26-05-2021 inspraakavond Zon en Wind
Tekst van het document
POSTADRES
BEZOEKADRES
Postbus 250
T
0297 29 16 16
3640 AG Mijdrecht
F
0297 28 42 81
Croonstadtlaan 111
E
gemeente@derondevenen.nl
3641 AL Mijdrecht
I
www.derondevenen.nl
Vergadering inspraakavond Zon en Wind Datum:
25 en 26 mei 2021
Tijd:
19:30 uur
Plaats:
Digitaal via Teams
Registratienummer: Voorzitter:
Mevrouw S. Borgstede
Griffier:
Mevrouw J. Jonker
Raadsleden:
Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), de heer C.W. Brouwer (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer E.A. Dohle (VVD), de heer M.B.M. van Dijkman (VVD), de heer R. Evers (VVD), de heer A.J.C. Goldhoorn (Ronde Venen Belang), de heer H.J. van der Greft (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA/GroenLinks), de heer A.P.M. Luijben (Seniorenpartij), de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)
Meesprekers:
Zie toegevoegde lijsten
Wethouders:
Geen
Ambtenaren:
Geen
Notulist:
De heer H.C. Meinhardt
Notulen 1.
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal inspreken, worden de aandacht van de deelnemers gebracht. Vervolgens wordt de inspraakprocedure uitgelegd. Vooral wordt er goed gelet op de inspreektijd van vijf minuten in verband met het grote aantal insprekers. Na de inbreng van de insprekers kunnen de commissieleden verduidelijkingsvragen stellen. In principe is er afgesproken om de avond om 23.00 uur te beëindigen. Kortom, iedereen moet op de tijd letten. Vervolgens geeft de voorzitter aan dat de insprekers zijn of haar bijdrage naar de griffie kan sturen. Die bijdragen worden dan aan de stukken toegevoegd. Deze uitnodiging om de inbreng naar de griffie te sturen wordt tijdens de inspraak regelmatig herhaald.
1
2.
Inspreken op 25 en 26 mei bij zoekgebieden Zon en Wind
2a.
Inspreken op 25 mei De heer Boontje geeft aan dat dat zowel Energiek Baambrugge als Dorpsbelangen Baambrugge weten dat men iets moet met de energietransitie. Er moeten oplossingen komen om de klimaatverandering tegen te gaan. Daarbij is het van belang gezamenlijk te kijken naar de belangen van zowel de agrariërs als de natuur en de cultuurhistorische waarden zoals het Angstellandschap. Men heeft een eigen bedacht plan opgesteld. Dat is in een dorpsberaad besproken. Daarbij waren ook de wethouders aanwezig. Men heeft het mandaat van het dorp gekregen. In het nu voorliggende raadsvoorstel ligt er een plan. Daarover heeft men in Baambrugge zorgen. Die zorg is kenbaar gemaakt bij B&W en bij de fracties. Het eigen plan vanuit het dorp is alleen uitvoerbaar als de kaders duidelijk zijn, er een reële opgave ligt en als het een lokaal initiatief kan zijn. De kaders zijn nu niet duidelijk, omdat er grote zoekgebieden zijn gehanteerd. Dat betekent dat er minder draagvlak is. In een groot gebied kunnen ook andere initiatiefnemers optreden dan alleen het dorpsinitiatief. Baambrugge vraagt om de stroomrug en de buitenplaats zone langs de Angstel uit te sluiten als zoekgebied. De opgaven moet reëel zijn. Op dit moment is dat voor Baambrugge niet het geval. Men wordt geconfronteerd met twee zoekgebieden. Die gebieden moeten een derde van de opgave tot stand brengen.
Daarmee zou Baambrugge een onevenredig groot deel binnen de gemeente moeten leveren. Bijdragen wil men wel, maar niet in deze omvang. Baambrugge krijgt in het voorstel een driemaal hogere opdracht dan de ruime variant in de beleidsnota. Het pleidooi is om de eigen beleidsnota te hanteren met realistische kaders. Spreker bepleit voorrang voor de lokale initiatieven boven andere initiatiefnemers. Wanneer een lokaal initiatief geen voorrang en mandaat krijgt van de gemeente, dan zullen commerciële initiatieven de lokale in de hoek drukken. De grote initiatiefnemers proberen nu al via veel boeren voor veel geld een positie te verwerven. Wanneer het lokale initiatief met een goed plan komt, dan zou het gebied gesloten moeten worden voor de commerciëlen. Ten slotte, het verzoek om de leges aan te passen, om het lokale initiatief mogelijk te maken. Kortom, het kan anders. De corporatie in Baambrugge is in oprichting. Men is druk bezig. Echter, het moet wel mogelijk gemaakt worden. Spreker roept B&W en de raad op nog eens kritisch naar het plan te kijken en vooral naar de brief van 6 april 2021. De heer Brouwer heeft een vraag over het gebied Angstel West en de minimale en maximale opgave die in het gebied te halen is.
Wanneer de buitenplaats zone in het gebied wordt uitgesloten, is dan de minimale opbrengst in het gebied nog haalbaar? De heer Boontje geeft aan dat, wanneer de zone wordt uitgesloten, dan moet de minimale opgave naar rato worden bijgesteld. Dan blijft er nog een forse opgave voor het gebied over. Men denkt dat het haalbaar is, maar men wil wel dat er wat breder wordt gekeken, omdat de opgave voor het gebied nogal belastend is. Men zou daarvoor ook naar Geingebied Zuid kunnen kijken.
2
De heer Brouwer vraagt of het bekend is dat Angstel West in de tweede serie zit. Men heeft het nu over de eerste serie. Dit is de heer Boontje bekend. De heer Klijn vraagt of de heer Boontje vindt dat de inwoners van Baambrugge voldoende bij het proces betrokken zijn. Of had de inspreker dit graag op een andere manier gezien? De heer Boontje denkt dat de Baambruggers voldoende betrokken zijn. Dat is al gebleken uit het gehouden digitale dorpsberaad. Men wil wel meedoen en bijdragen, maar op een realistische basis. Binnenkort komt er weer zo’n beraad om de plannen die men heeft aan de bewoners voor te leggen. De heer Luijben heeft horen zeggen dat de legeskosten bij een lokaal initiatief kunnen oplopen tot 450.000 euro, terwijl de werkelijke kosten voor de gemeente 10.000 euro zouden zijn. Graag een toelichting hierop? De heer Boontje geeft aan dat, wanneer men kijkt naar het legesbeleid van de gemeente en men berekent wat die aanvraag kost, men dan uitkomt op 450.000 euro. Dat bedrag moet een lokaal initiatief wel eerst zien in te zamelen voordat men een vergunningaanvraag kan indienen. Dat bedrag wordt pas verzilverd wanneer het project gaat draaien. Op dit punt hebben grote commerciële partijen sowieso een voorsprong. Op verschillende plaatsen in het land heeft men het legesbeleid op dit punt aangepast. Rond de 10.000 euro gefixeerd.
De heer Kroon is een voorstander van een lokaal initiatief. Een goed uitgangspunt voor het gebiedsproces. Aangegeven is dat er in Baambrugge al een plan ligt. Kan men daar iets meer over zeggen? De heer Boontje vindt het te ver gaan om op de inspreekavond plannen al te ontvouwen. Het gaat nu om rudimentaire plannen, die men eerst nog moet berekenen op basis van de uiteindelijke opgave. Echter, men is al aan het verkennen en men ziet mogelijkheden. Maar niet op basis van de voorliggende dubbele opgave. De voorzitter dankt de inspreker voor zijn bijdrage en kondigt de volgende inspreker aan. De heer Wiegel is inwoner van Abcoudemeer. Spreker doet een beklemmende beroep op B&W en de raad om bij de besluitvorming naar de middellange en lange termijn te kijken. De beslissingen hebben een grote invloed op de toekomst van alle inwoners. Zadel ze niet op met de invloed op het milieu van de huidige plannen om overal windmolens neer te zetten. Tal van onderzoeken hebben aangetoond en zullen nog aantonen dat de schade hiervan voor mens en milieu enorm is. Aan de hand van de onderzoeken zullen diverse partijen de plannen gaan aanvechten tot het Europese Hof. De Raad van State heeft in december 2020 de Europese richtlijn 2002/42 van toepassing verklaard. Daar gaan de voorliggende plannen tegenin.
