10-11-2021 Gemeente De Ronde Venen Politieke commissie RZ PW 5045
Tekst van het document
POSTADRES
BEZOEKADRES
Postbus 250
T
0297 29 16 16
3640 AG Mijdrecht
F
0297 28 42 81
Croonstadtlaan 111
E
gemeente@derondevenen.nl
3641 AL Mijdrecht
I
www.derondevenen.nl
Vergadering politieke commissie Ruimtelijke Zaken en Publieke Werken Datum:
10 november 2021
Tijd:
19:00 uur
Plaats:
Raadzaal
Registratienummer: Voorzitter:
De heer E.A. Dohle
Griffier:
De heer M. de Graaf
Raadsleden:
Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), de heer C.W. Brouwer (CDA), de heer N.P.M. de Dood (CDA), mevrouw C. Dijkman (VVD), de heer R. Evers (VVD), mevrouw J.D. Freeve (D66), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer E.C. de Haan (Ronde Venen Belang), de heer P.C. Kroon (PvdA/GroenLinks), de heer A.P.M. Luijben (Seniorenpartij), de heer G. Luijer (Ronde Venen Belang),de heer L.G.J. Rouwenhorst (CDA), de heer E.R. Schreurs (PvdA/GroenLinks, de heer T. van Sligtenhorst (ChristenUnie-SGP), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)
Meesprekers:
De heer M. Bakker (6b), mevrouw C. Bekker (6c), mevrouw A. Janmaat (6a), de heer L. Koperdraad (6a), de heer B. Ojevaar (6a), de heer C.J. Sikkel (6a)
Wethouders:
De heer R. Kroon (CDA), de heer C. van Uden (D66)
Ambtenaren:
Geen
Notulist:
De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)
Notulen 1.
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom op deze fysieke vergadering van de commissie RZ & PW. De vergaderregels die samenhangen met het fysiek vergaderen met de nodige coronavoorzichtigheid, worden onder de aandacht van de deelnemers gebracht.
2.
Spreekrecht inwoners
1
De heer G.J. Gino heeft zich aangemeld om te spreken over de verkeersveiligheid Marickenlaan. Aangezien de heer Gino zich niet heeft gemeld is deze inspraak komen te vervallen. 3.
Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Notulen politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 13 oktober 2021 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn geen opmerkingen of vragen naar aanleiding van de notulen.
5.
Voortgang en overige ontwikkelingen
a.
Toezeggingen Er worden geen punten uit het overzicht ‘openstaande toezeggingen’ aan de orde gesteld.
b.
Informatie-uitwisseling De heer Luijer wijst op de stagnerende werkzaamheden aan de Hoofdweg in Waverveen . Welke maatregelen worden er op korte termijn genomen om de verkeersveiligheid van met name fietsers te waarborgen? Wat wordt er gedaan om de werkzaamheden zo spoedig mogelijk af te ronden? De heer Kroon brengt naar voren dat het toenemend vliegverkeer van Schiphol zorgt voor een toenemende geluidsoverlast. Er schijnt een nieuw meldpunt te zijn waar men klachten over de geluidsoverlast kan melden. Dit nieuwe meldpunt is nog lang niet bij iedereen bekend. De laatste tijd zijn er klachten over te laag overvliegende vliegtuigen. Lager dan zou mogen. Kan dat laagvliegen? Is dat een onderwerp van gesprek met en over Schiphol? Er is een convenant Duurzaam Bouwen. Het doel is om tot een gezamenlijk convenant van provincie, gemeenten en waterschappen te komen. Heeft de gemeente zich bij dit convenant aangesloten of heeft men de intentie dit te doen? Heeft de gemeente ook inbreng bij het convenant? De heer Schreurs wijst op een artikel op de voorpagina van de lokale krant van vandaag. Het gaat over Argon en een wethouder die knokt voorwoningen. Dat artikel roept vragen op. Vooral dat het bericht al uitgebreid in de krant staat, terwijl de informatienota vandaag pas door de raad is ontvangen. Het bericht doet vermoeden dat er sprake is van een deal. Een deal die verbazing wekt.
Er zou sprake zijn van een 50% sponsoring van het clubhuis van Argon zonder dat er nadere details bij staan. Voordat men hierover vragen stelt eerst de vraag aan het college wanneer het college de raad goed en detail gaat informeren over deze situatie. Wanneer het informeren nog enige tijd op zich laat wachten, dan graag vanavond vast een toelichting. Voordat men verder gaat op dit traject, wil de raad eerst duidelijkheid hierover.
2
De heer Van Sligtenhorst memoreert dat er in aansluiting op de grondtransporten afgelopen jaar in Wilnis een nota Vergunningverlening aanleg werken. Begin september is er een nieuwe vergunning verleend voor het aanleggen van een landbouwweg en het ophogen van landbouwpercelen een langdurig grondtransport voor de aanleg van een landbouwweg. Dit project is minstens zo groot als de eerdergenoemde dijkverzwaring. Hoe kan het zijn dat de gemeente die vergunning heeft verleend zonder dat er met de raad overgesproken is? Dat is volgens eerdergenoemde nota een opdracht. Waarom heeft de ODRU die vergunning verleend en niet de gemeente? Was het college van die verlening op de hoogte? Waarom weet de raad hier niets van? Er schijnt geen overleg geweest te zijn met de omwonenden. Die maken zich veel zorgen over de transporten. Zo’n overleg staat ook nadrukkelijk in de nota. Over het park bij De Meijert is een informatieavond geweest voor omwonenden. Op die avond zijn de bewoners opgeschrikt door de aangekondigde ontwikkelingen betreffende het park. Onder andere door het grote aantal bomen dat gekapt moet worden voor de aanleg van nieuwe tennisbanen. De buurt heeft grote moeite met het onttrekken van ruimte aan de openbare ruimte.
De vraag is wat er precies met het park gaat gebeuren en kan de wethouder de zorgen van de omwonenden wegnemen? De heer Brouwer is geschokt door de nieuwe grondtransportsituatie, ondanks de nota over het vergunningenbeleid hiervoor. De vorige transportsituatie is nog steeds niet afgerond. Wanneer men de transportweg volgt komt men uit bij de dijk. Het zou kunnen dat de dijkverzwaring op deze wijze afgerond gaat worden. Bij deze de nadrukkelijke vraag aan het college om dit traject goed te volgen. Ook graag een antwoord op de vraag hoe een omgevingsdienst autonoom een vergunning kan verlenen zonder dat het college daarvan op de hoogte was en zonder dat de raad daarover geïnformeerd is. Graag een informatienota over de gehele gang van zaken? Daarbij moet men ook het punt meenemen of en op welke manier men het project kan stoppen. Mevrouw Freeve brengt de voorbereidingen van het onderhoud van de Dukaton naar voren. Heeft daarover overleg met omwonenden plaatsgevonden? De heer Luijben kaart de werkzaamheden aan van het fietspad langs de Hoofdweg in Waverveen aan. Er ontbreekt nog 1400 meter van het fietspad. Op dat traject moeten de fietsers over de rijbaan wat gevaarlijke situaties oplevert.
Waarom worden de huidige verkeersmaatregelen niet in stand gehouden? Waarom wordt er niets gedaan voor de veiligheid van de fietsers? Komen er nog aanvullende werkzaamheden om de weg begaanbaar te houden en de veiligheid van de fietsers te waarborgen? Wanneer en hoe worden de werkzaamheden afgerond? Spreker komt terug op vragen over de asbestdaken die acht weken geleden zijn gesteld. Op de vragen is nog geen antwoord gekregen, hoewel dat er binnen zes weken zou moeten zijn. Er is in de gemeente nog steeds sprake van veel asbestdaken. Waarom zijn de vragen nog steeds niet beantwoord? Wanneer gebeurt dat dan wel? Uit de plaatselijke krant heeft men mogen vernemen dat de provincie voor de gemeente een klimaatburgemeester heeft benoemd. Is het college gekend in die benoeming? Hoe moet men de klimaatburgemeester plaatsen in relatie tot het college? Is er nog een rol weggelegd voor de raad?
