CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

15 en 16 -06-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie RZ PW 2305

Commissie Ruimtelijke Zaken 14 september 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen politieke commissie Zon en Wind d.d. 9 juni 2021 en politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 15 juni en 16 juni 202124.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Spreker denkt dat de boodschap van gisteravond en van vanavond heel duidelijk is aangekomen bij de projectontwikkelaar. Men moet er met elkaar zien uit te komen. Zorgen zijn geuit, maar men is niet uit op vertragen. Waarmee men nu bezig is, is het bepalen van een kader. Het gaat niet om de inkleuring van de laatste vlakjes. Men moet nu vaart maken. Men heeft er vertrouwen in dat de betrokkenheid van de wethouder en zijn inschatting van wat inwoners willen en wat kan voldoende garantie biedt om verder te gaan. De heer Schreurs is benieuwd naar de reactie van de initiatiefnemer op het punt dialoog. 40

De heer Rouwenhorst wil die reactie wel openbaar maken, maar daar is wel de toestemming van de initiatiefnemer voor nodig. Spreker heeft het belang benadrukt van wat zojuist gezegd is. En dat het van belang is om goed te luisteren naar de argumenten en de opvattingen die gisteravond en nu naar voren zijn gekomen. Het project is belangrijk voor alle bewoners. Mevrouw Freeve begrijpt hoe het CDA erin staat. Spreekster is blij dat het CDA de dialoog voorop stelt. Dat men het belangrijk vindt om het evenwichtig te doen. Dat vindt D66 ook. Wanneer men het kader goedkeurt, is er dan nog sprake van evenwichtigheid? Of zijn er dan kaders vastgesteld die geen ruimte meer geven aan een open overleg tussen de omwonenden en de initiatiefnemer? De heer Rouwenhorst wil de vraag doorschuiven naar de wethouder. Niet om zich er makkelijk vanaf te maken, maar omdat spreker vertrouwen heeft in de wethouder die op zijn taak berekend is. Mevrouw Freeve vraagt of het goed is begrepen dat, wanneer men een bepaald aantal sociale huurwoningen wil bouwen, men ook akkoord moet gaan met een groter plan. Wil de wethouder de vraag ook aan de initiatiefnemer stellen? Is de initiatiefnemer bereid om minder woningen te bouwen, maar wel het aantal sociale woningen te handhaven? De heer Luijben heeft belangrijke uitspraken gehoord. Minder huizen en of het nu 15 jaar of 17 jaar duurt dat maakt ook niet veel uit.

Gisteren heeft spreker al duidelijk gemaakt dat er sprake is van een groeiende woning schaarste. Mensen moeten steeds langer wachten op een dak boven hun hoofd. Die mensen zijn niet blij met de opmerking over de 15 of 17 jaar. Voor hen is belangrijk dat er zo spoedig mogelijk een oplossing komt. Hoe komen raadsleden erbij om minder huizen voorop te stellen in het licht van de woning schaarste? Men moet alles aanwenden om ervoor te zorgen dat er huizen gebouwd worden. De heer Schreurs heeft gezegd dat het voor de initiatiefnemer niet veel uitmaakt of het proces 15 of 17 jaar duurt. Dat is wat anders dan dat spreker gezegd zou hebben dat het niet uitmaakt dat het nog twee jaar langer duurt voordat er woningen gebouwd worden. De heer Luijben heeft wel begrepen uit de discussies dat er telkens pogingen worden ondernomen om opnieuw naar het voorliggende plan. Met als gevolg dat er toch nog meer tijd in gaat zitten en dat er langer gewacht moet worden. De opmerking richting de heer Schreurs betreurt spreker. Spreker gelooft niet in het feit dat men er met elkaar uit zal komen. Men heeft de grond niet in eigendom. Het zou mooi zijn wanneer de gemeente de grond van de initiatiefnemer zou kopen. Maar dat is gezien de financiële situatie van de gemeente onmogelijk. Maar, stel dat het kan, dan heeft de gemeente alle recht van spreken om van alles en nog wat te vinden.

