CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

14-10-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie ABZF SI 4439

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken Financiën 11 november 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 14 oktober 202115.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën, Samenleving & Inwonerszaken Datum:

14 oktober 2021

Tijd:

19:30 uur

Plaats:

Raadzaal

Registratienummer: Voorzitter:

De heer A.J.C. Goldhoorn

Griffier:

De heer M. de Graaf

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), de heer M. van Bemmel (PvdA/GroenLinks), mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer M.B.M. van Dijkman (VVD), de heer E. Doorn (D66), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer E.C. de Haan (Ronde Venen Belang), de heer T. Klinkhamer (D66), de heer J.J. Kneppers (Lijst 8 Kernen), mevrouw M.C. de Korte-Verhoef (CDA), de heer P.C. Kroon (PvdA/GroenLinks), de heer B. Richter (VVD), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA/GroenLinks, de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)

Meesprekers:

Geen

Wethouders:

De heer M. Divendal, mevrouw A.G. Schuurs (VVD), de heer C. van Uden (D66)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom op deze fysieke vergadering van de commissie ABZ/F & SI. Vanavond is het de tweede vergadering van de twee politieke commissies over de programmabegroting en de tweede bestuursrapportage. In deze vergadering komen het algemene financiële beeld, domein 1 en domein 3 aan de orde. De vergaderregels die samenhangen met het fysiek vergaderen met de nodige coronavoorzichtigheid, worden onder de aandacht van de deelnemers gebracht.

1

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor niet geagendeerde onderwerpen.

3.

Vaststellen agenda De voorzitter meldt dat aan het eind van de agenda twee punten staan over de Vinkeveense Plassen. Het voorstel is dat de heer De Haan bij die punten het voorzitterschap overneemt. Daartegen komt geen bezwaar. Vervolgens wordt de agenda ongewijzigd vastgesteld.

4.

Notulen politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 16 september 2021 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn geen opmerkingen of vragen naar aanleiding van de notulen.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen Er worden geen punten uit het overzicht ‘openstaande toezeggingen’ aan de orde gesteld.

b.

Informatie-uitwisseling De heer Kroon heeft een vraag over de vorige vergadering. Toen stond de Wsw op de agenda, mensen begeleiden met een afstand tot de arbeidsmarkt. Spreker meent dat het college toegezegd heeft hierover een voorbereidende bijeenkomst te beleggen. Het punt staat niet op de toezeggingenlijst. Bij deze de vraag of het college daartoe bereid is. Spreker heeft geconstateerd dat in aansluiting op de motie verschillende organisaties uit de kunst- en cultuursector gebruik hebben kunnen maken van de coronasteun. Hiervoor namens die organisaties dank. Wethouder Schuurs dankt voor de complimenten. De voorbereidende avond over onder anderen de Wsw vindt plaats op 18 november. Dan komt een aantal onderwerpen aan de orde, waaronder de werkwijze van het kernteam, de giften en schenkingen rond de Participatiewet en de Wsw. Met betrekking tot het laatste heeft de wethouder het punt opgevat om het te hebben over de nieuwe doelgroepen en nieuw beschut werk. Minder over de Wsw zelf. De Wsw gaat over een selecte groep waarover goede afspraken zijn gemaakt. De heer Kroon kan zich daar geheel in vinden. Het gaat over de nieuwe doelgroepen en over hoe die naar werk begeleid kunnen worden. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.

2

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De heer Stam merkt op dat de GGD een begrotingswijziging heeft voorgesteld. Dat zit waarschijnlijk al bij de stukken. De raadsrapporteurs hebben daar met een ambtenaar over gesproken. Er zijn geen bijzondere zaken gevonden. Spreker verwacht dat het college binnenkort met een raadsvoorstel en een zienswijze komt. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.

6.

Punten voor de raad van 28 oktober 2021

a.

Programmabegroting 2022, raadsvoorstel 60/21 De voorzitter stelt voor dit programmapunt te in delen te behandelen. Eerst het algemene deel vervolgens domein 1, het sociaal domein, en daarna domein 3, veiligheid, bestuur, dienstverlening en financiën. De heer Kroon heeft een voorkeur om eerst domein 1 te doen en dan domein 3 met het algemene deel. Domein 3 en het algemene deel passen beter bij elkaar. De voorzitter constateert dat de commissieleden het daarmee eens zijn. Dat wordt dan de behandelvolgorde. Domein 1 De heer Kroon constateert dat het om een beleidsarme begroting gaat richting het verkiezingsjaar. Veel bezuinigingen van vorig jaar die men er toen uit wilde hebben, zijn er nu wel uit. Echter, er is ook een aantal bezuinigingen niet teruggedraaid. Dan gaat het bijvoorbeeld om de bezuiniging van 25% bij het Cultuurpunt De Ronde Venen en het Cultuurhuis Abcoude en de cultuurconsulent. Volgens de laatste informatienota is er nog 114.000 euro over van het coronasteun voor de kunst- en cultuursector. De septembercirculaire laat een positiever effect zien dan verwacht. Daarom de oproep om de bezuiniging op de kunst- en cultuursector volledig terug te draaien. Hoe staat men daar tegenover? Dan de bezuiniging op de huishoudelijke hulp. Die is dit jaar voor het eerst geeffectueerd door de hulptijd per geval terug te brengen. Het gaat dit jaar om 127.000 euro. Dat is gehaald.

Deze bezuiniging loopt de komende jaren verder op. Wat zijn de ervaringen van die verminderde hulpverlening? In hoeverre zijn de ontvangers nu meer aangewezen op mantelzorg? Is deze bezuiniging p huishoudelijke hulp nog wel nodig? Voor volgend jaar stond de monitor sociale kracht gepland. Die is ook vervallen vanwege de bezuinigingsronde vorig jaar. Daardoor is het lastig om de effecten van het beleid goed in beeld te krijgen. Hoe wil het college de beleidseffecten zonder deze monitor inzichtelijk krijgen? Of heeft men deze monitor daarvoor wel degelijk nodig? De heer Van Bemmel brengt naar voren dat in de beantwoording van de technische vraag (nummer 29) over het beperken van de instroom bij de bijstand staat dat het college zich bij de intake kritisch opstelt, maar wel rechtvaardig handelt. Men gelooft best dat het college kritisch 3

en rechtvaardig is. Echter door de koppeling met het beperken van de instroom lijkt het erop dat het college nog kritischer wil gaan optreden. Wat betekent dit optreden in de praktijk voor mensen? Wie komen er dan niet meer in aanmerking, die nu nog wel in aanmerking komen? Worden alle mensen die recht hebben op bijstand dan nog wel geholpen? Op pagina 21 punt 1.2.1, de beleidsuitvoering met aandacht voor inclusie, staat dat men zich in 2022 met name richt op gezondheid en sport. Dat is goed. Spreker denkt dat binnen de sportclubs nog ruimte is voor een verdere ontwikkeling van inclusie. Hoe de gemeente een en ander denkt aan te pakken, wordt niet duidelijk. Evenmin is het duidelijk op welke groepen men zich gaat richten. Daarom de vraag hoe de gemeente denkt de inclusie te bevorderen op het gebied van sport? Op welke groepen richt het college zich? Hoe maakt men het resultaat van de maatregelen inzichtelijk? De heer Van Dijkman vindt de programmabegroting voor domein 1 goed leesbaar. Het is soms wel lastig te vergelijken met de begroting van afgelopen jaar. Per onderdeel is aangegeven waar het college heen wil. Echter, er moet nog veel werk verricht worden in de verdere uitwerking van de onderwerpen. Op pagina 21 punt 1.1.1 staat dat nieuwkomers de taal leren op hun niveau en dat ze participeren in de samenleving. Het liefst via betaald werk.

