17-06-2021 Politieke commissie ABZF SI
Tekst van het document
De inspreker brengt de ruimtenood van de school en de geldnood van de vereniging vanavond onder de aandacht van de raad. Men is trots op het schoolgebouw. Dit gebouw is in 2012 met veel eigen verenigingsgeld nieuw gebouwd. De vereniging heeft er bijna 400.000 euro, 30% van de totale bouwsom, ingestopt. Het leerlingenaantal groeit al weer enige jaren. Op eigen kosten heeft men om die reden in 2019 een noodlokaal bijgeplaatst. De groei van het aantal leerlingen zet nog steeds door. Begin dit jaar wordt ruimte een heel groot probleem. Om vergunnigtechnische reden moet het noodlokaal deze zomer verdwijnen. Door de gemeente is men verwezen naar een vervangend lokaal, maar dat ligt op ruime afstand van de school. Dat kan men de kinderen en de overige betrokkenen niet aandoen. Om die reden heeft men offertes gevraagd voor de bouw van een extra lokaal. Ervan uitgaand dat de gemeente zou inzien dat men niet zonder die uitbreiding zou kunnen. Begin dit jaar is een lokale aannemer de opdracht gegeven om een nette uitbreiding aan het bestaande gebouw te realiseren. Voor de bouw is men circa 240.000 euro kwijt. Als schoolbestuur vraagt men de gemeente om een bijdrage van 200.000 euro in de investeringskosten. Het kan niet zo zijn dat de school in tien jaar tijd ruim 600.000 euro uit eigen middelen moet neerleggen voor de huisvesting.
Daarom de vriendelijke doch dringende vraag dat men zich realiseert dat de school de bijdrage van 200.000 euro heel hard nodig heeft. Dan kan men ook het goede lesgeven continueren. Dan voorkomt men dat de schatkist compleet leeg is. Weet daarbij dat met de 200.000 euro niet de complete bouwkosten gedekt zijn. Mevrouw Janmaat complimenteert de vereniging met het feit dat men uit eigen financiële middelen heeft bijgedragen aan het oplossen van het ruimtegebrek van de school. Op eigen initiatief heeft men de aanbouw van het gebouw ter hand genomen ter vervanging van het noodlokaal. Nu komt men bij de gemeente om een bijdrage te vragen voor deze aanbouw. Heeft men nog een andere reden om die bijdrage te vragen? Is er ook een oplossing met De Pijlstaart mogelijk?
21
De heer Kroese merkt op dat het niet gaat om 200.000 euro voor een noodlokaal. Het gaat om 240.000 euro voor een aanbouw. Hiervan komt 40.000 euro uit eigen middelen en vraagt men van de gemeente een bijdrage van 200.000 euro. Voor het noodlokaal heeft men al die tijd ook huur moeten betalen. Men is al enige tijd met de gemeente in gesprek over de ruimtenood. Alle nog vrije ruimte in het gebouw is inmiddels al in gebruik genomen om les te geven. Het tijdelijke lokaal was ook al nodig. Dat lokaal heeft goed gewerkt voor de school. De heer Brunia herkent de problematiek. Men wil het beste voor de kinderen en de docenten. Tegelijkertijd heeft men niet alles in eigen hand. Wanneer men trots is op de school en het gebouw, dan trekt men ook leerlingen. De gemeente moet zorgen voor onderwijshuisvesting. Toch heeft men zelf een noodgebouw neergezet en heeft men zelf tot de uitbreiding dit jaar besloten. Zonder daarbij de gemeente direct aan te spreken in haar rol. Nu vraagt men toch om een bijdrage. Kan de inspreker iets zeggen over de relatie tussen de school en de gemeente? De heer Kroese meldt dat men al enige tijd met de gemeente in gesprek is. De oplossingen die worden aangereikt in relatie tot de groeiende nood van de school voldoen niet. Toch moet men door, want men wil op de school trots blijven. Wanneer men niet zou handelen, zou de nood nog groter geweest zijn.
Een lokaal op afstand kan ook geen definitieve oplossing zijn. Men heeft te maken met het feit dat de structurele groei van de school doorzet. Dat betekent dat er een structurele oplossing moet komen. Daarvoor heeft men zelf stappen gezet. De heer Stam kijkt even naar de ontwikkelingen. Er blijkt een groeiend tekort aan m². In hoeverre heeft men aan een extra lokaal genoeg? Of komt men over twee à drie jaar weer naar de gemeente omdat men weer een lokaal tekort komt? De heer Kroese herkent wat er gezegd wordt. Voor zover men nu vooruit kan kijken, denkt men dat met enig inschikken men er voorlopig in de komende jaren mee vooruit kan. De heer Schaeffer is benieuwd of de heer Kroese doorgaat met het plan voor de aanbouw wanneer de gemeente geen bijdrage van 200.000 euro verstrekt. De heer Kroese meldt dat de aanbouw al behoorlijk vergevorderd is. Men zal wel verder moeten. Het noodlokaal moet in de zomer weg. Men heeft het gedurfde besluit wel moeten nemen. Echter, de vraag voor de bijdrage ligt nu wel bij de gemeente. De bodem van de schatkist is in zicht. De heer Schreurs is benieuwd naar de opmerking die de heer Van den Doel maakte over de koppeling van de twee scholen.
