecten is een toekomstgerichte blik nodig.
De bouw van woningen gaat in 2021 onverminderd en met hetzelfde tempo door. Dit is nodig om antwoord te bieden
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
26
Concept 13 oktober 2020
op de verwachte en gewenste groei binnen onze gemeente. De Woonvisie 2025 en de Woonstrategie van de Ruimtelijke Verkenning zijn hiervoor leidend. Volgens het afwegingskader wegen en prioriteren we de potentiële woningbouwprojecten en –locaties. Om zo efficiënt mogelijk om te gaan met de ambtelijke capaciteit zetten we in op deze meest harde en haalbare plannen. Tegelijkertijd wordt in 2021 aan het ruimtelijk perspectief 2040 voor onze gemeente gewerkt waarin we de mogelijkheden onderzoeken om onze woningbouwambitie, in samenhang met andere ruimtelijke aspecten zoals bijvoorbeeld mobiliteit, energie en natuur te realiseren. 2.02.3 Vereveningsfonds sociale woningbouw De haalbaarheid van een vereveningsfonds sociale woningbouw wordt onderzocht. Daarmee is het mogelijk om het verplichte aandeel sociale huurwoningen financieel te compenseren in een aantal uitzonderingsgevallen. Met de middelen in het fonds kunnen elders in onze gemeente sociale huurwoningen worden gerealiseerd. We streven in 2021 naar een volledig functionerend fonds.
Project Spoedwoning (2015) Het project Spoedwoning uit 2015 richt zich op het realiseren van huisvestingsmogelijkheden voor vergunninghouders en reguliere starters (en andere woningzoekenden) met als doel de druk op de lokale woningvoorraad weg te nemen. Aanvankelijk onderzocht gemeente De Ronde Venen de haalbaarheid van deze huisvestingsmogelijkheden op vijf locaties, te weten: Stationslocatie te Mijdrecht, Amstelkade 63-65 te Amstelhoek, restlocatie Grutto (Zwaluw blok C) te Mijdrecht, gebouwlocaties Raadhuislaan te Mijdrecht en de dislocatie PMG te Abcoude. De onderzoeken waren gericht op technische en financiële haalbaarheid en op het draagvlak onder inwoners. Uit het haalbaarheidsonderzoek bleek dat de locaties Raadhuislaan en dislocatie PMP niet geschikt waren voor het project Spoedwoning. Op 6 juli 2016 heeft de raad van gemeente De Ronde Venen kaders voor het project Spoedwoning vastgesteld. Uitgangspunt voor woonruimte is het realiseren van permanente woningen, met tijdelijke woonruimte als optie als permanente woonruimte niet realiseerbaar blijkt te zijn. Onderhavig initiatief is in overeenstemming met dit uitgangspunt.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
27
Concept 13 oktober 2020
Water P.M.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
28
Concept 13 oktober 2020
Milieu Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen (blijven) uitoefenen. Beleid en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling van gevoelige functies ter plaatse, zoals woningen, en of ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is gebruik gemaakt van de zogenaamde Staat van bedrijfsactiviteiten die is gebaseerd op de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” (VNG 2009). In deze uitgave wordt per bedrijfssoort aangegeven welke milieu-invloed kan uitgaan van een bepaald type bedrijvigheid. Ruimtelijk relevant (uitgedrukt in richtafstanden/hinderzones) zijn daarin de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste richtafstand bepaalt daarbij uiteindelijk in welke van de categorieën een bedrijfssoort is ingedeeld. Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand.
Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via een vergunning mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. De in de Handreiking Bedrijven en milieuzonering genoemde afstanden zijn naast de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-brochure wordt het omgevingstype "gemengd gebied" als volgt omschreven: "Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend."