Dan nog moet men het met elkaar eens zien te worden. Dat wordt ook al problematisch. Er ligt nu een plan dat voldoet aan een groot aantal voorwaarden, dat voldoet aan de woonvisie, dat voldoet aan het aantal sociale huurwoningen, waar participatie op is losgelaten. Bij het laatste heeft een aantal mensen gelijk gekregen en een aantal niet. Dat zal men blijven houden. Er zijn veranderingen toegepast. Spreker steunt op dit moment het voorstel volledig. 41

De heer Schreurs heeft waardering voor een aantal zaken die de vorige spreker heeft ingebracht. Spreker denkt dat de fracties die uitgesproken hebben dat er nog wat een het voorstel geschaafd kan worden, wel degelijk onderschrijven wat de heer Luijben heeft gezegd. Er zijn echter meer wegen die naar Rome leiden. Wellicht kan er in samenspraak met de initiatiefnemer en de naar voren gebrachte suggesties toch een modus gevonden kan worden, zodat men zowel kan realiseren wat de heer Luijben schetst als ook de bezwaren van de omwonenden mee kunnen nemen. Zodat iedereen tevreden kan zijn met de uitkomst van het plan. Wethouder Kroon begint met te melden dat het betoog van de heer Luijben fantastisch en realistisch is. Men wil en moet zoveel mogelijk woningen bouwen, waarvan een deel binnenstedelijk. De wethouder hoort de raad over participatie dit en participatie dat. Participatie wil niet zeggen dat men unaniem moet aangeven dat het om een fantastisch plan gaat. Participatie betekent het in beeld brengen van de belangen van de verschillende partijen. Dat is gedaan. In het raadsvoorstel staan vijf punten aangegeven waarop een eerder plan door participatie is aangepast, waar het onsje minder toe heeft geleid. Er is dus heel goed naar belanghebbenden geluisterd. De ijsclub heeft een goed contact, al blijkt dat niet helemaal uit de brief.

Het voordeel van dit stedenbouwkundig kader is dat er ook nog een bestemmingsplan komt. In ieder geval mogen er niet meer dan 49 woningen komen. Dat stelt men met het voorstel vast. Wanneer er een plan komt met minder woningen dan legt het college dat voor aan de raad. Dat komt dan ook in het bestemmingsplan. Wanneer men nu het stedenbouwkundig kader vaststelt dan kunnen het altijd nog minder woningen worden. Het beeld dat omwonenden niet enthousiast zijn over het plan verdient een nuance. Het gaat om een soort 50/50-verhouding. Er staan zowel op de Herenweg als op de Voorbijlocatie auto’s van bewoners van de Herenweg die best op eigen terrein kunnen parkeren. Maar dit voor het gemak niet doen. Er komen in het plan in elk geval elf extra parkeerplekken. De heer Van Sligtenhorst merkt op dat men wel weet dat de auto’s van bewoners van de Herenweg straks weg moeten van de Voorbijlocatie. Nu staan er in de avonden en weekenden heel veel auto’s van de bewoners op de Voorbijlocatie. Wethouder Kroon meldt dat er elf parkeerplekken op de locatie extra bijkomen. Het plan voldoet aan de parkeernorm. Gisteren is het rapport van het verkeersonderzoek van de bewoners ontvangen. Daarom kan men er nog niet op reageren. Het onsje minder is al gerealiseerd. De heer Van Sligtenhorst denkt dat het verkeersonderzoek wel van belang is voordat men het voorstel in de raad kan behandelen.

Wanneer komt de wethouder dan met een reactie op dit onderzoek? Wethouder Kroon heeft de initiatiefnemer gevraagd om een onafhankelijk onderzoek te doen over de verkeerssituatie op de Herenweg. Dat werd in twijfel getrokken door twee bewoners. Die wilden onderzoek doen. De wethouder heeft geen twijfel over het onderzoek wat gedaan is door de initiatiefnemer. Dat onderzoek heeft men gisteren ontvangen. Dat is het.

