15 en 16 -06-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie RZ PW 2305
Tekst van het document
POSTADRES
BEZOEKADRES
Postbus 250
T
0297 29 16 16
3640 AG Mijdrecht
F
0297 28 42 81
Croonstadtlaan 111
E
gemeente@derondevenen.nl
3641 AL Mijdrecht
I
www.derondevenen.nl
Vergadering politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken Datum:
15 en 16 juni 2021
Tijd:
19:30 uur
Plaats:
Digitaal via Teams
Registratienummer: Voorzitter:
De heer E.A. Dohle
Griffier:
De heer M. de Graaf (16.06), mevrouw J. Jonker (15.06)
Raadsleden:
Mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer N.P.M. de Dood (CDA), mevrouw C. Dijkman (VVD), de heer R. Evers (VVD), mevrouw J. Freeve (D66), de heer H.J. van der Greft (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), mevrouw Y.M. G. van den Heerik (Ronde Venen Belang), de heer J.J. Kneppers (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA-GroenLinks), de heer A.P.M. Luijben (Seniorenpartij), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA-GroenLinks), de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)
Meesprekers:
De heer R. Bloemer (2), de heer W. van Kouwen (6e), de heer E. de Vries (2), mevrouw A. Elfferich, de heer T. Hofstra, de heer J. Kok, de heer P. Lem, de heer R. Mulder, de heer B. Nisters, mevrouw L. van Schie, mevrouw H. van ’t Schip (allen punt 6b), de heer W. van Kouwen (6e)
Wethouders:
De heer M. Divendal, de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD), de heer C. van Uden (D66)
Ambtenaren:
Geen
Notulist:
De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)
Notulen 15 juni 2021
1.
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de deelnemers gebracht. 1
2.
Spreekrecht inwoners Er hebben zich twee insprekers gemeld voor punten die niet op de agenda staan. De heer R. Bloemer en de heer E. de Vries. De heer Bloemer spreekt in namens de Ouderenbelangenvereniging Abcoude – Baambrugge. De heer De Vries vertegenwoordigt Het dik voor elkaar huis. De voorzitter legt de inspraakprocedure uit. De heer Bloemer geeft aan dat de vereniging al zevenendertig jaar bestaat. Men zet zich in voor de belangen van de ouderen van de oorspronkelijke gemeente Abcoude. De vereniging geeft een kwartaalblad uit. Dat wordt ook aan de raadsfracties gestuurd. Er zijn in Abcoude vier particuliere initiatieven om woonvormen voor ouderen te realiseren. Dat stond in het voorlaatste maartnummer. Alle vier de initiatieven lopen stuk op het gebrek aan grond. Het is lonend voor de gemeente om een helpende hand toe te steken. Het is goed voor ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen in een geschikte woning. Zo blijven ze gezond. Bij elk genoemd initiatief bestaat de afspraak dat de ouderen naar elkaar omzien en waar mogelijk voor elkaar zorgen. Hierdoor ontstaat er minder druk op de Wmovoorzieningen. Het sociale netwerk van de ouderen blijft intact. Wanneer men verhuist naar een van de vier initiatieven, dan laat men meestal een eengezinswoning achter. Dat bevordert de doorstroming.
Naast genoemde punten biedt de ouderenhuisvesting ook nog voordeel voor andere bewoners. Er kunnen gezinnen doorstromen naar meer ruimte. Uiteindelijk komt er ook ruimte voor starters. Het probleem is dat de rode contour strak langs de kern van Abcoude loopt. De gemeente moet er bij de provincie op aandringen de rode contour te verruimen waardoor er ruimte ontstaat voor deze initiatieven. Daarnaast overleg met de initiatiefnemers over wat men nu al zou kunnen met hun plannen. Zodat na een verruiming van de rode contour men voortvarend aan de gang kan. Er zijn ook nog lege plekken in het dorp, die zich lenen voor de initiatieven. Alleen staat een jarenoud bestemmingsplan bebouwing niet toe. Het verzoek is om die bestemmingsplannen goed te bekijken en te beoordelen of het algemeen belang niet meer gediend is met een woonbestemming op die plekken. De vereniging dringt er bij het college op aan gebruik te maken van de initiatieven en te doen wat er in de verkiezingsprogramma’s staat over de huisvesting van ouderen. De vier initiatiefnemers willen nog steeds. Mevrouw Freeve vraagt waar de initiatiefnemers tegenaan lopen bij de lege plekken in het dorp. Men gaat meestal met een bestemmingsplan aan de gang wanneer er plannen liggen. De heer Bloemer meldt als voorbeeld stukken bij de Voordijk. De huidige bestemming is ‘niet bouwen’.
Het is wel een ideale plek voor ouderenwoningen, dicht bij de kern en dicht bij de winkels. Om het te realiseren, moet men wel het bestemmingsplan wijzigen. Mevrouw Freeve vraagt of de initiatiefnemers met plannen zijn gestart om die aan de gemeente voor te leggen. Om dit samen met een aanvraag bestemmingsplanwijziging voor te leggen aan de gemeente.
2
De heer Bloemer vestigt de aandacht op de initiatieven die er zijn. De initiatiefnemers moeten zelf actief worden naar de gemeente. De heer Evers heeft van CPO Abcoude gehoord dat de groepen bewust separaat van elkaar blijft opereren. Ondanks dat, heeft men overwogen om gezamenlijk op te trekken bij de verschillende initiatieven. De heer Bloemer is de behoefte om gezamenlijk iets te doen er niet. Spreker voelt die behoefte zeer sterk. Men neemt contact op met de vier initiatiefnemers om te kijken of men toch tot een soort van gemeenschappelijke aanpak kan komen. De heer Luijben spreekt over een helder betoog. Wat opvalt, is dat er sprake is van vier initiatieven. Spreker is bekend met een. Kan de inspreker informatie verschaffen over de andere drie? Dan kan men contact opnemen. Het aangekaarte probleem is het feitelijke probleem. Aangegeven is dat er een aantal gebieden zijn die zich lenen voor de seniorenwoningen. Mogelijk heeft de inspreker die helder in beeld. Spreker vraagt om ook die informatie naar de Seniorenpartij te sturen. Misschien kan men beide met die gebieden aan de slag gaan. Kijken of er mogelijkheden zijn voor een bestemmingsplanwijziging. De heer Bloemer zal de heer Luijben via de griffier informeren over de gebieden. De heer Rouwenhorst vraagt naar wat meer achtergrond van de mensen die bij de initiatieven betrokken zijn.
Gaat het om mensen die een eigenwoning achterlaten of zijn het mensen die nu in een huurwoning zitten? Was voor een van de initiatieven de Kees Bonzaal misschien een geschikte locatie geweest? De heer Bloemer antwoordt dat het merendeel van de betrokkenen een koopwoning heeft. Een van de initiatieven richt zich op de locatie Kees Bonzaal. Via via heeft de inspreker gehoord dat het bijna rond zou zijn. Het is niet bekend of de aankoop van de Kees Bonzaal rond is. Zo ja, dan volgt het eigenlijke werk, te beginnen met slopen. De locatie is heel geschikt. De vraag is nog of die ruim genoeg is. De voorzitter dankt de inspreker voor zijn bijdrage en kondigt de tweede inspreker aan. De heer De Vries geeft aan dat Het dik voor elkaar huis een kleinschalig complex in eigen regie wil bouwen. Als ouderen samen wonen en zo nodig voor elkaar kunnen zorgen. De vereniging heeft inmiddels achttien leden. Die hebben reeds een appartement gereserveerd. Bij koopappartementen is een anti speculatiebeding vastgelegd. Het plan omvat een appartementencomplex van drie bouwlagen en daaronder een parkeerkelder. Om het gebouw zou een parkachtige omgeving moeten komen, die in overleg en in samenwerking met gemeente en omgeving tot stand moet komen en worden onderhouden.
