10-11-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie RZ PW 5045
Tekst van het document
Op welke manier kan het dan toch leiden tot actie? Kunnen de resultaten van de open antwoorden uit de enquête inzichtelijk gemaakt worden? En ook de zienswijzen van de diverse organisaties? Gebruikt men ook de ervaringen van Energiek De Ronde Venen? Dan het punt betaalbaarheid. Een belangrijk aspect. Kijken naar Rijksregelingen. Ook worden er duurzaamheidsleningen onderzocht. Waarom is er nog steeds geen uitsluitsel over het laatste? Welke afspraken zijn er met GroenWest gemaakt over he mogelijk versnellen van het energieneutraal zijn van 2050 naar 2040?
22
Gaat de gemeente in haar adviezen ook het aspect duurzaamheid van isolatie meenemen? Bij isoleren wordt ook aandacht gegeven aan de Wet natuurbescherming. Officieel mag men geen spouwen isoleren wanneer er dieren in zitten. Doet de gemeente hier wat mee? Als laatste moet de opslag ook niet meegenomen worden in de planning. Dat moet voor 2040 toch gerealiseerd zijn. Mevrouw Becker is niet enthousiast voor erg ingrijpende maatregelen. Men is aangenaam verrast over de toon van de visie. Een reële voorstelling van zaken. Vijf jaar toewerken naar de mogelijkheden om van het gas af te gaan. Stap voor stap overgaan op duurzame energie. Gas is nog steeds een milieuvriendelijke fossiele brandstof. De meedenkende inwoners hebben via de klankbordgroep aangegeven dat men de eerste vijf tot tien jaar zich moet focussen op de verlaging van het energieverbruik van woningen. Over vijf jaar wordt transitievisie Warmte herzien op basis van de nieuwste ontwikkelingen. Haalbaarheid en betaalbaarheid staat voorop. Daarbij moet men rekening houden met het feit dat huizen gebouwd voor 1975 alleen maar met heel veel kosten van het gas af kunnen. De klankbordgroep heeft aangegeven geen toekomst te zien in biomassa. Spreekster is het daar geheel mee eens. Geothermie moet nog goed onderzocht worden. Dat kan gevaar opleveren voor het grondwater en vervuiling daarvan.
Bovendien is geothermie heel kostbaar. De heer Brouwer vindt het voorliggende voorstel veel te vrijblijvend. Er zijn geen doelstellingen aan gekoppeld. Na vijf jaar gaat men weer eens kijken wat de stand van zaken is. In de visie mist men het uitgangspunt, de 0-situatie, het vertrekpunt. Wat hebben inwoners zelf al gedaan. Men moet meer gaan kijken naar wijkuitvoeringsplannen. Wijkgericht zaken aanpakken. In het onderzoek CE Delft staan heel waardevolle aanbevelingen die te weinig overgenomen zijn in het voorliggende voorstel. Er wordt niets gezegd over de glastuinbouw, enorme gasslurpers. Hoe ziet de wethouder nu de vrijblijvendheid in de visie? Waarom is er niet voor gekozen om meer met feitelijke doelstellingen te werken? De heer Evers ziet de situatie positiever. Mensen zijn er heel erg mee bezig. Isolatiemateriaal vliegt de winkel uit. Dat zal in verband met de energierekening nog gaan toenemen. Mevrouw Freeve zou graag gegevens willen zien waaruit blijkt dat mensen er erg mee bezig zijn. Dat men inderdaad grote stappen maakt. De heer Evers ziet in de gemeente steeds meer panelen. Hoe het er binnenshuis uitziet, kan spreker niet zien. Het zou goed zijn dat er meer gegevens beschikbaar komen op dit punt. De wijkgerichte aanpak vindt spreker volstrekt onnodig. Bewoners moeten maximaal zelf aan de slag gaan. Daar moet de gemeente ze bij ondersteunen.