Spreker vindt het belangrijk dat nieuwkomers zo snel mogelijk werk krijgen. Dat is ook van cruciaal belang voor het zelfvertrouwen van de nieuwkomers en voor hun inburgering. Is de gemeente hierop voorbereid? Hoe gaat het college hiermee om? Mevrouw De Korte spreekt over een beleidsarm programma met weinig ambitie. Het lijkt erop dat het allemaal hetzelfde blijft. In het sociaal domein is er veel gebeurd. Vorig jaar was er sprake van allerlei overschrijdingen. Daar zijn rapporten over verschenen, maar men ziet daarvan weinig terug in de voorliggende begroting. Men moet goed opletten hoeveel mensen er gebruik maken van de bijstand, de huishoudelijke hulp of van de Wmo. Daar moet men kritisch naar blijven kijken. Men is teleurgesteld over het aantal mensen in de bijstand. Er zitten 300 mensen in de bijstand. Dat was veel lager en het zou ook weer veel lager moeten worden. Over dat laatste ziet men niets. Echt te weinig ambitie. Kan er meer ambitie op dit punt in de begroting komen? Zo niet, dan heeft het CDA het voornemen om een amendement op dit punt in te dienen. Ook de rekenkamercommissie heeft aangegeven dat er streefwaarden moeten zijn waar men naar toe wil werken. Het aantal mensen in de bijstand zou volgend jaar best met 20% omlaag mogen. De heer Stam heeft gehoord dat mevrouw De Korte spreekt over 300 mensen in de bijstand.

Doelt men daarbij op de indicator op pagina 24? Mevrouw De Korte bevestigt dit. De heer Stam stelt vast dat die indicator een getal per 10.000 inwoners geeft. Absoluut zijn er binnen de gemeente dus meer mensen in de bijstand. Ongeveer 1200. Dat vond men hoog en daar is een technische vraag over gesteld. Uit het antwoord bleek dat de gemeente het getal ook niet helemaal begrijpt. Het komt uit een of andere monitor. Spreker herinnert zich de monitor sociaal domein waaruit naar voren kwam dat er 400 à 500 mensen in de bijstand zaten. Kan het college helderheid geven over het echte aantal mensen in de bijstand? 4

Mevrouw De Korte wil de echte aantallen ook wel zien, maar het gaat ook over de streefwaarden waar men naar toe wil. Het houden zoals het was, is echt geen goed idee. Men wil een flinke reductie van het aantal mensen in de bijstand. Dat geldt ook voor de langdurige trajecten in de jeugdhulp. Aangegeven wordt dat er minder jeugdigen in de jeugdhulp zitten, maar dat er sprake is van meer langdurige trajecten. Hier zou ook aan gewerkt worden. Welke ambitie heeft men om dit te verminderen. Er zijn geen getallen hoeveel personen er in die langdurige trajecten zitten. Het zou mooi zijn om daar ook een streefwaarde aan te hangen, bijvoorbeeld 10% reductie. Men moet zoveel mogelijk grip krijgen op het sociaal domein. Er wordt aangegeven dat men techniekonderwijs wil stimuleren. Zorgonderwijs wordt daarbij niet genoemd. Dat is jammer. In het verleden heeft men op dit punt een motie ingediend. Waarom wordt stimulering van zorgonderwijs niet genoemd? Mevrouw Groen is van mening dat de begroting voor een verkiezingsjaar niet echt beleidsarm is. Er sluipen links en rechts weer beleidskeuzes in. Zoals de fractie bij de behandeling van de Kadernota al heeft aangegeven is dit nu niet het moment om nog allerlei zaken of cadeautjes via moties of amendementen mee te geven aan de volgende raad. De heer Klinkhamer vindt in domein 1 een ding opvallen. Daar is men ook tevreden mee.

Dat is de visie op het sociaal domein. Het uitgangspunt oor de begroting. De nieuwe raad krijgt en geeft ruimte om daarmee te werken. Nog een vraag over de technische beantwoording van vragen tijdens de begrotingsmarkt. Het gaat om de vraag over hoeveel jongeren onder de achttien jaar in 2020 -2021 uit huis geplaatst zijn. Het antwoord was schokkend en niet geheel volledig. Er zijn in de gemeente 215 kinderen uit huis geplaatst. Voor een deel vrijwillig en 49 die naar de JEP zijn gegaan. Wat niet duidelijk wordt of er sprake is van uithuisplaatsing dit jaar of dat het een verlenging is van vorig jaar. Heeft het college goed zicht op hoeveel kinderen er dit jaar (2021) uit huis zijn geplaatst? Mevrouw Becker heeft een vraag over veilig leven. Het gaat om het percentage senioren dat aangeeft voldoende ondersteuning te ontvangen om veiliger thuis te kunnen blijven wonen. Dat percentage is maar 12%. Dat betekent dat 88% vindt dat men onvoldoende ondersteuning krijgt. In de toelichting staat dat er betere informatievoorziening moet komen om die 12% te verhogen. Echter, dan komt toch eerst de vraag waarom het percentage dat aangeeft voldoende ondersteuning te ontvangen zo laag is. Hoe denkt men door middel van informatievoorziening de situatie te verbeteren? Men is het eens met het CDA. Er mot meer aandacht komen voor het zorgonderwijs. Daar is indertijd een motie voor ingediend.

In die motie is gevraagd om een driedaags evenement om jongeren kennis te laten maken met verpleegkundige en verzorgende beroepen. In samenspraak met zorgorganisaties en scholen. Hierover heeft van het college nog niets over vernomen. Wat kan de wethouder hierover meedelen? De heer Stam begint met een aanvullende vraag op het antwoord op een technische vraag over de subsidie over de geëscaleerde zorg. Op pagina 118 staat een ingewikkelde tabel met een toelichting op pagina 119. Er zit een technische correctie in die te maken heeft met de bijdrage aan SAVE. Men heeft niet kunnen vinden waar men die post in de begroting 2022 en

5

later weer kan terugvinden. In de tabel op pagina 118 komt het subsidiebedrag verder niet meer voor. Kan de wethouder dit toelichten? Over inburgering is ook een vraag gesteld. In het antwoord verwijst men naar twee informatienota’s. Een te summier antwoord. Daar staat niet veel concreets in. Het antwoord staat bovendien los van de vraag naar de visie van de aanpak van de inburgering. Daarbij gaat het ook om de combinatie van schooluren en andere activiteiten voor statushouders. Aan werk helpen op het juiste niveau speelt bij de inburgering ook een belangrijke rol. Misschien zitten al die punten in het uitvoeringsplan voor de inburgering, waarvan spreker hoopt dat men dat nog een keer toegestuurd krijgt. Over de vraag van de heer Klinkhamer over de jeugdzorg en de beantwoording daarvan is spreker eveneens in afwachting. Hoe kijkt het college aan tegen het aantal van 215? Als laatste de toekenningen en verantwoordingen van subsidies. Er is een subsidieregister. Daarin zitten twee blokken, een eenmalige subsidie en de jaarlijkse subsidie. Opgevallen is dat er nogal wat organisaties zijn die een jaarlijkse subsidie ontvangen, maar die ook nog eens een of meerdere eenmalige subsidies ontvangen. De meest bijzondere organisatie op dit punt is Tympaan-de Baat.

Hoe werkt die subsidiesystematiek? De heer De Haan merkt op dat men als gemeente in 2022 extra 1,9 miljoen euro extra ontvangt voor de jeugdzorg. Voor 2023 en verder zijn de extra middelen nog onzeker. Wat gaat het college doen aan die onzekerheid, afwachten of zelf keuzes maken? Aangegeven is dat er meer huisartsen betrokken worden bij de samenlevingsagenda. Waarom zijn de aangenomen moties over de samenwerking om POHG-GGZ bij de samenwerking te betrekken niet uitgevoerd? Wethouder Schuurs geeft aan de bezuiniging op cultuur een keuze is geweest die men vorig jaar gemaakt heeft. Het college meent da men die in stand kan laten. Het is aan de raad hoe men gaat besluiten over de begroting. Hoe men die vorm gaat geven. De wethouder kan instemmen met de opmerking van mevrouw Groen. De begroting ziet er nu goed uit. Dat moet ook zo blijven. Ad hoc dingen doen is niet handig. Maar daar gaat de raad zelf over. Sinds dit jaar wordt er per gebruiker van die hulp minder minuten besteed. Hoe de ervaringen daarmee zijn kan de wethouder niet aangeven. Het zou natuurlijk mogelijk kunnen zijn dat er in sommige gevallen weer extra hulp verleend moet worden. Men kijkt wel naar de persoonlijke omstandigheden. De heer Kroon denkt dat het voornamelijk voor nieuwe indicaties waarvoor de verlaging van hulp geldt.