Door het kiezen van windmolens en zonnevelden in woon- en natuurgebieden verzaakt de gemeente haar verantwoordelijkheid op het gebied van welzijn, gezondheid en woongenot van de burgers. Windmolens horen niet op stedelijk land thuis. Eventueel op zee. Er zijn betere alternatieven. Het is haast misdadig om de kostbare ruimte, hard nodig voor woningen en 3
natuur, op te offeren aan windmolen en zonnevelden. Daarbij komt dat windmolens op land niet rendabel zijn. De capaciteit is te laag en ze staan met een zekere regelmaat stil. Alleen door subsidie zijn ze rendabel. Bovendien hebben burgers liever windmolens op ze dan op land. Spreker vraagt dringend om te kijken naar alternatieve oplossingen. Die oplossingen zijn op korte termijn beschikbaar. Nu windmolens plaatsen is kapitaalvernietiging. De wieken kunnen niet gerecycled worden. Die worden ondergronds opgeslagen. Dat is dus niet circulair. Alternatieven zijn naast kernenergie wiekloze windmolens en warmteopslag in basaltblokken. Dit laatste is volledig CO2-neutraal. Zet de agenda niet op 2040. Maak de datum niet heilig. Want dan kunnen resultaten van ontwikkelingen niet of te weinig toegepast worden. Neem zelf verantwoordelijkheid voor de toekomst op basis van de goede informatie. Spreker wenst de raad veel wijsheid toe en roept op om goed naar de burgers te luisteren. De heer Brunia heeft de ingestuurde inbreng gelezen en ook over de daarin genoemde oplossingen. Wat verbaast, is dat de heer Wiegel het heeft over oplossingen op korte termijn. Alle oplossingen zitten nog in een ontwikkelstadium. Voordat ze toepasbaar zijn, is men vermoedelijk tien jaar verder. Wat moet men dan in die tien jaar doen? De heer Wiegel denkt dat de ontwikkeling sneller gaat.
Warmteopslag in basalt wordt al toegepast. Wiekloze molens zijn in Spanje al op kleine schaal toegepast. Men moet wel willen investeren. Men moet vernieuwingen en ontwikkelingen benutten in plaats van een datum heilig te maken. De heer Brouwer heeft de inspreker niet horen praten over zon. Hoe kijkt men daar tegenaan? De heer Wiegel geeft aan dat men alle plekken die beschikbaar zijn moet voorzien van zonnepanelen. Spreker is tegen het plaatsen van zonnepanelen op weilanden en in natuurgebieden. Dat is ook in strijd met het streven de CO-uitstaat te willen verminderen. De heer Dull spreekt namens de stichting De Bovenlanden. De stichting beheert een tiental natuurgebiedjes in de gemeente. Men probeert de karakteristieke landschapselementen te behouden en zo mogelijk uit te breiden. Een van de gebieden is De Gagel. Men is geschrokken van de mogelijke zoekgebieden rond dit gebied (zoekgebied K). Dat is een bedreiging voor het gebied. Het Gagelgebied biedt veel natuur en historische waarde. Het is een mooi gebied met zeer veel soorten vogels. Zoekgebied K is een onderdeel van de natuurverbinding tussen de Nieuwkoopse Plassen en de Vinkeveens Plassen. De provincie is bezig met een natuurproject dat grenst aan De Gagel. Het aanwijzen van zoekgebied K staat haaks op de natuurontwikkeling in De Gagel. Er zit al veel geld en energie in die ontwikkeling.
Kortom, volgens spreker is het aanwijzen van gebied k als geschikt zoekgebied geheel onjuist. Men wil het karakteristieke natuurgebied behouden, maar zonder een zonneveld of een windmolen in de buurt. Een dringend verzoek is dan ook om genoemde zwaarwegende argumenten mee te wegen bij het aanwijzen van zoekgebieden
4
De heer Kroon is het opgevallen dat gebied K voor het grootste deel niet in het vogelkerngebied en in het Natuurnetwerk Nederland ligt. De inspreker stelt in feite dat het onterecht is dat De Gagel geen onderdeel van die beide gebieden is. Voor gebieden met een bijzondere natuurwaarden gelden beleidsbeperkingen. Heeft De Gagel een bijzondere natuurwaarde? De heer Dull vindt De Gagel, het noordelijkste deel van gebied K, een heel mooi natuurgebied. De heer Korthals meldt dat de Groene Venen al vijftig jaar bezig is om op te komen voor natuur en landschap. Om die reden is men al lang bij de discussie over de energietransitie. Vooralsnog is men niet tegen de transitie. Echter, er zijn voldoende argumenten om met een zekere regelmaat heel kritisch te zijn. Nu gaat het weer om een pittige discussie. Steeds meer mensen haken aan en willen inspreken. Dat geeft aan dat men de gevolgde procedure misschien wel moet heroverwegen. De vereniging heeft de aandachtspunten al via een inspraaknotitie rondgestuurd. Al eerder is het standpunt van de vereniging in een manifest kenbaar gemaakt. Voor vanavond nog een paar punten. De hele procedure zit af en toe wat vreemd in elkaar. Er komen nieuwe argumenten, ander gemeentelijke criteria en men wordt gedwongen om eerder dan de overheid het wil keuzes te maken. Spreker is bang dat de procedure te snel, te geforceerd en te lokaal is.
Men mist de provinciale en de landelijke regie bij het aanwijzen van zoekgebieden. Men wordt min of meer tot keuzes gedwongen waar men eigenlijk nog niet aan toe is. Op basis van de infrastructuur kiest de gemeente vaak voor een lijnopstelling van windmolens in plaats van dat men kijkt naar wat er post. Men moet ook goed kijken bij zonnevelden en wind op land naar de gevolgen voor de bodemkwaliteit en de biodiversiteit. Beide punten krijgen te weinig deskundige aandacht. Over beide punten moet men goed nadenken voordat men zoekgebieden definitief gaat aanwijzen en invullen. Dus eerst beter nadenken ook omdat de gestelde opgave te hoog is. Kijk eerst naar alternatieven zoals zonnedaken. De heer Van der Greft is benieuwd hoe de inspreker het heroverwegen van de procedure voor zich ziet. De heer Korthals denkt dat het ermee begint dat men ingaat op de naar voren gebrachte aandachtspunten. Door het proces te vertragen en nu nog niet in te gaan op individuele zoekgebieden. Men hoeft voor 2030 nog geen keuzes te maken. Men moet meer aandacht hebben voor het landschap, de natuur en het welzijn van de bevolking en andere belangen die insprekers naar voren brengen. De heer Brunia heeft de opmerking niet begrepen dat wij, de gemeente, eerder keuzes maakt dan de overheid het wil. Spreker denkt dat men juist vanuit de landelijke overheid en de RES in een tijdsklem zit.
Dat men keuzes moet maken. Hoe moet men de opmerking interpreteren dat de gemeente niet de eigen duurzaamheidsopgave hoeft te realiseren? Wie gaat dan in onze energievraag voorzien?
5
De heer Korthals geeft aan dat ambtenaren van het Rijk, de provincie en de gemeente al langere tijd bezig zijn om over de problematiek na te denken. De gemeente heeft een ambitie gesteld. Veel mensen zijn hierdoor overvallen met als gevolg een lastige discussie. Daarom moet men wellicht heroverwegen om ruimte te scheppen om verkeerde keuzes voor de gemeente te vermijden. De vraag is nu of er wel iemand overzicht heeft over het totaal. Dus meer tijd voor de juiste keuzes op lokaal en nationaal niveau. De heer Stam heeft begrepen dat de inspreker vindt dat er meer provinciale en landelijke regie moet zijn. Denkt men in dat geval niet dat de inwoners nog minder in te brengen hebben dan dat de discussie op gemeentelijk niveau gevoerd wordt? De heer Korthals kan zich dit risico wel voorstellen. Op basis van de aandacht die men nu ziet, blijkt dat het een belangrijk onderwerp is voor heel veel mensen. Iedereen reageert vanuit de eigen achtergrond. Dat maakt het lastig. Daarom het proces temporiseren om goede keuzes te maken. Mevrouw Becker wil wat meer weten over de aangestipte bodemkwaliteit. Binnen de gemeente heeft men veel last van bodemdaling waardoor de grond minder geschikt wordt voor agrarische doeleinden. Daar kan men dan toch zonnevelden plaatsen? De heer Korthals denkt dat er wel situaties zijn waar een dubbeldoel toepasbaar is.
