CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

11-11-2021 Politieke commissie ABZF SI

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken Financiën 2 december 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 11 november 202115.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

d.

Integrale herziening Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen, raadsvoorstel 62/21 Mevrouw Becker heeft artikel 2.50.d gelezen. Dat gaat over messen en andere steekwapens. Het is verboden om dit soort wapens bij zich te hebben in voor publiek toegankelijke gebouwen. Is het dan niet verboden dat winkeliers deze wapens verkopen aan minderjarigen? Mevrouw Borgstede heeft in artikel 2.65, over bedelarij, een zin gezien waar men geen touw aan kan vastknopen. Wat is er anders dan dat het was? Mevrouw Van Den Heerik geeft aan dat men alleen maar mag bedelen op door de gemeente aangewezen bepaalde plaatsen.

21

Mevrouw Borgstede bedankt voor de uitleg. Het is verheugend dat er goed gekeken is naar het lachgasverbod. Daar is nu een goede invulling aan gegeven. De heer Stam sluit zich aan bij de opmerking over het lachgas. Dan nog een punt over slecht gedrag en de definitie ervan in relatie tot het eigen jeugdbeleidsplan. De insteek is preventie. Veel zaken bij de jeugdproblematiek hebben te maken met echtscheidingen. In dat verband is het raar dat men in deze gemeente in de openbare ruimte reclame toestaat die mensen verleidt tot gedrag met maatschappelijke schade als gevolg. Zou men in de APV niet iets kunnen opnemen dat men geen reclame-uitingen willen van organisaties die diensten aanprijzen die leiden tot maatschappelijke schade? De heer Brunia vraagt of dat ook betekent dat een advertentie van De laatste wil niet zou mogen. De heer Stam kan zich dat heel goed voorstellen. Mevrouw Van den Heerik denkt dat de heer Stam twee zaken uit elkaar moet houden. De APV en een reclamebeleid. Over het laatste gaat de reclamecodecommissie. Er zijn op dit moment heel veel klachten ingediend voor de reclame over het ongeboren kind. Dat is voor sommige mensen net zoiets als voor de heer Stam voor zaken die men liever niet ziet. Daarmee begeeft men zich op een gebied waar men als raad niet op zou willen begeven. De raad is er voor iedereen.

Dit soort zaken moet men overlaten aan de reclamecodecommissie. Mevrouw Grondijs stelt vast dat er in de APV een nieuw criterium staat, slecht levensgedrag. Dat geeft een bepaalde beleidsvrijheid, maar het brengt ook risico met zich mee. Men moet het begrip zelf invullen. Dat moet men dus invullen of men maakt er een beleidslijn voor. Wil men dit begrip vooraf specificeren of wil met hiermee achteraf een maatregel motiveren? In elk geval moet er wel sprake zijn van consistentie. In hoofdstuk 2 afdeling 10 gaat het over consumentenvuurwerk. Graag van de andere commissieleden een antwoord op de vraag of men al rijp is voor een algemeen vuurwerkverbod. Dat kan heel makkelijk door het overnemen van het advies van de PDG om artikel 73 hoofdstuk 2 anders te formuleren. Dat het verboden is om vuurwerk af te steken anders dan op de aangewezen plaatsen. Spreekster pleit daarvoor. Er is laatst een grote controle geweest op de Vermogenweg in Mijdrecht. Strafbare feiten zijn er niet geconstateerd. Wellicht zijn er wel twijfelachtige constateringen geweest. Biedt deze APV de burgemeester nog handvatten om ondermijning tegen te gaan? De heer Evers vindt dat er een degelijk stuk voorligt. Men is als fractie betrokken geweest bij de verordening fysieke leefomgeving. Het voorstel kan naar de besluitnemende raad.

Als reactie op het onderwerp vuurwerk denkt spreker dat er landelijk waarschijnlijk zo’n verbod aan zit te komen. Wanneer dat niet zo is, dan moet men eerst in de fractie overleggen. De heer Brunia vindt de wijziging wat betreft messen en andere steekwapens prima. Voor de rest is het zo dat de APV eigenlijk niet gewijzigd is. Er is ook geen aanleiding om daarin aanpassingen aan te brengen. Het voorstel kan naar de besluitnemende raad. Wat betreft het