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
29
Concept 13 oktober 2020
Ten noorden van het plangebied ligt het bedrijventerrein van Mijdrecht, waar bedrijven in verschillende milieucategorieën en reeds een achttal bedrijfswoningen aanwezig zijn. Ten westen van het plangebied zijn een zwembad met sportschool en bowlingcentrum gevestigd. Ten zuidoosten is een hoveniersbedrijf en woning met kapsalon aanwezig. Gelet op het gestelde in de VNG-uitgave is er sprake van gemengd gebied. De gevoeligheid van een gebied voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Wanneer er sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden met 1 afstandstap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. De richtafstand van 50 meter voor een bedrijf in milieucategorie 3.1 kan dan bijvoorbeeld worden verkleind van 50 naar 30 meter. De volgende bedrijven en/of activiteiten zijn aanwezig in de buurt van het plangebied: Bedrijf/activiteit Bedrijfsunits met bedrijfswoningen Brouwer Transport B.V. Veenweidebad
Adres
Vermogenweg 1 t/m 9 Vermogeneweg 8, Mijdrecht Ontspanningsweg 1, Mijdrecht Optisport Health Ontspanningsweg Club 1, Mijdrecht Bowling Mijdrecht Ontspanningsweg 1A, Mijdrecht Van Eekelen Mijdrechtse Landscaping Dwarsweg 38a, Wilnis Haarsalon Nicoline Mijdrechtse Dwarsweg 38, Wilnis
SBI2008
Milieu cat. 1-2
Minimale gewenste afstand
494
3.2
50 meter (VNG-uitgave)
931
3.1
30 meter (VNG-uitgave)
9313, 9604 931
2
10 meter (VNG-uitgave)
2
10 meter (VNG-uitgave)
016
3.1
30 meter (VNG-uitgave)
9602
2
10 meter (VNG-uitgave)
10 meter
Aan de richtafstanden omgevingstype gemengd gebied, gebaseerd op de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” (VNG 2009), zal worden voldaan.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
30
Concept 13 oktober 2020
Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat er akoestisch onderzoek verricht dient te worden indien er sprake is van een ruimtelijke procedure volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor: 1. nieuwe infrastructuur; 2. nieuwe geluidsgevoelige functies. Dit om te kunnen beoordelen of aan de normen van de Wet geluidhinder kan worden voldaan. Met dit initiatief worden nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen) mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek: PM Railverkeer Op grond van artikel 1 Wgh hebben spoorwegen een zone. Het plangebied ligt ver buiten een zone van een spoorweg (de dichtstbijzijnde spoorlijn ligt tussen Breukelen en Abcoude). Spoorwegverkeerslawaai is daarom niet relevant voor het plangebied.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
31
Concept 13 oktober 2020
Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vanaf 15 november 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit van november 2005 (Blk 2005). De wet is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: 1. Negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; 2. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes, lood, koolmonoxide en benzeen. Van deze grenswaarden mag niet worden afgeweken. De plandrempels zijn voor de jaren 2007 tot en met 2010 voor alle stoffen, behalve stikstofdioxide, gelijk aan de grenswaarden. Verder is er met deze wet een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (afgekort NSL) opgesteld. Een belangrijk verschil met de vervallen Blk 2005 is dat de huidige regelgeving geen directe en harde koppeling meer kent tussen besluiten en grenswaarden. Deze is vervangen door een meer flexibele toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit.
Eén van de elementen daarvan is dat projecten die ‘niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, niet meer afzonderlijk getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Voor projecten die wél in betekenende mate bijdragen aan de concentraties is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Artikel 5.16 Wm (eerste) lid geeft aan hoe en onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (opgesomd in het tweede lid) kunnen uitoefenen in relatie tot luchtkwaliteitseisen. Als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde’ b. een project leidt –al dan niet per saldo- niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit c. een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de concentratie van een stof; d. een project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen AMvB en Regeling niet in betekende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.
Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
32
Concept 13 oktober 2020
NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Bij de NIBM-toets gaat het om de toename van de luchtverontreiniging als gevolg van het project, afgezet tegen de autonome ontwikkeling. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: a. motiveren dat een project binnen de getalsmatige grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. Dit volgt uit artikel 4, eerste lid, van het Besluit NIBM. b. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 1% of 3% grens niet overschrijdt. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Ook als een project niet past binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aannemelijk te maken, dat de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’ (luchtkwaliteitseisen) is aangegeven dat de invloed van een woonwijk met 1.500 woningen en kantoorlocaties met 100.000 m² bruto vloeroppervlakte binnen de 3% grens valt en dus voldoet aan het begrip NIBM.
Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Doordat met de bouw van maximaal 480 woningen de 3% grens naar verwachting niet overschreden zal worden, is sprake van een NIBM-project.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
33
Concept 13 oktober 2020
Stikstofdepositie Sinds tientallen jaren is er binnen Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden) aanwezig, wat schadelijke gevolgen heeft voor deze specifieke gebieden. Sinds de Natuurbeschermingswet 1998 dient inzichtelijk te worden gemaakt of nieuwe economische activiteiten (of uitbreiding van bestaande) in en rond Natura 2000-gebieden een (significant) effect hebben op de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de “Botshol” op een afstand van ca. 4,5 km. Uit raadpleging van de Atlas Leefomgeving blijkt dat het plangebied ten aanzien van stikstof (NO2) is te classificeren als 'goed' (25-30 ug/m³).
