CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

13-01-2021 Politieke commissie RZ PW ABZF SI

Commissie Ruimtelijke Zaken 17 februari 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken, Algemeen Bestuurlijke Zaken Financien / SamenLeving en Inwonerszaken d.d. 13 januari 202113.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken

Datum:

13 januari 2021

Tijd:

19:30 uur

Plaats:

Digitaal via Teams

Registratienummer: Voorzitter:

De heer E.A. Dohle

Griffier:

Mevrouw J. Jonker

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), de heer C.W. Brouwer (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), mevrouw C. Dijkman (VVD), de heer E. Doorn (D66), de heer R. Evers (VVD), de heer H.J. van der Greft (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer E.C. de Haan (Ronde Venen Belang), mevrouw Y.M.G. van den Heerik (Ronde Venen Belang), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA-GroenLinks), de heer A.P.M. Luijben (Seniorenpartij), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA-GroenLinks), de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP), de heer C. van Uden (D66)

Meesprekers:

De heer P. Broos (7a), de heer H. den Hartog (7a), de heer R. den Hartog (7a), de heer A. van Heuveln (7a), de heer M. van Kouwenhoven (6a), de heer S. Tumpane (6a)

Wethouders:

Mevrouw K.B. Hagen (D66), de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening 1

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de deelnemers gebracht.

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor dit agendapunt.

3.

Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 1 en 2 december 2020 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn geen vragen of opmerkingen naar aanleiding van de notulen.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen De voorzitter licht de gewijzigde toezeggingenlijst toe. Deze lijst is vandaag om 14.00 uur geplaatste. De heer Kroon geeft aan dat toezegging 104/18 staat aangegeven als afgedaan. Echter, alleen voor Abcoude zijn parkeernormen opgesteld. Nog niet voor de andere kernen. Daarmee is de toezegging nog niet afgedaan. Op toezegging 111/20 is nog geen compleet antwoord gekomen. De vraag over het grof vuil is nog niet beantwoord. In verband daarmee hoort de toezegging opnieuw op de lijst thuis. Als laatste heeft spreker geconstateerd dat op de nieuwe lijst de coronasteunmotie terecht is gekomen. Die hoort natuurlijk op de lijst van SI. De heer Schreurs brengt naar voren dat toezegging 100/20 als afgedaan wordt aangemerkt. Deze afdoening is op basis van de mededeling dat men ermee bezig is. Uit de informatienota over het onderwerp blijkt dat er sprake is van een dynamisch proces. Daarom kan men deze motie niet zomaar uit de toezeggingenlijst verwijderen. Hoe gaat het college het proces inzichtelijk houden voor de raad? Kan men de toezegging niet op een of andere manier parkeren zodat die zichtbaar blijft? De heer De Haan merkt op dat er bij meer punten vermeld wordt dat die zijn afgehandeld, terwijl dat eigenlijk nog niet het geval is. De voorzitter vraagt om een verduidelijking van de uitsprak. De heer De Haan neemt toezegging 104/18 als voorbeeld.

Die is nog niet afgedaan, terwijl dat wel staat aangegeven. Dat komt bij meer toezeggingen voor.

2

De voorzitter merkt op dat voor de duidelijkheid beter aangegeven zou moeten worden welke toezeggingenlijst het meest recent is. De griffier meldt de laatste versie van de toezeggingenlijst nu nog eens op NotuBiz te plaatsen. Mevrouw Van den Heerik brengt naar voren dat om de vergadering goed voor te kunnen bereiden men alle stukken tijdig moet ontvangen. Wanneer aangepaste stukken pas op het laatste moment komen, dan is er te weinig tijd voor een goede voorbereiding. Het kan niet zo zijn dat men op de dag van de vergadering nog een laatste versie van de toezeggingenlijst ontvangt. Het voorstel is dan ook om de lijst op de vergaderdag zelf niet meer wordt vernieuwd. De voorzitter meldt dat de laatste versie van de lijst gisteren is verstuurd. Mevrouw Van den Heerik meldt deze niet ontvangen te hebben. De griffier meldt dat op dinsdag na het collegeberaad een aangepaste toezeggingenlijst wordt opgesteld, waarbij met kleuren de status van de toezeggingen staat aangegeven. De aangepaste lijst wordt de dag voor de vergadering De juiste lijst staat op Notubox. Kennelijk is de lijst niet goed zichtbaar. Men gaat nogmaals de juiste lijst plaatsen, die men een dag voor de vergadering ontvangt. Mevrouw Van den Heerik is van mening dat dit wel zo kan zijn, maar dat het punt al vaker besproken is. Er moet een goede oplossing komen.

Het moet niet zo zijn dat men de lijst op het laatste moment ontvangt. De heer Schreurs brengt naar voren dat er in het presidium afspraken gemaakt worden over hoe men iets behandelt. Die afspraken moet men nakomen. Het kan niet zo zijn dat elk raadslid bij een vergadering aangeeft hoe men het graag zou willen hebben. Mevrouw Van den Heerik is het daarmee eens. Alleen moeten die afspraken wel werken. Blijkt dat niet het geval te zijn, dan heeft het presidium de taak om die afspraken aan te passen. De heer Schreurs denkt dat het presidium misschien een andere werkwijze hanteert dan mevrouw Van den Heerik. Wanneer dat een probleem is dan moet men dit bij het presidium naar voren brengen. De voorzitter brengt naar voren dat de bestaande werkwijze al een tijd bestaat. Meestal werkt die goed. De nieuwe toezeggingenlijst was gisteren beschikbaar. Mevrouw Van den Heerik verwacht dat dit soort zaken zich in het vervolg niet meer voordoen en dat men er geen tijd aan hoeft te besteden. Dat het gaat zoals het moet gaan.

3

De heer Brouwer merkt op dat wethouder Schuurs naar aanleiding van de parkeervisie Abcoude voor medio december 2020 in gesprek zou gaan met de omwonenden zou gaan over mogelijke oplossingsrichtingen voor het parkeren van deze bewoners. Dat gesprek is doorgeschoven. De actie moet dus op de lijst aangepast moeten worden. Wat is de stand van zaken? Er moet wel een goede oplossing komen. Wethouder Schuurs is van mening dat aan toezegging 104/18 is voldaan. Wanneer het punt weer terug moet komen in verband met de gespecificeerde parkeernormen per kern en het op de hoogte houden van de raad over het proces, dan wordt het een nieuwe toezegging. Op dit moment is men bezig met het plannen van een afspraak met de omwonenden in Abcoude. Dat zal ook via Teams gaan. Wethouder Hagen geeft aan toezegging 111/20 weer op te pakken zodra de toezegging weer op de toezeggingenlijst staat. Wethouder Kroon wil de raad wel maandelijks bijpraten over de ontwikkelingen in het licht van toezegging 100/20. Op dit moment is er niet veel te melden. Afgelopen maandagavond is er tot 22.30 uur gesproken over het regionale woningbouwprogramma. De wethouder heeft de gemeentelijke plannen ingediend. Er komt daarover een vervolggesprek. De heer De Haan heeft nu ook de nieuwe lijst. Daarmee is zijn vraag beantwoord.

De heer Kroon is van mening dat zolang niet aan punt drie van de motie is voldaan toezegging 104/18 op de toezeggingenlijst moet blijven staan, al dan niet als nieuwe toezegging. Gezien er niemand nog een punt voor de toezeggingen heeft, sluit de voorzitter dit agendapunt.

b.