22

vuurwerk verwacht spreker dat het vuurwerk heel erg gelimiteerd zal worden. Vooral vanuit coronaoverwegingen. Het standpunt van de fractie over dit onderwerp is nog niet vastgesteld. Mevrouw Becker brengt naar voren dat vorig jaar 75% minder mensen naar de eerste hulp zijn gegaan vanwege het niet of veel minder afgestoken vuurwerk. Dat is al een goede reden om het vuurwerk te verbieden. Mevrouw Borgstede wil een eventueel vuurwerkverbod eerst in de fractie bespreken. Mevrouw Van den Heerik geeft ook aan dat men over het vuurwerk in de fractie nog overleg moet voeren. Burgemeester Divendal stelt dat de verkoop van messen en steekwapens niet valt onder gemeentelijk beleid. Het kabinet werkt aan een wet om verkoop van messen en steekwapens aan minderjarigen te verbieden. Met betrekking tot bedelen geeft de APV een instrument om op een moment dat bedelen leidt tot overlast in een bepaald gebied het bedelen op die plek te verbieden. De burgemeester voelt zich wel comfortabel met het begrip slecht levensgedrag. Als burgemeester moet men wel eens maatregelen nemen en volgens het systeem moeten er beleidsregels zijn om maatregelen te nemen. Men kan geen maatregelen nemen dat niet op beleid is gestoeld. Wanneer mensen het soms niet eens zijn met genomen maatregelen, kunnen ze de rechtvaardigheid ervan toetsen bij de rechtbank.

Bij slecht levensgedrag moet men denken aan geweld of doorrijden na een ongeluk. Mevrouw Grondijs denkt dat een maatregel in dit geval geen sanctie is, maar dat het eerder gaat om iets als geen vergunningverlening. Burgemeester Divendal denkt dat er ook sprake kan zijn van sancties zoals het tijdelijk sluiten van een gelegenheid. Daarnaast kan men het gebruiken om een zwaardere toetsing toe te passen bij een vergunningverlening. Mevrouw Borgstede vraagt zich af of er voor het maken van beleidsregels onderliggende regels nodig zijn. Of kan de couleur locale ook een rol spelen? Burgemeester Divendal antwoordt dat het om beide gaat. Daarbij kijkt men ook naar jurisprudentie. Ook speelt hoor den wederhoor een rol. De discussie over bepaalde reclames wel of niet toe te laten is een paar jaar geleden ook gevoerd. De exploitanten van de reclamemogelijkheden hebben zelf ook al een goed beleid. Ze weten heel goed welke reclames wel of niet passen binnen een gemeente. Daardoor wordt men zelden geconfronteerd met uitingen waarvan men denkt dat die niet bij de gemeente passen. Spreker vindt het terecht dat de vuurwerkvraag is voorgelegd aan de commissie. Burgemeesters zullen op dit punt ook de raad raadplegen. Zelf is spreker een voorstander van landelijk beleid voor vuurwerk. Het gaat niet alleen om afsteken, maar ook om de verkoop en de distributie. Als laatste de Vermogenweg.

De burgemeester heeft het idee dat men genoeg handvatten heeft om ondermijning tegen te gaan.

23

De voorzitter stelt vast dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat in verband met het door mevrouw Grondijs aangekondigde amendement over het vuurwerk. Burgemeester Divendal hoopt als voorzitter van de raad dat het bij vuurwerk als enigste onderwerp van de APV blijft. De voorzitter sluit de discussie over het agendapunt. Voor het volgende agendapunt geeft de voorzitter de hamer over aan mevrouw Borgstede om zelf als woordvoerder voor het volgende agendapunt te kunnen optreden.

7.

Overige punten

a.

Motie Ronde Venen Belang (RVB) over vorming nieuw recreatieschap Vinkeveense Plassen De heer Van der Greft brengt naar voren dat de heer Goldhoorn veel tijd en werk heeft gestoken in de werkzaamheden voorafgaand aan de motie. Tijdens de laatste raadsvergadering is de motie ingediend. In tegenstelling tot wat zojuist gezegd is, heeft Ronde Venen Belang tijdens die vergadering besloten om de motie niet in stemming te brengen. Vervolgens heeft men de motie geagendeerd voor deze commissievergadering. Men wil graag weten hoe de fracties en de portefeuillehouder denken over een onderzoek op korte termijn naar de mogelijkheid of de gemeente een nieuw recreatieschap zou kunnen vormen met een aantal stakeholders die in de gemeente gevestigd zijn. Het sluit een beetje aan bij agendapunt 6c. Spreker denkt dat de gedachte in de motie een denkrichting kan zijn. Ook om de materie simpel te houden. Het verzoek is dus om een onderzoek te houden. De uitkomsten van het onderzoek moet men dan in januari meenemen. Dan wordt er gesproken over iets nieuws in de plaats van SGL. Het onderzoek moet daarom op korte termijn plaatsvinden om ervoor de zorgen dat de uitkomst in januari kan worden meegenomen met de andere denkrichtingen die al spelen. De heer Brunia heeft naar aanleiding van de motie schriftelijke vragen gesteld die uitvoerig beantwoord zijn. In aansluiting daarop nog wat vervolgvragen.