Wordt die koppeling vanuit De Schakel ook ondersteunt voor de langere termijn? Hoe kijkt de heer Kroese daar tegenaan? De heer Kroese geeft aan dat op basis van de toegezonden stukken en op basis van de gesprekken er voor De Pijlstaart vooral een oplossing ligt in de extra lokalen bij het VLC. De koppeling met De Schakel, de overbrugging van het voetpad, die is nog niet ter sprake geweest. Wel maakt De Pijlstaart gebruik van het gymlokaal bij De Schakel. Voor de nieuwbouw is er niet gekeken naar de koppeling. 22
De heer Schreurs constateert dat er niet naar de mogelijkheid is gekeken. Echter, hoe staat het bestuur van De Schakel erin, wanneer er wel naar de mogelijkheid wordt gekeken? Zou het een oplossing kunnen zijn? De heer Kroese meldt dat men tot op heden bereidwillig meegekeken heeft naar alle oplossingen die zijn langsgekomen. Dat geldt ook voor wat nu naar voren wordt gebracht. De voorzitter dankt beide insprekers voor hun bijdrage en gaat over tot de commissiebehandeling van het voorstel. De heer Brunia heeft de behandeling aangevraagd omdat er een probleem is dat moet worden opgelost. Het gaat over de gemeentelijke taak van onderwijshuisvesting. ER is een probleem, er is een oplossing en de vierscholen zijn tegen. De Pijlstaart heeft een ruimteprobleem. De ruimteclaim is terecht. Is de gedeeltelijke overstap naar het VLC te rechtvaardigen? Het zou wel logisch zijn. Dan komt de wens van De Pijlstaart om in het VLC een afgescheiden deel te hebben naar voren. Volgens spreker is dat een logische en terechte wens. De Schakel heeft een helder verhaal. Er spreekt in sterke mate uit het in eigenhand houden en het zelf regelen. Dat mag. Dan kan men de vraag stellen in welke mate daarbij de vraag naar een financiële bijdrage daarbij past.
Wanneer men naar de behoeft van alle scholen aan capaciteit kijkt en men kijkt naar de beschikbare ruimte, dan kan men vaststellen dat er meer ruimte is dan de behoefte aan capaciteit. Wanneer men tegemoet komt aan de behoefte om verder uit te breiden dan bevordert men de leegstand, onder andere bij het VLC. Men gunt scholen veel, maar tegelijkertijd moet men kijken naar de gemeentelijke taak op dit terrein. Dat is er voor te zorgen dat er onderwijsruimte is voor het aantal leerlingen. Hierbij heeft de gemeente de mogelijkheid om leegstaande ruimte aan te wijzen voor gebruik. Zijn er nog andere combinaties mogelijk dan in de informatienota staan? Zouden zowel De Pijlstaart als De Schakel gebruik kunnen maken van de leegstand van de VLC-vestiging? Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? De heer Schaeffer spreekt over een duidelijke nota. Nog een paar vragen. Op pagina 4 onder het schema wordt gesproken over een administratieve fusie. Kan men daar iets meer verduidelijking over geven? Hoe is dat bij de St Josefschool geregeld? Op pagina 5 wordt het instrument ‘vorderen’ genoemd. Behoort dit tot een van de mogelijkheden? Kan dat ingezet worden wanneer men er met de partijen niet uitkomt? De heer De Haan kan zich voor een groot deel aansluiten bij vorige sprekers. Wanneer men naar het overzicht kijkt dan ziet dat er goed uit. De gebouwencapaciteit is voldoende.