Informatie-uitwisseling Mevrouw Groen heeft als mantelzorger gemerkt dat allerlei aanvragen bij de Wmo langer duren dan acht weken voor de intakegesprekken en de uitslagen daarvan bekend zijn. De voorzitter onderbreekt mevrouw Groen. Het aangeroerde punt betreft de Wmo. Dat is een punt voor de commissievergadering ABZ/F & SI morgenavond. Mevrouw Groen komt morgen op het punt terug. Dan is er het afvalbeleid. In de afvalbrief staan drie fouten. Men moet nog eens goed kijken naar de wijze hoe andere gemeenten inzamelen, ondanks dat het afvalscheidingsbeleid nu vaststaat. Gemeenten die afstappen van gescheiden inzamelen. Wanneer start de gemeente met de communicatie over de afvalscheiding? Men moet er nu wel snel mee van start gaan. De heer Evers is te spreken over de vernieuwde Pastoor Kannelaan en de Pieter Joostenlaan. Eind 2019 is er een motie ingediend voor het verbeteren van de

4

oversteekplaatsen. Een aantal oversteekplaatsen is intussen verbeterd, maar andere niet. Kunnen de laatste niet verbeterd worden? Op de carpoolplaats bij de Mijdrechtse dwarsweg is sprake van veel onkruid. Kan men daar wat aan doen? Een deel van het Bellopad al bijna een jaar geblokkeerd. Hierdoor moeten fietsers omrijden en wandelaars omlopen. Eind oktober heeft de gemeente toegezegd het probleem snel te zullen oplossen. Wat is de stand van zaken nu? Over de warmtetransitie zou men nieuwe informatie ontvangen via een informatieve raadsbrief in februari. Op welk moment kan men die informatie verwachten? De heer De Haan vraagt naar de vorderingen bij het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Wethouder Schuurs meldt dat men nog steeds met de oversteekplaatsen bezig is. Een aantal is aangepast. Een aantal moet nog worden aangepast, waarvan bij sommige een aanpassing lastig is. Men moet telkens weer keuzes maken in verband met het beschikbare geld. Over het Bellopad heeft men gesproken met de eigenaar over te nemen maatregelen. Dat overleg om het pad weer vrij te krijgen loopt eigenlijk nog steeds. Het belangrijkste punt daarbij is de veiligheid. De heer Evers stelt weinig activiteiten bij het Bellopad vast. Zo moeilijk kan een oplossing och niet zijn? Wethouder Schuurs antwoordt dat men met de eigenaar in overleg blijft.

Het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen heeft vertraging opgelopen. Dat ligt met name aan de Provincie. Vorige week is er weer overleg geweest met de gedeputeerde. Met hoopt voor de zomer goede afspraken gemaakt te hebben met de Provincie, waardoor men verder kan met het bestemmingsplan. Over enkele weken komt er een informatienota over het bestemmingsplan. Er moet nog een aantal zaken worden opgelost. De heer Stam vindt het antwoord over het Bellopad bijzonder. Het pad is toch openbaar terrein? Daarnaast mag een eigenaar zijn rommel daar toch niet zomaar laten liggen. Kan iedereen dan vanaf nu het openbaar terrein als een soort opslag voor rommel gebruiken? Wethouder Schuurs antwoordt dat het minder eenduidig is dan de heer Stam schetst. Het Bellopad is particulier eigendom. Omdat het allang openbaar gebruikt wordt, wordt het gezien als openbaar terrein. Vanzelfsprekend mag men de openbare weg niet blokkeren. Deze situatie is echter wat gecompliceerder. Het heeft de aandacht van de gemeente. De heer Stam stelt de toevoeging op prijs. Dat maakt de situatie duidelijker. Mevrouw Van den Heerik denkt dat het antwoord van de wethouder over het Bellopad niet helemaal correct is. Wanneer een weg openbaar is, dan moet men als zodanig daarmee omgaan. Al is de weg van een ander. Een privépersoon moet ervoor zorgen dat de betreffende weg openbaar blijft. Dat geldt ook voor de bermen.

Dat geldt dus ook voor deze situatie. Het kan dus niet zo zijn dat de eigenaar de rommel niet weghaalt.

5

De heer Brouwer heeft een vraag over verkeerssituaties. Bijvoorbeeld in Abcoude. Nu ligt de focus sterk op oversteekplaatsen. Men weet echter ook dat er andere zeer gevaarlijke situaties zijn. Zijn er in de gemeente risicoanalyses uitgevoerd over gevaarlijke verkeerspunten? Hoe beoordeelt het college de risico’s die zich voordoen? Hoe gaat men ermee om? Wat gaat men doen nadat alle oversteekplaatsen aan de orde zijn geweest? Wethouder Schuurs brengt naar voren dat men continue kijkt bij zaken die zich voordoen of er een noodzaak is om verkeerssituaties aan te passen. Bij een ongeval kijkt om zeker naar de weginrichting. Alleen kan men (helaas) niet overal aanpassingen toepassen. Kan het wel, dan gaat men dat ook doen. Veiligheid voor alle verkeersdeelnemers is een jaarlijks terugkerend thema. In Abcoude is de situatie gunstig. De grote groenstrook naast de weg kan men gebruiken om het fietspad aan te leggen. Bij elk ongeluk hoort men van de politie of het iets te maken heeft met de weginrichting en wat een mogelijke oplossing zou kunnen zijn. Zo mogelijk wordt de aangegeven oplossing in praktijk gebracht. De opmerking van mevrouw Van den Heerik over het Bellopad neemt de wethouder mee. De heer Brouwer mist een antwoord op de vraag of de wethouder bereid is jaarlijks een aantal risico’s te inventariseren.

Om vervolgens op basis daarvan een aantal gevaarlijke plaatsen voortijdig aan te pakken. Wethouder Schuurs heeft geprobeerd om dit punt in het antwoord te laten doorkomen. Veiligheid is een continue proces. Men is altijd bezig met het nadenken hoe situaties veiliger kunnen. Wethouder Hagen brengt naar voren zeker andere gemeenten te volgen met hun afvalbeleid. De gemeenten die afstappen van afvalscheiding zijn met name steden. De Ronde Venen kan men moeilijk vergelijken met een stad. Al was het maar omdat er hier minder huishoudens per adres zijn. Daardoor kan men hier ook makkelijker afval scheiden. De wethouder heeft maatregelen genomen om te voorkomen dat een brief met fouten nog eens verzonden wordt. Wat wel zo is, is dat zo’n 90% van de inwoners het pasje voor het afvalbrengstation bij zich heeft wanneer men daar komt. De opmerking over de communicatie klopt. Men heeft de maand januari nog nodig om ervoor te zorgen dan bewoners van de hoogbouw hun GFTE-afval goed te kunnen scheiden. Nu bereid men en grote campagne voor om de inwoners te informeren welk afval in welke bak hoort. Die campagne start binnenkort. De heer Evers stelt vast dat men in de tweede week januari zit.

Hoe staat het nu met de communicatie naar de bewoners over de nieuwe situatie betreffende de grondstoffen? Wethouder Hagen meldt dat alle mensen in de hoogbouw, die voorheen niet goed in staat waren afval te scheiden, in de afgelopen weken bereikt zijn over de nieuwe situatie. De wethouder wil graag in de volgende commissievergadering de stand van zaken, de campagne en het verloop ervan verder toelichten.

6

Mevrouw Van den Heerik heeft vernomen dat een inwoner van Abcoude die een afvalpasje voor groot vuil voor de gemeentewerf heeft, denkt dat men met het pasje niet terecht kan op de werf in Mijdrecht. Is die gedachte correct? Wethouder Hagen antwoordt dat de inwoners van Abcoude met hun pasje ook in Mijdrecht terecht kunnen. En andersom ook. Mevrouw Dijkman vraagt of de eigenaren van de recreatiewoningen, die daar regelmatig aanwezig zijn, ook zo’n pasje krijgen. Waar moet men anders met het afval naar toe? Wethouder Hagen moet nagaan het precies zit met de eigenaren van de recreatiewoningen. De heer Luijben vraagt of het goed begrepen is dat de wethouder meent dat de inwoners van de gemeente het afval beter kunnen scheiden dat de daarvoor ontwikkelde nieuwe machines die ingezet worden door de steden. Is dit correct? Wethouder Hagen denkt dat een inwoner heel goed in staat is om afval goed te scheiden. Op basis van analyses weet men dat in De Ronde Venen de grootste winst te behalen valt bij het scheiden van GFTE-afval. De wethouder hoopt dat mensen de scheiding beter kunnen inschatten dan de machine. Men moet de inwoners via communicatie wel goed informeren hoe ze dat afval moeten scheiden. Daar zet men dit jaar vooral op in. De carpoolplaats is van de Provincie. De wethouder zal deze instantie op het onkruid attenderen. Dan de warmtetransitie.