42

De wethouder bestrijdt de massaliteit van het project. Op andere locaties is er sprake van meer en dan gaat het ook nog makkelijker. Er is voldoende participatie ook om het plan beter te maken. Daar is men aan tegemoet gekomen in het kader van de opmerking vorige keer dat het iets minder mag. Er zijn voldoende gesprekken inmiddels gevoerd. Dan het kader. Er is afgesproken een maximum aantal woningen van 49, maar minder mag. De wethouder zal aan de initiatiefnemer voorleggen of men bereid is tot minder woningen, maar niet minder sociale woningen. Men moet wel weten dat het niet om gemeentelijke grond gaat. Dat moet men dan in het bestemmingsplan regelen. De wethouder kan zich voorstellen dat de aanpassingen die in het plan verwerkt zijn dat dit al tot een financiële aderlating heeft geleid. Mevrouw Freeve heeft nog een vraag over de verdichting. Wanneer men het heeft over een aantal huizen per hectare dat het een verschil maakt over wat voor soort huizen men het heeft. Gaat het over rijtjeshuizen of over villa’s? Wethouder Kroon geeft aan dat het bij de 25 woningen per hectare om gewone woningen gaat. Een gewone mix. Sommige gebieden in de gemeente kennen een groter dichtheid. In grotere gemeenten praat men over een nog veel grotere dichtheid. Mevrouw Freeve vindt dat de wethouder een goede poging doet om de dichtheid te verklaren.

Wat moeilijk is dat er een beleid is vastgesteld met elkaar waarin staat dat men Wilnis een ruimtelijk karakter wil geven. Dat beleid moet men in gedachten houden al vindt men wonen heel belangrijk. Past de aangegeven dichtheid in het landelijke karakter? Wethouder Kroon denkt dat de dichtheid past. Vooral omdat met heeft gekeken naar de bestaande bebouwing. De heer Evers merkt op dat er analyses zijn gemaakt door bewoners over de verdichting in vergelijking met andere plekken in de gemeente en in Wilnis. Het blijkt dat het niet klopt. Heeft de gemeente voldoende gekeken naar de analyses die de bewoners hebben gemaakt? Dat het ruimtelijk gezien niet goed zit. Wethouder Kroon meldt dat er ambtelijk en stedenbouwkundig naar het plan is gekeken. Die hebben aangegeven dat het passend is. De voorzitter denkt dat op basis van de beraadslagingen men kan vaststellen dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat. De heer Van Sligtenhorst constateert dat de wethouder nog iets gaat toevoegen over het parkeren van auto’s en dat die geen waarde hecht aan het verkeersonderzoek van de buurtbewoners. Mag men het als een toezegging opvatten dat de wethouder erop terugkomt voor de raadsbehandeling? Komt de wethouder nog terug op het verkeersonderzoek van de bewoners? De voorzitter vraagt de wethouder of het eerste een toezegging was.

43

Wethouder Kroon zegt het toe. Er is geen reden om aan het onderzoek van de bewoners te twijfelen. Alleen voor het vaststellen van het kader is het onderzoek niet relevant. Mevrouw Freeve vraagt of de wethouder, voordat het voorstel naar de raad gaat, kan aangeven wat de totale oppervlakte is van het gebied. Zodat men toch een beter zicht kan krijgen op de dichtheid. Wethouder Kroon vraagt wat mevrouw Freeve nodig heeft. Een schets, een kaartje? Mevrouw Freeve heeft op basis van de plaatjes vastgesteld dat sommige bewoners aangeven dat er sprake is van een hoge dichtheid, terwijl de initiatiefnemer het tegenovergestelde beweert. Waar zegt men ja tegen in dit kader? Wethouder Kroon denkt de vraag te kunnen samenvatten. Mevrouw Freeve wil een schets waarop nok- en goothoogte zijn aangegeven in het plan, maar dan ingetekend op de landtongen. Mevrouw Freeve beaamt dat. Wethouder Kroon kan dat toezeggen. Het wordt toegevoegd aan het voorstel. De voorzitter sluit af met de constatering dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat.

c.

