CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

11-11-2021 Politieke commissie ABZF SI

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken Financiën 2 december 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 11 november 202115.351 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën, Samenleving & Inwonerszaken Datum:

11 november 2021

Tijd:

19:00 uur

Plaats:

Raadzaal

Registratienummer: Voorzitter:

De heer H.J. van der Greft (t/m agendapunt 6d), mevrouw S. Borgstede (agendapunt 7)

Griffier:

De heer M. de Graaf

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), mevrouw A. de Deugd (Ronde Venen Belang), mevrouw C. Dijkman (VVD), de heer R. Evers (VVD), de heer H.J. van der Greft (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), mevrouw E.A. Grondijs (PvdA/GroenLinks), mevrouw Y.M.G. van den Heerik (Ronde Venen Belang), de heer T. Klinkhamer (D66), mevrouw M.C. de KorteVerhoef (CDA), de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA/GroenLinks, de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)

Meesprekers:

De heer A.J. Jaarsma (6a), de heer J. Klerk (6a)

Wethouders:

De heer M. Divendal, de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD), de heer C. van Uden (D66)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom op deze fysieke vergadering van de commissie ABZ/F & SI.

1

De vergaderregels die samenhangen met het fysiek vergaderen met de nodige coronavoorzichtigheid, worden onder de aandacht van de deelnemers gebracht.

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor niet geagendeerde onderwerpen.

3.

Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Notulen politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 14 oktober 2021 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn geen opmerkingen of vragen naar aanleiding van de notulen.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen Er worden geen punten uit het overzicht ‘openstaande toezeggingen’ aan de orde gesteld.

b.

Informatie-uitwisseling Mevrouw Becker merkt op dat de coronamaatregelen weer zijn aangescherpt en dat ze naar verwachting nog scherper zullen worden. De voorzitter onderbreekt mevrouw Becker. De burgemeester zal aan het eind van dit agendapunt nog mededelingen doen over de nu ontstane coronasituatie. Heeft men dan nog vragen daarover, dan kunnen die op dat moment gesteld worden. Mevrouw Groen brengt naar voren dat iedereen die ervoor in aanmerking komt deze week de mantelzorgpas krijgt. Die pas is niet meer voor lokale winkels. Dat is gestopt omdat de winkeliers voor deelname best wat moesten betalen. Het indertijd betaalde geld is niet aan de VVV-bon voor de mantelzorgers toegevoegd. Wat is er met dat geld gedaan? Is hete besteed aan de nieuwe pas? Gaat de gemeente bijdragen aan de nieuwe pas? Er komt voor dit doel budget vrij voor gemeenten waarop ze kunnen inschrijven. Doet De Ronde Venen dit ook? De heer Stam refereert aan een recent groot artikel in het Algemeen Dagblad over uithuisplaatsingen. Bij de uithuisplaatsingen doen zich grote problemen voor. Te weinig (deskundig) personeel in de hulp. Langs elkaar heen werken. Onzorgvuldige en/of onjuiste beoordelingen. Het gevolg is dat kinderen langer uit huis geplaatst worden dan nodig is.

In een aantal gevallen zo lang dat de hulp het kind niet laat terugkeren naar de eigen ouders in verband met de onthechting van de pleegouders. Hoe gaat de gemeente om met dit soort situaties? Begrijpelijk is dat er veel loopt via instanties waar de gemeente weinig grip op heeft, 2

maar dat betekent niet dat men zich kan onttrekken aan betrokkenheid bij die situaties. Het gaat om onze inwoners, onze kinderen. Kent men de casussen? Ondersteunt men betrokken ouders? Kan de wethouder er iets meer over zeggen of er schriftelijk op terugkomen? Dan het beleid betreffende persoonsgebonden budgetten. Kort gezegd lijkt het dat de gemeente bezig is met het ontmoedigen van PGB’s. Zo ja, op welk raadsbesluit is dat gebaseerd? Op 4 mei heeft de raad een informatienota over de materie ontvangen. Echter, die nota geeft geen feitelijk antwoord op die vraag. Kortom, wat is het beleid van de gemeente ten aanzien van PGB’s? In hoeverre kan het college de uitvoering onderbouwen? Wethouder Schuurs meldt dat de VVV-bon deze week is verstrekt aan de mantelzorgers. Het is een blijk van waardering voor hun inzet. Men wil niet besparen op de bon, maar met de pas de voorheen werd verstrekt was te veel geld gemoeid. Hete punt van het extra budget komt de wethouder niet bekend voor. Dat budget zal van het Rijk moeten komen. Men gaat ernaar kijken en men komt erop terug. Wethouder Van Uden merkt op dat elke uithuisplaatsing er een teveel is. Het is wel een ingewikkelde casus omdat de veiligheid van het kind altijd voorop staat. Er is een project om ervoor te zorgen dat er eerder hulp geboden kan worden op een wat lager niveau.

Afgesproken is dat de Veilig Thuismeldingen niet direct naar Save gaan, maar eerst naar de gemeente. De gemeente maakt een triage om te bezien welke casussen er direct door moeten. Verder kijkt men of men eenvoudiger zaken kan afschalen naar een normale situatie. Daarbij moet men ook kijken dat men dit niet te snel doet. Het heeft de constante aandacht. Er is een link met de toeslagaffaire. Er zijn twaalf casussen van mensen met kinderen die onder begeleiding vallen. Op dit moment loopt er daar geen uithuisplaatsing. Het is niet uit te sluiten dat er in het verleden wel een uithuisplaatsing heeft plaatsgevonden als gevolg van de toeslagaffaire. Het is wel zo dat er ooit een kind uit huis geplaatst wordt als gevolg van alleen financiële problemen. In combinatie met andere problemen kan het wel gebeurd zijn. Er vindt nu in de regio een onderzoek hiernaar plaats. Zodra het resultaat bekend is, wordt de raad geïnformeerd. De heer Stam heeft begrepen dat er binnen de gemeente geen kinderen uit huis geplaatst zijn als gevolg van de toeslagaffaire. Kijkt de gemeente ook nog naar lopende casussen, die eerder hebben gespeeld en waarbij wellicht het een en ander misgegaan is? Dat kinderen wellicht ten onrechte uit huis geplaatst zijn. Wethouder Van Uden antwoordt dat daar dat bredere onderzoek voor wordt gehouden.

De Tweede Kamer heeft aangegeven dat het onderzoek ook onafhankelijk moet zijn. De wethouder denkt dat er ruim voldoende naar eventuele misstanden gekeken zal worden. De wethouder heeft zelf ook nog iets op dit gebied. Er is op dit moment een onderbezetting bij het team dat zich bezighoudt met jeugd. Dat betekent een oplopende wachtlijst. Gelukkig zijn er nieuwe mensen gevonden, maar die moeten nog beginnen. Er wordt nu gekeken hoe men de wachtlijsten weer kan verkleinen. Voorop staat dat men wel triage pleegt om de veiligheid te kunnen borgen. Meldingen op een wat lager niveau moet men oplossen voordat ze acuut worden en er sprake is van mogelijke uithuisplaatsing. Het punt heeft de constante aandacht. Voorlopig wil de wethouder de commissie maandelijks tijdens de informatie-uitwisseling informeren over de ontwikkelingen. 3

Mevrouw De Korte vindt het ernstig als er wachtlijsten zijn. Vooral wanneer die groter worden. Hoe geeft men kinderen hulp die het direct nodig hebben? Hoe werkt die triage? Daarnaast, wanneer Veilig Thuis kennelijk taken heeft over gedragen, kunnen er dan geen mensen van Veilig Thuis komen om de gemeente te ondersteunen bij de jeugdwerkzaamheden? Wethouder Van Uden meldt dat het probleem tweeledig is. De gemeente wil de triage liever zelf doen en Veilig Thuis heeft zelf te maken met grote wachtlijsten. Men kwam nauwelijks toe aan de casussen. Het liefst doet men de triage door binnen twee weken na de melding in gesprek te gaan. Dat lukt nu niet in alle gevallen. Triage‘s vinden plaats op volgorde van binnenkomst van de meldingen. Op basis van de tekst van de melding wijkt men hiervan af. Acute gevallen worden direct opgepakt. Mevrouw De Korte vindt een snelle aanpak bij acute gevallen heel belangrijk. Kan de informatie over de ontwikkelingen samengevoegd worden met de wachtlijsten bij de Wmo? Dan heeft men de wachtlijsten binnen het sociaal domein bij elkaar. Wethouder Van Uden kan die samenvoeging wel toezeggen. Dan de PGB. Daarbij moet men een onderscheid maken tussen Wmo en jeugd. Bij de Wmo gaat het om een recht om het zelf te mogen doen. Bij jeugd moet men aangeven waarom de zorg in natura niet passend is.

