13-01-22 en 17-01-22 Politieke commissie ABZF SI
Tekst van het document
c.
Deelname VRU aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, raadsvoorstel 78/21 De heer Stam merkt op dat het niet gaat om een zwaarwegend voorstel. Financiële impact is ook bescheiden. Wel de vraag wat het nut en de noodzaak is van de deelname aan deze 20
stichting. Kan men kort toelichten waarom de veiligheidsregio’s het doen? Wat gaat het opleveren? De heer Doorn heeft geen bezwaar tegen de stichting. Hoe het verzekeringswezen in elkaar zit, is voldoende bekend. Dat er daardoor op een andere manier risico’s afgedekt moeten worden. Het moet ook betaalbaar blijven. Wel dringt spreker erop aan om het proces goed te blijven volgen. Over het waarborgfonds dat opgericht moet worden en dat volgestort moet worden, is nog niets bekend. Van die ontwikkeling, waaronder de planning, wil spreker wel op de hoogte blijven. Mevrouw Grondijs begrijpt dat mensen zich laten leiden door de rol van de stichting, namelijk het bemiddelen van verzekeringen. Naar verwachting moet men daarvoor een vergunning hebben van de AFM. Het betreft met name het verzekeren van dienstongevallen van brandweerlieden. De verzekeraars handelen steeds strikter en betwisten vaker of het wel echt om een dienstongeval gaat. Het is wel belangrijk dat er met brandweermensen goed wordt omgegaan in geval van een dienstongeval. Spreekster kan zich zeer goed vinden in de intentie om daarmee goed om te gaan en om dat goed te organiseren. Dat het in een aparte stichting moet is vanwege de vergunning van de AFM. Dat betekent ook dat er een bedrijfsvoering moet komen voor de stichting. Dit punt ontbreekt in het voorstel.
Hoe ziet het businessplan van deze verzekeringsbemiddelaar eruit? Ook is niet helder hoe de bestuursstructuur eruit komt te zien en welke personen zitting hebben in het bestuur. Men gaat betalen aan de stichting op basis van een overeenkomst. Het is geen vereniging waar men lid van kan worden. Een en ander is nog niet goed uitgewerkt. Naast de stichting Risicobeheer komt er nog een tweede stichting die heet waarborgfonds moet gaan beheren. Wanneer men de bedrijfsongevallen niet collectief kan verzekeren, dan kan men terugvallen op het fonds om de schade uit te vergoeden. Dat betekent dat er gestort moet worden. Alleen is nog onduidelijk om welke bedragen het gaat. Spreekster heeft het gevoel dat het om een intentieafspraak gaat die men gaat onderzoeken. De raad heeft echt meer informatie nodig over de doelstelling van de stichting, over de statuten, de bedrijfsvoering, de bestuurlijke inrichting en dergelijke. Burgemeester Divendal meldt dat stichting Risicobeheer een methode is om collectief ongevallenverzekeringen te kunnen inkopen en schades te kunnen afwikkelen. Spreker beschouwt de oprichting van de stichting als een bedrijfsvoering zaak van de VRU samen met de andere veiligheidsregio’s. De stichting is een middel om de bedrijfsvoering beter te kunnen doen. De inhoudelijke vragen van mevrouw Grondijs zijn terecht.
Echter, het is de vraag of ze voor de raden relevant zijn om ze te bespreken. De VRU is bevoegd een stichting op te richten, maar het besluit alleen kan nemen nadat het aan de betrokken raden is voorgelegd. Het is zeker de bedoeling om de raad op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Dat gaat via de jaarcyclusstukken. Men moet vooral het doel van de stichting voor ogen houden. Pas als raad op dat men niet in zaken duikt, waarvan men zich oprecht moet afvragen of dat nodig is. De burgemeesters van de VRU kijken mee om ervoor te zorgen dat er geen gekke dingen gebeuren. Mevrouw Grondijs kan de gedachte van de burgemeester wel volgen. Men heeft ook zelf getwijfeld over wat men van het voorstel zou moeten zeggen. In de GR is vastgelegd dat, 21
wanneer men een stichting wil oprichten, men daar goedkeuring van de raden moet hebben. Waarschijnlijk moet dat, omdat een stichting de minst democratisch rechtspersoon is die men maar kan hebben. Wanneer er een stukje taak vanuit de VRU wordt ondergebracht, dan zijn de raden hun zeggenschap erover kwijt. Om die reden dekt spreekster dat de raden gevraagd worden om met de oprichting van een stichting door de GR in te stemmen. Gezien het doel en de intentie erachter, kan men zich goed vinden in deze wijze van oplossen. De voorzitter stelt voor dat het voorstel naar de besluitnemende gaat. De commissie stemt daarmee in. Daarmee is de discussie over dit agendapunt afgesloten.