3
De heer Evers memoreert zijn vraag tijdens de vorige commissievergadering over het zeer beperkte of geen contact tussen de gemeente en de kleine ondernemers. De accountmanager heeft de dag daarop contact opgenomen met de klagende ondernemer. Hiervoor een compliment. De Marickenlaan is een 30 km-weg. Daar wordt heel vaak te hard gereden. Inmiddels klagen ook inwoners over de 30 km-problematiek in Vinkenveld. Zijn de meldingen bij de gemeente bekend? Wat gaat de gemeente doen om ervoor te zorgen dat mensen zich beter aan de 30 km houden? Wethouder Van Uden meldt dat de situatie van het fietspad langs de Hoofdweg in Waverveen te maken heeft met de aanbesteding. Er is een aanbesteding geweest voor het gehele traject. Uit de vier reacties is aan de goedkoopste (verplicht) het werk gegund. Tijdens de werkzaamheden kwam die betreffende aannemer met kosten voor meerwerk. Volgens de gemeente kon dat niet, omdat er aan alles was gedacht. Men is ook niet bereid dit meerwerk te betalen. Men heeft hierdoor afscheid van elkaar moeten nemen. De gemeente is nu op zoek naar een nieuwe aannemer, waarbij het afmaken van het fietspad voorrang krijgt. Op korte termijn komen de afscheidingen tussen fietsers en auto’s. Voordat dit gerealiseerd is, wordt het autoverkeer omgeleid. Fietsers kunnen gewoon rechtdoor over de weg.
In de toekomst zal de gemeente bij aanbestedingen meer aandacht besteden aan referenties om dit soort situaties zoveel mogelijk te vermijden. De vliegtuigoverlast neemt de wethouder mee in de gesprekken over Schiphol. Wat betreft het (te) laag vliegen geeft spreker aan dat dit wanneer nodig is toegestaan. Handhaving op dit punt is lastig omdat men de omstandigheden waarbij het gebeurt niet kent. Bovendien staat het Rijk niet te springen om te handhaven. Het convenant Duurzaam Bouwen is bij de gemeente bekend. Het is ook de intentie zich hierbij aan te sluiten. De situatie van het nieuwe grondtransport kan de wethouder niet mooier maken dan die is. Vandaag heeft de wethouder wat meer details hierover gehoord. Hoe de gang van zaken heeft kunnen plaatsvinden, gaat men uitzoeken. Wel weet men dat de vergunning is verleend nadat de ODRU contact hierover heeft gehad met de gemeente. De gemeente was dus op de hoogte van de vergunningverlening. De heer Van Sligtenhorst wijst nogmaals op de nota Vergunningverlening. Daarin staat duidelijk aan welke voorwaarden men moet voldoen voordat een vergunning verleend kan worden. Wanneer men naar de vergunning kijkt, dan blijkt dat er niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Is er nog iets aan de verstrekte vergunning te doen? Wethouder Van Uden komt op dit punt terug. De heer Brouwer constateert dat er een verleende vergunning ligt.
Wanneer gaat de aannemer daar gebruik van maken? Heeft het college aanvullende eisen overwogen? Bijvoorbeeld met wat voor soort voertuigen het werk moet worden uitgevoerd. Hoe lang gaan de transporten op de betreffende locatie plaatsvinden? Wat gaat de gemeente doen in de tijd dat de vergunning loopt en het moment dat de raad erover verder geïnformeerd wordt?
4
Wethouder Van Uden zal in ieder geval met de aannemer contact opnemen om ervoor te zorgen dat de transporten op de minst belastende wijze zullen plaatsvinden. Parallel daaraan zoekt men uit wat er mogelijk is met extra voorwaarden, hoe de vergunningverlening heeft kunnen plaatsvinden en waarom het college zo laat op de hoogte was van de verlening. Op korte termijn zijn de inspanningen gericht op minimalisering van het probleem. Wat betreft de Dukaton meldt de wethouder dat men natuurlijk in contact treedt met de omwonenden wanneer er sprake is van een reconstructie. Of er een reconstructie komt, weet de wethouder niet. Op dit punt komt men terug. De wethouder excuseert zich voor het punt dat de vragen over de asbestdaken te laat worden beantwoord. Volgende week komt het punt asbestdaken in het college. De Eerste Kamer heeft niet ingestemd met de wet rondom asbestdaken. Volgende week komt er meer informatie over de asbestdaken. De heer Luijben aanvaart de excuses. De heer Brouwer meldt dat de provincie Overijssel subsidies gaat verlenen om asbestdaken te vervangen voor zonnedaken. Wellicht kan de wethouder contact opnemen met de provincie Utrecht om te horen of dergelijke plannen ook hier spelen. Wethouder Van Uden neemt het laatste punt mee. De gemeente is niet betrokken geweest bij de benoeming van de klimaatburgemeester. Men is er alleen over geïnformeerd.
De burgemeester heeft de klimaatburgemeester deze week ontvangen en er heeft een informatief gesprek plaatsgevonden. De heer Luijben is benieuwd wat dan de betekenis van de klimaatburgemeester is. Kennelijk stelt het niets voor. Wethouder Van Uden denkt niet dat het Rijk het zo zou zeggen. Er gaat in elk geval een signaalwerking vanuit. De voorzitter meldt dat de klimaatburgemeester zich vanavond via een inspraak zal voorstellen aan de raad. Wethouder Kroon meldt dat in het persbericht over de overeenkomst met Argon nadrukkelijk was vermeld: na instemming van de gemeenteraad. Men wilde het punt graag bespreken op de projectenavond begin november. Deze avond is verschoven naar 18 november. Op deze avond wordt de overeenkomst toegelicht. Net zo goed als het punt met CSW. Meldt u dus aan voor deze projectenavond. Dan is men gelijk op de hoogte van de bouwplannen. Door het attenderen op Kleine landschapselementen heeft de gemeente dit nader bekeken en men heeft zich inmiddels daarbij aangesloten. Morgenochtend speelt een kort geding over het woonwagenkamp dat is aangespannen door de bewoners. Vandaag is de uitspraak over het bestemmingsplan Buitengebied ontvangen. Die uitspraak wordt nu bestudeerd. Voor bijna 100% krijgt de gemeente gelijk. Op een paar punten is het inzicht van de Raad van State anders. Meer informatie hierover volgt.
5
Op de Marickenlaan gaat men maatregelen nemen. Er komen drempels. Wat men in Vinkenveld gaat doen moet nog even besproken worden met de collega. Van beide situaties moet men leren wat men bij nieuwe wijken gaat doen. De wethouder kan de zorgen over het park bij De Meijert niet wegnemen. Op 18 november zal de wethouder de raadsleden ook bijpraten over De Meijert en de mogelijke varianten. Daarna volgt het gesprek met elkaar wat men daar wil. Mevrouw Freeve is benieuwd of men volgende week alleen de nieuwbouwkant van het project bij Argon gaat bespreken of ook de aanpak bij Argon en die bij CSW. Wethouder Kroon meldt dat het totale project besproken gaat worden. Dus ook beide kanten van de zaak. Daarover kan men alle vragen stellen die men wil. De heer Brouwer brengt naar voren dat er ook een andere sportvereniging gebruik maakt van veld 7. Is er met die vereniging ook gesproken? Wethouder Kroon antwoordt dat hierover volgende week tijdens de projectenavond informatie wordt verstrekt. De heer Luijer denkt dat het bij De Maricken niet alleen gaat om het gedrag met betrekking tot de snelheid. Het gaat ook over de ontsluiting van De Maricken. Wordt dit aspect meteen meegenomen in het denken over maatregelen? De heer Evers brengt naar voren dat over dit punt al eerder schriftelijke vragen zijn gesteld. Daarbij is ook het punt toekomstige ontsluitingen naar voren gebracht.
Men hoopt nu daar ook antwoord op te krijgen. De heer Schreurs is benieuwd of bij de behandeling volgende week van het project Argon men ook concreet gaat worden over cijfers, aantallen en bedragen? Of wordt er alleen gesproken over de planologische situatie? Spreker denkt dat geld een grote rol speelt bij de besluitvorming over het wel of niet laten doorgaan van het project. Wethouder Kroon wil zeker ook cijfers laten zien inclusief de reden dat men bepaalde bedragen kan toezeggen om het project mogelijk te maken. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen of mededelingen meer zijn.
c.
Gemeenschappelijke Regelingen Er worden geen onderwerpen over Gemeenschappelijke Regelingen naar voren gebracht.