Daarbij moeten de lokale installateurs goed betrokken worden. Dat laatste mist men in de visie. De heer De Haan is blij met de transitievisie Warmte. Het getuigt van realiteitszin. Wel kan het iets concreter. Een wijkgerichte aanpak zou een goede methode kunnen zijn. Zeker in combinatie met wat meer complexe oplossingen. De heer Evers is benieuwd wat de heer De Haan bedoelt met een wijkgerichte aanpak. 23
De heer De Haan brengt naar voren dat, wanneer men het heeft over grotere oplossingen zoals geothermie, dit alleen op een grootschalige manier aangepakt kan worden. Op zijn minst op wijkniveau. Anders is het onmogelijk en onbetaalbaar. Die wijkgerichte aanpak in combinatie met de complexe oplossingen mist men in het stuk. Daarbij mist men ook de ervaringen van grotere bedrijven die zich bezighouden met die meer complexe oplossingen. De heer Brouwer denkt dat de achterliggende gedachte van de wijkgerichte aanpak is dat men waar mogelijk samen zaken aanpakt. Kijken wie er met maatregelen mee wil doen. Ten eerste is dat goed voor de inkoop van materiaal en ten tweede helpt men elkaar om gezamenlijk de doelstellingen te halen. De heer De Haan kan zich prima in deze aanvulling vinden. Dat neemt niet weg dat men de mensen wel moet informeren en enthousiasmeren. Dit is een andere vorm van een wijkgerichte aanpak dan die spreker eerder naar voren heeft gebracht. De heer Evers hoort verschillende geluiden over wijkgerichte aanpak. Wat betreft complexe zaken begrijpt spreker dit. Samen zaken aanpakken is eenvoudiger. Echter, een wijkgerichte aanpak is nu even van tafel. Dat gaat men nu niet doen. De heer Kroon denkt dat men wel zeker over een wijkgerichte aanpak moet nadenken. Men moet uiteindelijk met elkaar een doel behalen.
Het is dus belangrijk om minstens in een straat mensen te enthousiasmeren om acties te ondernemen. Dan kunnen mensen elkaar ook ondersteunen. Dit wordt in het plan gemist. De heer De Haan kan zich in zo’n aanpak wel vinden. Daarnaast is het van belang toch om derde grote partijen te betrekken bij complexere zaken. De ervaringen gebruiken wat betreft een grootschaliger technische aanpak. Daarbij moet men ook Stedin betrekken. Is Stedin in deze fase al bij de warmtetransitie betrokken? De heer Stam kan zich in grote mate wel aansluiten bij wat de Seniorenpartij den de VVD naar voren hebben gebracht. De transitievisie getuigt van realiteitszin. Een wijkgerichte aanpak kan wanneer mensen dat willen. Volgens spreker willen veel mensen wel meedoen. Echter, het probleem om dat te doen, is dat de mensen niet weten wat de goede maatregelen zijn, wat is effectief, wat gaat het kosten en hoe worstelt men zich door de brij heen. Op die punten kan de gemeente een rol spelen. Dit punt van begeleiding ontbreekt in de visie. Men geeft wat websites en zegt vervolgens inwoner zoek het maar uit. Daarmee redt men het niet. Wanneer mensen zelf gaan zoeken naar oplossingen worden ze geconfronteerd met tegenstrijdige adviezen. Hetzelfde geldt voor de financiële kant, de subsidiestroom.