Echter, voor het behoudt van een goede biodiversiteit is een integrale aanpak nodig. Daarvoor is een discussie met veel partijen nodig. Dat kost tijd. Door andere opgaven, bouw, stikstof en dergelijke, is een provinciale dan wel nationale insteek cruciaal. De heer Van Dijkman heeft gehoord dat men op een goede dag voor 78% zelfvoorzienend kan zijn op basis van zon en wind. Hoe zit het dan op andere dagen? Waar komt de informatie vandaan? De heer Korthals heeft de informatie via de media. In elke gemeente worden dezelfde discussies gevoerd als hier. Of er zijn al keuzes gemaakt. Denk aan de A6 richting de Noordoostpolder. Daar staan veel windmolens, maar die worden heel veel tijd niet gebruikt omdat de infrastructuur niet goed is. Men moet niet te snel te veel keuzes maken wanneer men weet dat een dergelijk probleem hier ook kan spelen. De heer Brouwer weet dat de Groene Venen ook betrokken zijn geweest bij het voortraject. Nu zegt u dat men het proces niet goed genoeg is doorlopen. Dat men het opnieuw moe doen. Heeft de Groene Venen indertijd onvoldoende inbreng kunnen leveren? Of is het geleverde niet meegenomen? De heer Korthals ziet wel degelijk zoeklocaties waar wel degelijk iets mogelijk is. Men hoeft niet de hele procedure opnieuw te beginnen.
Maar, men moet vanuit procedureel oogpunt wel voorzichtig zijn met nieuwe criteria en het inzoomen op een paar gebieden terwijl er nog geen totaalbeeld voor ogen staat. Men blijft betrokken en meedoen. Echter, men moet wel goed blijven nadenken waar men mee bezig is.
6
De heer Van der Kroon vertegenwoordigt de stichting Zelfzorg. Die stichting houdt zich bezig met mensen die psychisch ontregeld zijn. De groep omvat bijna 500 mensen in de gemeente. Die mensen zitten niet in een inrichting, maar wonen thuis als ze dat hebben. Deze mensen worden onvoldoende beschermd en/of niet goed begeleid door de hulpdiensten uit het sociaal domein. Veel van deze mensen hebben last van straatvrees. Een beperkt bestaan, omdat ze niet naar heel veel dingen kunnen. Tot overmaat van ramp wordt men nu nog overvallen door windturbinewaanzin. Een beter manier om energie op te wekken is bijvoorbeeld kernenergie. Daar gaat het vanavond echter niet over. Spreker praat namens mensen die ziek zijn in hun hoofd. Deze mensen zijn erg gevoelig voor aparte prikkels en dus ook voor visueel lawaai en auditief geweld. Die windturbines hebben een catastrofale invloed op het welbevinden van deze minder stabiele burgers. Of wel plaats die turbines vooral niet. Door deze maatregelen verslechtert het leefklimaat voor mensen in de GGZ. Die mensen hebben toch al moeite zich staande te houden. Dat is zorgelijk. Wat nodig is, is een wethouder die de belangen van deze mensen behartigt. Dat eerst en daarna kan men eventueel verder praten over alternatieve vormen van energieopwekking. De voorzitter constateert dat er geen vragen van commissieleden zijn.
De heer Samson is verbaasd over de aangewezen zoekgebieden. Op de kaart staat dat de polder Groot Wilnis-Vinkeveen als primair zoekgebied aangegeven. Gebied K is donkergroen ingekleurd. Een prioritair zoekgebied. Dat is vreemd omdat het hele gebied deel uit maakt van de ecologische hoofdstructuur of van het huidige Natuurnetwerk Nederland. Alles is er gericht op natuur. Volgens de provincie kan men daar geen zonneweides of windmolens plaatsen. Utrecht-West is er te weinig bij betrokken. Het is een klap in het gezicht van de agrariërs die actief meewerken aan de natuurinrichting op eigen land. Dankzij vrijwilligers en boeren neemt het weidevogelbestand er weer toe. Plaatsing van windmolens en zonnepanelen kan daar dus niet. Recreanten reageren uitermate positief over het gebied. Het lijkt erop dat een individuele grondeigenaar die zonnepanelen of windmolens wil plaatsen gewoon zijn gang kan gaan. Als veehouder wil men echt wel iets doen voor de transitie. Bijvoorbeeld door de daken vol te leggen met zonnepanelen. De gebiedscorporatie is bezig met een initiatief hiervoor. Wat ook zou kunnen zijn kleine windmolens. Die zijn niet storend in het gebied en dieren hebben er geen problemen mee. Wat echt net kan is het opofferen van vruchtbare grond voor zonnevelden en windmolens. Spreker wijst erop dat maar bij een klein percentage van de grote daken zonnepanelen te vinden zijn.
Ook zijn er nog meer mogelijkheden om een ruimte dubbel te gebruiken, zoals bijvoorbeeld het overkappen van parkeerplaatsen. Zon op land moet men niet willen. Slecht voor de leefomgeving en de bodem. Mocht de gemeente er toch nog in toestemmen tot het plaatsen van zonnevelden en windmolens in het gebied Groot Wilnis-Vinkeveen, dan stelt spreker de gemeente medeverantwoordelijk voor de natuurschade die dit oplevert. Wanneer de natuurdoelen hierdoor (molens en zonnevelden) niet gehaald worden, dan moeten de natuurhectares weer landbouwgrond worden. De heer Brouwer merkt op dat eerder op de avond gebied k opgesplitst is in twee gedeelten. Heeft de inspreker nu het over de ecologische hoofdstructuur (EHS) die erop van toepassing zou zijn? Is de EHS op het gehele gebied K van toepassing? Zo ja, dan had het gebied toch
7
uitgesloten moeten zijn. Wat is de mening van de inspreker over de hoogte van de kleine windmolens bij de agrariërs? De heer Samson meldt dat in de jaren negentig het plan is neergelegd dat het hele gebied als onderdeel van de EHS zou worden aangewezen. Onder protest van de boeren heeft men het later als schoon waterverbinding aangeduid. Toch hebben de boeren gemeend dat men beter het hele gebied als schoon watergebied kan aanmerken dan een deel ervan. Uiteindelijk is het plan voltooid in de vorm van een soort kralensnoer waarbij de Veldwetering leidend is. Hierdoor is er een aansluiting op de verschillende reservaten. Het hele gebied is EHS, maar het is ingevuld met een soort kralensnoer. Ook het Gagelgebied hoort daarbij. Feitelijk blijft er geen ruimte over voor zonnevelden of windmolens. Er zijn in de regio een paar voorbeelden van kleine windmolens bij agrarische bedrijven. Die hebben met hun maximale hoogte van 20m weinig invloed op het landschap. Die molens voorzien vooral in de stroomvoorziening van de boerderij waar ze staan. Ze sluiten mooi aan bij zonnepanelen. Het lost hiermee echter niet het probleem van de hele gemeente op. Op boerderijen is nog meer mogelijk. Men kan hele daken beleggen met zonnepanelen. Men kan delen van bedrijfsterreinen overkappen met zonnepanelen. Men kan ook gebruik maken van de infrastructuur.
Men wil zeker wel meewerken aan zonnevelden en windmolens. Echter, niet in de natuurverbinding. Die wilde de overheid graag en de boeren hebben die ingevuld. Dan kan men nu niet zeggen dat de natuur niet belangrijk is. Dat is zwalkend beleid. De heer Kroon heeft van de inspreker gehoord dat het hele gebied binnen het Natuurnetwerk Nederland valt. Op het kaartje staat de verbinding, het kralensnoer. Het weidevogelkerngebied valt er voor een groot deel buiten. Dat geldt ook voor de groene contour. Heeft het hele gebied ecologische waarde of gaat het alleen om de kleine stukjes? Wat betekent dat voor zon en wind? Is dat op een kleinschaliger niveau mogelijk of alleen bij boerderijen en infrastructuur? De heer Samson stelt dat het hele gebied, zoals blijkt uit het convenant, de verbinding tot stand brengt tussen verschillende natuurgebieden. Het gebied heeft een soort spilfunctie. De overheid vindt het enerzijds heel belangrijk dat het gebied een duurzame invulling krijgt. De boeren in het gebied zijn er mee aan de slag gegaan. Dan is het anderzijds gek dat men nu zegt dat men er best een paar grote windmolens kan plaatsen. Zeer ongeloofwaardig. Mevrouw Glijsens heeft ruim een jaar geleden ingesproken tijdens een raadsvergadering als een van de mensen met hart voor het Geingebied. Naar aanleiding daarvan is er een motie ingediend die met een grote meerderheid is aangenomen.