Op de vraag over de uittredingsprocedure en de kosten daarvan is geantwoord dat die punten verder gaan dan het dictum van de motie. Wat beoogt het dictum van de motie dan wel precies? Welk idee zit er achter? Wat verwacht men van het nieuwe recreatieschap? De tweede vraag ging over de samenwerking met de provincie en het behoud van de provinciale subsidie. RVB stelt dat de provinciale subsidie behouden kan worden als er sprake is van enige vorm van samenwerking. Dat komt echter niet uit de stukken naar voren. Waar baseert RVB dan de stelling op dat wat de provincie over samenwerking zegt zo ruim is dat daar ook een lokale samenwerking met private personen onder zou kunnen vallen? In het antwoord op de vraag wie de stakeholders zijn, staat een algemene formulering over stakeholders. Een soort paraplubegrip. Dat zegt eigenlijk niets. Wie wil RVB wel betrekking in de lokale vormgeving en wie niet? Op de vraag waarom verwachtingen niet worden waargemaakt, komt als antwoord dat de gestelde vraag politiek van aard is. Daarom dezelfde vraag op een andere manier. Op grond waarvan meent RVB dat de verwachtingen niet worden waargemaakt? Dat is een stelling in de motie. 24

De heer Evers probeert wel mee te denken in de zin van RVB. Echter, in het rapport Berenschot worden mogelijkheden voor een nieuw te vormen recreatieschap genoemd. Van een paar vormen is aangegeven dat ze nog niet realistisch zijn, maar dat ze her wel kunnen worden. De heer Stam brengt naar voren dat in het Berenschotrapport gesproken wordt over alternatieven waarbij alleen overheidsinstanties zijn betrokken. Er is in dat rapport toch nergens gesproken over private partijen? De heer Evers merkt op dat in dat rapport het woord private wel valt, maar dat het niet van toepassing is op voorbeelden van RVB. Spreker moet het nakijken. Vindt RVB niet dat de motie is achterhaald door de optie met Staatsbosbeheer en de optie Basis. Binnen de laatste optie kan het voorstel van RVB onderzocht kunnen worden. In het laatste geval kan men wel de provinciale subsidie schudden. De heer Schreurs is benieuwd hoe RVB de samenwerking ziet met de private stakeholders? Die private partijen gaan in geval van samenwerking taken uitvoeren waar de gemeente als bestuur voor verantwoordelijk zijn. Een van de argumenten die RVB aanhaalt bij de beantwoording van de schriftelijke vragen van de heer Brunia is dat er verwachtingen zijn gewekt. Dat wordt verklaard met het aanhalen van nieuwsbrief 22 over bebouwingscriteria.

In een nieuwsbrief daarna, nummer 23, wordt bekend gemaakt dat die bebouwingscriteria door de raad niet zijn aangenomen. In nummer 23 is dus aangegeven dat de verwachtingen vooralsnog niet waargemaakt zullen worden. Waarom zet RVB zo sterk in op het argument niet waargemaakte verwachtingen. Wanneer men al zou willen onderzoeken of men aan de slag kan met een publiek-private constructie, is het dan niet verstandiger om bij de provincie te checken die constructie haalbaar is. Daarnaast, welke vraag wil men aan de potentiële stakeholders stellen? Bij die vraag hoort ook een uitleg, waar gaat het over, wat betekent dat voor de stakeholders en wat wordt er van de stakeholders verwacht. Die bal legt RVB bij het college neer. Heeft RVB daar zelf al een gedachte over gevormd? Zo ja, dan is het goed die te delen. De heer Rouwenhorst is niet tegen een onderzoek, maar dan moet men wel eerst de onderzoekvraag weten. Waar wil men via onderzoek antwoord op krijgen? Dat moet helder geformuleerd zijn. Voor spreker staat het behoud van de provinciale subsidie voorop. Daarnaast is er een organisatie mogelijk met Staatsbosbeheer. Dit soort instanties hebben een grote mate van continuïteit. Dat is ook belangrijk. Bij private stakeholders uit de gemeente gaat het om personen. De vraag is of die gezamenlijk de continuïteit kunnen waarborgen.