Op papier krijgt men het bewijs dat de isolatie gerealiseerd is, maar vervolgens moet men de subsidie zelf maar zien te regelen. Daarnaast moet men nog twee verbeteringsmaatregelen getroffen hebben om die subsidie te krijgen. Dan weet men nog niet eens of men nog meer moet doen. Kortom, veel mensen willen best iets doen, maar lopen aan tegen de complexiteit van de materie. Wat moet men investeren en binnen welke tijd kan men het terugverdienen. Daar geeft de gemeente ook geen antwoord op. Mensen lopen tegen die grenzen aan. Men mist in de visie een stuk ondersteuning om mensen mee te nemen in het totaal van de complexe materie. 24
Wanneer men spreekt over een warmtenet is het goed dat men het onderzoekt. Echter, elders heeft men er slechte ervaringen mee. De zoveelste partij die eigenaar is van het warmtenet, een gemeente die er niet meer bij betrokken is en de inwoner die uiteindelijk de klos is. Daar moet men als gemeente goed over nadenken. Wat betreft de gasleidingen die in de grond liggen, men moet voorkomen dat men die te snel opruimt. Wellicht heeft men de leidingen over tien jaar weer nodig voor waterstofgasaansluiting. Tussentijds onderhoud is altijd goedkoper dan de leidingen nu opruimen en later weer aan te leggen. Mevrouw Groen merkt op dat veel zaken al benoemd zijn door de collega’s. Bij huurwoningen is de situatie anders dan bij eigen woningen. Wanneer men bij een huurwoning van het gas af wil, kan dat niet. Zeker niet wanneer het om een wooncomplex gaat. Dat geldt ook voor koopwoningen in een complex. Daar loopt een VVE ook tegen veel problemen aan. Hoe kijkt de wethouder tegen dit soort situaties aan? Wethouder Van Uden stelt dat de transitie warmte erg ingewikkeld is. Het gaat om heel veel verschillende typen huizen. Dat maakt een generieke aanpak eigenlijk onmogelijk. Dit probleem speelt in heel het land. Wat men wijkgericht kan doen is bijvoorbeeld het aanleggen van een warmtenet gekoppeld aan een biomassacentrale.
Vanwege de complexiteit van de transitie heeft het college aangegeven dat men dit het best kan realiseren via individuele maatregelen van de individuele burger. Voor de meeste huizen is een investering van rond de 50.000 euro nodig om helemaal gasloos te worden. Het gaat dus om serieuze kosten. Die kan men het best meenemen met een renovatie van een huis. Tot dat moment kan de gemeente de inwoners alleen maar goed informeren over elke stap die inwoners maken. Dat die stap in de goede richting gaat. Van isolatie, vloerverwarming en zonnepanelen krijgt men nooit spijt. Het is onmogelijk om met alle verbouwingen die mensen doen aan te geven respectievelijk te meten wat de 0-situatie is. Als objectieve maatstaf kan de gemeente alleen het verbruik van gas in m³ van de gehele gemeente hanteren. Dat verbruik moet naar beneden. De heer Evers is benieuwd of de gemeente in staat is om de gebruikscijfers per woning of per straat te verkrijgen. Wethouder Van Uden meldt dat men in ieder geval de cijfers per plaats kan krijgen van de netwerkbeheerder. Dat is daarom op dit moment de beste maatstaf. Omdat de materie zo complex is, is een wijkuitvoeringsplan ook ingewikkeld. Een hele straat ineens aanpakken is de beste en de goedkoopste manier. Alleen moeten dan wel alle bewoners in die straat bereid zijn om een groot bedrag te investeren.
De heer Brouwer heeft met een wijkgerichte aanpak bedoeld dat de bewoners zelf het initiatief nemen en de handen ineenslaan om bijvoorbeeld isolatiemaatregelen te nemen of samen zonnepanelen aan te schaffen. Die soort initiatieven moet men stimuleren. Hierdoor worden maatregelen goedkoper en effectiever. Laagdrempelig. De gemeente moet dan transparant zijn in wat men graag wil en men moet daarbij zorgen voor een goede informatieverstrekking.