In de optiek van de spreekster behelst de motie twee afspraken, het vrijhouden van de Stelling van Amsterdam en een inspanningsverplichting om het gehele Geingebied vrij te houden van windturbines. Wanneer zo’n motie met grote meerderheid wordt aangenomen en een wethouder toezegt zich eraan te houden, dan mag men aannemen dat er naar gehandeld zal worden. Het is dus vreemd dat er nu drie gebieden in het Geingebied aangemerkt worden als potentieel windturbinegebied. De Stelling van Amsterdam is in 2005 door het ministerie van VROM aangewezen als maximaal landschap wegens het samenhangende systeem van forten, dijken, kanalen, inundatiekommen en het relatief stille karakter en de grote openheid. Nu blijkt dat het Geingebied toch gepland is om in de eerste ronde meegenomen te worden als zoekgebied. Dat is niet conform de inspanningsverplichting die de gemeente heeft toegezegd. Voor de 8
donkergroene vlekken heeft de gemeente zich ook niet gehouden aan de selectiecriteria. Ze kruisen de hoogspanningskabels, ze liggen te dicht bij de boerderijen en vrij dicht bij de rivier. En letterlijk op de grens van de Stelling van Amsterdam. Wat is de basis voor de keuze van de donkergroene vlekken? Heeft de gemeente al gesproken met grondeigenaren? Hopelijk is dat niet zo. Wat voor ligt klopt niet. Dat gaat tegen alle beloftes in. Het Geingebied dient conform beloftes wat betreft turbines achter in de rij te komen. Men verwacht een correctie op wat voorligt en men verwacht dat de donkergroene plekken zo snel mogelijk uit het Geingebied verdwijnen. De heer Stam wil graag weten wat mevrouw Glijsens precies onder het Geingebied rangschikt. Op het kaartje ziet spreker een gebied C en een gebied D. Gebied B ligt al ver verwijderd van het Geingebied. Welke gebieden horen bij het Geingebied? Mevrouw Glijsens antwoord dat al het landschap dat behoort bij de Stelling van Amsterdam binnen het Geingebied valt. Ook het gebied tussen het kanaal en de rivier behoort tot het gebied. In het gebied staan veel historische boerderijen. Het landschap is uniek. De heer Stam begrijpt wat er gezegd is. Echter, uit de kaart blijkt dat gebied b doorloopt tot Loenersloot. Dat ligt toch een aardig eind bij het Gein vandaan.
Ziet de inspreekster het hele gebied b als Geingebied? Of alleen het noordelijkgedeelte van het gebied dat dicht bij het riviertje ligt? Mevrouw Glijsens herhaalt dat de hele Stelling van Amsterdam sowieso bij het Geingebied hoort. Ook de directe omgeving van het riviertje. Of de punt bij Loenersloot nog Geingebied is, weet spreekster niet. De heer Van der Greft is benieuwd of de inundatiegebieden tot de Stelling van Amsterdam behoren. Het college zegt van niet. Wat is de mening van de inspreekster? Mevrouw Glijsens wijst op de Wikipedia definitie. Die is heel duidelijk. De inundatiegebieden horen bij de Stelling. Het ministerie van VROM heeft dat indertijd ook aangegeven. De heer Van Dijkman is benieuwd hoe de inspreekster denkt over zonnevelden in het gebied. Mevrouw Glijsens is heel fel tegen windturbines. Die zijn storende en verstoren de stilte in het open gebied. Iedereen realiseert zich dat men voor een opgave staat. Er bestaat meer ruimte voor zonnepanelen. De heer Van Dijkman vraagt of men voorstander is van het vervangen van windturbines voor zonnepanelen. Mevrouw Glijsens kan zich voorstellen dat zonnepanelen op bepaalde plekken best passend zijn. De voorzitter geeft aan dat de verbinding met mevrouw Brandon moeilijk tot stand komt. Men zal kijken of ze op 26 mei kan inspreken. Dan nu de volgende inspreker. 9
De heer Avis stelt dat hij zeer klimaatbewust is. In december vorig jaar heeft spreker dan ook de petitie tegen windmolens niet ondertekend. Toen spreker in de materie dook, bleek er weinig van het dossier te kloppen. Het was zo erg dat men met een groep gelijkgestemden de stichting Redt de Plassen heeft opgericht. Sinds die tijd probeert men mensen wakker te schudden. Het begint met de foutieve doelstelling van de gemeente, namelijk 100% energieneutraal in de gemeente. En dat met een grote inzet van wind op land. Echter, binnen de klimaatdoelstelling is met de gebouwde en vergunde windmolens de doelstelling van wind op land reeds gehaald. Het is dus niet nodig het leven van veel burgers decennia lang negatief te beïnvloeden. Waarom wil de gemeente dat? Met de foute doelstelling is de gemeente een slecht democratisch proces gestart. Door stichtingen zoals Redt de Plassen is een groot deel van de inwoners echt op de hoogte van de consequenties van de windmolens. In het begin had men nog vertrouwen in de gemeente. Echter, de communicatie vanuit de gemeente was onvoldoende en niet objectief. Gaandeweg het proces werd duidelijk dat men last zou hebben van geluidsoverlast. De gemeente ontkende. Vervolgens werd inspraak toegezegd, maar wel pas na het vaststellen van de zoekgebieden. Op dat moment heeft de inwoner nauwelijks nog invloed op de plaatsing van de molens.
Vragen over gezondheid werden beantwoord met een verwijzing naar wettelijke milieunormen. De WHO en de RIVM melden over die normen dat ze de volksgezondheid ernstig in gevaar brengen met de kans op slaapstoornissen en hartklachten. Om die reden moeten de normen omlaag. Vanuit de zorgplicht van de gemeente kan men niet meer verwijzen naar normen van tien jaar geleden, omdat er in de afgelopen jaren veel onderzoeken zijn geweest waaruit de problemen naar voren zijn gekomen. De heer Brunia heeft de inspreker horen zeggen dat de doelstelling al gehaald is. Wanneer men de rapporten van het CBL leest, dan klopt dat niet. Kan men de uitspraak nader verklaren? Over de gezondheid in relatie tot windmolens bestaan twijfels. Maar, er is nog weinig onderzoek. Volgens de inleider zeggen de WHO en de RIVM dat de wettelijke normen niet meer kunnen. Spreker heeft het RIVM-rapport van vorig jaar erop nageslagen. Daarin leest men niets over de afwijzing van de normen. Daarin staat ook dat er echt weinig onderzoek is geweest over de relatie windmolens en gezondheid. Men weet nog niet of molens de gezondheid schaden. Hoe zit dit? De heer Avis stelt dat er nog wel verschillende projecten doorgaan. Dan moet men heel selectief gaan kijken waar men molens kan plaatsen.
In De Ronde Venen met veel natuur en een grote woondichtheid is zeker niet een van de eerste plekken waar men windmolens zou moeten plaatsen. Ongeveer 60% van de stemmers bij de gemeenteraadsverkiezing waren boos over alles wat er gebeurt. Wanneer de doelstelling al (zo goed als) gehaald is, dan moet de gemeente afzien van plaatsing. Er zijn voldoende opties, met name wind op zee. Daar komt in 2040 70% van de energie vandaan. De raad heeft he dus makkelijk. Gaat de raad echter met het voorstel akkoord, dan gaat men de achterban om een stemadvies te geven. De heer Van der Greft is benieuwd of de heer Avis de zon- en windkaart heeft ingevuld. Wanneer men pas later actief is geworden en niet vanaf het begin, wat was daarvan de reden? 10
De heer Avis antwoordt dat er veel over het dossier te zeggen is. Veel mensen hielden zich er niet direct mee bezig. Vorig jaar 4 december viel bij heel veel mensen het kwartje. Er zijn echter nog steeds mensen die niet weten dat er heel dichtbij zulke windturbines komen te staan. Dat kaartje is niet ingevuld. Daarvan was men niet op de hoogte. De heer Dohle heeft de heer Avis in het begin van zijn betoog horen zeggen dat de klimaatdoelen al bereikt zouden zijn. Kan de inspreker aangeven waar men die informatie kan vinden? Kan de heer Avis er iets meer over vertellen? De heer Avis zal in zijn bijdrage, die naar de griffie gaat, onderaan wat referenties zetten. In principe is de doelstelling bereikt. Alleen bij grote tegenslagen moet men nog iets doen. De voorzitter meldt dat de bijdragen voor 7 juni bij de griffie moeten zijn. De heer Vermeulen is voorzitter van de energiecorporatie Veenwind. Men beseft heel goed dat de energietransitie voor de gemeente een flinke opgave is. Het klimaat wacht niet en de urgentie om maatregelen te nemen groeit. Men moet snel en vastberaden doorpakken. Dat wordt ondersteund door dorpsraadplegingen in Abcoude en Baambrugge. Daarbij zijn windmolens niet direct verworpen. De deelnemers aan de raadplegingen steunen het huidige beleid van de gemeente. Er zijn veel gesprekken gevoerd met ontwikkelaars.
Uiteindelijk wil men samenwerken met een partij of partijen die bereid zijn om lokale eisen een goede plaats bij de ontwikkeling te geven. Ontwikkelaars die een goed samenwerking met de omgeving belangrijk vinden. Men pleit voor robuuste projecten met een bepaalde schaalgrootte. Men heeft een voorkeur van een combinatie van wind en zon op een locatie. Dat is beter voor de omgeving en het voorkomt versnippering. Ook wordt hiermee de opgave van de gemeente sneller vervuld. Ook in verband met de subsidie is het van belang projecten zo snel mogelijk te onderzoeken. Vanuit de behoefte aan snelheid pleit spreker voor een uitbreiding van het aantal eerste zoekgebieden van vier naar zes. Dat betekent een toevoeging met gebied K en Q. De uitbreiding vergroot men de kans op succesvolle projecten. Aanvullend op de zoekgebieden ziet men het bedrijventerrein van Mijdrecht als een serieuze locatie. Het valt op dat de gemeente zich vooral richt op het ruimtelijke ordeningstraject. Uiteindelijk zak de markt in samenwerking met de inwoners via energiecorporaties projecten moeten initiëren en financieren. De leges (4% van de bouwsom) is bij de ontwikkeling een soort spelbreker. Veel andere gemeenten hebben de leges op dit punt aangepast. Men stelt voor om na het aanwijzen van de zoekgebieden er goed op de ontwikkeling van projecten gestuurd wordt.
Zoek de samenwerking met de inwoners en schep draagvlak in de omgeving van projecten. Veenwind staat klaar met vrijwilligers om bij te dragen. Wanneer alle partijen samen optrekken, dan moet men mooie projecten tot stand kunnen brengen. Samengevat: zorg voor kansrijke projecten in de eerste zes zoekgebieden, zorg voor rendabele projecten, zorg voor snelle besluitvorming en zorg voor een aanpassing van leges. De heer Kroon heeft gehoord dat de inspreker de eerste vier gebieden wil uitbreiden naar zes. Het is de bedoeling dat men de eerste vier zoekgebieden achtereenvolgens open zet. 11
Eerst het ene gebied en dan een volgende. Pleit de inleider ervoor om dat ook bij de tweede zes te doen of moeten die tegelijkertijd open? Of wordt er nog wat anders bedoeld? De heer Vermeulen maakt zich zorgen over de snelheid van het proces. De interesse voor wind- en zonneprojecten loopt terug. Wanneer men serieuze projecten tot stand wil brengen, dan is het nodig dat er vooral bij grotere windprojecten wel vaart in de ontwikkeling moet komen. Een voor een afwerken van de zoekgebieden is misschien comfortabel voor de besluitvorming, maar het kan zijn dat men geen werkbare businesscase overhoudt voor projecten. Hoe men het proces wil inrichten, is aan de gemeente. Maar snelheid is gewenst. Mevrouw Becker merkt op dat de heer Vermeulen aangaf het bedrijventerrein Mijdrecht te zien als een geschikte locatie voor windmolens. Hoe beoordeelt men dat in relatie tot de woningen die er dicht in de buurt staan? De heer Vermeulen heeft daar niet direct een menig over. Er zijn echter bedrijven op het industrieterrein die erover willen nadenken. Noord-Holland heeft ervoor gekozen om een uitzondering te maken voor de afstandseis bij bedrijfswoningen. De heer Brouwer heeft het betoog gelezen. Welke rol wil de corporatie Veenwind vervullen in de zoekgebieden? De heer Vermeulen geeft aan dat er in Abcoude en Baambrugge lokale groepen zijn samengekomen.
Enerzijds omdat men zich zorgen maakte. Anderzijds met de gedachte om te kijken wat wel mogelijk zou zijn. Dat is een goede ontwikkeling. Die zou in andere kernen ook moeten plaatsvinden. De heer Brouwer is benieuwd wat de rol van Veenwind is geweest bij het eigen initiatief in Baambrugge. De heer Vermeulen antwoordt dat men initiatieven kan ondersteunen en kennis delen. Eventueel kan men als partner meedoen aan zo’n project. Hoe de rol van Veenwind uiteindelijk precies zal uitpakken, kan men nog niet aangeven. De heer Stam brengt naar voren dat de heer Avis een heel pleidooi hield tegen windmolens vanwege geluidsoverlast. Dat er een bepaalde afstand moet zijn tot woningen, waardoor windmolens eigenlijk niet geplaatst kunnen worden in de gemeente. Hoe kijkt de heer Vermeulen aan tegen de problematiek van de geluidsoverlast? Waar ziet men ruimte voor windmolens binnen de gemeente? Hoe kijkt de heer Vermeulen aan tegen de donkergroene gebiedjes op de kaart? Een streven van de gemeente was dat men de molens vooral langs de infrastructuur wilde, maar kan komt op de kaart niet terug. De heer Vermeulen houdt zich wat geluid betreft aan de feiten. Helaas gaan er ook daarover indianenverhalen rond. Geluid heeft ook te maken met lage frequenties die eigenlijk nauwelijks optreden. Natuurlijk zijn er mensen die extreem gevoelig voor geluid zijn. Die hebben er last van.
Veel mensen die in de buurt van een windmolen wonen hebben nauwelijks last van geluid. 12
Spreker is voorstander van grote projecten. Dan zoekt men naar plekken waar zo min mogelijk mensen er last van hebben. Dat zou inderdaad langs grote infrastructuur kunnen zijn. Veenwind is er in eerste instantie voor bewoners. Men moet gezondheidsschade vermijden. Men moet geen projecten beginnen waar men later spijt van heeft. De heer Van Muijlwijk vindt het fantastisch dat de gemeente het zo zorgvuldig en breed oppakt. Spreker komt uit Veendam en daar is vijfentwintig jaar gevochten over een windpark. Dat staat er nu. Plannen voor windparken geven altijd een hoop gedoe. Maar nu even over het geluid. Geluid heeft men in allerlei soorten en maten. Voor alle geluiden in de wereld heeft men normen. Dat geldt ook voor de windparken. Al voldoet een park, dan horen veel mensen het geluid wel. Alleen mag het geluid een bepaald niveau niet overschrijden. In discussie als vanavond wordt van alles en nog wat gezegd over geluid. Over windmolens wordt gezegd dat ze laagfrequent geluid produceren. Daar kunnen mensen zich door gehinderd voelen. Spreker kon hierover geen goede onderzoeksrapporten vinden. Vervolgens is men gaan meten in Duitsland, waar al veel parken stonden. Laagfrequent geluid is nauwelijks gevonden. Wel het zoef-zoefgeluid. Daar zit weinig laagfrequent geluid in. Lage bastonen worden door moderne windmolens niet geproduceerd. In Veendam deed het park dat wel.
De fabrikant erkent het nu ook en is hard bezig om het probleem op te lossen. Het is wel een zeldzaam verschijnsel. Om het te voorkomen moet men in de vergunning opnemen dat het windpark geen tonale bromtonen mag produceren. Moderne molens doen dit niet. Wanneer de parken zich netjes aan de geluidsnormen houden, dan is er niet veel overlast te verwachten. Heel belangrijk is de afstand. Hoe verder windmolens van woningen afstaan, hoe beter het is. De heer Stam heeft gehoord dat de inspreker veel in Duisland gemeten heeft. Heeft men ook nog veel in Nederland gemeten? Maakt het uit waar de molen staat? In Duitsland heuvels en hellingen, die men in Nederland niet heeft. Is helder waardoor de bromtoon in Veendam werd veroorzaakt? Kan men maatregelen bedenken om dit te voorkomen? De heer Van Muijlwijk denkt dat de oorzaak van de bromtoon ligt in de draaitechniek. In de Botlek is het ook voor gekomen. Na vervanging van een aantal onderdelen was het probleem opgelost. De bromtoon heeft niets te maken met ondergrond of wat dan ook. Het gaat puur om het type molen. Bij auto’s zou er allang een terugroepactie zijn geweest. De heer Brouwer is benieuwd bij welke molens qua hoogte gemeten is.
Is het geluid van molens van verschillende hoogte ook verschillend? Zo ja, wat is het verschil? De heer Van Muijlwijk meldt dat de metingen in Duitsland betrekking hadden op molens van 100 tot 150 meter. In Nederland is ook gemeten. Geen van die molens brengen lage bromtonen voort. Hoe groter de molen wordt hoe meer vermogen er geleverd wordt. Dat veroorzaakt per molen meer geluid. Maar, omdat zo’n molen hoger is, is de bewoner verder verwijderd van de geluidsbron. Netto kan men zeggen dat meer grote molens beter zijn dan een heleboel kleintjes. Die kleintjes gingen op een gegeven moment brommen. Het mechaniek had olie nodig. Waarschijnlijk komt daar het verhaal van geluidsoverlast vandaan. Van grote moderne molens heeft men er minder nodig, waardoor er sprake is van minder netto geluid in de omgeving.
13
De heer Klijn meldt dat er in Duitsland over laagfrequent geluid 600 klachten zijn binnengekomen in 2018. In 2019 waren er al meer dan 1000 klachten. Eind december 2019 heeft Duitsland een bepaalde normering aangepast. Dat is in nog een aantal landen gebeurd. Hebben die landen geen kennis van zaken? Hoe verhoudt zich dat tot wat zojuist is gezegd? De heer Van Muijlwijk geeft aan dat men het nu heeft over het lage geluid in het algemeen. Een deel van het zoefgeluid zit daarin. Echter het lage geluid is niet zo hinderlijk is dan een lage toon. Spreker pleit ervoor dat, wanneer er een nieuwe regeling in Nederland zou komen, men zou focussen op tonaal laagfrequent geluid. Dat is veel hinderlijker. Men kan het niet laten horen omdat computers en koptelefoons het niet horen. Een laagfrequente toon is ondanks een gelijk aantal decibel is met afstand hinderlijker. De Deense norm is nog strenger. Daar heeft men hier weinig aan. Men moet zich focussen op tonaliteit. Wanneer men dat doet dan kan men een enorm probleem voorkomen. De heer Dohle vraagt of de heer Van Muijlwijk de enige geluidsman in Nederland is of dat er meer zijn. Wanneer het er meer zijn, meten die dan ook het geluid van de windmolens? Weet de inspreker war de uitslagen van die metingen zijn? De heer Van Muijlwijk meldt dat hij niet de enige geluidsman is. In principe meten alle geluidsmannen op dezelfde manier.
Men gebruikt dezelfde meetapparatuur. Alleen het menselijk oor verschilt en daardoor verschilt ook wat men waarneemt. De geluidsmensen kijken naar het totale geluid. Vervolgens wordt dat gecorrigeerd met wat men weet van het menselijk oor. Dan komen er decibellen uit. Een methode die zeer verdedigbaar is omdat geluid zich manifesteert op verschillende frequenties. De heer Dohle wil graag weten wat die andere geluidsmannen gemeten hebben. De heer Van Muijlwijk antwoordt dat die hetzelfde gemeten hebben. Men komt tot dezelfde conclusie. Mevrouw Groen heeft van de inspreker gehoord dat de bromtonen het hinderlijkst zijn. Erger dan de zoef-zoef. Echter, voor mensen met een psychische storing is ook het zoef-zoefgeluid hinderlijk. Kijkt men ook naar de mogelijkheid om de normen voor dat geluid omlaag bij te stellen? De heer Van Muijlwijk stelt dat de normen landelijk zijn vastgesteld. Daar kan een geluidsman niet veel aan doen. De vraag is wat een goede norm is. Bij de bepaling spelen tegengestelde belangen. Naar verwachting zal er op korte termijn op dit traject niet veel veranderen. Van alle stelsels op de wereld, circa veertig, zit Nederland in het midden. De heer Van Dijkman vindt het een interessant betoog. Het geluid van een windturbine is in zekere zin vergelijkbaar met dat van een snelweg. Is dat correct? De heer Van Muijlwijk antwoordt dat het niet correct is.
De snelweg was een voorbeeld van dat er een heleboel geluidsbronnen zijn. Daar moet men mee leven. Het geluid van windmolens is dan ook niet iets bijzonders. 14
De heer Van Dijkman merkt op dat het geluid van een snelweg ook niet altijd fijn is. Vandaar geluidswallen en –schermen. De heer Van Muijlwijk geeft aan dat de schermen of wallen geplaatst worden wanneer de norm wordt overtreden. Dat ter bescherming van de mensen die er wonen. Bescherming bij windmolens gaat niet werken. Daar zijn de windmolens te hoog voor. Hoewel het geluid van windmolens lager is dan van de industrie is het wel een heel herkenbaar geluid. In het zoeven zit iets repeterends is. Op het moment dat men tegen windmolens is, ondervinden die mensen ook meer hinder van dat geluid. De heer Van der Greft heeft een technisch verhaal gehoord over geluid. Even een concrete vraag. Op hoeveel meter afstand zou de inspreker zelf van een rij windmolens van 175 meter hoog willen wonen wat betreft het geluid? De heer Van Muijlwijk heeft van jongs af aan iets met molens. Als kind gewoond op 100 meter afstand van een molen. Toen indertijd molens gebouwd moesten worden in de Alblasserwaard en bij Kinderdijk vonden dezelfde soort discussies plaats. Toen wilde men de molens ook niet. Echter, men had geen keus. Of molens of verdrinken. Nu is er sprake van een bijna vergelijkbare situatie. Men moet iets met de energie. Los van het feit of men de windmolens mooi of lelijk vindt. De heer Van der Greft wil graag een antwoord op zijn technische vraag.
Op hoeveel meter afstand zou de inspreker zelf van een rij windmolens van 175 meter hoog willen wonen wat betreft geluid? De heer Van Muijlwijk heeft geen probleem met een afstand van 500 meter wanneer het gaat om moderne windmolens zonder bromtonen. Er is een tendens gaande om een minimale afstand van een kilometer aan te houden. Meer afstand is altijd beter. Wanneer men in de voorfase zit zoals hier moet men proberen zoveel mogelijk mensen erbij te betrekken om de besluitvorming zo zorgvuldig mogelijk tot stand te brengen. De heer Leeman was na de raadsvergadering van 1 oktober 2020 gerustgesteld. Het Geingebied zou worden uitgesloten als zoekgebied voor zon en wind. Na het aannemen van de motie op dit punt verklaarde de toenmalige wethouder de motie uit te zullen voeren. In de loop van de maand bleek de wethouder de motie beperkt uit te leggen. Het zou alleen gaan om de zone van de Stelling van Amsterdam. Dat klopt niet met het debat in de vergadering en het is onlogisch want de juridische status van de zone staat plaatsing van molens sowieso al niet toe. Sinds vorige week circuleert het beruchte kaartje met drie donkergroene vlekken in het Geingebied. Geschikt voor zon en wind staat erbij. De vlekken liggen net buiten de zon van de Stelling. Maar de turbines hebben een even schadelijke uitwerking op het landschap in de zone.