7.
Overige punten
a.
Motie evenementenverzekering niet-commerciële evenementen De heer Goldhoorn brengt naar voren dat organisaties bij de vergunningaanvraag steeds vaker geconfronteerd worden met risico’s en risicoanalyses die ze moeten maken. En met risico’s die ze moeten verzekeren. Die verzekeringen zijn erg duur. De gemeente heeft een vrijwilligersverzekering afgesloten die via Tympaan-De Baat loopt. Het is ook mogelijk om een evenementenverzekering af te sluiten voor niet-commerciële evenementen af te sluiten. Denk hierbij aan het evenement als het inhalen van Sinterklaas. Voor ongeveer 6.000 euro kan de gemeente al de niet-commerciële evenementen verzekeren tegen risico’s. Dat bespaart veel organisatoren kopzorgen, omdat ze anders hoofdelijk aansprakelijk zijn. Mevrouw Borgstede snapt de motie goed en kan zich er ook wel in vinden. Meen leeft in de veronderstelling dat de verzekering die via Tympaan-De Baat loopt gedeeltelijk ook de bestuurlijke aansprakelijkheid dekt. Dat zou men nog even moeten verifiëren. Het zou zonde zijn wanneer men iets gaat doen dat men al heeft. Kan de heer Goldhoorn hiernaar kijken, voordat men de motie indient? Even goed kijken naar de juiste verzekering en ook bekijken hoe mensen er aanspraak op kunnen maken. Ook bekijken hoe men die verzekering moet afsluiten. Het idee is goed, maar de uitvoering ervan moet ook goed zijn.
De heer Doorn meldt hetzelfde punt te hebben als mevrouw Borgstede naar voren heeft gebracht. Spreker vergelijkt het voorstel met het risicobeheer bij de VRU en de eisen die verzekeringsmaatschappijen stellen. Men moet goed kijken hoe men zo’n verzekering op de juiste manier en tegen de juiste voorwaarden kan realiseren. Men is benieuwd of de verzekering waarover in de motie gesproken wordt inderdaad alles dekkend is. De heer Stam merkt op dat het bij de motie gaat om niet-commerciële evenementen. Echter, men komt in de motie niet tegen wat een commercieel evenement is en wat een nietcommercieel evenement is. Soms is de scheidslijn vrij dun. Hoe ziet de indiener dit? De heer Goldhoorn brengt naar voren dat de risico’s bij niet-commerciële evenementen niet gedekt worden door de vrijwilligersverzekering die via Tympaan-De Baat is afgesloten. Via die verzekering is een vrijwilliger gedekt voor zover de eigen verzekering iets niet dekt. De voorgestelde verzekering is een welkome aanvulling voor met name kleine organisaties. Nietcommercieel is bijvoorbeeld het inhalen van Sinterklaas. In de brochure die met de motie is 22
meegestuurd staat exact wat een commerciële activiteit is en wat niet. Even de brochure lezen voordat men een oordeel gaat geven over de motie. Zeker is dat men met deze verzekering veel kleine organisaties gaat helpen. Burgemeester Divendal vindt het initiatief goed. Men wordt er vaak mee geconfronteerd bij het afgeven van een evenementenvergunning. Het zou mooi zijn wanneer men vanuit de gemeente een rol kunnen spelen bij het tot stand komen van een dergelijke verzekering. De vraag aan de indiener is om even op een rijtje te zetten hoe men dit goed met elkaar kan doen. Men is de afgelopen jaren steeds meer gaan vragen van evenementenorganisatoren. De gemeente staat positief tegenover de motie. Tweede termijn Mevrouw Borgstede is benieuwd hoe men het gaat borgen. Er staat nu alleen dat men er een onderzoek naar wil doen. Dan moet men ook bekijken waar een organisatie terecht kan om gebruik te maken van die verzekering. Dat moet makkelijk en eenvoudig zijn. De heer Goldhoorn is blij met de reactie van de heer Divendal. Bij het onderzoek zal de vraag van mevrouw Borgstede worden meegenomen. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn. Het agendapunt zal worden toegevoegd aan de agenda van de meningvormende raad.
b.