25
Wethouder Van Uden brengt naar voren dat de gemeente daarvoor een partner in de arm wil nemen. Dat is Winst uit je woning. Die partner helpt bij het kijken naar wat de beste aanpak per wijk is. Het college heeft zijn best gedaan om er lokale ondernemers bij te betrekken. Echter, deze ondernemers hebben overvolle orderboeken en daarom hebben ze er geen behoefte aan om extra werk in de vorm van een stimulerende functie op te pakken. Wanneer men het proces wil versnellen, dan kan dat niet omdat de mensen die het werk moeten doen er niet zijn. Ook wanneer het geld er wel is. Grotere projecten zou men kunnen doen wanneer men voor de bewoners van een straat de investering kan koppelen aan energiebespaarleningen. Dat vraagt om tijd, omdat die leningen gekoppeld worden aan een woning. Verkoopt men het huis dan gaat de lening mee. Daarmee is het ook een onderdeel van de maandlasten. Hoe het met die leningen precies gaat wordt landelijk uitgezocht. Maar, ook dit is redelijk complex. Daar is waarschijnlijk wetgeving voor nodig. Een energiebespaarlening is niet zo moeilijk, maar de koppeling van die lening aan het huis wel. Bij de landelijke transitie warmte moet de focus op woningen liggen. Om die reden wordt er in de visie niet gesproken over bedrijven. Men is wel bezig met bedrijven. Men is geothermie aan het onderzoeken.
De heer Evers meldt als aanvulling op wat de wethouder heeft gezegd. Een tuinbouwer aan de Tuinderslaan stopt met zijn laatste kassen vanwege de hoge gasprijzen. Dat gasprobleem is dus opgelost. Wethouder Van Uden meldt dat er niet echt een goede doelstelling voor over vijf jaar is. Men heeft als gemeente geen mogelijkheid om een hard einddoel af te dwingen. De individuele eigenaren maken voor hun huizen een eigen keuze. De gemeente heeft als doelstelling klimaatneutraal in 2040. Men doet alles om dat doel te bereiken, maar een tussendoel voor zeg 2025 is niet te formuleren. Mevrouw Freeve kan zich wel voorstellen dat de transitie erg ingewikkeld is. Anderzijds werkt men samen met een partner Winst uit je woning. Ziet de gemeente dan wel wat voor winst die partner realiseert. Zet die geen maatregelen in waarvan bekend is dat ze effectief zijn? Wethouder Van Uden weet welke maatregelen effectief zijn. In de volgende update van de nota, die twee of drie keer per jaar plaatsvindt, zal men die gegevens opnemen. Men moet zeker gas niet inwisselen voor een nog vervuilender brandstof zoals in Duitsland. Uiteindelijk gaan alle fossiele brandstoffen op. Buiten deze reden is de geopolitieke stabiliteit nog een andere belangrijke reden om van het gas af te gaan. Wanneer men nu aardgasvrij zou zijn, is dat dan voldoende? Het antwoord is ja.
De stap die men dan nog moet nemen is zo klein dat die voor 2040 wel genomen kan worden om ervoor te zorgen dat men in dat jaar klimaatneutraal is. Meer doen is natuurlijk altijd beter. Mensen worden geïnformeerd over isolatie in relatie tot de Wet natuurbescherming. Echter, de kosten om daar goed rekening mee te houden zijn heel hoog. Ook is er sprake van tegenstrijdige belangen. Handhaving op dat punt heeft geen prioriteit. Opslag van warmte staat als onderzoekactie opgenomen onder punt 6.2. Goede maatregelen zijn eigenlijk maatregelen die voor iedereen relatief goed te nemen zijn. Daaronder vallen de inkoopacties ten behoeve van zonnepanelen en isoleren. Op die punten kan men een
26
laagdrempelig advies krijgen. Via Thuisbaas kan men een zelf te betalen warmtescan laten doen en een advies verkrijgen hoe het huis aardgasvrij te maken is. Het college is het eens met het punt dat de subsidieaanvraag complex is. Dat is mede door de koppeling van wat landelijk gaande is over controles. Het heeft de constante aandacht van het college. Het is wel een ongelukkige situatie. Wanneer de subsidieaanvragen simpeler worden, dan hoort de raad dat direct. De heer Stam brengt naar voren dat woningeigenaren die stappen willen maken in duurzaamheid tegen de complexiteit bij de subsidieverkrijging aanloopt. Een deel van de mensen komt er wel uit, maar een deel van de mensen komt er niet uit. Wie helpt die laatste groep dan? In hoofdstuk 8 wordt wel wat informatie gegeven, maar spreker denkt dat op dit punt de gemeente nog een slag moet maken. Hoe ontzorgt men de inwoner die de duurzaamheidsstap wil maken? De heer Brouwer kan zich aansluiten bij wat de vorige spreker heeft gezegd. In het verleden had de gemeente een energieloket. Dat bestaan niet meer. Waardevolle informatie voor de aanschaf van een warmtepomp heeft spreker gevonden op de website van de Rabobank. In aansluiting op wat de heer Stam heeft gezegd, pleit spreker ervoor om opnieuw een gemeentelijk energieloket te openen die de mensen van advies kan dienen en die ze kan helpen.