Het is toch van belang om achteraf bekeken kan worden hoe die hulp verloopt en of mensen ook tevreden zijn. Is dat niet inzichtelijk te maken zodat men volgend jaar een beeld heeft hoe dat is voor de nieuwe cliënten? Dan weet men achteraf weliswaar of er sprake is van voldoende zorg. Wethouder Schuurs kan op dit moment geen concreet antwoord geven op de gestelde vraag. Wanneer er weer een cliënttevredenheidsonderzoek is geweest komt het beeld wel naar voren. Het exacte moment daarvan kan men nog niet aangeven. Er was ook een vraag over de sociale kracht monitor. Het is aan de raad met welke monitoren men wil werken. De wethouder denkt dat men uit de monitor sociaal domein, die blijft, voldoende informatie kan halen. De ervaring is dat er van veel doorgevoerde onderzoeken 6

weinig gebruik gemaakt wordt. Dat is dan ook niet verhelderend voor hetgeen men wil bereiken. Met betrekking tot de instroom van de bijstand is men altijd rechtvaardig en kritisch. Dat blijft men ook. Alleen is het hier nog eens expliciet genoemd. Soms willen mensen niet op vacatures reageren. Dan is het ook niet de bedoeling van de gemeente om een bijstandsuitkering te verlenen. De mensen die het nodig hebben krijgen de uitkering. De heer Van Bemmel vraagt of het goed begrepen is dat er geen verandering wordt voorgesteld, maar dat het meer een voortzetting is van de huidige gang van zaken. Wethouder Schuurs beaamt dat. Misschien dat men nog iets kritischer is geworden. Een jaar geleden had men nog geen idee hoe de arbeidsmarkt zich zou ontwikkelen. Me de huidige arbeidsmarkt kan men ook kritisch zijn. Er zijn weer heel veel vacatures. Een aantal sportverenigingen zijn heel duidelijk bezig met inclusie. Niet allemaal. De groepen die men specifiek wil benaderen zijn nog niet benoemd. Men kan dus ook nog geen exacte te bereiken resultaten aangeven. Men komt terug op wat men exact wil gaan doen. Er is wel een bijeenkomst in november gepland om met mensen uit allerlei organisaties hierover te gaan spreken. Er is geen apart beleidsplan op het gebied van inburgering. En doet de inburgering samen binnen de U16. De inkoop van de taaltrajecten doet men met de U16.

Men wil dat de statushouders snel de taal leren. Werk helpt daarbij heel goed. De nadruk om een plek te verwerven ligt dat ook op taal en werk. De heer Stam heeft het gelezen over de U16. Daarbij kwam gelijk de gedachte hoe men dat dan gaat organiseren. Inburgering moet men dicht bij huis hebben. Gaat men dat nu op afstand zetten door het in U16-verband te gaan doen? Wat is het eigen idee van de gemeente hoe de inburgering het beste aangepakt kan worden? Dit laatste mist men. Hoe kan men de inburgering succesvol laten verlopen? Wethouder Schuurs denkt dan men met de U16 als grotere eenheid makkelijker de inkoop van de taallessen kan doen. Het is wel zo dat de inburgering dicht bij huis moet plaatsvinden. Cursussen moeten binnen de eigen gemeente plaatsvinden. Dat geldt ook voor de begeleiding naar werk. Er is recent een informatienota over geweest. De heer Stam bevestigt dit. Alleen heeft die nota geen duidelijker beeld verschaft. Wethouder Schuurs vond die nota juist uitgebreid. De wethouder heeft de oplossing niet paraat. Misschien moet men er nader over spreken of er meer informatie over verstrekken. De heer Stam belooft de wethouder de informatienota’s nog eens extra goed te lezen. Zonodig komt men er in een volgende commissievergadering op terug. Wethouder Schuurs wil wel kijken of er nog aanvulling nodig is op de informatienota’s. Het CDA ziet weinig ambitie.

Ook is er verwarring over de cijfers. Die verwarring is er ook. De gemeente gebruikt de cijfers van mensen die echt in de bijstand zitten. Dat zijn 450 tot 500

7

mensen. Hoeveel er heel veel in-en uitstroom is, blijft dat cijfer redelijk constant. Men krijgt dat aantal echt niet heel erg naar beneden. Mevrouw De Korte geeft aan dat het aantal mensen in de bijstand dit jaar vanwege corona extreem hoog is. Echter, kan men geen streefgetal neer zetten dat men naar een vermindering van 20% kan gaan? Wat vindt de wethouder daarvan? Wethouder Schuurs brengt naar voren dat het aantal bijstandtrekkers dit jaar niet extreem hoog is. Tijdens de coronaperiode is er nauwelijks een verhoging geweest. Veel mensen zijn in allerlei coronaregelingen terecht gekomen. De mensen die werkloos geworden zijn, zijn eerst langs het UWV gegaan. De getallen in de begroting had men niet zo op moeten nemen. Men had moeten zien dat die niet kloppen. Zoals gezegd zit men rond de 400 à 500 mensen in de bijstand. Dat is een vrij stabiel aantal. Men kan wel aangeven dat men naar een reductie streeft van 20%, maar op basis van de ervaring van de afgelopen jaren gaat dat niet lukken. Men zet wel echt goed in op een vermindering. Men ziet een uitstroom, maar aan de andere kant blijft ook de instroom. De wethouder zou niet weten waarop de reductie van 20% op gebaseerd is. Mevrouw De Korte maakt zich zorgen over het feit dat er maar zeven mensen bij Kansis Groen zitten. Dat komt omdat er te weinig personeel beschikbaar is. Dat is toch vreemd.

Zeven mensen is toch weinig in relatie tot de hoeveelheid groenonderhoud in de gemeente? Men kan toch mensen uit de bijstand bij Kansis Groen onderbrengen? Die ambitie zou het CDA graag willen zien. Wethouder Schuurs geeft aan dat men daarmee constant bezig is. Men heeft een traject lopen zowel bij Kansis Groen als bij Werkwijzer voor mensen met een statusachtergrond die moeite hadden met het leren van de Nederlandse taal. Er zijn tien mensen geplaatst. Werk en Nederlands leren. Op dat punt heeft men wel wat last gehad van corona. Maar ondanks deze trajecten lopen de aantallen mensen die gaan werken niet echt hard op. Het is echt moeilijk om het aantal mensen onder de streep bij de bijstand naar beneden te krijgen. Wat men ook doet het aantal blijft rond de 500 hangen. Men kan wel een reductie opschrijven van 20%, maar het punt is dat men weet dat men het niet kan realiseren. De heer Kroon denkt dat men de vraag van het CDA anders moet stellen. Doet men voldoende, zoals bij het voorbeeld van Kansis Groen, om mensen die daarvoor in aanmerking komen daar te plaatsen. Er is voor Kansis Groen voldoende werk, dus uitbreiding van het personeel hoeft geen probleem te zijn. Wanneer dat klopt zou men misschien meer mensen uit de bijstand kunnen helpen. Zo ja, misschien moet er dan wel meer gedaan worden om de mensen uit de bijstand te helpen. Daar heeft spreker geen goed beeld van.