De heer Van der Greft start met de beantwoording van de vragen. Daarna gaat men de intentie van de motie nog eens duidelijk maken. Spreker denkt dat de heer Brunia eigenkijk de vragen herhaalt die al schriftelijk gesteld zijn. Men zal proberen daarop op een andere manier te antwoorden.

25

De heer Brunia brengt de mening naar voren dat de antwoorden op de schriftelijke vragen tamelijk vlak zijn en dat ze af en toe om de hete brij heen draaien. Men wil de brij boven tafel hebben. De heer Van der Greft komt niet met de motie omdat RVB iets per se wil of omdat de voorgestelde samenwerking de oplossing is. Men vindt echter wel dat de denkrichting mogelijk kansrijk is. Deze denkrichting is tot op heden uitgesloten. Inderdaad kan men zich terecht afvragen of de provincie aan die denkrichting wil bijdragen. Dat men kan blijven rekenen op de provinciale subsidie wanneer de gemeente De Ronde Venen met private partijen via een stichting of vereniging het recreatieschap gaat beheren. Laat men beginnen met de motie indienen en aan te nemen. Daarna kan men naar de provincie om te vragen of ze bereid is de subsidie te blijven verlenen bij deze denkrichting. Wanneer het antwoord ontkennend is, dan heeft het weinig zin om deze denkrichting toe te voegen aan het lijstje van mogelijkheden. Wanneer de provincie positief reageert kan het een interessante mogelijkheid zijn om het recreatieschap op deze wijze in te richten. Daarna heeft het pas zin om de mogelijkheid verder te onderzoeken. Het doel van de motie is dat de gemeente met een aantal private partijen onderzoekt of de denkrichting haalbaar is. Dat het onderzoek heeft plaatsgevonden voordat men in januari gaat besluiten.

De heer Stam vraagt of men kan begrijpen dat RVB de motie gaat aanpassen. Dat men aan het eerste bolletje bij de opdracht toevoegt dat het college bij de provincie checkt of de subsidie veiliggesteld is wanneer men overstapt naar een publiek-private constructie. De heer Van der Greft antwoordt dit te zullen doen wanneer de motie daardoor beter wordt en een grotere slagingskans heeft. De heer Evers vraagt zich af of het handig is de motie nu in te dienen. Spreker vraagt om de motie mee te nemen bij de optie 0, de mogelijkheid dat de gemeente zelf het recreatieschap gaat vormen. Waarom met men het college nu belasten met deze vragen. Kan men niet beter wachten tot na de discussie over de verschillende opties? Dat scheelt toch veel werk? De heer Van der Greft geeft aan dat de raadsvergadering eind november plaatsvindt. Dat er in januari besloten gaat worden over de verschillende denkrichtingen. Wanneer men het onderzoek nu niet doet, dan kan het zo maar zijn dat aangegeven wordt dat men te laat is voor januari dan wel dat er gevonden wordt dat er te weinig informatie beschikbaar is voor een goede besluitvorming. De motie is niet ingewikkeld. Er wordt gevraagd om een aantal zaken mee te nemen in de denkrichting en de ontwikkeling.

De heer Schreurs hoort de heer Van der Greft zojuist zeggen dat men de motie wel wil aanpassen met de aanvulling om eerst bij de provincie te informeren over het hoe en wat betreffende de subsidie. Daarbij blijft het nog steeds een motie met allerlei overwegingen en conclusies die een groot deel van de raad niet deelt. Is het niet veel praktischer om het college te vragen te informeren naar de subsidie bij de voorliggende denkrichting. Dan heeft men een snel antwoord en kan men zich een uitgebreide discussie besparen. Het vraagt een inzet van het college, maar het maakt het vervolg een stuk makkelijker. Het behoud van subsidie staat al in een eerdere aangenomen motie. 26