De brief aan de minister-president inzake de coronamaatregelen Mevrouw Borgstede meldt dat de ingebrachte brief is bestemd voor de minister-president. De aanleiding is de benarde situatie van ondernemers, winkeliers en beoefenaren van contactberoepen als kappers. De brief is ook door verschillende partijen in veel gemeenten ingediend. Spreekster vond het een goed initiatief om deze brief ook in deze raad in te dienen. Men moet op een goede manier opkomen voor de lokale ondernemers. Tegelijkertijd wordt met de brief een signaal afgegeven naar de landelijke collega’s. Het water staat aan de lippen van de winkeliers en de beoefenaren van de contactberoepen. Niet alleen veel gemeenten, maar ook provincies roepen de regering op om maatregelen te nemen ter verlichting van de positie van de winkeliers. Dit is het juiste signaal. Het is jammer dat sommige fracties het op een andere manier geïnterpreteerd hebben. De heer Richter staat ook voor de ondernemers. Men ziet dat winkels, sportscholen en dergelijke dicht zijn. Het kan zo niet langer. Dat wordt ook kenbaar gemaakt via de partij bij de landelijke vertegenwoordigers. Tegelijkertijd weet men dat de veiligheidsregels een belangrijk doel dienen. De brief is ook gecheckt met het college om te kijken hoe men erin staat.
Behalve dat men oproept tot een duurzaam perspectief, heeft men ook de gedachte dat er iets concreets gedaan moet worden. Op dat punt ziet men graag een soort scenariokaart, waarbij een regio ruimte krijgt om de gemeenten maatregelen te laten nemen voor hun eigen gemeente. De gemeente heeft een veel beter zicht op wat er gebeurt in de gemeente. Daarover kan men afspraken met ondernemers maken. Men moet er ook sportclubs en verenigingen bij betrekken. Dat zou een goede ontwikkeling zijn. 23
De heer Goldhoorn brengt naar voren dat er morgen een persconferentie komt. Spreker is benieuwd hoe men dan met de brief omgaat. Voorafgaand aan de persconferentie is al uitgelekt dat er versoepelingen komen voor de winkels, de sport en de verzorgende beroepen. Hebben de gemeentelijke fracties met een landelijke vertegenwoordiging hun landelijke fracties al benaderd over deze brief? Aan de alinea die begint met de zinsnede ‘Voor de lange termijn is een duurzaam perspectief nodig.’ Zou spreker toch wel wat meer inhoud willen geven. Er zijn veel ondernemers die nu te maken hebben met sluiting. Maar, als ze weer opengaan hebben ze een hele schuldenlast die men moet oplossen. Moet men daar ook niet iets over zeggen in de brief? Spreker stelt voor om de persconferentie van morgen af te wachten. Wat daar naar voren gebracht wordt over wat wel of niet open mag. Om daarna een brief te sturen waarin men ook voor de lagere termijn aandringt op het nemen van de juiste maatregelen. Om de ondernemers en de sportclubs structureel gaan helpen. Mevrouw Groen verwacht dat tijdens de persconferentie versoepelingen aangekondigd zullen worden. Met het risico dat de brief niet goed wordt opgevat. Voor de rest is spreekster het eens met de ideeën van de heren Richter en Goldhoorn om de zaak in een breder perspectief te beschouwen. Mevrouw Becker kan zich vinden in het betoog van de heer Goldhoorn.
Heel duidelijk. Het verwoordt goed hoe de fractie erover denkt. De heer Richter meldt contact te hebben met zowel de landelijke partij als met de Kamerfractie. Dat de maatregelen er zijn, is niet voor niets. Men heeft nog steeds te maken met een gezondheidscrisis. Men moet met elkaar nadenken over wat er moet en wat er kan. Iedereen wil versoepelingen, maar het moet ook kunnen. Daar moet men met elkaar naar kijken. Wanneer deze brief helpt, zonder de illusie te hebben dat het kabinet onder de indruk is van een brief van De Ronde Venen, is dat meegenomen. Het gaat om het signaal. Mevrouw Grondijs vindt dat de brief achterhaald is vanwege de berichten die men nu al kent over de persconferentie. Daarnaast de opmerking naar de raad om op te passen met zo’n brief. Men schiet zichzelf in de voet door naar de landelijke een signaal af te geven, omdat men vindt dat men niet gehoord wordt. Wanneer de lokale overheid al twijfelt over het handelen van de centrale overheid wat verwacht men dan van de inwoners? Wat vinden die dan van de centrale overheid? Op Radio 1 was vandaag een discussie over burgerlijke ongehoorzaamheid van gemeenten en over de burgerlijke ongehoorzaamheid van inwoners. Wanneer men dan hoort wie het eens is met dit soort grieven dan komt men uit bij aanhangers van FvD, van PVV en complotdenkers. Met de uiteindelijke mededeling dat het kabinet niet deugt.