Om het plan op korte termijn te kunnen realiseren had men zijn ook laten vallen op een perceel grond aan de Voordijk binnen de rode contour en eigendom van de gemeente. In 2013 was het gebied nog een groene zone. De laatste jaren is het bouwen voor ouderen een soort ondergeschoven kindje. Zowel landelijk als provinciaal is men nu van mening dat ouderenhuisvesting voorrang moet krijgen. Wanneer de gemeente akkoord gaat met de plannen en medewerking verleent 3
om tot realisatie te komen, lost men verschillende problemen op. Meer huisvesting voor ouderen, bevordering van doorstroming op de woningmarkt en als laatste ruimte voor starters. Over de betreffende vrije kavel wil spreker nog wat onder de aandacht van de raad brengen. Het perceel is tijdelijk verhuurd tot 8 april 2022. Om de serieusheid van de plannen te onderschrijven en de aandacht te stimuleren heeft de vereniging besloten een eerste schetsontwerp van de ideeën door een architectenbureau. Het geheel moest passen op het perceel. Het gaat om 21 appartementen van verschillende afmetingen plus een centrale ontmoetingsruimte voor de bewoners. In november 2020 zijn de plannen aan de wethouder gepresenteerd. Afgesproken is dat men eerst zelf de omwonenden over de plannen zou informeren. Aan de bewoners van de Voordijk zijn de plannen gepresenteerd. De raad moet inmiddels deze informatie ook ontvangen hebben. Men verzoekt de raad het volgende: Ondersteun plannen en overweeg de groen beheer zone aan te passen waardoor woningbouw voor ouderen daar plaats kan vinden. In eerste instantie voor de aangeduide locatie en wellicht later voor een naastgelegen perceel. Beide percelen voldoen aan de eisen voor ouderenwoningen, dicht bij de winkels en de andere voorzieningen. Indien nodig, erbij de provincie op aan te dringen medewerking te verlenen.
Als laatste de uitbreiding van de rode contour met de Bomgronden. Dan kan de brandweer daar naar toe en is er ruimte voor andere initiatieven van CPO’s. De heer Luijben meldt richting de heer Bloemer dat spreker van collega Kroon heeft vernomen dat de gevraagde gegevens inmiddels op NotuBox staan. De heer Bloemer hoeft dus geen extra zaken meer op te sturen. De heer Rouwenhorst vindt het inspreekverhaal interessant, met name dat er al contact geweest is met omwonenden en met de wethouder. Spreker merkt opdat de voormalige gemeente Abcoude de Bomgronden heeft ingeleverd bij de provincie om niet te laten bebouwen. Mocht dit onjuist zijn, dan hoort spreker het graag. De heer De Vries meldt dat er een informatief gesprek is geweest met de wethouder. Daarbij is gevraagd of de vereniging het recht van eerste koop zou kunnen krijgen op het perceel. Dat kon men niet toezeggen. Eerst moest er met omwonenden gesproken worden of men daar wel zou kunnen bouwen. Sommige omwonenden hebben er bezwaar tegen. Men is die bezwaren in kaart gaan brengen. Naar de Bonzaal is goed gekeken. Het terrein is voor de gestelde doelstellingen niet helemaal geschikt. De voorkeur gaat uit naar het terrein aan de Voordijk. De heer Schreurs heeft gehoord dat de vereniging contact heeft gehad met de gemeente en dat er een ontwerp is voorgelegd. De reactie van de gemeente was, ga maar met de omwonenden spreken.
Heeft de gemeente geen inhoudelijke reactie gegeven? Men mag verwachten dat de gemeente aangeeft welke mogelijkheden en onmogelijkheden bij het plan spelen. De heer De Vries antwoordt dat men van de ambtenaar stukken over beheervorming heeft gekregen. De wethouder heeft alleen gezegd dat men met omwonenden moet gaan praten. Die moet men mee hebben om het plan te kunnen realiseren. 4
De heer Schreurs is enigszins verbaasd. Stel men gaat met de omwonenden praten en die vinden het misschien een aardig plan. Maar, het past niet in de dorpsvisie van Abcoude. Daarna moeten raad en college er ook nog iets van vinden. Het college kan zo maar zeggen dat het goed is dat de initiatiefnemer gesproken heeft met omwonenden, maar dat het niet past in de planologische visie. Dat is toch een rare gang van zaken? Geen enkele vorm van zekerheid en toch met bewoners praten. Met als gevolg onrust in het dorp. De heer Rouwenhorst denkt dat de gemeente eigenlijk klem zit. Destijds heeft de burgemeester van Abcoude in paniek in verband met de derde brug woningbouw daar voor eeuwig onmogelijk heeft gemaakt. De heer Schreurs wil vooral duidelijkheid. Men moet van tevoren een beeld hebben van de kans van slagen van een plan. Dat moet de gemeente geven. Voordat men de buurt erbij betrekt. En er een vorm van onrust ontstaat. De heer De Vries heeft altijd de indruk gehad dat men voor een gesprek met de gemeente met een plan moet komen. Een redelijk concreet plan. Dat is beantwoord door het door het architectenbureau gemaakte ontwerp. Alles wat de gemeente wilde weten, was verwerkt in het ontwerp. Men wilde daarmee aan de gemeente duidelijk maken dat men serieus bezig was. Men heeft kosten gemaakt om te laten zien dat men snel wilde bouwen.
Dat zou mogelijk moeten zijn, omdat de gemeente zelf eigenaar van het perceel is. Waar de raad over zou kunnen beslissen. De heer Schreurs heeft inmiddels duidelijkheid over hoe het proces tot nu toe gelopen is. Spreker constateert dat vanuit het gemeentehuis is aangegeven men met het plan op pad moet gaan. Dan hoort men wel wat de omwonenden ervan vinden. De heer De Vries vindt dit een goede samenvatting van de gang van zaken. Mevrouw Freeve vraagt zich af vanaf welk moment men het plan verder in behandeling kan nemen. Wat is nu het belangrijkste punt om nu eerst bij de commissie te komen en niet bij de gemeente? De heer De Vries denkt er goed aan te doen om de raad te vragen om te helpen bij het initiatief. Mede omdat bij de raad ook de behoefte bestaat aan ouderenhuisvesting. Men wil verder. Omdat het terrein volgend jaar april vrijkomt, wil men actie nemen. Mevrouw Freeve ziet ook de noodzaak van seniorenwoningen. Men gaat de zaak goed in de gaten houden om te zien of er gebeurt wat men graag wil. Op dit moment berust op het gebied de bestemming groen. Heeft de initiatiefnemer rekening gehouden met de verwerking van voldoende groen in de plannen? De heer De Vries heeft al eerder aangegeven dat men een parkachtige omgeving wil scheppen op het hele perceel in samenwerking met de gemeente. Met daarin de appartementen. 5
De heer Evers heeft al eerder de bundeling van belangen naar voren gebracht. Men heeft al een aantal jaar contact met CPO Abcoude. De constructie is heel goed. Bij dit initiatief ziet spreker dit nog niet terug. Spreker geeft in overweging om de aankoop van gemeentegrond in een gebundelde manier te doen. De heer De Vries meldt dat juist voor het bouwen in eigen beheer een coöperatieve vereniging is opgericht. Daardoor heeft men de financiën ter beschikking. Daardoor kan men snel handelen. Het project kan zonder problemen gefinancierd worden. men wil wel. Wethouder Kroon hoort goed wat er gevraagd wordt. Echter, men heeft te maken met een problematische locatie. In de koopovereenkomst van de bewoners van de Meerweg staat dat de bewoners recht hebben op een overtuin. Vanuit ie invalshoek heeft de gemeente geadviseerd om te zorgen voor draagvlak in de buurt. Men heeft inmiddels briesende brieven ontvangen van omwonenden. Daar wringt de schoen. De dorpsvisie heeft het over een beschermde groene plek. Omwonenden hebben recht op een overtuin op het perceel waarover men nu spreekt. Het klopt dat de heer Spreng voor eeuwig heeft verankerd dat het perceel groen blijft. Dat is een uitdaging. Het huurcontract loopt af, maar de bepaling van het eeuwig durende recht op de overtuin blijft bestaan. Er komt een nieuw huurcontract om te blijven voldoen aan dat recht.