Wethouder Schuurs meldt dat in de discussie over de toekomst van SGL de motie steeds een grote rol speelt. Ook de andere motie over het kijken naar het noorden houdt men tijdens de discussies ook in gedachte. Gezegd is dat het college ook een opdracht kan krijgen zonder motie. Het moge duidelijk zijn dat de wethouder niet iets gaat doen zonder en opdracht via een motie. Anders wordt het te vaag. Dat is eigenlijk nu al het geval. Wat staat er eigenlijk over stakeholders? Wat is de bedoeling van RVB? In het vroegere recreatieschap zaten naast andere stakeholders ook de gemeenten Amsterdam en De Ronde Venen en de provincie Utrecht. Of denkt RVB alleen maar aan private stakeholders? De heer Stam vraagt of er in het recreatieschap private partijen zaten. Volgens spreker zaten er alleen maar overheden in. Wethouder Schuurs geeft aan dat er wel sprake was van private adviseurs. Hoe het exact was weet de wethouder niet meer. Dat is al een geruime tijd geleden. Welke stakeholders wil men betrekking het recreatieschap? Wanneer het dezelfde zijn als bij het bestemmingsplan dan wordt het lastig. In het begin van het bestemmingsplan was men het met elkaar eens. Dat is nu niet meer het geval. Ieder bekijkt het vanuit de eigen invalshoek. Het lijkt de wethouder lastig dat die verschillende stakeholders met elkaar een recreatieschap gaan runnen.

De vraag die de gemeente moet stellen moet glashelder zijn. De tijd is krap. Zowel voor het uitzoeken van de gedachte in de motie als voor het uitzoeken van die gedachte in relatie tot optie 0. Het voorstel om met Staatsbosbeheer in zee te gaan komt binnenkort. Niet om optie 0 te kiezen. Die optie wordt dan ook zover uitgewerkt. De heer Evers geeft aan dat er voor de besluitvorming nog een jaar tijd is. Men heeft als gemeente nog de tijd om te bekijken welke optie wel of niet haalbaar is. Wethouder Schuurs denkt dat het zelf doen geen goede keuze is. Staatsbosbeheer wordt waarschijnlijk de keuze. Dan wordt zelf doen niet de keuze. De heer Stam raagt om een uitleg van optie 0. De heer Evers vindt dit simpel. Er gaat zoveel als mogelijk terug naar de gemeente. Dat betekent dat men ook zelf alles moet gaan doen. Dat er sprake is van een samenwerking met inschakeling van een derde uitvoerder. In dit geval Staatsbosbeheer. Er zijn voorbehouden gemaakt met betrekking tot onder andere de aanbesteding. Het moet wel kunnen. Wanneer de aanbesteding volgens de Europese regels niet werkt dan staat men volgend jaar met lege handen. Dat wil spreker vermijden. De hele procedure is nog niet waterdicht. Wethouder Schuurs denkt da t de procedure sowieso nog niet waterdicht is. Het moet ook met andere raden worden besproken. De wethouder wil aangeven geen verwachtingen te kunnen wekken.

De motie meenemen in de optie 0 wordt te laat. Daarin heeft de heer Van der Greft gelijk in. Dus moet er een concrete opdracht komen voor de korte termijn. De vraag daarbij is wat de precieze opdracht is en of men dat wel wil. De stakeholders, waar men eventueel de vraag bij neer moet leggen, hebben verschillende belangen. Die kijken op een verschillende manier naar de Plassen en naar wat men daar mee moet doen. Hoe wil men dat combineren? Het is dus een ingewikkelde motie waar men niet zoveel mee kan. 27

De voorzitter constateert dat de wethouder met de motie zoals die voorligt eigenlijk niet uit de voeten kan. Vanuit de commissie zijn voorstellen naar voren gebracht om de motie eventueel aan te passen. Wellicht is het goed om daar nog eens in petit comité naar te kijken. De heer Van der Greft denkt dat het goed is dat men de motie voor deze vergadering heeft geagendeerd. Dat is alleen al goed geweest omdat zonder de motie er een bepaalde koers ingeslagen zou worden waarvan het niet zeker is dat een meerderheid van de raad daar achter zou staan. RVB gaat kijken hoe men deze motie kan aanpassen waardoor er meerdere mogelijkheden open gehouden worden. Voor een zo simpel mogelijke kleine oplossing voor het recreatieschap. Misschien komt de VVD ook nog met een motie. Tweede termijn De heer Evers meldt dat de fractie zeker niet met een motie zal komen. Spreker heeft het gevoel dat op 17 november alles in kannen en kruiken lijkt te zijn. Echter, op 30 november worden raden en Staten geïnformeerd. Wordt men dan geïnformeerd over iets wat al besloten is? Wat is het eigenlijke tijdspad van de besluitvorming? Wethouder Schuurs meldt dat het DB van SGL een eerste besluit neemt. Daarover worden de raden geïnformeerd. Daarna nemen alle raden en de Staten in januari een besluit. De heer Evers constateert dat het niet ja of nee Staatsbosbeheer is.