Heeft de wethouder dat wel? Wethouder Schuurs geeft aan dat men het op 18 november ook over gaat hebben. Men probeert er heel veel aan te doen. Men heeft deze week nog gesproken met Kansis Groen. Men kan mensen plaatsen. Daar waar werk is, kunnen of willen niet altijd mensen willen werken. Men kan niet makkelijk realiseren dat mensen het toch gaan doen, zeker wanneer ze een totaal andere werkachtergrond hebben. Het is heel goed wanneer men op de avond in 8

november hier goed over doorspreken. In basis is de wethouder het eens met mevrouw De Korte en de heer Kroon. Het zou mooi zijn wanneer men die slag kan maken. De heer Stam stelt nog een vraag over de indicator. Heet is een principieel punt. De informatie die het college aan de raad verstrekt, dient te kloppen. Het aantal mensen in de bijstand wordt bevestigd. Kijkt men naar 2019 dan staat er dat het gaat om 161 mensen per 10.000 inwoners. Dat klopt al niet. Het jaar daarna, 2020, klopt evenmin. De jaren daarna kloppen de cijfers ook niet. Het college moet gaan kijken hoe dit nu kan en of deze indicator op deze manier doorgezet moet worden. Op dit moment is het een onjuist gegeven. Wethouder Schuurs kan de heer Stam alleen maar gelijk geven. Het is spijtig dat het zo in de begroting terecht is gekomen. De heer Stam vraagt zich af of er nog meer indicatoren in de begroting staan die er zo naast zitten. Wethouder Schuurs geeft toe dat er bij project als de begroting er altijd fouten in kunnen zitten. Men hoopt dat het vaak om typefouten gaat, maar dit is echt een vervelende fout. De indicatoren vormen soms een probleem. Zoals de 12% van de senioren dat aangeeft voldoende ondersteuning te krijgen. Men is verplicht om die indicatoren op te nemen. Men is verplicht om ze te gebruiken, terwijl men denkt wat staat hier nou.

Van de senioren geeft 12% aan voldoende steun te ontvangen om veilig thuis te kunnen blijven wonen. Op dat punt wordt men gehinderd door wetgeving. Men is verplicht deze indicator op te nemen, terwijl men niet weet waarop men moet sturen. Men verwacht op dit punt een veel hoger percentage. Men kan zich niet voorstellen dat zoveel senioren net veilig thuis kunnen wonen. De heer De Haan vraagt waar deze opgelegde indicatoren dan vandaan komen als blijkt dat ze niet overeenkomen met de realiteit. Wethouder Schuurs meldt dat de indicatoren heel vaak komen uit de vraag Waar staat de gemeente. Dat zijn lastige zaken. Het vervelende is dat men ze niet uit de begroting mogen houden, omdat men verplicht is om ze op te nemen. De heer De Haan stelt dat de 12% die zegt tevreden te zijn gebaseerd is op een onderzoek. Wie voert dat onderzoek uit? Wethouder Schuurs meldt dat de uitvoering van het onderzoek wisselend is. Er wordt gekeken hoe men dat in de toekomst moet gaan doen. Mevrouw De Korte vindt de uitleg heel erg verwarrend. De gegevens van Waar staat de gemeente die komen toch van de gemeente? Die levert de gemeente toch zelf aan. Wethouder Schuurs denkt dat dit best zou kunnen. Het neemt niet weg dat en met de twee voorbeelden die men net heeft gezien toch niet de informatie heeft die behulpzaam is.

Waar staat de gemeente haalt informatie deels bij de gemeenten vandaan en deels bij het CBS en het IBV en ander bronnen. 9

De heer Kroon komt terug op de 12%. Die komt uit de monitor sociale kracht. Die heeft de gemeente zelf uitgevoerd. Dan weet men ook welke vraag gesteld is. Dus waar het cijfer vandaan komt. Dan moet men toch ook een verklaring voor dat cijfer kunnen geven? Wanneer men hier te maken heeft met een verplichte indicator, hoe kan men dat het cijfer in de toekomst invullen wanneer de monitor niet meer bestaat? Wethouder Schuurs geeft aan dat de monitor sociale kracht inderdaad niet meer terugkomt. Dan heeft men ook niet meer zoveel aan deze indicator. Men moet dan heel goed gaan kijken naar indicatoren waar men wel wat aan heeft. Dat is van waarde voor waarop men wil sturen. Voor beleidsplannen stelt men met elkaar vaak weer andere indicatoren vast. Dan het punt subsidies. Tympaan- de Baat ontvangt een structurele subsidie. Daarnaast ontvangt de organisatie ook eenmalige subsidies voor projecten. Tympaan- de Baat is ook heel actief om landelijke subsidies binnen te halen. Die zijn ook vaak voor projecten. Wat betreft de inkomsten ten behoeve van de jeugdzorg meldt de wethouder dat men het geld nu gekregen heeft van het Rijk. Zowel Rijk als provincie hebben aangegeven dat men voor de komende jaren 75% van dit bedrag in de boeken mag opnemen. Dat is echter geen harde zekerheid. Het Rijk heeft het geld nog niet structureel willen opnemen.

Het volledige antwoord komt op een later moment. Wethouder Van Uden begint met het punt techniekonderwijs. Bij het VLC is een ontwikkeling gaande. Er is een techniekruimte ontwikkeld. Het gaat om techniek in de breedste zin van het woord. Er is daarbij ook aandacht voor zorgtechniek. Men zorgt ervoor dat alle basisscholen daar langskomen. Met men bedoelt de wethouder de organisatie TechNet, die dit allemaal regelt. De gemeente subsidieert dat hele traject maar voor een klein deel, 20.000 euro per jaar. De werkelijke kosten van het project lopen in de tonnen. De wethouder is het eens met de commissieleden dat men meer aandacht moet hebben voor de zorg, maar de gemeente heeft relatief weinig zeggenschap over het onderwijsbeleid. Bij het onderwijs geldt dat wanneer men iets wil dat men het moet doen. De gemeente vindt natuuronderwijs ook heel erg belangrijk. Daar heeft men De Woudreus voor. Samen met de andere ODRU-gemeenten heeft men besloten dit te gaan doen. De Woudreus ontvangt van de gemeente 190.000 euro per jaar subsidie. Wat betreft techniek heeft de gemeente gezien dat men dat niet zelf kan. Daar heeft men veel partners bij nodig. Gelukkig bestaat daarvoor landelijk veel aandacht. Daarom hoeft de gemeente daarvoor maar een klein bedrag aan subsidie te verstrekken.

Eigenlijk zouden op landelijk niveau veel zorgbedrijven moeten zeggen dat men zorgonderwijs belangrijk vindt. Dat men daar vervolgens wat mee gaat doen. Dan kan de gemeente zich daarbij aansluiten. Wanneer de raad aangeeft dat men het zorgonderwijs net zo belangrijk vindt als het natuuronderwijs, dan kan de gemeente het regelen, maar dan weet de raad welk bedrag daar ongeveer bij hoort. Mevrouw Becker geeft aan dat er in de motie opgeroepen is om iets samen te doen met de zorgorganisaties. Die zouden het moeten organiseren. Binnen een jaar zou de wethouder op de motie terugkomen. Tot nu toe heeft men niets gehoord. Wethouder Van Uden vraagt de griffie om welke toezegging het gaat. Daarna komt de wethouder erop terug. 10

Elke uithuisplaatsing van jongeren is er een teveel. Helaas lukt het niet om tot nul uithuisplaatsingen te komen. Elke uithuisplaatsing is verschrikkelijk en ingewikkeld. Vaak gebeurt het als gevolg van externe factoren. Verschillende rapporten laten dat zien. SAVE vindt het moeilijk om de juiste mensen te vinden en om op het juiste moment in te grijpen. De wethouder deelt de zorgen van de commissie en men heeft de intentie om het beter te doen. Alleen kan men niet toezeggen dat dit daadwerkelijk gaat lukken. De heer Klinkhamer snapt dat het niet in een keer beter kan. Spreker snapt ook de situaties. De vraag was alleen hoeveel uithuiszettingen er in 2020 – 2021 geweest zijn. Heeft het college het antwoord op deze vraag? Mevrouw De Korte meldt dat er onlangs een motie in de Tweede Kamer is aangenomen. Dat kinderen zelf mogen kiezen wie er met hen meegaat bij dit soort ernstige problemen. Is de wethouder daarvan op de hoogte? Krijgen de kinderen in deze gemeente ook de kans om iemand mee te nemen die ze vertrouwen? Wethouder Van Uden zegt toe in bredere zin terug te komen op de uithuiszettingen. Men heeft niet alle getallen, wel die gedwongen uit huis geplaatst zijn. Het aantal vrijwillig uit huis geplaatste kinderen kent men niet. Het pure getal kan men leveren voor de raadsvergadering. Wil men er een verhaal bij via een informatienota dan wordt het na de raadsvergadering.