De plannen komen eerst bij de gemeentelijke en daarna zorgt het college ervoor dat het bij de raad terecht komt. Men moet afwachten hoe de omwonenden reageren op de plannen. Kijken of men tot overeenstemming kan komen. Mevrouw Freeve is benieuwd of de heer De Vries op de hoogte was van dat eeuwig durende recht. De heer De Vries geeft aan dat het punt volstrekt helder was. Het punt van de overtuinen is bekend. Daar heeft men rekening mee gehouden in het plan. Sommige mensen hebben nogal heftig gereageerd, anderen reageerden heel genuanceerd. De heer Rouwenhorst geeft de wethouder gelijk op het punt dat procedures gevolgd moeten worden. De inspraakreactie ziet spreker als een hartenkreet vanwege de ernst van de zaak. Dan is het goed dat initiatiefnemers de raad in commissieverband weet te vinden. De heer Schreurs komt terug op de volgorde van de gang van zaken. Het zou niet zo moeten zijn dat de gemeente een initiatiefnemer op pad stuurt met de opmerking maar eens te kijken of er draagvlak voor een plan is. De normale volgorde is dat een initiatiefnemer zich met een plan bij de gemeente meldt. Vervolgens wil men van de gemeente weten of het plan mogelijk is en onder welke voorwaarden de gemeente eraan wil meewerken. Dan heeft een initiatiefnemer een idee waar men aan begint en men heeft een idee onder welke voorwaarden het college bereid is om aan het plan mee te werken.
Nu is de initiatiefnemer aan het werk gezet om te kijken naar draagvlak in de buurt. Het gevolg is twee kampen, tegen en valt te overwegen. Dat had men kunnen voorkomen. Het kan ook nog zijn dat men vervolgens vaststelt dat het plan planologisch eigenlijk niet haalbaar is. Waarom heeft de wethouder deze volgorde gekozen? Volgens spreker is het niet de goede volgorde.
6
Wethouder Kroon heeft bewust gekozen voor de gevolgde marsroute. Wanneer men het plan volgens het normale stramien had beoordeeld, had het sein gelijk op rood gestaan. Dan was het plan niet eens bij de buurt gekomen. Daarom wilde de wethouder eerst zien hoe de buurt op het plan zou reageren. Bij draagvlak vanuit de buurt zou het makkelijker zijn om te beoordelen of en hoe het plan mogelijk zou zijn. De gevolgde route is weloverwogen. Op basis van de verordeningen en de door de raad gestelde kaders kan het plan niet. Echter, er is een enorme behoefte aan woningen, dus wil men graag bouwen. De heer Schreurs denkt hieruit te mogen afleiden dat het college aangeeft dat men ondanks alle verordeningen, bestemmingen en andere zaken wel wil bouwen. Daar moet men wel helder over zijn. Het college vindt dat op deze gronden gebouwd mag worden. Een van de voorwaarden is draagvlak onder omwonenden. De heer Rouwenhorst is het grotendeels met de heer Schreurs eens. Er moet transparantie zijn in het proces. Bij de standpunt bepaling kan men ook niet weglopen voor wat gebeurd is onder de burgemeester van de voormalige gemeente Abcoude. Om een brug mogelijk te maken een perceel grond voor eeuwig uit te sluiten voor woningbouw. Eeuwig is wel erg lang. Daarom is het goed de situatie te bekijken. Wethouder Kroon zegt vanuit urgentie gehandeld te hebben.
Men weet dat er behoefte is aan kleinschalige projecten seniorenwoningen. In plaats van op basis van bestaande visies en reglementen te zeggen dat het plan niet voldoet en daarom geen doorgang kan vinden – dan komt het plan nooit van de grond - is er gedacht vanuit mogelijkheden. Hoe kan men het toch mogelijk maken. Er is een mogelijke route gevonden, maar daar komt nu weer kritiek op. Eigenlijk kan het plan niet, maar wanneer het plan goed landt bij de omwonenden, dan kan men een oplossing zoeken. De heer Schreurs vindt de gang van zaken nog niet zo helder. Er ligt een ruimtelijk beleid. Dat is niet voor niets gemaakt. Men kan dus niet zomaar zeggen dat, wanneer omwonenden met het plan kunnen leven, er gebouwd zou kunnen worden. Daarmee laat men het beleid los. Het zou verstandiger geweest zijn dat het college het plan ter toetsing bij de raad had neergelegd. Het gaat immers over een forse beleidswijziging. Wanneer de raad zich erover uitgesproken heeft, dan weet het college of het plan bij verdere uitwerking op politieke steun kan rekenen. Spreker denkt dat de keuze voor de aangegeven volgorde niet het meest verstandig is geweest. Wethouder Kroon toont enige verbazing over de reactie van de heer Schreurs. Er ligt een overeenkomst met omwonenden in een koopcontract. Daarom is gezegd dat men onder die groep eerst moet kijken hoe het plan zou kunnen landen.
Wanneer men nu een grotere ontwikkeling in een groter geheel wil bespreken of omdat er eigen grond in het geding is. Hier is er sprake van eigenaars met een eeuwigdurende recht, telkens vastgelegd in een huurovereenkomst van vijf jaar. Men gaat niet voorbij aan bestemmingen. In deze casus is er geen blauwdruk voor een aanpassing van het bestemmingsplan. Men heeft naar eer en geweten het beste gedaan om te zien of het plan bespreekbaar is met omwonenden en zo ja, dan kan men kijken hoe het te realiseren is.
7
De heer Schreurs hoort wat de wethouder zegt. Er is wel nagedacht over de gekozen route. Spreker denkt dat een andere route verstandiger geweest zou zijn om meer duidelijkheid te verkrijgen over de politieke haalbaarheid van het plan. Het plan zal een vervolg krijgen. Men hoopt alsnog op een positieve wending. Dat men in elk geval een tweespalt kan vermijden. Hopelijk kan men gezamenlijk een en ander in goede banen leiden. Wethouder Kroon denkt dat men een deel van de zorg weg kan nemen door in ieder geval mee te delen dat de Bomgronden, die door de provincie nog binnen de rode contour gelegd moet worden, een uitermate geschikte plek is om CPO te koppelen. Daar zou dit plan mogelijk kunnen. De voorzitter denkt dat het onderwerp uitvoerig behandeld is. Men dankt de inspreker voor zijn bijdrage. Men gaat verder met de agenda.
3.
Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken, Algemeen Bestuurlijke Zaken Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 11 mei 2021 De notulen worden ongewijzigd goed gekeurd. Er zijn geen vragen of opmerkingen naar aanleiding van de notulen.
5.
Voortgang en overige ontwikkelingen
a.
Toezeggingen De heer Kroon meldt dat er een vraag over een onderwerp is geweest op 11 mei, maar het punt staat niet op de lijst. Gevraagd is naar de aansluiting bij platform Kleine landschapselementen. Daardoor kan men van de provinciale subsidie gebruik maken. De wethouder gaf toen aan op het punt terug te komen. Dat is een toezegging. Is er al iets meer over bekend? Zo niet, kan men de toezegging dan op de lijst opnemen? Wethouder Kroon denkt dat men het gemeld had. Het gaat om een samenwerkingsovereenkomst tussen een aantal gemeenten van 2019. Die overeenkomst loopt in 2021 af. Het samenwerkingsverband wordt in 2022 hernieuwd met een budget. Men is aan het kijken hoe men kan aanhaken. Daarbij wordt ook op de eventuele meerwaarde gelet. Wethouder Schuurs meldt met betrekking tot toezegging 215/20, parkeren bij station Abcoude, dat men er druk me bezig is. De laatste stand van zaken is dat alles goed verloopt. Goed overleg met de buurt. Om het niet vast te laten lopen in de zomervakantie, zullen de laatste gesprekken iets doorschuiven. Na de zomer komt de wethouder op het punt terug. Gezien er niemand nog een punt voor de toezeggingen heeft, sluit de voorzitter dit agendapunt. 8
b.