De informatienota waar de heer Evers op doelt, is de driejaarlijkse informatienota waarbij de raad geïnformeerd wordt over de voortgang van elk spoor van de transitie. Die nota komt binnenkort. Men kan ook altijd tussentijds schriftelijke vragen stellen. De heer Van Sligtenhorst heeft kennis genomen van de vragen van het CDA over de dijkverzwaring in Wilnis. Men is benieuwd naar de antwoorden. Voor zover bekend is de duur van de vergunning voor grondtransport verstreken. Zijn de transporten bijna afgelopen? Kan de wethouder aan geven of, hoe en wanneer het herstel van de zaken als gevolg van de transporten, zoals afgesproken, gaat plaatsvinden? Dan de brief van het KPHG, die bij de griffiebrief 1 was gevoegd. Dat gaat over het landelijk ongedaan maken van de wet op het verbod van onkruidbestrijdingsmiddelen buiten de landbouw. In de brief heeft men het over een kaart die zichtbaar moet maken welke gemeente de bestrijdingsmiddelen blijven uitsluiten bij de bestrijding van onkruid in de openbare ruimte. Staat de gemeente op die kaart? Blijft de gemeente het onkruid in de openbare ruimte bestrijden zonder gebruik van chemicaliën? Dan de N201. Vernomen is dat men bij de Provincie gesprekken voert over de aangepaste plannen van de N201. Begrepen is dat de tunnelbak bij het viaduct waarschijnlijk komt te vervallen.

Is het college over dit onderwerp in gesprek met de Provincie? Heeft het college aangegeven zelf ook nog plannen rond het viaduct te hebben? Kan men gezamenlijk tot een oplossing komen? Wethouder Schuurs meldt dat volgende week de Statencommissie over de N201 praat. Het college stuurt voor die vergadering een brief naar de Staten waarin men aangeeft wat men erg 7

belangrijk vindt. Uitstel en versobering spreken het college niet aan. Men geeft aan dat men het heel belangrijk vindt om de bocht bij Mijdrecht aan te pakken, inclusief de redenen waarom. Daarnaast vindt men de aanpassingen bij Vinkeveen heel erg belangrijk. De brief komt ook naar de raad. Het bestuurlijk overleg met de gedeputeerde vindt plaats op 25 januari, nadat de commissie over het onderwerp gesproken heeft. Dan spreekt men verder over de N201. Wethouder Kroon verzoekt aanvullend de raadsleden om de eigen Statenfracties van de voor de gemeente belangrijke punten mee te geven. Men kan hen ook de brief verstrekken. De heer Van Sligtenhorst meldt dat de fractie al input aan de Statenfractie heeft geleverd. Wethouder Hagen gaat na hoe de onkruidbestrijding in de gemeente plaatsvindt, inclusief de middelen die daarbij gebruikt worden. Daarna komt de wethouder op het punt terug. De wethouder denkt dat het goed is om de vragen van de heer Van Sligtenhorst over de dijkverzwaring toe te voegen aan de vragen die het CDA gesteld heeft. Dan kan de wethouder ook overleg plegen binnen het college aangezien het om meer gaat dan alleen milieu. Dan kunnen de vragen completer beantwoord worden. De heer Van Sligtenhorst stemt in met dit voorstel.

Moet men de vragen nog zelf aanleveren of worden ze automatisch aan de vragen van het CDA toegevoegd? Wethouder Hagen hoopt dat de griffie de vragen meeneemt naar de betreffende ambtenaar. De heer Brunia begint met het CPO Abcoude. Het Financieel Dagblad heeft gespreven over de problematiek van ouderen huisvesting. Daarbij is het project CPO Abcoude als model gebruikt. In het artikel staat dat de beoogde locatie van het project, de Koppeldijk, binnen de zone van het werelderfgoed De Hollandse Waterlinie valt. Is dat correct? Wordt er echt Hollandse Waterlinie bedoeld of heeft men dit verward met de Stelling van Amsterdam? In december 2019 is een motie in de raad aan de orde geweest over ‘Welkom aan de otter’. Nu is er een persbericht geweest over ecopassages en dat de otter daarvan zal profiteren. Spreker ziet dat als een vervolg op de motie. Jammer dat het persbericht die relatie met de motie niet legt. Als laatste de Dwarskade. Daar is een kapvergunning verleend voor het kappen van zesenvijftig bomen in verband met de versteviging van de waterkering van de dijk. Kan men toe met minder kappen? Komen de bomen na de verzwaring terug? Men gaat daar wel vanuit. Komt het fiets- en wandelpad ook terug? Wethouder Kroon meldt dat de locatie van CPO Abcoude ligt in het gezichtsveld van het Fort Abcoude.

Of dat deel uitmaakt van de Oud Hollandse Waterlinie kan de wethouder niet aangeven. De heer Brunia denkt dat het gaat om de Stelling van Amsterdam en niet om de Hollandse Waterlinie. Het is natuurlijk vreemd dat de locatie als bouwlocatie problematisch is. Immers, tussen de locatie van CPO en Fort Abcoude ligt een hele woonwijk. Graag een toelichting? Er

8

zou ambtelijk overleg met de Provincie plaatsvinden. Los van het punt dat het gebied niet in de rode contour ligt, heeft de Provincie aangegeven dat er geen belemmeringen zouden zijn. Wethouder Kroon is met de gedeputeerde op de locatie aan de Koppeldijk wezen kijken. Gezien de landschappelijke waarde van het gebied kan de wethouder zich niet voorstellen dat men gezegd heeft dat men er mogelijk mag bouwen. Inmiddels heeft CPO daar enig begrip voor. Als andere locatie zouden de Bon-gronden in aanmerking kunnen komen. Die sluit ook beter aan bij het dorp. De gesprekken daarover lopen nog. De heer Brunia vindt dat de zaak iets meer helder is geworden. Echter, nog niet overtuigend genoeg. Men komt erop terug. Wethouder Kroon meldt dat het ontschoten is om in het persbericht de koppeling te leggen met de betreffende motie. De ecopassages is een uitvoerende actie vanuit afspraken in de gebiedscommissie Utrecht-West. De gemeente zou die verbindingen maken. De wethouder zal kijken hoe men in de toekomst de commissie regelmatig kan bijpraten. Wethouder Hagen zegt toe terug te komen op de bomenkap, de het fiets en wandelpad op de Dwarskade. De heer Schreurs heeft een vraag over de brandweerkazerne in Abcoude. Die kazerne komt over enige tijd leeg. Is het college daarvoor al plannen aan het maken? Spreker denkt dat het een goede locatie zou kunnen zijn voor sociale woningbouw.

Wil het college zich hiervoor inzetten? Wanneer er al plannen zijn, wanneer kan de raad dan informatie daarover verwachten? Wethouder Kroon meldt dat er deze week een eerste gesprek komt met omwonenden over wat men er graag zou willen. Er zitten nog veel mitsen en maars aan deze locatie. Eerst moet de brandweer nog verhuizen. De wethouder deelt het idee om aan dit soort locaties een sociale invulling te geven. De voorzitter recapituleert de vier toezeggingen. De heer Van Sligtenhorst is benieuwd of er op zijn vragen over de grondtransporten een toezegging gedaan moet worden, dan wel dat die automatisch in het proces worden meegenomen. De voorzitter geeft aan dat het laatste gebeurt. Mevrouw Groen brengt naar voren dat er een toezegging was over de pasjes groot vuil voor de eigenaren van de recreatiewoningen. De voorzitter geeft aan dat dit punt aan de toezeggingen wordt toegevoegd. Wethouder Kroon deelt mee dat men twee keer om de tafel heeft gezeten met de initiatiefnemers voor de tijdelijke starterswoningen bij het Veenweidebad. Vorige week is het 9

eerste planidee ontvangen. Dat wordt nu getoetst. Ook is er een brief ontvangen van Brouwer transport over die mogelijke woningen. Die neemt men mee te zijner tijd bij de terugkoppeling naar de raad. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen meer zijn.

