CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

12 en 17-01-2022 Politieke commissie RZ PW

Commissie Ruimtelijke Zaken 16 februari 2022, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: 4. Notulen commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 12 januari, 17 januari en besloten notulen 17 januari 2022 en notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken/ Financiën en Samenleving en inwoners d.d.13 en 17 januari 202222.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Ruimtelijke Zaken en Publieke Werken en Samenleving & Inwonerszaken 12 januari 2022 (tot en met agendapunt 6c 1e termijn) en 17 januari (van agendapunt 6c 2e

Datum:

termijn en resterende agendapunten) Tijd:

19:30 uur op 12 januari en 20.15 uur op 17 januari

Plaats:

Digitaal via Teams

Registratienummer: Voorzitter:

De heer A.J.C. Goldhoorn

Griffier:

Mevrouw J. Jonker op 12 januari en mevrouw W. van der Vlies op 17 januari

Raadsleden:

De heer C.W. Brouwer (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer M.B.M. van Dijkman (VVD), de heer N.P.M. de Dood (CDA), de heer R. Evers (VVD), mevrouw J.D. Freeve (D66), de heer J. Geijtenbeek (Seniorenpartij), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer E.C. de Haan (Ronde Venen Belang), mevrouw Y.M.G. van den Heerik (Ronde Venen Belang), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heet T. Klinkhamer (D66), mevrouw M.C. de Korte-Verhoef (CDA), de heer P.C. Kroon (PvdA/GroenLinks), de heer A.P.M. Luijben (Seniorenpartij), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA/GroenLinks, de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)

Meesprekers:

De heer J. van den Dool (6c), J. Kroese (6c), de heer W. van Vliet (6a)

Wethouders:

De heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD), de heer C. van Uden (D66)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom op deze digitale vergadering van de commissie RZ & PW. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen worden onder de aandacht van de deelnemers gebracht. De agenda bestaat eigenlijk uit twee delen. Het eerste deel is een openbaar deel. Na de afsluiting van dit deel volgt het tweede deel. Dat is een besloten deel waarvoor een andere link nodig is.

1

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor een niet geagendeerd onderwerp.

3.

Vaststellen agenda De voorzitter geeft aan dat er een motie over een tankstation aan de N201 aan de agenda is toegevoegd. Daarnaast is begrepen dat mevrouw Freeve een motie wil indienen, die men vanavond wil bespreken. Deze motie wordt toegevoegd aan de agenda als punt 7b. Mevrouw Van den Heerik zou het op prijs stellen om de informatienota over de grondtransporten (punt 7a) van de agenda af te halen. Zeker nu men de vele technische vragen over dit onderwerp heeft gezien. De vergunning is al enkele maanden geleden verstrekt, dus kan men daar nu alleen nog iets van vinden. De voorzitter licht het punt kort toe. Normaal worden de vragen meegenomen in de informatienota. Nu zijn de vragen achteraf toegevoegd. De heer Evers merkt op dat het om technische vragen gaat. Dit is een politieke commissie. Over de wijze waarop de vragen gesteld zijn heeft spreker nog een enkele opmerking. De voorzitter brengt naar voren dat de heer Evers die opmerkingen kan plaatsen nadat de commissie heeft besloten om het agendapunt wel te willen behandelen. De heer Geijtenbeek heeft over de informatienota ook nog wat vragen. Is het beter om die schriftelijk te stellen? Dan kunnen ze tegelijkertijd met de vragen van de CU-SGP over de informatienota beantwoord kunnen worden. De voorzitter geeft aan dat het indienen van vragen altijd kan.

De heer Van Sligtenhorst brengt naar voren dat de fractie het punt over de grondtransporten heeft geagendeerd. Spreker heeft de behoefte toch iets over het onderwerp te zeggen. Men zal niet uitgebreid op de vragen ingaan. Er zijn wel wat aanvullingen te melden. Spreker wil het agendapunt graag handhaven. De heer Schreurs is van mening dat, wanneer degenen die het punt hebben geagendeerd het willen handhaven, men het punt moet bespreken. De heer Brouwer geeft er de voorkeur aan om het agendapunt ook te behandelen, omdat men denkt dat de heer Evers de indieners daarvoor zal uitnodigen. De voorzitter volgt de lijn dan de heer Schreurs. Wanneer de indieners het punt willen behandelen, dan moet men hieraan gehoor geven. De heer Evers meldt dat zijn fractie een motie heeft ingediend. Die staat ook geagendeerd. De voorzitter gaat ervan uit dat die motie ook gewoon behandeld wordt onder punt 7. 2

De agenda wordt vastgesteld met de toevoeging van beide moties.

4.

Notulen politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 1 december 2021 De voorzitter meldt dat de PvdA/GroenLinks heeft opgemerkt dat de notulen wel erg explosief was. Er werd gesproken over de BOM-gronden in plaats van de BON-gronden. De notulen zijn op dit punt aangepast. Er zijn geen opmerkingen of vragen naar aanleiding van de notulen. Met de correctie worden de notulen goedgekeurd.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen De heer Stam merkt op dat toezegging 89/21 in de bijgewerkte lijst op groen is gezet met de motivatie dat er een voorbereidende bijeenkomst komt. Wanneer die bijeenkomst is geweest, bestaat de kans dat de toezegging van de lijst verdwijnt. De motie roept op om de IRP mee te nemen bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Over de omgevingsvisie moet in de loop van 2022 nog gesproken worden. Hoe gaat men het opvolgen van de motie bewaken wanneer de toezegging van de lijst verdwijnt? De voorzitter zal de vraag voorleggen aan de griffie. De griffie zal de vraag vervolgens beantwoorden. De heer Brouwer meldt dat in het verslag van de bijeenkomst op 1 december 2021 staat dat er een voorbereidende bijeenkomst komt op 17 februari. Dat leidt naar toezegging 153/21. Die voorbereidende bijeenkomst is gevraagd door bijna alle partijen. Nu ziet spreker alleen dat er op 9 maart een voorbereidende bijeenkomst is. De toezegging was dat de voorbereidende bijeenkomst voor de verkiezingen zou plaatsvinden. Waarom is de datum van die bijeenkomst veranderd van 17 februari in 9 maart? Op 18 april 2019 heeft het CDA een motie ingediend over het belonen van inwoners voor hun recyclinggedrag. Het ging over de grote en de kleine containers.

In de correspondentie die vooraf ging aan het chippen van de containers wordt gemeld dat zeventig inwoners aangegeven hun grote container te willen inruilen voor een kleine container. Dat zou gebeuren na het chippen. Een punt is dat dit hele verhaal niet meer terug te vinden is in de openstaande toezeggingen? Wat is de situatie en hoe wil de wethouder invulling geven aan de motie van april 2019? Mevrouw Freeve is benieuwd naar de voortgang van toezegging 109/21. Wethouder Schuurs meldt dat de griffie in samenwerking met de agendacommissie geen voorbereidende bijeenkomst in februari geagendeerd staan. De eerstvolgende gelegenheid is 9 maart. Dat is voor de verkiezingen. Wanneer de raad het anders wil, kan dat. Op toezegging 109/21 komt men terug in januari met een informatienota hoe men de motie gaat afhandelen. De wethouder komt terug op twee toezeggingen. Eerst toezegging 127/21. Daar wordt aan gewerkt. Men is technisch aan het kijken hoe men een en ander precies kan realiseren. 3

Dan toezegging 149/21. Alle drempels op de Voorbancken zijn bekeken. Men is van mening dat deze drempels in relatie tot de toegestane snelheid geen schade aan voertuigen kan veroorzaken. Misschien moet men de situatie nog eens apart bekijken voor zeer speciale voertuigen. De heer Van Sligtenhorst dankt de wethouder voor het voortvarend oppakken van het punt. Misschien voldoen de drempels wel aan alle eisen. Toch heeft een glaszetter die daar gevestigd is een probleem om de ruiten heel over de drempels te krijgen. Spreker denkt dat men de bewoners wel blij gaat maken met een aanpassing van de drempels. Wethouder Van Uden meldt dat men bezig is de gang van zaken rond het chippen van de containers te evalueren. Inmiddels is 95% van alle containers gechipt. Naar verwachting wordt het proces eind van deze maand afgerond. Een maand lang wordt er nog gecheckt hoeveel containers er nog zijn zonder chip. Dan komt het vervolg, dat past bij toezegging 110/21. Het resultaat wordt opgepakt samen met de motie van het CDA. Halverwege maart volgt hierover een bericht naar de raad. De heer Brouwer vraagt over het gelopen traject en de kosten of er bij de aanbesteding van het project een vaste prijs is afgesproken. Of gaat het veel duurder worden door alle extra werkzaamheden? Wethouder Van Uden meldt dat er bij de aanbesteding een vast tarief per container is afgesproken.