6.
Punten voor de raad van 25 november 2021
a.
Ontwikkelkader De Hoef Oostzijde 67a, raadsvoorstel 64/21
6
De voorzitter kondigt de insprekers aan. De heer B. Ojevaar, mevrouw A. Janmaat, de heer L. Koperdraad en de heer C.J. Sikkel. Daarna wordt de inspraakprocedure uitgelegd. De heer Ojevaar begint aan te geven dat de bewoners van Oostzijde 67 tot en met 74 b zijn fel gekant tegen het plan. De communicatie was zeker niet optimaal. Er is drie keer een versie van het ontwikkelingskader ontvangen. De stukken zijn telkens gewijzigd, waardoor men verplicht was om alles opnieuw door te nemen. De gebruikte taal daarin was niet helder. Waarom heeft men de wijzigingen in het document niet even aangegeven? In de correspondentie wordt het aantal bewoners waarover het gaat niet correct aangegeven. Het plan wordt positief omschreven, maar de contra’s zijn onderbelicht. De kwekerij is al meer dan tien jaar geleden gestopt in plaats van recentelijk. Men wekt de schijn dat de onrust bij de bewoners is weggenomen. Het tegendeel is waar. Om ons mee te krijgen heeft de projectontwikkelaar een aantal bewoners een stuk grond aangeboden grenzend aan de achtertuin. Het lijkt een geschenk, maar men was al verantwoordelijk voor het onderhoud van de groenstrook en het schoonhouden van de sloot. Dat brengt kosten met zich mee. Men heeft een aantal voorwaarden, hagen en hekjes en overdrachtskosten, gesteld aan de overdracht van de grond.
De ontwikkelaar wilde een aantal voorwaarden inwilligen onder de voorwaarde dat men geen bezwaar tegen het ontwikkelplan zou inbrengen. Dat is niet geaccepteerd om de mogelijkheid tot bezwaar open te houden. Men heeft aangegeven open te staan voor gesprek, maar daarop is niet gereageerd. De communicatie over de grond is ook onduidelijk. Naast de zorgen over de grond zijn er ook zorgen over de breedte van de weg. Er worden in de stukken verschillende breedtes aangegeven. Wanneer het project doorgaat dan maken de bewoners zich zorgen over de verzakking van de opstallen en de tuinen. Veel wijsheid voor het nemen van een beslissing. De heer De Dood vraagt of de initiatiefnemer ingegaan is op de voorwaarden respectievelijk wensen van de bewoners. De heer Ojevaar antwoordt dat er op de vraag om een concreet plan geen antwoord is gekomen. De heer Evers dankt de inspreker voor de belangrijke informatie die niet in het voorstel staat. Wanneer men goed luistert is de inspreker in principe niet tegen zeven woningen op die plek. De heer Ojevaar weerlegt dat. Men is fel gekant tegen het plan. De heer Evers begrijpt niet waarom de inspreker komt met een verhaal over het onderhoud en de sloot. Teken dan gewoon bezwaar aan tegen het plan. Het lijkt erop dat men een voorbehoud maakt. Is het probleem van onderhoud opgelost, dan wil men wel verder praten. De heer Ojevaar ontkent het voorbehoud.
Men is tegen het plan. De heer Evers constateert dat de bewoners daar tegen het de bouw van woningen op die plek zijn.
7
De heer Ojevaar bevestigt dit. Men is niet goed geïnformeerd door de projectontwikkelaar met betrekking tot de strook grond en het water. De heer Evers geeft aan at men alles moet doen om te kunnen bouwen om het grote woningprobleem in de gemeente op te lossen. Da geldt ook voor De Hoef. Is men dan principieel tegen de zeven woningen? De heer Ojevaar geeft aan tegen te zijn. Iedereen wil woningen in De Hoef, maar niet in de achtertuin. Mevrouw Freeve vraagt zich af wat het grootste argument is van de heer Ojevaar om op die locatie geen woningen te willen. De heer Ojevaar antwoordt dat het om het uitzicht gaat en de overlast en de privacy in verband met de nieuwe huizen. De heer Van Sligtenhorst vraagt waar de heer Ojevaar nu eigenlijk het meeste bang voor is. Het pad dat er nu is achter de huizen wordt een weg. Die wordt gebruikt door de bewoners van de toekomstige zeven huizen. Waar is men nu zo bang voor? De heer Ojevaar geeft aan dat het om de weg en de woningen gaat. Ook ligt het pad dan wel de weg buiten de rode contour ligt. Daarnaast is het de privacy, de uitkijk en het geluid. De heer Schreurs brengt naar voren dat de kwekerij die gestopt is daarvoor wel actief was. Hoe was toen de belasting van de omgeving? De heer Ojevaar geeft aan dat men er niet veel last van had. Men werkte met een klein trekkertje door de week. Het was kleinschalig.
De vrachtwagens reden op een ander traject naar beneden. Na het stoppen van de kwekerij is de grond verkocht aan Natura 2000. De bewoners hebben daardoor een prachtig uitzicht. De heer Schreurs veronderstelt dat, wanneer de grond van Natura 2000 is, er geen woningen op die grond komen. De heer Ojevaar antwoordt dat op die grond geen woningen komen, maar wel langs de weg die er gaat komen. Die ligt tegen het gebied aan. Mevrouw Janmaat geeft aan dat men destijds voor het huis had gekozen vanwege het prachtige uitzicht. De bestaande brug was vanwege de lage ligging geen belemmering. De brug was alleen voor de kweker en het personeel en klein materieel. Men is zeer bezorgd over het bouwplan dat nu besproken wordt. Verliest men het mooie uitzicht? Komt er meer lawaai? Dat er zomaar een weg buiten de rode contour aangelegd kan worden, heeft spreekster ten hoogste verbaasd. Kan dat zo maar? Dan het punt dat er nu eerst sprake is van zeven woningen. Wat gebeurt er daarna? Wordt er dan meer gebouwd? Op dat punt heeft men weinig vertrouwen in de overheid. Verbazing was er ook dat r nog een stukje grond binnen de
8
rode contour bleek te vallen. In de eerste plannen van Utrecht-West viel dat stukje er niet onder. Het plan Utrecht-West is later aangepast zonder overleg met de bewoners. Spreekster beseft dat het gewenst is dat er in De Hoef huizen gebouwd worden. Echter, biedt dit kleinschalige project een oplossing voor de woningbehoefte? Spreekster denkt dat de aanwonenden een hoge prijs betalen voor het project. Aan het woongenot en de privacy van de aanwonenden wordt te weinig aandacht besteed. Graag ziet de inspreekster dat de raad die overwegingen meeneemt in de besluitvorming. De heer De Dood denkt uit de inspraak te kunnen opmaken dat er vooral bezwaar is tegen de ontsluitingsweg en in mindere mate tegen de te realiseren woningen. Of is dat incorrect? Mevrouw Janmaat heeft bezwaar tegen beide. Die zaken zijn gekoppeld. De heer De Dood vraagt of het een optie is wanneer de ontsluiting op een andere manier gerealiseerd kan worden. Mevrouw Janmaat is benieuwd of die optie er is. De heer Evers brengt naar voren dat het duidelijk is dat die toegangsweg alleen voor die zeven woningen bestemd is. Dat staat in de stukken. Is dat bij de inspreekster bekend? Mevrouw Janmaat antwoordt dat het in de stukken staat. Echter, men heeft nooit bevroedt dat een pad in een gewone weg omgevormd zou worden.
Dus, waar moet men vanuit gaan? De heer Evers is benieuwd hoe de inspreekster kijkt naar maatregelen die de privacy van de omwonenden beschermen voor de bewoners van de nieuw te bouwen woningen. Is dat een haalbare oplossing? Mevrouw Janmaat wil wel graag het zicht houden op de polder. Dat is toch waar het om gaat. De heer Evers wil weten of men dat uitzicht, dat woongenot, wil delen met anderen. Mevrouw Janmaat antwoordt dat men dit voorlopig even niet wil delen. Mevrouw Freeve constateert dat de inspreekster wel het belang van woningen in De Hoef ziet. Zijn er andere plekken waarvan het logisch zou zijn om die huizen te bouwen? Mevrouw Janmaat denkt dat er vanuit De Hoef al verschillende keren plekken aangegeven zijn. Soms vallen die toevallig niet in de door de provincie aangegeven rode contour. Het dorpscomité kan daar meer over zeggen. De heer Van Sligtenhorst heeft technische vragen gesteld over het project. Daarbij was de vraag of er gesprekken geweest zijn met omwonenden. Uit het antwoord blijkt dat de plannen op basis daarvan zijn aangepast. Kan de inspreekster zich in de aanpassingen herkennen? Of zijn de aanpassingen anders dan men graag zou willen?
