CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

15-09-2021 Politieke commissie RZ PW

Commissie Ruimtelijke Zaken 13 oktober 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 14 september en 15 september 202113.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken en Algemeen Bestuurlijke Zaken Datum:

15 september 2021

Tijd:

19:00 uur

Plaats:

Raadzaal

Registratienummer: Voorzitter:

De heer E.A. Dohle

Griffier:

Mevrouw J. Jonker

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer E. Doorn (D66), mevrouw C. Dijkman (VVD), (VVD), de heer A.J.C. Goldhoorn (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), mevrouw M. van Huijstee (D66), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA-GroenLinks), de heer B. Richter (VVD), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)

Wethouders:

De heer M. Divendal, de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD), de heer C. van Uden (D66)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom op deze tweede fysieke vergadering van de commissie RZ & PW. De vergaderregels die samenhangen met deze vorm van vergaderen met de nodige coronavoorzichtigheid het digitaal vergaderen, worden onder de aandacht van de deelnemers gebracht. De vergadering van vanavond is een vervolg van de vergadering gisteren. De toezeggingen en dergelijke zijn gisteravond aan de orde geweest. 1

2

Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. De heer Goldhoorn merkt op dat bij de agenda twee bijlages zitten. Wat is het verschil tussen de bijlages? Spreker heeft alleen bijlage 1 bekeken. In geval van een verschil is een schorsing nodig om bijlage 2 te bekijken. Bij de beantwoording van de technische vragen is aangegeven dat er geen verschil zou zijn. Wethouder Van Uden brengt naar voren dat de bijlages hetzelfde zijn. Het gaat om een plaatsingsfout.

3.

Punten voor de raad van 29 / 30 september 2021

a.

De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de energieregio U16, raadsvoorstel 52/21 Mevrouw Becker merkt op dat er in het stuk cijfers staan over zon op daken. Begrepen is dat de opbrengst van de kleinschalige zonnepanelen op huizen niet worden meegeteld in de opbrengst. Ze worden echter wel in het stuk genoemd. Daarnaast wordt ook nog de potentie van zonnepanelen op huizen aangegeven. Een veel groter aantal dan dat er nu ligt. In het voorstel worden weer verschillende aanduidingen voor energieopbrengst gebruikt. Dat is verwarrend. Kan men niet alleen Terrawattuur of TerraJoule gebruiken? Dat bespaart omrekenen. Dat energieopgave zich niet houdt aan gemeentelijke grenzen is helder. Daardoor kunnen ze zichtbaar zijn voor omliggende gemeenten. Om die reden heeft de raad het college gevraagd om hierover in overleg te gaan met de omliggende gemeenten. Hopelijk heeft dat tot resultaat geleid. Voorkomen dat men tegen windmolens kijkt na zelf besloten te hebben deze niet te plaatsen. Wanneer de landelijke doelen niet worden gehaald, vindt er overleg plaats over de verdeling van de resterende opgave. Hoe gaat die verdeling in zijn werk? Men heeft te maken met knelpunten in het elektriciteitsnetwerk. Twee zijn als urgent aangeduid. Welke zijn dat en wanneer is dat verholpen? Opvallend is dat innovatie en kernenergie niet meegenomen zijn in het bod.

Echter, er is wel afgesproken dat kernenergie deel uit zou moeten maken van de oplossing van het energieprobleem. Het college ziet kernenergie als een oplossing op de lange termijn en wil dus daarom focussen op de huidige technieken. De heer Kroon merkt op dat het gaat om het RES-bod 220 – 2030. De bouw van een kerncentrale kost minstens tien jaar. Hoe kan kernenergie dan een onderdeel zijn van het bod 2020 – 2030? Dat is niet logisch of realistisch. Mevrouw Becker stelt dat het landelijke bod betrekking heeft op de periode tot 2050. Dan is er ruim tijd voor de bouw van een kerncentrale.

2

De heer Goldhoorn geeft aan dat men straks die RES 1.0 gaat accorderen inclusief een aantal bijlages. De bijlages 4, 5, 6 en 7 die gaan over warmte. Daar is eigenlijk nog niets over gezegd. Waarom zou men die bijlages goedkeuren? Wat is daarvan het nut of de achterliggende gedachte? Men zou het hier toch hebben over de RES 1.0, over het bod van zon en wind. Het is vreemd dat provincie en verschillende gemeenten de voorliggende RES 1.0 hebben goedgekeurd terwijl het bod van deze gemeente niet overeenkomt met wat er staat. Men is uitgegaan van het oorspronkelijke bod dat later verlaagd is. Wat nu goedgekeurd wordt, is in feite onjuist. Al de gemeenten die het bod besproken hebben, hebben het bod uit het voorstel klakkeloos overgenomen. Er zou een brief over het bod zijn verspreid, maar deze gemeente heeft voor zover bekend die niet ontvangen. Spreker kan deze RES 1.0 niet goedkeuren, omdat het document niet goed is. Gelezen is dat alle aangenomen moties en amendementen zijn meegenomen in het bod. Waar is dan de motie gebleven om onderzoek te doen naar de mogelijkheid van windmolens op zee? Er komt dus een amendement om dat punt wel op te nemen in de RES 1.0. Amsterdam wil windmolens plaatsen. Om dat verder te bekijken heeft men klankbordgroepen opgericht. Daar kunnen ook inwoners van omringende gemeenten zoals De Ronde Venen deel van uit maken.

Wat gaat de wethouder doen om ervoor te zorgen dat inwoners van deze gemeente deel gaan uitmaken van de klankbordgroepen? De heer Kroon denkt dat de belangrijkste discussie over grootschalige energieopwekking binnen de gemeente al voor de zomer is gevoerd. Daar is toen een bod uit voortgekomen, dat is ingebracht. Is het bod haalbaar nadat besloten is om geen wind in te schakelen, maar alleen zon? De heer Goldhoorn brengt naar voren dat het bod van De Ronde Venen niet gelijk gebleven is. Het bod van de RES is wel gelijk gebleven. Het bod van de RES 1.0 klopt dus niet. De heer Kroon antwoordt dat de ambitie van De Ronde Venen wel gelijk is gebleven, omdat steeds is aangegeven dat de ambitie 2020 – 2040 de bijdrage van de gemeente is. Volgens de U16 kon dat niet, omdat er een concrete bijdrage moest komen voort 2030. Dat komt neer op 50% van de ambitie 2040. Het bod 2030 is volgens spreker meegenomen in de besluitvorming. Het bod 2030 moet alleen met zon worden ingevuld, terwijl er eerder ook sprake zou zijn van zon en wind. Stedin heeft gewaarschuwd dat het gebruik van alleen zon een dik capaciteitsprobleem gaat opleveren. Om die op te heffen is een forse investering van miljoenen euro’s nodig.

Wat is de realiteitszin van het gebruik van alleen zon? Heeft Stedin het plan alleen zon al meegenomen in zijn analyses? Wanneer komen de resultaten van de analyses? Dan kan de gemeente opnieuw naar haar energieplannen kijken. Dan de informatienota over de aangenomen moties bij het vorige raadsvoorstel. Over een punt daaruit wil spreker nu reeds een vraag stellen. De motie representatief draagvlak kan niet juridisch afgedwongen worden. Dat was ook niet de intentie. Echter, men wil wel zien wat bij elk voorstel dat naar de raad komt het draagvlak in de omgeving is. Het is een ondersteuning bij de besluitvorming in de raad. Mevrouw Van Huijstee stelt dat in het stuk wordt aangegeven hoe men als De Ronde Venen invulling kan geven aan de landelijke opgave. Wat ook werd genoemd is dat de ambitie zou 3

kunnen veranderen in de loop van de tijd. Hoe kan men omgaan met een mogelijk veranderende ambitie? Hoe kan dat worden meegenomen of hoe kan de opgave worden aangepast met betrekking tot de RES? De heer Stam heeft kennis genomen van het document. Al lezende vroeg men zich af waarover men eigenlijk gaat besluiten. Veel tekst en veel beschouwingen. Gevraagd is om een A4’tje met daarop de besluitpunten. Kennelijk is dat lastig. Er kwam een verwijzing naar de samenvatting. Echter, daar staan ook geen echte besluitpunten in. Dus nogmaals, wat gaat men nu besluiten bij het aannemen van het voorstel? Dat is niet duidelijk geworden. Dan een punt waarbij spreker een opmerking wil plaatsen. Misschien hoort dat bij de warmtetransitie, maar nu toch vast een voorzet. Het gaat over geothermie. Er worden nu al proefboringen gehouden om te kijken naar wat het potentieel is. In de stukken van de RES staat heel veel over warmte en ook over geothermie. Men komt tekst tegen over risico’s, maar dan wel financiële risico’s. Echter, nergens staat iets over bodemrisico’s. Toen er in Groningen gas geboord werd, waren er al mensen die waarschuwden voor de mogelijke gevolgen. Het is zorgelijk dat er in dit stuk niets gezegd wordt over de bodemrisico’s. oe kan men de eventuele risico’s van geothermie meenemen in het vervolgtraject? Dat men daar inzicht in heeft voordat men volgende stappen zet.