Afbeelding Atlas Leefomgeving, Actuele stikstofdioxide (NO2) concentratie in Nederland Het Adviescollege Stikstofproblematiek onder leiding van oud-minister Johan van Remkes is van mening dat modulair, energieneutraal, circulair en natuurinclusief bouwen de toekomst heeft. Zeker wanneer gekoppeld aan een beter gebruik van innovatieve technieken en materialen. Modulair bouwen, dat grotendeels in de fabriek plaatsvindt, is een goede manier om duurzamer te bouwen. Bij dit type bouwen moeten alleen de modules nog in elkaar gezet worden op de planlocatie. Hogere productiviteit met modulair bouwen Bouwen met modules levert voor de bouw een belangrijke productiviteitswinst op. In een recentelijke rapportage over modulaire bouw (2019) geeft adviesbureau McKinsey aan dat bij modulaire bouw 80 procent van de arbeid kan worden verplaatst van de bouwplaats naar de fabriekshal. De overgebleven 20 procent van de arbeid is op de bouwplaats nodig om de modules om hun plek te krijgen. Het deel van de bouw dat in de fabriekshal plaatsvindt, is zonder veel te automatiseren of te mechaniseren twee keer zo
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
34
Concept 13 oktober 2020
productief dan de bouw op een conventionele bouwplaats. Per saldo levert modulair bouwen dus een totale productiviteitswinst op van 80 procent. Aanlegfase Tegelijkertijd zorgt modulaire bouw, dat hoofdzakelijk in een fabriek onder gecontroleerde omstandigheden plaatsvindt, óók voor een veel lagere uitstoot van stikstof en CO2 tijdens de aanlegfase, doordat minder op de planlocatie wordt vervaardigd en minder transportbewegingen nodig zijn. Op de planlocatie worden de units aan elkaar gebouwd. Daarnaast bestaan de modulaire woningen voornamelijk uit hout, hetgeen een lichte bouwwijze is waardoor een lichtere fundering volstaat, en veel minder uitstoot door vracht- en bouwverkeer geeft. Het zoveel mogelijk prefabriceren van de units zorgt ervoor dat de colonne aan bestelbusjes van onderaannemers naar de bouwplaats flink beperkt blijft. Complete units inclusief wanden, vloeren, leidingen en afwerking worden in de assemblagefabriek gemonteerd. De modulaire woningen bestaan uit massief houten wanden, vloer en plafond. Hout geeft geen CO2 emissie bij productie, bovendien slaat hout CO2 op bij de groei en dat maakt het CO2 positief. Andere voordelen van deze wijze van duurzaam bouwen zijn de flexibiliteit en de snelheid. Voor de bouw van de woningen ontstaat er stikstofemissie bij de grondverzetwerkzaamheden en de aanvoer van materialen.
Hiervoor kan gebruikt worden gemaakt van voornamelijk elektrische machines. De woningen worden modulair (prefab) gebouwd, en grotendeels in de fabriek gebouwd, dus de bouwtijd op de planlocatie is maar heel kort, waarbij er wordt gewerkt met moderne machines en apparatuur. De stofstikstofuitstoot op de planlocatie is derhalve gering. Gebruikersfase Verwarming van de woningen is niet vaak nodig omdat de woningen bijna energieneutraal en daarom heel erg goed geïsoleerd zijn. De woningen worden zonder gasaansluiting uitgevoerd, als noodverwarming wordt er elektrische vloerverwarming in de keuken, woonkamer en slaapkamer geplaatst welke per ruimte regelbaar is. De woningen worden gasloos en zullen daardoor geen emissie van stikstof tot gevolg hebben. Wel kan het verkeer van en naar de woningen in de gebruiksfase stikstofemissie veroorzaken. De drempelwaarde voor stikstofdepositie is 0. Met de bouw en het gebruik van de woningen, en het beëindigen van agrarische activiteiten ter plaatse, zal de drempelwaarde naar verwachting niet overschreden worden. Aerius-onderzoek: P.M.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
35
Concept 13 oktober 2020
Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.). Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.
Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels restaurants. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan is bekeken of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.
Risicokaart Om te bepalen of in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. De navolgende kaart betreft een uitsnede hiervan en geeft de situatie nabij het plangebied. Onderhavig perceel is niet gelegen binnen de risicocontour van risicovolle bedrijven en/of activiteiten.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
36
Concept 13 oktober 2020
Afbeelding Risicokaart
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
37
Concept 13 oktober 2020
Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving twee relevante risicobronnen aanwezig zijn, Brouwer Transport B.V. op de locatie Vermogenweg 2 te Mijdrecht en het Veenweidebad op de locatie Ontspanningsweg 1 te Mijdrecht. In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Mijdrecht en Vinkeveen’ is o.a. het volgende genoemd m.b.t. het plaatsgebonden risico en groepsrisico bij Brouwer Transport B.V.: Brouwer Transport B.V., Vermogenweg 8 te Mijdrecht Het transportbedrijf Brouwer krijgt in de loop van 2008 een nieuwe locatie aan de Vermogenweg aan de rand van het bedrijventerrein Mijdrecht. Op deze nieuwe locatie zal sprake zijn van de opslag van gevaarlijke stoffen. Het bedrijf heeft daarom onderzoek laten verrichten naar de risico’s voor de omgeving (Onderzoek externe veiligheid Brouwer Transport BV, rapport I.2007.1015.00.R004). Hiervoor zijn de relevante risicoafstanden en invloedsgebieden vanaf de opslagplaats bepaald. Ook heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van objecten binnen deze risicoafstanden en invloedsgebieden conform de Revi-systematiek. Ten slotte is er getoetst aan de normstelling voor de kwetsbare objecten binnen deze afstanden.
Plaatsgebonden risico in het bestemmingsplan Voor het plaatsgebonden risico wordt de richtlijn gehanteerd dat de kans op overlijden van een persoon die zich continu in de omgeving van de opslagplaats bevindt, kleiner dan 10-6 is. Nieuwe kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten dienen daarom op een minimale afstand van 50 meter van de opslagplaats te staan. Voor kwetsbare objecten gaat het om een grenswaarde en bij beperkt kwetsbare objecten om een richtwaarde, waarvan alleen bij gewichtige redenen kan worden afgeweken. Binnen een zone van 50 m vanaf de opslagplaats zijn geen kwetsbare en geen beperkt kwetsbare objecten aanwezig. Groepsrisico in het bestemmingsplan Volgens het Revi geldt dat de zone op een afstand van 300 m vanaf de opslagplaats valt onder het invloedsgebied van het groepsrisico. De hoogte van het groepsrisico wordt bepaald door het aantal aanwezigen in dat gebied. Rekening houdend met de maximaal mogelijke ontwikkelingen in het gebied komt het aantal personen dat zich in het invloedsgebied zou kunnen bevinden op 955,4. De grenswaarde ligt op 11.415, waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de normen voor het groepsrisico. De afstand van de grens van de opslagplaats tot het plangebied is zo’n 240 meter.
De woningen zullen niet direct op de grens van het plangebied gebouwd worden, derhalve zal ook ruimschoots worden voldaan aan de normen van het groepsrisico.
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
38
Concept 13 oktober 2020
Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Het doel van de Wet Bodembescherming is het behoud en de verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. In geval van graafwerkzaamheden is een bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of eventuele vervuilde grond gesaneerd dient te worden. Doordat met dit inititiatief nieuwe functies mogelijk wordt gemaakt zijn er consequenties vanuit de Wet Bodembescherming. Verkennend bodemonderzoek: PM
Project 480 woningen Naast Veenweidebad
39
Concept 13 oktober 2020
Omgevingsaspecten Flora en fauna Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Nederlandse natuurwetgeving bestaat uit 3 onderdelen, te weten: - soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet) - bescherming van houtopstanden (voormalige Boswet) - gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming komen vrijwel alle verantwoordelijkheden bij de provincies te liggen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. Soortbescherming Alle inheemse flora en fauna zijn in Nederland beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor álle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde planten- en diersoorten is toetsing aan de soortbescherming noodzakelijk. Bescherming van houtopstanden In het plangebied is geen sprake van een houtopstand, derhalve is toetsing van de herontwikkeling aan bescherming van houdopstanden niet noodzakelijk. Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening.