CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

230110 Bijlage 1 20221209 0478077.100 Onderzoek vergunningverlening grondtransporten Wilnis

Politieke commissie 19 januari 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: RIB Stand van zaken grondtransporten in onze gemeente (op verzoek van het CDA)10.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 3.47 Awb 1. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit. 2. Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen. 3. Indien de motivering in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van het besluit kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze binnen een week na de bekendmaking. 4. In dat geval zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige toepassing.

Op basis van het vigerende bestemmingsplan als (uitputtend) beoordelingskader geldt dat voor het afgraven, egaliseren en/of ophogen van gronden een omgevingsvergunningplicht ex artikel 2.1, lid 1 onder b Wabo geldt. Deze werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar (en de omgevingsvergunning dient conform het limitatief-imperatieve stelsel van de Wabo verleend te worden), indien:

Blad 21 van 25

Rapportage Onderzoek vergunningverlening grondtransporten Wilnis projectnummer 0478077.100 9 december 2022 Gemeente De Ronde Venen

▪ ▪ ▪

de landschapswaarden zoals bedoeld in lid 3.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; het weidevogelkerngebied ter plaatse van de aanduiding 'overige zone weidevogelkerngebied' niet onevenredig wordt of kan worden aangetast; archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: o de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; o de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. o de aanvrager naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate aan kan tonen dat in het verleden reeds werken of werkzaamheden hebben plaatsgevonden tot een bepaalde diepte waardoor de archeologische verwachtingswaarde niet langer reëel is om nieuw archeologisch onderzoek uit te voeren.

Landschapswaarden Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt wordt in de beschikking van de omgevingsvergunning niet uitdrukkelijk gemotiveerd dat vanwege de aangevraagde activiteiten de aanwezige landschapswaarden binnen het besluitgebied niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Het voorkomen van aantasting van landschapswaarden is wel een van de voorwaarden om tot omgevingsvergunningverlening over te kunnen gaan. Op grond van artikel 3:46 en 3:47 Awb had een motivatie van dergelijke strekking bij de bekendmaking van het besluit vermeld moeten worden, temeer omdat in redelijkheid valt te stellen dat bij uitvoering van de ophoogwerkzaamheden op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden niet van wezenlijke invloed zijn op behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van openheid en verkavelingspatronen. Immers kan een hoger maaiveld van invloed zijn op de openheid van het landschap en kunnen vanwege de ophoging verkavelingspatronen verloren gaan. Omdat een motivatie waarom voldaan wordt aan een van de voorwaarde tot het verkrijgen van de omgevingsvergunning ontbreekt, is het besluit ons inziens in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk gemotiveerd en is het besluit daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid.

De provincie Utrecht heeft in het kader van het verbod om zonder ontheffing gronden op te hogen of te egaliseren (als bepaald in artikel 3.64 Iov) ontheffing verleend. Dit verbod is gesteld met het oog op het behoud van onder andere landschappelijke waarden en kent aldus een vergelijkbaar beoordelingskader als zoals bepaald in het vigerende bestemmingsplan. Het besluit van de provincie is wel van een motivering voorzien en kan derhalve als voorbeeldmotivering dienen. Weidevogelkerngebied In de beschikking wordt overwogen dat geen sprake is van aantasting van het weide(vogel)kerngebied. Hoe tot deze constatering wordt gekomen, is niet direct duidelijk. Mogelijk ligt de constatering dat na realisatie van de werkzaamheden de gronden weer geschikt

Blad 22 van 25

Rapportage Onderzoek vergunningverlening grondtransporten Wilnis projectnummer 0478077.100 9 december 2022 Gemeente De Ronde Venen

zijn voor agrarisch gebruik aan deze overweging ten grondslag. De gronden kennen thans immers ook een agrarisch gebruik en zijn kennelijk bij gelijktijdig agrarisch gebruik tevens geschikt voor weidevogels. Mogelijk is hierbij tevens de overweging dat door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (van weidevogels) plaats te laten vinden, het weidevogelkerngebied behouden kan blijven, omdat verstoring van broedende weidevogels daarmee voorkomen kan worden. Uit de beschikking volgt echter niet eenduidig de exacte motivering waarom overwogen wordt dat geen sprake is van aantasting van het weidevogelkerngebied. Het is evenmin onduidelijk of deze constatering vanuit ecologisch advies van een deskundige of anderszins vanuit een ecologische expert judgement tot stand is gekomen. Op grond van artikel 3:46 en 3:47 Awb had een motivatie van dergelijke strekking bij de bekendmaking van het besluit vermeld moeten worden, temeer omdat bij uitvoering van de ophoogwerkzaamheden in een weidevogelkerngebied in redelijkheid op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden niet van wezenlijke invloed zijn op de instandhouding van weidevogels. Om die redenen achten wij het besluit eveneens in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk gemotiveerd en is het besluit in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid.