Men kan beter eventuele ellende voorkomen. Mevrouw Borgstede vindt het eigenlijk een beetje vreemd dat men nu weer over het onderwerp spreekt. Voor de zomer is het punt uitgebreid behandeld, de keuze voor zon en wind en het bod aan de RES. Er is toen ook een amendement ingediend. Daarmee was toch eigenlijk de discussie gevoerd. Toch heeft spreekster weer een paar interessante zaken gehoord vanavond. Men weet niet waar men terecht gaat komen. Het is belangrijk dat men nu een volgende stap zet. Het is ook belangrijk om de vinger goed aan de pols te houden. Goed kijken hoe het verder met de RES gaat en wat de gevolgen daarvan zijn. Dat is een bron van zorg. De RES is heel omvattend. De U16 gaat er iets van vinden en vervolgens de provincie. Met de bevindingen moet de gemeente weer aan de slag. Tussentijds kunnen ambities en invullingen ook nog wijzigen. Eigenlijk zet men nu in goed vertrouwen een stap om de ambitie verder te realiseren. Tegelijkertijd is er veel bestuurlijke onzekerheid. De wethouder moet dus goed aan de bal blijven. Zijn rol daarbij en zorgen voor een goede en adequate informatie naar de raad. Verder wacht men eerst de antwoorden op de gestelde vragen af. Mevrouw Dijkman geeft aan dat het nu zaak is om vaart te maken met de energietransitie en daarom ook met dit proces. Voor de zomer is een zo breed mogelijk gedragen voorstel gemaakt.

Daarbij is ingezet op zonne-energie. Buiten de RES is gevraagd om kernenergie in de toekomst een onderdeel te laten zijn van de energiemix. De raad heeft dat gesteund. Men gaat akkoord met het voorstel om de RES vast te stellen. Wethouder Van Uden begint met het punt waarom men nu dit document moet vaststellen, terwijl het eigen bod er niet inzit. Dat heeft te maken met een tijdlijn. De energietransitie gaat heel snel en de gemeente heeft de deadline voor het aanleveren van het bod gemist. In het bestuurlijk overleg heeft de wethouder aangegeven geen bod te doen zonder instemming van de raad. Veel andere wethouders hebben gekozen voor het uitbrengen van een bod zonder instemming van hun raden. Achteraf was de handelwijze goed, omdat de raad het bod heeft

4

veranderd. Nu staat in de RES de gemeentelijke ambitie voor 2040 opgenomen. Dat gaat over de totale opwek zonder de wijze daarvan te benoemen. De heer Goldhoorn stelt dat die ambitie wel in het bod staat. Aangezien De Ronde Venen minder gaat bijdragen, dan kan het getal van die ambitie toch niet meer kloppen. Andere gemeenten denken nu dat de gemeente het oorspronkelijke bod gestand doet. Dat is niet fair. Bovendien klopt daarom de RES niet. Wethouder Van Uden vermoedt dat de vorige spreker een te nauwe lezing heeft van wat er staat. Er staat namelijk dat de gemeente geen bod heeft aangeleverd, maar dat de gemeente heeft de ambitie om in 2040 de 181 te doen. De raad heeft dat aangepast tot de helft voor 2030. Die boodschap is per brief naar alle gemeenten en de RES gestuurd. Die brief gaat ook mee naar het landelijke bod. Bij de volgende versie van de RES wordt de wisselende ambitie weer verwerkt. De heer Goldhoorn denkt dat gisteren of vandaag de provincie de RES gaat goedkeuren. Mevrouw Borgstede merkt op dat de provincie op 22 september beslist. De heer Goldhoorn denkt dat de provincie op die datum de RES 1.2 gaat goedkeuren. Dan is het toch heel raar de dat de U16 in haar rapportage naar het nationale programma niet de meest actuele rapportage meeneemt. In dit land is er een voortdurende discussie over wat er wel of niet geboden wordt.

Er is veel discussie over de 35 TWh die gehaald moet worden. Het is toch raar dat de U16 geen actueel bod kan doen. Die 181 gaat men niet halen. Wethouder Van Uden begrijpt wat de vorige spreker bedoelt. Men zou graag willen dat war gezegd is waar is. Rechter, wanneer de raad de RES U16 op dinsdag laat aanleveren en op donderdag kan men ermee instemmen, dan kan men toe naar de wereld die geschetst wordt. Helaas, is die wereld er niet. De procedures bij de verschillende gemeenten en bij de provincie vragen minimaal twee maanden tijd. Het voorste dat nu voorligt, is de meest actuele situatie op half juni van dit jaar. Alles wat daarna gebeurd is, wordt per brief aangeleverd. Stel dat men het besluit nog drie maanden uitstelt, dan moet men als gemeenten onderling afspreken dat men het gedurende die periode niet over de energietransitie praat. Men kan helaas niet vastleggen hoe het precies zit, is een utopie. Die wereld bestaat niet. De heer Goldhoorn denkt dat de U16 al de brieven van de verschillende gemeenten heeft ontvangen. Dus ook die van deze gemeente. Men kan zich voorstellen dat de U16 vervolgens de meest actuele situatie naar het nationale programma gaat sturen. Waarom bepleit de wethouder niet bij de U16 dat de meest actuele situatie daadwerkelijk bij het nationaal programma RES wordt aangeleverd? Wethouder Van Uden probeert te zeggen dat dit gebeurt.

Alle meest recente informatie wordt aangeleverd. Alleen wordt de tekst in het daadwerkelijke document niet aangepast, omdat er al gemeenten hebben ingestemd met de RES. Het proces verloopt in elke gemeente anders. Het duurt twee maanden om alle deelnemers met het voorstel te laten instemmen. Elke gemeenteraad heeft zijn eigen bevoegdheden. Het standpunt is duidelijk.

5

De heer Goldhoorn denkt dat het standpunt duidelijk is. Dat betekent ook dat men moet aangeven dat wat men aanlevert aan het nationale programma RES niet klopt. Tenzij men het nog wel aanpast. Echter, dan weet deze gemeente niet meer wat het totale bod is. Mevrouw Borgstede hoort de wethouder duidelijk zeggen dat alle brieven en biedingen van de verschillende gemeenten die bij andere gemeenten nog voor besluitvorming voor liggen meegenomen worden in de stukken. Dat die gemeenten op de hoogte zijn van de meest actuele situatie. De raad kan daar niet veel aan veranderen. Wel moet de wethouder de vinger zo goed mogelijk aan de pols houden. Wethouder Van Uden merkt op dat de warmte vooral in de RES zit vanwege de bovenregionale warmtebronnen. Daar kunnen meerdere gemeenten gebruik van maken. Dat is niet aan de orde op het grondgebied van deze gemeente. Men is wel aan het kijken naar eigen warmtebronnen. Vandaar de proefboringen. Er is al een korte beschrijving geweest van de risico’s in een informatienota enige tijd geleden. De wethouder zegt toe uitgebreider op de risico’s terug te komen. Dar gebeurt voordat er beslissingen genomen moeten worden. Het punt windmolens op zee heeft de wethouder ingebracht bij de RES. Bestuurlijk is aangegeven dat dit nu niet de opdracht van de RES is. Wanneer men het punt nogmaals via een motie wil meegeven dan kan dat.

De heer Goldhoorn vindt het vreemd dat alle aangenomen moties worden benoemd behalve deze. Spreker heeft ook gevraagd om de verslaglegging van het overleg waarin het punt is aangekaart. Dat is niet ontvangen. Spreker wil de indruk wegnemen dat het punt niet serieus is opgepakt. Wethouder Van Uden meldt dat de vorige motie niet is aangenomen in combinatie met et RES-stuk. Het was een losse motie bij een stuk dat bij onze gemeenteraad lag. Het is wel ingebracht bij de RES, maar het is niet aangenomen in combinatie met het aannemen met een document van de RES. Wanneer men wil dat de motie op dezelfde wijze wordt verwerkt als de moties waar de vorige spreker naar verwijst, dan is deze raadsvergadering van deze raad het beste moment om de motie nogmaals aan te nemen. De heer Goldhoorn vindt dat de argumentatie dat de motie niets met de RES te maken had niet correct. Zie alle andere moties die ingediend zijn. Wanneer men alsnog de motie moet inbrengen en alsnog een verzoek indient om de motie op te nemen in de bijlage, dan gebeurt dat. Wethouder Van Uden meldt dat er in Amsterdam vandaag een startbijeenkomst is geweest betreffende de klankbordgroepen. Daar was ook deze gemeente ambtelijk bij aanwezig. Men komt daarover met een brief naar de raad. De Ronde Venen wordt erbij betrokken. Andere gemeenten rondom deze gemeente hebben windmolens uitgesloten.

Met hen hoeft men daarover niet in gesprek te gaan. Grootschalig zon op dak geldt mee voor de ambitie. Hoe meer men op dit punt kan realiseren hoe minder zonnevelden er nodig zijn. Een en ander gaat nu tot 2030. Men houdt de ontwikkelingen goed in de gaten. Periodiek komt er een update van de stand van zaken. Men wil zoveel als mogelijk op dak doen. De terminologie, TWh en TJ, neemt de wethouder mee 6

naar de RES. Binnen de verdeling van de opgave heeft de gemeente een bod uitgebracht. Daarbij is sprake van wat over programmering. Het geluk is dat de bijdrage van De Ronde Venen niet in het regionale bod zit. Wanneer er wat uitval is, dan is er nog niet gelijk een probleem. Wanneer er een probleem ontstaat, dan moet erover gesproken worden. De gemeente neemt echter geen besluit zonder de raad te raadplegen. Over knelpunten in het netwerk is al vaker een discussie gevoerd. Het is nu nog niet urgent. De ambitie realiseren met alleen zon is lastig, maar niet onmogelijk. Stedin start met de analyse van het gebruik van alleen zon in relatie tot de capaciteit van het netwerk dit jaar. Men verwacht begin 2022 een uitkomst te hebben. Dat kernenergie nu geen plek heeft in de RES houdt verband met het feit dat deze RES geldt tot 2030. Daarnaast is kernenergie een landelijke aangelegenheid. Het Rijk heeft er drie locaties voor aangewezen. In de toekomst kan kernenergie wel deel uitmaken van de RES. Wanneer er ontwikkelingen zijn, zal de wethouder de raad erover informeren. Wat betreft het besluit, men spreekt met de betrokken gemeenten en de provincie een taakverdeling en een ambitie af. Ieder heeft een eigen rol. Om te voorkomen dat er een dwingende situatie ontstaat, wil men elkaar goed op de hoogte houden. En samen een ambitie neerleggen met de afspraken hoe men die gaat realiseren.

In het document worden geen nieuwe beslissingen voorgelegd. Het amendement voor de zomer heeft de grootste angel uit de discussie gehaald. Het bod dat de gemeente doet aan de RES is voor de zomer aangenomen. De RES heeft een aantal harde punten over wanneer er een update komt. Periodiek komt de RES hiermee via het college naar de raad. Men neemt nu geen beslissing voor altijd. Men komt regelmatig op de situatie terug. Al dan niet met het advies over bijsturing. Tweede termijn Mevrouw Borgstede dankt de wethouder voor de antwoorden. Daaruit blijkt dat de raad geïnformeerd blijft over de voortgang betreffende de RES. Hoe beter de raad geïnformeerd is hoe sneller het college beslissingen kan nemen. Het is ook van belang om de inwoners goed te informeren. Het hele gebeuren rond de RES is voor de zomer al goed besproken. In het voorstel staan geen nieuwe zaken. Derhalve kan het voorstel naar de besluitnemende raad. Mevrouw Dijkman geeft ook aan dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. De heer Goldhoorn wil het voorstel niet naar de besluitnemende raad hebben. Spreker geeft aan dat de provincies Noord- en Zuid-Holland veel onderzoek hebben gedaan naar geothermie. Daaruit is naar voren gekomen dat het water te koud is. Kijk eerst naar deze onderzoeken voordat men geld gaat uitgeven aan eigen onderzoeken.

Betreffende de klankbordgroepen is het goed dat er een ambtenaar bij de startbijeenkomst is geweest. Echter, het gaat er om dat er ook inwoners bij betrokken zijn. Hoe worden onze inwoners erbij betrokken? Hoe worden deze mensen geïnformeerd dat ze mee mogen doen in een klankbordgroep? Met betrekking tot zon op dak, constateert spreker dat de situatie in de gemeente mager is. Andere gemeenten scoren op dit punt hoger. Daarbij komt bij dat, wanneer men nu in het

7

buitengebied op alle daken zonnepanelen gaat leggen, Stedin dit niet aan kan. Er wordt ook niet in voorzien in het investeringsprogramma Van Stedin. Mevrouw Borgstede vraagt of de heer Goldhoorn nu pleit voor windmolens. De heer Goldhoorn pleit er al een hele tijd voor dat men er bij Stedin op aandringt dat ze veel meer gaan doen aan de infrastructuur van het buitengebied. Wanneer men draagvlak wil creëren voor de energietransitie, maar men kan de zonne-energie niet kwijt, dan is dat niet goed voor het draagvlak. Nogmaals wethouder, pleit er bij Stedin voor dat met de infrastructuur op peil brengt. Men heeft een capaciteitsuitbreiding nodig van het netwerk. Mevrouw Van Huijstee geeft aan dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. Mevrouw Becker vraagt wat de gevolgen zijn van het instemmen met het voorstel. In de bijlage staat wel degelijk iets over de warmtetransitie. Die hele warmtetransitie moet nog behandeld worden. De heer Kroon geeft aan dat het voorstel door kan naar de besluitnemende raad. De heer Stam concludeert dat men met dit voorstel een wat bloedeloos besluit gaat nemen zonder dat er consequenties mee gemoeid zijn. Met een dergelijk besluit kan men wel instemmen. De heer Klijn heeft in de stukken gelezen dat niet alle dakconstructies sterk genoeg zijn om zonnepanelen te dragen.

Wordt er met de bouwwereld gesproken om ervoor te zorgen dat de dakconstructies in de toekomst wel voldoende draagkracht krijgen om zonnepanelen te dragen? Wethouder Van Uden brengt naar voren dat men met elke stap die gezet wordt, elke beslissing die genomen wordt eerst naar de raad komt. Drie keer per jaar wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van het proces. De wethouder weet wat de raad wil. De opmerking over de onderzoeken wat betreft de geothermie neemt de wethouder mee. Het grootste onderzoek wordt betaald door het Rijk. Er komt alleen een lokaal onderzoek op verzoek van bedrijven in Mijdrecht. Volgens die bedrijven kan het financieel-technisch uit. Het punt bodemrisico moet in het onderzoek worden meegenomen. Stedin is een lastig punt. Stedin wordt pas actief als er een probleem is en er is pas een probleem bij de aanleg van zonnevelden en panelen op daken. Een bijkomend probleem is dat, wanneer mensen een aansluiting laten aanleggen die boven de bestaande capaciteit uitgaat, men zelf voor een verhoging van de capaciteit van de aansluiting verantwoordelijk is. Die verhoging komt dan ook voor eigen rekening. Het college neemt het punt wel mee. Waar mogelijk in combinatie met zonnevelden. Men is constant met Stedin in gesprek. Ook het college wil zoveel mogelijk op dak realiseren.

De heer Goldhoorn brengt naar voren dat men stroom op dak niet kan combineren met zonnevelden. Er is sprake van twee verschillende circuits.

8

Wethouder Van Uden geeft aan dat men op het gebied van warmte nu zoveel mogelijk de ambitie vastlegt. Die ambitie heeft de raad ook al vastgesteld. Klimaatneutraal 2040. Concrete maatregelen komen later dit jaar terug. Daarbij zullen voor de korte termijn niet zoveel maatregelen zitten die betrekking hebben op de communicatie. Het voorstel heeft mede tot doel om de gemeente te beperken. Men kan niet meer aangeven dat de klimaatverandering niet bestaat en evenmin dat men er niets meer aan wil doen. Het voorstel heeft een beperkt verplichtend karakter. Wat betreft de dakconstructie, daar wordt bij nieuwbouw al naar gekeken. In geval van de bestaande bouw weet men dat de zonneconstructies steeds lichter worden. Er is dus steeds meer potentieel. De startbijeenkomst was een bijeenkomst van ambtenaren om te bekijken hoe men de klankbordgroepen vorm kan geven en hoe men dat met de verschillende gemeenten kan regelen. Via de gewone mediakanalen neemt de gemeente het mee. Het heeft wel degelijk aandacht. De politieke partijen kunnen hun achterban ook informeren. De heer Goldhoorn vindt de gang van zaken zoals de wethouder het uitlegt niet kunnen. Amsterdam heeft de gemeente aangeboden dat men mee mag praten over windmolens. De gemeente moet de mensen duidelijk informeren over de mogelijkheid om zitting te nemen in een klankbordgroep in Amsterdam.

Wethouder Van Uden geeft de vorige spreker gelijk. Het eerder gegeven antwoord over het deel van de politieke partijen was met een knipoog bedoeld. Daarvoor was al gezegd dat de gemeente via de gebruikelijke kanalen de inwoners direct over de klankbordgroepen in Amsterdam zou benaderen. De heer Goldhoorn neemt het vervelende van zijn laatste opmerking terug. Goed dat de wethouder alles op alles zet om de inwoners te informeren. De voorzitter stelt vast dat het voorstel naar de meningvormende raad kan.

b.

Vaststellen addendum Structuurvisie De Ronde Venen 2030, raadsvoorstel 53/21 De heer Goldhoorn meldt dat het vereveningsfonds tijdens de vorige raadsvergadering nog niet is geaccordeerd. Dan het voorstel zelf. Op pagina 2 staat dat de verordening van toepassing is op lopende projecten. Dat kan men als een betrouwbare overheid niet doen. Dan punt 1.7. De voorzitter stelt vast dat de heer Goldhoorn het heeft over agendapunt 1.c. Dat komt nog. Mevrouw Dijkman denkt dat punt een vervolg is op het volgende agendapunt. Men moet veel doen om het schrijnend tekort aan betaalbare huur- en koopwoningen te verlichten. Het vereveningsfonds is een mooi idee, maar denkt niet dat het op de voorgestelde manier gaat helpen. De drempel van drie woningen voor een verplichte afdracht is te laag. Projecten onder de vijf sociale woningen worden niet afgenomen door GroenWest. Bij drie woningen moet men in feite altijd afdragen zonder dat er een mogelijkheid is om te voldoen aan de eis van sociale woningen. Mogelijk heeft het zelfs een verkeerd effect. In plaats van vier of vijf betaalbare

9

woningen bouwen, kiest men voor drie duurdere. Het vereveningsfonds in voorgestelde vorm schrikt ontwikkelaars van kleinschalige projecten af. Bouwen is de laatste tijd veel duurder geworden. De rendementen van ontwikkelaars staan onder druk. De gemeente rekent met 10% winst voor ontwikkelaars. Vervolgens blijkt dan dat 6 procentpunten moet worden afgedragen. Vervolgens geeft de gemeente aan dat men denkt dat de winsten van ontwikkelaars belangrijk hoger zijn. Daar is de bijdrage dan ook op afgestemd. Spreekster vraagt zich af waar de gedachte van de gemeente op gebaseerd is. Wanneer de ontwikkelaar bijna niets mag verdienen, dan gaat men niet ontwikkelen. De heer Rouwenhorst heeft agendapunt 3b voor zich. Vermoedelijk heeft mevrouw Dijkman het over agendapunt 3c. Mevrouw Dijkman merkt op begonnen te zijn met de opmerking dat het addendum een vervolg is op het punt sociale woningbouw (3c). Men is het niet helemaal eens met de sociale woningbouw. Daarom is men met dit punt begonnen. Wethouder Kroon zegt dat punt 3b gaat over het addendum voor de structuurvisie. In agendapunt 3c komt het vereveningsfonds verder aan de orde. Men moet eerst het addendum vaststellen voordat men over het vereveningsfonds kan spreken. De heer Goldhoorn geeft aan het niet eens te zijn met het vereveningsfonds. Derhalve stemt men ook niet in met het addendum.

De heer Doorn vindt de reactie van de heer Goldhoorn vreemd. Het raadsvoorstel over het addendum zegt niets over de daadwerkelijke instelling van een vereveningsfonds. Het biedt alleen maar ruimte om dat te doen. Spreker is akkoord met het vaststellen van het raadsvoorstel. Daarmee wordt de mogelijkheid voor een vereveningsfonds gecreëerd. Dat kan bijdragen aan de verhoging van het aantal sociale huurwoningen in de gemeente. Met het fonds kan dat ook in alle kernen. Mevrouw Becker kan zich vinden in het voorstel. Vervolgens merkt mevrouw Becker op dat het vereveningsfonds een soort spaarpotje is om op een later moment sociale huurwoningen te kunnen bouwen. De voorzitter onderbreekt mevrouw Becker. Het gaat alleen over het addendum en niet over een vereveningsfonds. Voor alle duidelijkheid legt spreker nogmaals uit wat de wethouder zo juist daar over heeft gezegd. Mevrouw Becker is akkoord met het addendum. De heer Stam stelt dat het voorliggende voorstel een formaliteit is om te borgen dat men een verordening in kan stellen. Het hoeft echter niet. De heer Klijn is akkoord met het voorstel.

10

De heer Rouwenhorst kan zich vinden in de opmerking van de heer Stam. Misschien kan men aan het addendum een nummer plakken. Wellicht komen er op een later moment meer addenda. Het heeft verbaasd dat er maar een zienswijze is binnengekomen over het addendum. Spreker gaat met het voorstel akkoord. Wethouder Kroon heeft geen vragen gehoord. Het is goed dat de mogelijkheid er komt om een vereveningsfonds in te stellen. De heer Goldhoorn is het niet met het voorstel eens, omdat het namelijk over een vereveningsfonds gaat. De voorzitter vraagt de heer Goldhoorn of het voorstel naar de besluitnemende raad mag. De heer Goldhoorn stemt ermee in dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. Echter, met de kanttekening dat de fractie Ronde Venen Belang tegen het voorstel is. De voorzitter stelt vast dat het voorstel met die kanttekening naar de besluitnemende raad gaat.

c.

Sociale woningbouw De Ronde Venen, raadsvoorstel 51/21 Mevrouw Dijkman heeft begrepen dat men eerst het addendum moest vaststellen. Dab nu het voorliggende raadsvorstel. Men moet zich goed inspannen om het schrijnende tekort aan betaalbare huur- en koopwoningen te verhelpen. Het vereveningsfonds lijkt een aardig idee, maar zoals het nu voorligt zal het niet helpen. De drempel, drie woningen, voor verplichte afdracht is te laag. Projecten met minder dan vijf sociale woningen worden sowieso niet afgenomen door GroenWest. In dat geval moet er altijd afdracht plaatsvinden zonder de mogelijkheid om te voldoen. Niet realistisch en niet eerlijk. Het kan leiden tot een omgekeerd effect. Men schrikt ontwikkelaars van kleinschalige projecten af. Bouwen is de laatste tijd veel duurder geworden met een negatief effect op de rendementen van de ontwikkelaars. In het rekenvoorbeeld voor Abcoude is er sprake van een winst van 10%. Daarvan zou dan 60% moeten worden afgedragen. Het college denkt dat de winsten hoger zijn. Daar is de bijdrage op afgestemd. Kan het college aangeven waar men zich in deze op baseert? Wanneer de winst van de ontwikkelaar bijna verdampt, dan start deze geen project meer. Veel omringende gemeenten kennen een vereveningsfonds. Daarbij wordt voor kleinere projecten door middel van maatwerk een overeenkomst gesloten.

De fractie wil, zo mogelijk met andere partijen, kijken naar de mogelijkheid het voorstel te amenderen. Hoe kijkt de wethouder aan tegen een hogere drempel van het aantal woningen voordat er een afdracht moet plaatsvinden? Is de wethouder het eens met het punt dat de afdracht conform de nu opgenomen berekening risico’s met zich meebrengt, omdat ontwikkelaars stoppen met kleine projecten? Kan er ook sociale woningbouw gerealiseerd worden zonder afdracht aan GroenWest? Hoe bepaalt men wat een betaalbare woning is? Is er een koppeling met de NHG-grens? Hoe denkt de wethouder om te gaan met al opgestarte ontwikkelingen bij invoering van het vereveningsfonds?

11

De heer Doorn vraagt wat bedoeld wordt met het realiseren van sociale woningen zonder afdracht aan GroenWest. Mevrouw Dijkman brengt naar voren dat, wanneer GroenWest de huizen niet afneemt, men gld moet storten in het vereveningsfonds. Kan het ook zo zijn dat men dan niet hoeft te storten? De heer Goldhoorn heeft gelezen dat de verordening van toepassing is op lopende projecten (punt 1.3 van het voorstel). Dat geeft geen beeld van een betrouwbare overheid. Dan punt 1.7. Er staat niet in hoe de flexibiliteit gehanteerd wordt. Dan kan er sprake zijn van willekeur. In punt 1.8 staat dat de subsidie-uitgifte aansluit bij de lokale grondprijs. Wat is de lokale grondprijs en wie bepaalt die? De heer Rouwenhorst vraagt zijn opmerking over punt 1.3 toe te lichten. Dat geldt ook voor de opmerking over punt 1.7. Wanneer men de vraag stelt over de bepaling van de lokale grondprijs weet men het antwoord waarschijnlijk ook. In dat gevel kan de vorige spreker dat mogelijk gelijk vertellen. De heer Goldhoorn meldt dat er ook projecten zijn, die zich nog bevinden in een voorbereidende niet concrete fase. Bijvoorbeeld een aankondiging dat men een project wil ontwikkelen. Mensen die met de gemeente in vooroverleg zijn over iets. Ineens wordt men dan geconfronteerd met een vereveningsfonds. Dat is achteraf nadat men begonnen is.

Een betrouwbare overheid zou moeten zeggen dat men vanaf nu met een project bij de gemeente komt dan is het vereveningsfonds van toepassing. Volgens de heer Doorn worden er voorafgaand aan projecten overeenkomsten gesloten. Daar kan men met deze verordening niet doorbreken. De heer Goldhoorn merkt op dat men in dat gevel de verordening moet afkeuren. De verordening doet het wel. Het is niet zo dat men praat over GroenWest of hele grote ontwikkelaars met anterieure overeenkomsten. Er zijn ook kleine projectontwikkelaars of mensen die wat grond hebben en huizen willen bouwen. Die zijn op een gegeven moment een eind in het traject, maar het ligt nog niet ter inzage. In dat geval kan men niet ineens met het vereveningsfonds op de proppen komen. Wanneer men dat wel doet, is men geen betrouwbare overheid. Men moet publiekelijk een duidelijke ingangsdatum van de verordening aangeven. Dan de willekeur. Er staat dat de gemeente de hardheidsclausule mag toepassen als de gestelde norm zorgt voor een negatieve grondexploitatie … enzovoort. Er wordt geen norm genoemd waaraan de onderbouwing moet voldoen. Er is geen norm aangegeven waaraan op basis waarvan het college kan afwijken van de verplichting tot sociale woningbouw dan wel een financiële compensatie. Dan de lokale grondprijs, die is niet bekend. Misschien de wethouder wel? Spreker gaat door naar de verordening. Als eerste artikel 7.

Daar staat in dat het verplichte aantal sociale huurwoningen moet worden overgedragen aan de woningcorporatie. Is dit getoetst bij de ACM? Het lijkt op verplichte winkelnering. In artikel 12 gaat het over de overeenkomst Afkoop sociale woningen. Daar staat in dat de betaling van de afkoop moet plaatsvinden binnen dertig dagen na afgifte van de omgevingsvergunning. Het is vreemd dat men moet afdragen voordat er iets gebouwd, gerealiseerd is. Dat werkt ook nog kostprijsverhogend. De voorwaarde voor het 12

subsidiebedrag is geweldig. Wanneer GroenWest gaat bouwen. Wanneer in het project meer dan 30% sociale woningen komen dan gaat de corporatie putten uit het vereveningsfonds. GroenWest kan maximaal profiteren van deze regeling. In artikel 15 staat dat de aanvraag voor subsidie uit het vereveningsfonds wordt gedaan door woningbouwcorporatie. Is dit getoetst bij de ACM? In hetzelfde artikel wordt gesproken over de financiële onderbouwing van een tekort bij het extra realiseren van extra sociale woningen. Het tekort wordt niet nader omschreven. Spreker vraagt een onderbouwing van de wethouder over artikel 16. Als laatste artikel 22 meldt dat de verordening in werking treedt op de dag na de bekendmaking in het elektronische gemeenteblad. Dat kan men niet doen. Men kan niet gedurende het spel de spelregels veranderen. Mevrouw Dijkman is benieuwd of het mogelijk is om sociale woningbouw zelf te exploiteren Dus niet af te dragen. De heer Rouwenhorst vindt de laatste opmerking van de heer Doorn intrigerend. Wanneer moet dat spel beginnen? De heer Goldhoorn antwoordt dat, wanneer men een vereveningsfonds vaststelt, en het wordt morgen gepubliceerd in het gemeenteblad dan kan men met recht zeggen tegen mensen die dan met plannenkomen dat men te maken heeft met een vereveningsfonds. Dat kan men niet doen tijdens de rit. Mn kan niet tijdens het spel de spelregels veranderen.

De heer Doorn denkt dat het spel dagelijks wordt gespeeld en dat er altijd een moment is dat mensen zich aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid. Aan kleine bouwprojecten gaat vaak wat vooraf voordat men gaat informeren bij de gemeente waaraan men moet voldoen. Dan is men al een eind op weg en dan blijkt dat er een dag tevoren een besluit genomen te zijn in deze raad. Soms is het niet anders. En is duidelijk voor het vereveningsfonds. Het draagt bij aan het bouwen van met name sociale huurwoningen. Daar is samen met andere een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat het geld in het fonds komt en gebruikt wordt voor de bouw van sociale huurwoningen in alle kernen. In elke kern moet voldoende aanbod zijn van sociale woningen. Het draagt bij aan de leefbaarheid van de kernen. In artikel 16 van de verordening staat dat de subsidie maximaal 50% van de grondprijs kan zijn. Die grondprijs kan per kern sterk verschillen. Het is voordeliger om sociale woningen in de goedkoopste kern te bouwen. Men moet wel uitvoering geven aan het amendement. Dat betekent dat de subsidie in relatie moet staan met de grondprijs. Men kan in de gemeente ook uitgaan van een gemiddelde grondprijs om vervolgens de procentuele subsidiebijdrage per kern te laten verschillen. Een dringend verzoek aan het college om daar naar te kijken.

Men moet goed kijken op welke projecten men het vereveningsfonds van toepassing verklaard. Kleine en tijdelijke projecten zouden uitgezonderd moeten worden. Een te grote claim op de initiatieven. In artikel 8.2 gaat het over de planologische medewerking die verleend wordt op voorwaarde dat er een overeenkomst moet liggen dat er een stedenbouwkundig kader gemaakt gaat worden. Dat is moeilijk te volgen. Op het moment van de overeenkomst is er bouwkundig al een en ander aan de gang. Waar gaat in dir proces GroenWest meedoen.

13

Mevrouw Becker is een voorstander van een vereveningsfonds. Men wil heel graag dat er meer sociale woningen gebouwd worden. Dat is hard nodig. Men wil wel benadrukken dat het geld niet te lang in het fonds blijft zitten, maar dat het snel daadwerkelijk gebruikt wordt voor het doel waarvoor het is opgezet. Ook het men dezelfde vraag als de VVD over de kleine projecten. Het fonds mag op dat punt geen belemmering zijn. De heer Kroon komt naar aanleiding van de technische vragen terug op de punten van het aantal sociale huurwoningen en de methode van uitkering. Te beginnen met de sociale huurwoningen. Op dit moment is 24% van de woningen een sociale huurwoning, terwijl 35% van de inwoners ervoor in aanmerking komt. Gevraagd is hoeveel woningen er gebouwd moeten worden om het aandeel van 24% op te hogen naar 30%. En hoeveel men moet bouwen wanneer men het aandeel van 30% nog verder wil verhogen. De vraag is niet beantwoord, maar men gaat alleen in op de factoren die een rol spelen. Volgens eigen berekening moet men 1100 sociale woningen bouwen om op de 30% uit te komen. De gemeente wil 4800 woningen gaan bouwen. Wanneer men daarvan 39 % aanhoudt voor sociaal dan is het percentage sociale woningen in de gemeente nog maar steeds 25%. Men moet dus op het gebied van sociale woningbouw meer ambitie tonen.

Hoe denkt het college uiteindelijk te bereiken dat 30% van het woningbestand sociale bouw is? De heer Doorn denkt dat, wanneer men op die manier gaat rekenen, de verhouding met het vereveningsfonds ook zoek is. De heer Kroon vindt dat in dat geval de ambitie van het vereveningsfonds aangepast moet worden. Het gaat eigenlijk om een discussie over de woonvisie. Wanneer men meer sociale woningen wil bouwen gaat het niveau om een uitkering te krijgen omhoog. De vraag wordt hier neergelegd omdat men misschien nog meer sociale woningen wil of kan bouwen. De heer Doorn veronderstelt dat d heer Kroon ook heeft gehoord wat de VVD heeft ingebracht. Projectontwikkelaars die afgeschrikt worden. Dat bij sommige projecten geen winst meer te halen valt. Dat wordt alleen maar groter op het moment dat men andere percentages gaat toepassen. Hoe reageert men daarop? De Kroon erkent dat dit risico bestaat. Het gaat er echter om wat men meer doet om aan de vraag binnen de gemeente naar sociale te voldoen. Misschien moet men zelf gaan ontwikkelen? De heer Doorn memoreert dat men ook de ambitie heeft uitgesproken om 4500 woningen te willen bouwen. Daar zou men zijn voordeel mee kunnen doen. Voordat men meer wil, is het goed om eerst het percentage van 30% te halen. Dat is iets wat de ontwikkelaars eigenlijk aankunnen.

De heer Kroon denkt da t35% niet perse vreemd hoeft te zijn in het licht van de regionale programmering van de provincie. Het percentage kan per project verschillen. De vraag die de gemeente zich kan stellen of men voldoende rekening houdt met de vraag die er is. Vraag en aanbod liggen nogal ver uit elkaar en met de huidige plannen gaat men het probleem niet snel oplossen. Misschien een punt van discussie op een later moment.

14

Wat wel verband houdt met de verordening is de methode van uitkering. Het aanvankelijke voorstel is 50% subsidiëren. Alleen was het wel gemaximeerd op 40.000 euro. Aangegeven is toen dat men naar een formule moet gaan kijken waardoor elke kern ervan op een gelijke wijze kan profiteren. Het college heeft toen aangegeven af te zien van het maximum van 40.000 euro, maar alleen de 50% te hanteren. Dat betekent wel uitgaande van de grondprijs dat de kosten van de bouw van een sociale huurwoning per kern stevig verschilt. Kortom, is er niet helemaal uitvoering gegeven aan de uitvoering van het amendement op dit punt. Waarom is het niet op die manier opgepakt? Wat is het beste alternatief? Uitgaande van een gemiddelde grondprijs per kern kan men ook de subsidie per kern laten verschillen. Hoe kijkt het college hier tegenaan? De heer Stam meldt dat bij het vorige voorstel, het addendum, een inspraak zat met een nota van het college daarover. Die inspraak ging niet alleen over het addendum maar ook over deze verordening. De laatste opmerkingen van het college in de beantwoording hebben allemaal betrekking op de spelregels voor het verevenen van de minimale percentages voor sociale huurwoningen. Dat wordt niet geregeld in de structuurvisie, maar de spelregels worden vastgelegd in de verordening verevening sociale huurwoningen.

Begrijpelijk, maar daarmee ontsnapt het college wel aan de beantwoording van de zienswijze. Spreker wil van het college inhoudelijk de reactie zien op deze zienswijze. Dat kun nu mondeling of voor de raad schriftelijk. Mevrouw Groen constateert dat de verordening betrekking heeft op dertig woningen. Niet van toepassing op de grote projectontwikkelaars. Is de 30% sociale woningbouw alleen van toepassing op projecten waarvoor een anterieure overeenkomst is gesloten? Projecten die nog niet in aanbouw zijn en waar geen 30% sociale huur in zit? De heer Rouwenhorst vraagt of het duidelijk is dat er een register komt voor de inkomsten die uit het vereveningsfonds komen. Dan weet iedereen om welke bedragen het gaat. Dan de vraag of men zou kunnen overwegen om bij sociale koopwoningen (rond de 300.000 euro) geen afdracht te doen zodat die goedkope koopwoningen gestimuleerd worden? Spreker is niet onder de indruk van de percentages van mevrouw Dijkman. De winst valt alleszins mee. Spreker is he eens met de percentages van de heer Kroon. De 30% is toch echt wel het minimum dat men moet halen. Men staat open voor het bespreken van de grondexploitatie in het algemeen om die mogelijk een rol te laten spelen bij de sociale woningbouw. Wethouder Kroon begint met aan te geven dat de raad het college heeft verzocht om meer mogelijkheden om de grip op de woningbouw te vergroten.

Dat is opgepakt en daar komt het vereveningsfonds uit voort. Het gaat daarbij op sturing van de betaalbaarheid van woningen voor inwoners. In april zijn de kaders voor het fonds voorgelegd. Die zijn toen ook vastgesteld. Bij grote projecten is er altijd een verplichting om 30% sociale woningen te bouwen. Die bouwt men in samenspraak met de woningcorporatie. Die woningen worden ook overgedragen aan de corporatie. Die koppeling met de corporatie moet borgen dat de betaalbare woningen er komen. Voor zover bekend zijn er geen anterieure overeenkomsten waar geen 30% sociale bouw is opgenomen. De wethouder weet nog niet hoe men een register zou meten opzetten en beheren betreffende de afdrachten in het kader van het vereveningsfonds. Men denkt dat 15

men een keer of twee per jaar een soort bouwavond organiseert waarbij men het saldo van het fonds laat zien. Misschien moet men dit wel gewoon vermelden in het raadsvoorstel. Men moet ook voorkomen dat de opbrengsten van het fonds naar de algemene reserve vloeien. De afdracht vanaf 200.000 euro en niet vanaf 325.000 euro NHG houdt verband met de betaalbaarheid van de woningen. Heel veel mensen kunnen 325.000 euro niet financieren. Wanneer men niets doet, komt er geen woning bij. Dan is er ook geen afdracht in een pot om de sociale woningbouw te kunnen betalen. Dat men kleine projecten beperkt tot drie woningen om een afdracht te voorkomen, zou kunnen. Dat is het enige zwakke punt in het vereveningssysteem. Wanneer iemand hier een oplossing voor heeft, houdt de wethouder zich aanbevolen. Dan kan men de verordening nog aanpassen. Wanneer men niets doet worden er vier woningen gebouwd zonder afdracht. Vanaf de vierde woning moet er een sociaal zijn. Mevrouw Dijkman denkt dat de verordening kleine ontwikkelaars afschrikt. Men gaat gewoon niet bouwen en dan komt er ook geen geld in het fonds. Wethouder Kroon is daar niet zo bang voor. Er zijn veel projecten die acht tot vijftien woningen omvatten. Daarvoor is 30% een harde grens. Dan komt er een afdracht die verplicht is. Wanneer het keurig gemeld is bij de projecten, dan ziet men begrip bij de ontwikkelaars.

Men kiest er vaak voor om het af te kopen. De wethouder kent de twee casussen waaraan gerefereerd wordt ook. Het gaat niet om het punt dat er geen rendement te halen is, maar het gaat erom dat de winst kleiner wordt. Bij een van de casussen is ervoor gezorgd dat de familie de woningen kon bouwen. Nu wordt er via de buitenkant een politiek spel gespeeld om te voorkomen dat er nog een afdracht moet plaatsvinden. De heer Goldhoorn maakt ernstig bezwaar tegen de opmerking dat er een politiek spel gespeeld wordt. Raadsleden vertegenwoordigen inwoners. Dan kan men geen spelletjes spelen of zich voor karretjes laten spannen. Wethouder Kroon wil de opmerking best terugnemen. Echter, men ziet wel wat er gebeurd. Anderen kiezen wel voor de afdracht. De heer Goldhoorn is van mening dat wat gebeurd is de wethouder niet het recht geeft om raadsleden iets te verwijten. Wethouder Kroon vindt dat een volksvertegenwoordiger alles mag inbrengen. De heer Doorn begint de discussie interessant te vinden. Er wordt nu iets aangesneden dat belangrijk is. De wethouder geeft aan dat in een aantal projecten men meegaat met het vereveningsfonds. Meestal wordt gekozen voor afdracht. Spreker beluistert nu dat bij twee projecten, hier vertegenwoordigt door de heer Goldhoorn, niet gekozen wordt voor deze vorm. De heer Goldhoorn maakt bezwaar tegen wat zojuist gezegd is.

Spreker vertegenwoordigt geen twee projecten. Spreker vertegenwoordigt mensen die in de gemeente wonen, mensen die in deze gemeente een woning willen hebben. Mogelijkerwijs ziet men het instrument verevening niet zitten als instrument. Doordat de wethouder het genoemd heeft, gaat vorige spreker al zeggen dat spreker voor twee gevallen optreedt. Dat is kwalijk. 16

Wethouder Kroon biedt excuses aan. Dan kan men dit punt laten rusten en verder gaan met de beantwoording. Met elkaar moet men ervoor waken dat kleine projecten niet afgeschaald worden waardoor er geen sociale woningbouw mogelijk is. Dat zal overigens niet snel gebeuren omdat de markt betaalt de ontwikkelaar. In de winst zit dan nog een afdracht som aan het vereveningsfonds. Dan is er nog onduidelijkheid over lopende projecten en een betrouwbare overheid. De wethouder is graag een betrouwbare overheid. In en met de raad is afgesproken dat projecten die ter inzage hebben gelegen buiten het vereveningsfonds vallen. Alle plannen waar over gesproken wordt en die niet akkoord bevonden zijn om ter inzage te leggen, vallen wel onder het vereveningsfonds. Wanneer de raad dit te strikt vindt en dat men er een voorstander van is om de verordening op een bepaalde datum te laten ingaan, bijvoorbeeld 1 januari 2022, dan komt er veel geld niet in de pot. Het is een keuze, maar het kan. Het college heeft geleerd dat men de regie moet grijpen met betrekking tot de sociale woningbouwcomponent. Dat is wat er nu gebeurt. De toepassing van de regel is uitlegbaar. Nu wordt aangegeven dat de afdracht van de bijdrage aan het fonds dertig dagen na het tekenen, moet plaatsvinden. De wethouder gaat nog even naar die bepaling kijken.

Kijken of die termijn handig is en ter voorkoming van voorfinanciering van de afdracht. Bij de start van het plan wordt GroenWest gelijk aan tafel gevraagd. Dat men gelijk kan meekijken naar de 30% woningen die de corporatie later in beheer krijgt. De heer Doorn vindt dat de uitleg van de wethouder niet duidelijk is verwoordt in artikel 8.2. Wethouder Kroon gaat nog even naar die tekst kijken. Dan de rekensom van de heer Pieter Kroon over het aandeel sociale huurwoningen. De wethouder heeft ook zitten rekenen en het aandeel van 30% kan met de nog te bouwen 4800 woningen goed gerealiseerd worden. Dat komt mede omdat er voor de nog te bouwen woningen locaties zijn waarbij de raad aan zet is. De raad kan bepalen welk percentage sociale bouw op die locaties moet worden gehanteerd. Men moet zich ook niet helemaal blindstaren op het percentage. Men weet dat er ook spaarzame inwoners zijn die graag een koophuis willen. Binnen de 30% zit ook een deel betaalbare koop. In elk geval kloppen de getallen. Wat met elkaar beoogd wordt, is realiseerbaar. De wethouder zal kijken naar de beantwoording van de zienswijze over het addendum in relatie tot het vereveningsfonds. Men komt erop terug. De voorzitter memoreert dat er met name van RVB nog vragen open staan.

Wethouder Kroon meldt met betrekking tot artikel 7 dat een gemeente de ontwikkelaar mag verplichten om de te bouwen sociale woningen onder te brengen bij woningcorporaties. De heer Goldhoorn vraagt of de wethouder op de hoogte is van het feit dat er in NoordHolland een gemeente is geweest waar een dergelijk besluit is afgewezen en moest worden teruggedraaid. Wethouder Kroon brengt naar voren dat er ook veel gemeenten zijn die de verplichting wel hebben. 17

De heer Goldhoorn wil weten of het punt ACM-proof is. Wethouder Kroon zal kijken of men voor de raadsvergadering het punt kan checken. De heer Goldhoorn merkt op dat ook deze gemeente gebruik maakt van winst uit je woning. Dat is een onderwerp van onderzoek bij de ACM. Het is dus niet zo dat, wanneer andere gemeenten iets doen, een maatregel ACM-proof is. De voorzitter wijst de heer Goldhoorn op zijn spreektijd. Graag kort en bondige interrupties. Wethouder Kroon brengt naar voren dat Groen West maximaal gebruik gaat maken van de subsidieaanvraag (artikel 14). Dat is wat het college graag wil. Men wil ook dat de inwoner een huurwoning kan krijgen. Wanneer een andere corporatie zich met toestemming van GroenWest meldt om actief te worden binnen dit gebied, dan kan dat ook. De heer Goldhoorn is van mening dat wat de wethouder zojuist gezegd heeft – met toestemming van GroenWest – zeker voorgelegd zal worden aan de ACM. Wethouder Kroon heeft al toegezegd dat men artikel 12b tegen het licht zal houden om te bezien of het betreffende punt reëel is. Dan is er nog de grondwaarde en het verschil daarin. Er is gestreefd naar een evenredige afdracht op basis van de grondwaarde. Als de grond 60 is dat krijgt men 30 en als de grond 100 is dan krijgt men 50. Procentueel is dat gelijk.

Wanneer men het op een andere manier doet, dan heeft men nog niet in beeld of het dan meer in evenwicht is. Of het misschien in dat geval beter rendeert voor een woningcorporatie waardoor men toch meer sociale woningen in Abcoude te bouwen dan in Mijdrecht. Het is een lastige materie. Men wil zoveel mogelijk recht doen aan de motie om een evenredige verdeling te maken over de kernen. Men wil er nog eens goed naar kijken. Op dit punt staat de wethouder ook open voor ideeën. De heer Kroon denkt dat de formule 50, 60, 70 best een goede formule zou kunnen zijn. GroenWest bouwt dan relatief goedkoper in Abcoude, maar dat wil men ook. In principe is de woning altijd verhuurd. Het is beter dan te rekenen met een redelijke grondprijs in alle kernen. Wethouder Kroon denkt dat een redelijke grondprijs in alle kernen er eigenlijk niet is. Men leeft in het land van de marktwerking. Rechtvaardigt dit om in Abcoude een hogere ondersteuning te geven dan in andere kernen? Men gaat er nog een keer naar kijken. Voor de raad komt men met een rekensom voor beide reeksen van percentages. De heer Kroon vraagt die rekensom dan te maken voor beide varianten. Percentages enerzijds of het vaststellen van een vast bedrag op basis van de gemiddelde grondprijzen. Wethouder Kroon gaat er naar kijken. De heer Goldhoorn heeft nog een vraag gesteld over de willekeur bij het gebruik van de hardheidsclausule.

