CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

18-3-2021 Commissie ABZF en SI

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken Financiën 8 april 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 18 februari 2021 en notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financien & Inwonerszaken en Samenleving d.d. 18 maart 202111.271 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën en Samenleving & Inwonerszaken Datum:

18 maart 2021

Tijd:

19:30 uur

Plaats:

Digitaal via Teams

Registratienummer: Voorzitter:

De heer A.J.C. Goldhoorn

Griffier:

De heer M. de Graaf

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer E.H. Dohle (VVD), de heer N.P.M de Dood (CDA), de heer E. Doorn (D66), mevrouw C. Dijkman (VVD), de heer M.B.M. van Dijkman (VVD), de heer R. Evers (VVD), de heer H.J. van der Greft (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), mevrouw B.Y. Janmaat (CDA), de heer J.J. Kneppers (Lijst 8 Kernen), mevrouw M.C. de Korte-Verhoef (CDA), de heer T. Klinkhamer (D66), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA/GroenLinks), de heer B. Richter (VVD), de heer T. Sligtenhorst (ChristenUnie - SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP), mevrouw B. Tweehuijsen (PvdA/GroenLinks), de heer C. van Uden (D66), mevrouw A.A.M. Wilgers (CDA)

Meesprekers:

Geen

Wethouders:

De heer M. Divendal, mevrouw K.B. Hagen (D66), de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de 1

deelnemers gebracht. Wanneer men wil interrumperen dan kan men dit aangeven met het handje en tegelijkertijd met een interruptiemelding via de chat.

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor niet geagendeerde onderwerpen.

3.

Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. De heer Richter meldt de notulen van de vorige vergadering niet gezien te hebben

4.

Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën en Samenleving & Inwonerszaken d.d. 18 februari 2021 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld, nadat de heer Richter heeft opgemerkt erop terug te komen wanneer er nog opmerkingen zijn. Er zijn geen vragen naar aanleiding van de notulen.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen De heer Kroon brengt toezegging 216/20 naar voren. Tijdens de vorige commissievergadering is toegezegd dat men er binnen twee weken op terug zou komen. Dat is kennelijk nog niet gelukt. Wanneer komen de voorwaarden voor coronasteun voor de cultuursector op de website te staan? Er staat nu maart, maar de vraag is wanneer precies. Wethouder Schuurs meldt dat de stukken gereed zijn. Komende dinsdag staat het in het college op de agenda. Dan gaat men het goedkeuren. Vervolgens kan men verder.

De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn over de toezeggingen. Daarmee is dit agendapunt gesloten.

b.

Informatie-uitwisseling De heer Kroon begint met de verwijdering van de filmpjes die de gemeente op de sociale media had verspreid in het kader van de Tweede Kamerverkiezingen. Die filmpjes zijn gemaakt met medewerking van het JAC en het Jongerenwerk. Daags voor de verkiezingen zijn die filmpjes verwijderd. Begrepen is dat het college vond dat de filmpjes niet neutraal genoeg zouden zijn. Volgens spreker waren de filmpjes niet sturend. Waarom heeft het college het besluit genomen om de campagne te stoppen? Waar ligt de grens van neutraliteit? Had het niet anders gemoeten door bijvoorbeeld in overleg te gaan met de jongeren? Hoe wil men dit in de toekomst regelen in samenspraak met de jongeren?

2

Dan de Wereldwinkel Abcoude. De vorige keer heeft het college aangegeven het pand te verkopen met inbegrip van de gebruiker, de Wereldwinkel. Ondanks dat blijkt het college nu de gebruikersovereenkomst op te willen zeggen. De reden daarvoor is onduidelijk. Dat is in strijd met de afspraken met de Wereldwinkel en de commissie. Kan het college het besluit toelichten? Kan men alsnog het pand met de gebruiker te koop aanbieden? Dan de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Hoe staat het daarmee? Zonnepanelen op de daken. Zit daar voortgang in? De heer Stam heeft het persbericht met de uitslagen van de verkiezingen gezien. Wat daaruit niet duidelijk wordt is hoe het verloop met het briefstemmen is gegaan. Hoe is dit verlopen in de gemeente? Hoeveel mensen hebben er gebruik van gemaakt? In hoeveel gevallen is het misgegaan? Het lijkt erop dat er in deze gemeente niets mis is gegaan. Of heeft men minder gebruik gemaakt van briefstemmen ten opzichte van andere gemeenten? Graag een nadere toelichting? Enige tijd geleden is er gesproken over Save/Veilig Thuis. Daar is het nodige gedoe over geweest en de wethouder heeft aangegeven niet tevreden te zijn met de gang van zaken daar.

Wat is de status op dit moment? In het verlengde daarvan, hoe zijn de ervaringen in de gemeente met betrekking tot de hulpvragen van jongeren? Wat is de invloed van de coronasituatie daarop? Kent het college het advies van het Nederlands Jeugdinstituut, Werk aan de mentale gezondheid van jongeren? Daarmee haakt men in op het extra budget dat het Rijk ter beschikking heeft gesteld om ondersteuning aan jongeren te bieden. Is daar actie door het college op ondernomen? Zo ja, op welke wijze? Is het JAC hierbij actief betrokken? Dan de toeslagenaffaire. Is er al meer zicht op wie de gedupeerden zijn? Hoe staat het met de opvang van deze mensen? Hoe staat het met de communicatie over deze affaire en de maatregelen? Hoe verloopt dit richting inwoners? Mevrouw Groen geeft aan dat er een speeltuinbende is opgericht voor gehandicapte kinderen. Daar is de nodige aandacht voor in de media. De activiteiten richten zich erop dat de gehandicapte kinderen met niet gehandicapte kinderen kunnen spelen. Heeft de gemeente al contact gehad met deze stichting? Zo niet, wordt dan getracht hiermee in contact te komen? Mevrouw Borgstede stelt de nieuwe verkiezingsborden in de gemeente aan de orde. Graag ontvangt spreekster een overzicht hoe het proces van de nieuwe borden is verlopen.

Hoe is het idee ontstaan? Welke afwegingen hebben een rol gespeeld? Welke afspraken zijn er voor de komende jaren gemaakt? Zijn er mogelijkheden om de borden aan te passen? Mevrouw De Korte is benieuwd hoe het gaat met de aanbesteding van de jeugdzorg. Wat is de stand van zaken? Wanneer wordt de raad geïnformeerd? Men heeft van inwoners gehoord dat een PGB afgeraden wordt. Dat bij zorg in natura geen PGB wordt gegeven. Kloppen deze geluiden? Zo ja, wat zijn dan de achterliggende redenen? Burgers hebben toch altijd keuzevrijheid. Mevrouw Becker wil graag horen hoe het briefstemmen verlopen is. Over de forten heeft men al een tijd niets gehoord. Is er nog nieuws over de ontwikkelingen bij de verschillende forten? De heer Klinkhamer hoort graag hoe het staat met de voetbalkooi? 3

De heer Van der Greft heeft een tijdje terug op social mediakanalen een mooi filmpje gezien van wethouder Schuurs. In dat filmpje vraag de wethouder aandacht voor de aanbesteding en inkoop bij ondernemers van De Ronde Venen. Deze week riep de gemeente inwoners op om een selfie buiten het stemlokaal te maken met iets uit het stemlokaal en dat men daarmee een Bol.com-bon kon winnen. Volgens spreker is dat een gemiste kans. Geef dan een geschenkbon weg van lokale ondernemers. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Burgemeester Divendal is het eens met de heer Kroon, men had die filmpjes niet moeten stoppen. Een volgende keer zal men het anders doen. Nu is er op het laatste moment besloten, terwijl dat niet nodig was geweest. Een reden voor het besluit was dat onvoldoende duidelijk was wie de afzender van de filmpjes was. Daarnaast werd er in een paar filmpjes een standpunt ingenomen. Men had beter moeten weten over wat voor project het ging en men had beter met elkaar onduidelijkheid over de afzender moeten vermijden. Volgende week spreekt de burgemeester met betrokkenen. Om te vertellen waarom het is gebeurd. En dat het niet de bedoeling is om in de toekomst dit soort dingen te doen. Met elkaar de zaken van te voren beter bespreken inclusief kijken naar de beste aanpak. Het verkiezingsproces in de gemeente is goed verlopen. Ongeveer 40% van de 70-plussers heeft per brief gestemd.