Vanuit het verleden gelden er veel eisen voor iemand die een PGB aanvraagt. Daar zitten veel verantwoordelijkheden aan vast. De meeste PGB-aanvragen die nu relatief eenvoudig worden afgewezen, zijn het gevolg van een nog niet goedgekeurde zorgaanvraag. Een gekwalificeerde professional moet aangeven dat de zorgaanvraag terecht is, dat die zorg noodzakelijk is. Met andere woorden, eerst moet men toegang tot de zorg krijgen. Daarna wordt er gekeken welke zorg in natura een oplossing kan bieden. Wanneer ouders van een kind een andere oplossing via een PGB prefereren dan bestaat die mogelijkheid wanneer de ouders aan de voorwaarden voldoen. De meeste ouders haken voor die tijd al af gezien het grote aantal voorwaarden. De gemeente stimuleert een PGB zeker niet actief. De heer Stam wil weten of het om voorwaarden gaat die de gemeente stelt of gaat het om voorwaarden die landelijk bij wet zijn vastgelegd. Wethouder Van Uden antwoordt dat het gaat om het laatste. Wanneer men niet aan die voorwaarden voldoet, heeft men ook geen recht op een PGB. De heer Stam concludeert dat er binnen de gemeente geen sprake is van een ontmoedigingsbeleid. Wethouder Van Uden bevestigt dit. Wel wordt duidelijk gemaakt welke voorwaarden er met een PGB gemoeid zijn. Ouders kunnen dit ervaren als ontmoedigingsbeleid.

De regels vanuit de landelijke overheid zijn er op gericht om minder PGB’s te hoeven toekennen. Burgemeester Divendal heeft informatie met betrekking tot corona. In de gemeente is het aantal besmettingen de laatste week enorm toegenomen. Men heeft geen zicht op het punt of 4

het over besmettingen gaat bij gevaccineerden of niet-gevaccineerden. Die informatie krijgt de gemeente niet. In een van de verpleeghuizen binnen de gemeente is een zware uitbraak van corona. Er is ook een aantal mensen aan overleden. De capaciteit van de mensen die het werk moeten doen staat sterk onder druk, mede doordat anderen in quarantaine moeten. Bijna twee weken geleden zijn er nieuwe maatregelen van kracht geworden. Op dit moment praat het Kabinet verder of er nog een aanscherping moet komen. Het burgemeestersoverleg hierover binnen de VRU vindt morgen plaats. Men anticipeert op wat er al is, vooral op basis van contacten met organisaties waarmee men contact heeft. De vorige maatregelen zijn vooral gericht op horeca en binnensport. De gemeente heeft steeds overleg met beide groepen. Wanneer men de richtlijnen onvoldoende volgt, wordt men daarop aangesproken. Dan volgt een verbetering. Bij bijeenkomsten gaat het over het algemeen goed, maar er zijn een paar grijze gebieden. Wanneer men geen 1,5 m afstand gehouden kan worden dat moet er een coronatoegangsbewijs getoond worden. Bij dorpshuizen kan dit tot verwarring leiden. In samenspraak met handhaving worden de toegangsregels telkens verbeterd. De gemeente zelf houdt zich aan de landelijke regels.

De gemeente organiseert geen bijeenkomsten waarbij de gemeente het onderscheid moet maken tussen wel of niet gevaccineerde mensen. Mevrouw Becker constateert dat de regels bij de horeca niet altijd worden opgevolgd. Dat komt ook bij veel winkels voor. Veel mensen lopen zonder mondkapje in winkels. De eigenaar dan wel de bedrijfsleider moet daar wel op worden aangesproken. Burgemeester Divendal meldt dat er wel regelmatig gecontroleerd wordt. Men zal de winkeliers er nogmaals op wijzen. Bij de contactberoepen ligt de verantwoordelijkheid meer bij de brancheorganisaties en bij de klant. Toch heeft de gemeente daarbij ook een rol. Het zijn tenslotte ondernemers uit de gemeente. Er komt een informatienota over de bekostiging van de coronacompensatie voor maatschappelijke partners. Binnen de laatste tranche vanuit het Rijk is er weer ruimte voor. Er zijn nog onduidelijke regelingen voor de mogelijkheid om aan horeca, sportorganisaties en dergelijke om vergoeding te geven voor kosten die ze moeten maken voor de controle op de coronacheck. De gemeente heeft er met deze groepen al wel goede afspraken over gemaakt. Het punt komt ook terug in de informatienota. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De heer Evers spreekt namens de twee raadsrapporteurs over SGL. De rapporteurs hebben kennis genomen van het voorstel van Stichtse Groenlanden over de toekomst van het recreatieschap en de uit te werken optie met Staatsbosbeheer. Op 30 november is er een raden- en Statenbijeenkomst over. De raadsrapporteurs bereiden vragen voor die vergadering. Die worden nog met de fracties gedeeld. Mogelijk hebben die aanvullingen. Na de sessie geven de rapporteurs een advies aan de raad of en welke aanvullende informatie er nodig is om een besluit te kunnen nemen wanneer een raadsvoorstel wordt ingebracht door het college.

5

Wethouder Schuurs meldt dat in de griffiebrief staat dat de toekomst van het recreatieschap geagendeerd wordt voor januari. Daar komt een raadsvoorstel voor. Er zijn al stukken, maar er komt ook nog een stuk over wat voor vorm Gemeenschappelijke Regeling men voor ogen heeft. Het DB neemt op 17 november een besluit over de toekomst. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.

6.

Punten voor de raad van 25 november 2021

a.

Onderzoek dorpshuizen door Rekenkamercommissie, raadsvoorstel 68/21 De voorzitter kondigt de insprekers, de heren A.R. Jaarsma en J. Klerk aan. De heer Jaarsma spreekt echt in en de heer Klerk geeft waar nodig op de achtergrond aanvullingen. De heer Jaarsma meldt dat er in de voorbereiding op het rapport een bestuursvergadering is geweest. Toen is er een aantal zaken op papier gezet dat naar de raad is gestuurd. Belangrijke punten zijn dat men al jaren tegen onderhoud aanhikt en dat er weinig reactie komt op plannen. Uiteindelijk heeft men de Adviesboog geconsulteerd en zijn met ideeën gekomen die twee jaar geleden zijn gepresenteerd. Op basis daarvan is het onderzoek gekomen van de rekenkamercommissie om te kijken naar het bestaansrecht en de -zekerheid van de dorpshuizen. Men mist echter de aansluiting tussen de aanleiding van het onderzoek en wat men nu moet gaan doen met de dorpshuizen. De vraag die voor spreker belangrijk is, is hoe het verder gaat met de besluitvorming. Gaat men verder op wat de Adviesboog heeft aangegeven? Of slaat men een nieuwe weg in? Beleidskaders vanuit de gemeente ontbreken. Op dat punt zou het bestuur wat meer contact willen hebben met de gemeente. Ook wordt geconstateerd dat de dorpshuizen bestaansrecht hebben omdat ze voorzien in een behoefte van de inwoners. Voor de rest loopt het bestuur constant achter de feiten aan wat betreft onderhoud.