Wethouder Van Uden begrijpt beide vorige sprekers. Echter, de materie is dermate complex en ondoorzichtig door constante veranderingen waardoor het inrichten van een energieloket erg ingewikkeld wordt. De wethouder wil er wel over nadenken, maar ziet nog niet hoe dat in de praktijk zou moeten werken. Men werkt nu samen met Winst uit je woning. Die helpt bij de belastingaangiften betreffende uitgaven voor duurzaamheid en die helpt bij het verkrijgen van subsidies. Aanbieders wijzen ook op de subsidies. Maar, het verkrijgen van een goed objectief advies is erg ingewikkeld. De heer Stam snapt dat het geven van advies best wel complex is. Misschien kan men zoiets in U16-verband organiseren. Gezamenlijk een soort onafhankelijk adviesbureau opzetten. Men moet eerst goed weten wat de mensen aantrekt om iets te doen dan wel wat is de barrière om juist niets te doen. Mensen willen een soort zekerheid en duidelijkheid hebben. De heer Evers brengt naar voren dat het voor inwoners lastig is om goede informatie te vinden. Dat zal voor de gemeente ook wel zo zijn. Wethouder Van Uden brengt naar voren dat met GroenWest afgesproken is dat alle woningen van voor een bepaalde datum voorzien moeten zijn van energielabel C. Wat GroenWest daarvoor doet is de schil isoleren en zonnepanelen op het dak plaatsen. Een relatief beperkte aanpassing voor relatief beperkte kosten.
Hierdoor kan men die maatregel snel toepassen bij alle daarvoor in aanmerking komende woningen. Deze maatregel maakt de bewoners in de regel blijer dan het gasloos maken van de woning. Een tijdpad aangeven is lastig. Er is wel onderzoek gedaan, maar dat is gehouden op basis van aanmelding. De resultaten zijn dus niet representatief. Goed objectief onderzoek is lastig en duur. Alle duurzaamheidspartijen binnen de gemeente zijn van essentieel belang om 27
resultaten te boeken. Hoe meer mensen zich bij die groepen aansluiten, hoe enthousiaster het college wordt. Subsidies vanuit de landelijke overheid voor duurzaamheid worden ter ondersteuning verdeeld over de groepen die zich hiermee bezighouden. Tweede termijn
De heer De Haan brengt de complexe oplossingen waarop wordt voorgesorteerd in transitievisie naar voren, geothermie en warmtewinning uit de Plassen. Dan heeft men te maken met bedrijven die daarmee ervaring hebben, die erin hebben geïnvesteerd en die daarvoor een exploitatiemodel hebben. Daarbij is nauwelijks sprake van een investering voor de gebruikers. Kan de wethouder daar iets over zeggen? Wanneer worden dergelijke betrokken in deze fase? Wanneer wordt Stedin bij de transitie betrokken? De heer Kroon constateert dat er nog geen planning is. Vanuit de commissie is de suggestie gedaan om per wijk met de warmtetransitie te beginnen. Kijken waarmee men het beste kan beginnen. Vervolgens zou men in die wijk een actie moeten starten om de bewoners mee te krijgen. Hoe denkt het college over die suggestie? Zijn de plannen van GroenWest niet in cijfers te vertalen? Voor de uitvoering van die plannen komt een concrete planning. Dan moet men ook de winst ervan kunnen berekenen. Dan heeft men cijfers die men gewoon in het plan kan meenemen. Mevrouw Freeve komt terug op aansporingen om mensen in beweging te krijgen. Is het een optie om in het plan op te nemen dat men tussentijds gaat evalueren met hulp van een onderzoekbureau? Een gerichte en kwalitatief goede evaluatie.