In eerste instantie constateerde men al snel dat der volgens de regels veel fouten zijn gemaakt. Na contact met een aantal burgemeesters met Binnenlandse Zaken. Na de maatregel van het Rijk was het percentage ongeldige stemmen niet anders dan in voorgaande jaren. Ook was het percentage ongeldige stemmen bij briefstemmers niet hoger dan bij de overige stemmers. De heer Stam begrijpt dat het aantal ongeldige stemmen genoemd in het persbericht inclusief de ongeldige briefstemmen is. Burgemeester Divendal bevestigt dit. Op maandag en dinsdag zijn bijna 5000 stemmen uitgebracht. Dat is relatief veel. Men heeft overal goede reacties gehoord over de aanpassing van de stemlokalen. De mensen van de stembureaus hebben een grote inzet laten zien. De gemeente heeft wel veel kosten voor de verkiezingen moeten maken. Het aanvullende budget van het Rijk daarvoor was niet geheel voldoende. Over de verkiezingsborden kan men niets nieuws toevoegen aan wat er in de vorige commissie over is gezegd. Voor de zomer komt er een afspraak met de partijen die nu vertegenwoordigd zijn in de gemeente, maar ook met nieuwe partijen, om het gehele verkiezingsproces, waaronder ook de verkiezingsborden, door te lopen. De voorzitter denkt dat mevrouw Borgstede een feitenrelaas wil over hoe men tot deze borden is gekomen.

Volgens burgemeester Divendal wordt dat geen ander verhaal dan wat in de vorige commissie is verteld. De oude borden waren kapot en moesten vervangen worden. Men heeft na afweging besloten deze borden neer te zetten. In de overeenkomst staat dat de borden voor vier verkiezingen gebruikt moeten worden.

4

Mevrouw Borgstede wil die gehele gang van zaken juist weten. Men zit nog vier verkiezingen aan die borden vast. Men wil weten wat het verschil in kosten is tussen de borden die er normaal in de gemeente waren en de zuilen die nu neergezet zijn. Men wil gewoon het overzicht hebben. Burgemeester Divendal vraagt zich af wat de toegevoegde waarde van het overzicht op dit moment is. Er zijn ook veel mensen in de gemeente die de nieuwe borden een vooruitgang vinden. Dat het er keurig uitziet. Bij gemeenteraadsverkiezingen doen er minder partijen mee en dan zijn de posters weer groter. Wat mevrouw Borgstede vraagt kan ze krijgen. De burgemeester zegt toe op de ontwikkelingen bij de forten schriftelijk terug te komen. Er zijn geen ontwikkelingen die op korte termijn om besluitvorming vragen. Dan de cadeaubonnen. De Bol.com-bonnen zijn nog niet gekocht en dus nog niet verstrekt aan de mensen die ervoor in aanmerking komen. Men zal lokaal besteedbare geschenkbonnen geven in plaats van Bol.com-bonnen. Wethouder Kroon vindt het idee van mevrouw Groen sympathiek. Wanneer zij de contactgegevens van de stichting door kan geven, dan gaat de wethouder kijken wat men daarmee kan. Over de Wereldwinkel heeft overleg plaatsgevonden. Afgesproken is dat men op zoek gaat naar een koper van het pand die de Wereldwinkel daarin mee wil nemen. Nu is het contract eerst opgezegd.

De reden is dat, wanneer er geen koper komt die de Wereldwinkel niet mee wil nemen, men het pand toch kan verkopen. Het uitgangspunt is behoud van de Wereldwinkel, dus de verkoop van het gebouw met de Wereldwinkel erbij. Alleen is het contract met de winkel opgezegd om te voorkomen dat een eventuele verkoop vertraagd wordt. De heer Kroon snapt de redenering. Kan men het pand niet in de markt zetten zonder dat de opzegging bekend is. Is dat bekend, dan kan elke koper die opzegging gebruiken. Kan men niet eerst kijken of verkopen lukt zonder opzegging? Wethouder Hagen brengt naar voren dat men periodiek informatie over de veranderagenda van Save/Veilig Thuis. Men verwacht nieuwe informatie bij de jaarstukken. Dat is dus redelijk snel. Ondertussen is er een nieuwe casemanager aangetreden en een nieuwe regiomanager. Met deze personen wordt ook de samenwerking besproken. Uitgangspunt is dat de gemeente bijtijds betrokken worden bij ontwikkelingen. Zodra de stukken er zijn, volgt een gesprek over de vervolgfase. Op het punt hulpvragen van jongeren en het extra budget daarvoor van het Rijk. Is dat het bedrag voor eenzaamheid en dergelijke. Dat bedrag is voornamelijk voor onderwijs. Welk specifiek bedrag bedoelt de heer Stam? De heer Stam meldt dat het over een bedrag gaat van 200 miljoen euro dat het Rijk beschikbaar stelt voor de gemeenten. Het bericht van afgelopen februari.

Wethouder Hagen komt erop terug. Eerst nagaan wat ermee specifiek bij de gemeente mee is gedaan. Er is wel veel contact met het jongerenwerk geweest. Uit contact met scholen bleek dat met het vele digitale onderwijs er best sprake is van eenzaamheid. 5

Stageplaatsen waren ook lastig. Echter, er gaan veel nieuwe stagiairs bij de gemeente aan de slag. Tegelijkertijd roept de gemeente de bedrijven op om toch zoveel mogelijk stageplaatsen beschikbaar te stellen en deze ook actief aan te bieden. Dat men in plaats van een PGB op natura stuurt klopt wel. Bij een PGB komen ook heel veel verantwoordelijkheden kijken. Men kijkt samen met een cliënt of een PGB passend is en of men kan verwachten dat de verantwoordelijkheid geen probleem gaat opleveren. De voetbalkooi ligt nog steeds in de opslag. Er zijn bezwaren tegen de kooi gekomen van de omgeving. Men is daarover nu in overleg. Komt er geen oplossing, dan gaat men op zoek naar een nieuwe plek. De heer Stam snapt de beschrijving van de gang van zaken bij Save. Wat spreker interesseert is de ervaring van de gemeente. Ziet men verbeteringen of niet? Dan het budget van het Rijk. Er ligt ook een advies van het Nederlands Jeugdinstituut. Het gaat met name over het punt dat steeds meer jongeren een beroep doen op de jeugdhulp als gevolg van corona. Herkent men dat beeld? Ziet men dat in deze gemeente ook? Het is van belang dit te weten. Zeker, omdat men zich de afgelopen jaren zorgen heeft gemaakt over de stijging van de behoefte aan jeugdhulp. Terugkomend op het puntje PGB. Spreker snapt enerzijds wat de wethouder heeft gezegd. Anderzijds moet men ook vertrouwen in de burger hebben.

Zoals het antwoord gegeven is, komt er een zeker wantrouwen naar voren. Wethouder Hagen merkt op dat wantrouwen bij de PGB niet het uitgangspunt is. Het gaat er met name om dat het voor het evalueren van zorg en het overwegen van nieuwe zorg het prettig is wanneer men een sparringpartner heeft. Het kernteam is nu zo georganiseerd dat de hulpvraag van de cliënt en het perspectief dat de cliënt graag ziet centraal staan. Vanuit dit punt kijkt men wat passend is. Over de toename van het beroep op jeugdhulp door jongeren kan de wethouder even niet aangeven. Men heeft de cijfers niet bij de hand. De wethouder gaat er naar kijken en komt erop terug. De heer Stam wacht de aanvullende beantwoording eerst even af. Wethouder Kroon geeft aan het gebouw in Abcoude het liefst te verkopen inclusief de Wereldwinkel. Mocht dat geen koper opleveren, dan wordt het gebouw zonder Wereldwinkel verkocht. De raad blijft daarover geïnformeerd. De voorzitter denkt dat de wethouder ook wel iets weet over het gemeentelijk vastgoed en de duurzaamheid daarvan. Wethouder Kroon kan niet antwoorden omdat de verbinding wegvalt. Wethouder Schuurs meldt dat er zevenenvijftig gedupeerden zijn van de toeslagenaffaire. Met een aantal daarvan heeft de gemeente contact gehad. Mensen waarvan men telefoonnummers heeft worden in de komende week benaderd.