Tussentijds is het nog mogelijk om een alternatieve optie uit te werken. Correct? Wethouder Schuurs geeft aan dat men met deze discussie moet wachten tot januari. Vanuit het DB komt er een voorstel naar de raad. Uit de stukken blijkt dat het voorstel Staatsbosbeheer wordt. Mevrouw Becker heeft even de discussie afgewacht. In eerste instantie vond men de denkrichting van de motie heel sympathiek. Daar wil men best over meedenken. De 0-optie is al een lange tijd geleden besproken. Spreekster weet niet meer of de provincie die optie ook met subsidie wil ondersteunen. De heer Brunia denkt dat de vraag aan de provincie eigenlijk al in maart gesteld is. Die vraag is uitvoerig beantwoord. De intentie van de provincie is ten opzichte van het verleden niet veranderd. Dat is ook terug te vinden in de nieuwe stukken. Bij een 0-optie gaat de subsidie van de provincie verloren. Men hoeft niet nog eens met die vraag naar de provincie. Wat betreft de 0-optie verwijst spreker naar het raadsvoorstel van 26 januari 2017. Daarin staat uitgebreid wat de risico’s zijn van het zelfstandig uitvoeren. Daar moet men ook nog maar eens naar kijken. Achter de motie zit een aantal goede veronderstellingen. Het idee dat men lokaal meer grip zouden moeten krijgen op de Vinkeveense Plassen is logisch. Echter, daar kan men ook een gebiedsregisseur voor aanstellen.

Niet te begrijpen is dat men een aantal zaken moet uitzoeken en eerst niet doen richting SGL. De motie zou het lopende proces van liquidatie van RMN en het afscheid nemen van SGL verstoren. Dat is niet in het belang van de gemeente. Men moet ook niet de schijn wekken dat

28

men lokaal zeggenschap kan hebben over de Plassen zonder zich iets aan te trekken van de provincie. De provincie is financier en bevoegd gezag over natuur en ruimtelijke ordening. In dat opzicht is de provincie een belangrijker partner dan lokale stakeholders. De heer Schreurs ziet de aangepaste motie wel tegemoet. Bij de beantwoording van de wethouder is de zorg met wie men eigenlijk in zee gaat wel heel concreet gemaakt. Dat betreft ook de besluitvorming en of men daar als bestuurslichaam nog controle over kan uitoefenen. Op dat punt is spreker niet positief. Dat laat onverlet dat de eerdere motie over praten met de provincie met behoud van subsidie en kennis blijft staan. De vraag op dat punt is in principe beantwoord. Men ziet de motie van RVB wel komen, maar het advies is om die motie niet te steunen. Die motie verbetert het lopende proces niet. De heer Rouwenhorst denkt dat de heer Schreurs gelijk heeft. Het college heeft dat al een paar keer aangegeven. Wat daarbij gemist is, is de argumentatie van de provincie om de subsidie niet te verlenen. Dat zou verheldering kunnen bieden. Echter, daarmee is men er nog niet. Een organisatie geeft op het gebied van continuïteit en eensgezindheid een groot voordeel ten opzichte van plaatselijke stakeholders. Men vecht op het gebied van eensgezindheid elkaar de tent uit. Spreker wil geen Poolse landdag in deze gemeente hebben.

De voorzitter vraagt of RVB genoeg input heeft gekregen. De heer Van der Greft bevestigt dit. De voorzitter beëindigt vervolgens de discussie over dit agendapunt en gaat over naar het laatste onderwerp.

b.

Raadsinformatienota Voortgang toezicht en handhaving Vinkeveense Plassen 3e kwartaal 2021 De heer Brunia vindt de voorliggende informatienota beter dan de nota tijdens de begrotingsbehandeling. Spreker heeft echter nog steeds kritiek. Na het rekenkameronderzoek naar het toezicht en handhaving Vinkeveense Plassen van een paar jaar terug was iedereen het over eens dat er dringend iets moest gebeuren. De raad heeft toen 180.000 euro per jaar daarvoor beschikbaar gesteld. Vorig jaar heeft het college het bedrag bijgesteld tot 100.000 euro. Nu blijkt dat dit te weinig is. Meer waarom vraagt men in de eerste plaats dan niet om meer budget in plaats van aan te kondigen minder te gaan doen? In de oude versie van de informatienota wordt aangegeven dat men niet meer handhavingstaken kan oppakken en vaaronderzoek uit te voeren. In deze nota staat dat het laatste nog wel wordt gedaan. Maar, de vaarrondes staan er niet bij. Gaan de vaarrondes nu wel of niet door? De vraag is mede ingegeven doordat in de inleiding van de nota staat dat er van het varen een preventieve werking uitgaat. Van preventie moet men het wel hebben. In het afgelopen kwartaal is een aantal bezwaarprocedures afgerond. Spreker is daar positief over. Evenals over de deskundigheid van de bezwarencommissie. Gebleken is dat de gemeente in die zaken sterk staat.

