CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

14-09-2021 Politieke commissie RZ PW

Commissie Ruimtelijke Zaken 13 oktober 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 14 september en 15 september 202112.133 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aangezien het bestemmingsplan meer tijd vraagt, brengt men het nu in met als doel om met de raad te bespreken welke genoemde onderwerpen haalbaar dan wel onhaalbaar zijn. De haalbare punten kan men meenemen in het bestemmingsplan. Mocht het bestemmingsplan nog veel langer op zich laten wachten, dan kan men initiatieven uit de markt die passen binnen de haalbare punten alvast in gang zetten. Dit is niet goed uitgelegd in de technische commissie en kennelijk ook niet in het voorstel. Wanneer er een initiatief komt dan is er sprake van een minibestemmingsplan en dan komt het in de raad. Daar is de normale procedure op van toepassing. Zo is het stuk bedoeld. Men kan ook zeggen dat men er niets van vindt. Dan neemt men niets mee in he bestemmingsplan. Dan zijn er ook geen inkomsten. Het gaat er om of men iets wil toevoegen aan de recreatie op de Plassen. 20

Over RMN als instituut is er sprake van opheffing. Er werken echter daar wel mensen die gewoon goede plannen kunnen uitwerken in opdracht van de gemeente. Daarnaast komt er een opvolger voor RMN. Financiën vormen een punt, evenals de levendigheid en de recreatieve mogelijkheden op de Vinkeveense Plassen. Naar het laatste punt wordt zowel gevraagd door recreanten als ondernemers. Volgens afspraak wordt eens per vijf jaar onderzoek gedaan naar de stabiliteit van de zandeilanden. Wanneer er een aanvraag komt voor een ontwikkeling op een van de eilanden, dan wordt gekeken of dat wel of niet kan. Ondernemers kunnen inspelen op geboden mogelijkheden. De heer Goldhoorn brengt naar voren dat er veel ondernemers van de gemeente te horen krijgen dat men even niets mag/kan doen, omdat er gewacht wordt op het bestemmingsplan. Dan valt het niet goed bij ondernemers dat de gemeente of het recreatieschap zaken mogelijk gaat maken die eigenlijk volgens het bestemmingsplan en/of provinciale regelingen niet mag. Wethouder Schuurs constateert dat men elkaar kennelijk niet goed begrijpt. Het voorstel is er juist om dingen voor ondernemers mogelijk te maken. Ze kunnen inspelen op de aangegeven mogelijkheden. Komt daarvoor een verzoek dan komt het bij de raad als een bestemmingsplanwijziging met de bijbehorende procedure.

De vraag over de natuurontwikkeling bij de zandeilanden is beantwoord op basis van de technische vragen. De heer Brunia twijfelt er niet aan dat het antwoord niet is ontvangen. Echter, de passages die mevrouw Smit noemt, hadden ook in dit voorstel moeten staan. Het kan niet zo zijn dat er nu voor de zandeilanden alleen maar besluiten worden genomen over recreatie zonder daarbij de andere componenten als natuur mee te nemen. Wethouder Schuurs denkt dat het goed is om de uitgangspunten van de Richtinggevende keuzes toe te voegen. Op het moment dat er iets gerealiseerd wordt op een van de zandeilanden zal men de natuur component erbij betrekken dan wel moet er sprake zijn van natuurcompensatie. Toezicht en handhaving moet terugkomen wanneer men weet hoe men dat precies gaat doorvoeren. Men denkt dat het binnen de huidige formatie mogelijk is. De houding over de vergaderboten is duidelijk. Het belang van OV is eveneens helder. De heer Goldhoorn herhaalt een aantal vragen die niet beantwoord zijn, waaronder het punt het hotel en de Stelling van Amsterdam. Dat rijmt niet. De ondernemers krijgen nu te horen dat men moet wachten op het bestemmingsplan. Waarom wacht het college dan niet op het bestemmingsplan? Voordat de heer Goldhoorn verder kan gaan, stelt de voorzitter dat er nog een tweede termijn komt.

21

De heer Rouwenhorst begon zijn bijdrage met de vraag waarom het voorstel ten opzicht van een week terug zoveel gewijzigd is. Met name op het punt van de acht uitgangspunten op basis van historische notities. Wethouder Schuurs meldt dat die acht notities te maken hebben met het verkeersplan Vinkeveen. Dat is een ander agendapunt. De heer Rouwenhorst vindt de gang van zaken onbegrijpelijk. De voorzitter suggereert om samen met de griffie even te kijken wat de gang van zaken is geweest. Wethouder Schuurs meldt dat, wanneer men een hotel wil, dat op een plek moet komen waar dat ook kan. Dat het niet valt binnen de Stelling van Amsterdam. De heer Goldhoorn meldt dat de Winkelpolder valt binnen de Stelling van Amsterdam. Daar kon ook geen uitbreiding van recreatiewoningen plaatsvinden. Indien het hotel dan wel de bijbehorende parkeerplaats in de Winkelpolder komt, dan ligt het binnen het gebied van de Stelling van Amsterdam. Wanneer men dat gebied niet wil aantasten, dan kan het hotel op die plek niet doorgaan. Tweede termijn De heer Schreurs vindt het goed dat de wethouder nog eens heeft toegelicht wat met het voorstel wordt beoogd. Spreker had het voorstel anders bekeken. Men begreep dat de wethouder vroeg om zaken mee te geven die mogelijk kunnen op de zandeilanden. Wat nu wordt gepresenteerd laat zich moeilijk als raadsvoorstel amenderen.