Informatie-uitwisseling De heer Evers kaart de blokkering ter hoogte van het spoorhuis van het Bellopad aan. De gemeente is gedwongen om een juridisch procedure aan te spannen om de blokkade op te heffen. Twee vragen over de inhoud van de procedure. Worden in dit geschil de belangen meegewogen van alle verkeersdeelnemers? Wordt er meegewogen dat de blokkerende partij er ogenschijnlijk geen belang bij heeft bij de blokkade omdat het belendende perceel inmiddels is gerooid? De hekken aan de straat vaak dag en nacht open staan. Mevrouw Freeve brengt de tijdelijke woningen bij het zwembad in Mijdrecht ter sprake. Is er voortgang op dat traject? Zo niet, wanner kan men wel iets verwachten in de commissie? In lijn daarmee de prestatieafspraken met GroenWest. De corporatie heeft aangegeven dat men zich ook wil bezighouden met tijdelijke woningen indien de gemeente daar grond voor ter beschikking stelt. Is de wethouder bereid daar gebruik van te maken? Als laatste een vraag in aansluiting op de informatienota over de bouwplannen voor Stationsweg 18. Men begrijpt niet goed waarom men geen gebruik mag maken van de mogelijkheden, ondanks dat de initiatiefnemer het recht heeft op eerste koop. De heer Kroon meldt dat, wanneer er activiteiten plaatsvinden onder de Wet natuurbescherming flora en fauna die schade opleveren, men daarvoor een ontheffing moet aanvragen.
Die ontheffingen worden bijna nooit aangevraagd, terwijl ze wel verplicht zijn. De provincie heeft voor dit soort situaties een alternatief bedacht, soortenmanagementplannen. Die kan men als gemeente maken om per gebied flora en fauna in kaart te brengen en alvast compensatiemaatregelen te treffen. Heeft men als gemeente dit soort plannen? Zo niet, is de gemeente wel bereid deze in te voeren. Mevrouw Groen heeft een vraag over het openbaar groen. Het is groeizaam weer. Het ziet er echter niet uit al dat groen dat tussen de stenen omhoog vliegt. Met borstelen haalt men het groen niet weg. Ook kan de borstelwagen niet overal komen. Is er geen andere oplossing? De heer Rouwenhorst merkt op dat bij de parkeerplaats aan de Rondweg bij de aansluiting op de weg het gewas wel erg hoog is geworden. Dat levert onveilige situaties op omdat men op die uitrit geen zicht heeft op het verkeer op de Rondweg. Graag aandacht ervoor. Dan het Wolterpad. Daar is een nieuwe brug gekomen. Nu is het pad daar afgesloten door hekken. Kan men die hekken verwijderen, waardoor de toegang tot het Wolterpad weer open komt? Wethouder Kroon meldt dat wat betreft de voortgang van de tijdelijke woningen bij het zwembad de initiatiefnemer heeft aangegeven zelf actie te gaan ondernemen. Na gesprekken met de ondernemers.
Komt de initiatiefnemer terug met een plan dat voldoende draagvlak heeft bij de ondernemers in de omgeving. Zodra het nieuwe plan er is, deelt de wethouder dit met de raad. Dan de tijdelijke woningen van GroenWest. De tijdelijkheid is lastig, met name door de beschikbaarheid van grond. De wethouder zal goed kijken naar de nieuwe prestatieafspraken. Ook GroenWest weet geen grondlocatie waar men die tijdelijke woningen zou kunnen realiseren. Bij Stationsweg 18 worden de plannen getoetst op basis van eigen grond en niet op grond van derden. Daar zit het verschil in. Het gaat over een langlopend dossier. Zodra er een plan ontvangen is, komt het college er bij de raad op terug. 9
Mevrouw Freeve vraagt naar de achterliggende gedachte waarom plannen niet getoetst kunnen worden wanneer het om grond van derden gaat. Wethouder Kroon brengt naar voren dat men de grond in eigendom moet hebben. Dit om te vermijden dat men een groot aantal plannen ontvangt waarbij men er maar op moet speculeren of er een eigendomsoverdracht plaatsvindt. De wethouder praat mevrouw Freeve op dit punt graag bij. De wethouder kan zich voorstellen dat de hekken bij het Wolterpad er nog staan vanwege de aanleg van de nieuwe brug. Men zal het checken. Dan heeft de wethouder nog mededelingen vanuit het college. Er komt een raadsvoorstel aan voor september/oktober omtrent de woningtoewijzing op de Stationslocatie. Normaal een bevoegdheid van het college. Maar, omdat de raad in 2016 een specifieke verdeling heeft opgenomen in het raadsbesluit en de verdeling op verzoek van GroenWest wordt herzien, komt het punt terug in de raad. Morgen of anders volgende week komt de informatienota over de regionale Veenweidestrategie. Daarop kan men input leveren tot 9 juli. Dan komt er een integraal bestemmingsplan woonkernen. Dat wordt ook gebruikt als bouwsteen richting Omgevingsvisie. Nadere informatie volgt op de maandelijkse omgevingsbijeenkomst. Dan is men op de hoogte. Dan gaat het college ermee aan de slag.
Wethouder Schuurs geeft aan dat de gemeente bezig is met een juridisch traject wat betreft de afsluiting van het Bellopad. Ook met handhaving om de hekken te verwijderen. Men hoopt dat de hekken snel weg zijn. De wethouder komt terug op de verkeerssituatie bij Dukaton. Er is overleg geweest met de bewoners die een brief hebben geschreven over die situatie. Er komen extra verkeersborden. Die zijn nu in bestelling. Ook is er met ondernemers gesproken over een verminderd gebruik van die route. Dat heeft men toegezegd. Over het parkeren op de Baambrugse Zuwe rond eiland 4 is de raad eerder geïnformeerd. Nu komt er een parkeerverbod ruim rond de entree van eiland 4. De bewoners ontvangen daarover een brief thuis. Het gaat om de periode 1 juli tot eind oktober. Wat betreft OV wil de provincie graag spreken over het strekken van de lijnen 126 en 130. Het strekken zou in december in moeten gaan. Het past in het vastgestelde strategisch OV-plan. Het is wel van belang dat de aanvullende maatregelen rond de strekking ook goed geregeld is voordat de strekking in december ingaat. Daarover loopt overleg met de provincie. Er staan regelmatig onderwerpen over OV en verkeer in de lokale gedrukte media. Men kan de wethouder en de ambtenaren altijd bellen om meer objectieve informatie te krijgen over de het onderwerp.
De heer Van Sligtenhorst heeft zojuist gehoord dat de wethouder in gesprek is met de omwonenden van Dukaton. Borden zullen vast voor een vooruitgang zorgen. Er is gesproken met ondernemers om een andere route te kiezen. Met welke ondernemers is gesproken en hoe hebben ze gereageerd op de suggestie van de andere route? Wethouder Schuurs meldt dat die gesprekken ambtelijk via het VIB zijn verlopen. De wethouder heeft er geen detailinformatie over.
10
Wethouder Van Uden brengt naar voren dat de gemeente zich inderdaad bezighoudt met de soortenmanagementplannen. GroenWest houdt zich heel strikt aan de regels. Daarvoor is het minder noodzakelijk. Er zitten best flinke kosten voor de gemeente aan dit soort plannen. Met de subsidie is het niet kostendekkend. Dat betekent dat de gemeente zich terughoudend opstelt. Om het groen tussen tegels te verwijderen, wordt er nu geborsteld. De wethouder zegt toe terug te komen op het serviceniveau dat men op dit punt nastreeft. Een hoger serviceniveau betekent ook meer middelen. Na de zomer komt de wethouder op het punt terug. Mevrouw Groen kent het serviceniveau. Men heeft in de werkgroep gezeten. Vastgesteld kan worden dat borstelen niet echt goed werkt. Wethouder Van Uden vraagt naar een beter alternatief. Mevrouw Groen heeft het alternatief indertijd ook al aangedragen. Heet water. Dan gaan planten dood. Wethouder Van Uden kan er nu niets zinnigs over zeggen. Voor het eind van de zomer komt men erop terug. De voorzitter constateert dat er geen punten meer zijn en gaat naar het volgende agendapunt.
c.
Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter concludeert dat er geen punten zijn voor dit agendapunt.
6.
Punten voor de raad van 1 juli 2021
a.
Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), fase 3, REP U10, raadsvoorstel 33/21 De heer Rouwenhorst vindt het van belang dat men goed in het achterhoofd moet houden en verwoorden dat de gemeente alert blijft op het eigen belang binnen de gezamenlijkheid van de regio. Dat moet men scherp in de gaten houden. Op dat punt moet er ook een terugkoppeling van de raad zijn. In de plannen ligt veelal de nadruk op gezamenlijkheid als regio. Men moet erop letten dat men tijdig ontwikkelingen blokkeren die van het belang van de gemeente een tweederangs belang maakt. Dat men mee mag doen om het regiobelang te dienen. Het is goed dat de punten die in mei zijn ingebracht helder in het stuk zijn verwoord. Als laatste iets algemeens. Houd de vormgeving in de gaten en zorg ervoor dat de gebruikte kaartjes kloppen. Geeft er een goede verwoording bij. Een goede zienswijze. De heer Luijben merkt op dat gevraagd is kennis te nemen van het IRP. Dat lijkt een simpele vraag. Spreker daarentegen vond het een ingewikkelde vraag. Door de omvang van het document. Geschreven in een onbegrijpelijke taal. Melding makend van ingewikkelde processen die erbij zijn betrokken. Andere gemeente hebben gevraagd om de stukken die op 11
dit onderwerp betrekking hebben voortaan in begrijpelijke taal toe te zenden. Het antwoord was ontluisterend. Er is hier extra aandacht aan besteed. Dat doet spreker denken aan een uitspraak van wijlen professor Rijnvos. ‘Iemand die niet in staat is moeilijke materie in heldere en begrijpelijke taal uit te leggen, die beheerst de materie zelf niet’. Spreker heeft de indruk dat de uitkomst op het gebied van wonen en werken niet de door de gemeente gewenste resultaten zullen opleveren. In de programmarekening 2020 staat dat de woningvoorraad in dat jaar met 63 woningen was toegenomen. Het aantal huishoudens nam in dat jaar met 240 toe. De woningnood stijgt voortdurend. Er moet dus haast komen voor de plannen om 4.800 woningen te bouwen. Kan de wethouder spreker overtuigen dat het concept IRP de situatie beter kan maken. We graag een begrijpelijk antwoord van de wethouder hierop. Men is het eens met de zienswijze die is opgesteld door het college. Het valt op dat de gemeente het belang ziet van het gebruik van OV en fiets. In de concept visie wordt aangegeven dat een van de redenen hiervoor verkeersveiligheid is. Feit is wel dat het aantal doden onder fietsers behoorlijk is toegenomen in tegenstelling tot het aantal doden onder automobilisten. Men vraagt daarom om extra veiligheidsmaatregelen ten behoeve van fietsers. Landelijk wonen is voor de gemeente heel belangrijk.
Echter, de schaarste op het gebied van betaalbare woningen in de woonkernen is een groot probleem. Men kan het beter aan duiden als een uiterst urgent probleem. Een juiste formulering in deze bij de behandeling van het voorstel is een reden om wel of niet akkoord te gaan. De heer Van der Greft denkt dat men te maken heeft met een logisch voorstel na de behandeling in april. Spreker heeft al aangegeven dat wat nu voorligt eigenlijk in april al door de fractie gesteld is. Wanneer men de zienswijze goed leest, dan ziet men dat de zienswijze haaks staat op wat er in het IRP staat. Op hoofdlijnen wil De Ronde Venen eigenlijk iets anders. Vervolgens geeft spreker daarvan een aantal voorbeelden. Bijvoorbeeld OV, fiets en auto. Het IRP wil graag OV en fiets en de gemeente wil aandacht voor de auto en de N201. Kijkt men naar wonen, dan zegt het IRP inzetten op krimp en de gemeente zegt graag lichte groei te willen. IRP heeft het over binnenstedelijk bouwen en de gemeente wil graag buiten de rode contour bouwen. Al de punten bij elkaar geteld, leiden tot de vraag hoe de gemeente kan zeggen voor deze samenwerking te zijn. Een aantal vragen. De regio staat voor grote ruimtelijke opgaven die blijkbaar om een regionale aanpak vragen. Problemen die deze gemeente heeft, hebben andere gemeente binnen de regio ook.
Die andere gemeenten willen dat de gemeente haar problemen oplost volgens hun manier. Wat heeft de gemeente daaraan? Op allerlei kaarten staan blauwe plekken. Wordt de gemeente straks door het IRP onder water gezet? Een soort weekendgebied voor de andere gemeenten? Kan men dan nog wel woningen bouwen? De gemeente wenst 4.880 woningen te bouwen. Is dat mogelijk binnen het IRP? In antwoord op een vraag hierover geeft de gemeente aan dat dit niet mogelijk is binnen het verstedelingsprincipe van de IRP. In het raadsvoorstel staat onder punt 3.5 dat er afgesproken wordt dat de gemeentelijke omgevingsvisies passend moeten zijn binnen het IRP en andersom. Andersom past het niet. De gemeente wil 4.800 woningen bouwen, maar die passen niet binnen het plan dat nu voorligt. Dat lijkt spreker een reden om tegen de deelname te zijn. In elk geval een reden om een scherpere zienswijze op te stellen. Dan nog een vraag over het mandaat. Spreker leest dat het doel van de voorliggende notitie (IRP) is, dat toekomstige ontwikkelingen langs de meetlat van het beoordelingskader kunnen 12
worden gelegd. Wat betekent dat voor deze gemeente? Wanneer de gemeente wil gaan bouwen, maar het past niet binnen het beoordelingskader van het IRP, kan de U16 dan aangeven dat de gemeente niet kan bouwen? Kan het samenwerkingsverband iets tegenhouden? Geeft men binnen de IRP als gemeente niet de autonomie weg? Tijdens de behandeling in april gaf de wethouder aan dat die graag aan tafel zat. Het menu is nu samengesteld. De vraag is of men mee wil eten of is men het gerecht dat wordt opgediend? Samengevat, iedereen in de gemeente wil graag bouwen, de vraag is echter of de andere deelnemers van het samenwerkingsverband ook voor bouwen in deze gemeente zijn. In hoeverre zijn zij in staat dit tegen te houden. Wanneer de zienswijze niet wordt overgenomen, betekent dit dan ook dat De Ronde Venen uit de U16 stapt en dus niet deelneemt aan het IRP? De heer Kroon begint met het strategisch OV-plan. Gesteld wordt dat dit integraal is opgenomen. Dat geldt eigenlijk alleen voor de hoofdlijnen, maar niet over kleinere punten zoals lijn 120 langs het station Abcoude. Dat is vreemd, omdat het hier gaat om het enige OVknooppunt binnen de gemeente. Tenminste, wanneer de bus er langs gaat. Waarom is dat niet relevant voor het IRP? In het voorstel wordt gesproken over een evenwichtige verdeling van lusten en lasten. Gevraagd is wat de lusten en wat de lasten zijn.
Kan het college daar een beeld van geven? Is bijvoorbeeld de energietransitie een lust of een last? Wat brengt de gemeente aan lusten en lasten in? Verder geeft men aan dat de motie over de verbreding van de verstedelijkingsprincipes integraal is overgenomen. Op de vraag waar dat in het IRP is terug te vinden, wordt een aantal tekstpassage op verschillende pagina’s genoemd. Daarin ziet men niet terugkomen dat woningbouw langs hoogwaardige OV-lijnen naast OVknooppunten een optie zou worden. Kan men meer duidelijkheid geven waar die verandering precies is opgenomen? Op pagina 100 staat een schets van de verstedelijkingslocaties. Daarop is een aantal potentiële nieuwbouwlocaties buiten de rode contour te zien. Kan dat niet duidelijker worden aangegeven? In de beantwoording van een vraag hierover, werd aangegeven dat er nog met de raad over gesproken gaat worden. Dat men het nog niet duidelijker kon maken. Hoe zit het dan met de aangegeven locaties? Gaat het om een gedachtenlijn of om een soort invulling van iets waar het college aan denkt? Als laatste een zinsnede in de zienswijze. Dat de gemeentelijke verstedelijkingsopgave weinig bijdraagt weinig bijdraagt aan de druk op ring Utrecht en dat de opgave dan ook in dat licht gezien moet worden. Uit de technische beantwoording kwam naar voren dat dit aangevoerd zou worden om de woningbouw in De Ronde Venen te beperken.