Bezwaren gericht op gedogen en willekeur zijn allemaal ongegrond verklaard. Er is sprake van een maar, dat is de lange doorlooptijd tussen 29

constatering en besluiten. Dat raakt de geconstateerde problematiek in deze informatienota. Moeilijk, lastig en tijdrovend. Een reden om prioriteiten te stellen. Dat is niet de weg. Men moet de vermijdbare wachttijden in procedures er uit organiseren. Dat is van belang omdat er na het vaststellen van het bestemmingsplan er heel veel gevallen komen van vergunningverlening en er voorwaarden voor legalisering moeten worden gesteld. Dat is met de huidige werkwijze onmogelijk. Er moet een werkwijze komen met veel meer daadkracht en snelheid. In de voortgangsnotitie staat dat de eerste prioriteit lig bij de nieuwe gevallen. Gevallen gebaseerd op het fotomoment 2018. Dat staat elke keer in een informatienota over dit onderwerp. De portefeuillehouder geeft telkens aan of het uitsluitend gaat om nieuwe gevallen. Daarom wijst spreker op een passage van de bezwarencommissie die gaat over willekeur. Daaruit blijkt dat er geen sprake is van willekeur, maar dat er alleen sprake is van volgorde waarin dingen gebeuren. Daaraan moet men vasthouden. Dat is de kurk waarop de handhaving drijft. Daarom moet men bij de vervolgaanpak ook een paar andere gevallen betrekken. Gevallen waarvan men nu al weet dat ze met geen mogelijkheid passen in het nieuwe bestemmingsplan. De heer Stam herkent zich in het betoog van de heer Brunia en sluit zich hierbij aan.

In de notitie staat dat er in het eerste halfjaar 2021 27 illegale bouwwerken zijn geconstateerd. Verderop gaat het over 11 bouwwerken in Q2 en Q3. Is er ineens sprake van een significante afname? Handhaving kost geld. Maar, men legt ook dwangsommen op. Wat leveren die op? Dat is een stuk dekking van de kosten. Het gestelde om niet alles meer te handhaven is een gevaarlijke route. Daardoor krijgt men juist de willekeur. Daar doen veel mensen een beroep op. Wanneer men nu selectief gaat handhaven dan vreest spreker dat het bezwaar op grond van willekeur wel stand gaat houden. Dat is weer verkeerd. Men moet gewoon doorgaan op de ingeslagen weg. De heer Rouwenhorst vindt dat de heer Brunia terecht heeft aangegeven dat preventie belangrijk is. De vraag is of er ook preventief of gecontroleerd wordt in de weekenden. Een andere vraag is waar het geld van de dwangsommen terecht komt. Men zou ook eens moeten kijken of er via de civiele rechter een procedure mogelijk is om mensen die zaken willens en wetens overtreden via een strafrechtelijke vervolging of bestuurlijke vervolging te confronteren met kosten die gemaakt zijn om de illegale bouwwerken te verwijderen. Kan dit laatste? De heer Evers sluit zich aan bij het betoog van de heer Brunia. Men moet ongelijkheid van aanpak zoveel mogelijk vermijden.

Dat betreft ook de grootte van het perceel of het bouwwerk en de tijd van constatering. Wanneer het college daarvoor extra middelen nodig heeft, kan men daar een voorstel voor uitbrengen. Is overigens de ODRU wel de juiste partij om de handhaving voort te zetten? Mevrouw Becker kan zich vinden in het betoog van de heer Brunia. De handhaving moet op de juiste wijze gecontinueerd worden om willekeur te vermijden. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. Burgemeester Divendal is het voor 90 % eens met het betoog van de heer Brunia. Misschien lijkt het er soms op dat er niet gecontroleerd zou worden. Dat is niet zo. Het beleid gaat 30