9
Mevrouw Janmaat vindt dat er deels wel aan de omwonenden gedacht is. Er komen minder woningen. Echter, men is eigenlijk tegen het hele plan. Dat zou van tafel moeten. Men is in gesprek geweest. Toen werd aangegeven dat men wel op een aantal punten met de omwonenden wilde meegaan met de voorwaarde dat men geen bezwaren meer zou indienen. Men heeft altijd aangegeven niet voor het project te zijn. De heer Van Sligtenhorst vindt de situatie wat lastig. De omwonenden kunnen altijd bezwaren indienen tegen het plan. Mevrouw Janmaat geeft aan dat, wanneer als voorwaarde wordt gesteld dat men geen bezwaren mag indienen, men al negatief op het plan gaat reageren. De heer Koperdraad woont sinds halverwege de negentiger jaren aan De Hoef Oostzijde. In die periode was opeens het karrenpad langs het huis verhard met puin. Het pad was een alternatieve toegangsweg naar de kwekerswoning. Geen punt, omdat de oorspronkelijke toegang tot de woning niet meer gebruikt kon worden. De voormalige kwekerij had een eigen toegang. Nu wordt uitgerekend de alternatieve toegangsweg de toegangsweg naar de te ontwikkelen woningen. Die woningen komen binnen de rode contour, maar de toegangsweg valt daarbuiten. De omwonenden zijn onaangenaam verrast door de planning van een toegangsweg buiten de rode contour. Als burger denkt men dat zo’n weg alleen binnen de rode contour te plannen is.
De bewoners zijn dan ook verbaasd dat de gemeente hier medewerking aan verleend. Men voelt zich misleid en op het verkeerde been gezet. De geplande toegangsweg loopt langs het huis van de spreker en vervolgens achter de tuinen van de omwonenden. Naar verwachting komen er door de nieuwe woningen minstens tachtig verkeersbewegingen per dag over die weg. Hoe kan de VVE van de nieuwe woningen een serieus en betaalbaar onderhoudsplan voor die weg kan maken? Daarnaast constateert men bodemdaling bij de bestaande percelen. Welke maatregelen gaat men nemen om de bodemdaling als gevolg van het plan tegen te gaan? De omwonenden verwachten schade door zwaar bouwverkeer en de toekomstige dagelijkse verkeersbewegingen. Dat allemaal door een pad dat jaren geleden is aangelegd en dat buiten de rode contour valt. De heer Schreurs is benieuwd hoe het project waar de inspreker woont indertijd tot stand is gekomen. De heer Koperdraad weet dat niet. Het huis is gekocht toen het bijna klaar was. De heer Schreurs kan zich voorstellen dat de geschiedenis zich in zekere zin herhaalt. Bebouwing langs het lint en dan daarachter huizen. De heer Koperdraad merkt op dat het niet om een tweede rij gaat maar om een derde rij. Wat wil de heer Schreurs zeggen met zijn opmerking? De heer Schreurs is alleen benieuwd hoe de situatie indertijd en nu tot stand is gekomen.
De heer Koperdraad stelt dat er indertijd sprake was van een andere situatie. Het was toen of woningen of een dorpshuis. Het project van nu is zo kleinschalig dat niemand er wat mee opschiet. 10
De heer Schreurs vraagt of de inspreker zich wel iets kan voorstellen bij een plan met drie à vier woningen die passen in het landschap in plaats van het voorgestelde plan. De heer Koperdraad zal zich in dat geval de vraag stellen welke impact zo’n klein plan met zich meebrengt. Echter, het zal ook overlast veroorzaken. De heer Evers heeft geconstateerd dat er op nummer 68 sprake is van een camper- en caravanstalling. Die stalling ziet er rommelig uit en belemmerd voor een deel al het uitzicht. Dat kan toch nooit veel slechter worden door een paar woningen. De heer Koperdraad antwoordt dat dit niet correct is. Wat voor nummer 68 geldt, is anders dan bij nummer 74. Tussen beide nummers zit een behoorlijke afstand. De heer Evers begrijpt dat bij nummer 74 de stalling minder belemmerend is voor het uitzicht. De heer Koperdraad merkt op dat de geplande woningen schuin achter de bestaande bebouwing van nummer 74 komen. Men zal met name last hebben van de toegangsweg. De heer Evers constateert dat men de toegangsweg echt als een belemmering zie. De heer Koperdraad benadrukt dat er indertijd sprake was van een strook gras dat later een pad werd. Dat is heel wat anders dan een toegangsweg. De heer Sikkel denkt dat het plan een tegenvaller wordt. De toelichting leest als een brochure waarin de positieve kanten onderstreept worden en de negatieve aspecten onderbelicht blijven.
Woorden doen ertoe, omdat zij de interpretatie van de werkelijkheid sturen. Van een beleidsstuk zou men toch mogen verwachten dat het feitelijk juist is. Dat daarin zorgvuldig een afweging wordt gemaakt van de voors en tegens. Op dat punt schiet het beleidsstuk tekort. Het ontwikkelingskader schetst een beeld dat heel De Hoef staat te juichen omdat er eindelijke een plek is gevonden waar de broodnodige huizen gebouwd kunnen worden. Daarnaast wordt de indruk gewekt dat er langs de ontsluitingsweg een paar dwarsliggers wonen die de voorspoed van het dorp moedwillig in de weg staan. Het gaat niet om een paar dwarsliggers, maar om tweeëntwintig omwonenden die bezwaar hebben. Of wel op twee na alle omwonenden. In de toelichting wordt gesproken over een mogelijke toekomstige aansluiting op een ontwikkeling van het noordelijk gelegen perceel. Er wordt niet aangegeven dat de omgeving mordicus tegen is en dat het onverenigbaar is met het bedrijf dat nu op het perceel actief is. Het gaat om een familiebedrijf waarvan de volgende generatie zich al opmaakt om het bedrijf over te nemen. Het bedrijf voelt de dreiging van huizen pal naast de grond van het bedrijfsterrein. Een conflict met de eigenaren van de nieuwe woningen wordt als het ware meegebouwd. Men leest dat er nu nog grote schuren staan en dat nader onderzoek moet uitwijzen of daar woningbouw mogelijk is.
Men kan het niet anders zien dan dat men al plannen maakt over een gebied dat buiten het plangebied ligt. Een bedreiging voor de toekomst van het bestaande bedrijf. Deze verkapte aanval op een onderneming kan en mag de raad niet voor haar rekening nemen. Met het ontwikkelingskader en de toelichting alleen is de raad onvoldoende geïnformeerd. Voor een goed oordeel moet men zich minstens ook in de 11
bijlagen verdiepen en de locatie te bezoeken. Men tracht iets te realiseren op een plek waarop dat eigenlijk helemaal niet kan. De twee mensen die niet gereageerd hebben, hebben dit gedaan omdat men er niets mee te maken wilde hebben. Omdat men aan een eerdere bouw op een ander terrein al een trauma had overgehouden. De man is inmiddels overleden. De gemeente gebruikt ze echter nog steeds als geen tegenstanders van het plan. Dat is misbruik van de omstandigheden. Echter, kennelijk is reclame voor het project belangrijker dan menselijkheid. Kortom er is totaal geen draagvlak in de directe omgeving voor het project. De heer Schreurs komt terug op het deel van het betoog over de inzet van een echtpaar voor reclame. Dat komt heftig over. De heer Sikkel is het daar mee eens. De heer Schreurs vraagt wat men zich daarbij moet voorstellen. De heer Sikkel merkt op dat in de toelichting wordt aangegeven dat dit echtpaar belangstelling heeft voor een van de seniorenwoningen in het project. Die belangstelling is er niet. Bijna twee jaar geleden is de man overleden en heeft de weduwe het huis verkocht. Nog steeds gebruikt men het echtpaar in de toelichting om het project aan te prijzen. Dit, ondanks het feit dat de omwonenden de projectontwikkelaar en de ambtenaren op de veranderde situatie hebben gewezen.