Men moet slopen en opnieuw bouwen of men moet een keer goed renoveren. Men moet op dit punt besluiten. De plannen liggen klaar. Mevrouw Grondijs begrijpt uit het rapport dat De Boei behoorlijk meet de rug tegen de muur staat. Toch komen er elke keer nieuwe plannen en stelt men het dorpshuis open voor de inwoners. Een paar jaar geleden is er een financiële regeling getroffen voor De Boei. Er kon 400.000 euro worden geleend van de BNG met de gemeente als borg ten behoeve van de grootste onderhoudsmaatregelen. Wat is de stand van zaken op dit punt? De heer Jaarsma antwoordt dat daar inderdaad onderhoud voor verricht is. Allereerst is de vloer van de gymzaal gerenoveerd. Volgens afspraak ging de rest van het geld in depot bij de gemeente. In overleg met de gemeente zou het depot gebruikt worden voor groot onderhoud. Dat gebeurt mondjesmaat. Er zal nog zo’n 180.000 euro in het depot zitten. Telkens wordt er met de gemeente kortgesloten welk noodzakelijk onderhoud verricht moet worden. Echter, waarbij nog steeds de gedachte sloop of renovatie een rol speelt. Men moet geen groot onderhoud doen en een half jaar later besluiten om een del van het pand af te stoten ten behoeve van woningbouw. Wel moet men jaarlijks rente en aflossing betalen. 6

Mevrouw Grondijs veronderstelt dat de rente en aflossing betaald worden uit de exploitatie. Het geld dat wel gebruikt is, is voor het grootste deel gebruikt voor de gymzaal en dus voor het gymonderwijs. De heer Jaarsma meldt dat er twee aanleidingen waren om die lening aan te gaan. De hypotheek verliep en dat kon men met de gemeentegarantie aantrekkelijk oversluiten bij de BNG. Dat scheelde in vaste lasten. Daarnaast moest de gymvloer echt vervangen worden. Mevrouw Grondijs heeft gehoord dat er een oproep wordt gedaan om graag over de ontwikkeling van het buurthuis contact te willen hebben met de gemeente. Kan de inspreker concreet zijn in wat men van de gemeente verwacht om De Boei weer een fijn dorpshuis te maken? De heer Jaarsma zoekt een constructief overleg met de gemeente. Laat men de problemen samen oplossen. Wat steekt is dat men elk jaar een jaarverslag moet indienen, maar dat men nooit feedback krijgt. Het zou goed zijn wanneer de gemeente meer betrokken is bij het beleid of bij zaken als onderhoud. Men is wel dienstverlenend bezig voor de inwoners. Mevrouw De Korte denkt dat er goede dingen in het rapport genoemd zijn. Er wordt aangegeven dat er geen mogelijkheid is voor een meerjarig onderhoudsbudget. Wat is daar de reden van? In het rapport wordt ook gesproken over een grotere centralisatie van taken.

Hoe kijkt men aan tegen het centraliseren? Hoe wil het bestuur betrokken worden bij het beleidsplan? De heer Jaarsma meldt dat de heer Klerk in samenspraak met de gemeenten een meerjarig onderhoudsplan op te stellen. Dat ligt nu bij de gemeente. Over de reserves is contant via het jaarverslag een beeld gegeven. Eigenlijk zijn er geen reserves. Men hobbelt overal achter de feiten aan. Natuurlijk moet men de eigen broek ophouden. Men is een voorstander van de centralisatie. De politiek werkt in dat opzicht niet altijd mee. Denk aan het Werkcentrum en de bibliotheek. Iedereen is welkom. Er is nu een nieuwe structuur bedacht. Men kan besturen van dorpshuizen samenvoegen. Dat is ook een kostenbesparing en men kan beter de continuïteit waarborgen. De zaalhuur vertoont op dit moment een stijgende lijn. De mensen zijn enthousiast. Mevrouw De Korte hoort allemaal positieve geluiden, met name dat men mee wil denken met het beleidsplan voor de dorpshuizen. Mevrouw Dijkman constateer dat de dorpshuizen moeten blijven. Bij De Boei is het terras aan de voorkant aan het verzakken. Dat geeft zorgen. De heer Jaarsma geeft aan dat de verzakking meevalt. Wat zorgen baart is het punt dat al de platen constant kapot worden geschopt. De constante vernieuwing ervan kost veel geld. Mevrouw Dijkman vraagt naar de kosten van de plaatsing van een nieuwe plaat.

7

De heer Klerk noemt vanuit de achtergrond een bedrag. Waarop mevrouw Dijkman verrast reageert op de hoogte ervan. De heer Jaarsma geeft aan dat het reinigen van de groene aanslag op de platen aan de waterkant ook een vermogen kost. De heer Stam is het in het rapport opgevallen dat in de kleinere kernen er meer inzet van de gemeenschap is voor de dorpshuizen. Daarnaast is de subsidie voor de dorpshuizen in de kleine kernen veel lager is dan in de grote kernen. In heel kleine kernen kan men een dorpshuis zelfs zonder subsidie draaiende houden. Is het niet de makke van grote kernen dat de inwoners zich minder betrokken voelen bij het dorpshuis? De heer Jaarsma brengt naar voren dat dit een terecht punt is. In kleinere kernen is er sprake van een meer hechte gemeenschap. Dat ontbreekt in Vinkeveen. Schoonmaken moet door professionals gebeuren. Geen vrijwilliger voor te krijgen. Van schoonmaken heeft men een Haltproject gemaakt. Vanuit het dorp wordt het dorpshuis weinig gedragen. Daarbij komt nog dat De Boei een bovenregionale functie heeft waarin veel meer wordt gedaan dan in de kleine dorpshuizen. Men is ook 24/7 open. Men heeft ook de hele grote gymzaal, een hoofdstuk apart. Om alles in orde te hebben loopt men constant achter de feiten aan. Alles is verouderd. De regelgeving wordt strenger. Wanneer wat gedaan is, komen er weer nieuwe regels.

De heer Stam merkt op dat de kleine dorpshuizen ook aan de regelgeving moeten voldoen. De heer Jaarsma beaamt dit. Maar het maakt wel uit of men drie of driehonderd brandmelders heeft. De voorzitter beëindigt de inspraak na de inspreker bedankt te hebben. Nu volgt de inhoudelijke behandeling van het raadsvoorstel. Volgens de voorzitter is wethouder Kroon de portefeuillehouder en niet burgemeester Divendal. Op dat punt moet het raadsvoorstel worden gewijzigd. Mevrouw Grondijs vraagt wat de procedure is bij dit rapport van de rekenkamercommissie. De raad heeft een onderzoeksverslag van de rekenkamercommissie ontvangen. De raad is ook opdrachtgever geweest. Vooraf aan de aanbevelingen aan de raad samen met het rapport heeft de commissie een reactie van het college gevraagd. Het college geeft aan vier aanbevelingen over te nemen. Opvalt is dat het college de aanbevelingen anders formuleert dan de rekenkamercommissie. De raad wordt nu gevraagd om een besluit te nemen. Dat is dus een raar besluit. De raad heeft een rekenkamercommissierapport ontvangen waar men wat mee moet. Op deze punten moet de tekst van het raadsvoorstel aangepast worden. Tot nu toe was het zo dat de gemeente de dorpshuizen faciliteerde. Vrijwilligers moesten de dorpshuizen runnen. Daarbij ging de gemeente ervan uit dat de dorpshuizen een toegevoegde waarde hebben voor de kern.

Verder was er sprake van een ad hoc beleid. In 2019 is om advies gevraagd. Daarvoor is Adviesboog gevraagd om een onderzoek te doen op basis van een heldere onderzoekopdracht. Na lezing van het rapport en de heldere discussie van de technische commissie begin november is spreekster van mening dat het raadsvoorstel op punt 2 uitbreiding behoeft. Vragen om de Adviesboog haar advies af te ronden en een advies 8

per dorpshuis uit te brengen. Elk dorpshuis heeft een eigen verhaal, waardoor een generiek advies niet werkt. In het beleidsplan moet ook aangegeven worden dat het gymonderwijs wordt geabstraheerd van de dorpshuisfunctie. Het gymonderwijs moet betaald worden door de gemeente, een verplichting. Dat die betaling niet moet worden gehaald uit de subsidie dan wel uit de exploitatie van het dorpshuis. Als laatste de bestaanszekerheid van de dorpshuizen. Niet over het bestaansrecht ervan. De dorpshuizen zijn opgezet door inwoners en de stichtingen willen het allemaal mogelijk maken. In het beleidsplan moet terugkomen wat de gemeente kan betekenen voor het blijven bestaan van de dorpshuizen. Op dit punt zal de fractie het raasvoorstel gaan amenderen. Graag hoort spreekster hoe de andere fracties daarover denken. Mevrouw Becker spreekt over een gedegen onderzoek van de rekenkamercommissie. Alle pijnpunten zijn erin blootgelegd. Van de vijf aanbevelingen worden er vier overgenomen door het college. De eerste aanbeveling gaat over het gerichte beleid op lange termijn voor het behouden van en eventuele renovatie. Men was in de veronderstelling dat het college met een beleidsplan bezig was, maar dat blijkt gestopt te zijn. Dat is begrijpelijk in het kader van het onderzoek. Nu kan pas gestart worden met een beleidsplan. Dat is wel redelijk laat.