Het Gein als zoekgebied heeft ook een schadelijke uitwerking op de buurgemeente Amsterdam. Die gemeente krijgt hierdoor een alibi aangereikt ok ook turbines langs het Gein te plaatsen. Een dringend verzoek aan de raad. Wijs het hele Geingebied af als zoekgebied voor wind. Respecteer het landschap met grote cultuurhistorische waarde. Een mening van de 15
meeste bewoners van de hele regio. Men heeft ook een snelweg dwars door het Geingebied kunnen tegenhouden. Wil men dan niets? Natuurlijk wil men iets. Het geingebied beschikt over veel daken waarvan het grootste deel geschikt is om panelen op te leggen. Ook is de zuidelijke punt van het gebied wellicht geschikt voor een zonneveld. Echter, spaar het Geingebied. De heer Brunia neemt aan op basis van de opmerking dat de zuidpunt van het gebied mogelijk geschikt is voor een zonneveld de vereniging een start gaat maken met een oplossing. De heer Leeman is van mening dat er met de desbetreffende grondeigenaren in eerste plaats overlegd moet worden. De heer Brunia denkt dat er bij alle potentiële zoekgebieden overlegd moet worden. Om echt tot iets te komen is men afhankelijk van een initiatief. De heer Leeman stemt daarmee in. Wanneer er voor het zonneveld een initiatief wordt ondernomen, wil men dat zeker in overweging nemen. Het gaat daarbij om een gebied in een uithoek waar niemand last heeft van een zonneveld. Dat tast het Geingebied niet aan. De heer Kroon is benieuwd of de inspreker ook in de rest van het Geingebied nog potentie ziet voor zonnevelden. De heer Leeman is van mening dat men dan goed moet zoeken naar plekken die niet zichtbaar zijn vanaf de rivier. Zonnevelden moeten wel goed ingepast worden. Beter een groot veld, dan veel kleintjes.
De heer Van Heuveln meldt dat door middel van een petitie gevraagd wordt om de Angstel en de nabije omgeving uit te sluiten als zoekgebied. Daar is geen draagvlak voor. Men wil 30% van de totale opgave voor groene stroom neer leggen rond Baambrugge. Daar woont maar 3% van de inwoners van de gemeente. Baambrugge wordt dus onevenredig zwaar opgezadeld met deze opgave. Daarom de vraag om de menselijke maat terug te brengen in het raadsvoorstel. Sta open voor de redelijke voorstellen van het Baambrugse energie initiatief. De door het college gemaakte keuzes houden volgens hetzelfde college rekening met landschap, natuurhistorie en de voorkeuren van inwoners. Angstel West ligt aan de A2, dus is men de klos. Echter, wanneer het allemaal te doen is om de A2, waarom kan dan de buitenplaats zone en het Angstelgebied Oost niet worden buiten gesloten als zoekgebied? De provincie heeft de hele buitenplaats zone opgenomen in cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Wanneer het raadsvoorstel zoveel mogelijk rekening wil houden sluit dan niet alleen het oostelijk deel van de buitenplaats zone uit, maar ook het westelijke deel van deze zone. De petitie roept op om de nabije omgeving van de Angstel uit te sluiten. Nabijer dan de buitenplaats zone wordt het niet. Bij de raadpleging van de bevolking van Baambrugge vond bijna 100% de rode stip geen goed idee.
Wanneer men rekening wil houden met de voorkeuren van inwoners dan is dat een goede reden om de gehele buitenplaats zone uit te sluiten. Het eigen energie initiatief in 16
Baambrugge heeft al aangegeven de buitenplaats zone niet nodig te hebben voor het eigen plan. Laat men trots zijn op de buitenplaats zone. Gooi de zone niet te grabbel, maar bescherm de zone. De heer Stam denkt dat de heer Van Heuveln het heeft gehad over zoekgebied e. Uit het betoog is begrepen dat men het gebied e in een westelijk en oostelijk deel zou moeten knippen. Het oostelijk deel zou men vervolgens moeten vrijwaren als zoekgebied. Het westelijke deel zou wel ruimte zijn voor een zoekgebied. Is het zo correct begrepen? De heer Van Heuveln antwoordt dat dit goed is begrepen. De heer Goedknegt houdt zich sinds 2016 al bezig met het klimaatneutraal worden. De overstap van gloeilampen naar ledverlichting is uitstekend verlopen. Daarnaast is men gaan streven naar gasloze woningen. Dit om de CO2-uitstoot te beperken. Echter gas kost een huishouden een beperkt bedrag. Wanneer men de mensen wil laten stoken met aardwarmte of met elektriciteit dan gaat dat duizenden euro’s meer kosten. Ga met het gasloos niet te geforceerd te werk. Binnen twintig jaar stookt iedereen op watergas. Men maakt het nog erger door geen stroom uit kolencentrales te willen. Men wil kleine centrales bestaande uit windmolens en zonnevelden voor stroom. Waarom? Voor een cent per kilowattuur wordt de stroom klimaatneutraal. Zon en wind zijn dus onnodig duur. In Nederland is te weinig zon.
Dan kan de gemeente wel zeggen dat men van het Rijk subsidie krijgt voor zon en wind, maar dat is wel belastinggeld. In het streven naar klimaatneutraal vergeet de gemeente een belangrijk ding. Windmolens zijn schadelijk voor de gezondheid. De grondstoffen die nodig zijn voor de bouw van windmolens worden gedolven onder erbarmelijke omstandigheden. Het kost ook mensenlevens. De natuur wordt ervoor verwoest. De graafmachines stoten meer CO2 uit dan wat wij als uitstoot gaan besparen. Men heeft geschreven over de gedwongen slavenarbeid van de Oeigoeren. Onze energie komt straks allemaal uit de tropen. En van kernenergie uit de buurlanden. In de tussentijd werkt men hier zolang met aardgas. Dat is goedkoop en milieuvriendelijk. Zeker wanneer men de milieu uitstoot compenseert. Daarbij kan Barbarugo helpen. Dat is beter dan de voorliggende klimaatplannen. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen voor de heer Goedknegt zijn. De heer Van Dijk heeft in en gesprek met wethouder Van Uden gevraagd hoe draagvlak wordt vastgesteld. Draafvlak wordt consequent als voorwaarde genoemd in alle RES-stukken. Het antwoord van de wethouder was dat er eigenlijk geen criterium voor is. Het is aan de raad om te bepalen welk gebied er wel of niet wordt aangewezen. Vervolgens is het aan de gebiedscoördinator om ermee om te gaan.
Deze coördinator kijkt met inwoners, grondeigenaren en dergelijke hoe zonnevelden en/of windmolens het beste in het landschap passen. Hoe de coördinator dat gaat doen is onbekend. Daarom is er nu weer veel ophef. De coördinator kijkt dus niet of ze er wel passen of dat ze er misschien wel helemaal niet passen. Spreker verzoekt de raad om een motie of een amendement in te dienen waarin staat dat de coördinator ook tot de conclusie mag komen dat windmolens of zonnevelden niet in het landschap passen. En om een duidelijk criterium voor draagvlak mee te geven. Op dit moment zit er geen rem in het proces. Dat zou wel moeten. Dat kan door de ‘draagvlakrem’. 17
De wethouder heeft ook gezegd dat, wanneer men met zijn allen iets niet wil, er dan ook niets gaat gebeuren. Dat is een opening. De vraag is alleen hoe men bepaalt of men iets wil of niet. Zolang dit niet bekend is, lijft de ophef van nu bestaan. Aan de raad het verzoek aan de wethouder een criterium mee te geven hoe men bepaalt of men dit wil. Dit is ‘draagvlakrem’ nummer twee. Dit is het niveau van het college. Wanneer er geen directe inhoudelijke inspraak bij het proces is, dan is het een verkiezingszaak geworden. Aan de raad het verzoek om per partij kleur te bekennen. Wat wil men wel of niet. Over tien maanden zijn er verkiezingen. Dit is ‘draagvlakrem’ nummer drie op raadsniveau. Waar staat de raad? Spreker wil geen turbines in het Geingebied en niet om het Geingebied. Wanneer men niet overal aan de horizon turbines ziet bij welke partij moet men dan zijn? Sommige partijen geven al aan: geen windturbines in kwetsbaar landschap. Partijen moeten wel aangeven wat ze op dit punt willen. Spreker gaat in elk geval stemmen op een partij die geen turbines wil in de gemeente. Dan het punt dat men omgeven wordt door andere gemeenten. De ambivalentie ten opzichte van de buurgemeenten is rampzalig. De gemeente roept Amsterdam op om de grensgebieden vrij te houden van windmolens. Vervolgens wijst de gemeente het eigen grensgebied aan als zoekgebied.