Wel zou per handeling extra betaald worden. De extra kosten voor vertraging en een verkeerde inschatting van het gebied zijn voor rekening van BBI. De gemeente heeft een verkeerde inschatting gemaakt over het aantal containers. De meerkosten daarvan en de meerkosten doordat een aantal mensen in de tweede ronde de container niet aan de weg heeft gezet, komen voor rekening van de gemeente. De gemeente is duurder uit, maar het bedrijf dat het werk doet is nog veel duurder uit. De voorzitter sluit het agendapunt aangezien er geen vragen meer zijn.

b.

Informatie-uitwisseling De heer Evers komt terug op de informatienota over camperplaatsen. De camperplaats bij het zwembad in Mijdrecht wordt opgeheven. Tegelijkertijd zou er worden gekeken met ondernemers om elders camperplaatsen te exploiteren. Dit laatste komt terug in de nota. Aan de noordkant van de Vinkeveense Plassen zijn wel tien plaatsen geprojecteerd. Bij de dorpen en Mijdrecht is er niet in voorzien. Waarom is er niet gelijktijdig gekeken naar nieuwe camperplaatsen nabij de kernen? De brug ter hoogte van Vinkeveen bij de spoorbaan wordt afgesloten. De afsluiting duurt twee maanden. Dat is een obstakel voor wandelaars. Kan die periode van afsluiting niet verkort worden? Hoe is het met de blokkade van de Vobi van de spoorbaan? Er loopt een juridische procedure. Is er een uitzicht op een oplossing om de spoorbaan echt weer vrij te maken? De heer Rouwenhorst vindt het antwoord van de wethouder over de meerkosten bij het chippen van de containers geen antwoord. Spreker wil weten hoeveel duurder het voor de 4

gemeente gaat worden. Wat men kunnen doen om te voorkomen dat het duurder zou worden? Spreker maakt zich zorgen over berichten in de Nieuwe Meerbode over mensen die in de stress zijn over PGB’s voor hun kinderen. Dat zou niet soepel verlopen. Begrepen is dat er een achterstand binnen het sociaal domein is door de behandeling van punten door ziekteverzuim. Waardoor wordt dat ziekteverzuim veroorzaakt? Door de situationele omstandigheden? De voorzitter denkt dat de vraag van de heer Rouwenhorst meer hoort bij de vergadering van morgen. De heer Rouwenhorst antwoordt dat de wethouder zich in dat geval op de vraag kan voorbereiden. Er is nu een gevoel dat er op het betreffende punt een sprake is van hooghartigheid naar mensen die in grote problemen zitten. Hopelijk is dat niet waar. Spreker heeft op basis van reacties van mensen dat er bij de gemeente een aantal zaken niet goed gaat, waaronder het niet naleven van wettelijke termijnen. Er komen nog schriftelijke vragen over. De heer Kroon merkt op dat de gemeente sinds eind vorig jaar gaat deelnemen aan het burgernetwerk over de geluidshinder Schiphol. Daar is spreker blij mee. Wanneer gaat dit netwerk van start en hoe worden de burgers erbij betrokken? Onlangs zag spreker iets over de voedselstrategie van de gemeente Amsterdam. De gedachte daarachter is een grotere voorziening van voedsel uit de buurt.

Kort gezegd zo dat ook voor De Ronde Venen kunnen gelden. Spreker heeft daarover nog niets van gehoord. Is de gemeente hierbij betrokken en op welke wijze? Graag een toelichting? De heer Rouwenhorst meldt nog even dat zijn vraag past binnen de agenda. Samenleving & Inwoners is een deel van de vergadering. De voorzitter beaamt dit. De heer Klijn heeft op 1 december vragen gesteld over het grof vuil op de Croonstadtlaan. Het punt zou worden meegenomen in het gesprek met GroenWest. De gesprekken hebben plaatsgevonden. Spreker is benieuwd wat die gesprekken hebben opgeleverd. Wethouder Van Uden geeft aan dat er voor het chippen van de containers duidelijke contractuele afspraken zijn gemaakt over de kosten. De gemeente heeft het aantal containers dat gechipt zou moeten worden lager was dan het werkelijke aantal. Dat is een fout van de gemeente. Daarom komen die meerkosten voor rekening van de gemeente. Daarnaast zijn er niet altijd containers aan de weg gezet. Voor die extra ronde komen de kosten ook op het bord van de gemeente. De wethouder zegt toe de raad te informeren over die extra kosten. Als het kan na afloop van het hele traject, want dan heeft men gelijk een totaal overzicht. Het gaat over een redelijk groot bedrag. Dan de vraag over Schiphol. De gemeente is nauw betrokken bij burgerinitiatieven op dit traject.

Het burgerinitiatief is bezig met een voorstel inclusief begroting. Dat wordt naar de

5

betrokken gemeenten toegestuurd. Voor een groot deel gaat dat naar Eindhoven. Wanneer het onderzoek is gedaan kan men de inwoners beter informeren. Over de PGB zijn nog veel misverstanden. Het is niet zo dat men bij de gemeente een PGB kan indienen en dat men dan automatisch geld krijgt voor de zorg. Ten eerste moet er behoefte zijn aan jeugdzorg. Daarbij gaat het om de meeste gevallen om een huisartsverwijzing. Daarnaast moet het om zorg gaan die voldoet aan alle kernkwaliteiten. Zorg die zich bewezen heeft. Daar gaat het vaak fout. Op dat punt komen ook de meeste klachten. Daarnaast gaat het fout op het gebied van de wachttijd. Mensen moeten te lang wachten. De termijnen van zes maanden hoort niet. Dat moet in zes weken. Daar moet een verbeterplan voor komen. Daarnaast moet men contact leggen met de huisartsen om uit te leggen dat niet alle zorg waar ze naar verwijzen automatisch vergoede zorg is. Niet elke huisarts heeft daar goed zicht op. Men werkt aan de verbetering van het proces. De heer Rouwenhorst gaat het toch om de schijnbare hooghartigheid vanuit het gemeentehuis. Voor ouders met kinderen die passende zorg nodig hebben, moet men direct passende maatregelen nemen. Wanneer er geen of onjuiste reacties vanuit het gemeentehuis komen, vraagt spreker zich af of de wethouder op de hoogte is van wat ambtenaren namens de wethouder schrijven.

In ieder geval overschrijdt men termijnen. Spreker heeft gehoord dat er ouders zijn die inmiddels dwangsommen vragen van de gemeente. De behandeling van ouders bij al deze incorrecte optredens van de gemeente zijn in feite schandalig. Spreker hoopt dat de wethouder op de hoogte is van wat ambtenaren schriftelijk of mondeling communiceren. Het wordt langzamerhand tijd om als raadslid een beroep te doen op de Wob. Misschien is dat in deze situatie wel nodig. Wethouder Van Uden geeft direct toe dat termijnen niet overschreden mogen worden. Na de zes weken kunnen de ouders een ingebreke-procedure starten met dwangsommen. In een aantal gevallen zal men die moeten uitkeren. Het probleem van de wachttijd moet men oplossen. De PGB is geen automatisch recht, wat niet wegneemt dat een aantal ouders daar zeker aanspraak op kan doen. Een PGB is een ingewikkelde kwestie. Er zijn nu extra mensen gezet op de PGB om de termijn die ervoor staat te halen. Dat moet gehaald worden. Morgen komen de wachtlijsten in bredere zin. De wethouder deelt de zorgen van de heer Rouwenhorst. De heer Rouwenhorst vindt het antwoord van de wethouder bemoedigend. Hopelijk worden het ook daden. Wat spreker niet begrijpt dat bij overschrijding van de termijn er geen contact met de ouders wordt opgenomen om een en ander uit te leggen.