De voorzitter concludeert dat het getal voor de raadsvergadering komt en dat de informatienota er na komt. De heer Stam denkt dat het goed is om nog eens naar de problematiek te kijken. Om te bekijken wat de rol van de gemeente is bij de uithuisplaatsingen. Vijf jaar geleden is de jeugdzorg naar de gemeente gegaan vanuit de gedachte dat de gemeente daar beter zicht op zou hebben. Afgelopen jaar is er toch een aantal gevallen geweest waarbij ouders zich onheus behandeld voelden. Bemoeit de gemeente zich nog met zaken die door andere partijen zoals SAVE georganiseerd zijn dan wel worden? Spreker denkt dat het wezenlijk belangrijk is dat de gemeente erbij betrokken is, omdat de gemeente wellicht voor andere, betere oplossingen kan zorgen. Dat zou voor het kind ook beter kunnen zijn. Wethouder Van Uden denkt dat het met de jeugdzorg zo is gegaan: de gemeente heeft wel de verantwoordelijkheid gekregen, maar niet de zeggenschap. Op individuele casussen kan de gemeente niet handelen. Er is een gerechtelijke uitspraak die organisaties als SAVE de complete beslissingsbevoegdheid geeft bij casussen. Het college vindt die situatie erg ingewikkeld. De voorzitter suggereert dit punt mee te nemen in de informatienota. Wethouder Van Uden neemt de suggestie mee. Het is overigens een landelijk probleem.

De toegezegde middelen vormen nog geen zekerheid, maar wel met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Door VWS, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordigers en de VNG is de hervormingsagenda jeugd 2022 – 2028 opgesteld. Die agenda heeft de intentie om ervoor te zorgen dat die extra middelen niet meer nodig zijn. 11

Er zijn drie doelstellingen geformuleerd. Het verbeteren van de toegang tot een betere kwaliteit van de jeugdhulp, het verbeteren van de kosten van de beschikbaarheid van jeugdhulp en de versterking van het inzicht van het functioneren van het systeem. Het college hoopt dat er wat goed uitkomt. Het beheersen van de kosten en het verbeteren van de toegang lijkt een tegenstelling. Uiteindelijk wordt meer dan 90% van het geld voor de jeugdzorg uitgegeven aan mensen die in dienst zijn. Dat aantal mensen zal omlaag moeten wanneer men minder kosten wil. Wat betreft POH GGZ Jeugd uit men de veronderstelling dat de motie niet is uitgevoerd. Het college had zeker de intentie om de motie uit te voeren. Men heeft met alle huisartsen gesproken. Alle huisartsen hadden de mogelijkheid om de POH GGZ Jeugd betaald door de gemeenten en de zorgverzekering te krijgen. Niet alle huisartsen hadden de behoefte om hieraan mee te werken. Huisartsen mogen een eigen afweging maken. De gemeente kan ze niet dwingen. Men hoopt dat die laatste groep zich alsnog gaat aansluiten. De motie is constant in uitvoering. De heer Klinkhamer heeft gehoord dat elke huisarts voor de POH twaalf uur per week op basis van een normpraktijk vergoed krijgt van de zorgverzekering.

In hoeverre moet de gemeente dan ook nog meefinancieren? Wethouder Van Uden heeft als laatste informatie dat de situatie in Abcoude/Baambrugge de situatie anders is dan in de rest van de gemeente als gevolg van een andere zorgverzekeraar. Mocht dit onjuist zijn, dan komt de wethouder erop terug. Wethouder Schuurs komt terug op de indicatoren. In de toelichting staan de indicatoren die alle gemeenten moeten opnemen. Over de andere indicatoren heeft de raad in juni 2019 besloten ze op te nemen. Deze indicatoren hoeft men niet verplicht op te nemen. Voor de jeugdzorg is het bedrag via de septembercirculaire echt door het Rijk gegeven. Voor de jaren daarna kan men 75% van het bedrag in de begroting opnemen. Wanneer men dat niet krijgt, moet(en) de gemeente(n) grote bezuinigingen doorvoeren. Tweede termijn De heer Kroon reageert op het antwoord van de wethouder op zijn vraag over de bezuiniging op de kunst- en cultuursector. Bezuinigingen terugdraaien is geen cadeautje maar een investering in deze sector. En daardoor om de aantrekkelijkheid van de gemeente. Er is de afgelopen tijd al veel bezuinigd op deze sector. Men komt erop terug tijdens de raadsvergadering. Mevrouw De Korte heeft wel een probleem met de indicatoren die niet kloppen. Maar men moet wel de programma begroting gaan goedkeuren.

Worden die probleemindicatoren eruit gehaald? In elk geval kloppen een aantal getallen niet. Men moet de begroting wel gaan goedkuren. Misschien moet er een aantal indicatoren verwijderd worden? Men is benieuwd naar de werkelijke cijfers. Afgesproken is dat men indicatoren en streefwaarden zou vaststellen. De ambitie is streefwaarden vaststellen. Op het punt over langdurige trajecten heeft spreekster geen antwoord gehad. Het is jammer dat men toch te weinig ambitie terugvindt. De vraag is of niet meer streefindicator ingezet moeten of kunnen ingezet worden. 12

Mevrouw Becker sluit zich graag aan bij de vorige spreekster. Dat geldt ook voor de 12% die aangeeft onvoldoende steun te ontvangen. Wanneer dat niet klopt dan stelt men voor om het eruit te halen, omdat men anders uitgaat van cijfers waar men niets mee kan. Of men moet binnen korte tijd wel een realistisch cijfer kunnen geven. Wethouder Schuurs snapt wat er bedoeld wordt met betrekking tot de kunst- en cultuursector. Wat men gaat doen met de indicatoren ligt voor een deel aan de raad. Er zijn indicatoren die de raad heeft besloten. Daarvan kan men zeggen dat men ervan afziet. Dat geldt niet voor de personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners. Dat cijfer kan men wel aanpassen. Ambitie is een lastig geval. Op veel punten moet men dingen doen die men moet doen. Een grote ambitie daar bovenop is niet altijd helemaal passend. Men kan wel andere getallen neer zetten, maar wat is er dan meer dan die verandering van getallen. Men ziet wel de mutaties. Men is goed bezig, zowel met ondernemers als met het plaatsen van mensen. Maar of dat gelijk in getallen moet terugkomen weet de wethouder niet. De keuze is aan de raad om een ander getal te bepalen. Mevrouw De Korte had nog meer vragen over andere indicatoren of over de tekst. Daar kwam men ook geen ambitie tegen. Er is natuurlijk veel gewijzigd naar aanleiding op de grip op het sociaal domein.

Er moeten binnen de organisatie ook meer evaluaties plaatsvinden. Dan zou men toch denken dat in aansluiting op de rapporten en de adviezen er minder kinderen in de jeugdhulp zitten. Kinderen moeten goed geholpen worden, maar er moet niet teveel en te lang hulp gegeven worden. Wethouder Van Uden geeft aan dat men de ambitie wel heeft. Het punt is dat de begroting is ontvangen voor de raadsbehandeling van september over de toegang 2.1. Wanneer men die stukken samen leest dan ziet men wel de ambitie. Mevrouw De Korte doelt ook op de rapporten die zijn uitgebracht. Daarin staan adviezen over hoe om te gaan met langdurige en korte trajecten. Misschien kan men op een latere termijn bekijken of dat effect heeft gehad. Men gaat ervan uit dat de organisatie met die rapporten aan de slag is gegaan. Met als resultaat minder langdurige jeugdhulp en minder jeugdhulpaanvragers. Wethouder Van Uden meldt dat het doel van het college vooral gericht is op het verlenen van betere hulp in plaats van minder hulp. Dan kan het waarschijnlijk ook korter. Dan zijn kinderen ook beter geholpen. Het traject op dit punt waarop is ingezet, is nog niet afgerond. Voor eind oktober staat weer een bijeenkomst gepland. Dan wordt de raad meegenomen in wat het college gedaan heeft. De voorzitter sluit de discussie over domein 1 na de toezeggingen herhaalt te hebben.