De provincie Utrecht heeft in het kader van het verbod om zonder ontheffing gronden op te hogen of te egaliseren (als bepaald in artikel 3.64 Iov) ontheffing verleend. Dit verbod is gesteld met het oog op het behoud van onder andere natuurwetenschappelijke waarden (waar het weidevogelkerngebied onder wordt geschaard) en kent aldus een vergelijkbaar beoordelingskader als zoals bepaald in het vigerende bestemmingsplan. Het besluit van de provincie is wel van een motivering voorzien en kan derhalve als voorbeeldmotivering dienen (hoewel dit losstaat van de vraag of deze motivering ook inhoudelijk te volgen is). Archeologische waarden De aangevraagde werken en werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien (kortgezegd) behoud en bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden gewaarborgd is. Binnen het besluitgebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft de middelhogehoge archeologische verwachting voor het besluitgebied bevestigd. In de beschikking wordt geadviseerd het plan aan te passen zodat geen sprake meer is van bodemroerende werkzaamheden binnen het archeologisch verwachtingsniveau. Naar verwachting is planaanpassing mogelijk.

Daarmee worden archeologische waarden niet geschaad en geldt de uitzondering van artikel 28.3.2 uit het bestemmingplan op het uitvoeringsverbod (omdat de drempelwaarden voor archeologisch onderzoek niet worden overschreden). De werkzaamheden zijn daarmee vanuit archeologisch oogpunt niet onderworpen aan een omgevingsvergunningplicht. Indien planaanpassing niet mogelijk is, dan wordt in de beschikking overwogen dat voor uitvoering van de plannen nog nader archeologisch onderzoek plaats dient te vinden. Dit vereiste is als voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld. Daarbij wordt echter niet als randvoorwaardelijk gesteld dat de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet mogen worden geschaad of dat anders voorschriften en beperkingen gericht op het behoud van de archeologische resten aan de omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. Dit betreft ons inziens een omissie, waardoor niet voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 28.3.3 van het vigerende bestemmingplan. Het besluit is daarmee ons inziens in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid.

Blad 23 van 25

Rapportage Onderzoek vergunningverlening grondtransporten Wilnis projectnummer 0478077.100 9 december 2022 Gemeente De Ronde Venen

4.3

In hoeverre is het aspect stikstofemissie (vanwege de grondtransportbewegingen) een af te wegen belang in de onderhavige omgevingsvergunningprocedure en is dit aspect in de omgevingsvergunningprocedure voldoende betrokken en afgewogen? Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt zijn de vergunde activiteiten niet vergunningplichtig ten aanzien van gebiedsbescherming op grond van de Wet natuurbescherming. Redengevend hiervoor is dat de activiteiten sinds 1 juli 2021 vallen onder een generieke vrijstelling voor wat betreft stikstofdepositie zoals bepaald in artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming.

4.4

In hoeverre is het aspect flora & fauna een af te wegen belang in de onderhavige omgevingsvergunningprocedure en is dit aspect in de omgevingsvergunningprocedure voldoende betrokken en afgewogen? Zoals uit hoofdstuk 3 volgt, ligt het primair op de weg van de initiatiefnemer om te bepalen of een natuurtoestemming is benodigd en zo ja, of deze natuurtoestemming voorafgaand aan de Waboomgevingsvergunning wordt aangevraagd, of dat deze aanhaakt bij de Waboomgevingsvergunningprocedure. Indien de natuurtoestemming separaat van de Wabo-omgevingsvergunningprocedure loopt, dan is het aspect flora & fauna vanuit de Wet natuurbescherming geen specifiek af te wegen belang in de Wabo-omgevingsvergunningprocedure. Indien voorafgaand aan de Waboomgevingsvergunningprocedure nog geen natuurtoestemming is aangevraagd of is verleend, dan is het aan het bevoegd gezag om na te gaan of er een aanhaakplicht geldt. Uit de beschikking van de omgevingsvergunning blijkt niet of voldaan is aan deze onderzoeksverplichting. Ons inziens geldt dat in redelijkheid valt te stellen dat bij uitvoering van de ophoogwerkzaamheden in een weidevogelkerngebied, op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden niet van wezenlijke invloed zijn op de instandhouding van weidevogels als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, van de Wnb.