Men moet als gemeente niet in die denkrichting meegaan. De verschillende grote belangen moet men centraal laten afwegen. Lokaal moet men de aandacht focussen op maatwerk binnen de gestelde normen en insprongen bij de noden van inwoners die dat niet op eigen kracht kunnen. Dat laat onverlet dat signaleringen kunnen worden gegeven. Daarvoor kan het VNG zich laten horen evenals de partijen via de eigen fracties in de Tweede Kamer. De heer Goldhoorn betreurt de reactie van mevrouw Grondijs. Preker weet nog heel goed dat men een motie heeft ingediend Raden in verzet. De gemeente heeft eraan meegedaan. 24
Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat er meer geld kwam voor de jeugdzorg. De lokale overheid mag gerust een signaal afgeven naar de centrale overheid over zaken die niet goed lopen. Dat is niet verkeerd. Wanneer men dat niet zou doen, dan geeft men een signaal af dat men niet betrokken is bij de eigen inwoners. Mevrouw Grondijs merkt op dat de premisse bij deze reactie is dat de centrale overheid geen zicht geen idee heeft wat er in het land gebeurt. Echter, volgens spreekster heeft men daar wel degelijk oog voor. Ze hebben de moeilijke taak om de belangen af te wegen. Mevrouw Borgstede merkt op dat het CDA meestal heel gezagsgetrouw is. Dat wil niet zeggen dat men soms in een situatie komt om te bekijken wat er wel kan. Niet kijken naar wat er niet kan, maar kijken naar wat wel mogelijk is. Veel maatschappelijke onrust is te kanaliseren. Het is af en toe belangrijk om een signaal af te geven dat het anders moet. Die signalen zijn ook door andere organisaties gegeven. Kennelijk werkt het. Het gaat om op een goede manier en respectvol zaken in beweging te zetten. Spreekster snapt best wat mevrouw Grondijs zegt. Daarom was men blij met de reactie van de burgemeester. Niet zomaar alles losgooien, maar kijken wat mogelijk is. Daar heeft de heer Richter gelijk in men zit nog steeds in een crisis. Men heeft geprobeerd op een genuanceerde wijze een signaal af te geven.
Men is een beetje ingehaald door de actualiteit. Dat staat er wel los van. Vaststaat dat de brief een oproep is om tot een duurzaam toekomstperspectief te komen. Plannen moeten uit Den Haag komen. De brief is ook een oproep om daarmee aan de slag te gaan. Kijken naar wat er nu kan voor ondernemers, maar tegelijkertijd wat er in de toekomst mogelijk is. Dat is de intentie. Maar, misschien kan men met elkaar naar de brief kijken om deze beter te formuleren. De voorzitter denkt dat er waarschijnlijk een motie moet komen om de brief vanuit de raad te kunnen versturen. Burgemeester Divendal merkt op dat de discussie goed aangeeft voor welke dillema’s men staat. Men kijkt continue naar de uitvoering van de maatregelen en hoe men daar invloed op kan uitoefenen in relatie tot de belangen van de inwoners. Is er wel een goede manier te vinden om invloed uit te oefenen? Moet dat via de VRU of via de VNG? Die organisaties hebben meer invloed dan een individuele burgemeester. Echter, er zijn momenten dat een gemeente zelfstandig iets wil doen. Er is echter geen pasklaar antwoord op de vraag wanneer zo’n moment er is. Dit kan zo’n moment zijn. Men moet wel even procesmatig nadenken. De raad kan de brief versturen, maar ook het college kan het namens de gemeente doen. Het kan goed zijn dat de raad het wil, omdat men het naar eigen inwoners belangrijk vindt. Geen probleem.