Wethouder Van Uden merkt op dat de aangehaalde toezegging over jeugd wel heel breed is. Het gaat specifiek over de uithuisplaatsingen.

13

Mevrouw Becker heeft nog een vraag gesteld over de 12% senioren die vinden dat er onvoldoende steun is om veilig thuis te kunnen wonen. Die cijfers zou men nog eens goed bekijken. Wethouder Schuurs zegt toe dit te doen. De voorzitter sluit nu echt de discussie over domein 1. Dan komt nu domein 3 en het algemene deel aan de orde. Domein 3 en de financiële begroting De heer De Haan kijkt uit naar het implementeren van het participatiebeleid. Dan in algemene zin. Het restant van de coronacompensatie in 2020 – 2021 geeft de mogelijkheid om ondernemers eenmalig extra te ondersteunen. Echter, er is nog steeds sprake van een structurele verhoging van lasten. Door de ondersteuning worden ze minder hard geraakt. Waarom spreekt men eigenlijk van ondersteuning? De programmabegroting is sluitend door meevallers vanuit het Rijk. Wat doet de gemeente zelf om zonder meevallers van het Rijk een sluitende begroting te kunnen presenteren? Op pagina 9 komt er een voorstel van de auditcommissie betreffende het omgaan met de incidentele kosten. Dat had er al lang kunnen zijn. Waarom heeft dat zolang geduurd? De begrote hoogte van de incidentele kosten, volgens de begroting 2,4 miljoen euro, zijn lager dan voorheen. In 2020 – 2021 ging het over 32 miljoen euro.

Hoe verklaart men dat verschil? Wat wordt er nu anders gedaan? Er zijn geen grondexploitaties meer waaruit de incidentele kosten gedekt kunnen worden. Het is goed dat jaarlijks de algemene reserve wordt aangevuld. Dan het punt juridische zaken. Hoe wordt ervoor gezorgd dat men actuele juridische kennis in huis heeft? Die kennis heeft te maken met elk werkveld van de gemeente. Kennis is daarbij de basis en het goed uitvoeren van een procedure is een tweede. Het investeringsplafond wordt overschreden. Wat is de reden dat de overschrijding niet aan de raad is voorgelegd? In het treasury statuut staat dat het investeringsplafond elke vier jaar wordt herzien. Dat is medio dit jaar nog niet gebeurd. Waarom is dat niet gebeurd? Wat zijn de uitgangspunten bij de herverdeling van het gemeentefonds en wordt daarbij invloed op uitgeoefend? De ontwikkeling van de algemene reserve wordt uitsluitend gevoed door de rekeningresultaten. De grondexploitaties drogen echter op. Hoe gaat men er dan voor zorgen dat de algemene reserve op peil blijft? De heer Stam heefteen vraag over het coronaherstelplan. De antwoorden op de technische vragen hierover waren nogal erg algemeen.

Heeft men er een beeld van welke sectoren in de gemeente die steun nodig hebben? Beperkt men zich bij de steun tot wat het Rijk op dit punt vergoedt? Of steekt het college daar ook nog zelf geld in? Dat moet dan wel begroot zijn, maar spreker heeft dat niet terug kunnen vinden. Dan zijn er vragen gesteld over de voorziening met betrekking tot de afvalstoffenverwerking. Men zou het op prijs stellen om voor de begrotingsraad een nadere meerjarige onderbouwing te zien van de opbouw van deze voorziening. Vanaf het jaar dat men op dat punt een tekort had. Het gaat er per jaar om wat de gerealiseerde kosten en opbrengsten zijn, dan wel wat de verwachting is van de ontwikkeling van die voorziening. Dat geeft een inzicht of de ingestelde 14

tarieven wel of niet toereikend zijn. Dan wel of men in 2022 of later weer met tekorten wordt geconfronteerd, waardoor men de algemene reserve weer moet aanspreken. Kijkend naar de tweede bestuursrapportage dan is die zorg terecht. Daarin ziet men dat de begrote dotatie van 77.000 euro voor dit jaar al is gehalveerd. Dan het investeringsplafond. Het college stelt voor om daarvan af te wijken. Dat is wel een wat makkelijk voorstel. Waar heeft men het investeringsplafond dan voor? Er is indertijd uitgebreid over gesproken. Het overschrijden schijnt structureel te zijn. Eigenlijk stelt het college voor om het plafond maar los te laten. Kijkend naar het investeringsprogramma, de tabel op pagina 176, dan ziet men dat het investeringsprogramma voor de periode 2022 – 2025 39 miljoen euro bedraagt. Maar dat meer dan 24 miljoen euro is geprognotiseerd voor 2022. Is dat een realistisch programma? Men kan zich voorstellen dat men het investeringsprogramma bijstelt op een manier dat het onder het investeringsplafond is gebracht. Wat kan men van de geplande investeringen doorschuiven? Graag een indicatie van het college op dit punt? Spreker stelt voor dat men zich houdt aan de spelregels die men zichzelf heeft opgelegd. Wanneer men dat niet doet, dan hoeft men er in de toekomst ook geen afspraken meer over te maken. De heer Van Bemmel begint over pagina 53 punt 3.4.2.

Het meer betrekken van kinderen en activeren van jongeren. Zoals gezien bij de inspraak over zon en wind was er veel sprake van inwonersparticipatie. Jongeren waren daarbij onder vertegenwoordigd. Daarom is het goed om jongeren te activeren. Dat vereist wel een andere aanpak dan die tot op heden is toegepast. Hoe gaat men jongeren bij de beleidsontwikkeling betrekken? Hoe zorgt men ervoor dat dit aansluit bij hun belevingswereld? Mevrouw Becker brengt het integraal veiligheidsplan ter sprake. Er staat dat men de inwoners en de buurt moet betrekken bij de aanpak van onveiligheid. Tien jaar geleden had men nog actieve buurtcomités. Die bestaan niet meer. Hoe wil men nu organiseren dat inwoners en de buurt betrokken zijn? Verder is aangegeven dat men op verschillende beleidsterreinen toezicht en handhaving wil intensiveren. Nu is de gemeenten niet bekend als een intensieve handhaver. Over welke beleidsterreinen gaat het? Wat gaat de gemeente anders doen dan voorheen? Pagina 80 laat zien dat de schuldquote oploopt. Bij de toelichting staat dat een laag percentage gunstig is. De solvabiliteitsratio loopt juist af. Daarvan staat in de toelichting dat een hoger percentage gunstiger is voor de weerbaarheid van de gemeente. Hoe moet men beide zaken verklaren? Graag een toelichting? De heer Schreurs merkt op dat er vragen zijn over de veiligheid op het parkeerterrein bij het zwembad.

Spreker weet niet of dit kenmerkend is voor de algemene situatie. Er zijn ook zorgen naar voren gekomen over veel illegale bewoning van bedrijfspanden op het bedrijventerrein. Het algemene idee is dat er weinig tot niet gehandhaafd wordt. In de begroting zit nog wel wat ruimte voor handhaving. De vraag is of die ruimte voldoende is in geval het college de zorgen en klachten herkent. Dat er structureel meer ingezet moet worden op handhaving. Is het college bereid, in geval daar meer financiële ruimte voor nodig is, daar voorstellen voor te doen. Bij de dienstverlening van de gemeente heeft spreker geluiden gehoord dat veel zaken blijven liggen respectievelijk dat het veel langer duurt dan wenselijk is voordat de zaken zijn 15

afgehandeld. Dit zou het gevolg zijn van een capaciteitsprobleem. Wanneer dat zo is, vindt het college dan niet dat men daarop moet inzetten? Moet het college dan niet duidelijk maken welke ruimte men daarvoor nodig heeft? Dan kan men een keuze maken. Kennelijk maakt het college die keus niet. Beide punten leiden tot de financiële situatie in algemene zin. Wat gebeurt er wanneer de budgetten vanuit het Rijk die men nu heeft gekregen in de toekomst anders worden dan wel dat die budgetten niet meer toereikend zijn? Daar komt de component van afvalstoffen ook nog bij. Dat moet uiteindelijk door de inwoners worden opgebracht. Voeg daarbij wat het college zelf zegt over de risico’s. Dat zijn best alarmerende zaken. Gemeentelijke kosten die een steeds langduriger karakter krijgen, dat de schuldenpositie toeneemt, de algemene reserve die onder de tien miljoen euro zakt en dat er binnenkort geen inkomen meer komt uit de grexen. Uit de begroting komt naar voren dat de gemeente het fantastisch doet. De gemeente is een van de goedkoopste in de provincie en men verhoogt de OZB slechts met het inflatiepercentage.