De werkzaamheden vinden immers plaats op agrarische gronden binnen een aangewezen weidevogelgebied. In redelijkheid valt aan te nemen dat bij het uitvoeren van de ophoogwerkzaamheden de gronden (tijdelijk) braak komen te liggen. Weidevogels kunnen op dat moment geen gebruik maken van het perceel. In hoeverre dit tot een overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming leidt, dient beantwoord te worden door een ter zake ecologische deskundige. Het ligt in de reden dat het bevoegd gezag hiervoor de initiatiefnemer verzoekt een quickscan flora & fauna uit te laten voeren. Uit de omgevingsvergunningaanvraag of de beschikking blijkt niet dat hieromtrent een afweging heeft plaatsgevonden. Indien deze afweging wél heeft plaatsgevonden, dan lag het in de rede deze afweging op te nemen in de beschikking van de omgevingsvergunning. De uitkomst van de afweging zou dan zijn geweest dat de aangevraagde activiteiten niet van wezenlijke invloed zijn op de instandhouding van beschermde soorten, omdat anders een aanhaakplicht zou gelden. Indien deze afweging niet heeft plaatsgevonden, dan heeft het bevoegd gezag niet voldaan aan haar onderzoeksverplichting om na te gaan of er een aanhaakplicht geldt. Het besluit is in dat geval

Blad 24 van 25

Rapportage Onderzoek vergunningverlening grondtransporten Wilnis projectnummer 0478077.100 9 december 2022 Gemeente De Ronde Venen

in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid. Mocht blijken dat een aanhaakverplichting gold (omdat er een natuurtoestemming verleend moet worden), dan is Waboomgevingsvergunningprocedure bovendien onjuist doorlopen. Wanneer de natuurtoestemming aanhaakt, is namelijk een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nodig van Gedeputeerde Staten. Dit volgt uit artikel 6.10a, eerste lid, van het Bor. Indien binnen een omgevingsvergunningprocedure een VVGB benodigd is, is daardoor op de gehele procedure de uitgebreide procedure op grond van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Dit volgt uit artikel 3.10, eerste lid, onder e, van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 2.27 van de Wabo. De omgevingsvergunning is thans echter met de reguliere vergunningsprocedure voorbereid.

4.5

Conclusies Zoals uit dit hoofdstuk blijkt, is het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning ons inziens op onderdelen in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk gemotiveerd en is het besluit in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid. Daarnaast is onzeker of er een afweging heeft plaatsgevonden omtrent de noodzaak tot het onderzoeken of er een aanhaakplicht ten aanzien van een natuurtoestemming voor wat betreft soortenbescherming bestond. Indien deze afweging wél heeft plaatsgevonden, dan lag het in de rede deze afweging op te nemen in de beschikking van de omgevingsvergunning. Indien deze afweging niet heeft plaatsgevonden, dan heeft het bevoegd gezag niet voldaan aan haar onderzoeksverplichting om na te gaan of er een aanhaakplicht geldt. Het besluit is in dat geval in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig voorbereid. Mocht blijken dat een aanhaakverplichting gold (omdat er een natuurtoestemming verleend moet worden), dan is Wabo-omgevingsvergunningprocedure bovendien onjuist doorlopen vanwege het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen en het onterecht toepassing geven aan de reguliere omgevingsvergunningprocedure in plaats van de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure. Tegen de verleende omgevingsvergunning is geen bezwaar of beroep ingesteld. Dat betekent dat de omgevingsvergunning inmiddels onherroepelijk is.

Bovengenoemde tekortkomingen kunnen derhalve niet meer leiden tot vernietiging van de verleende omgevingsvergunning. De Wet natuurbescherming blijft daarnaast onverkort van toepassing. De thans verleende omgevingsvergunning vormt voor de initiatiefnemer derhalve geen rechtvaardiging om niet alsnog over een benodigde natuurtoestemming te beschikken, mocht deze natuurtoestemming noodzakelijk blijken te zijn. Onze algemene conclusie is dat het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning op onderdelen in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk is gemotiveerd en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet zorgvuldig is voorbereid. Dat wil echter niet zeggen dat de uitkomst van de procedure - de verlening van de omgevingsvergunning - nooit tot stand had kunnen komen. Mits voldoende gemotiveerd zou een gelijkstrekkende vergunningaanvraag wederom kunnen leiden tot verlening van de omgevingsvergunning. Het is aan het bevoegd gezag om te komen tot deze inhoudelijk gegronde motivatie.

Blad 25 van 25

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM T. 06 25 77 84 55 E. tom.vleeschhouwer@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12299581/1