Zeker wanneer er vastgesteld is dat de kinderen hulp nodig hebben en dat die hulp niet wordt gegeven. In zo’n geval moet de gemeente toch beter communiceren. De voorzitter heeft vastgesteld dat de heer Rouwenhorst nog schriftelijke vragen gaat stellen. Dan kan de wethouder zich daarop voorbereiden. Wethouder Schuurs geeft aan dat de camperplaatsen bij het zwembad vervallen zijn omdat dit geen juiste plek bleek te zijn. Dat er niet tegelijkertijd andere voorstellen naar voren zijn gebracht, komt omdat de gemeente niet met voorstellen voor andere camperplaatsen wilde

6

komen. Binnen het recreatiebeleid kan het op een aantal plaatsen, maar dan moet het initiatief van ondernemers komen. De heer Evers begrijpt dat. Die ondernemers zitten niet in de kernen, maar in het buitengebied. Het aanvankelijke plan was om de campermensen naar het gebied van de kernen te halen. Kunnen ondernemers bij de kernen op dit gebied ook nog iets ondernemen? Wethouder Schuurs denkt dat ondernemers bij de kernen die dat willen echt wel met een plan zullen komen. Echter, veel recreanten vinden het buitengebied aantrekkelijker dan de kernen. De wethouder wacht af hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen. De heer Klinkhamer geeft aan dat de camperplaatsen bij de coffeeshop zijn weggehaald omdat er te weinig parkeerruimte was voor de verplaatsing van de coffeeshop. Inmiddels is de parkeerruimte bij de Rondweg uitgebreid. Die ruimte staat bij lange na niet vol. Is er gekeken naar het terugplaatsen van de camperplek op die locatie omdat er nu weer ruimte is? Het gaat om een rondreizende recreant. Geen wat langer verblijvende recreant. Wethouder Schuurs denkt dat de meningen over de camperplaatsen aan de Rondweg verdeeld zijn. De vraag bij het zwembad was groter. Het probleem zit in de gratis plekken zonder voorzieningen. Er zijn weinig gemeenten die dit aanbieden. Op die plekken is ook geen toezicht. Dat geeft ook weer vervuiling.

Het camperpunt is te klein voor de gemeente. Daar moeten ondernemers zich mee bezig houden. Die kunnen ook faciliteiten daarbij aanbieden. De wethouder geeft aan dat de werkzaamheden bij de brug op het Bellopad echt tijd nodig heeft. Een verkorting van de twee maanden zit er niet in. De juridische procedure tegen Vobi loopt. Een uitspraak is dat de gemeente daar mag handhaven. Dat ziet er positief uit. Echter, de juridische procedures zullen zich nog voortzetten. Het zal nog even duren voor alles is opgelost. Wethouder Kroon meldt over het dumpen van afval op de Croonstadtlaan dat GroenWest het afgelopen jaar 1.000 euro kosten heeft gemaakt om dat afval weg te halen. Op grond daarvan heeft GroenWest een brief naar de bewoners gestuurd. Naar aanleiding van de ontstane consternatie hierover heeft GroenWest bijeenkomsten met de bewoners georganiseerd. Daarbij zijn ook klachten over het onderhoud naar voren gekomen. De uitkomst is dat men met elkaar een actieplan gaat opstellen om de situatie te verbeteren. De bewoners gaan niet voor het weghalen van het afval betalen. Wel gaat men, GroenWest en de bewoners en de gemeente, bekijken hoe men het dumpen kan voorkomen. Dan het voedselbos. Het antwoord op de vraag daarover heeft de wethouder nog niet ontvangen. Zodra het binnen is, komt de wethouder erop terug. Dan kan men ook aangeven of men eraan zal meewerken.

Mevrouw Groen brengt naar voren dat het dumpen van afval buiten de Croonstadtlaan bij veel flatgebouwen plaatsvindt. De wethouder kan deze aanvulling meenemen in verdere gesprekken met GroenWest.

7

Mevrouw Jonker heeft nog een opmerking over de toezeggingen. Het gaat over het punt dat de heer Stam heeft aangekaart. De motie blijft in beeld. De groen aanduiding heeft betrekking op de bijeenkomst. De heer Kroon vraagt of men nog even moet afwachten voor er meer informatie komt over het burgernetwerk. Morgen komt er een informatienota waarin het gaat over de PGB’s. Daarna kan de heer Rouwenhorst altijd nog schriftelijke vragen over dit onderwerp stellen. Ook spreker heeft het over een opmerkelijk artikel in de Nieuwe Meerbode. De voorzitter sluit dit agendapunt aan gezien niemand nog iets heeft voor de informatieuitwisseling.

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De heer Brouwer meldt dat er op 19 januari is er een informatieavond over de ODRU waarbij ook een evaluatie gepland staat. Spreker vraagt aandacht voor deze avond. De raad was de afgelopen jaren kritisch over de ODRU. De gemeente heeft de komende avond gedegen voorbereid. Bij de uitnodiging voor de bijeenkomst zal nog een aantal stukken worden gevoegd. Een oproep aan de raad om de bijeenkomst bij te wonen. De voorzitter stelt vast dat er geen onderwerpen meer naar voren worden gebracht. Daarmee is het agendapunt gesloten.

6.

Punten voor de raad van 27 januari 2022

a.

Besluitvorming in voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verzamelvoorstel), raadsvoorstel 80/21 De voorzitter kondigt de heer W. van Vliet aan als inspreker. De heer Van Vliet meldt dat er op 18 november via Teams overleg is geweest met wethouder Kroon. In aansluiting daarop hebben medewerkers van de gemeente contact opgenomen met de inspreker. Die contacten hebben niet geleid tot bevredigende antwoorden op gestelde vragen. Vaak ging het over drukte en te weinig personeel of de stedenbouwkundige kan zich niet vinden in het plaatje. De indruk was dat in het laatste geval er sprake was van persoonlijke voorkeur. Men wilde ook lang niet altijd meewerken met mogelijkheden die binnen het bestemmingsplan wel pasten of waarvoor een beperkte van een bestemmingsplan nodig was. Vaak werkt de gemeente te weinig mee of reageert men te laat. Hierdoor komt de vergunningaanvrager dan weer in problemen. De heer Van Vliet geeft aan aantal voorbeelden van wat zojuist naar voren is gebracht. De gemeente geeft aan niet aan kruimelregelingen te willen meewerken. Vanavond gaat de raad met de Omgevingswet aan de gang. Daarbij kan de raad veel bepalen. Spreker hoopt dat de raad de zaken zo inricht, dat men de aangehaalde gevallen niet meer meemaakt.

8

De voorzitter dankt de heer Van Vliet voor zijn inbreng. Speciaal voor de link naar de Omgevingswet en het raadsvoorstel dat vanavond aan de orde is. Mevrouw Van den Heerik heeft de voorbeelden gehoord. Gaat het daarbij om allemaal vergunningaanvragen waarover niet tijdelijk is besloten? De heer Van Vliet meldt dat men in veel gevallen niet aan besluiten is toegekomen. Het ging om veel vergunningen waarbij sprake was van de mogelijkheid van binnenplanse, maar in de aangegeven situaties wilde de gemeente er niet aan meewerken. Mevrouw Van den Heerik vroeg naar het tijdig behandelen van de vergunningaanvragen. Begrepen is dat dit niet tijdig is gebeurd. De heer Van Vliet geeft aan dat men aan vooroverleg doet. Een aantal mensen bij de gemeente doet zijn best om keurig antwoord op vragen te geven. Echter, wanneer men de instructie heeft om niet aan kruimelregelingen mee te werken, dan kan men uiteindelijk alleen maar ‘nee’ zeggen. Dan wordt er meer naar handhaven gekeken dan naar de mogelijkheid om mee te denken. Mevrouw Van den Heerik hoort dat de heer Van Vliet ook aangeeft dat men geen toestemming voor een vergunning kreeg, omdat bestaande regelingen het niet toestaan. De heer Van Vliet kan wel met deze conclusie meegaan. Echter, tegelijkertijd rijst dan de vraag waarom dezelfde zaken wel bij de buren konden.