Moet men in het licht van het recente verleden met bezuinigingen en de niet optimistische toekomst niet mogelijk andere keuzes maken? Heeft het college dat overwogen? Zo niet, wat is de reden om dit niet te doen? Heeft men gekeken naar de verhoging van de eigen inkosten? Zo niet, waarom niet? De heer Richter ziet een in basis mooie en sluitende begroting liggen. Het is wel zo dat de uitkomst van de septembercirculaire daaraan heeft bijgedragen. Wel moet men kritisch blijven kijken. Wat doet men wel of niet. Wanneer men extra ruimte heeft, geeft men die dan weer gelijk weg door bijvoorbeeld bezuinigingen terug te draaien. Wil men wel of niet extra eigen inkomsten genereren? Volgens spreker moet men niet meer van inwoners en ondernemers vragen wanneer dat niet nodig is. Kijkt men naar het voorstel om eenmalig de OZB niet-woningen te verlagen, dan vindt spreker dat een goed gebaar. Men was sowieso al niet voor die OZB-verhoging. Men draagt nu in elk geval iets bij aan de crisis waar ondernemers mee te maken hebben. Men heeft nog veel te doen. Daarbij moet men wel goed kijken wat men oppakt of wat men niet oppakt. Wanneer is goed goed genoeg? Kan men achteraf of tussentijds de effecten van maatregelen zien? Cyberveiligheid is een belangrijk onderwerp. Misschien gaat men er wel in investeren.

Intensivering van handhaving op verschillende beleidsterreinen, zoals openbare ruimte, verkeer, sociaal domein en burgerzaken. Daarbij moet men ook kijken naar de opbrengstenkant. De cybercampagne jongeren is uitgevoerd. In de volgende fase worden ook de ouderen betrokken. Op zich heel goed. Echter, kijkt men ook terug? Heeft het college een beeld van wat de campagne heeft opgeleverd? De gemeente gaat oefeningen doen op het gebied van cyber. Een of meer oefeningen? Hoe bepaalt men wanneer het goed genoeg is? Het betrekken van inwoners ten behoeve van buurtapps en burgernet is ook goed. Maar, het is wel algemeen, want de gemeente gaat het stimuleren en faciliteren. Hoe geeft men er een vervolg aan? Hetzelfde geldt voor handhaving. Men moet wel wat doen met een melding, anders laten burgers het op dit punt weer afweten. Wat betreft IVP lijkt het goed te gaan. Men gaat een nieuw IVP voorbereiden voor volgend jaar. Goed. Echter, de kant van het sociaal domein wordt erbij gemist. Samenwerking in allianties is mooi. Wat men daarbij mist is de blik op het noorden. Men heef niet alleen de Utrechtse kant.

16

Wat men allemaal gaat doen op het gebied van participatie is geweldig. Daar hoort ook communicatie bij. Daarbij mist men echter de visie op de communicatie. Hoe wil men jongeren daarbij betrekken? Men gebruikt een aantal apps. Kijkt men wel eens serieus naar het aantal mensen dat er gebruik van maakt? Is de gekozen insteek de juiste? Dan privacy en privacy risico’s. Heel belangrijk. Men wordt bijna dagelijks geconfronteerd met knelpunten op dit terrein. Men leest hierover in de begroting dat men in 2022 tegemoet gaat komen aan een van de belangrijkste geconstateerde tekortkomingen in de bescherming van persoonsgegevens. Het is toch gek dat men dat pas gaat oppakken in 2022? Wat zijn de tekortkomingen? Wat doet men eraan? Welke risico’s loopt men? De rechtmatigheidsverklaring is uitgesteld. Uit de bestuursrapportage blijkt dat men nog niet op schema zit. Welke risico’s loopt men daarmee? Door de afname van de solvabiliteitsratio van 26% naar 15% vermindert de weerbaarheid. Hoe kijken college en raad hier tegenaan? Heeft men spelregels hiervoor? Vervolgens de top tien risico’s. Het is goed er inzicht in te hebben. De onbeantwoorde vraag is of deze risico’s aanvaardbaar zijn. Wat doet men eraan om de risico’s naar beneden te brengen? Men kan zich vinden in de voorgestelde ontwikkeling van de organisatie. Die is in het belang van de inwoners en de ondernemers.

Over de toekomst van het gemeentehuis spreekt men waarschijnlijk nog wel een keer op een later moment. De heer Doorn kan zich voor een groot deel vinden in het betoog van de heer Richter. Met name wat gezegd is over de IT-afdeling en alles wat daarmee samenhangt. Er is al eerder gevraagd naar de ontwikkeling. Daarover is nog geen informatie ontvangen. Wanneer men het in de begroting over data heeft, dan kan men vaststellen dat het de goede kant opgaat. Waar zit men nu in het traject? Men is er nog niet op het gebied van data gestuurd werken. Dankzij het resultaat in de septembercirculaire is de gemeente weer redelijk goed uit de problemen gekomen. Echter, er worden wel bezuinigingen doorgetrokken betreffende de kunst- en cultuursector. Daar zou het college van af moeten zien. Er wordt al zo weinig door de gemeente aan deze sector uitgegeven. Er zijn incidentele gelden beschikbaar, de coronaondersteuning, om de kunst- en cultuursector in de gemeente overeind te houden. Spreker is erg benieuwd naar de stappen die gemaakt zijn en die nog volgen bij het participatiebeleid. In het verleden is participatiebeleid regelmatig voorbijgekomen. Niet alle stappen op dat gebied waren even geslaagd. Hopelijk leidt het beleid nu tot meer succes. Het hybride werken is ook een punt van discussie geweest bij de plannen voor het nieuwe gemeentehuis.

De vraag is of de trend vaker thuiswerken werkelijk doorzet. Kan het college aangeven wat men eraan doet om het thuiswerken blijvend op een goed niveau te houden. Dat is zeker van belang bij het huidige gemeentekantoor. Op pagina 101 komt de terugvordering en het verhaal binnen het sociaal domein ter sprake. Daar heeft men 0,7 fte voor beschikbaar. Spreker is benieuwd wat die activiteit kost en wat die oplevert. De verordening voor terugvordering is door de gemeente naar aanleiding van de toeslagenaffaire aangescherpt. Heeft die aanscherping ook nog iets opgeleverd? Dan de verbonden partijen. Daarover kwam spreker in de begroting tegen dat er een focus ligt op het Groene Hart. Dat is navelstaren en het is kijken naar de verkeerde kant. De gemeente ligt aan de rand van het Groene Hart en men heeft veel meer te maken met de Bestuursregio Amsterdam. Via Amstelland krijgt de gemeente misschien wel wat informatie over die regio.

17

Waarom neemt de gemeente niet geformaliseerd deel aan de vergaderingen van de Bestuursregio Amsterdam? Dan wordt men rechtstreeks geïnformeerd. Vervolgens veiligheid in relatie tot de dienstverlening. Aangegeven is dat die dienstverlening zoveel mogelijk digitaal moet verlopen. Uit onderzoeken blijkt dat senioren, maar ook 50plussers, moeite hebben met de hele digitalisering van de dienstverlening. Die mensen kunnen ook cybercrime niet voorkomen. Spreker benadrukt het belang van een meersporenbeleid bij de dienstverlening. Dat moet ook een onderdeel zijn van het participatiebeleid. Mevrouw Borgstede is blij met de sluitende begroting. Dat is ook goed voor de inwoners. Voor een aantal punten vraagt spreekster nog wat extra aandacht. Op bepaalde momenten moet men even inzoomen om goed aan te kunnen geven wat men goed vindt of om extra duiding te vragen. Er is net gesproken over participatiebeleid en de communicatie erover. Men vraagt altijd aandacht te schenken aan de wijze van communiceren met inwoners. Een WhatsApp groep kan uitstekend gebruikt worden om een mededeling te verstrekken wanneer iets anders verloopt dan gepland was. Denk aan de plaatsing van de afvalcontainers bij de hoogbouw. Simpele zaken als dit mist men soms in het communicatiebeleid. Het is goed dat er meer zichtbaarheid komt van knelpunten en handhaving. Dat er meer boa’s zijn.