Wanneer men een brief wil sturen dan is het belangrijk om de persconferentie morgen af te wachten om te zien wat de stand van zaken wordt. Dan kan men de brief aanpassen aan de actualiteit. Wanneer men het als raad wil doen, dan moet men het doen. Dat is krachtiger dan een brief van het college. Het zoeken naar de juiste woorden en de afwegingen is en blijft ingewikkeld. Men moet er namelijk ook voor zorgen dat er goed wordt omgegaan met de burgerlijke ongehoorzaamheid. Daarbij moet men ook nog polarisatie vermijden. Het is wijsheid dat raad en college dezelfde weg volgen. De voorzitter vraagt zich af wat het vervolgproces wordt. Wanneer het een brief moet worden namens de raad, dan is het praktisch om in deze een raadsvoorstel daarvoor te maken. En dit 25
voorstel te agenderen voor de komende raad. Voor hoe het proces precies moet verlopen, is het goed om dat even met de griffie kort te sluiten. Dan zet men de brief niet door naar de raad, maar komt dit aan de orde via een amendement tijdens de raad. Hiermee sluit de voorzitter de discussie. De voorzitter komt terug op het besluit tijdens de vaststelling van de agenda dit agendapunt te verdagen naar de vergadering op maandag 17 januari. Om die reden schorst de voorzitter de vergadering om 22.50 uur.
c.
Informatienota maatregelen voor de wachtlijst van het kernteam en de problematiek uithuisplaatsingen jeugd De voorzitter heropent de vergadering op maandag 17 januari om 22.30 uur. Aan de orde is de bovengenoemde informatienota. Nu de eerste termijn. Mevrouw De Korte meldt dat het om een zorgelijk thema gaat. Er zijn op dit moment 283 wachtenden in de gemeente betreffende de Wmo en jeugdzorg. Dat is heel veel. De situatie wordt niet beter, eerder slechter. In de informatienota staat dat er medewerkers tekort zijn. Dat kan, maar het is en blijft zeer zorgelijk dat dat jeugdigen van Veilig Thuis melden dat ze bij ernstige zaken moeten wachten op hulpverlening. Men maakt zich zorgen over de problemen bij het kernteam. Er zijn steeds meer wisselingen van medewerkers. Los daarvan is het toch normaal dat men meer mensen inzet dan wel aantrekt wanneer er wachtlijsten zijn. Wat is er daarnaast nog meer gedaan? Daar zijn vragen over gesteld, maar men komt niet verder. Er zijn wat extra medewerkers gekomen, maar dat is alleen voor jeugd. Meer gemeenten hebben met het probleem te maken, maar daarbij komen ook meer genomen maatregelen naar voren. In andere gemeenten is men meer samenwerking met huisartsen aangegaan. Dat zou hier ook kunnen, evenals de samenwerking met andere artsen. Ook kan men werkwijzen en procedures tegen het licht houden.
Kunnen er geen snellere werkwijzen plaatsvinden? Het moet toch zo zijn dat er meer maatregelen worden genomen dan alleen wat extra medewerkers. Graag hoort men van de wethouder welke maatregelen men gaat nemen om de wachtlijsten te verkorten. Misschien moet men deskundigheid van elders inroepen. Kennelijk kan men het vanuit het gemeentehuis niet zelf. Dat is zeer zorgelijk. De heer Stam heeft een aantal vragen die betrekking hebben op het onderdeel jeugd. Er zijn technische vragen gesteld, maar de beantwoording was moeizaam, geen echt goede antwoorden. Ook de kwaliteit van de beantwoording liet te wensen over. Het is goed om daar eens naar te kijken. Uit de beantwoording van vragen over uithuisplaatsingen kwam naar voren dat de gemeente eigenlijk geen deugdelijke gemeentelijke verplichtingadministratie heeft. Hoe kan de gemeente dan de controle houden en weten hoeveel kinderen er uit huis geplaatst zijn? Hoe vindt de rechtmatigheidscontrole plaats? Wanneer men de verplichtingadministratie niet op orde heeft dan is het probleem misschien nog wel ernstiger dan het probleem van de wachtlijsten. Afgelopen week is er een rapport van Defence for children verschenen. Het beeld wat daaruit naar voren komt is triest. Uit huis geplaatste kinderen hebben in de eerste fase nauwelijks contact met ouders. Ouders en kinderen worden niet betrokken bij beslissingen.