Dan is het toch merkwaardig dat men geen gebruik kan maken van de 10%-regeling. Mevrouw Van den Heerik zou in dat geval de vergunning gewoon aanvragen. Dan kan men binnen die procedure ‘het ei kwijt’. Uiteindelijk kan in een veel later stadium de rechter beslissen. Men moet inderdaad bestaande regelingen eerbiedigen. Die zijn er niet voor niets. Men kan ook niet verwachten dat er tijdens een vooroverleg al een goedkeuring komt. De heer Van Vliet antwoordt die weg onlangs gevolgd te hebben. Toen werd de aanvraag snel afgewezen omdat het in strijd met het bestemmingsplan zou zijn. Daarnaast moet men nog wel 50% van de legeskosten betalen. Daar wordt niemand blij van. Mevrouw Van den Heerik antwoordt daarop dat men dit met elkaar heeft afgesproken. Dat staat in de plannen en de regelingen. Men kan niet ieder nieuw plan of een afwijking van een plan op voorhand goedkeuren. Wanneer men dat doet, kan men de regelingen wel schrappen. De heer Van Vliet is het er niet mee eens. Wanneer een woning voor de helft in het bestemmingsplan staat en de andere helft is wegbestemd, dan ligt dat niet aan de bewoner die keurig een vergunning heeft gehad voor de woning. Dan moet men erop kunnen vertrouwen dat de overheid een goed bestemmingsplan maakt. Dan moet een bewoner niet constant hoeven opletten of het hele huis wel in het nieuwe bestemmingsplan staat.

9

Mevrouw Van den Heerik is het met het laatste eens. Dan hoort het hele huis erin. Volgens spreekster staat de bewoner in zijn recht wanneer het huis er al stond voor de bestemmingsplanwijziging en wanneer er niet is gecommuniceerd dat het anders wordt. Voor overige zaken zijn er regelingen. Die kan men niet wijzigen voor iemand die denkt dat het wel een beetje anders kan. De heer Van Vliet vraagt niet of het een beetje anders kan. Wanneer een stal van 2000 m² voor de helft buiten het bouwvlak is komen te staan omdat het niet goed meegenomen is, dan is het geen dingetje van een regel. Dan is er iets niet goed uitgevoerd of over het hoofd gezien. Dan moet men daar serieus naar kijken. Zo moet men ook kijken naar een bouwplan op een stuk grond voor acht woningen met gebruik van de 10%-regeling kan plaatsen in plaats van een plan met twee woningen op hetzelfde stuk grond. Dan moet men ook naar de sociale kant kijken. De commissie moet goed nadenken hoe men als gemeente met zulke gevallen moet omgaan. Het kan niet zo zijn dat de overheid geen oog heeft voor dit problemen. De heer Evers vindt het een boeiende discussie, Spreker denkt dat de heer Van Vliet de hoop uit speekt dat binnen de nieuwe Omgevingswet dit soort zaken beter en sneller kunnen gaan. Dat weet men nog niet. Zowel voor raad als gemeente is het nog onbekend terrein.

De voorzitter vraagt de heer Van Vliet om zijn inspraak op te sturen naar de griffie. Dan kan het gedeeld worden met de commissie. De heer Van Vliet zegt dit toe. De voorzitter dankt de inspreker nogmaals voor zijn bijdrage. Na vastgesteld te hebben dat de wethouder niet op de inspraak wil reageren, volgt de commissiebehandeling van het raadsvoorstel. De heer Luijben stelt dat de invoering van de Omgevingswet een ingewikkelde materie is. Dat geldt voor zowel de ambtenaren als voor de raadsleden. De raadsleden kunnen vragen stellen, maar de ambtenaren moeten zich rekenschap geven van alle details. Kijkend naar de grote lijnen concludeert spreker dat met kan instemmen met het voorliggende voorstel. Via de beslispunten van het voorstel geeft spreker de instemming nader aan. Beslispunt 1 is al goedgekeurd. Punt 2 kan men zich in vinden. Het is goed dat het college ook in onverplichte gevallen de raad geraadpleegd zal worden. De praktijk zal moeten uitwijzen of de keuzes op dit punt goed zijn. Punt 3 is prima evenals de mogelijke bijstelling van de lijst op basis van ervaringen. Punt 4 is akkoord. Het past binnen de beperkingen die de raad zichzelf moet opleggen. Punt 5 is akkoord. De verordening nadeelcompensatie lijkt voor de inwoners beter uit te pakken dan de huidige planschaderegeling. Punt 6 is akkoord. Echter, een welstandscommissie is niet nodig.

Maar, misschien is veel veranderen niet wenselijk. Punt 7 is akkoord. Het belangrijkste is dat op basis van ervaringen besluiten bij te stellen zijn. Kortom, het voorstel kan naar de besluitnemende raad. De heer De Dood geeft aan dat de Omgevingswet en de invoering ervan pittige stof is. De lijst waarin spreker het meest geïnteresseerd, was de lijst van gevallen waarbij advies van de 10

gemeenteraad verplicht is. Met betrekking tot nummer 8 van die lijst over de grootschalige transities van landbouwgrond naar natuur of water van meer dan 10 ha. Spreker denkt dat een bestemmingswijziging van landbouwgrond naar natuur van minder dan 10 ha ook wel naar de raad zou moeten. Dat komt echter niet uit het voorstel naar voren. Dat is jammer. Wat zijn de erveringen van de andere commissieleden op dit punt? Mevrouw Freeve is benieuwd hoe men met elkaar doorgaat met wat nu vastgesteld wordt. Hoe blijft men het monitoren? Er is sprake van grote veranderingen, waaronder het participatiebeleid. Nog niet vastgesteld, maar wel meegenomen in de evaluatie. Omgevingsfactoren gaan veel zwaarder meewegen. Vervolgens worden ook termijnen nog eens ingekort. Met consequenties voor het vergaderstelsel voor de raad. De samenwerking tussen college en raad is binnen deze wet zeer belangrijk. Het voorstel is om na een jaar te evalueren. Spreekster denkt dat men op een kortere termijn meer inzicht moet krijgen over besluiten die het college neemt. Dan kan men ook op kortere termijn vaststellen wat het effect is van het beleid dat men nu vaststelt. Spreekster kan zich voorstellen dat men tijdelijk een werkgroep of commissie Omgevingswet inricht om de effecten goed te volgen.

Graag de mening van da andere commissieleden en de wethouder De heer Van Sligtenhorst denkt dat de gemeente wil sturen op een uitgebreide procedure. Kan de gemeente er dan ook voor zorgen dat dit binnen de vastgestelde termijn blijft? In de praktijk blijkt dat men vaak de termijn overschrijdt. Dat is kwalijk. Daar moet de wethouder iets aan doen. Dan het punt vooroverleg. Dat moet niet betekenen dat de tijd die ermee gemoeid is extra op de 26 weken komt. Zit het vooroverleg in de 26 weken? Hoe ziet de wethouder de rol van de raad in het vooroverleg? Dan het antwoord op de technische vragen. Met name op vraag 16 komt een vaag antwoord. Graag een verduidelijking op dit punt. Wanneer is de participatie wel of niet verplicht? Wanneer komt de participatierichtlijn? Dat moet niet te kort op de invoering van de wet zijn. De heer Schreurs is van mening dat de organisatie de raad goed heeft meegenomen in het proces. Men heeft nu een redelijk goed beeld van waarover het gaat. Het gaat erom dat wat men met elkaar doet, kan continueren in een ander jasje. Er verandert wel het nodige, maar de vraag is of er beleidsmatig veel verandert. Volgens spreker gaat het in eerste instantie om het proces. Toch staat er nogal wat te gebeuren. Hierbij spreekt vertrouwen van raad in college en andersom een belangrijke rol. Wellicht kan dat voor botsingen zorgen. Men gaat met elkaar kaders stellen.