De voorzitter dankt de insprekers voor hun inbreng en gaat vervolgens over tot de eerste termijn van de behandeling. De heer De Dood vindt de inspraak verhelderend. Wel heeft De Hoef behoefte aan woningen. Bij veel mensen in De Hoef komt de vraag op wie er in die woningen gaan wonen. Krijgen mensen uit De Hoef de mogelijkheid? Het project is klein, maar wel gewenst in De Hoef. Spreker neemt alles wat gehoord is tijdens de inspraak mee bij de beoordeling van het project. Is er een andere ontsluitingsweg dan aangegeven weg mogelijk? De heer Evers heeft gehoord dat er ooit een weg is geweest naast nummer 68 die door een conflict niet meer in gebruik is. Is dat bekend? Heeft men ernaar gekeken? Spreker is wel gelukkig met de woningbouwontwikkeling, hoe klein dan ook. Zeker bij dit project, omdat er exclusief starterswoningen in zijn opgenomen. Het is wel van belang dat er voor de starterswoningen een anti-speculatiebeding komt. Een zorg is hoe men de gemeenschappelijke tuin moet regelen. Daar moet men alert op zijn. De nu voorziene toegangsweg is wel een belangrijk punt. Daar moet men goed naar kijken. De heer Schreurs meldt dat er op een aantal punten nog wel wat opheldering van het college nodig is. Zeker in planologische zin. Uitgangspunten daarbij zijn de structuurvisie De Ronde Venen en de dorpsvisie De Hoef.
In de structuurvisie staat dat bouwen buiten de rode contour niet kan, maar dat bouwen wel mogelijk is tegen de grens van die contour. Zijn er andere situaties denkbaar die vergelijkbaar zijn met de voorliggende? Wanneer woningbouw hier mogelijk is, zijn er mogelijk nog andere plekken waar dat zou kunnen. De vraag blijft wel of het 12
goede locaties zijn. In de dorpsvisie staat dat er met name gebouwd moet worden voor jonge gezinnen en niet voor starters en senioren. In die zin sluit het project niet aan bij wat in de dorpsvisie staat. Klopt de visie nog en sluit die aan op de actualiteit van vandaag? De heer Evers begrijpt de heer Schreurs niet. Jonge gezinnen zijn starters. De heer Schreurs is van mening dat jonge gezinnen niet automatisch tot de groep starters behoren. De heer De Dood denkt dat de opmerking van collega’s over de mening van het CDA, bouwen om te kunnen bouwen, niet correct is. Men neemt alle signalen mee voordat men een definitief standpunt over een project inneemt. De heer Schreurs vindt het goed dit te horen. Zo klonk het eerder niet. Verdergaand met het betoog, past het project in de visie zoals die er ligt. Zo ja, gaat er dan een precedentwerking vanuit? Wanneer men het project doorvoert, moet ook nog gekeken worden of de dorpsvisie nog aansluit bij de wensen van het college dan wel de raad. Zijn er nog mogelijke beperkingen in verband met de aanvliegroutes van Schiphol? In reactie op de heer Evers het punt dat starters een eerste woning betrekken en dat dit bij jonge gezinnen anders kan zijn. Misschien denkt het college er anders over. In de dorpsvisie staat dat men woningen voor jonge gezinnen wil. Het college kiest kennelijk voor een andere doelgroep in afwijking van die visie.
De heer Luijben vindt het positief dat er zeven woningen kunnen worden toegevoegd aan het woningbestand. Uitbreiding van het woningbestand is de eerste prioriteit in het belang van alle inwoners. Het is wel van belang dat omwonenden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken worden bij plannen en dat er naar hen geluisterd wordt. Bij het voorliggende voorstel is dat in voldoende mate gebeurd. Het is duidelijk dat men niet met ieders wensen voor 100% rekening kan houden. In principe kan men instemmen met het voorstel, maar dat hangt nog wel af van de reactie van de wethouder op wat naar voren is gebracht. Spreker gaat zeker nog op locatie kijken hoe de situatie eruitziet. Van de bezwaren is uitzicht niet zo’n sterk argument. Dat kan men niet claimen. Schade berokkend door het verkeer is te regelen via planschade. Mevrouw Freeve geeft aan dat er sprake is van een bekend dilemma. Waar moeten mensen wonen, terwijl niemand ze wil in de achtertuin. Zeker bij De Hoef speelt het uitzicht een belangrijke rol. Maar, men heeft geen recht op dat uitzicht. Graag wil spreekster van de wethouder een toelichting over hoe het precies met dat pad zit. Het pad mag als toegang tot de woningen gebruikt worden, maar zit wel buiten de rode contour. Mevrouw Groen kan zich inleven in wat er door de insprekers is gezegd. Gebouwd worden of niet, daarover komt een mening later.
Wel kan men zich aansluiten bij de heer Evers wat betreft het anti-speculatiebeding. Men is benieuwd hoe de wethouder reageert op de inspraak. De heer Evers merkt op dat men voor een anti-speculatiebeding is. Dat is wat anders dan de zelfbewoningsplicht. Over het laatste heeft men nog geen mening. 13
De heer Van Sligtenhorst merkt o dat men graag woningen wil. De plekken om ze te bouwen zijn beperkt. Zeker binnen de rode contour. Natuurlijk begrijpt men de insprekers wat betreft het uitzicht. Dat inleveren is moeilijk. Een beslissing op dat punt blijft lastig. Het lijkt erop dat het pad respectievelijk de toegangsweg een obstakel is. Kan dat mogelijk op een andere manier? Kan de wethouder nog iets verduidelijken over de bijdrage aan het vereveningsfonds? Het gaat over koopwoningen. Hoe kan men die behouden voor starters in de toekomst? Hoe gaat de wethouder het vervolgproces, het overleg tussen de initiatiefnemer en de omwonenden, borgen? Wethouder Kroon stelt vast dat het ontwikkelkader De Hoef Oostzijde voorligt. De wethouder heeft iedereen goed gehoord. De inschrijving voor de woningen ligt bij de initiatiefnemer. Echter, men kan zich voorstellen dat dit voorafgaand aan een openbare inschrijving plaatsvindt in een locatie in De Hoef. Men moet er dan wel voor zorgen dat de inwoners het weten. Daarmee kan het een beetje sturen binnen de wet- en regelgeving. Het anti-speculatiebeding neemt de wethouder mee om te kijken of dat mogelijk is. En hoe het mogelijk is. De locatie ligt binnen de rode contour. Dat is uitzonderlijk. Er zijn maar weinig plekken waar dat het geval is. Het pad, de toegangsweg, ligt buiten de rode contour.
Daarvoor moet men naar de provincie om het pad erbinnen te krijgen om de locatie te kunnen ontsluiten. De provincie is hiermee akkoord. Om die reden heeft men het voorstel kunnen voorleggen. In het verleden was de ontsluiting bij nummer 68. Die weg is halverwege de negentiger jaren verdwenen. Daardoor is het huidige pad de enige ontsluitingsmogelijkheid voor de betreffende locatie Er is een aantal ontwikkelkaders voorgelegd. Op basis daarvan zijn aanpassingen gepleegd. Minder woningen, een kleiner bouwvlak en geen doorgaande route. Met de omwonenden is uitgebreid gesproken over de inrichting en de grond. Men kan niet zeggen dat men wel de grond mag hebben, maar geen bezwaren meer mag maken. De nieuwe bewoners zijn verantwoordelijk voor onderhoud van tuin en het groen rond de huizen. Daar moeten ze wat voor vinden. De hoogtes van de huizen zijn conform de bestaande agrarische bebouwing. Op pagina 23 van de toelichting staat iets over het vliegen. Dat moet onderzocht en meegenomen worden bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Dat punt is geborgd. De heer Schreurs merkt op dat wat betreft het vliegen er sprake zou zijn van een belemmering. De vraag ging niet over de uitvoering van een onderzoek op dit punt. Wethouder Kroon is van mening dat men het eerst moet onderzoeken voordat men kan spreken over een belemmering. Vooralsnog denkt men dat het geen belemmering is.