Van mensen waarvan men het telefoonnummer niet heeft die worden benaderd met een gestuurde kaart. Men kijkt welke

6

Actie men kan ondernemen. De maatschappelijke partners zijn ook benaderd voor mogelijke inzet. Het aanbestedingstraject voor de jeugdzorg loopt nu. Dat is vorig jaar uitgesteld in verband met corona. De inkoop wordt samen gedaan met andere gemeenten. Men kan wel goed invloed uitoefenen op welke manier men deze zorg wil verlenen. Er komt een informatieavond over. De vraag aan de agendacommissie is hiervoor een datum te plannen. De heer Kroon geeft aan dat het antwoord op zijn vraag over de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed ook schriftelijk gegeven mag worden. Het is goed om te horen dat er in de toekomst anders omgegaan wordt met die actie van die filmpjes. Dan de winactie waarover de heer Van der Greft over heeft gesproken. Spreker heeft begrepen dat die ook samen met het Jac bedacht is. Wellicht is het goed om aanpassingen aan deze actie met hen te bespreken. Burgemeester Divendal kan zich goed vinden in de gedane suggesties. De burgemeester komt met informatie over de coronasituatie in de gemeente. In bepaalde situaties hebben mensen wel heel erg te maken gekregen met de gevolgen van het coronavirus. Op dit moment lijkt de situatie in de gemeente redelijk stabiel. Wanneer men iets hoort over bijvoorbeeld corona op een school dan gaat men aan de slag met het protocol. Dan is er sprake van een tijdelijke quarantaine.

Wethouder Schuurs heeft toegezegd eens per twee maanden inzicht te geven in de wachtlijst Wmo, met name de schoonmaak. De wachtlijst voor de jeugdhulp is teruggelopen van 37 naar 33. Het aantal nieuwe gevallen Wmo is ongeveer 100. Dat was het vorige keer ook. Het aantal verlengingen is met 20 gedaald tot 177. Veel vooruitgang ziet men nog niet. Echter, er worden wel extra mensen ingezet. Die stromen de komende weken binnen. Daarna moet het de goede kant opgaan. Men heeft kennis kunnen nemen van de beveiligingsproblemen bij Microsoft. Zodra er iets over bekend was, heeft de gemeente de nodige actie ondernomen. Voor zover men kan nagaan is er niets gebeurd. Wel blijft men continue alert op het onderwerp. Men doet er alles aan om de gegevens veilig te houden. Burgemeester Divendal deelt mee dat corona echt nog aanwezig is. Dat heeft in meer of mindere mate voor mensen gevolgen. Men heeft een nota gekregen over de quick scan lokale democratie. De burgemeester vraagt om een paar leden van de raad om toe te treden tot de begeleidingscommissie daarvan. Wethouder Kroon heeft begrepen dat de raad drie keer per jaar een voortgangsdocument ontvangt over de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Daar zit ook de stand van zaken in over constructieberekeningen voor zonnepanelen op daken.

Daar krijgt men ook informatie over pilots van de gemeente om energie te besparen bij gebouwen van de gemeente. Ook komt de verbetering van het energielabel van het gemeentehuis daarin aan de orde. De laatste nota is gestuurd media februari.

7

De heer Kroon is benieuwd of de gemeentelijke daken met zonnepanelen ook beschikbaar gesteld kunnen worden voor de verschillende verduurzamingscoöperaties in de gemeente. Dat is in het verleden wel afgesproken. Volgens spreker zit hier nog weinig voortgang in. Wethouder Kroon geeft aan dat men bezig is met het berekenen wat er kan. Daarna kan men kijken of men de met zon opgewekte energie kan delen met participanten. Dit punt komt ook terug in het viermaandelijkse voortgangsdocument. De heer Kroon vraagt of daarin ook staat wanneer er duidelijkheid hierover is. Wethouder Kroon bevestigt dit. Het meerjarig duurzaamheidsplan wordt eind maart opgeleverd. Dan komt het naar de raad. Daar kan wel een financieel verzoek bij zitten. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter constateert dat er geen punten voor dit agendapunt zijn. De heer Stam heeft wel een algemene vraag over het onderwerp. Kan men bij dit agendapunt vermelden welke GR’en er bij dit punt voor deze commissie aan de orde zouden kunnen komen. De voorzitter geeft het punt via de griffie door aan de agendacommissie. Daarmee is dit agendapunt afgesloten.

6.

Punten voor de raad van 1 april 2021

a.

Archiefverordening De Ronde Venen 2021, raadsvoorstel 11/21 De heer Kroon stelt op basis van het antwoord op een technische vraag vast dat alles gearchiveerd gaat worden. Dat betekent ook het appverkeer. Daar is nog wel eens gedoe over geweest. Hoe is het back-uppen van apps en e-mails geregeld? Gaat dat automatisch en is de gemeente technisch daartoe in staat? Valt de communicatie van raadsleden die gebruik maken van het gemeenteadres hier ook onder? Of vallen raadsleden daarbuiten, omdat ze geen ambtenaren zijn? Kan men voortaan bij alle (vernieuwde) verordeningen aangeven wat er veranderd is? De heer Stam constateert dat er sprake is vaneen verordening en een beheerregeling. Niet duidelijk is in welke relatie er tussen die twee is. Het raadsvoorstel gaat over de verordening. De beheerregeling zit er als bijlage bij. Graag een toelichting? Is het niet wat vreemd dat begrippen en definities in de beheerregeling staan? Aannemend dat de verordening bovenliggend is, zouden die toch in de verordening moeten staan?

8

Hoe gaat men zeker stellen dat het digitale verkeer wordt gearchiveerd? Dat is complexer dan de archivering van papier. Mevrouw Becker heeft een punt in aansluiting op het antwoord op de eerste technische vraag van PvdA. Bij punt 4 van het antwoord staat hoe dit gedaan wordt. Dat geldt zowel voor papieren als digitale informatie. Echter, wordt papier dan niet gedigitaliseerd in het archief opgenomen? Dat zou toch veel ruimte besparen. Burgemeester Divendal begrijpt de vraag over digitalisering van papier goed. Dat gebeurt ook. Van social media worden screenshots gemaakt en die worden in het archief opgenomen. Websites kan men niet opslaan. Er is sprake van een ontwikkeling die nog steeds gaande is. Er is een onderscheid in appverkeer. Wanneer de gemeente via een app inwoners vraagt, dan wel de mogelijkheid biedt, om zaken per app te regelen, dan is er al sprake van een goede opslag. Bij appverkeer als een soort vervanger van een telefoongesprek is het nog niet zo goed geregeld. Het geheel is nog in ontwikkeling. Er is sprake van een groeimodel. Men moet de beheerregeling zien als een soort beleidsregel. De verordening moet door de raad worden vastgesteld. Daarin gaat het om de hoofdlijnen. De beheerregeling wordt door het college vastgesteld en die gaat meer op de details in.

De heer Kroon herhaalt zijn vraag of veranderingen of vernieuwingen van een verordening niet standaard kunnen worden aangegeven. Spreker heeft gehoord dat back-ups van apps nog niet helemaal goed loopt. Is het back-uppen van apps van toepassing op apps van ambtenaren of geldt dat ook voor apps van raadsleden? Volgens burgemeester Divendal is het back-uppen van apps niet van toepassing bij raadsleden. Verandering in verordeningen worden al redelijk standaard aangegeven. In dit geval staat in het raadsvoorstel een kleine opsomming van de meest belangrijke wijzigingen (pagina 2, punt 1.1). men dacht het goed te doen. Eigenlijk levert men bij gewijzigde verordeningen twee exemplaren, waarvan een met de doorgevoerde wijzigingen. De voorzitter denkt dat met deze laatste opmerking de discussie over het agendapunt gesloten kan worden. Geconstateerd wordt dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan.

b.