Een andere aanbeveling is om de dorpshuizen in te zetten op een maximale functionaliteit. Dat is door de fractie al eerder naar voren gebracht en daar kan men zich heel goed in vinden. Gezien het college aangeeft daarachter te staan, gaat spreekster ervan uit dat dit gaat gebeuren. Daarbij moet men wel kijken naar de specifieke mogelijkheden van de dorpshuizen. Opvallend is dat de vierde aanbeveling, het formuleren van de uitgangspunten voor een minimale onderhoudsbasis door het college niet wordt overgenomen. Er is duidelijk vastgesteld dat de besturen duidelijkheid willen hebben wat er van hen verwacht wordt. Vooral de groter dorpshuizen hebben geen geld om het noodzakelijke onderhoud te doen. Dat moet beter, dan weet iedereen waar men aan toe is. De laatstee aanbeveling is evident, de raad jaarlijks informeren over de voortgang van het beleid. Wanneer kan men dat beleid tegemoet zien? Mevrouw De Korte vindt dorpshuizen belangrijk voor dorpen. Van inwoners voor inwoners. Bedoeld voor ontmoeting en activiteiten. De gemeente moet niet te veel beslissen voor de dorpshuizen. Men moet wel een onderscheid maken tussen de kleine en de grote dorpshuizen. De kleine krijgen relatief weinig subsidie. De grote dorpshuizen ontvangen veel meer geld, maar die hebben ook meer te bieden. Ze hebben een belangrijke rol binnen de maatschappelijk agenda.

Een punt van zorg is het onderhoud van de dorpshuizen. Geld voor een meerjarenonderhoudsplan is er niet. Daar moet de gemeente wel wat mee. Wat is er nodig voor de kleine en de grote dorpshuizen? Een punt is dat de dorpshuizen voor gymonderwijs weinig geld ontvangen. Daarvan kan men niet het schoonmaken, het vervangen van de vloer en verwarming betalen. Er komt een beleidsplan dorpshuizen. Op welke wijze houdt de wethouder rekening met de autonomie van de dorpshuizen? Op welke wijze kunnen de besturen meepraten over het beleid? Hoe kan en wil de gemeente de besturen van de dorpshuizen ondersteunen? Het centraliseren van functies vinden de dorpshuizen een goed plan. Op een of andere manier lukt het niet. Kan de gemeente op dat punt ondersteuning geven? Het punt is zeker van belang voor de twee grote dorpshuizen. De vergoeding voor het gymonderwijs is aan herijking toe.

9

Hoe zit het met het onderzoek van de Adviesboog? Graag een nadere toelichting van de wethouder? Mevrouw De Deugd constateert dat het onderzoek een goed beeld geeft van de dorpshuizen. De grote dorpshuizen hebben het financieel moeilijk. Dat blijkt vooral uit het niet kunnen reserveren van geld voor onderhoud. De dorpshuizen zijn ontmoetingsplekken voor alle inwoners. Dat doel kan men vergroten door zoveel mogelijk maatschappelijke functies in dorpshuizen onder te brengen. Voor de grote dorpshuizen is het van belang om de bezettingsgraad overdag omhoog gebracht kan worden. Veel maatschappelijke functies in een dorpshuis onderbrengen, levert ook financieel voordeel op. Met name op het gebied van huisvestingskosten. In de komende raadsperiode moet in beeld worden gebracht wat men wil bereiken met de dorpshuizen en hoeveel geld men daaraan wil besteden. Daarbij moet wel doelen bepalen om te kunnen meten of men bereikt wat men wil bereiken. De dorpshuizen staan hiervoor open. Mevrouw Dijkman ziet het belang van de dorpshuizen zeker in. Dat belang moet men onderstrepen door ervoor te zorgen dat het aantrekkelijke ontmoetingsplekken worden. Het clusteren van maatschappelijke voorzieningen draagt daar ook aan bij. Dat is ooit geprobeerd, maar op een of andere manier is het niet doorgegaan.

Kan men de mogelijkheid van clustering opnieuw onderzoeken? Om daarbij tevens te kunnen vaststellen welke hindernissen de clustering in de weg staan. Het samengaan van de besturen is wellicht een goede gedachte. Dat draagt zeker bij aan de continuïteit. De laatste tijd komen er vanuit de dorpshuizen wat meer positieve signalen. Daar zou het college op in moeten spelen. Volgens de heer Klinkhamer zijn de dorpshuizen een belangrijk instrument voor de samenleving. Kunst, cultuur, vrije tijd en dergelijke kunnen er een plek krijgen. Bij verenigingen ziet men dat de barinkomsten de belangrijkste inkomsten zijn. Bij de twee grote dorpshuizen zijn de barinkomsten gescheiden van de andere inkomsten. Kan men in het onderzoek ten behoeve van het beleid dit punt meenemen? Er gebeurt in de dorpshuizen veel vanuit de maatschappelijke agenda. Dat is echter niet terug te zien in de financiële ondersteuning. Die activiteiten leveren iets op. Het gaat eenzaamheid tegen en het kan bijdragen aan minder zorgkosten. Die positieve bijdrage aan de maatschappij mag best meegenomen worden in de hoogte van de subsidie. De heer Stam vindt het rapport verhelderend met een aantal uitstekende aanbevelingen. Tijdens de technische commissie zijn er vragen gesteld over De Willisstee, met name over de horecaoplossing. Omzet nul, maar wel personeelskosten. Spreker is benieuwd naar het antwoord.

Wat opvalt is dat de kleine dorpshuizen het beter doen dan de grote. Op grond hiervan de vraag hoe belangrijk een dorpsgemeenschap haar eigen dorpshuis vindt. Het bestaansrecht van een dorpshuis wordt bepaald door de inwoners van de kern zelf. In de kleine kernen vinden de inwoners het dorpshuis kennelijk belangrijker dan in de grote kernen. De grootste kern, Mijdrecht, heeft geen dorpshuis meer. De vraag die bovenkomt, is hoe men de mensen in de grotere kernen enthousiaster kan maken voor het dorpshuis. Dat schept draagvlak. Lukt dat niet dan verliest het dorpshuis zijn bestaansrecht. 10

Achter het verschil in subsidie zit volgens spreker wel een gedachte. Uitgaande van een bedrag per inwoner dan mag een dorpshuis in een grote kern wel groter zijn en meer kosten, maar daar tegenover staat dat de subsidiebijdrage ook hoger is. Het verdient is ieder geval aandacht om hier naar te kijken. De multifunctionaliteit is prima. Hoe meer men kan concentreren in dorpshuizen hoe beter het is voor de financiering en de exploitatie. Kan de gemeente nog een andere rol spelen bij de dorpshuizen dan alleen betrokkenheid tonen. De opmerking van mevrouw Grondijs is interessant in dit opzicht. Daarnaast heeft de gemeente een afdeling vastgoed. Die afdeling zou de dorpshuizen kunnen betreffende onderhoud, misschien wel bepaalde zaken overnemen. Men kan bijvoorbeeld denken aan het onderhoud te doen vanuit de gemeentelijke organisatie. Dat verlicht ook de bestuurlijke last van de bestuurders van de dorpshuizen. Kan de gemeente op dit punt iets doen? Wethouder Kroon merkt op dat de dorpshuizen al een lange tijd een interessant discussiepunt vormen. Het is ook een lastig onderwerp. Om die reden heeft de raad het rekenkamerrapport laten maken. Er liep al eerder een onderzoek bij De Boei van de Adviesboog. Op een gegeven moment liepen er twee min of meer gelijksoortige onderzoeken. Het onderzoek van de Adviesboog is toen gestopt. Eerst het onderzoek van de rekenkamercommissie.