In de dorpsvisie wordt gesproken over starterswoningen. Dan kan men nog twisten over het punt of een jong gezin als starter gezien moet worden. Er zijn twee starterswoningen en een paar woningen voor een jong gezin. Men kan er ook meer jonge gezinnen huisvesten. Voldoende flexibiliteit. Belangrijk is dat de woningen er kunnen komen. Bij het project is geen rekening gehouden met een vereveningsfonds, omdat de raad dat nog niet heeft vastgesteld.
14
De heer Evers denkt dat het vereveningsfonds nog geen uitgemaakte zaak is. Een definitief besluit is nog niet gevallen. Het fonds is nog onder ambtelijke bewerking. Wethouder Kroon heeft alleen opgemerkt dat het vereveningsfonds er nu niet is. Dat men daarom dit fonds niet kan toepassen bij dit project. De heer Evers denkt dat er nog steeds een kans is dat die toepassing wel kan. Er is behoefte aan sociale woningbouw. Wethouder Kroon merkt op dat de raad het hoogste orgaan is. Wanneer de raad besluit om bij alle projecten met terugwerkende kracht het vereveningsfonds te laten gelden dan is de wethouder daar niet tegen. De heer Evers constateert dat de wethouder ook niet weet of men het punt kan meenemen. Wethouder Kroon beaamt dat. Echter, op basis van de beschikbare feiten ziet de wethouder dat niet gebeuren. De borging van de betaalbaarheid wordt meegenomen met het punt antispeculatiebeding. Tweede termijn De heer De Dood denkt dat het voorstel naar de meningvormende raad moet. De heer Evers vraagt of de weg bij nummer 68 nu echt weg is. De heer Luijer denkt ook dat het voorstel naar de meningvormende raad moet. Met name het participatieproces is nog een dilemma. Mevrouw Freeve heeft ook nog wat problemen met de toegangsweg.
Is die andere mogelijke toegangsweg onderzocht? Of is dat geen optie? Dan nog de vraag over de afweging om het pad/de toegangsweg binnen de rode contour te brengen. Dat is nog steeds onduidelijk. Zeker is dat het voorstel naar de meningvormende raad moet. De heer Luijben stelt eveneens dat het voorstel naar de meningvormende raad moet. Daarnaast staat spreker even stil bij de opmerking van de eerste inspreker. Dat ging het over slechte communicatie. Spreker benadrukt dat wanneer er sprake is van communicatie dat men er goed op moet letten dat dit goed gebeurt. De communicatie op schrift was moeilijk leesbaar. Men moet duidelijke en heldere taal gebruiken zodat mensen zonder hulp van derden kunnen begrijpen wat er staat. De heer Schreurs heeft nog een probleem met het punt of er van dit plan, wanneer het doorgaat, een precedentwerking van uitgaat. Wanneer men aangrenzend aan de rode contour kan bouwen, dan zijn er veel meer plekken waar men dat kan doen. Tenminste als die plekken er zijn. Weet de wethouder dit? Men moet het wel overwegen bij een planologisch besluit. Bij kleine kernen zullen er ongetwijfeld meer plekken zijn die grenzen aan de rode contour waarop men zou kunnen bouwen. De vraag is of dat wenselijk is. 15
De heer Evers is van mening dat de PvdA/GroenLinks de gemeente niet in staat stelt om op een andere manier woningbouw te plegen. Men moet het gewoon doen met de kleine stukjes die er zijn aan de rand van de rode contour. De heer Schreurs begrijpt de conclusie van de vorige spreker niet. Er is nog geen uitspraak geweest of er op die locatie wel of niet gebouwd zou moeten worden. Er is alleen aangegeven dat, wanneer men dat wil, men moet kijken naar wat men in de verschillende visies heeft aangegeven. Vooralsnog moet het voorstel besproken worden in de meningvormende raad. De feitelijke situatie over de weg is helder. Of het wenselijk is, is een andere vraag. Het zou goed zijn om de oude dossiers uit de negentiger jaren nog maar eens te bekijken. De heer Van Sligtenhorst constateert dat het pad nog steeds een probleem is. Er is een andere toegangsweg geweest naar de woning op de kwekerij. Hoe kan het pad dat diende als toegang tot de kwekerij en daarna als toegang tot de woning ineens een weg worden? Mevrouw Groen geeft aan dat het de meningvormende raad moet worden. Wethouder Kroon meldt dat er over de mogelijke vijftig woningen gesprekken worden gevoerd met de provincie. Met de provincie en de dorpsraad is gekeken waar men in De Hoef vijftig woningen kan bouwen tegen de rode contour aan. De dorpsvisie is door de dorpsraad zelf vastgesteld.
De voorstelde toegangsweg komt niet binnen de rode contour. Er is wel toestemming om die weg als ontsluitingsweg te gebruiken. Die situatie komt vaker voor binnen de gemeente. Mevrouw Freeve constateert dat er hier dus geen sprake is van een uitzonderlijke situatie. Correct? Wethouder Kroon beaamt dit. Communicatie blijft een uitdaging. Brieven moet iedereen kunnen begrijpen. Voor toelichtingen van plannen ligt het wat moeilijker. Die problematiek is wat ingewikkelder. De wethouder snapt het punt en het heeft alle aandacht. Dan de weg. De weg bij nummer 68 is echt weg. Die komt niet terug. Vandaar de aangegeven toegangsweg. Gezien de discussie stelt de voorzitter vast dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat. Hiermee is de discussie over dit agendapunt gesloten.
b.
Woningtoewijzing Stationslocatie raadsvoorstel 61/21 De voorzitter kondigt de heer Bakker als inspreker aan. De heer Bakker geeft aan dat nieuwbouw bij GroenWest een hoge prioriteit heeft vanwege de grote tekorten aan sociale woningen. Samen met de gemeente heeft men de ambitie om tot 2040 1400 sociale woningen te bouwen. De ontwikkeling van de 35 sociale huurwoningen op de Stationslocatie dragen bij aan die ambitie. Naast nieuwbouw biedt de locatie ook de kans om een gemengd wonen concept te realiseren. Een woonvorm die waarde kan bieden aan wat kwetsbaarder inwoners. Vergunninghouders die nieuw zijn. Mensen met een lichte 16
zorgvraag die met wat hulp van buren zelfstandig kunnen wonen. Het idee van gemengd wonen is dat alle bewoners een bijdrage leveren. Het succes van het concept is wel sterk afhankelijk van de samenstelling van de bewoners. Men moet bewust kiezen voor gemengd wonen. Men moet naar elkaar willen omkijken. Het gaat om een totaalplaatje, dat men niet op voorhand kan kwantificeren. De ervaring leert dat het goed gaat wanneer de helft van de bewoners draagkrachtig is en met regelmaat naar de buren omkijkt. Daarom is men het eens met het voorstel om de helft van de sociale woningen regulier toe te wijzen. Echter, wel aan mensen waarbij het concept past. Via intakegesprekken checkt men dat. Alleen voor vergunninghouders is het lastiger om te bepalen of ze binnen het concept passen. Dat is een reden om binnen het project minder vergunninghouders te huisvesten. Daarnaast heeft men gemerkt dat, wanneer men vergunninghouders in grotere clusters huisvest, ze elkaar opzoeken. Zeker bij gelijktaligen. Wanneer men vergunninghouders gelijkmatig spreidt in de gemeente dan verloopt de integratie beter. Een tweede kans die de Stationslocatie biedt, is een kleinschalige clustering van wonen met zorg voor een of twee zorgpartijen. Binnen de bestaande woningvoorraad is dat niet te realiseren.