Kan men daar meer duidelijkheid over geven? De heer Brunia denkt dat men nu moet kijken naar het raadsvoorstel en naar de effecten van het IRP voor de gemeente. Het raadsvoorstel en de zienswijze zijn eigenlijk niet zo spannend. Er staan niet echt gekke dingen in. De zienswijze is uitgebreid en valt voor een deel terug op wat al eerder naar voren is gebracht. Ergens staat er een soort verwijzing respectievelijk een correctie op het IRP dat de gemeente niet alleen richting Utrecht moet kijken, maar ook richting Amsterdam. Spreker denkt dat het juist is, maar de vraag aan de wethouder is wat er gedaan is richting Amsterdam? Wanneer men iets bepleit, moet men ook de indruk hebben dat er iets te halen valt.
13
Het IRP dat voorligt is ook voor De Ronde Venen een opmaat naar het eigen ruimtelijk perspectief. Dat resulteert in een paar vragen. Wanneer komt er een omgevingsvisie? Volgens de wethouder hoort de raad daar volgende week meer over. Het valt op dat de gemeente voortdurend het accent legt op de uitbreiding van het bedrijventerrein. Echter, in de stukken van het IRP wordt nadrukkelijk gesproken over verdichting en eventueel uitbreiding van het bedrijventerrein. Men erkent dat er een tekort is aan ruimte op het bedrijventerrein. Echter, men stelt ook steeds de verdichtingseis. Wat is er inmiddels gebeurd om te komen tot die verdichting? Die voorwaarde zal wel blijven, daarom kan de gemeente dat al in werking zetten. Dan het punt mobiliteit. Bij dit punt staat een belangrijke passage. Bij de opgave in zijn totaliteit staat dat de uitbreiding van Mijdrecht mogelijk is mits het bijdraagt aan het verbeteren van de waterproblematiek. Men wil meedenken over de oplossing van de woningproblematiek in De Ronde Venen, maar dan moet er ook een stukje waterproblematiek opgelost worden. Wat is gebeurd dan wel wat denkt men te kunnen doen om aan die voorwaarde te kunnen voldoen? Wanneer men woningen wil, moet men kennelijk ook iets aan de waterproblematiek doen. Dan het punt wat spreker noemt ‘de olifant in de kamer’. De gemeente denkt aan een behoorlijke nieuwe woonwijk.
Maar dan moet men ook benoemen hoeveel woningen er in die wijk moeten komen. Bovendien moet men dan ook aangeven waar die wijk zou moeten komen. Wanneer men niet gaat concretiseren, komt men niet verder. Zonder concrete meldingen bij de U16, komen er ook geen concrete reacties. Een en ander hangt natuurlijk weer samen met het punt mobiliteit. Men heeft daarvoor hoogwaardig OV nodig. De heer Van der Greft merkt op dat de heer Brunia spreekt over de olifant in relatie tot het aantal woningen. Spreker vraagt zich af hoe men überhaupt zo’n olifant in De Ronde Venen krijgt. Op een moment dat er gezegd wordt dat groei helemaal niet mogelijk is. De heer Brunia denkt dat men wel degelijk woningen kan bouwen, maar dan moet men wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Overigens kan een olifant door de grote poten zich heel goed handhaven. Men kan niet op zo’n grote schaal bouwen in relatie tot fiets en OV. Men zet meer in op auto’s. Wanneer men uitgaat van het aantal woningen dat men wil bouwen en men relateert dat aan de in de gemeente gehanteerde parkeernorm, dan weet men hoeveel auto’s erbij komen. Dan kan men ook uitrekenen wat de gevolgen zijn voor de fietsers. Spreker wil graag een concretisering van de woningopgave. Hoe zijn de 2.000 en 2.800 woningen precies gepland? Waar ze moeten komen en wanneer ze moeten komen. Graag wat meer helderheid over de woningprogrammering.
De heer Stam vraagt zich af wat de meerwaarde van het IRP is. De provincie heeft via de POVI de ruimtelijke kaders vastgelegd. Het IRP is een soort wensenlijst van de U16. Daarbij legt men een accent op binnenstedelijk bouwen. De raad wil het nodige groen in de dorpen houden in verband met de leefbaarheid. Daarover komt niets terug in de zienswijze. In hoeverre komt wat in het IRP staat tegemoet aan de eigen wens? Is wat in het IRP staat datgene wat men wil? Dat is een knelpunt. Wanneer de IRP niet in lijn is met de POVI wat betekent dat dan? Waar bindt men zich aan? In punt 3.3 staat dat de regiogemeenten voor elkaars opgeven staan. Wat betekent dat? Wie gaat waarover? Gaat men nog over de eigen 14
positie, de eigen gemeente? Onder kanttekening 3.4 heeft men het over participatie. Wat wordt daarmee bedoeld? Het IRP zet de lijnen uit voor toekomstige ontwikkelingen op het leefgebied van onze inwoners. Hoe en wanneer mogen de inwoners daarover meepraten? Of komt dat pas bij de omgevingsvisie die men nog moet opstellen. Dan is het IRP al een gelopen race. In de schriftelijke vragen zijn zorgen geuit over vernatting en de toekomst van de agrarische sector. Het antwoord stelde niet gerust. Men snapt het probleem met bodemdaling en CO2-uitstoot. De vraag is of het IRP, maar ook de gemeente of er op termijn nog ruimte is voor de agrarische sector? Sluipenderwijs is er sprake van een natte uitroking. Wanneer dat zo is en men moet wat doen aan het waterpeil om de zaak agrarisch leefbaar te houden, dan moet men dat maar eens eerlijk zeggen. Wanneer anderen dat de gemeente opleggen, dan moet men er ook iets van vinden. Tussen de regels door lijkt er voor de gemeente ook een extra natuuropgave in te zitten. Is dat zo? Zo ja, heeft men vooraf heldere doelstellingen van wat men ermee wil? Men heeft het idee dat natuurontwikkeling een soort tekentafelfiguur is, dat in de praktijk anders uitpakt.
Wat betreft de ontwikkeling van de huidige natuuropgaven de vraag of er is gekomen wat bedacht is? Gaat men praten met omwonenden om te weten te komen wat hun ervaringen zijn in een gebied? Dan de energietransitie. Er is gesproken over opslag. Is dat wel of geen ruimtelijke opgave? Hoe moet men dat organiseren? Men kent de rol van andere brandstoffen (bijvoorbeeld waterstof) niet. Wat betekent dat voor de ruimtelijke ontwikkeling? Op dat punt is de IRP nog erg onduidelijk. Dat moet voor de definitieve versie beter ingevuld zijn. De heer Kneppers denkt dat alles al gezegd is. Men was geen fan en men is nog steeds geen fan. Zeker na de woorden van de heer Van der Greft. Het IRP is niet in het belang van de gemeente. Volgens spreker gaat het om een papieren tijger. Niemand wil het. Dus, laat men ermee stoppen. De heer Stam brengt de verzuchting naar voren dat het maar een papieren tijger zou zijn. Echter, spreker is bang dat het om een document gaat dat een eigen leven gaat leiden. Dat alle mogelijke ontwikkelingen, ook die men liever niet ziet, worden gesanctioneerd met de verwijzing dat het in het IRP is afgesproken. Dat baart zorgen. Waar tekent men voor en wie gaat daarover? De heer Evers vindt dat r sprake is van een goede zienswijze. Daarin zijn de belangen van de gemeente zo goed mogelijk verwoord. Spreker heeft nog een tip voor een tekstuele aanpassing.