Spreker kan zich het idee van de heer Schreurs als oplossing goed voorstellen. Men zou ook nog de St Josefschool kunnen verhuizen naar het VLC. Dan is die locatie weer beschikbaar voor woningbouw. Dat is even een andere denkrichting. Bij een impasse zou het een overweging kunnen zijn. Mevrouw Janmaat brengt naar voren dat de heer Brunia diverse opties genoemd. Er is om een oplossing gevraagd. De heer Van den Dool heeft aangegeven dat men met zes lokalen in 23
het VLC wil gaan zitten. Ook kan men twee lokalen in de St Josefschool betrekken. Dan zijn er nog vier nodig in het VLC. De oplossing van het VLC is goedkoper dan nieuwbouw. Is er nog een andere oplossing, bijvoorbeeld de oude kleuterschool? Dat men daar nieuwbouw gaat plegen. Wellicht is men dan voordeliger uit dan met totale nieuwbouw. De heer Stam vindt dat D Schakel typisch zo’n school is die bereid zijn hun nek uit te steken. Die zelf tot oplossingen komen, die vaak gunstiger zijn voor de gemeente. De Schakel heeft de afgelopen jaren zelf in ruimte gefinancierd. Voor het nieuwe lokaal investeert men ook zelf 40.000 euro. Vaak leidt een dergelijk initiatief tot een betere en goedkopere oplossing. Dat ziet men vaak bij bijzonder onderwijsscholen. Daar moet men blij mee zijn. Dan de twee scholen. Wanneer men de informatienota bekijkt, dan kan men concluderen dat het om twee problemen van verschillende orde gaat. De Schakel praat over een lokaal, waarbij het gaat over een financieringsprobleem. Bij De Pijlstaart gaat het echt over een substantiële omvang. Dan moet men iets anders doen. Daarbij komt dat het om een structurele uitbreiding gaat. De mogelijkheid die de heer De Haan noemde is wel interessant. Kan De Pijlstaart niet naar een deel van het VLC? Misschien moet men daar een lokaal bijbouwen, maar dat is te overzien.
Wanneer de Josefschool daaraan zou willen meewerken, zou die naar De Pijlstaart kunnen. Dan houdt men daar ook nog wat ruimte over als speelruimte. De locatie van de Josefschool zou vervolgens een prima locatie zijn om daar woningbouw te realiseren. Het lijkt een interessante weg. De heer Schreurs vindt het aardig dat de constructie van de heren De Haan en Stam nu weer boven komt. Die optie is de afgelopen jaren bij huisvestingsnota’s met enige regelmaat genoemd. Een optie om nader te onderzoeken. Spreker vraagt nog aandacht voor het volgende. Het overzicht geeft een prognose over m² en aantallen leerlingen over een periode van vijftien jaar. Wanneer men bouwt gaat het voor een termijn van veertig jaar. De Josefschool had in het verleden veel leerlingen, nu zijn het er minder. In de loop van de tijd kan het aantal leerlingen per school fluctueren. Het beste zou zijn om een gebouw neer te zetten met een flexibel indeling om de fluctuaties van leerlingen over een groot aantal jaren te kunnen opvangen. Wethouder Van Uden begint even over onderwijshuisvesting in het algemeen. Wanneer de behoefte voor meer ruimte aanwezig is voor een periode van vijftien jaar dan moet de gemeente de ruimte daarvoor op een permanente wijze faciliteren. Dat is in Vinkeveen voor vier scholen gedaan.
Wanneer de huisvesting is gerealiseerd, dan draagt de gemeente het juridisch eigendom over aan het schoolbestuur. Dan heeft de gemeente niets meer te zeggen over de gebouwen zolang de scholen die gebruiken voor het geven van onderwijs. Dat maakt de situatie uiterst ingewikkeld. De reden dat de situatie rond De Pijlstaart en De Schakel zo lang geduurd heeft, komt door de behoefte van de scholen om hun zaken te centreren. Men wil niet direct gebruik maken van ruimte elders. Nu hebben de scholen zoveel ruimte tekort dat er toch iets moet gebeuren. Wanneer de gemeente het voor het zeggen zou hebben, dan is het logisch. De Josefschool verplaatsen naar een deel van het VLC. En men geeft De Pijlstaart de Josefschool erbij. Dan geeft men De Schakel de kleuterlokalen. Dan is men bijna zonder kosten klaar. Het probleem is dat niet iedereen daar aan wil meewerken. De Josefschool wil niet. Daar kan de gemeente niets aan doen. Dan gaat men naar andere, de beste, oplossingen kijken. Onderwijskundig 24
willen de scholen niet meer dan twee locaties. Dat gaat men nu onderzoeken. Kijken of De Pijlstaart naast de eigen school een dependance heeft in het VLC. Alleen is het VLC niet enthousiast. Het college wil er met iedereen uitkomen. Maar, wanneer een school ruimte over heeft dat niet meer voor onderwijs wordt gebruikt, dan kan de gemeente dat vorderen. Het liefst heeft iedereen dichtbij een oplossing. Voor De Pijlstaart zou dat betekenen dat er op locatie gebouwd zou moeten worden. Hoe, dat moet men nader bekijken. De Schakel heeft alternatieve locaties aangeboden gekregen. De keuze is eenvoudig. Of men geeft de bijdrage of men dwingt de school gebruik te maken van een alternatieve locatie. De heer Stam merkt op dat de vraag is of de wethouder het verantwoord vindt om tegen een school te zeggen dat er ruimte is op een afstand van drie kilometer. Dat mag men gebruiken, maar de gemeenteergoed geen lokaal aan de school. Daarbij rekening houdend met het feit dat die situatie minstens vijftien jaar duurt. Dan praat men over een langjarige knipoplossing. Wethouder Van Uden vindt zoiets verantwoord. Bovendien gaat het niet om drie kilometer, maar over 600 meter. Het belang voor de gemeenschap om niet te bouwen voor leegstand is groter het belang van de individuele school. De school kan ook kiezen voor niet groeien. Dat is ook geen ideale oplossing, maar die keuze is er.