Het college moet uitvoeren. Hoe ruimer de kaders zijn hoe sneller de neiging om in gevallen waarin de raad vindt om er nog iets van te vinden naar zich toe te trekken. Bij een korte lijst kan men de kaders wat nauwer stellen, Dan komt het vanzelf naar de raad. Spreker sluit zich aan bij D66 over het punt evaluatie en terugkoppeling. Eigenlijk moet men de bestaande werkgroep nog continueren. Daarbinnen kan men dan eenmaal per maand de bevindingen met elkaar delen. Dan kan de nieuwe raad zo nodig bijsturen. Dat is beter dan na een jaar te moeten constateren dat men op bepaalde punten moet bijsturen. In de beantwoording op de vraag over de landbouwuitbreiding met 1,5 ha staat dat het Buitengebied West de maatstaf is. De vraag is of het punt ook geldt voor het Buitengebied Abcoude. Is dat niet zo, dan moet men andere criteria aanleggen. Daarnaast de vraag of bij de uitbreiding een normale of een uitgebreide procedure gevolgd moet worden. Voor de 11

participatie komt nog een richtlijn. Wordt die richtlijn integraal opgenomen in het participatiebeleid? Mevrouw Van den Heerik meldt het voorstel naar de meningvormende raad te willen sturen. De reden is dat men een twijfelachtig gevoel heeft over de lijst van gevallen waar het advies van de raad voor nodig is. Is die lijst nauwkeurig genoeg vastgesteld en zitten er geen hiaten in? Men heeft geen vragen ingediend, omdat men de afgelopen tijd bezig is geweest om te begrijpen hoe het proces zou moeten verlopen en of er zaken in zitten die niet kloppen. In die lijst zit een aantal gevallen die de vraag oproepen hoe men die uit moet leggen. Of punten die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Bijvoorbeeld artikel 1 van de lijst. Met name de nieuwe winkelruimte met een vloeroppervlakte groter dan 1000 m². Daaronder staat dan bedrijfsruimte 1000 m². Gaat het hierbij om 1000 m² grondoppervlak of kan het ook een uitbreiding zijn met drie etages van elk 340 m²? Daarover is meer duidelijkheid nodig vanwege het verschil. Ook bij de gebruikswijziging bestaande bebouwing. Geldt dat ook voor het buitengebied? Mag men daar vijf recreatiewoningen bouwen in plaats van de bestaande bebouwing? Spreekster zal de vagen alsnog schriftelijk stellen. Een ander punt is dat de participatie niet verplicht is. Dan is de tekst van bijlage 3 wat eigenaardig.

De initiatiefnemer hoeft op basis van artikel 7.4 van de omgevingsregeling alleen maar aan te geven of en zo ja hoe men de participatie heeft vorm gegeven. De enige verplichting in het artikel is of de initiatiefnemer aan participatie heeft gedaan of niet. Zo niet, dan is er geen verplichting op basis van de Omgevingswet. Wanneer men kijkt naar het proces is er ook onduidelijkheid. Kijkt men in bijlage 1 naar route 1a en route 1b, dan staat er bij route 1a als eerste wat de conclusie min of meer is en in beide gevallen staat dat het college de conceptvergunning voorlegt aan de raad met daarbij het voorstel om hierover positief te adviseren. Op basis daarvan kan men gevoeglijk bedenken dat, wanneer iemand procedure 1a of 1b heeft gevoerd volgens de stappen, er altijd een positief advies volgt en dus een vergunning. Dat kan dus niet. Men kan niet zeggen dat wanneer men de stappen volgt dat men een vergunning krijgt. Dat zal ook niet zo bedoeld zijn. De heer Evers heeft het gevoel mevrouw Van den Heerik horende dat men een van de sessies van de afgelopen tijd opnieuw aan het doen zijn. Mevrouw Van den Heerik ontkent dit. Het gaat niet over de sessies, maar over het vastleggen van wat men bedoelt. De tekst moet helder zijn. Tijdens de sessies is besproken over de zaken waarvan de raad vindt dat er een raadsadvies nodig is.

Over de procedurele gang is tijdens de sessies niets besproken. Dat ligt nu voor. De heer Evers complimenteert de organisatie met de wijze waarop men de raad heeft meegenomen bij deze grote verandering. Er is een groot aantal goed voorbereide voorbereidende bijeenkomsten geweest. Daarbij ging het onder andere over de onderwerpen die naar de raad zouden moeten. Er is begrip voor mening van mevrouw Van den Heerik. Het punt neemt men mee bij de beoordeling van het voorstel. Het resultaat van de voorbereidingen ligt voor en spreker kan zich daarin vinden. Wel aandacht voor de achilleshiel van dit megaproject, het digitale stelsel bij de Omgevingswet. De geografische informatie. Wordt dat werkbaar voor de raadsleden? Is die informatie op orde?

12

De evaluatie door de werkgroep is mogelijk. Maar niet meteen. Er komt een nieuwe raad. Daaruit kan men na een jaar een nieuwe groep in het leven roepen. Wethouder Kroon dankt voor de complimenten. Ze worden doorgegeven aan de organisatie. Het is goed om de werkgroep in stand te houden en het voorstel dat die groep eenmaal per kwartaal met een evaluatie bezighoudt. Kijken hoe het gaat en kijken tegen welke problemen men aanloopt. Dat betekent bij de huidige geplande invoeringsdatum dat de groep eind september voor het eerst bijeenkomt. Het vooroverleg zit voor de termijn van de 26 weken. Het participatietraject dat men van de initiatiefnemer verwacht zit in de publiekscommunicatie. Voordat de wet ingevoerd wordt, moet dat helder zijn. Het wat cryptische antwoord op vraag 16 is een antwoord van het Rijk. Dat is hoe het Rijk dit op dit moment voor zich ziet. De wethouder zal kijken of men het antwoord duidelijker kan maken. In de beslislijst wordt er gesproken over 10 ha. Dat komt omdat er bij gebiedsontwikkeling men meestal heeft te maken met meer dan 10 ha. Wanneer de raad elke transitie in het buitengebied wil zien, dan moet dat als zodanig vastgelegd worden. Bij de gemeente bestaat die behoefte niet. In de Omgevingswet gelden voor het gehele buitengebied dezelfde regels.

De heer Van Sligtenhorst brengt naar voren dat men graag wil dat een transitie van landbouwgrond naar natuur of water kleiner dan 10 ha ook aan de raad wordt voorgelegd. Wethouder Kroon zal kijken hoe men dat zou moeten doen. Twee partijen vormen nog geen meerderheid. De voorzitter stelt voor om de vraag in de tweede termijn aan de commissie voor te leggen. Wethouder Kroon kan zich daarin vinden. Men is heel druk bezig met de DSO. Men heeft de aansluitingen. De grootste uitdaging speelt zich af op landelijk niveau. Dat is nog niet op orde. Als gemeente oefent men wel met de DSO om de nodige ervaring met het systeem te krijgen. Echter, soms ontbreekt er nog informatie in de DSO. De heer Evers denkt dat er in dat geval sprake is van bepaalde risico’s. Kan men dat afdekken? Wethouder Kroon merkt op dat de gemeente testgemeente is. Men zit vooraan om het ambtelijk apparaat klaar te stomen om om te gaan met de DSO. Op landelijk niveau zit de uitdaging. Daar kan de gemeente niet zoveel aan doen. Spreker hoopt dat men op het ministerie met man en macht werkt om de deadline van 1 juli te halen. Dan de advieslijst waar mevrouw Van den Heerik over sprak. De Omgevingswet is bedoeld om 26 wetten samen te voegen. En om een manier van samenwerken te creëren op basis van vertrouwen. Daarom is gekozen voor globale herkenbare categorieën.

In geval van twijfel gaat een voorstel gewoon naar de raad. Om die reden wil men eigenlijk de lijst niet te detaillistisch maken. Het dichttimmeren levert ook een soort schijnzekerheid op. Wil de raad het anders, dan bestaat de mogelijkheid.

13

Mevrouw Van den Heerik merkt op dat het niet zozeer over twijfel gaat. Waar het om gaat is dat de raad een lijst heeft van zaken waarvoor een verplicht raadsadvies gevraagd moet worden. Dat is ook de lijst waarmee vergunning aanvragers kunnen werken. Wanneer die lijst niet duidelijk is, dan kan men niet zeggen dat men bij verschil van mening naar de raad gaat. Het gaat niet over het vertrouwen tussen wethouder en raad, maar over het vertrouwen van de burger naar de wethouder en naar de raad. Voor de burger moet het duidelijk zijn. Men moet op die lijst kunnen terugvallen. Wanneer er regels zijn, moet iemand die kunnen duiden. Die regels moeten duidelijk zijn. Daar gaat het om. Er mag geen verschil bestaan tussen wat er staat en wat ermee bedoeld wordt. Ter illustratie nog even de gestelde vraag over het vloeroppervlak. Mevrouw Freeve heeft de punten gehoord. Enerzijds heeft mevrouw Van den Heerik wellicht gelijk, maar anderzijds is het misschien een voorbeeld om in het kader van de nieuwe wet om te kijken hoe men met strikte regels om moet gaan. Of gaat het erom dat de aanvraag in het juiste proces terecht komt. Men moet de technische vraag alsnog goed indienen of men moet het punt meenemen bij de evaluatie van de invoering van de wet. Wanneer dan blijkt dat er problemen ontstaan over de duidelijkheid kan men de regels alsnog aanscherpen.