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De heer Rouwenhorst begint over RMN. Begin januari is er overleg geweest over de samenwerking tussen de verschillende recreatieschappen. Begin oktober 2020 is er een motie aangenomen waarbij is aangegeven om op zo klein mogelijke schaal samen te werken. De uitvoering wilde de gemeente het liefst zelfstandig doen. Het verbaast spreker dat dit tijdens een bijeenkomst over SGL en RMN dat die punten niet aan bod zijn gekomen. Is dat zo of is dit punt niet besproken in RMN-verband? De heer Brunia brengt naar voren dat de problematiek rond SGL en RMN geagendeerd zijn voor de commissie morgenavond. De heer Rouwenhorst geeft aan morgenavond niet aanwezig te kunnen zijn. De vraag aan de heer Brunia is om als collega de vragen dan in te brengen. De heer Stam merkt op dat men verwacht dat de raad punten aan de orde stelt. Het is echter zo dat ook het college zaken proactief aan de orde kan stellen. Is er vanuit het college nog iets te melden over de verschillende samenwerkingsverbanden? Wethouder Hagen heeft voor het kerstreces nog vergaderd met de ODRU. Daarbij zijn de punten die in de besproken zijn ingebracht zijn. Daarbij zijn de verschillende punten ingebracht. Men moet daarbij voor ogen houden dat de ODRU een uitvoeringsdienst is. Men hoeft niet zelf beleid te maken in het kader van de omgevingswet. Verder is er weinig te melden.

Wethouder Kroon komt terug op de regionale programmering van de woningbouw. Afgelopen maandag is de eerste sessie geweest met de U10. Samen met de Gedeputeerde Staten is daarover van gedachte gewisseld. De gemeente heeft, met andere, aangegeven zelf de regie te willen behouden over een aantal aspecten van de woningbouw. Met elkaar ziet men wel dat zachtere plannen wel doorgeleid moeten worden om ervoor te zorgen dat men op een later moment niet ineens stil valt bij het bouwen van woningen. Men moet zorgen voor een continue woningbouwoplevering. De eerste stappen zijn goed gezet om als landelijke gemeente de wensen goed kenbaar te maken. Daarbij wordt men gesteund door andere landelijke gemeenten. De voorzitter concludeert dat er geen punten zijn voor dit agendapunt. Deze wijze van behandeling van dit agendapunt was goed. De voorzitter wil in de agendacommissie bespreken of men dit in het vervolg niet zo kan doen.

10

6.

Punten voor de raad van 15 december 2020

a.

Eindrapport onderzoek Veenweidebad, raadsvoorstel 01/21 De voorzitter introduceert voor dit agendapunt twee insprekers, de heer Van Kouwenhoven en de heer Tumpane. Vervolgens wordt de inspraakprocedure uitgelegd. Daarna krijgen de insprekers het woord. De heer Van Kouwenhoven kan zich goed vinden in het punt dat er een onderzoek gedaan wordt naar het reilen en zeilen van het Veenweidebad. Men onderschrijft een groot deel van de conclusies die in het rapport staan. Wat ook uit het rapport naar voren komt zijn dat de exploitatieresultaten van het zwembad niet zo zijn als die men van tevoren had verwacht. Bij het tot stand komen van het zwembad hebben externe partijen calculaties gemaakt op basis van 175.000 tot 180.000 bezoekers. De afgelopen tien jaar is gebleken dat die aantallen in de verste verte niet zijn gehaald. In 2019 zat men op een bezoekersaantal van circa 77.000. De afgelopen tien jaar zijn niet goed geweest. Als organisatie is men ook bereid om die verliezen te nemen. Alleen heeft men nog tien jaar voor de boeg. Op basis van het rapport wil men samen met de gemeente oplossingen zoeken voor de komende periode. Als eerste gaat het erom hoe men met elkaar kan kijken hoe men het bezoekersaantal kan verhogen. De afgelopen twee jaar is de samenwerking tussen gemeente en Optisport uitstekend geweest. Echter, daar is nog niet voldoende resultaat uit voortgekomen.

Daarbij komt nog dat er in de gemeente een nieuw zwembad is gekomen in Abcoude. Op basis van het rapport doet spreker een beroep op de raad wil doen om mee te denken hoe men meer bezoekers kan trekken en hoe men met elkaar een oplossing kan vinden voor de ontstane financiële situatie. Nadat Optisport tien jaar het verlies heeft gedragen moet men met elkaar kijken hoe men daar een oplossing voor kan vinden. Zeker in verband met het bad in Abcoude. De heer Tumpane merkt op dat wat de vorige spreker heeft aangegeven het verhaal is waar het eigenlijk om draait. Sinds de afgelopen twee jaar werkt men goed met de gemeente samen. Men doet veel in overleg. In die periode is er ook sprake van een toename van de bezoekersaantallen. Er zijn veel acties geweest en er is veel promotie gedaan. Men heeft veel goede doelen geholpen. Meer ook heeft men scholen binnengehaald. Echter, al met al heeft dat niet geleid tot de cijfers die ooit zijn opgesteld. Ondanks het feit dat men veel energie heeft gestoken in marketing en uitstraling. Men heeft echter nog tien jaar voor de boeg. Het is daarom van belang dat de gemeente ons steunt met het vinden van bepaalde doelgroepen die men nog aan kan spreken. Wellicht zijn er voor die doelgroepen nog subsidiepotjes die men kan inzetten. Kijken hoe men gezamenlijk wat kan doen.

Samen iets inleveren, waardoor men structureel het bezoekersniveau omhoog kan brengen. Wat zijn de opties en hoe kan de gemeente helpen? De heer Van Uden vraagt of de heer Tumpane iets concreter kan worden over de bezoekersaantallen. Wellicht over de afgelopen drie jaar. De heer Van Kouwenhoven meldt dat men op basis van externe calculaties uitgegaan is van 180.000 bezoekers. Dat stond in de aanbestedingsstukken. In 2017 waren er 64.000

11

bezoekers, in 2018 waren er 70.000 bezoekers en in 2019 waren er 77.000 bezoekers. Van die 77.000 bezoekers waren er 13.000 voor de fitness. De heer Van Uden vraagt of men nog mogelijkheden ziet om het aantal bezoekers te verdubbelen. Waarschijnlijk zal het niet haalbaar zijn. Maar ook met verdubbeling komt men nog niet aan de geprognotiseerde aantallen. Wat zijn de opties om het zwembad meer aantrekkelijk te maken en hoe ziet men die kansen? De heer Van Kouwenhoven brengt naar voren dat men bij de aanbesteding van de prognose is uitgegaan. Stel dat men er in slaagt om het aantal bezoekers te verdubbelen tot 150.000 dan is een rendabele exploitatie mogelijk. Het grote probleem is dat in de aanloop naar het nieuwe zwembad veel recreatieve elementen van het bad zijn verdwenen. Daardoor is een gat ontstaan tussen de geprognotiseerde bezoekers en het werkelijke aantal. Ook het niet doorvoeren van schoolzwemmen heeft een bijdrage daaraan geleverd. De grote boosdoener is het gebrek aan recreatief aanbod. Wanneer men daarin zou investeren, dan kan men een groter recreatief publiek kunnen trekken. De heer Rouwenhorst stelt dat er vanaf het begin permanent geklaagd is over de recreatieve mogelijkheden van het zwembad. Spreker heeft echter ook bij Optisport geen aandrang kunnen bespeuren om daar iets aan te doen. Geld heeft altijd een rol gespeeld.