Verordening Raadsenquête De Ronde Venen 2021, raadsvoorstel 08/21 De heer Van der Greft merkt op dat er zijns inziens mogelijke onduidelijkheden in de verordening staan. In artikel 2 staat dat op verzoek van een of meer leden de raad kan besluiten een onderzoek in te stellen. In artikel 3 staat dat de raad een onderzoekscommissie instelt en dat zij een budget voor het onderzoek vaststelt. Dit laatste zou kunnen gebeuren in de vorm van een raadsvoorstel. Alleen bij artikel 2 en 2a is niet duidelijk hoe een en ander tot stand moet komen. Hoe krijgt men draagvlak voor een raadsenquête? Moet daar ook een meerderheid voor zijn? De heer Stam heeft bij de technische vragen een vraag gesteld over artikel 2a, met name over de termijn van een maand. Op die vraag wordt wat makkelijk geantwoord. Spreker 9

betwijfelt of dat zo gaat werken. Wanneer de raadsleden meer tijd nodig hebben voor het vooronderzoek, moet men dan weer terug voor een nieuw besluit van de raad of kan men de termijn flexibel maken? Burgemeester Divendal geeft aan dat een of meer raadsleden met een voorstel voor een onderzoek kan komen. Vervolgens neemt een meerderheid van de raad een besluit daarover. De burgemeester kan zich wel iets voorstellen bij wat de heer Stam heeft gezegd over die enen maand. De bedoeling van die korte periode is om te voorkomen dat het vooronderzoek het eerste deel van de eigenlijke raadsenquête gaat worden. Het is een soort quick scan om te bepalen of men een enquête wil. Vaststellen of een enquête het goede instrument is voor het probleem dat er ligt. Het is geen probleem om er twee maanden van te maken. Wanneer men dit wil, worden de stukken op dit punt voor de raadsvergadering aangepast. De heer Stam spreekt zijn voor keur uit voor de aanpassing in artikel 2a. Twee maanden in plaats van een. Van de heer Doorn mag men er ook drie maanden van maken. Bij het Veenweidebad heeft men ook behoorlijk wat tijd nodig gehad. Ook vanwege een externe aanscherping van de onderzoeksvraag. Wanneer men een enquête wil instellen dan is daar voldoende aanleiding voor. Dan moet men ook de ruimte hebben voor het vooronderzoek.

De heer Van der Greft heeft begrepen dat in artikel 2 staat dat een raadslid die een enquête wil met een omschrijving van de reden waarom. In artikel 2a besluit de raad op basis van een voorstel dat er een vooronderzoek gaat plaatsvinden. Wanneer dit correct is, dan kan het voorstel naar de besluitnemende raad. Mevrouw Borgstede komt terug op de termijn in artikel 2a. Waarom moet men zich tot een bepaalde tijdsperiode beperken. Dat is gewoon arbitrair. Wat is de reden om een termijn aan te geven? Kan het niet zonder termijn. Wanneer men een enquête wil, dan is er ook een reden om bij het vooronderzoek zo snel mogelijk te handelen. Burgemeester Divendal denkt dat er sprake is van een misverstand over het vooronderzoek en de raadsenquête. Bij de raadsenquête is geen sprake van een termijn. Een termijn geldt voor het vooronderzoek. Dat onderzoek is bedoeld om te beoordelen of een raadsenquête het juiste instrument is om een aangekaart probleem te onderzoeken. Het is wel verstandig om voor dit vooronderzoek een termijn af te spreken om daar slagvaardig mee aan de slag te gaan. De raad kan echter anders besluiten. De voorzitter geeft aan dat de heer Stam gevraagd heeft om de termijn op twee maanden te zetten. De heer Doorn wil drie maanden. Kan men er tweeëneenhalve maand van maken? De heer Doorn sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Borgstede.

Zo was de eerder gemaakte opmerking bedoeld. De heer Stam heeft geen twee maanden genoemd. Dat was een suggestie van de burgemeester, waarop spreker heeft aangegeven dat dit beter zou passen. Men kan zich ook 10

iets voorstellen bij de opmerking van mevrouw Borgstede en de heer Doorn. Misschien moet men aangeven dat het vooronderzoek zo kort mogelijk moet duren. Dan houdt men de termijn wel open terwijl er toch een zekere druk op staat. Burgemeester Divendal suggereert om de druk op de ketel te houden om in artikel 2a, in plaats van een termijn voor het onderzoek, op te nemen dat er binnen twee maanden verslag wordt gedaan van de voortgang van het vooronderzoek. De voorzitter stelt voor om het voorstel naar de besluitnemende raad te brengen. De heer Doorn is van mening dat er bij het voorstel ook een budget hoort. Dat kan door extra budget voor het raadsinstrumentarium of door een apart budget. Over een budget staat niets in de stukken, maar men moet zich wel bewust zijn dat er wel geld bij hoort. Burgemeester Divendal is geen voorstander van het opnemen van een budget. Dan gaat men een budget opnemen voor iets dat men mogelijk als instrument gaat gebruiken. Dat wordt een soort spaarpotje. De raad heeft een eigen budget en de raad kan te allen tijde vastleggen hoe men het wil besteden. Mevrouw Borgstede is van mening dat men het budget kan vaststellen wanneer men het nodig heeft. Het is wel goed dat het punt door de heer Doorn is gesignaleerd. De voorzitter stelt vast dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan.

c.

Toetreding gemeente De Ronde Venen tot U10, raadsvoorstel 07/21 De heer Dohle geeft aan niet tegen het toetreden tot netwerkorganisaties. Echter, ze moeten wel iets toevoegen. En bij kunnen dragen aan de gemeente. Op dit moment is men daarvan nog niet overtuigd. Daarom een aantal vragen. Wanneer men toetreedt dat men samenwerken met gemeenten te oosten van de stad Utrecht. En met de meer voor de gemeente relevante gemeenten Stichtse Vecht en Woerden. Kan het college het belang aangeven van een samenwerking met gemeenten die nogal ver bij onze gemeente vandaan liggen? Hoe moet men het compromissen sluiten binnen de samenwerking zien en hoe wordt de raad daarin meegenomen? Er wordt ambtelijke en bestuurlijke ondersteuning gevraagd en om een budget van 50.000 euro. Hoe verhoudt zich dat tot de in het amendement gevraagde extra taakstelling? Hoe verhoudt de U10 zich tot de U16? Graag een toelichting hierop? Mevrouw Borgstede is niet tegen overleg met elkaar over belangrijke onderwerpen die spelen in onze gemeente en waarbij men versterking kan zoeken in de omgeving. In het raadsvoorstel staat dat het doel van toetreding is de positie van de gemeente in de regio verder te optimaliseren en te formaliseren zodat de inwoners en bedrijven een betere belangenbehartiging vinden in de regio. De formulering is het convenant is iets anders. Die is wollig.