Het voordeel op de Stationslocatie is dat men het gemengd wonen concept kan ontwikkelen samen met de zorgpartij en de bewoners. Het raadsvoorstel stelt voor om 10% meer woningen toe te wijzen aan reguliere woningzoekenden. Het project is bij uitstek geschikt voor starters. GroenWest ondersteunt het gemengd wonen concept van harte. Om het samen met de gemeente, de zorgpartijen en de komende bewoners verder uit te werken. De heer Luijben is benieuwd wat clusteren bij de zorgbewoners betekent. Zitten die personen bij elkaar of wonen ze gespreid over de wijk? Men heeft begrepen dat de zorgbewoners graag dicht bij elkaar zitten. De heer Bakker antwoordt dat de zorgbewoners op de locatie dicht bij elkaar zit. Het gaat om 35 woningen die bij elkaar gesitueerd zijn. De heer Rouwenhorst heeft gehoord dat men de helft van de woningen regulier gaat toewijzen. Tegelijkertijd wordt er gezegd dat er intakegesprekken worden gevoerd om te bekijken of de potentiële bewoners geschikt zijn om aan een gemengd wonen project deel te nemen. Staan die zaken niet op gespannen voet met elkaar? De heer Bakker merkt op dat men na het intakegesprek een niet bindend advies geeft. De heer Rouwenhorst brengt naar voren dat er bij reguliere toewijzing nooit sprake is van een gesprek. Nu wordt er ook gezegd dat er voor de toewijzing nog een gesprek plaatsvindt. Dat staat haaks op elkaar.
Graag een toelichting? Wanneer men een niet bindend advies gaat geven de vraag waarom men dan een advies geeft. Moet iemand die regulier voor een woning in aanmerking zou komen dan ineens gaan vertellen dat men erg in is voor gemengd wonen? Al was het maar om de kans te vergroten om op die locatie een huis toegewezen te krijgen. De heer Bakker weet uit ervaring dat men daadkrachtige bewoners in het complex voor gemengd wonen nodig heeft. Na het advies trekken gegadigden meestal zelf wel de juiste conclusie.
17
De heer Rouwenhorst verschilt niet met de heer Bakker van mening. Echter, wanneer woningzoekenden dit weten dan kan men het punt ook als extra ondersteuning gebruiken om er een woning toegewezen te krijgen. Zonder dat men het wellicht meent. De heer Dekker geeft aan dat de aanpak elders wel goed heeft gewerkt. De heer Luijer brengt de reguliere toewijzing van de helft van het complex naar voren. Hoe waarborgt men de voorrang voor eigen inwoners? De heer Bakker denkt dat hiervoor binnen de gemeente een geldende regeling is. De heer Luijer denkt dat het voorrang geven aan eigen inwoners juridisch wat lastig is. Volgens de heer Bakker moet het kunnen met de geldende regeling. Mevrouw Freeve dankt voor de inspraak van de heer Bakker. Het heeft meer duidelijkheid gebracht in de vragen die spreekster had over het project. De heer Schreurs heeft zojuist gehoord dat landelijk gezien de ervaringen met de aanpak goed zijn. De heer Rouwenhorst heeft op dat punt zijn twijfels uitgesproken. Maakt iemand die eigenlijk niets ziet in gemeend wonen wel een kans op toewijzing? De heer Bakker denkt dat men nooit kan garanderen dat het gebeurt. Echter, de mensen realiseren zich na het intakegesprek wel in wat voor een complex men komt te wonen.
De heer Schreurs ziet ook als mogelijkheid dat iemand die eigenlijk niets voelt voor gemengd wonen, na het betrekken van een woning in het complex alsnog van gedachte verandert. De voorzitter dankt de heer Bakker voor zijn inspraak. Vervolgens start de reguliere behandeling van het agendapunt. De heer Rouwenhorst is van mening dat er een goed plan ligt. Er wordt mooi in percentages een verdeling aangegeven. In absolute cijfers gaat het om beperkte aantallen. Ga van start. Er ligt op de locatie een hele berg grond. Kan men ervan uitgaan dat die grond absoluut niet vervuild is? Tijdens een volgende sessie over de locatie wil spreker graag weten hoe de toegang tot die locatie geregeld wordt. De twee laatste punten hoeven nu niet beantwoord te worden. De heer Luijben kan ook akkoord gaan met het raadsvoorstel. Met name kan men instemmen met de wijzigingen betreffende de statushouders. Men apprecieert de aandacht van het college voor een zo groot mogelijke spreiding over de gemeente van de statushouders. Waardoor de acceptatie en opname in de gemeenschap beter kan plaatsvinden. De heer Schreurs vindt het heel goed dat het percentage sociale huur relatief hoog is op de locatie, namelijk de helft van het aantal geplande woningen. Van belang is de voorraad woningen voor vergunninghouders. De behoefte voor deze doelgroep is op dit moment lager dan toen men het plan opstelde.
Echter, ook nu gaat het om een momentopname. De 18
gemeente moet blijven voldoen aan de verplichting die zij heeft ten aanzien van het huisvesten van vergunninghouders. Men moet zich goed realiseren dat het ook nu om een momentopname gaat. In korte tijd kan de situatie weer anders zijn. Kan de wethouder aangeven dat de verplichtingen niet in het gedrang komen door de verandering in dit voorstel? De heer Rouwenhorst denkt dat de heer Schreurs een belangrijk punt naar voren heeft gebracht. Op basis van de cijfers in oktober zou blijken dat men nog veertig vergunninghouders zou moeten huisvesten dit jaar. Op basis van de jongste gegevens zouden het er nu elf zijn. GroenWest heeft in overleg met de gemeente dat die elf ook echt gehuisvest kunnen worden. Kan de wethouder hier nog even op ingaan? Mevrouw Dijkman kan zich prima vinden in de argumenten voor de wijziging in de doelgroepenverdeling. De heer Luijer meldt dat er binnen de fractie nog wel discussie is gevoerd over de veranderde doelgroepenverdeling. Nu spreekt men over negen woningen voor starters, negen woningen voor doorstromers en achttien woningen voor de reguliere woningzoekenden. Het is bekend dat doorstromers voor een soort domino-effect zorgen. Kan men niet beter wat minder woningen beschikbaar stellen voor reguliere woningzoekenden en wat meer woningen voor de doorstromers? Juist vanwege dat domino-effect.
De heer Van Sligtenhorst kan zich wel vinden in de doelgroepenverdeling. In het begin kan men nog wel sturen op wie er in de woningen gaan komen. Zorgen voor een evenwicht tussen de verschillende doelgroepen. Is het een doel om dat evenwicht ook in de toekomst te behouden? Mevrouw Freeve geeft aan dat iedereen graag een woning wil. Helaas, moet men in verband met schaarste steeds keuzes maken. Vooraf had men vragen over de verdeling. Echter, door de geruststelling dat de vergunninghouders een woning krijgen en door het gevoel dat er achter het concept een plan ligt, doet veel goed. Aangegeven is dat voor een deel van de woningen de loting wordt ingezet. Graag een verduidelijking op dit punt? Wat wil men ermee bewerkstelligen? Mevrouw Groen kan zich goed vinden in het concept gemengd wonen. De heer Schreurs komt even terug op het punt kernbinding. Daar zijn speciale regels voor. Volgens spreker geldt kernbinding niet voor Mijdrecht. Die geldt toch alleen voor de kleinere kernen.? Kan de wethouder op dit punt helderheid verschaffen? De heer Luijer brengt naar voren dat plaatsing als gevolg van kernbinding niet meer automatisch wordt toegekend op basis van postcode. Van de kernen in de gemeente wordt Mijdrecht genoemd als kern waar geen sprake is van kernbinding.
Wethouder Kroon brengt naar voren dat men in Mijdrecht geen kernbinding heeft omdat men maximaal 25% van de huurhuizen die men vrij krijgt, mag koppelen aan de kernbinding. Daarvoor is Mijdrecht te groot. Om mensen toch te behouden, heeft het college besloten om 19
een beleidsregel vast te stellen waardoor eigen inwoners uit De Ronde Venen toch voorrang krijgen op de Stationslocatie. De vragen over de mogelijk vervuilde grond en de toegang van de Stationslocatie komen op 18 november aan de orde. Wat betreft de statushouders kan de wethouder de commissie geruststellen. De gemeente moet met GroenWest dit jaar nog twee statushouders huisvesten. Daarmee heeft men dit jaar aan de huisvestingsverplichting voldaan. Mevrouw Freeve vindt het goed om te horen dat men aan de verplichting kan voldoen. Misschien kunnen er nog wel een paar meer bij. Wethouder Kroon vindt dat men soms ook tevreden moet zijn. Zeker bij dit onderwerp. Wat betreft het punt doorstromers geeft de wethouder aan dat er op twee locaties in Mijdrecht volledig ingezet wordt op doorstroom. Om die reden is het fijn dat men op de Stationslocatie negen woningen voor starters in de markt kan zetten. De mix tussen de verschillende doelgroepen binnen het gemengd wonen concept blijft men goed in de gaten houden. Dat sluit niet uit dat er tijdelijk wel eens een kleine verstoring van de verdeling kan optreden. Dan het punt van de loting. Het is bekend dat er veel mensen zijn die een lange inschrijftijd hebben. Die zouden op basis daarvan automatisch voorgaan op jongeren met een jaar of zeven inschrijftijd.