Er kon niets en de gemeente waakte ervoor om meer geld uit te geven om recreatief zwemmen mogelijk te maken. Wat is er in de optie van Optisport veranderd waardoor men nu zo aandringt op een betere samenwerking met de gemeente? Wat is er veranderd in de rol van de gemeente in de afgelopen twee jaar? Hoe ziet men de situatie na afloop van het contract over tien jaar? De heer Van Kouwenhoven kan niet aangeven wat er na tien jaar gebeurt. Misschien kent het contract wel een verlengingsoptie. In de periode voor 2018 heeft men zowel bij de gemeente als bij Optisport te maken gehad met nogal wat personele wisselingen. Vanaf 2018 is de samenwerking beter geworden. Daarnaast heeft Optisport met activiteiten ervoor gezorgd dat het bezoekersaantal is toegenomen. Onderhoud in de dal periode zal blijven. Daarvoor moet het zwembad enige tijd sluiten. Daarbuiten biedt men de mensen een zo aantrekkelijk mogelijk aanbod binnen de mogelijkheden die men heeft. Naast het recreatieve element kan men ook aan specifieke doelgroepen denken. Vooral voor de rustige momenten. Nu is er sprake van een goede samenwerking met de gemeente. Samen kan men nu zoeken naar mogelijkheden om meer bezoekers te trekken. Men wil in Mijdrecht een fantastisch product neerzetten. Daarna kan men nadenken over de verdere toekomst. De heer Rouwenhorst vraagt wat er tegen het openen voor schoolzwemmen is.

Daar hoeft de gemeente toch niet tussen te zitten? De heer Van Kouwenhoven denkt dat er wel een rol voor de gemeente weggelegd is. De schoolkinderen moeten naar het zwembad komen. Dat betekent vervoerskosten. Daarvoor moeten middelen beschikbaar komen. De scholen betalen het niet.

12

De heer Rouwenhorst suggereert dat het ook mogelijk is dat de scholen hierover met ouders praten. De heer Schreurs heeft gehoord van de heer Van Kouwenhoven dat men de conclusies uit het rapport voor een groot deel kan onderschrijven. Welke conclusies onderschrijft men niet? Dat is van belang voor de toekomstige samenwerking. De heer Van Kouwenhoven geeft aan dat dit met name betrekking heeft op het afleggen van de verantwoording door Optisport. Daar kan men alles van vinden. Er werden echter ook veel vragen gesteld over de kostenverdeling tussen het zwembad en de fitness. Optisport heeft er een commerciële fitness. Die is mede daar gevestigd om geld af te dragen aan het zwembad. In de begroting is die afdracht voorzichtig begroot op 17.000 euro. Dat is toegenomen tot op dit moment 72.000 euro per jaar. Dat staat niet in het rapport. Daarnaast staat er niet duidelijk in wat de personeelskosten zijn voor de fitness en het zwembad. Mensen die bij beide werken schrijven hun uren ook apart, of op het zwembad of op de fitness. Dat wordt ook door de accountant bekeken. Misschien was de verantwoording niet altijd even goed, maar deze was zeker niet onjuist. De heer Schreurs kent de stukken en de waarneming van per jaar fluctuerende bedragen. Belangrijk is dat de heer Van Kouwenhoven aangeeft volledige duidelijkheid op dat gebied te willen geven.

Die duidelijkheid moet er zeker in de toekomst zijn om het vertrouwen te herstellen. Zeker wanneer men met elkaar in de komende tien jaar nog plannen zouden willen ontwikkelen. De heer Van Kouwenhoven denkt dat op ambtelijk niveau dat vertrouwen er is. Gereageerd is op het rapport Berenschot waarin de suggestie wordt gewekt over een niet correcte verantwoording en een gebrek aan vertrouwen. Dat wil spreker graag wegnemen. Naar aanleiding van het verleden heeft Optisport een aanvullende rapportage bij de gemeente neergelegd. Het punt wisselende managementvergoedingen kan spreker in het rapport niet terugvinden. De heer Schreurs meldt dat hiervan sprake is in de financiële stukken die de afgelopen jaren voorbij gekomen zijn. Echter, waar het nu om gaat is het punt hoe men met elkaar verder kan gaan in de toekomst. En met het benutten van de kansen die er nu en morgen zijn. Dat is al lastig genoeg. Mevrouw Van den Heerik heeft wat moeite met de openheid over het financiële reilen en zeilen van het zwembad. Voor 2018 lijkt dat niet zo helder te zijn geweest. De laatste twee jaar is er meer duidelijkheid. Aangegeven wordt dat het rapport Berenschot op dat punt niet correct is. Spreekster heeft het er moeilijk mee omdat men als klankbordgroep het rapport Berenschot heeft geaccordeerd. De heer Van Kouwenhoven geeft aan dat op het punt financiën het rapport niet correct is.

Dat er wel de afgelopen tweejaar duidelijk opening van zaken is gegeven over financiële zaken. Dat er op elke gerichte vraag een antwoord is gegeven. Dat dat antwoord anders was dan wat nu in het rapport staat. Is dit correct begrepen?

13

De heer Van Kouwenhoven geeft aan dat mevrouw Van den Heerik dat goed heeft begrepen. Daarbij gaat het met name over de bijdrage van de fitness aan het zwembad en de scheiding tussen personeelskosten van de fitnessaccommodatie en het zwembad. Dat heeft men duidelijk benoemd bij Berenschot, maar men mist dit in het rapport. Mevrouw Van den Heerik geeft aan dat het correct is wat er gezegd wordt. Alleen tijdens het gesprek kon de 72.000 euro niet worden aangegeven. Na het gesprek is dat bedrag gemeld bij de gemeente en bij Berenschot. Op dit punt zou het rapport niet correct zijn. De heer Van Kouwenhoven bevestigt dit. Het is jammer omdat spreker deze nuance graag uit het rapport had willen hebben. Men probeert juist wel op het gebied van financiën heel transparant te zijn. Mevrouw Van den Heerik vraagt of het goed begrepen is dat de heer Van Kouwenhoven ook alle transparantie heeft gegeven bij de personeelskosten bij het zwembad en de fitness. Tijdens het eerder genoemde gesprek is op vragen op dit punt geen echt antwoord gekomen. Het juiste antwoord is later gekomen, maar het staat niet in het rapport. De heer Van Kouwenhoven bevestigt dit. Mevrouw Van den Heerik is van mening dat men op deze punten het rapport moet aanpassen. Anders gaat men uit van een verkeerde situatie. De heer Stam weet niet of het rapport aangepast moet worden.

Dat heeft men de heer Van Kouwenhoven niet horen zeggen. Spreker heeft de uitleg gehoord. Er speelt echter iets meer dan dat. Er zijn verschillende jaarrekeningen naast elkaar geplaatst. Dat kan men in het rapport terugvinden. Dan ziet men de schommelingen. Dat gaat over grote kosten. Dat heeft tot vraagtekens geleid. Ook dat het soms niet over het Veenweidebad ging, maar ook over accommodaties in Uithoorn. Daar is over gesproken en daarna er kennelijk uitgehaald. In de laatste jaarverslagen zit het punt er kennelijk weer in. Dat maakt het voor de gemeente lastig om te beoordelen hoe de financiële situatie precies is. De vraag is of de gemeente dat ook moet willen beoordelen. Contractueel is de exploitatie voor rekening en risico voor Optisport. Een vraag voor de heer Tumpane. De vraag is welk beeld verwachten de inwoners van De Ronde Venen van een zwembad. Welke maatregelen zullen effectief bijdragen aan de verhoging van de bezoekersaantallen. Volgens spreker heeft men nu een vrij negatief beeld van het zwembad. Beperkte mogelijkheden voor recreatief zwemmen en beperkt open. Een niet aantrekkelijke aankleding. Men kiest eerder voor ’t Kikkerfort in Breukelen. Anders gezegd, hoe kan ervoor zorgen dat er meer mensen naar het Veenweidebad komen. De heer Tumpane is ook met zijn kinderen naar ’t Kikkerfort geweest. Dat zwembad is leuk en spannend.