Hoe verhoudt het omschreven doel uit het voorstel zich tot de formulering in het convenant? Hoe kan men zich als gemeente daarbinnen handhaven? Wat zorgen baart is de REP. De gemeente staat niet op de kaart. Bij bijeenkomsten georganiseerd voor raadsleden over de REP had spreekster gevoelsmatig het idee achter de feiten aan te lopen. Men zou 11

eerder in het proces betrokken willen worden. Wanneer men dan leest hoe de raad geïnformeerd wordt, dan moet het college heel proactief op allerlei momenten handelen. Dat is een uitdaging voor het college. Uit informatie over andere U10-gemeenten op dit punt bleek dat men in sommige gemeenten een soort werkgroep heeft opgezet waarin raadsleden van tevoren inhoudelijk betrokken worden bij de REP en bij de RES. Dat men zo betrokken wordt bij het proces en dat er een soort klankbordfunctie ontstaat waardoor men duidelijk en helder een opdracht aan het college kan meegeven. Voor men het weet zit de raad niet meer vooraan in het proces. De N201 is weer van de baan, Wanneer men geen OV-hub heeft, kan men niet bouwen. Hoe kijken de collega’s aan tegen het punt van een werkgroep? Zodat men meer aangesloten is bij de REP en de RES. De heer Stam brengt in aansluiting op de woorden van de vorige spreker naar voren dat dit de reden is waarom een netwerkorganisatie wel verstandig is. Dan is men erbij wanneer zich ontwikkelingen voordoen zoals de N201 en de OV-hub. Toch resteren wat vragen en zorgen. Bij de technische vragen is gewezen op het onderzoek over de samenwerking van gemeenten in Utrecht-west. In het antwoord komt naar voren dat dit een soort separate samenwerking wordt, een soort alliantie. Dat is eigenlijk naast de U10/U16 een soort apart projectje.

Dat moet men dan wel zelf doen zonder ondersteuning van de U10/U16 en zonder financiering. Die alliantie staat dus los van de U10/U16. Klopt dit? In de beantwoording geeft men aan dat men bij de alliantie voordat men deelneemt gezamenlijk eerst de uitgangspunten voor de gezamenlijke opgave moet bepalen. Men committeert zich niet vooraf. Men committeert zich pas wanneer men besluit een opgave in samenwerking uit te voeren. Men moet wel helder hebben hoe dit proces werkt. Is het zo dat, wanneer raad en college de uitgangspunten hebben geaccepteerd, men zich nog niet gecommitteerd heeft aan het eindresultaat? Kan men halverwege de handen aftrekken van de uitkomst omdat die de gemeente niet past? Tijdens de discussie in november 2020 over de U10 heeft spreker aangegeven dat het college vooraf goed en compleet moet aangeven hoe men bij een bepaald onderwerp ‘in de wedstrijd zit’. Daar speelt misschien het probleem dat het college ook zijn eigen agenda en wensen heeft. Wanneer het college en de ambtelijke organisatie aan tafel zitten kan een soort voorsortering ontstaan. Dat moet men voorkomen. Dat vraagt om een andere manier van werken en politiek bedrijven dan men gewend is. Er is geen sprake van een gemeenschappelijke opdracht, zoals bij een GR, en de belangen van de verschillende gemeenten kunnen uiteen lopen. De gang van zaken bij de REP zijn exemplarisch.

Om hier aan mee te doen, moest men zich committeren aan de REK. Daar was de gemeente niet bij betrokken. De besluitvorming daarover was matig gefaciliteerd door de gemeente. Men weet eigenlijk niet wat men toen heeft besloten. Zoals het toen gegaan is, moet men het niet gaan doen. Het is prima om aan te sluiten bij U10/U16. Dan moet men wel een paar goede spelregels met elkaar afspreken. Dat betekent dat het college vooraf met de raad afstemt of men zich bij een bepaald thema aansluit inclusief de wijze waarop. De ins en de outs van de keuze meten helder zijn. Men moet vroeg in het traject met de raad de belangen van De Ronde Venen duidelijk hebben. Dan kan men een helder mandaat aan het college meegeven. Gedurende het project moet men de raad bijpraten. De U16 zou continue op de agenda moeten staan. Houdt de raad op de hoogte van de posities van andere gemeenten in het traject. Waar zitten 12

de gemeenschappelijke belangen en standpunten. Men moet aangesloten blijven. Het zou goed zijn wanneer het college hierover nog eens met een notitie over komt. Hoe de raad goed betrokken blijft bij het traject. Het is nodig dat die notitie er snel komt, omdat men het wil betrekken bij de besluitvorming over het raadsvoorstel. De heer Van der Greft denkt dat er een ding helder is. Wanneer de gemeente deelneemt aan de U10 dan committeert men zich aan de REK en aan de REP die daaruit voortkomt. Op het moment dat men deelneemt zit men vast aan de REK en de REP. In hoeverre zijn de uitgangspunten van de gemeente tegenstrijdig met punten die in de REK dan wel de REP staan? Daar geeft het college geen antwoord op. Men geeft aan dat dit moet worden uitgewerkt in het IRP. In het raadsvoorstel staat dat men bij toetreding de uitgangspunten en de voorwaarden onderschrijft. Dat betekent dat men de vier uitgangspunten van de REP in conflict ziet komen met de belangen van de gemeente. Zoals alleen mogen bouwen in geval dat er een OV-knooppunt is en dat bouwen alleen binnenstedelijk mag. Wat vindt wethouder Kroon van toetreding tot de U10? Bij toetreding kan de wethouder nooit zijn 4.800 woningen bouwen.

Hoe gaat de wethouder waarborgen dat de gemeente bij deelneming aan de U10 in het kader van de IRP wel de 4.800 woningen kan bouwen? Spreker heeft nog geen goed gevoel over het mogen meepraten. Een gevoel hoe men als kalkoen mag meepraten hoe men met Kerst wordt bereid. Waarom zou men in een samenwerkingsverband willen samenwerken wanneer men op basis van de uitgangspunten wanneer men op basis van de uitgangspunten die er nu liggen als gemeente al weet dat men nooit zijn zin zal krijgen. Men kan zich vinden in de onzekerheid die leeft bij de VVD en het CDA. Spreker voelt niet zoveel voor een werkgroep. De heer Borgstede denkt dat op het moment dat men niet toetreedt tot de U16 dat er niet zoveel verandert. Men heeft de wethouder horen zeggen dat, wanneer men niet aan tafel zit, er niet voor je gedekt wordt. Daar heeft men ook mee te maken. Een aantal zaken vanuit de provincie worden over de gemeente uitgerold. Men kan dat over zich heen laten komen of men gaat mee aan tafel zitten en proberen de zaak toch een beetje de andere kaant op te duwen. De heer Van der Greft wilde voor de interruptie juist een voorstel doen. Eerst wel meepraten bij het tot stand komen van de IRP. Dat moet voor de zomer door de raad. Wanneer men de IRP en de REP nu bekijken valt er voor de gemeente weinig te halen.

Op het moment dat de IRP is bijgestuurd en men sluit zich dan aan bij de U10 dan weet men waar men aan deelneemt. Nu deelnemen aan de U10 dan kan men zich alleen maar schikken. Dan kan men ook niet buiten de rode contour gaan bouwen. Wanneer men niet meedoet kan men zelf beslissen over bouwen. Mevrouw Borgstede merkt op dat de heer Van der Greft dingen zegt die niet kloppen. Wanneer de gemeente buiten de rode contour wil bouwen, geeft de provincie aan dat dit niet mag. Op het moment dat men buiten de rode contour wil bouwen, moet de gemeente altijd toestemming hebben van de provincie. Het maakt in dat geval niet uit of men wel of niet deelneemt aan de U10.

13

De heer Van der Greft merkt op dat op het moment dat men aan de U10 deelneemt men sowieso niet buiten de rode contour mag bouwen. Dat komt niet overeen met de uitgangspunten van de REP. Zet dan vol in op de IRP die mogelijk wel ruimte biedt. Dan kan men nog bepalen of men aan de U10 wil deelnemen. De heer Stam denkt dat zowel mevrouw Borgstede als de heer Van der Greft een beetje gelijk hebben. De heer van der Greft zegt dat, wanneer men nu deelneemt, men opgesloten is in maatregelen die de bouw van 4.800 woningen moeilijk maken. Tegelijkertijd, wanneer men niet deelneemt, wordt de REP en REK vanuit de U10 neergelegd. Dan neemt de provincie dat over en dan wordt het de gemeente opgelegd. Het is beter om aan tafel te zitten en te proberen om in het kader van de IRP dit punt bij te sturen. Men heeft op dit moment geen OVknoppunt. De provincie bepaalt die. De gemeente is dus altijd afhankelijk van de provincie. Vernomen is dat de provincie wil dat men nadenkt niet alleen over een wijk, maar ook over het mobiliteitsprobleem. Wanneer men met een plan naar de provincie gaat dat moet men ook aangeven hoe men het mobiliteitsprobleem in samenhang daarmee wil oplossen. Dan kan men in overleg. Misschien moet men daarbij ook nog groen betrekken. Met een totaalplan heeft men munitie, dan kan men de eisen vanuit de REP en de REK inlossen. Deelname aan de U10 kan ook voordeel hebben.