De bestaande regels zijn in lijn met wat men de afgelopen periode heeft gedaan. Mevrouw Van den Heerik denkt dat mevrouw Freeve ook gehoord heeft dat spreekster de vragen nog zou indienen ter beantwoording. Echter, met een kleine aanvulling komt er wellicht meer duidelijkheid. Wanneer dat nu bevredigend kan worden opgelost waarom dan wachten tot een later moment met een onzeker uitkomst? Het mag duidelijk zijn dat het vertrouwen vanuit de raad aanwezig is. Dan blijft nog de vraag over de routes 1a en 1b. Wethouder Kroon brengt naar voren dat op het moment dat er geen vergunning verleend wordt, de aanvraag ook niet aan de raad wordt voorgelegd. Dat staat los van de route. De vergunningaanvraag wordt alleen voorgelegd wanneer het college er positief over oordeelt. Mevrouw Van den Heerik denkt dat het een verbetering is wanneer in de procesgang, 1a of 1b, ter voorkoming van misverstanden ingevoegd wordt wat de wethouder zojuist heeft gezegd. Namelijk, dat wanneer het college positief over een vergunning oordeelt, dat het dan aan de raad wordt voorgelegd. Nu staat er min of meer dat ongeacht de route men altijd een vergunning krijgt. Wethouder Kroon zegt toe te zullen kijken naar de mogelijkheid om die tekst duidelijker te maken. Voor de duidelijkheid, binnen de nieuwe wet is het voor de aanvrager niet relevant of er wel of geen raadsadvies gevraagd gaat worden.

Daarover beslist het college. Die moet van tevoren aan de aanvrager duidelijk maken of men met de aanvraag wel of niet naar de raad gaat. Het gaat eigenlijk over afspraken over de samenwerking van raad met college. Het belang van de aanvrager is daarbij niet in het geding. De heer Schreurs denkt dat de formulering in bijlage 1 over de routes en de vergunningverlening helder is. Wat moet men daar nog aan verduidelijken?

14

Mevrouw Van den Heerik brengt naar voren dat het stuk ‘proces raadsadvies bij vergunningen’ heet. Dan kijkt men naar de procesgang en niet naar de bijlage. Wanneer de bijlage goed is, waarom dan dat punt niet even opnemen in de procesgang? Dar geeft meer duidelijkheid. Wethouder Kroon zal kijken of het duidelijker kan in het eerste stuk. Het is goed om te weten dat de bijlage al wel heel duidelijk is. Tweede termijn De heer Schreurs heeft nog een vraag over de bestaande buitengebieden. Straks wordt het een groot buitengebied. Vooralsnog is er sprake van verschillende bestemmingsplannen voor de verschillende buitengebieden. Wat betekent het voor de mogelijkheden binnen de verschillende bestemmingsplannen wanneer de buitengebieden na invoering van de Omgevingswet een buitengebied wordt? Het antwoord mag schriftelijk gegeven worden. Dan de lijst van de gevallen waarbij advies van de raad gevraagd moet worden. Dat kan best cruciaal worden. Daarvoor is de evaluatie zo belangrijk. Het is belangrijk omdat situaties kunnen verschillen. Hierdoor is er soms sprake van een bevoegdheid van het college. Daarnaast kan het college bij gevoelige kwesties alsnog bij de raad te rade gaan dan moet er zo nodig een bijstelling van plannen kunnen plaatsvinden. De heer De Dood komt terug op zijn punt in de eerste termijn over de 10 ha. Dat is wel 100.000 m².

Het is belangrijk dat de raad bij een transitie van zo’n groot gebied mee kan praten. Hoe denkt de rest van de commissie hierover? De voorzitter zal straks de mening van de commissie in deze peilen. De heer Van Sligtenhorst maakt zich zorgen over het antwoord van de wethouder op de vraag over het vooroverleg. De tijd voor het vooroverleg gaat vooraf aan de 26 weken. Dat komt bij de totale tijdsperiode. Echter, het vooroverleg is niet aan een bepaalde tijdsperiode gebonden. Hoe lang mag zo’n vooroverleg duren? De inspreker heeft ook aangegeven dat men lang niet altijd door het vooroverleg heen komt. Graag een verduidelijking? Mevrouw Freeve dankt de wethouder voor de toezegging om regelmatig te evalueren. Nog een vraag aan de heer De Dood over de 10 ha. Dat is een grote oppervlakte. Is het goed begrepen dat de heer De Dood pleit om de 10 ha te vervangen voor 0,5 ha? De heer De Dood is er een voorstander van om elke transitie voor een gebied groter dan 0,5 ha aan de raad voor te leggen. De transitie hoeft niet alleen over natuur of water te gaan. Er kan ook sprake zijn van een andere bestemming. Mevrouw Freeve vindt 0,5 ha een groot verschil met 10 ha. Spreekster verwacht van het college dat men naar de raad komt wanneer het van belang is. Daarom vindt men het niet noodzakelijk om de 10 ha te verlagen.

15

Mevrouw Van den Heerik geeft aan dat de vraag over de 10 ha te beantwoorden met het punt dat het om vertrouwen gaat. De voorzitter peilt welke fracties het eens zijn met de heer De Dood. Uit de peiling blijkt dat het om twee fracties gaat. De heer De Dood kan altijd nog een amendement indienen. De heer Rouwenhorst vindt een peiling via een handje opsteken van mensen die toevallig in de vergadering aanwezig zijn wat al te gemakkelijk. En procedureel niet helemaal correct. De voorzitter antwoordt dat de procedure wel correct is. Iedere fractie heeft een woordvoerder. Die woordvoerder spreekt namens de fractie. De heer Stam merkt op dat dit niet betekent dat de fractie uiteindelijk bij in de raad en bij de bestemmingen hetzelfde doet als wat de woordvoerder in de commissie heeft geventileerd. De voorzitter merkt op dit niet gezegd te hebben. De wethouder wilde graag weten of de regelgeving aangepast zou moeten worden op basis van wat de heer De Dood heeft voorgesteld. Op dit moment is daar geen aanleiding voor in verband met te weinig steun. Wethouder Kroon merkt op dat door middel van een vooroverleg bekeken wordt of een vergunning, wanneer die wordt ingediend, een zo groot mogelijke kans heeft om door de procedure te komen. De tijdsduur van het vooroverleg hangt mede af van de wijze van reageren van de initiatiefnemer en de tijdsduur die deze neemt voor een reactie.

Het is echter ook niet zo dat de ambtelijke organisatie alle projecten, dat zijn er heel veel, met man en macht zo snel mogelijk proberen te beoordelen. Dit is het verschil tussen het vooroverleg en de termijn voor het indienen van een initiatief van 26 weken. De voorzitter sluit de discussie over het agendapunt na te hebben dat het agendapunt naar de meningvormende raad gaat.

b.