Het is een recreatief uitdagend bad. Dat mist men bij het Veenweidebad. Men heeft geprobeerd dit met een paar praktische aanpassingen te verbeteren. Onder andere met wedstrijdjes. Echter, na een uurtje heeft men het wel gezien. Nog te weinig uitdagend. Men probeert het uitdagender te maken. Dat is de reden dat de bezoekersaantallen omhoog zijn gegaan. Er moet meer duidelijkheid komen over de openingstijden. In de zomer heeft men ook nog concurrentie van de Vinkeveense Plassen. Het is dus extra belangrijk om het zwembad 14

interessant en leuk te maken om bezoekers te trekken. Alleen hikt men tegen hoge investeringen aan in verband met de verliezen die geleden worden. Daarbij is het zwembad redelijk rechttoe rechtaan. Een klein beetje aankleding zou ook al helpen. De heer Stam merkt op dat, wanneer men het heeft over een zwembad dat niet aanspreekt, het lastig wordt om mensen terug te winnen. Het zwembad is zoals het is. De uitdaging is om met inwoners in gesprek te gaan om te kijken op welke punten met het bad kan verbeteren, aantrekkelijker maken. De heer Doorn merkt op dat de afgelopen twee jaar er constructief wordt samengewerkt. Er worden meer financiële gegevens gedeeld met de gemeente. De betreffende ambtenaar is nauw betrokken geweest bij het onderzoek. Wat is er eventueel fout gegaan bij het onderzoek. Spreker kan zich niet voorstellen dat er sprake is geweest aan een gebrek aan informatie. Het bad is ingericht op basis van gegevens die toen beschikbaar waren. Er is toen ook een aantal zaken niet doorgegaan, waardoor het bad minder aantrekkelijk is geworden. Vermoedelijk wordt de prognose van 180.000 bezoekers ook nooit gehaald. Wat men nu haalt (77.000) is bij lange na niet het indertijd vastgestelde streefgetal. Nu hoort spreker wel over acties die het bad aantrekkelijker te maken.

Echter, dit horende denkt spreker dat men serieus met elkaar, gemeente en Optisport, in gesprek moet gaan om te kijken hoe men het zwembad wel aantrekkelijk kan maken. Doorgaan op de huidige weg leidt tot niets. Dat is niet wat de gemeente graag zou willen. Een oproep aan de wethouder om actie te ondernemen. De voorzitter onderbreekt. Heeft de heer Doorn een vraag voor de insprekers? De heer Doorn antwoordt dat de vraag ook voor Optisport bedoeld is. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn voor de insprekers. Na hen bedankt te hebben voor hun bijdrage start de reguliere behandeling van het voorstel. De heer Doorn krijgt de gelegenheid zijn betoog af te maken. De heer Doorn denkt dat men het probleem niet in een dag kan oplossen. Men kan het rapport en de conclusies bespreken, maar uiteindelijk moet men naar de toekomst kijken. Hoe gaat men met de conclusies en het zwembad om? De heer Rouwenhorst dankt de leden van de klankbordgroep voor hun werk. De dank geldt ook de medewerkers van Berenschot. Het rapport is duidelijk. Er moet een gesprek plaatsvinden om te bezien wat er op korte termijn gedaan kan worden. Daarbij moet men ook kijken naar de periode na 2030. Kijkend naar het voorstel twee opmerkingen. In beslispunt 3 staat ‘het college te verzoeken’. Dat zou vervangen moeten worden voor ‘het college op te dragen’.

Dan de vraag wat de relatie is tussen besluitpunt 4 en besluitpunt 6. Hoe verhouden die twee punten zich tot elkaar? Wat wordt bedoeld met ‘indien de noodzaak daartoe bestaat’ in punt 6? De voorzitter meldt nog dat het gaat om een raadsvoorstel van de klankbordgroep. Maar, misschien kan de wethouder ook nog vragen beantwoorden.

15

De heer Doorn vindt de raadsenquête een nogal zwaarwegend instrument. Het bestond nog niet. Het zou wel in het reglement van orde opgenomen moeten worden als mogelijkheid. In een volgende situatie kan men er gebruik van maken en de griffie heeft de uitvoering ervan in handen. De heer De Haan heeft in aansluiting op de punten van de heer Rouwenhorst nog twee punten. Het betreft beslispunt 3. Na de tekstuele aanpassing van de heer Rouwenhorst de vraag hoe de wethouder inzichtelijk gaat maken hoe men opvolging geeft aan hoe de uitvoering van de aanbeveling in elkaar steekt. Dan het punt exploitatie in bredere zin. Heeft het college in beeld wat de risico’s zijn bij andere exploitaties van de gemeente? Wethouder Kroon doet een ordevoorstel. Op dit moment is de discussie verwarrend. Het is een raadsvoorstel van de klankbordgroep. Die moet op vragen reageren. De wethouder kan ze ook wel zo goed mogelijk beantwoorden. Maar toch. Dan is de achterliggende vraag van de heer De Haan moeilijk te beantwoorden op basis van het voorstel dat voorligt. Wat behandelt men nu en wie gaat wat beantwoorden? De voorzitter geeft aan dat men een raadsvoorstel behandelt dat uitgaat van de klankbordgroep. Eventueel kunnen de heer Stam of mevrouw Van den Heerik daar een toelichting op geven. De heer Stam begrijpt de verwarring. Het raadsvoorstel is ontstaan naar aanleiding van het Berenschot-rapport.

Voor de wethouder is het dan ook lastig om een aantal vragen te beantwoorden. Spreker gaat de wethouder daar zo goed mogelijk bij helpen. Mevrouw Van den Heerik geeft aan dat het om een raadsvoorstel gaat namens de raad dat is ingediend door de klankbordgroep. Spreekster begrijpt daarom de heer Rouwenhorst dat er in plaats van verzoeken opdragen moet worden aangegeven. Daarover moet de raad dan beslissen. Het is uiteindelijk hun raadsvoorstel. Spreekster denkt dat de heer Rouwenhorst gelijk heeft. Verzoeken is niet helemaal voldoende. Dat moet men aanpassen. De heer De Haan gaat nog een stap verder. Niet alleen een opdracht, maar ook een terugkoppeling na bijvoorbeeld een halfjaar over hoe uitvoering is gegeven aan de opdracht. Dan kan men zien hoe een en ander aangepakt wordt. Men moet zich wel realiseren dat de wethouder niet betrokken is geweest bij het raadsvoorstel. Wethouder Kroon heeft een vraag aan de klankbordgroep. Volgens de wethouder is de aanscherping van de heer Rouwenhorst niet nodig omdat er in hetzelfde punt staat dat het college de raad op de hoogte moet houden over de uitvoering. Mevrouw Van den Heerik denkt dat het op de hoogte houden dan wel twee keer per jaar kan geschieden. Dan vergeet de wethouder de opdracht niet. De heer Stam geeft aan dat er met het verzoek om ‘verzoeken’ te veranderen in ‘opdragen’ twee mogelijkheden zijn.

Men past het raadsvoorstel aan of men laat het zoals het is en dan kan iemand een amendement indienen om het beslispunt aan te passen. De voorkeur gaat op dit moment uit naar aanpassing. Dan de relatie tussen de punten 4 en 6. Toen men startte met 16

het onderzoek heeft men zich goed afgevraagd wat de opdracht van de motie was. Op basis van de Gemeentewet bleek toen dat een raadsenquête mogelijk was. Daar was echter geen verordening voor en men had er geen ervaring mee. Daarom is er gekozen voor een goed vooronderzoek. Daarna moet men werken aan een verordening over een raadsenquête. Dat heeft men zich bij het aannemen van de motie niet gerealiseerd. Een en ander is bij de klankbordgroep wat blijven zweven. Er is na de ontvangst van het rapport Berenschot besproken, maar men schrok er toch wat van. Toen heeft men voor een andere weg gekozen, interviews met betrokkenen. Wel heeft men toe aangegeven dat het instrument raadsenquête mogelijk moet zijn. Dat is de reden van beslispunt 4 op te voeren. De klankbordgroep denkt dat het eindrapport zonder een formele raadsenquête gebaseerd is op voldoende informatie. Echter, tegelijkertijd wil men het instrument raadsenquête is stelling brengen voor het geval dat het nodig is (punt 6). Er is een onderzoek gedaan over het Veenweidebad met de focus op de exploitatie. Het proces van het plan en de bouw van het zwembad is goed verlopen. Echter, tijdens de exploitatieperiode zijn veel zaken blijven liggen. Daar waren wel afspraken over gemaakt. Die zijn deels niet nagekomen en deels door de gemeente niet nagevorderd. Daarvoor zijn verschillende redenen aan te voeren.