gewoon door. Een aantal uitspraken van de commissie van beroep- en bezwaarschriften liggen inmiddels voor bij de rechtbank. Dat geeft gelijk antwoord op het punt dwangsommen. Die zijn nog niet geïncasseerd. De procedures lopen nog. Op basis van de positieve ervaringen van de bezwarencommissie is men in staat te focussen op de wijze waarop men de aanpak verder ter hand neemt. Men wil niet dat er rechtsongelijkheid ontstaat. Bij iedere constatering gaat er een wrakingsbrief uit. men kan niet alles aanpakken. Maar niemand kan rechten ontlenen aan het feit dat de gemeente niet heeft gehandhaafd. Er wordt nog gevaren. Maar mensen zitten in bepaalde appgroepen waardoor ze precies weten wanneer er wel of niet gevaren wordt. Een aspect wordt niet genoemd, het aspect dat echt helpt, is het ontwerp bestemmingsplan. Wanneer dat er is kan men beter aan de gang. De heer Brunia is het daarmee niet eens. Men moet radicaal anders denken. Men moet niet denken dat, wanneer er een bestemmingsplan is, toezicht en handhaving makkelijker wordt. Men moet het omdraaien. Nu ervaring opdoen wat er qua toezicht en handhaving wel of niet werkt. Nu duidelijk maken aan de bezitters van legakkers hoe men er als gemeente instaat, helpt bij de acceptatie en de uitvoering van het bestemmingsplan. Burgemeester Divendal is het met het tweede del van het betoog van de heer Brunia eens.

Men heeft bedoeld om met de maatregel mensen eerst te dwingen om stappen te ondernemen om in de juiste stand te komen. Dat gaan de meesten niet doen zolang er geen ontwerp bestemmingsplan ligt. Spreker staat volledig achter de gekozen lijn van de raad, het fotomoment 2018. Men moet al de mensen in situaties die niet kunnen de tijd geven om zelf de boel in orde te maken. Daarna kan men ze aanpakken en daar kan men er ook regels mee afspreken. Er is een ontwerp bestemmingsplan nodig om de mensen in die stand te krijgen. Spreker is het eens met het punt dat de vaarroutes een preventieve werking hebben. Men is het eens met de opmerking van de heer Evers. Waarom men niet met een nieuwe begroting is gekomen naar de raad is omdat het college niet verwacht dat men in november en december heel veel meer aan handhaving gaat uitgeven. Echter, de 100.000 euro is niet taakstellend. Er kan overschrijding plaatsvinden. Het bedrag is ingezet omdat men denkt dat het haalbaar is voor wat men aankan. Waar men tegenaan loopt is de tijdrovendheid van procedures. Met name wanneer het juridische procedures worden. Uit de discussie met de ODRU blijkt dat de procedures niet vergelijkbaar zijn. Voor elke procedure moet het hele protocol worden afgewerkt. Wel wordt de discussie over een andere werkwijze gevoerd. Spreker voelt de urgentie daarover van de commissieleden.

De urgentie van handhaving voelt spreker. Echter, de werkwijze die het college is verstandig en doet recht aan de urgentie die de raad voelt. Het past ook wat men vanuit het college kan waar maken. Wanneer er meer mogelijk is dan gebeurt dat. Voordat men gevallen van voor 2018 kan of wil oppakken moet er eerst het ontwerp bestemmingsplan liggen. Niemand vanuit de periode voor 2018 weet dat men daar echten aan kan ontlenen. De heer Brunia denkt dat men moet laten zien dat men de oude gevallen ook aanpakt. Anders gaat men juridisch nat. Burgemeester Divendal merkt op dat de heer Brunia de stukken heeft gelezen. Dan heeft men ook de complexiteit gezien bij de vervaging van zaken als gevolg van de stormschade. Al 31

dit soort zaken spelen mee. Alle leerervaringen uit het verleden worden meegenomen in het vervolgtraject. Niet alles gaat zoals men wil. Maar, wanneer men meer kan doen dan is spreker de eerste die die stappen wil zetten. De heer Brunia komt nog terug op het punt niet prioriteren maar organiseren. Dat heeft consequenties voor de ketenregie, maar dat moet kunnen. Dat is de enige manier om straks enig zicht te hebben op de grote golf die eraan komt. Wat nu gebeurt is alleen het voorspel. Burgemeester Divendal denkt dat men voor de grote golf een andersoortig traject nodig heeft. Men heeft een traject nodig om die golf zo klein mogelijk te krijgen door mensen zelf de verantwoordelijkheid te laten nemen op basis van de spelregels die voor iedereen aanvaardbaar zijn. De voorzitter rondt de discussie af over het agendapunt.

8.

Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 23.00 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie Algemeen Bestuurlijke Zaken /Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 2 december 2021. De griffier, de voorzitter,

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10826925/2