Voorafgaand aan de uithuisplaatsing heeft de helft geen goede 26
hulp gehad, waardoor de uithuisplaatsing misschien niet eens zou zijn geweest. Er komen nog meer van dit soort conclusies uit het rapport naar voren. De vraag is hoe de situatie in deze gemeente is. Wanneer men de informatienota ziet, dan vreest men dat de conclusies van het rapport ook op De Ronde Venen van toepassing zijn. Graag een toelichting hierover van de wethouder? De heer Van Bemmel vindt de wachtlijsten zorgwekkend. Begrepen is dat er een extra consulent jeugd en een extra consulent Wmo zijn aangetrokken en dat er nog twee gespecialiseerde consulenten jeugd bij komen. Klopt dit? De consulenten zijn aangenomen voor een halfjaar. Ze vervangen in eerste instantie zieke consulenten. Men vraagt zich dan ook af of de verbintenis van een half jaar wel realistisch is om wachtlijsten weg te werken. Het college hoopt met deze tijdelijke uitbreiding het probleem van de wachtlijsten binnen een halfjaar opgelost te hebben. Dat is best een lange tijd voor mensen die nu hulp nodig hebben. Kan men de capaciteit niet verder opschalen? Om de wachtlijsten eerder onder controle te hebben? Dan zijn er klachten over de aanvraag van PGB’s. Daarbij gaat het ook om lange wachtlijsten en om de ontmoediging van aanvragers om een aanvraag in te dienen. Minder ruimte voor vrije zorgkeuze.
Herkent het college deze signalen? Zo ja, hoe gaat men dit oplossen? Kan dat met de capaciteitsuitbreiding of is er meer voor nodig? Een PGB moet een volwaardig alternatief zijn voor zorg in natura. Graag een reactie op de ontmoediging van de PGB? Zit daar een reden achter? Als laatste de vrije zorgkeuze. Wat is de reden dat dit niet (altijd) mogelijk is? Heeft dat te maken met niet bewezen effectiviteit of komt het omdat men voor een bepaalde behandeling een select aantal aanbieders gecontracteerd heeft? Terwijl ouders of huisartsen kiezen voor niet gecontracteerde aanbieders. In geval van het laatste, bestaat er dan niet een mogelijkheid om de zorg toch toe te staan om passende zorg voor het kind toch gekozen kan worden? De heer Klinkhamer stelt vast dat de informatienota een aantal zaken aangeeft. Onder andere is het wat lastiger geworden en dat er veranderingen zijn door beleidswisseling. Over welke beleidswisseling gaat het dan? Aangegeven dat er in 2022 een evaluatie van het jeugdbeleidsplan komt en dat er ook gekeken gaat worden naar de lagere termijn van de kernteams. De vraag is wat men dan in september dan heeft gedaan met de herijking van de toegang 2.0 en de 170.000 euro die doorgezet is naar het kernteam? Hoe verhoudt zich dat tot de evaluatie van het jeugdbeleidsplan? Dan de aangekondigde betere registratie.
Hoe staat het daarmee? Kan men betere en meer accurate cijfers verwachten? Wat is de prioriteit van het college? Gaat het om de juiste en goede zorg van de inwoners of gaat het om het zo snel mogelijk wegwerken van wachtlijsten of is er sprake van een financiële insteek? Wanneer men de wachtlijsten van november en januari vergelijkt dan ziet men dat Veilig Thuis voor 35 kinderen nog geen gespecificeerde consulent heeft. Dat is een stijging van 10 kinderen in twee maanden. Dat baart grote zorgen. Veilig Thuis-meldingen zijn meldingen die met prioriteit opgepakt moeten worden. De heer Van Dijkman geeft aan dat de meeste vragen al gesteld zijn. Nog wel een punt. Op pagina 3 van de informatienota staat onder ‘consequenties’ dat door de inzet van extra consulenten het beschikbare bedrag voor personeel wordt overschreden. Het zij zo. Het is 27
belangrijker dat mensen eerder worden geholpen. Dat is de grootste prioriteit. Ook is begrepen dat personeel het grootste probleem is. De voorzitter benadrukt nog even dat de commissieleden zich moeten beperken tot de informatienota. Die gaat met name over de wachtlijsten. Wethouder Van Uden meldt dat er de afgelopen tijd heel veel is gebeurd. Samen met de raad is Toegang 2.1 vastgesteld. Daarna is eigenlijk de ellende begonnen. Dat heeft niets te maken met het beleidsplan dat de raad heeft aangenomen. Maar, na dat moment is er een aantal collega’s vertrokken. Is een aantal collega’s ziek geworden en er moest ook nog aandacht besteed worden aan een aantal beperkte delen van de beleidsnota. Het is dus een samenloop van omstandigheden waardoor men in deze situatie terecht is gekomen. Er zijn op dit moment negen vacatures binnen het sociaal domein, niet allemaal bij de toegang. Het grootste punt is dat het probleem nog niet boven water is. Men zet wel maximaal in om dat boven water te krijgen. Voor de inhuur van mensen is financiële ruimte aanwezig. Beschikbare mensen, dat is problematisch. Daarbij komt nog dat korte contracten vaak niet voor een oplossing zorgen. Mensen moeten worden ingewerkt waardoor het contract al bijna weer afloopt voordat ze volop kunnen meedraaien. Het verloop in het sociaal team is daardoor het grootste risico. Dat was het de afgelopen jaren al.