Wanneer men het niet doet kan het een groot nadeel hebben omdat men dan niets voor mekaar kan krijgen. De heer Van der Greft kan zich vinden in het eerste deel van het betoog van de heer Stam. De onderhandelingsstrategie van spreker zou zijn wel meepraten met de IRP meer nog niet direct aangeven dat men wil deelnemen aan de U10. Dat versterkt de onderhandelingspositie. Mevrouw Borgstede betoogt dat de IRP direct voortkomt uit de REP. In de REP staan kaders voor de IRP. Binnen die kaders kunnen de 4.800 woningen en de OV-hup al moeilijk gevonden worden binnen de IRP. Wanneer men nu met de IRP aan de slag geven en de wethouder daarvoor mandaat geven dan vist men achter het net. Beter nu vast aan tafel. Met het gevoel dat men eigenlijk op dat punt te laat is. Echter beter nu en ons committeren en dan proberen te schuiven waardoor beslissingen in het voordeel van de gemeente uitvallen. Mevrouw Becker heeft veel suggesties gehoord. Men wacht eerst de reactie van de wethouder af voordat men in de discussie participeert. De heer Kneppers heeft al veel punten gehoord die men zelf ook had willen aanroeren. Met name over het commitment richting REP en IRP. Daar heeft men zorgen over. De zorg betreft dat bij instappen dat men in een overlegstructuur komt die buiten de gemeente naar belangen kijken. Terwijl spreker het liefst kijkt naar de focus op belangen binnen de gemeente.

Het is begrijpelijk dat men zegt dat het goed is om aan tafel te zitten, omdat wanneer men dat niet doet er beslist wordt over zaken zonder dat de gemeente geen invloed op heeft. Spreker vraagt zich af of de wethouder niet gewoon aan tafel kan zitten zonder dat men zich committeert aan een document als dit. Er staan vergaande stappen in die op dit moment niet juist zijn. Spreker voelt het belang van wel in gesprek blijven, maar ook het belang om zich niet te snel te committeren. Wat preker mist in het voorstel is dat het college op een later moment met de raad zou willen bepalen hoe het college dat met de raad gaat bespreken. Dat moet eerst gebeuren. Anders 14

gaat de wethouder op 21 april op pad zonder dat die met de raad besproken heeft wat het mandaat is. De raad moet eerst heel goed aangeven wat men er zelf uit wil halen. Dat komt nog niet uit de discussie naar voren. Dat moet eerst en vervolgens kan men beslissen of men mee wil doen met de U10. De heer Dohle heeft de heer Kneppers gehoord. Maar, wat is zijn oplossing? Hoe staat men erin? De heer Kneppers geeft aan dat men als lokale partij zich focussed op de gemeente. Eigenlijk wil men zich niet conformeren aan een REP. Echter, de oplossing van de heer Van der Greft is niet zo’n gekke. Men is benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. De heer Dohle vraagt of dit betekent dat vorige spreker aangeeft dat de U10 een no go is. De heer Kneppers ontkent dat gezegd te hebben. Men moet eerst maar als raad bespreken wat de wethouder voor de gemeente kan betekenen in de U10. Vervolgens kan men beslissen of men dat wel wil. Spreker vindt het onduidelijk wat de U10/U16 nu gaat doen. Op het moment dat men het raadsvoorstel gaat vaststellen, volgt het gesprek over het optuigen van de U16? De heer Doorn heeft met verbazing sommige sprekers gehoord. De focus op lokaal is een soort paard achter de wagen spannen. Voor een heleboel zaken moet men al bij de provincie zijn.

Het idee bij de U10/U16 is om het voorbereidende werk zoveel mogelijk zelf ter hand te nemen, om zoveel mogelijk invloed uit te oefenen bij de provincie waar men uiteindelijk toch terecht komt. Lokaal lost men niets op. Zeker niet als het gaat om de bouw van een groot aantal woningen. De toekomstvisie heeft de gemeente redelijk op orde. Die visie moet ergens ingebracht worden. Het voorbereidende werk kan gedaan worden door de netwerkorganisatie. Daarnaast kan men lobbyen bij de eigen Statenfracties. Dat de raad wel betrokken is bij het proces is wel belangrijk. Dat zou in het voortraject kunnen via een werkgroep of via raadsrapporteurs. De raad moet niet aan het eind de lijn betrokken worden waardoor men dan een min of meer voor een voldongen feit staat. Men moet zaken als samenwerking goed regelen. Indertijd was Utrecht-noordwest niet tevreden over de BRU. Er ging toen teveel geld naar de oostkant van de stad. Toen is er een samenwerkingsverband Utrecht-West geweest. Volgens spreker had dit verband te weinig massa. Echter, in die periode heeft men bij de provincie wel de meeste aandacht gegenereerd. Wanneer men zich nu kan aansluiten bij een netwerkorganisatie met invloed bij de provincie, waardoor men iets kan realiseren van de gemeentelijke plannen, dan moet men dat vooral niet laten.

De heer Kroon denkt dat het verstandig is om aan tafel te zitten, mee te praten over en input te geven aan ontwikkelingsplannen in de regio. De regio wordt steeds belangrijker naar de provincie en het Rijk. Zeker op de punten mobiliteit, recreatie en woningbouw. Samen kan men meer bereiken, hoewel besluiten niet altijd in het voordeel van de gemeente zullen zijn. Dan heeft men altijd nog de mogelijkheid om zelfstandig een afwijkend standpunt in te nemen. Al dan niet met een aantal gemeenten die dezelfde mening zijn toegedaan. Men heeft ook de kans om creatieve ideeën in te brengen bij het samenwerkingsverband. Het voorstel om half

15

mee te doen om te kijken wat men kan beïnvloeden maakt volgens spreker de positie van de gemeente in het overleg niet sterker. Het is belangrijk om als raad betrokken te lijven. Het college zou hier later op terugkomen. Het is van belang dat de raad daar zelf ook over nadenkt. Burgemeester Divendal gaat in op de algemene vragen over de samenwerking. De samenwerking is niet nieuw bedacht. Zo’n samenwerking ontstaat vaak organische naar aanleiding van bepaalde gebeurtenissen. Nu gaat het om vier gemeenten aan de westkant van Utrecht die nog niet formeel deel uitmaken van de U10/U16. Maar die wel af en toe aan tafel zaten. Daar moest duidelijkheid in komen door het af en toe aan tafel te formaliseren tot een volwaardige deelname. Dat wil echter niet zeggen dat de gemeente voor alle onderwerpen die van belang zijn dezelfde belangstelling heeft als de meer oostelijke gemeenten. In de U16 kan men alles bespreken wat voor al de deelnemers van belang is. Coalities sluiten richting provincie en Rijk. Men kan onder de paraplu van de U16 ook allianties op onderdelen sluiten die voor een aantal gemeenten van belang zijn. Zo’n alliantie kan bijvoorbeeld ook een waterschap bij een probleem betrekken.