Bestemmingsplan Twistvliet – Kwikstaart 26 Mijdrecht, raadsvoorstel 36/21 Mevrouw Groen is benieuwd hoe de omwonenden op het plan hebben gereageerd. Voelen de omwonenden zich meer betrokken en zijn ze beter ingelicht? Is de parkeerproblematiek tot tevredenheid opgelost? De heer Van der Greft merkt op dat er heel veel uur besteed is aan het parkeren bij dit project. Dat is inmiddels fatsoenlijk geregeld. Hopelijk wordt het parkeren in de toekomst geen probleem. De heer Van Sligtenhorst is nog niet tevreden met het antwoord op de vraag over de deelauto’s. Hoe wordt dat in de toekomst geborgd? Dat het punt deelauto’s wordt opgenomen in de koop- en ontwikkelingsovereenkomst en dat beide partijen die overeenkomst zullen ondertekenen. Wie zijn die beide partijen? In de beantwoording op de vraag over de deelauto’s wordt gesproken over een inspanningsverplichting en een doel. Dat is te zacht om als borging te zien in de toekomst. Men wil dat steviger benoemd willen hebben. De heer Rouwenhorst voert aan dat wanneer men argument 1.2 in het voorstel leest, dan staat er dat er ingespeeld wordt op starters. Het gaat om een prachtig project. Het gaat om een bestemmingsplan dat specifiek voor starters is. Dan speelt men er niet op in, maar dan gaat men ervoor. Dat moet op die manier verwoord worden.

Men wil ook graag dat in dit plan en latere plannen de definitie van het CBS voor starters wordt opgenomen. Dat is eenduidig. 44

Dan even buiten de kaders. Hoe zit het op termijn met het antispeculatiebeding? Men wil ook goede garanties dat het hier gaat om lokale gemeentelijke starters. Mevrouw Freeve staat heel positief tegenover deze bestemmingswijziging. Het is goed dat er een plan voorligt, waardoor starters een woning kunnen vinden. Een plan dat ook gedragen wordt door de omgeving. De heer Luijben is voor het voorstel. Men is het eens met de aanscherping van wat starters zijn. Men is het eens met het voorstel van de heer Rouwenhorst in deze. De heer Evers complimenteert het college over de wijze waarop participatie heeft plaatsgevonden. De heer Schreurs wil wachten op het antwoord van de wethouder op de vraag van de heer Van Sligtenhorst. Die vraag is cruciaal, omdat die deelauto een zeer belangrijk onderdeel van het plan is in relatie tot het parkeren. Wat gebeurt er wanneer het verhaal met de deelauto’s niet plaatsvindt? Die deelauto’s moeten enorm bijdragen aan de oplossing van het parkeerprobleem. Volgens wethouder Kroon is die vraag ook schriftelijk gesteld en beantwoord. Het antwoord is dat in de koop-, ontwikkel- en realisatieovereenkomst is een inspanningsverplichting met betrekking tot deelauto’s opgenomen. De ontwikkelaar moet een overeenkomst aangaan met een organisatie die het aanbieden van deelauto’s als doel heeft. De overeenkomst is getekend door de gemeente en door de bouwer.

De overeenkomst die de ontwikkelaar moet aangaan, wordt meegenomen in de eigendomsoverdracht van het openbaar gebied aan de gemeente. De deelauto’s zijn dus volledig geborgd. De heer Schreurs is benieuwd waarom men dan niet rechtstreeks vermeld dat de deelauto’s gerealiseerd moeten worden. De tekst dat het een inspanningsverplichting is om het te realiseren kan men dan achterwege laten. Wethouder Kroon denkt dat men de zinsnede kan aanpassen. Echter, men heeft ook nog iemand nodig die de deelauto’s beschikbaar stelt en faciliteert. Daar zit een risico in. Wat de gemeente betreft is de deelauto een harde eis. De heer Van Sligtenhorst kan zich vinden in het voorstel van de heer Schreurs. Uit het antwoord van de weethouder blijkt dat er ineens sprake is van een derde risico. Het is wel van belang voor de kans van slagen van de deelauto’s. Het antwoord van de wethouder is niet echt bevredigend. Men begrijpt de getekende overeenkomst met de ontwikkelaar, maar de ontwikkelaar is weg nadat de laatste woning verkocht is. Wie staat ervoor garant dat de deelauto’s daar blijven? De Schreurs suggereert dat de wethouder duidelijk op papier moet aangeven dat wanneer de deelauto’s niet gerealiseerd worden, er geen sprake is van een overeenkomst. De aanduiding inspanningsverplichting is te zwak.