Wethouder Van Uden brengt naar voren dat er met een grote partij op het gebied van geothermie gesproken wordt over het industrieterrein. Op het gebied van communicatie heeft de gemeente daarvoor werk te doen. Voor geothermie geldt dat wanneer men uitgaat van lage temperatuurwater dat men alsnog het gebouw moet isoleren. Of men de hoge temperatuurvariant kan hanteren hangt van de bodem af. Stedin is via de U16 betrokken. Vooral op het gebied van de energietransitie. De warmtetransitie resulteert in meer energiegebruik. Dat zit al in de RES. De gedachte van de heer Kroon om mensen uit een wijk samen te brengen, klinkt heel sympathiek. Men kan het proberen. De planning van GroenWest staat in de prestatieafspraken. Men zal die toevoegen als een technische toevoeging aan of in het stuk. De wethouder vindt het sowieso een goed idee om het hele transitieplan te evalueren. Misschien na de eerste vijf jaar, maar misschien al halverwege die periode. Gezien de discussie constateert de voorzitter dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat. Voordat het volgende voorstel in behandeling komt een ordevoorstel om agendapunt 6d nog te behandelen en om punt 6e te verwijzen naar de besluitnemende raad. De commissie gaat daarmee akkoord.
d.
Vaststellen Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), raadsvoorstel 63/21 28
De heer Evers merkt op dat de geplaatste opmerkingen goed verwerkt zijn in het voorstel. Men gaat ervan uit dat het IRP goedkomt. De woningbouw en de uitbreiding van het bedrijventerrein zijn goed toegelicht. Er zijn wat zorgen over de financiering van groen en landschap. Men blijft ook de blik op het noorden houden. De heer De Haan vindt het mooi dat er 4800 woningen zijn meegenomen in het plan. Het is nog steeds de vraag waar die woningen gaan komen. Er zijn locaties waar kleine aantallen woningen ontwikkeld worden, maar voor de grote aantallen moeten er nog locaties komen. Een andere vraag is of er in de toekomst ook buiten de huidige rode contour gebouwd kan worden. Spreker geeft aan dat bij de uitbreiding van het aantal woningen de belasting van de wegen niet mag toenemen. Dat kan op gespannen voet staan met de uitbreiding. Hoe ziet de wethouder dit? Mevrouw Freeve heeft al eerder geconstateerd dat ruimte schaars is. Het is goed dat op U16niveau men tot een gemeenschappelijk beeld over die ruimte komt. Men kan het niet alleen, maar tegelijkertijd blijft het ook ingewikkeld om alle verschillende perspectieven, omgevingsvisies en plannen uit elkaar te houden. Spreekster zou wel een beeld willen krijgen hoe een en ander met elkaar samenhangt. Aangegeven is dat binnen het IRP de mogelijkheid er is om de 4800 woningen te bouwen.