Dat ligt nu voor. Het college is er blij mee. Er zijn aanbevelingen uitgebracht. Die zijn overgenomen en men zet de ambtelijke organisatie aan het werk om ze uit te voeren. Dat betekent dus beleid maken. De subsidieopbouw moet logisch en uitlegbaar zijn. Dat moet zeker een onderdeel zijn van het beleid. Om ervoor te zorgen dat men op de langere termijn de dorpshuizen in stand kan houden. Dat is geen discussiepunt. De opmerking van de heer Stam om het meerjarenonderhoudsplan via de gemeente te laten lopen, neemt de wethouder mee bij het maken van beleid. Men gaat goed nadenken over die suggestie. Op de vraag over De Willisstee, nul omzet wel personeelskosten, komt de wethouder terug. Voordat men op het gymonderwijs wil ingaan, wil de wethouder het rapport van de rekenkamercommissie intern bespreken. Daarbij neemt men ook een aantal documenten van de Adviesboog mee. Men heeft even tijd nodig om tot een visie op de dorpshuizen te komen. Het gymonderwijs neemt men daarbij wel mee. Kijken wat men nog meer nodig heeft voor de visie. Misschien heeft men wel advies nodig om te komen tot maatwerk per dorpshuis. Voorafgaand aan een raadsvoorstel wil de wethouder in een vertrouwelijk overleg met de commissie de aanpak bespreken. Om te kijken of men op de juiste weg zit voor het beleid op de langere termijn.

Daarbij wordt de invalshoek wat de gemeente kan betekenen voor het dorpshuis ook meegenomen. Het is wel zo dat een bestuur van een dorpshuis een eigen verantwoordelijkheid heeft. Men kan niet alles bij de gemeente neerleggen. Mevrouw Grondijs vraagt of de aanbevelingen die in het raadsvoorstel staan globaal zijn om te kunnen afstoffen. Hebben raad en college het over dezelfde aanbevelingen, die uit de brief van de rekenkamercommissie en niet die uit de brief van het college? Volgens wethouder Kroon neemt het college vier van de vijf aanbevelingen letterlijk over. De aanbeveling over de harmonisatie in beleid gepaard te laten gaan met het formuleren van de uitgangspunten voor een minimale onderhoudsbasis zit eigen eigenlijk al opgesloten in de andere aanbevelingen.

11

Mevrouw Grondijs stelt dat de rekenkamercommissie het over vier aanbevelingen heeft. Zie pagina 3 van hun brief. In het concept raadsvoorstel wordt voorgesteld deze vier aanbevelingen over te nemen. De raad moet goed weten waarover men gaat beslissen. Wethouder Kroon is van mening dat de ene aanbeveling die niet letterlijk in de brief staat niet ter discussie. Wanneer men die toe moet voegen, vindt de wethouder dat prima. De aanbeveling over de harmonisatie enzovoort is een hele logische. Dat punt moet ook terugkomen in de lange termijnvisie om te komen tot beleid. Mevrouw Grondijs brengt naar voren dat die aanbeveling er al in staat. De vier aanbevelingen van de rekenkamercommissie komen al terug in het raadsvoorstel. Zie beslispunt 2 van het voorstel. Er is maar een aanbiedingsbrief van de commissie gericht aan de gemeenteraad. Men moet goed weten waarover men gaat beslissen. Wethouder Kroon denkt dat de raad zelf gaat over het punt wat men gaat besluiten. De wethouder gaat uit van de bestuurlijke reactie op het onderzoekrapport. Daarin worden vier aanbevelingen genoemd. De aanbiedingsbrief heeft kennelijk vier andere aanbevelingen. De wethouder weet niet waar het verschil is ontstaan. De voorzitter grijpt in. Wat mevrouw Grondijs zegt, is wat in het besluit staat. Men moet of het besluit of het raadsvoorstel aanpassen.

Men kan kijken wat de wethouder voorstelt of men het argument van mevrouw Grondijs volgen en kijken wat de overige commissieleden daarvan vinden. Wethouder Kroon meldt dat het college per brief een reactie heeft gegeven op het rekenkamerrapport. De voorzitter merkt op dat die brief niet terugkomt in het raadsvoorstel. Mevrouw Grondijs vindt de gehele procedure wat apart. De rekenkamercommissie is iets van de raad. Het zou juister geweest zijn dat die commissie het rapport aan de raad had aangeboden. Het is ook geen onderzoek dorpshuizen, maar een onderzoek van de rekenkamercommissie inzake de dorpshuizen. In het raadsvoorstel komt het woord rekenkamercommissie niet voor. Kortom, het voorstel rammelt. De voorzitter constateert dat het er staat zoals mevrouw Grondijs het wil. Dat de wethouder het anders ziet, is het probleem van de wethouder op een later moment. Wanneer de wethouder het anders wil, dan kan men voor de raadsvergadering met een aangepast raadsvoorstel komen. Op basis van het voorliggende raadsvoorstel weet de raad wat ze gaat vaststellen. Wethouder Kroon onthoudt zich van een reactie op de procedure en wat daarmee samenhangt. De autonomie van de besturen van de dorpshuizen is nooit in het geding geweest. De afbouw van de subsidie van De Vijf Bogen is in het verleden door de raad besloten.

12

De opmerking over het ondersteunen van de besturen is alleen mogelijk wanneer de wethouder de beschikking krijgt over meer fte’s. Mevrouw De Korte stelt vooraf vast dat het niet gaat om meebesturen. Het gaat om een adviserende vorm van ondersteuning. Om een reactie op het ingezonden jaarverslag. De gemeente als een gesprekspartner voor de besturen. Dat is toch niet ingewikkeld? Die besturen doen veel voor de dorpen, de gemeente. Wethouder Kroon wil ordentelijk met de dorpshuizen omgaan. Dat is in het belang van de gemeente. De maatschappelijke agenda en de waarde moet ook meegenomen worden in de herijking van de subsidies. Daarbij ziet men ook of een groter dorpshuis meer doet dan een kleiner en hoe dat meer doen eruit ziet. De voorzitter geeft nog even aan dat nu het raadsvoorstel voorligt. Het beleidsplan komt op een later moment. Nu gaat het over het rapport van de rekenkamercommissie. De technische vraag gesteld tijdens de technische commissie wordt nog voor de raadsvergadering beantwoord. Mevrouw Grondijs brengt een andere nog niet beantwoorde technisch vraag naar voren, het rekenmodel voor de gymvergoeding. Aangegeven is dat daar een sleutel voor is en spreekster heeft gevraagd die sleutel kenbaar te maken. Geen sleutel is ook een antwoord. Wethouder Kroon kan de tweede toezegging gelijk afdoen.

Op pagina 18 van het rapport staat dat de hoogte van de onderwijsvergoeding gebaseerd is op vast genormeerde vergoedingen gerelateerd aan het aantal uren en de omvang van de klassen die gebruik maken van de gymzaal. Dat is de verdeelsleutel. Mevrouw Grondijs heeft naar aanleiding van die zinsnede om meer helderheid gevraagd. Wethouder Kroon weet niet of men met het antwoord iets opschiet. Meer helderheid is wel te achterhalen. De wethouder denkt dat men bij de herijking de discussie over dit punt moet voeren. De voorzitter denkt dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en dat het voorstel naar de meningvormende raad kan. Mevrouw Grondijs wil om een rare discussie in de raad te vermijden toch voor de raadsvergadering weten welke aanbevelingen men precies doet. De aanbeveling over de harmonisatie kan men weglaten, dat kan op een later moment. Het moet helder zijn waarover men beslist. De voorzitter merkt op dat men goed weet waarover besloten wordt. Dat zijn de aanbevelingen uit de brief aan de raad. Daar heeft mevrouw Grondijs eerder zelf op gewezen. Wanneer men het daar niet mee eens is, kan men het amenderen. Wanneer de wethouder het anders wil, kan dat nu nog kenbaar gemaakt worden. Dat kan niet tijdens de raadsvergadering. Het voorliggende voorstel gaat naar de meningvormende 13