Die zichtbaarheid is toch nog te laag. Met betrekking tot verkeersveiligheid ziet men dat er op bepaalde momenten op bepaalde plekken iedereen onderweg is en dat eigenlijk iedereen haast heeft. Op zo’n plek en op dat moment zou er een boa rond moeten lopen om te kijken wat er allemaal gebeurt. Dan is het voor de inwoners zichtbaar dat de gemeente er aandacht voor heeft. Op pagina 55 punt 3.7.1 gaat het over data gestuurd werken. Daarbij maakt de gemeente gebruik van big data. Men vraagt aandacht voor het voorkomen dat men in de spreadsheetvalkuil trapt. Men heeft het over mensen. Men heeft gewoon harde en juiste cijfers nodig om een probleem aan te pakken. Goed dat er plannen voor het gemeentehuis zijn. Men is van mening dat zoveel mogelijk organisaties met elkaar moeten samenwerken. Op welke wijze zoekt de gemeente samenwerking met andere partijen wanneer men verder aan de gang gaat met het gemeentehuis? Partijen als de bibliotheek, de servicepunten en andere. Een soort huis van alles. Wat men van de dorpshuizen vraagt, moet men ook zelf willen doen. Wat betreft het herstel van corona wijst spreekster naar een fantastisch plan, Nieuwkoop herstelt, op dit punt van de gemeente Nieuwkoop. De organisaties kunnen een beroep doen op de gemeente voor ondersteuning om te kijken wat er weer nodig is om de sociale cohesie in de dorpen weer goedvorm te geven.

Denk daarbij aan sportverenigingen die het moeilijk hebben gehad en die nu kampen met een gebrek aan vrijwilligers. Ze zijn echter wel belangrijk voor de realisering van de activiteiten van die verenigingen. Het voorstel is om vrijwilligersorganisaties te ondersteunen om meer vrijwilligers te binden aan hun vereniging. Dat zou prima kunnen binnen het coronaherstelprogramma. Op pagina 58 bij het punt veiligheid komt voor een aantal jaren hetzelfde getal terug. Kan men bij die punten ook niet wat meer ambitie tonen? Bij het letten op de kleintjes moeten ook raadsleden het goede voorbeeld geven. Er wordt een bedrag beschikbaar gesteld voor de aanschaf van mobiele apparatuur voor raadsleden. Men krijgt allemaal een IPad om mee te werken. Wanneer spreekster na de verkiezingen terug

18

mocht komen in de raad, dan is er geen nieuwe IPad nodig. De huidige werkt nog prima. Mogelijk willen andere raadsleden ook gehoor geven aan deze oproep. Wethouder Schuurs brengt naar voren dat de eenmalige verminderde verhoging van de OZB niet-wonen bedoeld is als ondersteuning van de ondernemers om iets makkelijker door de coronacrisis te komen. Voordat de septembercirculaire kwam, was de begroting ook sluitend. Door de circulaire was het weer mogelijk om de algemene reserve op te hogen tot boven de ondergrens van tien miljoen euro. De hogere incidentele kosten, die in 2021 hoger zijn dan in de jaren daarna, hebben te maken met de coronakosten. In de begroting kan men zien om wat voor bedragen het gaat in de komende jaren en waaraan ze zijn besteed. Het klopt dat het investeringsplafond wordt overschreden. Het is een onderwerp voor de auditcommissie. Het onderwerp heeft men nog niet kunnen agenderen. Daarom is er nog niet over gesproken. Een aantal jaar geleden is de norm voor het investeringsplafond bedacht, omdat men toen overging op een ander systeem. Voor dat tijdstip werden investeringen betaald, maar nu moet men ze opnemen als investering met meerjarige kapitaallasten. Het investeringsplafond loopt meerjarig op tot vijf miljoen euro kapitaallasten. Dat is een miljoen euro meer dan nu. De vraag is of men de investeringen dan niet moet doen.

Moet men die doorschuiven? Op die vraag zal de raad een antwoord moeten geven. Als college heeft men besloten om de investeringen nu wel op te nemen. Tijdens de vorige commissies viel heel vaak de keuze op het doorschuiven van investeringen. Het doorschuiven is niet altijd goed bevallen, omdat men vervolgens vaak extra kosten moet maken voor calamiteitenonderhoud. Om deze reden is er bewust gekozen voor het nu wel doorgaan met investeringen, die men beoogt. In 2022 gaat het om een hoog bedrag. Dat is kritisch bekeken. Er zit een aantal zaken in die te maken hebben met de voorbereiding, ervan uitgaande dat de investeringen door gaan. Het besluit was om de investeringen zo te laten. Getalsmatig ziet het er wel wat vreemd uit. Wanneer er zaken zijn waarvan men toch afziet in 2022, dan komt men er bij de raad op terug. De heer Doorn ondersteunt de wethouder op het gegeven punt. Wat indertijd gedaan is, was niet meer dan een ‘best guess”. Dat was niet voldoende. Maar wat men ondernemen moet, is wel nodig. Het investeringsplafond is geen rood licht, maar meer een oranje knipperlicht. De heer Stam maakt bezwaar tegen wat de heer Doorn naar voren brengt. Het investeringsplafond is er niet voor niks gekomen. Bij de systeemwijziging een aantal jaar terug is aangegeven dat het tot een soort sluipmoordenaar van de gemeentelijke begroting zou kunnen worden.

De structurele lasten gaan alleen maar stijgen en die moet men toch financieren. Men wist ook dat rond 2022 de incidentele inkomsten vanuit de grexen zouden stilvallen. Het investeringsplafond is een bewuste keuze geweest. Wanneer men naar de begroting kijkt, gaat men er meerjarig stijgend overheen. Dan moet men zich toch afvragen waar men mee bezig is. Wanneer er zo makkelijk overheen gaat, dan moet men zich afvragen of de raad zichzelf serieus neemt. Wethouder Schuurs stelt dat er indertijd een norm is vastgesteld zonder te weten of het een goede norm was. De wethouder kan zich wel vinden in de zienswijze van de her Doorn. Natuurlijk kan men rucksichtslos zeggen dat men onder de norm moet blijven. Echter, war 19

doet men dan voor de gemeente en de toekomst? Het investeringsplafond blijft stijgen mede omdat het over langjarige afspraken gaat. Dan zijn er nog gewoon de beheerplannen, voor wegen, bruggen, straatverlichting en dergelijke. Men wil het onderhoudsniveau goed houden. Dat is de afweging van het college geweest. De heer De Haan geeft direct toe dat het om zinnige investeringen gaat. Het zou gepast geweest zijn dit op een eerder moment in de raad ter bespreking te brengen. Om af te wijken van het investeringsplafond. Wethouder Schuurs geeft aan dat het college ervoor heeft gekozen om het punt mee te nemen in het integrale financiële verhaal. Dan kan men zien welke investeringen de gemeente voor ogen heeft en wat dat betekent voor de norm. De exacte uitgangspunten voor de herverdeling van het gemeentefonds heeft de wethouder niet paraat. Het gemeentefonds wordt verdeeld over heel veel eenheden. Bij de ene verdeling wordt een bepaalde gemeente erg getroffen en bij een andere verdeling een andere gemeente. Men zit er bovenop. Ook via de organisatie van de middelgrote gemeenten. Echter, eigenlijk is de stelling ook vanuit de VNG dat de koek groter moet zijn. De koek is te klein voor alle opgaven die de gemeenten moeten invullen. Het klopt dat de algemene reserve wordt gevoed door het begrotingsresultaat. Door de septembercirculaire heeft men die wat beter kunnen voeden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10708247/2