45

Wethouder Kroon is van mening dat er geen misverstand over de deelauto’s bestaat. Het enige ingewikkelde is dat het niet in het bestemmingsplan hoort. Het valt ook niet in het bestemmingsplan te regelen. Hetzelfde geldt voor het verzoek van de heer Rouwenhorst. Men mag wettelijk in het bestemmingsplan geen doelgroepen opnemen. De heer Rouwenhorst vraagt de wethouder nog eens naar de definitie van starters. Dat komt niet in het bestemmingsplan voor, maar in een van de bijlagen. Een bijlage kan men makkelijk wijzigen. Daarnaast is de definitie van het CBS wat ruimer. Wethouder Kroon antwoordt dat, wanneer het aangepast kan worden op de plek die de heer Rouwenhorst noemt, men het zal aanpassen. In het bestemmingsplan zelf mag het niet. De heer Rouwenhorst is het met de wethouder eens. Maar, de definitie van starters kan men wel vermelden in een van de bijlagen. Spreker wil de wethouder wel aangeven over welke plaats in de bijlagen het gaat. De heer Schreurs brengt naar voren dat, wanneer het niet in het bestemmingsplan geregeld kan worden, het maar via de overeenkomst geregeld moet worden. Het punt deelauto’s moet in elk geval gebord zijn. Men komt nu niet verder dan een inspanningsverplichting en daarmee is het niet geborgd. Die deelauto’s moeten er komen. Wethouder Kroon zegt toe dat wat men kan regelen, geregeld gaat worden. Het voorstel wordt op dat punt aangepast.

Men zal het stevig formuleren. Alleen mag men sommige zaken niet regelen in het bestemmingsplan. De wethouder heeft de commissie goed gehoord over de deelauto en de starter. Binnen de wet- en regelgeving van hogerhand zal de wethouder de ruimte zoeken. De voorzitter vraagt of het voorstel naar de besluitnemende raad kan. De heer Van der Greft kan er ook mee instemmen, maar stelt het afhankelijk van het punt deelauto’s. De voorzitter heeft de wethouder een aantal zaken horen noemen om de deelauto’s te borgen. Wanneer iemand van de raad het resultaat onvoldoende vindt, kan men het voorstel altijd nog terughalen naar de meningvormende raad. Vooralsnog gaat het voorstel naar de besluitnemende raad.

d.

Bestemmingsplan Achterbos 80 Vinkeveen, raadsvoorstel 34/21 Mevrouw Freeve vindt het een mooi plan op een mooi stuk Vinkeveen. Er zijn geen verdere vragen over de bestemmingsplanaanpassing. Mevrouw Dijkman is gelukkig met het initiatief. Wat opvalt is dat het traject naar een toestemming om te bouwen heel lang is. Begrepen is dat dit komt door de vele onderzoeken die moeten plaatsvinden. Komt het ontwerp van beide te bouwen huizen nog naar de gemeente? Moet de gemeente toestemming geven voor het ontwerp? 46

De heer De Dood is positief over het plan. Het is goed voorbereid. Men stemt in met het voorstel. De heer Schreurs steunt het voorstel ook. De huizen passen in de omgeving. Mevrouw Van den Heerik spreekt over een goed plan. Goed voorbereid en goed gedocumenteerd. De heer Luijben is voor het voorstel. Al was het maar omdat er twee huizen komen in plaats van een. Mevrouw Groen deelt mee voor het voorstel te zijn. Wethouder Kroon stelt dat het plan beter dan nu niet gaat worden. Ter geruststelling van mevrouw Dijkman, het ontwerp van de woningen gaat nog langs de wetstandscommissie. De voorzitter constateert dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan.

e.