In het provinciaal programma voor wonen werken 2021 staat een aantal van ruim 1400 woningen. Kan de wethouder nader het verschil in aantal duiden? Hoe komt man van de ruim 1400 naar 4800 woningen? De heer Luijben heeft al eerder aangegeven dat het IRP een moeilijk leesbaar stuk is. Spreker heeft er lang niet alles van begrepen. Het gaat om een samenwerking van zestien gemeenten. Om die samenwerking mogelijk te maken en om elkaars wensen te ondersteunen is dit IRP opgesteld. Begrepen is dat het stuk geen juridische basis heeft. Wel is er sprake geweest van regionale participatie. Instellingen, bonden, verenigingen en bedrijven hebben een inbreng kunnen leveren. Al met al is het een ingewikkeld proces geworden. Wordt het niet nodeloos ingewikkeld gemaakt? In het raadsvoorstel staat aangegeven dat veel van de gemeentelijke wensen in het IRP terug te vinden zijn, het aantal woningen, de uitbreiding van het bedrijventerrein, de kansen voor groen en landschap en zo voort. Ook stat er dat er nog een aantal onzekerheden zijn wat betreft de uitwerking en de realisatie, waaronder de financiering. Niet onbelangrijk. Het is een mooi perspectief waar men niet tegen kan zijn. Het wachten is nu op de verdere concretisering. Die kan nog alle kanten opgaan. De heer Kroon constateert dat de woningbouwambitie en een volwaardig OV concreet zijn opgenomen.
Het station Abcoude ziet men als knooppunt niet terug in het IRP. Waarom is dat niet gebeurd? De heer Van Sligtenhorst stelt vast dat het IRP een gezamenlijk document is van zestien Utrechtse gemeenten. Wat stelt De Ronde Venen in dit perspectief voor? Paragraaf 3.3 wordt gewijd aan de gemeente. Die paragraaf lezend lijkt het erop dat de gemeente goed is voor de waterberging en de recreatie. Wat levert het IRP De Ronde Venen op? Hoe ziet de gemeente er in 2040 uit? Nog een concrete vraag. Wat houdt de landbouwtransitie precies in?
29
De heer Brouwer maakt zich zorgen over de OV-verbindingen. Dat de gemeente niet aangemerkt wordt als een hub. Is er een maximale inspanning gedaan vanuit het college om daar wel invulling aan te geven? Graag een toelichting hierop? Wethouder Kroon deelt de zorg over de financiering van groen en landschap. Dat heeft de wethouder ook nog eens ingebracht bij de laatste sessie bij de presentatie van het rapport ingebracht. De zorg voor deze dekking wordt door de plattelandsgemeenten zoals deze continu naar voren gebracht. Die dekking is belangrijk om te voorkomen dat de gemeente op een later moment een extra opgave krijgt. Het aantal woningen en de ruimte voor het bedrijventerrein staan zeker niet op losse schroeven. Het komt terug in de omgevingsvisie die 2024 vastgesteld moet worden. Om de positie van de gemeente veilig te stellen moet men over de route ernaar toe een strategie vaststellen. Om in het belang van de inwoners plekken aan te wijzen en om daar posities te verwerven. De heer De Haan denkt dat de handelwijze wel verstandig is. Echter, wanneer het aantal woningen genoemd wordt, dan moet er een visie en een plan achter zitten. Dit laatste is niet geheel duidelijk. Wethouder Kroon weet niet welke bijeenkomst de vorige spreker heeft gemist. Er is een bijeenkomst geweest waarbij het ruimtelijk perspectief is vastgesteld en waarbij het aantal van 4800 woningen is bepaald.