18

Wethouder Kroon vindt willekeur een naar woord. Wat men graag wil, is het realiseren van de sociale woningbouw. Het college mag de hardheidsclausule toepassen als de gestelde norm zorgt voor een negatieve grondexploitatie. Dat het project daardoor niet uitvoerbaar is. Daar zit geen willekeur in. Men wil ondanks een negatieve grondexploitatie wel sociale woningen bouwen. Gelukkig voor investeerders en kleine ontwikkelaars komt de gemeente met alle berekeningen nooit uit op een negatieve grondexploitatie. De heer Goldhoorn merkt op dat er niet in staat hoe de berekeningen tot stand zijn gekomen. Wanneer iemand komt met een negatieve grondexploitatie dan moet het college de hardheidsclausule toepassen. Om willekeur te voorkomen moet men de toepassing van de hardheidsclausule heel goed formuleren. Wethouder Kroon gaat checken of men een onafhankelijke toets in moet bouwen bij een eventuele negatieve grondexploitatie die voorgelegd wordt. De wethouder neemt aan dat een initiatiefnemer die in de gemeente wat wil, waarvoor meestal een bestemmingsplanwijziging voor nodig is, de gemeente foutief zal informeren. Doet het geval zich voor dan moet men zich afvragen of men mee zou willen werken op het moment dat een plan voorligt. De heer Goldhoorn denkt, gestaafd met een voorbeeld, dat men heel goed naar het artikel moet kijken om willekeur of fraude te voorkomen.

Wethouder Kroon neemt het punt mee. Tweede termijn Mevrouw Dijkman geeft uit op onderzoek uit te gaan naar de winsten van de ontwikkelaars. De heer Doorn kan zich niet heugen dat woningcorporaties op elkaars terrein aan het bouwen zijn. Niet bekend is of dat bij wet of gentlemen’s agreement geregeld is. Een aantal corporaties met specifieke doeleinden zijn op dit punt een uitzondering. Denk daarbij aan de zorg. De fractie gaat een en ander nog verder bespreken. Men ziet de berekeningen graag tegemoet. Het doel is meer woningen in het segment sociale huur. Spreker heeft de wethouder horen zeggen dat sociale koopwoningen ook in dat 30% zitten. Graag op dit punt meer duidelijkheid, want spreker vindt niet dat die binnen de 30% moeten vallen. De heer Kroon kan de wethouder de eigen berekening, waardoor op basis van de te bouwen 4800 woningen het percentage sociale woningen op het niveau van 30% komt, nog even nasturen? Mevrouw Groen is benieuwd of vastgelegd is hoe het met projecten van meer dan dertig woningen geregeld is. Wethouder Kroon meldt dat er in de gemeente een aantal woningen is die door andere corporaties dan GroenWest beheerd worden. Betaalbare koop maakt deel uit van de 30%. In

19

artikel 7 staat aangegeven hoe het gaat met projecten groter dan dertig woningen. Tenslotte zal de wethouder de gevraagde rekensom toevoegen aan de nog te verstrekken informatie. De voorzitter stelt vast dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat. d.

Onttrekken openbaarheid voetpad nabij Groenlandsekade 1 in Vinkeveen, raadsvoorstel 50/21 De heer Goldhoorn complimenteert de wethouder met het voorstel. Bovendien spekt het de gemeentekas. Mevrouw Groen is benieuwd hoe de mensen na het verdwijnen van het voetpad de bushalte kunnen bereiken. De heer Van Sligtenhorst heeft geen moeite met het raadsvoorstel. Het is alleen jammer dat men alleen voor het hotel een probleem oplost. Men had liever gezien dat er een groter probleem op de Groenlandsekade opgelost zou zijn. Men heeft wel een probleem met het verlopen proces. Vervolgens geeft spreker een opsomming van de gebeurtenissen die na de informatienota gebeurd zijn. Dat verdient geen schoonheidsprijs en het is ook nogal verwarrend. Tussentijds zijn er veel verschillende besluiten genomen. Die deels tegenstrijdig waren. De gang van zaken is niet zoals die had moeten zijn. Heeft het college bij het tot stand komen van deze verkoop zaken over het hoofd gezien? Wat zou er gebeurd zijn wanneer er indertijd geen vragen gesteld over de situatie? De opstelling van de van de gemeente richting hotel verdient geen schoonheidsprijs. As laatste wordt de openbaarheid van de keerlus onderzocht. Wat is daar de uitkomst van? De heer Doorn geeft aan dat de vorige spreker veel woorden nodig had om aan te geven dat het proces niet de schoonheidsprijs verdient.

Het gaat om het publieke domein waarbinnen men een overtreding probeert glad te strijken. Wel in het voordeel van de gemeente omdat er een stuk grond wordt verkocht. Het blijft wel een vreemd proces omdat een bedrijf zich eigenlijk een stuk rond heeft toegeëigend. Het zij zo. De heer Goldhoorn wil onderbouwd hebben va vorige spreker dat de onderneming zich iets heef toegeëigend. Men moet geen uitspraken doen die niet kunnen. De heer Rouwenhorst merkt op dat het hotel als doel heeft extra parkeerplaatsen aan te leggen. Men zou denken dat bij de bouw het hotel ervoor gezorgd zou hebben dat er voldoende parkeerplaatsen zijn. Dat blijkt niet zo te zijn. De gemeente maakt het nu mogelijk. Waar spreker zich zorgen over maakt, is de mogelijke precedentwerking. Het voorstel gaat men steunen. Wethouder Schuurs geeft aan dat het mogelijk is om vanuit het hotel iom te voet langs de parkeerplaats te kunnen lopen naar de bushalte. Wat in dit gebied een rol speelt, is dat mensen die daar een bedrijf hebben continue met elkaar onmin hebben over parkeerplekken. Verschillende maartregelen zijn in het verleden genomen en weer teruggedraaid. Wat men n gedaan heeft, is een stuk grond verkopen waar de gemeente niets mee kan. Het levert geld op en het hotel kan er parkeerplaatsen realiseren. Ook goed voor de omgeving. 20

De heer Van Sligtenhorst geeft aan dat de aanleiding om indertijd vragen te stellen de zes parkeerplaatsen achter de slagboom waren. Openbaar of privaat was toen het twistpunt. Uiteindelijk blijken ze openbaar te zijn en dat de slagbomen niet correct zijn. Wat was de aanleiding voor die veranderde mening? Wethouder Schuurs denkt dat de CU/SGP op het dossier van de openbare parkeerplaatsen goed werk heeft verricht. Men begrijpt ook de gedachtegang van de spreker. De openbare parkeerplaatsen blijven openbaar. Men heeft goed gehandeld, maar het staat los van het onttrekken van het voetpad. De heer Van Sligtenhorst is het eens met de wethouder. Het zegt echter niets over wat de wethouder heeft gedaan richting hotel. Wethouder Schuurs weet niet wat de heer Van Sligtenhorst wil horen. Er is zojuist uitgelegd dat er toen een fout is gemaakt die gecorrigeerd is. Hierdoor zijn de zes parkeerplaatsen nog steeds openbaar. Daarmee is dat stuk afgehandeld. De heer Van Sligtenhorst merkt op dat de wethouder in principe zegt dat het hotel niets te verwijten is over de slagbomen. Daarna wordt er gedreigd met een dwangsom over dezelfde slagbomen. Wat is er gebeurd met het hotel? Het is van de ene kant naar de andere kant gegaan. Wethouder Schuurs kan er niet veel meer over zegen dan al gedaan is. De slagbomen zijn een afgesloten dossier. De heer Van Sligtenhorst vertelt goed wat er gebeurd is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10635525/2