Wanneer het gaat om bouwen in relatie tot de wateropgave. Hoe kan men in de natte omgeving bouwen? Toch staat er op pagina 3 /4 dat men voorstelt bij de uitvoeringsstrategie op te nemen een onderzoek te houden of de koppeling tussenbouwen en water na te gaan. De vraag aan het college is of men is aangesloten bij het platform Slappe bodem. Daar kan men voordeel mee doen. Om te bouwen op een slappe ondergrond. Op pagina 2 staat dat de gemeente zich niet herkent in de conclusie van opgave en uitwerking wonen dat er een overschot is aan dorpse milieus. Spreker denkt dat het gaat om een overschot in dorpse milieus. Spreker zet het nog even in een mail. Wethouder Kroon geeft aan dat de gemeente alert blijft op de eigen inbreng als gemeente. Uiteindelijk gaat de gemeente zelf over de eigen plannen. In het IRP staan de eigen
15
doelstellingen op basis van bestand beleid. De te bouwen 4.800 woningen en de vergroting van het bedrijventerrein. Dat is ingebracht op basis van bestaand beleid. Kaartjes blijven kennelijk een probleem. Die vertekenen altijd een beetje. Daar zal men scherp op zijn. De heer Rouwenhorst brengt naar voren dat, wanneer men kijkt naar pagina 124, men het spoor bijster is. Dat kaartje klopt helemaal niet. Het verwart. Wethouder Kroon zegt toe de kaartjes te checken voordat men akkoord gaat. Dan kan men de correcte kaartjes van de gemeente bij de zienswijze voegen. De woningen die men wil, de 4.800 woningen, zitten in het IRP. Daarover is men het met elkaar eens. Ook de ruimte voor het bedrijventerrein zit er goed in. Twee weken gelden heeft de wethouder gefietst met senioren. Zowel provincie als gemeenten hebben verkeersveiligheid voor fietsers hoog in het vaandel. Daar moet men iets mee en dat gaat men doen. De zienswijze zal conform het voorstel van de heer Luijben worden aangepast omtrent de urgentie. Het verzoek is dat de heer Luijben even contact heeft met de ambtenaar om een correcte aanpassing te realiseren. De heer Van der Greft hoort de wethouder zeggen dat de 4.800 woningen in het IRP zitten. In de beantwoording op een schriftelijke vraag van de CU/SGP zegt men zelf dat het niet mogelijk is om 4.880 woningen neer te zetten.
In de zienswijze geeft het college aan dat men de krimp om wil zetten in groei. Wat de wethouder nu zegt, klopt gewoon niet. Wethouder Kroon geeft aan de vraag zo te gaan beantwoorden. Eerst de blauwe plekken op de kaart. Daaruit blijkt dat water in de polders een toekomstige uitdaging is. Niet de hele polder staat onder water. Wat men ziet is dat men vanuit het waterschap inzet op een hoger waterpeil, dat men gaat inzetten op kringlooplandbouw, dat men de stikstofreductie aan moet. Daardoor wordt het natter. Dat betekent niet dat de polders onder water staan. Dat wil ook niet zeggen dat men niets meer met de grond kan. Men moet wel naar een ander verdienmodel. De wethouder is ervoor om de beste zienswijze in te dienen. Daarvoor is die aan de raad voorgelegd. Elke suggestie voor verbetering is welkom. Dan de ruimte voor de woningbouw. Het voordeel van het IRP men goed zit in de aantallen wonen en werken. Men besluit het met zestien gemeenten. Daar gaat men voor staan. Samen is men echt sterker dan een individuele gemeente. Binnen het IRP krijgt men ook meer ruimte binnen de huidige richtlijnen van de provincie. Het gaat erom dat men op de beste manier de eigen doelstellingen kan realiseren. De heer Kneppers hoort dat de wethouder zegt dat men het liefst geen bemoeienis heeft van de U16. Want men wil het zelf bepalen.
Is dat correct? Wethouder Kroon wil het aantal woningen wel zelf bepalen. Het is fijn wanneer de buurgemeenten dat ondersteunen. Dat is wat men hier doet. Men weet dat de gemeente 4.800 woningen wil bouwen en dat is opgenomen in het IRP. Dan het strategisch OV-plan. De bus 120 die naar het station moet, is opgenomen. Als het goed is, hoopt de wethouder daarmee de zorg omtrent de knooppuntfunctie weg te nemen. 16
De heer Kroon stelt dat lijn 120 nu nog niet langs station Abcoude gaat. Het wordt ook niet specifiek benoemd in de relatie tot de wens dat dat het station als knooppunt OV door deze lijn wordt aangedaan. Het staat niet in het IRP, maar het is een belangrijk punt als het station een OV-knooppunt moet worden. Wethouder Kroon geeft aan dat in de zienswijze nog eens vermeld staat dat het strategisch OV-plan door de gemeente is ingebracht. De wethouder denkt dat daarmee het punt ondervangen is. Mocht dat niet zo zijn, dan wordt het punt specifiek nog toegevoegd. Met de ring rond Utrecht, specifiek bij Maarssen, dat wordt niet bedoeld. De ring is genoemd als onderdeel van het wegenverkeersnetwerk. Alleen is het zo dat, wanneer mensen van de N201 de A2 opgaan richting Amsterdam, dan heeft men daar meer belasting dan dat men op Utrecht gericht is. Dat is de strekking van de opmerking over verkeer. De gemeente ligt aan de rand van de provincie, waardoor het meer tegen Amsterdam aanligt. Daardoor heeft de gemeente meer affiniteiten. De gemeente is aangesloten bij Amstelmeerlanden. Daar brengt de gemeente ook de belangrijke wensen en behoeften in. Zorgen dat men daar een positie krijgt. Alleen geen gemeente is het zelfde en ook geen provincie is hetzelfde. Men kent net weer een andere werkwijze. Dan het punt verdichten. Men verdicht heel graag, zowel bij woningen als bedrijven.
Alleen heeft men soms toch wel ruimte nodig. Deels door iets beperkts te slopen en er meer voor terug te bouwen. Dat moet op het bedrijventerrein ook. Men heeft meer ruimte nodig om bedrijfsgebouwen te kunnen vervangen. Dat wordt onderstreept door de nieuwe projectleider die komt en die ook trekker wordt voor het bedrijventerrein. Over de lusten en de lasten gaat de gemeente voor een groot deel zelf over. De heer Brunia komt even terug op het bedrijventerrein. Verdichten is volgens spreker niet hetzelfde als slopen en daar weer wat terugzetten. Verdichten kan ook zijn bestaande gebouwen in de hoogte uitbreiden. Het antwoord dat er eerst uitbreiding nodig is om te slopen en tegelijkertijd te bouwen, is wat te eenvoudig. Bovendien wil spreker in dat geval weten hoe men als gemeente bereikt dat een bedrijf dat van het oude terrein naar het nieuwe gaat, zorg houdt voor het bestaande gebouw zodat er alsnog wordt verdicht in plaats van dat het aan de gemeente wordt overgelaten om te investeren? Dat is wel een aandachtspunt om naar te kijken. Wethouder Kroon streeft daar wel naar, maar het zit wat ingewikkelder in elkaar. De wethouder sluit niet uit dat, wanneer er een nieuw bedrijventerrein komt op eigen grond, men heel nadrukkelijk voorwaarden en randvoorwaarden opneemt.
Dat een van de randvoorwaarden is dat een bedrijf fatsoenlijk zorgt dat er op de oude locatie een kwaliteitsslag gemaakt kan worden. Terugkomend op de lusten en de lasten. De lust is extra woningen, de last daarbij is dat dit toekomstbestendig moet gebeuren. Men moet daarbij rekening houden met de waterparagraaf vanuit de provincie. Soms een onrendabele investering, maar wel een om de lust te krijgen. Zo is de opmerking lusten en lasten bedoeld. Het waterpeil is eigenlijk een bevoegdheid van het waterschap. In de richting van de omgevingsvisie zal er met alle partijen die daarbij betrokken zijn of die er invloed op hebben worden gesproken. De uitvoering van Marickenland vindt plaats zoals is afgesproken. Men is 17
op zoek naar nieuwe verdienmodellen voor de twee agrariërs die daardoor nadelen ondervinden. Aan het gebied wordt natuur en recreatie toegevoegd. Alleen wel minder dan in het oorspronkelijke grote plan stond. Daar wordt volgend de wethouder het juiste gedaan ook in relatie tot de verhoging van het waterpeil. De wethouder kent het platform Slappe bodem. Of men lid is weet de wethouder niet. Men volgt de activiteiten wel. Wanneer er meer expliciets te melden is, komt de wethouder erop terug. De heer Evers brengt naar voren dat het platform Slappe bodem een kennisplatform is. Spreker begrijpt niet waarom de gemeente er geen lid van is. Het gaat om slappe bodem. De Veenweidestrategie van de provincie gaat over driekwart van het gebied dat in De Ronde Venen ligt. Het gaat echt over bouwen op slappe bodem. Het gaat erom hoe men dat kan combineren. De gemeente moet zich wel aansluiten bij het platform. Wethouder Kroon deelt het beeld van de heer Evers niet. Men heeft al contact met het platform. Alleen weet de wethouder niet of men al lid is. Zodra de wethouder het weet, hoort de raad dit. Men is wel degelijk met de materie bezig, ook om dat men toekomstbestendig moet bouwen. De 4.800 woningen kan men niet zomaar neerzetten, omdat men daarbij de uitdaging van de bodemdaling en de mobiliteit moet aanpakken.