In feite ligt na de eerste termijn de vraag voor of men op deze manier met deze procedure alvast richting geven. Spreker heeft het gevoeld dat de meerderheid van de raad dat niet wil. Wanneer dat zo is, kan men de wethouder niet iets inhoudelijks meegeven waarmee men naar de provincie kan. Het is onduidelijk wat de wethouder van de raad verwacht. Wanneer de meerderheid van de raad niet mee wil gaan in deze procedure, kan spreker zich niet voorstellen dat het voorstel naar de meningvormende raad gebracht wordt. Dan is men terug bij af. Wat wel blijft is het verzoek aan richting wat de wethouder wel mee kan nemen naar de provincie. Spreek als raad uit over welke ingrediënten uit dit scenario men een positief oordeel heeft. Dat moet men op een andere manier kenbaar maken dan via dit raadsvoorstel. De heer Goldhoorn dacht dat de procedure was dat de raad zou kijken wat de ruimte binnen het bestemmingsplan op de basis van de MER, onder nadere de bebouwing op de legakkers. Daarna zou men kunnen kijken welke ruimte er nog over is om eventueel te benutten. Nu wordt de procedure in feite omgedraaid. De heer Schreurs constateert slechts wat het voorstel is dat het college de raad voorlegt. En daarnaast de uitleg van de wethouder wat men eigenlijk bedoelde. Daar baseert spreker zijn conclusie op.

22

De heer Goldhoorn zegt in aanvulling op wat de heer Schreurs zegt, dat men ervoor had gekozen om een bestemmingsplan te maken en om te kijken wat de ruimte is nadat men een aantal dingen benut heeft. Kijken hoeveel ruimte er nog over is om vervolgens te bepalen wat men daarmee gaat doen. Nu draait het college het om. Het college wil eerst een aantal dingen doen en dan is er misschien te weinig of geen ruimte. Dit voorstel moet men niet in de raad behandelen. De voorzitter wil wel graag de tweede termijn eerst af maken. De heer Goldhoorn brengt toch de ondernemers nog weer ter sprake met een beroep op de wethouder om even iets anders te handelen. Wanneer er nu ondernemers zijn die iets willen, dan krijgen ze nu te horen dat het niet kan of mag. De wethouder geeft nu aan dat men voorwaarden wil creëren dat de ondernemers wel wat kunnen. Dat geeft geen goed gevoel. Maak eerst een bestemmingsplan en vraag dan aan de ondernemers wat ze willen. Dan weet men welke ruimte er is. De heer Dohle brengt naar voren veel ondernemers gesproken te hebben die blij zijn dat er ontwikkelingen toegestaan worden voordat het bestemmingsplan er is. De heer Goldhoorn meldt met de ondernemersvereniging gesproken te hebben. Men vindt het fantastisch dat er wat kan, maar men wil wel eerst het bestemmingsplan. De heer Van Sligtenhorst is blij dat er meer duidelijkheid is gekomen.

Kan de wethouder aangeven wat er onder de collegebevoegdheid valt? Dan de vraag over nu en de toekomst. Wanneer men op basis van dit scenario een vergunning verleent en het initiatief past op een later moment niet binnen het bestemmingsplan, wat gaat er dan gebeuren? Als laatste, kan de goedkeuring van dit document het tot stand komen van het bestemmingsplan bespoedigen? De heer Brunia is wat geschrokken van de opmerking van de wethouder dat het geld in dit kader niet zo belangrijk is. Volgens spreker is het financiële aspect juist de aanleiding geweest van het uitzetten van deze opdracht. Wanner het geld minder belangrijk is kan men ook naar andere mogelijkheden kijken die wel geld opleveren maar die minder problemen met zich meebrengen. Denk aan parkeergeld en vaarvignetten. In de afweging tussen het nu vaststellen van het voorstel of het wachten op het bestemmingsplan tendeert spreker naar het laatste. Wanneer men nu keuzes maakt, kunnen die mogelijk later andere zaken in de weg staan. Men is teleurgesteld over het antwoord over de handhaving. Dat het in de formatie zit is mooi, maar het gaat er niet om of iets zou kunnen. Het gaat om de inzet die het college en het recreatieschap van plan zijn te doen op het gebied van handhaving. Om ervoor te zorgen dat situaties op en rondom de Plassen voortaan beter gereguleerd worden.