Onderwijshuisvesting openbare basisschool Twister, raadsvoorstel 76/21 De heer Luijben vat in zijn woorden het voorstel samen. Op basis daarvan constateert spreker dat iedereen blij is met dit voorstel. Het schoolbestuur kan de fout herstellen, de onderwijsinspectie kan verder toezien om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, de ouders en leerlingen varen wel bij de kwaliteitsslag die de school gaat maken en de gemeente constateert dat er een besparing is gerealiseerd op de verplichte huisvestingsinvestering voorzien in 2024. Wanneer de wethouder het met deze samenvatting eens is, kan het voorstel naar de besluitnemende raad. De heer Stam denkt dat de zojuist gegeven situatieschets wel klopt. Echter, wanneer men vaststelt dat het schoolbestuur verkeerde gelden verkeerd gebruikt heeft en dat moet terugbetalen om vervolgens te zien dat de gemeente het financiële probleem van de school oplost. Dat past niet binnen het bestaande beleid. Vanuit deze oplossing gaat een precedentwerking uit. Wat is de uitstraling van deze handelwijze naar andere schoolbesturen die mogelijk (onbedoeld) ook een fout maken. Kortom, er zitten nog wat haken en ogen aan 16

het voorstel. Temeer daar er nog een andere school is die zich wil houden aan de spelregels en die eigen middelen voor huisvesting wil investeren, maar waarbij het college aandringt op een andere oplossing. Het lijkt op een meten met twee maten. Daar heeft spreker moeite mee. De heer Schreurs verbaast zich over het voorstel, niet zozeer over het voorstel maar wel over de aanleiding ervan. AURO heeft per ongeluk de verkeerde gelden gebruikt voor de uitbreiding van het aantal lokalen. Nu is het aan de gemeente om het probleem op te lossen. Daarbij de afweging welke situatie wordt gecreëerd wanneer de gemeente het niet oplost. Echter, los daarvan het punt dat er van de oplossing wel een precedentwerking kan uitgaan. Hoewel spreker dat van integere schoolbesturen niet verwacht. Aangegeven is dat de uitbreiding minder heeft gekost waardoor men zich kan afvragen of de bouw ook kwalitatief minder is. Kan de afschrijvingsnorm van 40 jaar gehandhaafd worden voor de uitbreiding? Ontstaat er een probleem wanneer de afschrijvingsperiode opgerekt wordt? De bedachte oplossing is wel creatief. De aanleiding is bijzonder. Voor de rest sluit spreker zich aan bij wat de heer Stam naar voren heeft gebracht. De heer De Haan sluit zich aan bij voorgaande sprekers. Het schoolbestuur is buiten zijn boekje gegaan. Daarom is de gemeente ook niet verplicht om daar iets aan te doen.

Gezien de omstandigheden en de bedachte oplossing is een en ander goedkoper dan een noodzakelijke investering op een later moment. Men moet wel goed de precedentwerking van het voorstel in de gaten houden. Het zou passend zijn dat het college de schoolbesturen hiervan op de hoogte stelt. Wat er zich heeft afgespeeld bij Twister met uitleg van de oplossing om te voorkomen dat iets dergelijks zich gaat afspelen bij andere scholen. Wel is de oplossing creatief met nagenoeg geen grote financiële consequenties. Echter, de gang van zaken is discutabel. Een toelichting is op zijn plaats om verdere precedentwerking te voorkomen. Mevrouw Groen kan zich aansluiten bij wat de heer Stam heeft gezegd. Men zit er wat dubbel in. Men wil nog overleg voeren en nog het een en ander uitzoeken. De heer Van Dijkman toont zich verbaasd over wat de school gedaan heeft. Begrepen is dat er gesprekken zijn geweest tussen schol en gemeente, maar dat die tot niets hebben geleid, omdat de school formeel nog geen recht heeft op de uitbreiding van het aantal m². Waarom is Twister dan toch begonnen met de bouw van de lokalen? Vervolgens heeft de school zelf gebouwd en vraagt achteraf subsidie aan? Een raar verhaal met een mogelijke precedentwerking als gevolg.

Even voor de duidelijkheid, is het goed begrepen dat de huuropbrengst van 7.500 euro direct naar de gemeente wordt overgemaakt totdat het bedrag van 235.000 euro is betaald? Dan moet de school lange tijd het bedrag betalen. Graag een verduidelijking op dit punt? De heer Klinkhamer sluit zich in eerste instantie aan bij wat de heer Luijben naar voren heeft gebracht. Er zitten veel voordelen aan de voorliggende constructie. Dat neemt niet weg dat de heer Stam een aantal terechte punten naar voren heeft gebracht. Spreker gaat er vanuit dat het bestuur handelt van uit vertrouwen en dat men het beste belang van de kinderen voor ogen heeft. Eigenlijk had men bij de fusie waaruit de Twister is voorgekomen de 17

ruimteproblematiek al moeten zien. Dan had men de onderwijshuisvesting al kunnen aanpakken. Door de fusie heeft de gemeente een locatie voor woningbouw teruggekregen. In elk geval is er gebouwd, dat was noodzakelijk en het voorstel kost de gemeente relatief weinig. Het is voor nu de best mogelijke oplossing. Wel moet men uitkijken voor precedentwerking. Mevrouw De Korte kijkt kritisch naar het voorstel. Het is niet de bedoeling om te bouwen en achteraf subsidie te vragen en te krijgen. Wat is er eigenlijk gebeurd? Hoe is het proces verlopen? Zijn er vooraf gesprekken geweest over de uitbreiding? Waarom is het toen niet toegekend? Begrepen is dat een deel van de uitbreiding wordt verhuurd aan de BSO en dat het ontvangen huurbedrag wordt overgemaakt naar de gemeente. Kennelijk is dat al drie jaar niet betaald. Gebeurt dit bij meer scholen? Een BSO die gebruik maakt van een school en dat de daarvoor betaalde huur toch niet wordt overgemaakt dan wel dat er geen huur betaald wordt? Aangegeven wordt dat de gemeente 4,3 miljoen euro voor educatiedoeleinden ontvangt. Vervolgens wordt aangegeven dat daarvan een miljoen euro wordt gebruikt. Wanneer men in de begroting kijkt dan had men in 2021 1,4 miljoen euro aan onderwijshuisvesting nodig en 2,2 miljoen euro aan onderwijsbeleid. Kan men de getallen nader toelichten? Aangegeven wordt dat er een integraal huisvestingsplan komt (IHP).

Dat is wel noodzakelijk. Anders blijft men achter de feiten aanlopen. Zie ook het volgende agendapunt. Wanner kan men het IHP verwachten? Wethouder Van Uden begrijpt de kritische vragen. De samenvatting van de heer Luijben klopt helemaal. Zo zou de wethouder het ook gedaan hebben. AURO is een groot bestuur. De Twister is voortgekomen uit een fusie tussen twee scholen. De fusiegelden zijn in het belang van het onderwijs uitgegeven aan huisvesting en niet aan het onderwijs. Het bestuur van AURO wist dat men het geld niet aan huisvesting mocht besteden. Het is gebeurd tijdens een bestuurswissel. Dat het niet had mogen gebeuren is uitgebreid besproken met de huidige bestuurder. Het zal niet meer voor komen. Voor de precedentwerking is de wethouder niet zo bang. Bijna alle andere schoolbesturen zijn van het bijzonder onderwijs. Die hebben (bijna) allemaal nog oude reserves van voor de herinrichting van het onderwijs. Die mag men zelf besteden, dus ook aan huisvesting. Als voorbeeld De Schakel. AURO had geen oude reserves. Echter, wanneer AURO geen openbaar onderwijs was geweest, was het college nooit met dit voorstel gekomen. Het had niet mogen gebeuren, maar om 450.000 euro vanwege het Rijk af te romen van het openbaar onderwijs vond het college een stap te ver. Wanneer men het niet had gedaan, zou er in 2024 gebouwd moeten worden tegen de dan geldende kosten.