Om dit op te lossen biedt men sinds Toegang 2.1 voor ervaren mensen zoveel mogelijk contracten voor onbepaalde tijd aan. Dan kan men ze langer vasthouden. Men implementeert een werkwijze waardoor de cijfermatige administratie verbetert. Vorige week woensdag is de Samenleving live gegaan. Deze woensdag gaat de andere helft van de consulenten ermee aan de slag. Men heeft nu hoop dat, wanneer mensen zich met een casus aanmelden, ze een bevestiging krijgen met een nummer. Bij een telefonisch contact weet men dan gelijk waar het overgaat. Men kan het verloop ook beter volgen. Hierdoor kan de bestuurder ook beter worden geïnformeerd over de stand van zaken. Vervolgens kan de raad beter geïnformeerd worden over de actuele situatie. Het grootste aandachtspunt zijn de VT-meldingen. Effectief gebeurt daar op dit moment helemaal niets mee, behalve een controle op veiligheid. Zaken die uit de hand lopen, worden uit de bak gehaald om ermee aan de slag te gaan. De heer Stam komt even terug op de VT-meldingen. Wanneer men de wethouder goed beluisterd dan hoort men dat er bij een melding een snelle check gedaan of er sprake is van een acute onveilige situatie. Is de situatie veilig dan laat men het dossier een tijd rusten. Echter, dat kan toch juist leiden tot ergere situaties? Met uithuisplaatsingen als gevolg. Is dat correct begrepen? Wethouder Van Uden antwoordt dat dit niet het geval is.
Niet elke VT-melding is even ernstig. Met ernstige situaties gaat men aan de slag. Men tracht altijd een uithuisplaatsing te voorkomen. Mevrouw De Korte verbaast zich. In november is gezegd dat men prioriteit geeft aan VTmeldingen. Nu hoort men dat die prioriteit alleen gegeven wordt aan de meest acute zaken. De vraag dringt zich op wanneer men actief aan de slag gaat met de VT-meldingen? Alle VTmeldingen hebben de hoogste prioriteit. Het mag nog eens niet twee maanden duren voordat men ermee aan de slag gaat. 28
Wethouder Van Uden geeft mevrouw De Korte gelijk. Men is bezig met de regio om te kijken of men mensen van elders hier kunnen detacheren. Er zijn vacatures uitgezet, ook voor zzp’ers. Het punt is dat het binnenhalen van mensen uiterst moeizaam is. De zorg van de heer Stam betreffende het overzicht van de uithuisplaatsingen deelt het college. Om die reden wordt Samenleving met prioriteit ingevoerd. Duidelijkheid moet er komen. Alle dossiers zijn in een korte tijd doorgenomen. Het bestand moet op orde. Men had dat sowieso gedaan, maar dan meer gespreid in de tijd. Dan had men meer tijd voor de zorg over gehad. Het signaal van de heer Stam dat er veel zaken fout gaan, klopt maar voor een deel. De wethouder krijgt vanuit de gemeente ook wel eens signalen die passen in het beeld dat de heer Stam schetst. Veel gaat er wel goed. De jeugdzorg met uithuisplaatsingen is ingewikkeld. Er kan snel een situatie ontstaan waarbij ouders tegenover de hulpverlener komt te staan. Een soort vijandigheid die niet bevorderlijk is voor de hulpverlening. Er ligt dus een opdracht om dit beter te doen. Het is zo dat, wanneer een jong kind langer dan zes maanden uit huis geplaatst is, het in basis bijna nooit meer terugkomt bij de ouders. Dat is nooit de bedoeling van de regeling geweest. Dit is een landelijk probleem, dat ook door het Rijk opgelost moet worden. Over de PGB’s is veel te zeggen.