Men moet ten opzichte van het Geingebied een principieel standpunt innemen. Niet alleen maar zeggen dat het gebied onder aan de lijst staat wanneer elders niet wordt geleverd. Een halfslachtige en ongeloofwaardige opstelling. De gedeputeerde van NoordHolland zal hier ook over komen inspreken. De heer Van der Greft meldt dat 1.500 inwoners de zon- en windkaart hebben ingevuld. Op basis daarvan heeft het college aangegeven in welke mate een gebied geschikt is. Het college kan niet aangeven welke aantallen inwoners bij welk gebied horen. Vanuit kwantitatief oogpunt bekeken, op welk moment moet men concluderen dat er geen draagvlak is op het moment dat een gebiedsregisseur met een gebied aan de gang gaat? De heer Van Dijk vindt het een lastige vraag. Echter, tot nu toe is er veel bekend over mensen die zeggen iets niet te willen. Daartegenover staat dat er weinig bekend is van mensen die het wel willen. Hoe hard moet men schreeuwen om duidelijk te maken dat men iets niet wil. Tot nu toe heeft het college heeft het college met een aantal initiatiefnemers aangegeven wat men wil. Verdere voorstanders komt men nauwelijks of niet tegen. Wat betreft de afweging kan men stellen dat die er eigenlijk niet is. Ook niet bij de gebiedsregisseur, want die gaat in gesprek met partijen. Met welke opdracht? Het proces is onvolledig en dat stemt tot ongerustheid over het doorlopen van het proces.
Volgens spreker weet men met veel anderen allang waar men iets wel of niet wil. Tot op heden houden de meeste politieke partijen zich ook stil. Mevrouw Van der Loeff woont in Amsterdam direct aan het Geingebied. Voor onze neus ligt een van die groene vlekken. In Amsterdam wonen daar veel mensen en die zijn gek op het gebied. Volgens de criteria geven relatief veel inwoners de voorkeur aan windmolens en zonnevelden in de aangegeven gebieden. Er gelden weinig beleidsbeperkingen in deze gebieden. De gebieden zijn goed ontsluit baar. Volgends de informatie die spreekster heeft verkregen ligt de situatie anders. Het klopt niet dat relatief veel inwoners van de gebieden voorkeur geven van windmolens en zonnevelden langs de infrastructuur. Met 5.000 handtekeningen geeft men aan dat het Geingebied geen gewenst gebied is hiervoor. De raad 18
nam zelf met een grote meerderheid een motie aan om rekening te houden met die handtekeningen. Het aantal handtekeningen van 5.000 is meer dan de 1.500 ingevulde zonen windkaarten. Maar, ook die wijzen in een andere richting. Volgens het raadsvoorstel gelden er voor het Geingebied weinig beleidsbeperkingen. Volgens andere informatie gelden er juist wel veel beleidsbeperkingen. Dat is eerder deze avond al naar voren gebracht. Het is duidelijk dat de voorgestelde veranderingen het landschap en de status ervan onherstelbaar aantast. Dat het gebied goed te ontsluiten is, werd afgelopen jaar door de raad nog niet genoemd als een van de zwaarwegende factoren. Nu is het opeens een van de doorslaggevende factoren. Welk gewicht hecht men aan dit criterium? Op die vraag is geen antwoord gegeven. Sinds een jaar wordt er gevraagd om criteria aan te geven op het gebied van landschap, erfgoed en biodiversiteit. Die zijn niet gegeven, laat staan het gewicht dat daaraan gekoppeld kan worden. De heer Stam heeft daar vorige week in de technische commissie nog om gevraagd. Een matrix per gebied. De inwoners sluiten zich opnieuw daarbij aan. Dat een gebied voor bescherming al veel gekost heeft geldt voor een ander gebied wel, maar niet voor het Geingebied. Waarom geldt dit punt niet voor het Geingebied? Spreekster ziet graag dat men de weging van de criteria gaat duiden.
Dat men nog eens kennis neemt van de drie moties en deze uitvoert. De nu geprioriteerde gebieden liggen ver verwijderd van de dorpskernen waar de meeste kiezers wonen. De heer Brunia vindt het betoog herkenbaar en in lijn met wat spreekster eerder heeft ingebracht. Gezegd is dat het duidelijk is dat windmolens en zonnevelden het gebied onherstelbaar zullen aantasten. Het probleem zit in onherstelbaar. Door de eeuwen heen zijn er veel wijzigingen geweest in het gebied. Waarom zou nu een wijziging onherstelbaar zijn? Mevrouw Van der Loeff vindt de wijziging door windmolens en zonnevelden zeer ingrijpend op alle fronten. De openheid van het gebied is belangrijk. Maar ook de gezondheid van inwoners en de biodiversiteit zijn dat. Over de effecten van windmolens en zonnevelden op de gezondheid en de biodiversiteit moet meer duidelijkheid komen. Wanneer die er is kan men een beslissing nemen en niet voor die tijd. Men moet dus het beslissingsmoment uitstellen. Veel gemeenten in Nederland leveren geen bijdrage aan de energietransitie. Deze gemeente levert wel een bijdrage, maar het is niet nodig tweemaal zo veel te doen. De heer Brouwer vraagt wat mevrouw Van der Loeff in de laatste twee zinnen van haar niet afgemaakte betoog wilde vertellen. Mevrouw Van der Loeff wilde aangeven dat het uitstellen van de beslissing belangrijk is.
Men moet eerst weten of windturbines schadelijk zijn voor de gezondheid. De Nederlandse norm voor geluid is 60% lager dan die van de WHO. Verder moet de gemeente onderkennen dat veel andere gemeenten helemaal geen zoekgebieden aanwijzen. Dat de provincie in dat geval in zal grijpen, is ongeloofwaardig. De RES-eisen zijn al behaald. Dat men zegt dat het niet zo is, komt omdat het Planbureau voor de Leefomgeving anderhalf jaar achter loopt met gegevens. Zodra de zoekgebieden straks aangewezen worden, dan komt het PBL met de meer actuele gegevens waaruit blijkt dat de doelstellingen al behaald zijn. Mevrouw Smit meldt dat de Vechtplassencommissie een stichting is die zich al erg lang inzet voor de kwaliteit van het landschap, van cultuur en natuur in de Vechtstreek. Dat is de streek 19
vanaf de stad Utrecht tot Muiden. Het oostelijke deel van De Ronde Venen rekent men tot het werkgebied. Het is het oude stroomgebied van de Angstel. Het is niet nodig om te vertellen hoe mooi de gemeente is wat betreft het open landschap en het cultureel erfgoed. Dat is bekend. Uit de beleidsnota zoekgebieden voor zon en wind blijkt dat er een stap vergeten is. Men gaat nu uit van achttien zoekgebieden waarvan er dertien onderzocht gaan worden. Men vindt echter dat de schaal voor het zoeken naar een ingrijpende voorziening als een windturbine veel groter moet zijn. De kwaliteit van het landschap kan men niet op het niveau van de kleine deelgebieden toetsen. Kijken naar het hele gebied van de gemeente had de eerste stap moeten zijn. Volgens spreekster had dit eigenlijk een stap op provincieniveau moeten zijn. De gemeente had in elk gevalmoeten kijken waar in het open landschap misschien windturbines mogelijk zouden zijn. Als Vechtplassencommissie heeft men daarvoor gekeken naar de lijn tussen Utrecht en Amsterdam. Die zone is herkenbaar. Dat is een open landschap dat gespaard zou moeten blijven van windturbines. Dan de lijnopstellingen die worden voorgesteld. Wanneer er windturbines moeten komen, dan bepleit de commissie clusters van turbines. Met lijnopstellingen schept men in het open landschap lijnen die er niet waren. Dus geen lijnopstelling.