Uiteindelijk geeft de raad aan wat men wil. Wanneer er voor vijftien jaar een ruimtegebrek is bij een school, dan bouwt men zo dicht mogelijk bij de school ruimtes bij. Al dan niet permanent. Wat het college betreft kan dat. Alleen kost dat significant meer geld dan schuiven. Die consequentie moet men dan accepteren. Het college is nog niet klaar met het sturen van huisvestingsdilemma’s. Er zijn nog meer scholen die ruimtegebrek hebben. De heer De Haan voegt toe dat men ook scholen aan elkaar kan verbinden, maar dat dit ten koste kan gaan van woningbouw erboven. Bovendien moet men volgens spreker de problematiek integraal benaderen. Men moet niet per school kijken naar een oplossing. Als laatste kan men daarbij vorderen hanteren. Een en ander moet het college nader onderzoeken. Wethouder Van Uden heeft geen idee welk gebouw men zou willen vorderen. De heer De Haan heeft het instrument in zijn algemeenheid genoemd. Niet specifiek voor een gebouw. Het gaat om een integrale aanpak om het probleem op te lossen. Voor een gezamenlijke langdurige oplossing. Tweede termijn Mevrouw Becker denkt eveneens dat het aantal leerlingen per school na verloop van jaren kan fluctueren. Daarmee fluctueert eveneens de behoefte aan ruimte. Het is dus logisch dat men naar leegstand gaat kijken voordat men bijbouwt. Wanneer men dat niet doet blijft men bijbouwen, met een grotere leegstand als gevolg.
Nog een vraag. Er is toch een verschil in financiering door de gemeente van openbare en bijzondere scholen? Overigens is er ook weerstand bij ouders van het vestigen van een lagere school in een gebouw voor hoger onderwijs. At is een minder veilige omgeving.
25
De heer Schaeffer heeft nog geen antwoord gehoord over de vraag over een administratieve fusie. Het antwoord mag schriftelijk. De heer Brunia onderschrijft het punt van fluctuatie van het aantal leerlingen per school in de tijd. Als gemeente kan men niet alle maxima aan ruimte in de tijd blijven honoreren. Dan blijft men bouwen. De leegstand bij het VLC ziet spreker permanent worden. Kan men die leegstaande ruimte ook vorderen voor andere doelen dan onderwijs? Wethouder Van Uden meldt dat er een verschil in financiering is tussen openbare scholen en bijzondere scholen. Dat is historisch gegroeid. Vroeger was dat verschil er. Tegenwoordig eigenlijk niet met dien verstande dat bijzondere scholen reserves uit het verleden nog mogen inzetten voor renovatie en nieuwbouw. Dat heeft De Schakel gedaan. Openbare scholen mogen dat niet. Wanneer ze dat toch doen dan worden ze gekort op de Rijksbijdrage. Wat betreft het VLC. Het idee is alleen om een deel van hetzelfde gebouw te gebruiken door De Pijlstaart. Het gaat niet om een dubbelgebruik van dezelfde ruimten. Men zoekt nu naar de mogelijkheid van een afscheiding in het gebouw. Dan de fusie bij de Josefschool. Die school zit eigenlijk onder de opheffingsnorm. Eigenlijk moet men als school stoppen. Het bestuur heeft gekozen voor een fusie met een school in Wilnis die ook onder de norm zit.
Samen zitten beide scholen boven de norm en ze hebben nog wel twee schoolgebouwen. De overruimte bij de Josefschool in Vinkeveen kan gevorderd worden en de overruimte van de School in Wilnis ook. Bekijkt men het positief, dan zorgt een fusie ervoor dat scholen in kleine kernen of in kleine delen van kernen behouden blijven. Het vorderen van schoolruimte mag alleen wanneer het gebruikt gaat worden voor andere scholen dan wel voor matschappelijke doeleinden. De voorzitter sluit daarop de discussie over het agendapunt.
8.
Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 23.15 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie Algemeen Bestuurlijke Zaken /Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 16 september 2021.
De griffier,
de voorzitter,
26