Bestemmingsplan Demmerik 122-124, raadsvoorstel 37/21 De voorzitter kondigt de heer Van Kouwen als inspreker aan. De heer Van Kouwen geeft aan graag vragen te willen beantwoorden over de wijziging van het bestemmingsplan. In 2019 was er een raadsexcursie naar het gebied. Er is toen een aantal vragen gesteld. Daaruit bleek dat sommige zaken niet goed begrepen waren. Op Demmerik 124 stonden bedrijfsgebouwen. Vier jaar geleden wilde men stoppen met het bedrijf en de bedrijfsgebouwen slopen. Daarvoor in de plaats zouden twee woningen moeten komen. Zowel provincie als gemeente gaven aan dat het wenselijk zou zijn om Demmerik 122 mee te nemen in de ontwikkeling. Op Demmerik 122 stond de kwekerij. Wanneer men beide bedrijven zou stoppen en alle bedrijfsgebouwen zouden slopen, zou men alle medewerking krijgen om op Demmerik 122 drie woningen te bouwen. In totaal zouden er zes woningen komen. Er stonden al twee woningen op Demmerik 124 en een woning op Demmerik 122. Uiteindelijk mocht men op elk perceel een woning herbouwen met daaraan toegevoegd drie woningen op het totale gebied in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling. Dus totaal vijf woningen. De plaats van de woningen op het totale perceel (Demmerik 122-124) is mede bepaald aan de hand van het advies van een groot aantal deskundigen. Er zijn hierdoor ook zoveel mogelijk doorzichten ontstaan.

Uiteindelijk komen er woningen met geïntegreerde bijgebouwen van maximaal 900 m³. De gronden rond de woningen krijgen de bestemming landschappelijk. Daarnaast wordt de ruim 9.000 m² agrarische grond omgezet naar de bestemming natuur. Hopelijk is de raad positief over het plan. De omwonenden zijn dat wel. Men hoopt snel met de uitvoering van het plan te kunnen beginnen. De heer Van Sligtenhorst merkt op dat ten tijde van de raadsexcursie de 1100 m³ nog ter discussie stond. Dat punt is inmiddels mooi opgelost.

47

De voorzitter start de commissiebehandeling. Mevrouw Dijkman is blij met het initiatief van de heer Van Kouwen. Het is mooi dat er weer een paar huizen bij komen. De huizen zijn landschappelijk mooi ingepast. De heer De Dood brengt naar voren dat men door de raadsexcursie een goed beeld heeft gekregen van hoe de situatie was en hoe die zal worden. Het is een mooi plan. Vooral de doorzichten gaan heel erg verbeterd worden. Er zijn weinig op- of aanmerkingen. Doorgaan. Mevrouw Freeve kan instemmen met het plan. De aandacht voor de omgeving van de initiatiefnemers is duidelijk terug te zien in de plannen. Aan alle belangen is gedacht en men heeft het kunnen samenvoegen tot een mooi geheel. Mevrouw Groen heeft door de excursie ook een beter beeld gekregen dan alleen een beeld op papier. Men vindt dat het snel moet doorgaan. Men hoopt dat er in de toekomst meer raadsexcursies bij percelen plaatsvinden waarbij een bestemmingsplanwijziging in het geding is. Dat draagt bij aan een betere besluitvorming. De heer Luijben stemt in met het voorstel. De heer Schreurs steunt het plan. De toekomstige situatie is aanmerkelijk beter dan de huidige. Het past goed in de omgeving. Mevrouw Van den Heerik kan na de beantwoording van eerder gestelde vragen instemmen met het plan. De voorzitter stelt vast dat het voorstel unaniem wordt doorgezet naar de besluitnemende raad.

f.