Wat betreft de Driehuisschool, die heeft leegstand. De school zit op dit moment onder opheffingsnorm. De school is ook nog eens een van de laatste die geen gemeente-eigendom is. Men kan alleen naar die school doorverwijzen zolang de school nog als zodanig functioneert. Het schoolbestuur mag de school gewoon verkopen. Wat duidelijk is dat er meer duidelijkheid moet komen over de schoolsituaties en –huisvesting. Men moet integraal weten wat de stand van zaken is bij elk gebouw en hoe het zit met de voorschoolse educatie. Het BSO-geld gaat naar de school, behalve bij De Twister. Dat heeft het college vastgelegd met het schoolbestuur omdat men anders ruimte zou krijgen waar men in eerste instantie geen recht op heeft. Een school mag niet gebruikte ruimte verhuren aan een niet commerciële partij 18

en mag vervolgens de huurinkomsten houden voor onderhoud van het gebouw. Voor de gemeente heeft die situatie als voordeel dat op het moment dat de school groeit de huurder eruit moet. Hete gevolg is ook een ongewenste situatie dat een BSO ineens de school uitgezet kan worden op het moment dat een school groeit. Dat is ook onwenselijk. Bij andere scholen heeft men een situatie geschapen waarbij de BSO en voorschoolse educatie de huur betalen aan de gemeente en dat ze bij groei van de school er niet uitgezet kunnen worden. Tweede termijn De heer Stam merkt op dat het betoog van de wethouder over het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs en het feit dat bijzonder onderwijs omdat ze een goed gevulde pot hebben niet helemaal correct is. Het is onjuist op basis van de gelijke bekostiging van onderwijs. Daarnaast is de pot bij het bijzonder onderwijs in het verleden door ouders gevuld. Het geld uit die pot kan ook ingezet worden voor de kwaliteit van het onderwijs. De gemeente kan niet bepalen hoe die reserves worden besteed. De heer Van Dijkman wil toch nog even een uitleg over de 7.500 euro. Wanneer men het goed begrepen heeft moet de school 30 jaar lang 7.500 euro overmaken naar de gemeente totdat de 235.000 euro betaald is. Mevrouw De Korte wil graag meer uitleg over het ontstaan dan de situatie. Men wil meer van het proces weten.

Ook graag meer duidelijkheid over welk deel van de kosten voor rekening van de gemeente komt en welk deel voor de school zelf. De uitleg in de antwoorden van de schriftelijke vragen over hoeveel onderwijsgeld er te besteden is aan huisvesting en onderwijs is ook niet duidelijk. Ook op dat punt meer duidelijkheid? Wanneer dat nu lastig is, kan het schriftelijk. Nog niet is gehoord wanneer het IHP komt. De heer De Haan is benieuwd hoe de wethouder gaat voorkomen dat dit bij een andere school nog eens gebeurt. Dan het punt dat er twee keer zou moeten worden terugbetaald aan het Rijk. Daar is een vraag over gesteld. Stel dat die vordering wordt geclaimd, dan moet de terugbetaling binnen acht weken plaatsvinden. Spreker heeft het antwoord niet begrepen. Graag een nadere toelichting? De heer Schreurs hoort van de wethouder graag nog iets over de afschrijvingstermijn. Zeker wat betreft de aanbouw van De Twister. Welke termijn moet men daarbij hanteren? De heer Luijben merkt op dat de kranten al wekenlang vol staan met het punt dat de overheid haar burgers niet vertrouwt. Nu hoort men hier bij veel fracties een wantrouwen naar het AURO-bestuur. Die hebben fouten gemaakt. Dat moet men accepteren. Men moet meer doen aan het vertrouwen van onze burgers.

Dat moet opgelost worden, anders ontstaat er een ander probleem, namelijk dat de kwaliteit van het onderwijs ter discussie komt te staan omdat er geen geld is. Spreker wil dat de kwaliteit van het onderwijs zo optimaal mogelijk is. Wethouder Van Uden excuseert zich voor het feit dat niet alle vragen zijn beantwoord. Een schoolbestuur van een school hoeft de huisvesting van die school niet zelf te betalen. De 19

gemeente is 100% verantwoordelijk voor de huisvesting van de scholen van alle schoolbesturen. Dat geldt voor zowel het bijzonder als het openbaar onderwijs. Wat gezegd is dat, wanneer het bijzonder onderwijs geld uitgeeft aan huisvesting uit reserves, de inspectie dan niet zal terugvorderen. De meest actuele situatie ziet men bij De Schakel. Die heeft extra onderwijshuisvesting nodig. De gemeente wijst ze daarvoor door naar de Jozefschool of het Veenlandencollege. Het schoolbestuur heeft echter aangegeven de huisvesting te willen realiseren op de eigen locatie. Daar heeft de gemeente aan meegewerkt wat betreft het vergunningstraject. Bij De Twister is een lokaal in gebruik voor voorschoolse educatie. De huur betaalt die organisatie aan het schoolbestuur die betaalt het vervolgens aan de gemeente. Het bedrag loopt 40 jaar door. Echter, wanneer de school groeit en de ruimte nodig heeft en de voorschoolse educatie daardoor verdwijnt uit het gebouw, dan stopt de betaling van de 7.500 euro aan de gemeente. Toch is de gemeente nog steeds goedkoper uit bij dit scenario. In februari komt er een informatienota over het proces voor het IHP. Streven is om het proces eind 2022 af te ronden. Daarin krijgt de nieuwe raad een rol. De situatie is ontstaan doordat De Trekvogel en de Molenlandschool moesten fuseren. Daaruit is De Twister voortgekomen. Door de fusie kwam de ruimte niet goed uit.

Het toenmalige bestuur van AURO heeft besloten om twee extra lokalen te realiseren. Dat was nodig voor betere kwaliteit van het onderwijs. Men heeft pas later ingezien dat dit niet mocht. Vanuit het Rijk via de algemene uitkering ontvangt de gemeente 4,3 miljoen euro voor educatie. Dat is ongeveer 2,5 miljoen euro voor onderwijshuisvesting en 1,8 miljoen euro voor de rest. De gemeente geeft van de 4.3 miljoen euro 3 miljoen euro uit, waarvan 1 miljoen euro voor onderwijshuisvesting. Men geeft aan die huisvesting ongeveer 1,5 miljoen euro uit dan volgens het model. Dat komt doordat er in het verleden veel onderwijshuisvesting vanuit de grex is betaald. Daarnaast krijgt men nu te maken met flink wat achterstallig onderhoud. Dat zal ook blijken uit het IHP. De gemeente geeft dus meer uit aan de rest van het educatietraject. AURO heeft in de gebouwen 230.000 euro geïnvesteerd. Op het moment dat de raad besluit om dit bedraag niet terug te betalen, dan wordt dat bedrag door het Rijk nog niet teruggevorderd. Dan is AURO netto 450.000 euro armer dan voordat men de gebouwen neerzette. De kwaliteit van de gebouwen is iets minder dan bij normale bouw, maar wel van een kwaliteit waarvoor men een afschrijvingstermijn van 40 jaar kan hanteren. Na die periode is vernieuwbouw ervan onwaarschijnlijk.

De heer Stam merkt op dat de wethouder aangeeft dat met betrekking tot de 235.000 euro de school het bedrag twee keer kwijt is. Spreker denkt van niet. Het bedrag dat de school heeft gebruikt voor de aanbouw komt feitelijk uit de rijksmiddelen. Dat hoeft men nu terug te betalen. Dan zijn ze het toch maar een keer kwijt en geen twee keer. Wethouder Van Uden merkt op dat men het bedrag twee keer kwijt is wat betreft geld dat men kan uitgeven aan het onderwijs. Die fusiegelden waren niet bestemd voor de huisvesting. Men heeft dus geld bestemd voor het onderwijs ervoor gebruikt. Men is het geld dus een keer kwijt voor de huisvesting en nog een keer door de terugvordering. Dat geld gaat ook af van het geld dat men ontvangt voor het onderwijs. Voor het onderwijs is dus 450.000 euro minder te besteden. Wanneer de gemeente dat geld geeft, heeft AURO volgend jaar 230.000 euro extra te besteden voor onderwijs. 20

De heer De Haan is het eens met de heer Stam. De wethouder redeneert heel creatief. Graag een reactie op de vraag hoe de wethouder gaat voorkomen dat iets dergelijks bij andere scholen gaat gebeuren? Wethouder Van Uden gaat om een en ander te voorkomen het punt sowieso meenemen in het IHT. Daarnaast wordt het punt ingebracht in het regelmatig overleg met de schoolbesturen. De gemeente zal tijdens het overleg duidelijk maken dat bouwen vanuit rijksmiddelen voor het onderwijs niet mag. Daarnaast het punt dat alle scholen recht hebben op dezelfde huisvesting. Bijzondere scholen hebben iets meer mogelijkheden voor huisvesting omdat ze uit (mogelijke) reserves vanuit het verleden ook zelf nog extra kunnen investeren. Voor alle scholen geldt ook dat men in geval van een behoefte aan meer m² eerst wordt doorverwezen naar leegstaande onderwijshuisvesting in de buurt. In het geval van De Twister is dat de Jozefschool en het VLC. De voorzitter concludeert dat het agendapunt naar de meningvormende raad gaat. Daarmee is de discussie over het agendapunt gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11195117/1