Op 18 november is er een bijeenkomst waarop de raad bijgepraat wordt over plannen en projecten. Dan komen de mogelijke bouwlocaties ook aan de orde. De ruim 1400 woningen die de provincie aangeeft hebben betrekking op binnenstedelijke locaties. Voor het totaal aantal woningen heeft men op een later moment ook locaties nodig die nu nog buiten de rode contour vallen. Dan moet men wel weten waar men dat zou willen. Bij het bouwen van woningen is het onontkoombaar dat de wegen niet meer belast worden. Die uitbreiding van die belasting kan verzacht worden door een grotere inzet op het OV en op deelauto’s. De heer De Haan is het eens met de wethouder, maar in een raadsbrief staat dat die hogere belasting van de wegen niet mag. Wethouder Kroon brengt naar voren dat er soms wel ruimte op een weg is voordat de toename een probleem wordt. Dat is wat bedoeld is met de betreffende zinsnede. De heer Brouwer verbaast zich erover dat er zo weinig in het IRP gesproken wordt over bereikbaarheid en mobiliteit. Waarom? De N201 slibt nu al dicht. Wethouder Kroon vindt dat het dichtslibben nog wel meevallen. Er zijn ook nog aanpassingsmogelijkheden te bedenken. Dat komt te zijner tijd. Wat betreft het OV meldt de wethouder dat het gemeentelijke strategisch OV-plan in het IRT is opgenomen. Dat neemt niet weg dat men ervoor moet zorgen dat het OV continu op de kaart gezet moet worden.
Het college heeft een ruimtelijk perspectief wonen gemaakt en men heeft het IRP. Tijdens de eerst bijeenkomst over de Omgevingswet zal de wethouder een overzicht verstrekken waaruit blijkt hoe alles samenkomt. Hoe alles een plaats krijgt in de omgevingsvisie 2024.
30
De landbouwtransitie houdt verband met de stikstofkwestie. De landbouw is daar een enorm onderdeel van. Het gaat erom hoeveel boeren men nodig heeft en wat wel of niet kan. Het is evident dat er een transitie gaat plaatsvinden. De vraag hoe en wat is nog een landelijk onderwerp van bespreking. De gemeente wil graag de boeren houden. Er zijn ook boeren die ermee willen stoppen. De komende jaren gaat men kijken hoe een en ander mogelijk is te maken. Dat is een traject dat men met de agrariërs aangaat, zowel op provinciaal als op gemeentelijk niveau. Tweede termijn De heer De Haan is benieuwd naar een onderbouwing van het idee wel toename van verkeersbewegingen zonder dat er sprake moet zijn van aanpassingen aan de wegen. Wethouder Kroon kan moeilijk een onderbouwing geven. Die 4800 woningen worden gebouwd tot 2040. Men kan de ontwikkelingen over die twintig jaar nu nog niet overzien. Men moet er wel over nadenken. Men weet op dit moment waar men de komende vijf jaar woningen wil bouwen en welke vervoersbewegingen daarbij horen. De heer De Haan is van mening dat men dan ook niet kan stellen dat de verkeersdruk niet mag toenemen. Wethouder Kroon heeft geprobeerd uit te leggen dat op de Enschedeweg bijvoorbeeld 100 verkeersbewegingen mogelijk zijn.
Wanneer men nu op 600 zit, dan is er nog ruimte voor 400 verkeersbewegingen extra voordat er gesproken moet worden over een aanpassing van de weg. Dat is de achterliggende redenering van de opmerking. Op dit moment weet men nog niet waar de 4800 woningen gebouwd gaan worden. De heer De Haan heeft nog geen antwoord gekregen of men in de toekomst buiten de huidige rode contour gaat bouwen. Wethouder Kroon antwoordt dat men zeker buiten de huidige rode contour gaat bouwen. Men kan nu maar 1800 nieuwe woningen binnen de huidige rode contour kwijt. De voorzitter stelt vast dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan.
e.
Zienswijze (ontwerp)kadernota 2023, de eerste (ontwerp) begrotingswijziging 2022 en de tweede (ontwerp) begrotingswijziging 2021 van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (hierna: ODRU), raadsvoorstel 67/21 Het voorstel is via het eerder gedane ordevoorstel verwezen naar de besluitnemende raad.
7.
Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na de aanwezigen bedankt te hebben voor hun bijdrage de vergadering om 23.05 uur. Aldus vastgesteld in de raadscommissie Ruimtelijke Zaken en Publieke Werken d.d. 1 december 2021. 31
De griffier,
de voorzitter,
32