Bestemmingsplan Demmerik 58, raadsvoorstel 38/21 Mevrouw Van den Heerik is onaangenaam verrast met betrekking tot dit plan. De beantwoording van de vragen die erover gesteld zijn, is ontwijkend. Het perceel is jarenlang over gelaten aan de natuur. Dan krijgt men te maken met natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. Dan komen er onderzoeken, net als bij de andere locaties waarover men vanavond spreekt. Wat blijkt dan, op het moment dat de eigenaar een idee heeft dat er een probleem op kan treden in het kader van de Wet natuurbescherming laat deze een bulldozer komen en laat al het groen op het perceel verwijderen. Wat rest is een versteend veld. Het antwoord op de vraag hierover was dat men er niets aan kon doen. Dat klopt niet. Uit de quickscan Flora en fauna blijkt dat op het gebied vogels nestelen. Tijdens het broedseizoen, vanaf 1 maart tot ergens in de zomer, zijn die nesten beschermd. Bij de natuurtoets in februari constateerde men dat in het gebied waarschijnlijk de ringslag voor komt. De eigenaar krijgt het document van de toets met de mededeling dat er nader onderzoek moet komen naar de ringslag. Opvallend is dat op 11 maart er op het perceel geen natuur meer te bekennen valt. Er is dus gehandeld in strijd met de Wet natuurbescherming. Hoe kan het zijn dat er op de vraag daarover aangeeft er niets tegen te kunnen doen? 48

Natuurlijk kon men er iets tegen doen. Daarnaast is het ongemeen merkwaardig dat iemand handelt tegen de Wet natuurbescherming en vervolgens de gemeente vraagt om zijn om zijn ontwikkelplan goed te keuren. Dat is respectloos. De mensen van de vorige bestemmingsplannen hebben gewoon gedaan wat van hen verwacht mocht worden. Dit in tegenstelling tot deze eigenaar. Wethouder Kroon snapt en begrijpt de gevoelens van mevrouw Van den Heerik. Het rapport geeft de kwalificatie van ‘de mogelijkheid van’. Dat dit niet chic is, is evident. Alleen de provincie is het bevoegd gezag op het terrein van de Wet natuurbescherming. De gemeente heeft het kenbaar gemaakt bij de provincie. Er is geen overtreding geconstateerd. Mevrouw Van den Heerik geeft aan dat men het over verschillende dingen heeft. De werkzaamheden op het perceel hebben na 1 maart plaatsgevonden. Dat mag niet, want de nesten van de broedvogels zijn beschermd. Dit is niet aan de provincie gemeld. Waarom is dit niet gemeld? Alle begroeiing is weggehaald, terwijl dat in die periode niet mag. Die informatie is zonder problemen te verkrijgen. Spreekster wil een antwoord op de vraag waarom er niet is opgetreden. Waarom dat niet bij de provincie is gemeld. De heer Schreurs vindt het betoog van Mevrouw Van den Heerik interessant. Ze zal zeker gelijk hebben. Dan komt och de vraag: En nu? Het gaat hier om een planologisch verhaal.

Dan kan de wethouder zeggen dat het niet had gemogen, maar het is wel gebeurd. Wat gaat men dan doen? Hoe relevant is wat gebeurd is voor het planologische aspect van het raadsvoorstel? Mevrouw Van den Heerik herhaalt nogmaals dat wat gedaan is niet had mogen voor komen in de broedperiode. De wethouder heeft niet correct naar de provincie gecommuniceerd. Bij een correcte melding is het aan de provincie te bepalen welke sancties genomen moeten worden. Het liefst zou spreekster tegen het voorstel zijn. Juist vanwege de handelwijze. Het zorgt duidelijk voor precedentvorming. De mensen van de eerdere bestemmingsplannen hebben in alles correct meegewerkt. De eigenaar waar men het nu over heeft, heeft ‘schijt gehad aan alles’. In de raad heeft men het constant over bescherming van de natuur en de natuurwaarden. Deze eigenaar komt weg met zijn gedrag. Het is een probleem voor de wethouder, desalniettemin de vraag – ook ten behoeve van de duidelijkheid - om de zaak toch nog eens aan de provincie voor te leggen. De provincie wil veel van mensen, vraagt veel van mensen, maar handhaaft kennelijk weinig. Dat is heel kwalijk. Wethouder Kroon vindt het betoog heel helder. Het lastige dat men niet heeft geconstateerd dat die bulldozer na 1 maart aan de gang is geweest. De wethouder zal het punt nogmaals inbrengen bij de provincie. En om een oordeel vragen.