Bij alle aanpakken van punten, zeker bij allianties, is het goed dat men de eigen raad vooraf consulteert over het onderwerp dat men wil aanpakken en de wijze waarop men dat kan aanpakken binnen het teamverband. De heer Stam denkt dat er nu sprake is van een kerndiscussie. Men kan zich voorstellen dat er een opgave is die op U16-niveau opgepakt gaat worden. Gedurende het proces zou een aantal gemeenten kunnen vaststellen dat bij hen de problematiek anders is dan bij de andere gemeenten. Is het dan zo dat er twee uitwerkingen van de opgave komen? Dat er twee allianties voor de betreffende opgave ontstaan? Echter, wel onder de paraplu van de U16. Burgemeester Divendal is van mening dat dit mogelijk is. Men kan over deelgebieden praten die ieder een eigen problematiek binnen een opgave kennen. Dit gebeurde op kleine schaal al. Nu gebeurt het binnen de U10/U16. Een voordeel van deelname is dat men van elkaar al weet welke opgaven er spelen en de karakteristieken ervan per gemeente. Op basis daarvan kan men afspraken maken met elkaar. Het is niet zo dat men het altijd op alle onderdelen met elkaar eens moet zijn. Wanneer men als gemeente met een opgave meedoet, wil dat nog niet zeggen dat men zich eraan moet committeren. De raad moet altijd een eigen afweging kunnen maken. Men moet dus met elkaar goede afspraken maken over de positie van de raad in het proces.

Wat er nu gebeurt is dat de gemeente toetreedt tot een systeem dat bestaat. Als gemeente heeft men daar al wat ervaring mee. Het gaat erom de raad goed te betrekken bij een samenwerking die over de grenzen van de eigen gemeente gaat. Hoe men dat met elkaar wil regelen en borgen komt in het raadsvoorstel naar voren. Men wil de positie van de raad centraal stellen. Elke gemeente binnen de U10/U16 kiest er zelf voor hoe men dit doet. De raad zorgt voor de inbreng van het college in de U10/U16. Soms is men binnen de U10/U16 bezig met compromissen sluiten, maar soms ook niet. Maar, ook bij een compromis moet men weten waarom dat is en wat men ervoor over heeft. Men is niet verplicht om een compromis te sluiten. Daarom is het van belang dat aan het begin van een proces de raad de input levert. Dan weet de wethouder of men met redenen omkleed wel of niet een compromis kan sluiten.

16

De heer Stam vraagt zich af waarom het college het samenspel tussen college en raad naar achteren geschoven. In het voorstel komt dat samenspel eigenlijk niet voor. Volgens spreker is het een wezenlijk onderdeel van deze besluitvorming. Hoe wordt de raad meegenomen? Niet alleen aan de voorkant, maar ook tijdens het proces. Hoe weet de raad waar de kritische elementen in een bepaalde opgave voor de eigen zitten? Wat de posities van andere gemeenten daarbij zijn? Hoe een proces tijdens de rit eventueel gaat ontsporen voor deze gemeente? Hoe wil het college de betrokkenheid van de raad gedurende het gehele proces vorm geven? Dit mist spreker in het voorstel, terwijl het wel een van de relevantste punten is waarmee men in de besluitvorming rekening moet houden. Burgemeester Divendal antwoordt dat de heer Stam in principe gelijk heeft. Maar toch een belangrijk verschil. Bij dit onderwerp benoemt het college meer dan ooit het punt hoe belangrijk het is om de raad continue te consulteren. Het college heeft op dit moment de methode om de raad bij alles te betrekken niet willen invullen. Dat is aan de raad. Moet dat via een werkgroep? Of heeft men meer behoefte aan thema-avonden? Mevrouw Borgstede is benieuwd waar en op welke manier het college behoefte heeft aan input van de raad.

Enerzijds moet de raad geïnformeerd zijn en anderzijds moet het college op pad met wat de raad belangrijk vindt. Burgemeester Divendal meldt dat de positie van de raad in alle deelnemende gemeenten hoog op de agenda staat. De heer Doorn stelde dat de gemeente veel toekomstvisies en -documenten. Dat is voor het college leidend. Wanneer er binnen de U10/U16 (of allianties daarbinnen) zaken aan de orde komen die nog niet vastliggen in beleidsstukken of die in de uitwerking vragen op kunnen roepen, zal men die punten zelf actief moeten agenderen via een bepaalde vorm. Dat wordt een opgave voor het college. Onderwerpen aandragen zaken daarover bij de raad ophalen. Het is een gezamenlijk opgaven van raad en college om te kijken hoe men dat het beste vorm kan geven. De 50.000 euro betreffen de organisatiekosten om de netwerkorganisatie draaiend te houden. Men stelt daarvoor ook ambtelijke inzet beschikbaar. Wanneer men dat goed doet, gaat het over effectief ambtelijke inzet in samenspel met medewerkers van andere gemeenten. Dan hoeft men niet zelf achter de feiten aan. Spreker denkt dat men zich als lokale partij tekort doet door te denken dat men dat men veel opgaves wel lokaal kan oplossen. Juist als lokale partij moet men inzien dat voor het oplossen van een aantal problemen bovenlokaal te werk moet gaan.

Er zijn veel onderwerpen waar de gemeente niet zelf over gaat en waarbij de oplossingen over de gemeentegrens heenloopt. De heer Doorn vraagt zich af hoe dit zich verhoudt tot die andere grens. Men is een groot voorstander van de toekomstige samenwerking en het oplossen van problemen op regionaal niveau. De regio houdt wel op aan de provinciegrens. Maar, aan de andere kant is ook een regio waar men mee te maken heeft. Men heeft het nu over een netwerkorganisatie die de gemeente helpt met het dealen met de provincie. Burgemeester Divendal memoreert de vaststelling van de structuurvisie door de raad. Toen is aangegeven dat de gemeente moet investeren in drie regio’s: Utrecht-West, het Groene Hart en de Metropoolregio Amsterdam. Dat gebeurt ook Binnen de U10/U16 speelt economie een belangrijke rol. Het arbeidsmarktbeleid is volop actief in de Amsterdamse regio. Dat betekent 17

dat, wanneer men aan de rand van een regio zit, men ook actief bezig moet zijn met de naastgelegen regio. Dat doet het college. Wethouder Kroon geeft aan dat het college altijd binnen het mandaat werkt. Wanneer men binnen de U10/U16 praat over woningbouw, dan weet men dat het gaat over de 4.800 woningen die met elkaar is afgesproken. Dat aantal moet in het document van de netwerkorganisatie komen, omdat men samen via REP en IRP hiermee naar de provincie gaat. Dat neemt niet weg dat men met elkaar opgaves van de provincie meekrijgt waar men iets moe moet. Zodra gedoe ontstaat over het mandaat komt de wethouder terug bij de raad. De U10/U16 besluit niets. Het is geen beslissingsorganisatie. Het is een netwerkorganisatie waarbinnen men met elkaar krachten bundelt om invloed te kunnen uitoefenen bij de provincie. Men knokt voor de woningbouw en het bedrijventerrein. Maar, er ligt ook een grote natuuropgave. Daarvan heeft de gemeente aangegeven dat men die opgave niet kan betalen. Wanneer die opgave in het document komt dan moet er dekking voor de gehele opgave komen. Dat moet van andere deelnemers komen. Terecht, want hun inwoners komen wel in deze gemeente recreëren. Dit is ook een krachtenbundeling. Wanneer men deel uitmaakt van de netwerkorganisatie heeft men meer invloed dan alleen maar mee aan tafel zitten. Veel beslissingen worden door de provincie genomen.

Wil men iets dan moet men wel meedoen. Dan heeft men de mogelijkheid om punten, bezwaren of anderszins in het plan te krijgen. Men heeft invloed in Amsterdam, maar de gemeente valt niet onder Noord-Holland. De heer Doorn denkt dat het heel belangrijk is voor het meekrijgen van de raad dat er gemeten wordt wat het resultaat van het meedoen is. Wat heeft het meedoen de gemeente opgeleverd. Wat heeft het meer opgeleverd ten opzichte van opereren als zelfstandige gemeente. Vaak wordt gezegd dat deelname de gemeente zeker wat gaat opleveren. De vraag is hoe men dat concreet kan laten zien. Wethouder Kroon weet niet hoe men kan aangeven wat precies voor een meeropbrengst heeft gezorgd. Het gaat om het complete plaatje. U mag mee om een dag U10/U16 te doen en kijken wat men namens deze gemeente inbrengt en te kijken wat er uit voortkomt. De wethouder draait bij dit soort bijeenkomsten regelmatig het bekende riedeltje argumenten af. Dat is niet gek, maar men ziet nu wel dat bij fase 3 van de REP ……… (niet afgemaakt vanwege de interruptie). De heer Dohle interrumpeert. Spreker valt de wethouder bij. Zelf gek op zo concreet mogelijke doelstellingen. Echter, wanneer men besluit om deel te nemen, dan moet men ook het college het vertrouwen geven dat het zijn best doet voor onze gemeente.