raadsvergadering. Inclusief de antwoorden op de twee technische vragen. Dan ziet men wel of er een amendement komt van PvdA/GroenLinks op het tweede besluit. Mevrouw De Korte denkt dat het nu goed is. Men heeft aan de wethouder een aantal speerpunten meegegeven. Mn kijkt uit naar de beleidsnota. De vraag hoe het met het tweede onderzoek precies zit, is niet helder beantwoord. Wethouder Kroon denkt de vraag beantwoord te hebben. Bij de ze een herhaling van het antwoord. Het onderzoek van de Adviesboog is stopgezet. Daarover heeft de raad een schrijven ontvangen. Vervolgens vraagt de wethouder de raad vast te stellen wat men wil vaststellen. Daarna gaat men beleid maken. Het rekenkamercommissierapport is daarbij een essentiële bouwsteen. Ook liggen er nog stukken van de Adviesboog die men erbij betrekt. Dan komt men er bij de commissie op terug. Dan weet men ook of men eventueel met behulp van de Adviesboog maatwerk moet gaan maken, beleid per dorpshuis. De wethouder vraagt om even wat tijd om met de ambtenaren te kunnen kijken naar de aanpak van het beleid. Mevrouw Becker is benieuwd naar hoeveel tijd de wethouder nodig heeft om naar die aanpak te kijken. Om vervolgens terug te komen naar de raad. Wethouder Kroon denkt daar ongeveer drie maanden voor nodig te hebben. Mevrouw Becker vraagt of dat voor de verkiezingen is.

Wethouder Kroon denkt dat men de raad prima voor de verkiezingen informeren over welke kant het beleid opgaat. Het zal niet mogelijk zijn om voor de verkiezingen een nieuw vastgesteld dorpshuisbeleid te hebben. De voorzitter rondt het onderwerp af. Het voorstel gaat naar de meningvormende raad. Hiermee is de discussie over dit agendapunt gesloten.

b.

Begrotingswijziging 2021-1 GGD regio Utrecht, raadsvoorstel 65/21 Mevrouw De Korte geeft aan dat men als raadsrapporteurs in gesprek is gegaan. Er is niet veel veranderd. De opmerkingen die gemaakt zijn komen terug in een bijlage. Er zijn wat meer kosten in overhead, alleen is het jammer dat die overheadkosten voor corona niet afzonderlijk zijn aangeduid. Dat zou duidelijker moeten. Wat de raadsrapporteurs betreft zijn er niet veel opmerkingen over de begrotingswijziging. De heer Stam geeft aan als raadsrapporteur naar een verschuiving nader gekeken te hebben. Dat is de megakokkenvaccinatie die men nu als gemeente aan de GGD moeten betalen. Begrepen is dat de extra bijdrage van het gemeentefonds dekkend daarvoor is. De voorzitter gaat over tot de eerste termijn. Mevrouw Grondijs constateert dat in het besluit staat dat er geen zienswijze wordt ingediend. Er staat echter wel een zienswijze in de stukken. Op dat punt moet het besluit in het voorstel 14

worden aangepast. De zienswijze zegt dat er geen punten zijn. Echter, het verslag van de raadsrapporteurs geeft aan dat het goed geweest zou zijn dat corona afzonderlijk opgenomen zou zijn in de financiën. Dat is een zinnige suggestie. Moet dat niet in een zienswijze worden opgenomen? In de aanbiedingsbrief wordt gezegd dat de declaratieregeling van het Rijk nog een halfjaar gecontinueerd gaat worden. Is inmiddels bekend of dat ook gebeurt? De heer Stam zou ook in een zienswijze de suggestie willen terugzien dat het coronabedrijf duidelijke gesplitst zichtbaar moet worden gemaakt. De impact daarvan is enorm. Daarom moet men dat deel van de begroting verbijzonderen. Wethouder Schuurs kan zich wel voorstellen dat men het coronabedrijf apart in de begroting opneemt. De wethouder zou dat in een zenswijze willen doen om dat in de jaarrekening te doen. Niet in deze stukken. Wanneer men dit in de jaarrekening doet is de vergelijkbaarheid met voorgaande stukken mogelijk. Op de declaratieregeling van het Rijk heeft de wethouder nog geen definitief antwoord. Er is niet gehoord dat het niet zo is. dus gaat men ervan uit dat het wel zo is. Tweede termijn Mevrouw Grondijs hoort graag de heer Stam hoe die kijkt tegen de verwerking van het coronabedrijf in het jaarverslag van de GGD.

Daarnaast, is de wethouder bereid om een aangepaste zienswijze aan de raad voor teleggen? De heer Stam kan met de suggestie van de wethouder leven. Men moet de GGD, die het al druk genoeg heeft, niet moet belasten met een aanpassing van de begrotingswijziging. In de toekomst moet men daar wel attent op zijn. De vraag is of het college nu met een gewijzigd voorstel gaat komen of dat men een amendement moet maken. Mevrouw De Korte sluit zich aan bij het afsplitsen van het coronabedrijf in de begroting. Aanvullend merkt spreekster op dat de GGD weer echt is van start is gegaan met de gebruikelijke activiteiten. Dat moet men goed blijven monitoren. Men neemt aan dat de wethouder dat goed in de gaten houdt. Mevrouw Becker kan zich vinden in de reactie van de wethouder wat betreft de zienswijze en de jaarrekening. Men is eveneens blij met de start van de GGD met de gebruikelijke activiteiten. De heer Klinkhamer sluit zich aan bij de inbreng van de raadsrapporteurs. Men ziet graag het gewijzigde raadsvoorstel en de zienswijze tegemoet. Mevrouw Dijkman dankt de GGD voor al het werk in de coronapandemie. Spreekster ziet geen problemen in het raadsvoorstel en kan derhalve ermee akkoord gaan. Wethouder Schuurs gaat een aangepast raadsvoorstel maken overeenkomstig de geuite wensen. Daarnaast komt er een zienswijze waarin de GGD verzocht wordt om bij de

15

jaarrekening het coronabedrijf inzichtelijk te maken. De weer gestarte gebruikelijke activiteiten gaat men scherp monitoren. Gezien de discussie denkt de voorzitter dat het voorstel onder voorbehoud van het gewijzigde raadsvoorstel en een toegevoegde zienswijze naar de besluitnemende raad gaat. Hiermee is de discussie over dit agendapunt gesloten.

c.

Zienswijze 1e Begrotingswijziging Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) 2021, raadsvoorstel 59/21 De voorzitter stelt voor om eerst de raadsrapporteurs het woord over het onderwerp te geven. De heer Rouwenhorst heeft begrepen dat de raadsrapporteurs niet geïnformeerd en ook niet geraadpleegd zijn. Vanuit die functie hebben de rapporteurs waarschijnlijk niets mee te delen. Graag duidelijkheid daarover van zowel de raadsrapporteurs als van de wethouder. De heer Brunia meldt dat de raadsrapporteurs over dit agendapunt niet specifiek beraadslaagd hebben. Men heeft ook geen advies aan de commissie. Het gevoel zegt dat er sprake is van een redelijk normale begrotingswijziging. Die wijziging wordt wel overschaduwd door de problematiek van SGL en RMN in brede zin. Dat laatste kan er nu buiten blijven omdat die problematiek op een later moment aan de orde komt. Wethouder Schuurs geeft aan dat de begroting redelijk normaal leek te zijn totdat er een fout in bleek te zitten. Men is blij dat men RMN gaat opheffen binnen niet al te lange tijd. Dat brengt een vervelende discussie met zich mee. De gecorrigeerde begrotingswijziging zit inmiddels bij de stukken. Het had makkelijk en technisch kunnen zijn, maar het is problematisch in het kader van de veranderingen. De heer Rouwenhorst vraagt zich af of men over het raadsvoorstel zoals dat voorligt kan praten.