Dat is een fundament waarop men verder kan gaan met het bouwen aan de wijze waarop men verder kan gaan met de Plassen. Wanneer dat fundament ontbreekt, moet er nog een stap gemaakt worden. De heer Rouwenhorst zal nog kijken naar de acht punten van de visies. Wanneer spreker het mis heeft, zal hij het laten weten. 23

Dan nog een paar aandachtspunten die meegenomen kunnen worden. Het gaat om een fietsparkeerplaats en de horecagelegenheid op eiland 1. Die staat op vervuilde grond die simpel is afgedekt. Werkt dat belemmerend op ontwikkelingen die op termijn van toepassing zijn. Wethouder Schuurs neemt de opmerkingen van de heren Schreurs en Van Sligtenhorst mee. Wanneer er een vergunning verleend wordt voor een initiatief dan komt daarvoor een minibestemmingsplan. Dat moet vervolgens worden ingepast in het uiteindelijke bestemmingsplan. Men moet de ingrediënten in het voorstel opnemen, zodat het makkelijker is om te amenderen. Wanneer men bepaalde zaken niets vindt, dan hoeft men dat niet mee te nemen naar het bestemmingsplan. Wanneer het nodig is, gaat de wethouder op deze manier het voorstel aanpassen De heer Van Sligtenhorst begrijpt wat de wethouder zegt. Vandaar de vraag of bij goedkeuring van dit voorstel het tot stand komen van het bestemmingsplan bespoedigd kan worden. De zinsnede uit argument 3.1 over de collegebevoegdheid zou in het licht van een eerder antwoord veranderd moeten worden. Wethouder Schuurs wil dat ook aanpassen. De collegebevoegdheid verdwijnt. Gewoon een minibestemmingsplanprocedure. Zelfs als men eerst een bestemmingsplan wil, is het handig om te weten wat de raad perse niet wil. Die zaken hoeven dan niet in het bestemmingsplan.

De heer Goldhoorn geeft aan dat bij het maken van het bestemmingsplan men kijkt naar de zonering, naar de legakkers en naar de MER. Op basis daarvan blijft er een zekere ruimte over. Iedereen kan op basis van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning aanvragen. Dan kan de raad altijd nog aangeven of men het wel of niet wil. Wethouder Schuurs meldt dat handhaving niet zozeer over dit voorstel gaat. Het gaat over alles wat er op en rond de Plassen gebeurt. De heer Brunia begrijpt de wethouder. Aan de andere kant in de kosten-batenvergelijking in dit plan zijn de handhavingskosten niet opgenomen. Dat is wel nodig voor een goede afweging. Wanneer dat niet wordt ingevuld, dan heeft men het idee dat handhaving er wel staat, maar dat het geen rol speelt. Wethouder Schuurs begrijpt de opmerking van de heer Brunia niet. De heer Brunia kan niet precies aangeven waar het staat. Bij de afweging koste-baten wordt handhaving wel genoemd, maar het komt niet cijfermatig terug bij de uitgaven als concreet bedrag. Wethouder Schuurs denkt dat men op dit punt er niet verder uitkomt. Men moet hiervoor een integrale afweging maken in het bestemmingsplan. Wanneer dat komt, is nog niet bekend. Men doet zijn best om het zo spoedig mogelijk gereed te hebben.

24

De heer Goldhoorn complimenteert de wethouder met het besluit om het voorstel niet te behandelen. Dat men wacht tot het bestemmingsplan. De voorzitter stelt vast dat de commissie adviseert het voorstel niet in de raad te behandelen. Dat betekent dat het voorstel op een ander moment terugkomt. Wethouder Schuurs geeft aan dat het terugkomt bij de behandeling van het bestemmingsplan en niet meer in deze vorm. De heer Schreurs denkt dat men op een ander moment in commissieverband een gesprek met de wethouder gewenst is omdat de wethouder wel om input heeft gevraagd. Wethouder Schuurs ziet niet in in welke vorm het voorstel zou moeten terugkomen en dat dit dan een andere vorm van behandeling zou leiden. De wethouder komt er niet meer op terug. Hetzelfde inbrengen leidt tot hetzelfde resultaat. Het komt bij het bestemmingsplan. De voorzitter sluit af met de constatering dat het voorstel niet naar de meningvormende raad gaat. Het komt te zijner tijd terug bij het bestemmingsplan

c.

Vaststelling bestemmingsplan Baambrugse Zuwe 127a te Vinkeveen, raadsvoorstel 47/21 Al de commissieleden kunnen zich goed vinden in het raadsvoorstel. De voorzitter concludeert op basis hiervan dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan.

d.

Vaststellen bestemmingsplan De Hoef Westzijde 41, raadsvoorstel 49/21 Het agendapunt is op verzoek van de wethouder van de agenda gehaald. Zie agendapunt 3.

7.

Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 22.30 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie RZ&PW op 13 oktober 2021. De griffier, de voorzitter,

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10575665/2