De gemeente heeft in elk geval zowel bestuurlijk als ambtelijk daar onvoldoende aandacht aan gegeven. Om die reden staat in de aanbevelingen dat het anders moet. Men moet het niet alleen aanbevelen, maar ook gelijk borgen. Niet alleen borgen voor dit dossier, maar ook voor mogelijke andere dossiers waar de gemeente een groot financieel belang in heeft. Die borging kan men nog in het raadsvoorstel meenemen als punt 7. Men kan het college een opdracht geven om een overzicht te maken van projecten waar men een groot financieel of maatschappelijk belang in heeft. Daar kan men een soort factsheet van maken. Men kan ook van het college vragen om bijvoorbeeld eenmaal per jaar op basis van de factsheet een rapportage te maken van wat er gebeurd is. Dat kan samenvallen met de programmarekening. Zo borgt men naar de toekomst toe soortgelijke gevallen als nu te voorkomen. Spreker geeft het mee. Kijken hoe de portefeuillehouder en de andere raadsleden daar tegenaan kijken. Misschien moet het in het raadsvoorstel worden meegenomen. De heer Schreurs vindt de mogelijke toevoeging interessant. Echter, voordat men aan het voorstel iets zou willen wijzigen, moet men er als klankbordgroep eerst apart over spreken. Het voorstel dat nu voorligt is het gevolg van de motie over het Veenweidebad. Andere zaken daaraan toevoegen, doet geen recht aan het voorstel.

Dat kan men wel via een ander voorstel kunnen doen of via een motie. Zoals gezegd kan men het in de klankbordgroep over de andere zaken spreken. Uiteindelijk moet er nu een besluit genomen worden over het voorstel dat door de hele klankbordgroep gedragen wordt. Overigens kunnen raadsleden via amendementen zaken aan het raadsvoorstel toevoegen. De heer Stam denkt dat het voorstel ook op een andere manier aangepast kan worden, namelijk door middel van een motie. Men kan het raadsvoorstel, afgezien van de verandering van ‘verzoeken’ in ‘opdragen’, zo laten om tijdens de behandeling met een motie te komen met betrekking tot de borging zoals geformuleerd is.

17

De heer Schreurs denkt dat dit een goede weg zou kunnen zijn. De motie heeft dan een algemener karakter. Het heeft niet direct betrekking op het voorstel. Men kan het ook een aparte motie laten zijn die niet direct gekoppeld is aan het voorstel. Mevrouw Dijkman is ook van mening dat de gedachte van de heer Stam niet gekoppeld moet worden aan dit voorstel. Mevrouw Van den Heerik denkt dat wat de heer Stam zegt de weg is die men moet gaan. Moet men over het ‘opdragen’ nog met elkaar van gedachten wisselen of kan men er in de commissie over besluiten? Volgens spreekster kan het ‘opdragen’ worden. Wanneer andere raadsleden daar anders over denken, dan moet men het bespreken. De heer Schreurs denkt dat het een goed voorstel is. Tenzij de wethouder een reden heeft om het niet te doen. Wanneer men de wethouder de ruimte wil geven dan hoeft men de tekst niet veranderen. De voorzitter vraagt de commissieleden of er iemand is die tegen de verandering van ‘verzoeken’ in ‘opdragen’ is. De heer Doorn geeft aan geen bezwaar te hebben tegen de wijziging. Over al de andere zaken staat het eenieder vrij om een motie of een amendement in te dienen. Men kan nog indringender vragen stellen waardoor er in de komende periode aandacht voor het zwembad blijft bestaan. De heer Klijn kan zich vinden in de woorden van de heer Stam. Wethouder Kroon kan zich goed vinden in het voorstel.

Men is er al mee aan de gang. Voordat men gaat beginnen met allerhand andere constructen moet men weten dat een aantal van de constructen al in de jaarrekening geborgd zijn bij het onderdeel borging- en garantiestellingen. Men moet eerst goed kijken of er onderwerpen zijn die daar niet in zitten en waar men wel een groot belang aan hecht. Dan moet men daar dan met elkaar over spreken. De heer Luijben is verrast door de wijze van behandeling van het onderwerp. Men kan zich er wel in vinden. Op zich heeft men weinig voeling met het onderwerp, omdat de partij nog niet bestond op het moment dat dit zich ging afspelen. Men zat ook niet in de klankbordgroep. Dank voor het werk van de klankbordgroep en allen die aan het rapport hebben gewerkt. Een prima rapport. Het is belangrijk dat men gevolg geeft aan de aanbevelingen wat betreft de verdeling van het grondoppervlak. Dat moet tot stand komen ondanks de risico’s. Daarnaast moet er een vergroting van het inzicht komen wat betreft de financiële bedrijfsvoering van Optisport om de eventuele, al dan niet onterechte, subsidiering tegen te kunnen gaan. Hopelijk wordt men daar snel over geïnformeerd. De voorzitter constateert dat het voorstel voldoende behandeld is. Gezien de discussie gaat het voorstel naar de meningvormende raad.

18

7.

Overige punten

a.

Informatienota resultaten Zon- en windkaart De voorzitter introduceert de insprekers, de heren P. Broos, H. den Hartog, R. den Hartog en A. van Heuveln. Na uitleg van de spelregels krijgen ze achtereenvolgens het woord. De heer Evers vraagt of er een tijdschema voor de behandeling van het onderwerp bestaat in verband met de tijd. De voorzitter antwoordt ontkennend. Het is wel zaak om kort en bondig te zijn. De heer Van Heuveln brengt naar voren dat de wethouder bij de raad aangeeft dat er een zorgvuldig proces doorlopen wordt naar de zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden. Spreker deelt die mening niet. De zon- en windkaarten hebben veel vragen opgeroepen. De antwoorden van de gemeente vindt men oppervlakkig en onvolledig. Men heeft de indruk dat de gemeente optreedt als partij omdat men moet leveren aan de RES. Waarom heeft de gemeente de onderlinge raadpleging niet beveiligd door de uitbesteding ervan aan een onafhankelijke partij. Een uitkomst, de grote rode stip tussen Abcoude en Baambrugge, vertrouwt niemand. Die plek wordt namelijk ook genoemd als een voorkeursgebied voor uitsluiting. Dat rode perceel is in handen van een melkveehouder die zelf in een ander gebied woont. Die zelf graag zonnevelden ziet komen. Uit de andere kaart blijkt echter dat de inwoners in dat gebied, op dat perceel juist geen windmolens of zonnevelden willen.

Er wordt geen onderzoek ingesteld naar de onlogische uitkomst, de onlogische plaats van de rode stip. Daarbij moet men ook nog beseffen dat het om grote financiële belangen gaat. Die belangen in relatie tot geen beveiliging en geen onderzoek door de gemeente vormen een explosief mengsel. Spreker trekt de representativiteit van de kaarten sterk in twijfel vanwege het lage aantal inwoners dat gestemd heeft. Het proces moet over onder leiding van een deskundig onafhankelijk onderzoekbureau. Het minste wat men kan doen is een onderzoek in te stellen naar het tot stand komen van de rode stip. Een andere mogelijkheid is om de rode stip niet mee te nemen naar de volgende fase. Men is niet tegen verduurzaming. Echter, wel binnen de grenzen wat mogelijk is in deze kwetsbare historische omgeving. Klimaatneutraal in 2040 is een nobel streven. Nu langzaam duidelijk wordt wat dat betekent, blijkt er van een braad draagvlak geen sprake meer te zijn. De gemeente doet het voor komen dat men geen keuze heeft. Echter, moeten college en raad niet luisteren naar de inwoners? De RES eist. Maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden. Samengevat concludeert spreker dat het zon- en windproces niet zorgvuldig is geweest. De opkomst was te laag om representatief te kunnen zijn.