Daarin wordt voorgesteld om het tekort van 11.000 euro op te vangen. Men ziet nu dat het veel meer is, maar dat staat niet in het raadsvoorstel. Wethouder Schuurs meldt dat de tijd tussen het insturen van de stukken en de gesprekken over RMN heel kort zijn geweest. Door die korte tijd heeft men het raadsvoorstel niet kunnen aanpassen. Dat gaat de wethouder wel doen in aansluiting op de bespreking van vanavond. Voor de raadsvergadering ligt er een gecorrigeerd voorstel. Mevrouw Van den Heerik is benieuwd of er contact met de wethouder is opgenomen voordat ze de brief ontving over deze vervelende gebeurtenis. Wethouder Schuurs meldt dat het andersom is gegaan. Naar aanleiding van de technische vragen is men achter de begrotingswijziging gekomen. Mevrouw Van den Heerik stelt vast dat de situatie nog erger is dan men dacht.

16

De voorzitter start nu de eerste termijn van de behandeling van het raadsvoorstel. De heer Rouwenhorst is het eens met het punt dat het om een klein bedrag gaat. Dat is wat men aangeeft. Spreker denkt echter dat er meer achter zit. Toen spreker verder in de cijfers dook, constateerde men onnavolgbare in alle verhalen van SGL wanneer het over financiën gaat. Is het creatief cijferen of domheid? Is de penningmeester van SGL wel goed op de hoogte van hoe zaken moeten werken? Met name omdat SGL als een GR moet weten dat de raden de stukken controleren. De stukken moeten dus leesbaar en begrijpelijk zijn. Dat is niet het geval. Toen er om kengetallen werd gevraagd antwoordde SGL dat dit veel tijd zou kosten. Daarbij moet men bedenken dat kengetallen gebaseerd zijn op formules, dus daar is niet zoveel tijd mee gemoeid. Vorig jaar stonden in de begrotingswijziging wel alle kengetallen. Dat het nu zo moeilijk zou zijn, gelooft spreker niet. Het verzoek aan de wethouder om een en ander door te geven aan SGL. Spreker verwacht ook een antwoord. Men maakt zich verder zorgen over het feit dat er heel veel geld beschikbaar wordt gesteld voor het meerjarenonderhoudsplan. In de beantwoording van schriftelijke vragen staat tot twee keer toe dat het van belang is dat het geplande onderzoek ten behoeve van het meerjarenonderhoudsplan wordt uitgevoerd.

Wordt dat onderzoek dan ook uitgevoerd? Dan staat er nog een PM-post. Dan is er nog een vaststellingsovereenkomst van 50.000 euro die niet in de boeken staat. Spreker hoopt dat het snel afgelopen is met SGL, want dit is alleen maar ellende. De heer Stam verbaast zich over het gemak waarmee tekorten ten laste van de algemene reserve wordt gebracht. Is die reserve inmiddels al op? Is die algemene reserve gemeenschappelijk of bestaat er een dergelijke reserve voor programma A en programma B? Verbaasd is spreker ook door de merkwaardige constructie dat reserves ineens voorzieningen worden en visa versa. Dat lijkt op gegoochel. Men geeft aan dat er niet gedoteerd hoeft te worden in de voorziening onderhoud, omdat die toereikend is voor wat men wil. Dat kan wel, maar op een gegeven moment is de voorziening op. Er is echter dan nog steeds sprake van het nodige onderhoud. Kennelijk heeft men geen lange termijnblik. Hoe moet men dan het onderhoud op middellange en lange termijn financieren? De heer Schreurs heeft genoeg signalen uit de tekst ontvangen om het college de vraag te stellen of men de overtuiging heeft dat SGL de financiële zaken op orde heeft. Zo ja, hoe komt het college dan tot die conclusie? Zo nee, wat wordt dan de volgende stap om ervoor te zorgen dat SGL de zaken wel op orde krijgt? De heer Evers constateert ook de gebreken die de heer Rouwenhorst heeft opgemerkt.

De rapportering moet anders. Dat gaat waarschijnlijk wel gebeuren, maar tot het zover is zit men nog met de huidige vorm. De Ronde Venen zit in programma B. Hoe kan het college ervoor zorgen dat de belangen van deze gemeente zo goed mogelijk worden verdedigd? De heer Brunia constateert dat er veel gekke dingen in de begrotingswijziging voorkomen. Belangrijk is dat de onderhoudsvoorziening reserve wordt en vervolgens weer voorziening, omdat men niet goed en tijdig heeft ingespeeld op de BBV-wijzigingen. Dat voedt het feit dat men een jaar geleden al tot de conclusie is gekomen dat RMN, die ook de boekhouding bij SGL doet, niet in control is. Dat was al bekend en het is nog steeds zo. 17

Wat niet in de begroting zit, zijn de kosten die voortkomen uit de transitie van RMN en de transitie van SGL. Dat is een PM-post, omdat die kosten nog niet bekend zijn. Het is echter wel een donkere wolk die boven de begroting hangt. Heeft de wethouder al enig zicht op de orde van grootte van die kosten? Mevrouw Becker vindt de fout in de begroting tekenend voor het slechte financiële beleid vaan SGL. Men heeft twijfels over de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Mensen vertrekken bij de organisatie. Dat roept de vraag op wie het onderhoud dan moet uitvoeren. Wethouder Schuurs constateert dat de verwarring die door de procedure heen loopt, de financiële rapportering er niet makkelijker op maakt. De moeilijk te doorgronden cijfers van SGL is een probleem dat al langer bekend is. Dat is niet makkelijk op te lossen. De veranderingen bij het personeel maakt de situatie niet makkelijker. Men spreekt hier over gegoochel, maar er ligt wel een goedgekeurde jaarrekening. De accountant ziet erop toe dat er geen gekke dingen gebeuren, maar kan niet verhinderen dat er ingewikkelde dingen plaatsvinden. De heer Rouwenhorst merkt op dat de wethouder het over de jaarrekening 2020 heeft. Bekend is dat de accountant afkeurend oordeel heeft gegeven over het programmaonderdeel rechtmatigheid. Wethouder Schuurs is daarmee bekend.

Het programmaonderdeel rechtmatigheid heeft betrekking op programma A. Het ging daarbij over een specifiek onderdeel, maar niet over de getrouwheid. Voor het lopende jaar is er natuurlijk nog geen jaarrekening. Men werkt wel in de lijn van 2020 door. De goedkeurende verklaring zal er wel komen. Dat neemt niet weg dat de rapportering moeilijk te volgen is. De wethouder zal nogmaals om de kengetallen vragen. Bij de begroting en de jaarrekening worden ze in elk geval verstrekt. Er is voor gekozen om die kengetallen niet tussentijds te verstrekken. De heer Rouwenhorst merkt op dat wanneer men een keuze maakt, dat het om een bewuste keuze gaat. Op de vraag van een raadslid waarom de kengetallen nu ontbreken, komt het antwoord dat het te veel tijd kost om die cijfers te leveren. Los van het feit dat het laatste niet correct is de vraag waarom de keuze is gemaakt om de kengetallen niet te verstrekken. Gelet op de totale cijferreeksen die men ziet, denkt spreker dat de kengetallen slecht zullen uitvallen. Wordt dit verhullend weggemoffeld? Wethouder Schuurs denkt dat de kengetallen niet veel slechter zullen zijn dan die getallen bij de begroting. De wethouder zal in elk geval kijken of men tussentijds kengetallen boven water kan krijgen. Wat betreft het meerjarenonderhoudsplan deelt de wethouder mee dat er vorig jaar geen goed onderhoudsplan lag.