Mevrouw Van den Heerik vindt die inbreng noodzakelijk om te voorkomen dat dit soort handelwijzen een gewoonte worden. De voorzitter stelt vast dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. 49

g.

Bestemmingsplan Van Geijnweg 2 Mijdrecht, raadsvoorstel 35/21 Mevrouw Van den Heerik is met het voorstel niet zo blij. Men begrijpt goed dat een soort bedrijf als dit niet in het centrum van dorp thuishoort. Het staat nu waar het staat, maar de provincie en de gemeente hebben de mogelijkheid om bedrijven die moeten uitbreiden meer ruimte te geven. Men wil niet dat bedrijven in het landelijk gebied steeds maar verder groeien. Wanneer men naar het plan kijkt, dan heeft spreekster moeite met de hoogte van het nieuwe gebouw. Hoger dan welk ander gebouw in het buitengebied. Wanneer men nagaat waarom dat zo is, dan blijkt dat enerzijds de machines hoger worden, maar ook omdat men er een verdieping in wil aanbrengen voor kantoren. Is het laatste iets dat men ziet als uitbreiding? Volgens provinciale en gemeentelijke verordeningen mag het bedrijf maximaal 20% uitbreiden. Op een vraag hierover wordt gesteld dat het om een uitbreiding van 20% van het bouwvlak gaat. Echter, uitbreiding met 20% is wat anders dan uitbreiding met 20% van het bouwvlak. Wanneer men ruimte geeft voor 20% uitbreiding, dan gaat het over de gehele bedrijfsvloer. Dat is wat anders dan een bouwvlak. De heer Schreurs suggereert dat de voorzitter aan de vergadering vraagt of mevrouw Van den Heerik wat meer spreektijd krijgt. De voorzitter vindt het wat lastig. Andere fracties zijn ook aan hun spreektijd gehouden.

Het is een punt voor de agendacommissie. Mevrouw Van den Heerik stelt dat ze over de eigen tijd en de eigen woorden gaat. Dat is niet aan de voorzitter. De heer De Dood heeft gehord dat de nokhoogte van 10 meter veel hoger is dan in het buitengebied normaal is. Dat is niet correct. Een gemiddelde stal is tegenwoordig al 10 tot 12 meter hoog. Daarnaast heeft de uitbreiding een zadeldak. Dat geeft een andere aanblik dan een plat dak. Spreker vindt het een goed plan. Het gaat om een agrarisch mechanisatiebedrijf dat sinds jaar en dag op die locatie zit. Het bedrijf is goed bereikbaar. Het bedrijf is gezond doorgegroeid. Er zijn uit de omgeving geen reacties gekomen die tegen de uitbreiding zijn. Er komt veel groen op het terrein. Men is positief over het voorstel. De heer Van Sligtenhorst kan zich volledig aansluiten bij wat de heer De Dood naar voren heeft gebracht. Dat betreft ook de hoogte van de uitbreiding. Wethouder Kroon geeft aan dat men altijd spreekt over een uitbreiding van het bebouwde oppervlak. Dat staat ook in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Dat gaat over de 20%. Maar, daar mag men van afwijken indien nodig. Dat is hier niet nodig. De provincie is ook akkoord met de uitbreiding. Ook gezien de landschappelijke inpassing. De voorzitter denkt dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan

50

7.

Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 22.15 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken op 13 september 2021. De griffier,

de voorzitter,

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10465589/1