Dat moet op een ander moment gebeuren, omdat het los staat van het onderwerp wachtlijsten. De evaluatie van de jeugdverordening die nog in de planning staat is toegezegd voordat de evaluatie van de Toegang 2.1 werd toegezegd. Naar verwachting zal het nieuwe college met de nieuwe raad er een geïntegreerde evaluatie van maken. Wanneer men het heeft over de inzet, dan gaat 100% uit naar de zorg. Geld is niet altijd de oplossing. Het probleem is de menskracht. Ook al zou men veel geld daarvoor betalen, ze zijn er eenvoudig niet. Een ding is duidelijk, de wachtlijsten moeten beter evenals de problematiek bij de uithuisplaatsingen. Bij de Wmo worden de wachtlijsten al korter. Bij jeugd gaat het lastiger, omdat de eisen die aan het personeel bij jeugd gesteld worden hoger zijn dan de eisen die gesteld worden aan de Wmo. De voorzitter neemt aan dat er een antwoord is gekomen op alle gestelde vragen. Mevrouw De Korte constateert dat de wethouder zich verdiept in de problematiek en dat men ontzettend zijn best doet om de problemen op te lossen. Spreekster wil er blijvend over geïnformeerd worden, omdat het gaat om een zorgwekkende situatie. Bij deze de vraag aan de wethouder om de raad over een maand opnieuw te informeren over de stand van zaken bij de wachtlijsten, over de personeelssituatie en de situatie bij Veilig Thuis.
Daarnaast hoort men dan ook graag weer iets over de stand van samenwerking met andere partijen, bijvoorbeeld POH. Ook hoort men graag over hoe het gaat met maatregelen op het gebied procedures, waardoor mensen eerder hulp kunnen krijgen. Zeker mensen die acute hulp nodig hebben, moeten die hulp direct krijgen. De heer Van Dijkman kan zich goed vinden in veel zaken die mevrouw De Korte heeft aangegeven. Alleen is het niet nodig om maandelijks een rapportage te ontvangen over de genoemde punten. Wanneer men die maandelijkse frequentie aanhoudt, dan is het personeel alleen maar bezig met rapporteren en blijft er geen tijd over voor het eigenlijke werk. Laat de medewerkers een halfjaar hun werk doen. Kan daarna met de juiste cijfers over de stand van zaken. Er zijn andere prioriteiten dan rapporteren. 29
De heer Van Bemmel vraagt de wethouder hoe die aankijkt tegen het punt om bij de uitgebreide tijdelijke capaciteit te peilen of die misschien omgevormd zou willen worden in vaste capaciteit. Om het personeelsbestand op peil te houden en om verloop te beperken. Mevrouw Groen vindt een rapportering over een maand wel erg kort. Liever een rapportering in mei. Dan kan de raad zo nodig voor de zomer nog bijsturen. Wethouder Van Uden denkt dat de verschillende raadsleden min of meer hetzelfde vragen dan wel bedoelen. De heer Van Dijkman heeft gelijk. Uitgebreide rapportages kosten tijd en dat kan zeker niet elke maand. Mevrouw De Korte bedoelt dat ze elke maand even mondeling op de hoogte wordt gehouden over de ontwikkelingen. Dat kost geen extra ambtelijke inzet. Dat kan worden toegezegd. De suggestie van mevrouw Groen is afhankelijk van hoe de situatie zich ontwikkelt. Dat zou de wethouder voor zijn opvolger niet willen toezeggen. Echter, het idee is verstandig. Als laatste de opmerking van de heer Van Bemmel over personele beslissingen met een bindend karakter. Daar gaat het college niet over. Dat is een bevoegdheid van de organisatie. Het college gaat wel over de capaciteit. Het aantal medewerkers zal op peil blijven zolang dat nodig is. De voorzitter constateert dat met de woorden van de wethouder men het onderwerp kan afsluiten.
8.
Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering op 17 januari om 23.00 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie RZ en PW & ABZ/F en SI d.d. 16 februari 2022. De griffier,
de voorzitter,
30