Als gemeente streeft men er binnen de mogelijkheden naar om na loting de kans voor de echte daadwerkelijke woningzoekende te vergroten. De heer Schreurs denkt dat het wat betreft de vergunninghouders niet gaat om de twee die de gemeente nog moet plaatsen. Het gaat om het aantal dat er nog aankomt. Tegen de tijd dat de woningen op de Stationslocatie staan, kan het weleens om heel andere aantallen van vergunninghouders gaan. Men moet ook in de toekomst voldoende capaciteit hebben om vergunninghouders te huisvesten. Wethouder Kroon brengt naar voren dat men best trots mag zijn op de gemeente en GroenWest, omdat men al jarenlang de huisvestingstaakstelling voor statushouders haalt. Het gaat er niet om of men de statushouders huisvest, maar het gaat om de zoektocht naar waar men ze huisvest. De heer Schreurs is met de wethouder trots dat men aan de taakstelling steeds heeft voldaan. De opmerking was bedoeld om aan te geven dat de situatie wel weer eens wat nijpender kan worden. Het is goed om te horen dat op dit punt geen problemen zullen ontstaan in de toekomst. Dat men aan de huisvestingsopdracht kan blijven voldoen. Gezien de discussie denkt de voorzitter dat er geen tweede termijn nodig is en dat het voorstel naar de besluitnemende raad kan. Hiermee is de discussie over dit agendapunt gesloten.
c.
Transitievisie Warmte, raadsvoorstel 66/21 De voorzitter kondigt mevrouw C. Bekker, de onlangs benoemde klimaatburgemeester van De Ronde Venen, aan als inspreekster. 20
Mevrouw Bekker geeft aan dat als onderdeel van de nationale campagne tijdens de nationale klimaatweek elke gemeente van overheidswege een klimaatburgemeester heeft gekregen. Deze burgemeesters zetten zich elk in de eigen gemeente in voor het klimaat. Mevrouw Bekker heeft zich voor de functie aangemeld omdat ze wil vertellen dat ze in de afgelopen jaren haar ecologische voetafdruk heeft gehalveerd. Iedereen zou dat kunnen doen. Het is zelfs noodzakelijk wanneer men de doelen van Parijs wil halen. Men moet mensen inspireren om nu al te beginnen en niet te wachten. Aan de commissie het verzoek hier ook aan mee te doen. Via de website mijnverborgenimpact.nl kan men uitrekenen hoeveel aardes de eigen leefstijl nodig heeft. Wanneer men zelf aan de slag gaat met duurzaamheid en het echt integreert in de eigen leefstijl, dan heeft men een beter idee wat de hele transitie inhoudt. Dan weet men ook hoe men de transitie aantrekkelijke en makkelijker kan maken voor de achterban. Begin in huis en begin met energie besparen. Nodig een energiecoach uit en voer een warmtescan uit. Wanneer men eenmaal bezig is met duurzaamheid, dan gaat men hiermee steeds verder. Om de klimaatdoelen te halen, moet men nu het nemen van maatregelen versnellen. De transitievisie Warmte wordt voor vijf jaar bepaald. Die visie is echter veel te vrijblijvend. Vijf jaar is een te lange periode.
Men moet de visie jaarlijks herzien. Formuleer subdoelstellingen die men in een jaar wil bereiken. Controleer of die doelstellingen gehaald zijn en zo niet, onderneem extra actie om ze alsnog te halen. Men zal zich veel inspanning moeten getroosten om inwoners mee te nemen. Men kan zich niet veroorloven om de klimaatdoelen niet te halen. In dat geval verdwijnt de gemeente onder water. Kortom, begin zo snel mogelijk met het verkleinen van de eigen ecologische voetafdruk en wordt actief als duurzaam gemeenteraadslid. Neem de regie voor het behoud van de gemeente. Mevrouw Freeve vraagt zich af wat nu eigenlijk de echte drijfveer is om als inwoner aan de slag te gaan met duurzaamheid. Mevrouw Bekker is van mening dat men duidelijker moet communiceren wat de gevolgen zijn van wanneer men niet met duurzaamheid aan de slag gaat. Doe dat op een positieve manier. Maak het aan de slag gaan met duurzaamheid aantrekkelijk. Daarmee beïnvloedt men het gedrag van mensen. Mevrouw Freeve is benieuwd of en wat de rol van de gemeente is bij het kweken van het urgentiegevoel. Mevrouw Bekker geeft aan dat de aanpak niet zonder de gemeente kan. Het probleem moet als een crisis worden benaderd. Met een top down communicatie en een actief klimaatbeleid. In het Urgendaplan staan al veel goede maatregelen.
De heer Brouwer vraagt hoe mevrouw Bekker haar rol als klimaatburgemeester de komende periode wil vervullen. Wat wil men uitdragen? Wie betrekt men erbij? Mevrouw Bekker denkt dat ze met de verkregen titel een soort mandaat heeft om beter met mensen in gesprek te gaan. Dat men eerder luistert. Spreekster is actief bij Energiek De 21
Ronde Venen en beheert de website. Daarop moeten verhalen komen van mensen die druk met duurzaamheid bezig zijn. Spreekster wil een soort beweging op gang brengen om tot een cultuuromslag te komen. De heer Evers denkt dat er al veel wordt gedaan binnen de gemeente. Ga uit van de positieve voorbeelden en zorg ervoor dat die zichtbaar en versterkt worden. Maar, dat gaat mevrouw Bekker vast doen. Mevrouw Bekker zal de inwoners positief en praktisch benaderen. Het eerste doel is meer energiecoaches opleiden en het verhogen van het aantal te maken warmtescans. Beginnen in eigen huis met duurzaamheid. Dat is het makkelijkst. Daarna volgen de moeilijker stappen vanzelf. De voorzitter dankt mevrouw Bekker voor haar inspraak. Vervolgens begint de eerste termijn van de behandeling van het raadsvoorstel. Mevrouw Freeve constateert dat men vooral inzet op isoleren en dat moet haalbaar en betaalbaar zijn. Wat is op dit punt de precieze doelstelling over vijf jaar? Is die doelstelling te kwantificeren of is dat bewust niet gedaan? Bij de warmtetransitie ligt heel erg de nadruk op wonen. Begrijpelijk. Echter, wanneer men kijkt naar bedrijven ziet men het realiseren van de warmtetransitie een stuk minder terug.
Is daar een reden voor? Weet de gemeente wat de inwoner echt aanzet tot het verduurzamen van het huis? Wanneer komen mensen in beweging? Is er onderzoek naar gedaan? Men ziet veel acties voorbijkomen, maar zonder te weten of die ook echt werken. Dit laatste zou passen bij de onderzoeken die genoemd zijn in deze visie. De heer Kroon stelt vast dat de visie neg geen overtuigend antwoord geeft op de vraag over hoe men de doelstelling kan behalen. Dat komt met name omdat er ingezet wordt op informeren van inwoners en niet op stimuleren van het ondernemen van actie. Opvallend is dat er nog geen wijkuitvoeringsplannen zijn en dat die ook niet gemaakt gaan worden. Dat betekent dat een inwoner niet weet welke oplossing voor hun wijk gekozen gaat worden. Dat geeft onzekerheid over wat men moet doen. Iets collectiefs of iets individueels. Moet men toch niet soortgelijke plannen maken? Plannen met oplossingen en een tijdslijn. In het geheel mist men ook een tijdspad met duidelijke doelen. Kan men een tijdspad maken met doelen om inzichtelijk te maken of iets wel of niet gehaald is. Het is onduidelijk of de klankbordgroep representatief is voor de gemeente. Wanneer dit niet zo is, dan weet men ook niet in hoeverre de bijdrage representatief is.