Wethouder Kroon wil graag een goede werkbare modus vinden met de raad waarbinnen de raad de goede inpunt kan leveren gedurende het gehele proces aan het college om de belangen van de gemeente zo goed mogelijk te behartigen. Men wil heel graag een unanieme inpunt. Dat versterkt de rol van het college en de impact van de gemeente. Het is goed unanieme voorstellen bij de U10/U16 in te brengen. De wethouder gaat over dit punt graag een dialoog aan met de raad.

18

De heer Doorn komt terug op een opmerking van de heer Dohle. Waar het omgaat is dat men helder moet hebben waarmee men de bestuurder op pad stuurt. Dat het op termijn, soms in kleinere stappen, gaat opleveren wat men wil. Dat de plannen van deze gemeente verwezenlijkt worden. Dat moet tijdens het proces al blijken. Daar wil men als raad dicht opzitten. Dan moet ook helder worden hoe men dat gaat regelen. Wanneer men de deelname aangaat, dan moet men snel in gesprek over de positie van de raad. Tweede termijn De heer Kneppers snapt het belang van overleg. Men snapt ook dat men over de gemeentegrenzen heen moet kijken. Het is niet zo dat men niet mee wil doen. De vraag is of het op deze manier moet, waarbij men zich gelijk al committeert aan een aantal zaken. Misschien moet men wel wat meer koffie gaan drinken op het provinciehuis. Wanneer men kijkt naar de bijdragen van de op dit moment twaalf deelnemers van de netwerkorganisatie dan komt men op basis van het aantal inwoners uit op meer dan een miljoen euro’s. Wat doet de organisatie met dit geld? Kan de eventuele bijdrage niet lager? Bij mevrouw Becker leeft nog de vraag hoe men het gaat regelen dat de raad er in elk geval aan de voorkant bij betrokken wordt bij het overleg. De raad vooraf betrekken bij de onderwerpen waarover later besloten wordt.

Hoe kan men dit borgen in dit voorstel? De heer Van der Greft vindt het een lastige zaak, wel of geen deelname. Spreker neigt naar geen deelname. Immers, wanneer men ergens aan deelneemt dan onderschrijft men ook de doelstellingen. Die doelstellingen, de REP, zijn nu niet goed voor deze gemeente. Het zou een idee kunnen zijn om wel bij te dragen aan het tot stand komen van het IRP. De wethouder kan proberen er op die manier voordelen uit te halen voor de gemeente. Voor spreker is dat bouwen buiten de rode contour. Wellicht kan men zo druk uitoefenen. Wanneer andere fracties dit niet willen, wat gaan die dan stemmen wanneer het IRP voorligt? Een andere optie is dat men gaat deelnemen aan de U10/U16, maar dat de raad een amendement aanneemt waarin staat dat de raad niet de doelstellingen van de REP onderschrijft. De heer Dohle vindt niets doen geen optie. Alleen cherry picking is dat evenmin. Het college heeft met de beantwoording van de vragen en het betoog de fractie ervan overtuigd dat men mee moet doen. De heer Stam geeft aan dat men met deelname aan de U10/U16 de REP moet accepteren.

Wanneer men dat doet en er komt een IRP uit, is men dan nog in staat om dat IRP af e wijzen? Wanneer men meedoet aan een opgave en de uitkomst aan het eind van de rit bevalt niet, heeft men dan al gemeente de mogelijkheid om eruit te stappen? Wat is daarvan de consequentie? Een ander punt is hoe de raad betrokken wordt bij de ontwikkelingen in U16 –verband. De gemeente wil het nier voorschrijven. In november is er een aantal suggesties geweest. Het college had best had kunnen komen met een manier waaraan men had gedacht. Hoe men het samenspel tussen college en raad in U10/U16-verband zou willen organiseren. Het college is daar niet meegekomen. Spreker gaat nadenken over een amendement Om uitgangspunten

19

te formuleren waar het college zich aan zou moeten houden. Wanneer er raadsleden zijn die daarover mee willen denken, van harte welkom. Mevrouw Borgstede valt het op dat het proces ook gaat over vertrouwen. Het gaat over onderwerpen die belangrijk zijn voor de gemeente zoals woningbouw, openbaar vervoer en de bereikbaarheid. Met dat mandaat gaan de wethouders op pad naar een overlegstructuur om de belangen van de gemeente zo goed mogelijk te verdedigen. Er is daar een aantal zaken die besproken worden. Dan moet een wethouder de ruimte hebben om daar een goed gesprek te voeren. Dan moet er wel sprake zijn vaneen goed mandaat dat door de hele raad gedragen wordt. De heer Van der Greft is het eens met het punt dat men als raad denkt dat men gedeelde doelen heeft. De vraag is hoe dat bij de U10/U16 terecht komt. Dat kan door dit raadsvoorstel aan te nemen en daarbij te amenderen dat men de REP niet onderschrijft op het punt binnenstedelijk bouwen en het OV-knooppunt. Dan geeft men wel een duidelijk signaal af. Dat is belangrijk. Mevrouw Borgstede denkt dat met wat zojuist gezegd is men de onderhandelingspositie van de wethouder in problemen brengt. Voor spreekster is het belangrijk dat men er als raad uitkomt. Men schiet er niets mee op wanneer men met de toetreding negatief aan de slag gaat. Men wil proberen om er zo optimaal mogelijk wat uit te halen.

Men moet de wethouder een goede dekking geven. Men is voor het voorstel. De heer Kroon denkt dat de natuuropgave vanuit de regio vooral om een recreatieopgave gaat. Dat biedt ook een kans. Met nieuwe recreatiegebieden kan men de economie ook stimuleren. Daar kan men wellicht ook winst uit halen. Burgemeester Divendal komt terug op het punt van de geldelijke bijdrage aan de organisatie. Bij andere organisaties is dat veel meer. Wanneer men actief aan de organisatie deelneemt is men ook kritisch op de bijdrage. Het borgen van de positie van de raad bij de toetreding is in de eerste termijn al aan de orde geweest. Het is goed dat de raad zich daarover uitspreekt. Het zou meer werkbaar zijn wanneer men dat in een motie formuleert. Spreker wil daarvoor van tevoren met de raad wel overleggen. Het gaat erom dat het college een heldere opdracht krijgt hoe men dat borgen handen en voeten moet geven. Alles moet goederegeld zijn voor de volgende bestuursperiode. Spreker neemt graag de uitdaging aan om de positie van de raad beter te verankeren. Wethouder Kroon heeft in november in de commissie aangegeven dat in fase 3 in het REP de mogelijkheid om buiten de rode contour te bouwen. Over de locaties is binnen de U10/U16 gesproken. De U10/U16 heeft aangegeven daar zorgen over te hebben. Dan staat men sterker tegenover de provincie.

Geef plekken de ruimte binnen de gemeente om die woningen te realiseren. Dat is de kracht van het REP-proces omdat men dat met elkaar inzien. In mei/juni komt het team langs om het IRV te bespreken. Dan verwacht de wethouder dat de opgaven van de gemeente omtrent wonen en werken er echt goed in zit. Dan moet de raad dat ondersteunen.

20

Recreatie is een kans. Het benodigde geld daarvoor heeft de gemeente niet. Voor de dekking ervan moet de U10/U16 bijspringen. De heer Stam moet nog even nadenken over de reactie van de burgemeester. Spreker overweegt een amendement. De voorzitter sluit de discussie en constateert dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat.

7.

Overige punten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9946627/3