Eigenlijk moet het proces over of moet er een onderzoek komen naar de rode stip, dan wel men moet de rode stip niet meenemen naar de volgende fase. De raad zou de gang van zaken moeten heroverwegen. De heer H. den Hartog heeft een biologische melkveehouderij aan het Gein. Met een aantal buurtbewoners is spreker een voorstander van wind- en zonne-energie. Men streeft daarbij ook naar een eerlijke verdeling van de opwekking over het gehele gebied. Voorstanders van windmolens en zonnevelden worden in het proces te weinig gehoord. Innovatie is een goede zaak en het is nodig. Alleen kost dat wel tijd. Er zijn nog te weinig alternatieven voor zon en wind die men nu al kan realiseren en waarbij de doelstellingen 19

gehaald kunnen worden. Op dit moment heeft men de windmolens en de zonnevelden (helaas) nodig. Wanneer die alternatieven er wel zijn, dan kan men de windmolens en de zonnevelden weer opruimen. Het is dus nodig dat men binnen de gemeente fors investeert in duurzame energie. Het proces om dat te bereiken zou enorm geholpen zijn wanneer mensen naar elkaar kunnen en willen luisteren. Dat iedereen een mening kan geven en daar niet op aangekeken wordt. De gemeente heeft in deze een belangrijke rol. Ze zou meer leidend kunnen zijn. De gemeente zou meer technische informatie over alternatieve opwekkingsmethoden van de alternatieven kunnen verspreiden. Een grote windmolen produceert net zoveel energie als vijfentwintig hectare vol zonnepanelen. Windmolens vragen dus veel minder agrarische grond dan zonnevelden. Men heeft echter beide nodig. Het zou mooi zijn wanneer men de discussie op basis vaan feiten volwassen kan voeren. Spreker wenst de raad veel wijsheid toe om de doelstelling voor 2040 ruimschoots te halen. De heer Broos brengt naar voren dat de zon- en windkaart een belangrijk onderdeel is van het participatieproces dat de gemeente voert om te komen tot een keuze van plekken waar men windmolens en zonnevelden kan plaatsen. De gemeente doet dit zeer zorgvuldig en spreker ondersteunt het proces van harte. Er is in de gemeente veel weerstand tegen windmolens en zonnevelden.

Daarbij worden verschillende argumenten gebruikt. Die argumenten moeten duidelijk maken waarom tegenstanders vinden dat men in de gemeente geen windmolens en zonnevelden nodig heeft. Men vindt dat Den Haag het maar moet oplossen door de Noordzee vol te zetten met windmolens. De tegenstanders hebben een luide stem. Er zijn echter ook voorstanders van windmolens en zonnevelden in de gemeente. Die ervaren het klimaatprobleem als zeer urgent. Vijf jaar na het Klimaatakkoord van Parijs zonder dat er veel is gebeurd. Bij ongewijzigd beleid stevent de aarde af op een giga opwarming aan het eind van deze eeuw. Twee jaar geleden is er in Nederland een klimaatakkoord gesloten. Daarin staat dat in 2030 70% van de stroom in dit land gebruikt duurzaam opgewekt moet zijn. Een belangrijk deel daarvan moet komen van windmolens en zonnevelden op land. Daar moet iedere gemeente aan bijdragen via de RES’en. De Ronde Venen heeft vier jaar geleden besloten dat de gemeente in 2040 klimaatneutraal moet zijn. Zon en wind zijn bewezen technieken. Om de doelstelling te behalen kan men niet uitgaan van innovaties in de toekomst. Spreker roept de raad dan ook op om vast te houden aan de afgesproken doelstelling. De komende tijd worden de locaties voor zon en wind bepaald op basis van wettelijke voorschriften en afgesproken randvoorwaarden.

Spreker vraagt de raad om de geselecteerde locaties zo snel mogelijk goed te keuren. Zo dat men er zo snel mogelijk mee aan de slag kan. De heer R. den Hartog wil graag de urgentie van de ecoklimaatcrisis benadrukken. En daarmee ook het belang van de besluiten die er genomen moeten worden. Onlangs hebben jongeren besloten om zich in te zetten voor de verduurzaming van de gemeente. Over hoe en wat komt men op een later moment op terug. Men maakt zich grote zorgen over de toekomst. Zorgen om het klimaat. Spreker is trots op de doelstelling die de gemeente zich gesteld heeft. Om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Er zijn de afgelopen jaren veel doelstellingen geformuleerd, maar op de keper beschouwd is er nog weinig bereikt. Ondertussen is het klimaat merkbaar aan het veranderen. De problemen nemen in omvang en in snelheid toe. De beslissingen over de energietransitie die ook in deze gemeente genomen zullen en moeten worden, zullen van belang zijn voor de 20

toekomst van veel jongeren. De jongeren zullen de maatregelen steunen. Spreker roept de raad en ook alle voor- en tegenstanders op om het debat over het klimaat en de besluiten die daarmee samenhangen bloedserieus te nemen. Men moet scherp blijven op het punt waar het allemaal om draait. Het gaat om de toekomst. Om verder klimaatproblemen te voorkomen. Het gaat ook om de toekomst van de jonge generaties. Uiteraard wil men geen overhaaste en onzorgvuldige besluiten nemen. De gemeente en andere organisaties moet besluiten nemen op basis van de meest efficiënte en minst overlast bezorgende opties. Voordat men windmolens en zonnevelden gaat uitsluiten en daarmee de toekomst van de kinderen onzeker maakt omdat men niet kan vertrouwen op nog komende innovaties, bedenk dan dat de besluiten van groot belang zijn. Wijs niet naar anderen, maar geef als gemeente het goede voorbeeld. De jongeren zullen dat steunen en willen waar nodig meehelpen. De voorzitter stelt vast dat de commissieleden geen behoefte hebben om verduidelijkingsvragen aan de insprekers te stellen. Na de insprekers bedankt te hebben voor hun inbreng start de reguliere behandeling van het agendapunt. De heer Brouwer geeft aan dat het CDA de informatienota geagendeerd heeft omdat men het belangrijk vindt om vroegtijdig in een openbaar debat te gaan om tot breed gedragen zoekgebieden te kunnen komen.

Het wordt nu duidelijk waar de zoekgebieden kunnen komen. Het is goed dat er komende week de raad uitgebreid geïnformeerd zal worden over de zoekgebieden en het proces er omheen. Het vaststellen van de zoekgebieden is een van de meest belangrijke onderdelen van het nu lopende proces. Op 18 januari komt men tot een keuze van de zoekgebieden in overleg met experts. Worden op die dag de mogelijke zoekgebieden aan de experts voorgelegd? Spreker stelt vast dat de inwoners hebben kunnen meepraten over de zoekgebieden zonder dat er iets bekend was over de belemmeringen. Bij de uiteindelijke keuze van de zoekgebieden moeten de inwoners ook kunnen meepraten. Hoe gaat de wethouder concreet de zoekgebieden voorleggen aan de inwoners? Zijn daarin alle beperkende factoren verwerkt? Het college geeft aan dat er een fasering komt in het aanwijzen van de zoekgebieden. Alleen is heeft het college dit niet concreet genoeg gedaan. De plannen zijn groot, maar de consequenties ook. Wordt een locatie aangewezen als zoekgebied, dan wordt de grond veel meer waard. Daar moet men zorgvuldig mee om gaan. Eigenlijk moet de gewenste opbrengt van duurzame energie voor de helft gerealiseerd door panelen op daken. De rest moet komen uit zonnevelden en windmolens.

Wat vindt de wethouder van het voorstel om de eerste fase 200 TJ op te wekken via zonnevelden en windmolens? De communicatie is belangrijk voor het proces. Men kent de gepresenteerde tijdslijn van de wethouder. Echter, eigenlijk wordt de tijdslijn door de RES opgelegd. Deze tijdslijn hoeft men niet als heilig te zien. Belangrijker is dat men met de inwoners een goed proces kan doorlopen. Uitgangspunt is dat elke inwoner van de gemeente weet wat er gaat gebeuren, welke locaties er zijn aangewezen en welk tijdspad wordt gevolgd. Wanneer daar meer tijd voor nodig is, dan moet dit aan de RES meegedeeld worden op basis van een amendement of motie. De heer Evers vindt een eerlijk en serieus debat over de zoekgebieden zeer belangrijk. Mensen moeten kunnen meepraten en meebeslissen. Dat inwoners precies weten waar en wanneer ze moeten zijn om hun stem te laten horen. Daar moet men tijd voor nemen, meer 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9684955/1