Daarom mocht het niet aangemerkt worden als een voorziening. Een voorziening moet aan strakke eisen voldoen om als voorziening aangemerkt te worden. Dat geldt niet voor een reserve. Om die reden is het onderhoudsgeld als reserve aangemerkt. Nu ligt er een meerjarenonderhoudsplan, dus het kan weer opgenomen worden als een voorziening. Deze kwaliteitsslag heeft men in elk geval wel gemaakt. In de zienswijze wordt duidelijk aangegeven dat er voor deze voorziening geen bedrag in de structurele begroting is opgenomen, waardoor de voorziening met de tijd leegloopt. Er is nu voldoende 18

geld om het onderhoud een jaar of zeven te kunnen uitvoeren. Echter, men moet ook voor de periode daarna geld beschikbaar hebben. Vandaar de opmerking over de structurele begroting. De algemene reserve is specifiek voor programma B. Dat SGL de zaken niet op orde heeft, is duidelijk. Anders zat men nu niet in het traject om RMN te liquideren en op een andere manier met SGL om te gaan. Het college is voortdurend bezig om de belangen van deze gemeente te verdedigen. De transitiekosten komen ten laste van 2022 en verder. In januari kan men meer over deze kosten zeggen. De heer Brunia vraagt zich af waar dan de kosten van Berenschot en dergelijke op geboekt worden. Die kosten zijn nu al gemaakt. Graag een toelichting? Wethouder Schuurs denkt dat de heer Brunia gelijk heeft. Er zijn al transitiekosten gemaakt. De echt grote kosten gaan nog komen. De heer Rouwenhorst heeft vastgesteld dat de bestuurskosten met 90% zijn gestegen. De vraag daarop waarom dat niet voorzien was, werd mager beantwoord. Al de rekeningen van de transitie die al betaald zijn, vindt men nergens terug. Wethouder Schuurs brengt naar voren dat de provincie een groot deel van die kosten voor haar rekening heeft genomen. De wethouder komt nog met een meer concreet antwoord, zodat het punt over die kosten voor iedereen duidelijk is. Voorlopig zal RMN het onderhoud uitvoeren.

Ondanks personeelsverloop zijn er nog veel mensen gewoon in dienst. Zijn er onvoldoende mensen beschikbaar, dan worden er andere mensen ingehuurd om het werk uit te voeren. Tweede termijn De heer Rouwenhorst merkt op dat er bij de begrotingswijzigingen staat dat er een aantal zaken onrealistisch begroot is door de projectmedewerkers. Hoe kan dat eigenlijk? Begrotingen worden toch gecontroleerd? Hoe kan men zoiets in een begroting zetten? Dan nog even de kerngetallen. Het gevoel blijft dat men iets te verbergen heeft omdat men die kengetallen tussentijds niet wil geven. Als laatste, de zienswijze is veel te zacht. Of te laf. De heer Stam heeft er grote moeite mee met wat SGL schrijft. Het is heel moeilijk te begrijpen. Dat geeft een slecht gevoel. Men kan niet de vinger leggen op wat eraan de hand is. Spreker onderschrijft wat de vorige spreker heeft gezegd en sluit zich hierbij aan. De heer Schreurs haakt aan bij de woorden van de heer Stam. Dat is tegelijkertijd een reactie op de antwoorden van de wethouder in de eerste termijn. Dat de zaken bij SGL niet op orde zijn is bekend. Echter, de vraag ging specifiek over deze financiële verslaglegging. Gaat dit wel goed? Wordt men op een later moment nog niet met allerlei andere verrassingen geconfronteerd? Heeft het college echt het gevoel dat het goed gaat met de financiële verslaglegging van SGL?

19

De heer Evers is gealarmeerd door de opmerking van de wethouder over te weinig personeel bij RMN. Daarom zou het zo moeilijk gaan met de verslaglegging. Het gekke is dat in het toekomstrapport veelvuldig staat dat men een voorbehoud moet maken omdat het personeel wel over moet kunnen. Is het personeel op dat punt lastig of is er sprake van externen waarmee makkelijker een regeling kan worden getroffen? Mevrouw Becker sluit zich aan bij de woorden van de heer Rouwenhorst. De heer Brunia vindt dat er in de zienswijze staat wat er in moet staan. Er is geen behoefte om de aangegeven punten te versterken. Dat is al eens eerder gebeurd. Het is bekend. Herhalen heeft geen zin. Het gaat niet om het niet weten, maar om het niet kunnen. Wat men bij SGL/RMN niet snapt is waar de raden bij de financiële verslaglegging behoefte aan hebben. Dat ziet men ook bij de laatste twee dingen van de begrotingswijziging. De informatie is mistig en onduidelijk en roept vervolgens vragen op. De heer Stam denkt dat die laatste opmerking wel iets is dat toch in de zienswijze zou moeten. Aangeven dat de financiële stukken zo ondoorgrondelijk zijn dat de raad ze niet kan volgen. Dat dit zorg met zich meebrengt over of alles wel klopt. Het is goed om een dergelijk signaal af te geven. Mevrouw Van den Heerik is het eens met de heren Stam en Rouwenhorst.

Er moet in de zienswijze ook iets komen over de gang van zaken met betrekking tot de laatste brief. Men moet ervan uitgaan dat er verbetering mogelijk is en niet denken dat zoiets toch niet lukt. Als eerste zou spreekster in de zienswijze willen toevoegen dat de raad onaangenaam getroffen is door uw brief van (datum). Dat kan gevolgd worden door dat daardoor het vertrouwen in de financiële verslaglegging niet is versterkt. Dat men daar toch al een niet zo goed gevoel bij had. Met klem het verzoek of dit kan leiden tot een verbetering van deze verslaglegging. Wanneer men dit niet aangeeft, gaat RMN/SGL er wellicht vanuit dat de raden gek zijn. Wethouder Schuurs begrijpt de suggestie van mevrouw Van den Heerik heel goed. Het is goed om daarmee in de zienswijze te beginnen. De zienswijze is opgesteld voordat het gedoe begon over de fouten en de brief die daarover kwam. De opmerking van de heer Rouwenhorst is goed. Maar, men is al aan het opheffen en de vraag is of die aanscherping zin heeft. Mevrouw Van den Heerik begrijpt wat de wethouder bedoelt. Maar, er is ook sprake van een lerende factor. Het kan niet zo zijn dat deze organisatie zich elders in Nederland aanbiedt met de gemeente De Ronde Venen als referentiepunt. Wethouder Schuurs kan zich heel vinden in de suggestie van mevrouw Van de Heerik.

De zienswijze brief is al opgesteld voordat de fouten zijn aangegeven en de brief daarover kwam. Wat de heer Rouwenhorst zegt is goed. Anderzijds is men al aan het opheffen. Daarom heeft het weinig zin om te schoppen tegen een organisatie die geliquideerd gaat worden.

20

Mevrouw Van den Heerik begrijpt wat de wethouder bedoelt. Maar, er zit in de herhaling ook een lerende factor. Het kan niet zo zijn dat de mensen van RMN/SGL zich elders in Nederland aanbieden met als referentie dat men het hier zo goed heeft gedaan. De heer Rouwenhorst heeft weinig toe te voegen aan hete betoog van mevrouw Van den Heerik. Waar wel aandacht voor nodig is, is aan de onttrekking aan de reserves. Daar wordt als bij een snoep pot uitgegeten, dat ziet men ook. Wethouder Schuurs heeft daar zojuist iets gezegd. Het sluit ook aan bij wat mevrouw Van den Heerik zojuist heeft gezegd over de zin om de zienswijze mee te beginnen. De wethouder begrijpt niet wat de heer Rouwenhorst wil toevoegen. De heer Rouwenhorst wil niet ergens tegenaan schoppen. Het is herhaaldelijk waarschuwen voor zaken die niet op orde zijn. Spreker is het met de heer Brunia niet eens. De kracht zit in het herhalen. Wethouder Schuurs heeft aangegeven om in de trant van de suggestie van mevrouw Van den Heerik de zienswijze te willen aanpassen. De voorliggende zienswijze is opgesteld voordat de fout boven water kwam. Echter, daar moet men nog niet eens allerlei extra dingen aan toevoegen. Het voortel om te liquideren ligt er al. Dan heeft het geen zin om een enorm verbetertraject in te zetten. Men moet het goed overdragen aan een andere organisatie die het beter gaat doen.

Op de kengetallen komt de wethouder op terug. Men heeft geen 100% zekerheid dat er geen verrassingen meer komen Dat is het probleem van RMN. Wel is het goed dat men het meerjarenonderhoudsplan nu goed in beeld heeft. Dat kan goed overgedragen worden. Het onderhoudswerk gaat gewoon gedaan worden. Met eigen werknemers of via inhuur. De mensen die er nu in vaste dienst zijn zullen meegaan naar een andere organisatie. De voorzitter heeft de toezeggingen genoteerd over de kengetallen en de kosten die door de provincie zouden zijn betaald. Op basis van de discussie denkt de voorzitter dat er een aangepast raadsvoorstel komt en een aangepaste zienswijze. Om die redenen is het goed om het voorstel door te verwijzen naar de meningvormende raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10826925/2