Dat betekent vooral aan dacht voor de N201, scherper inzetten op OV en de fiets. Afhankelijk daarvan kan men kijken hoe men het huidige autogebruik op de N201 kan reduceren. Dat het uitsluiten van vrachtverkeer naar Schiphol of de bloemenveiling op de N201 een randvoorwaarde wordt om daar woningen te bouwen. De heer Stam vraagt zich af of het realistisch is om een verbod in te stellen voor vrachtverkeer op de N201. Het gaat om een openbare weg. Spreker heeft zijn twijfels ervoer. Wethouder Kroon denkt niet dat het makkelijk zal zijn. Maar men kan wel kijken hoe men het gebruik van de N201 zo onaantrekkelijk mogelijk kan maken. De heer Stam juicht het idee toe. Men zou veel actiever moeten zijn om er voor te zorgen dat het vrachtverkeer via de A9 gaat. Wethouder Kroon zal zijn best ervoor doen. Verkeer zit niet in zij portefeuille. Het punt wordt doorgeleid naar de desbetreffende collega. Tweede termijn De heer Kroon heeft een vraag gesteld over de verstedelijkingsprincipes en de aangenomen motie. Daarvan is gesteld dat dit punt integraal is opgenomen. Binnen dit punt zou woningbouw langs hoogwaardige OV-lijnen mogelijk zijn. Dat ziet men niet direct terug in het IRP. De vraag is waar kan men het precies terugvinden. Een andere vraag ging over de schets. Daar staan potentiële woningbouwlocaties op aangegeven.
Besluit men dat met deze visie al of moet men het zien als een interessante potentiële schets?
18
Spreker kan zich niet voorstellen dat de gemeente niet zou mogen uitbreiden vanwege de ring Utrecht. Voor de N201 is een vrachtwagenheffing, op te leggen door de provincie, mogelijk interessant. De heer Stam stelt nog een vraagteken bij de status van dit stuk. Met name vanwege de opmerking in het raadsvoorstel bij argument 3.3. Daar staat dat de regiogemeenten voor elkaars opgaven staan. Wat betekent dit nu eigenlijk? In hoeverre wordt men eraan gehouden? Men heeft wel een zienswijze ingediend, maar die moet wel vertaald worden. Zo meteen is het misschien maar half vertaald en dan moet men toch besluiten om ermee akkoord te gaan. Waar en wanneer kan men dan toch klemlopen? Dat er zaken worden afgedwongen. Dat men zaken voor anderen moet gaan oplossen, die haaks staan op wat de wensen van de gemeente zijn? De heer Van der Greft vindt dat de zienswijze niet scherper hoeft. Het belang van de gemeente is goed verwoord. De zienswijze die men indient, staat wel haaks op de uitgangspunten van het IRP. De vraag is hoe men zo’n zienswijze kan indienen en dan toch deelnemen aan het IRP? Het verhaal van de wethouder over de 4.800 woningen vindt spreker nogal warrig. In de zienswijze staat dat de gemeente van krimp over moet gaan naar groei. Wanneer dit laatste niet wordt aangepast komen de 4.800 woningen er niet.
Op welke manier koppelt het college terug over wat er met de zienswijze is gebeurd? Wanneer de zienswijze niet wordt overgenomen, stapt men dan uit de IRP? Stapt men dan voor dit onderdeel uit de U16? Wat RVB betreft heeft deelname aan het IRP geen enkele zin, wanneer de zienswijze niet wordt overgenomen. De heer Brunia mist nog een stuk duidelijkheid over de woningprogrammering, zowel wat betreft de voorspelling als de realisatie. Om die over de jaren gespreid helder en duidelijk te maken. En aan te geven wat ervan men binnen en buiten de rode contour denkt te doen. Dan is het proces voor de raad makkelijker te volgen. Kan deze informatie binnen een halfjaar worden ontvangen? De heer Luijben deelt de zorgen die zijn geuit door de CU/SGP, de RVB en het CDA. Spreker gelooft wel in het punt Samen sterk. Maar, dan moet het wel zo zijn dat de ideeën en wensen van de gemeente duidelijk in het IRP terugkomen. Wanneer het laatste niet het geval is, kan men ook niet akkoord gaan met het voorstel. Spreker gaat ervan uit, op basis van de antwoorden op de schriftelijke vragen, dat er in het IRP helder komt te staan dat de gemeente 4.800 woningen kan bouwen. Het is goed dat men zich op dit onderwerp concentreert. Om daar alle aandacht voor te vragen. De heer Rouwenhorst denkt dat de wethouder gestelde vragen goed beantwoord heeft.
Ook de open opstelling van de wethouder om nog punten voor de zienswijze mee te nemen was goed. De woningbouw is heel belangrijk. Dat heeft de wethouder goed verwoord. Hopelijk ziet de Gedeputeerde dat belang ook. Er is nog sprake van veel problemen, alleen worden ze (opzettelijk) niet benoemd. Spreker kan zich niet voorstellen dat de wethouder het probleem van de woningbouw opzettelijk niet zal benoemen.
19
Uit de IRP stappen is ook genoemd. Uitstappen, en dan? Het is beter ervoor te zorgen dat je aan tafel zit. dan kan men nog enige invloed uitoefenen. Spreker gaat ervan uit dat de wethouder snel melding doet over de ontwikkelingen. Wethouder Kroon geeft aan dat er voor de woningbouwlocaties met een potentiële schets heeft gewerkt. Het is een potentiële schets, omdat men wil voorkomen dat het grootkapitaal ermee vandoor gaat en dat vervolgens de gemeente niet de woningen voor de inwoners kan bouwen. Op de vraag over de verstedelingsopgave komt de wethouder terug. Dan de status van het stuk. Volgens de wethouder is het IRP een stuk waarin men elkaars opgaven in opneemt. Elkaar aan spreken op de gestelde doelen. En in een alliantie de gestelde doelen te realiseren. Er komt nog een uitvoeringsprogramma. Het IRP heeft geen juridische status. Het is een soort klokken gelijk zetten en samen optrekken in de vorm van een voor allen en allen voor een. Zo wil men het gaan doen. De planning van de woningbouw zit in fase 4. Die komt na het vaststellen van het IRP. Dat zal ergens in 2022 zijn. Zodra die er is wordt die gedeeld met de raad. De provincie kijkt ook heel erg naar het IRP. Er zijn toch zestien gemeenten die binnen de provincie gezamenlijk bezig zijn. Men wil ruimte geven aan wat van onderen opkomt. Dat er veertig kleine tot middelgrote kernen in de regio vitaal blijven.
Dat is de groei. Het IRP spreekt zich in algemene bewoordingen uit over de positieve effecten van bouw rond OV-knooppunten. Dat geldt ook voor OV-haltes van kwalitatief hoogwaardig OV. In beide gevallen is er sprake van stimulering van het OV. Wanneer iemand een suggestie heeft om de zinsnede duidelijker te maken, dan neemt de wethouder die graag over. Op de vraag over de terugkoppeling naar de raad moet het antwoord nog komen. De heer Van der Greft geeft aan dat de vraag over de terugkoppeling vrij technisch is. Het antwoord kan later. De daarna gestelde vraag over wat er gebeurt wanneer de zienswijze niet wordt overgenomen, is een politieke vraag die de wethouder moet kunnen beantwoorden. Wanneer er straks niet in het IRP staat dat de gemeente mag groeien, maar dat het krimp tegengaan blijkt, is de wethouder dan nog steeds blij met deelname aan het IRP en de U16? Wethouder Kroon merkt op dat er een koppeling komt betreffende de zienswijzen. Die worden verwerkt in het definitieve IRP. Laat men dat in elk geval even afwachten. De wethouder blijft er scherp naar kijken waar het verschil van inzicht zit. De wethouder denkt dat de heer Van der Greft en hij hetzelfde bedoelen, maar dat men nu langs elkaar heen praat. De zienswijze gaat men indienen, De wethouder zal er alles aan doen dat die goed in het IRP landt.