CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

09-06-2021 Politieke commissie Zon en Wind

Commissie Ruimtelijke Zaken 14 september 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen politieke commissie Zon en Wind d.d. 9 juni 2021 en politieke commissie Ruimtelijke Zaken & Publieke Werken d.d. 15 juni en 16 juni 202111.027 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Zon en Wind Datum:

9 juni 2021

Tijd:

19:30 uur

Plaats:

Digitaal via Teams

Registratienummer: Voorzitter:

Mevrouw S. Borgstede

Griffier:

Mevrouw J. Jonker

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), de heer C.W. Brouwer (CDA), de heer M.H. Brunia (D66), de heer A.J.C. Goldhoorn (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA/GroenLinks), de heer B. Richter (VVD), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP)

Meesprekers:

Geen

Wethouders:

De heer C. van Uden (D66)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de deelnemers gebracht. Om te voorkomen dat de vergadering tijd technisch uit de hand loopt, geldt er per fractie een spreektijd van twintig minuten. Bij interrupties loopt de klok ook. Wanneer men wil interrumperen dan kan men dit aangeven met het handje en tegelijkertijd met een interruptiemelding via de chat. De voorzitter memoreert dat er drie lange inspreekavonden zijn geweest. Via de griffie zijn veel documenten binnengekomen. De laatste stukken zijn vanavond op NotuBox geplaatst. Volgende week neemt de burgemeester nog twee petities in ontvangst.

2.

Verslagen van de inspreekavonden van 25 en 26 mei 2021 De verslagen zitten eveneens bij de stukken. Die zijn geen specifiek onderdeel van de discussie van vanavond. 1

3.

Beleidsnota Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens, inclusief uitvoering van motie 145/20 ‘Zoekgebieden en bescherming UNESCO Werelderfgoed-gebieden in De Ronde Venen’ en motie 146/20 ‘Inwonersparticipatie zoekgebieden’, raadsvoorstel 16/21 De heer Brouwer begint met aan te geven dat de gemeente al enige tijd de ambitie heeft uitgesproken om in 2040 duurzaam te zijn. Daar was toen ook draagvlak voor onder de inwoners. Inmiddels is de situatie anders. Er zijn verschillende onderzoeken geweest die elkaar wat resultaat betreft lijken tegen te spreken. Het CDA vraagt daarom eerst naar een ‘nieuwe’ visie op duurzaamheid. Wat gemist is, is een goede en duidelijke communicatie richting burgers over de wijze waarop men de ambitie wil waarmaken.. Dat blijkt uit de inspraakavonden. Dat moet in het vervolg beter. De RES spreekt over een 20/30 verdeling wat betreft windmolens en zonnevelden. Echter, het kan ook anders. Men kan beperkt beginnen met wind en eerst alle aandacht richten op zon, met name zon op dak. Wanneer het nodig is, kan men daarvoor het woningbouwbesluit aanpassen. Een deel van de RES-opgave, circa 30%, mag via innovatie. Wat spreker betreft mag dat meer zijn. Voor zon en wind is 50% van de opgave gereserveerd.

Gezien de bijverschijnselen van wind, onder andere geluid en gezondheid, kan men zich de vraag stellen of er voldoende ruimte is voor het plaatsen van de voorziene windmolens. Die bijverschijnselen kunnen leiden tot een vergrote afstand tussen de molens en de bebouwing. Voor men gaat plaatsen, is het beter eerst het RIVM-rapport af te wachten. Begin met zonnevelden. Ga de actie vormgeven, maak zo spoedig mogelijk nieuwe afspraken en communiceer dat helder. Dan weten de inwoners waarmee de gemeente bezig is en waarom het zo gaat. In de verschillende dorpen is er sprake een inwonersinitiatief. Daarbij wordt met inwoners aan de slag gegaan om te kijken hoe men als gemeenschap een bijdrage kan leveren aan de RES-opgave. Men moet deze dorpsinitiatieven voorrang geven, tenminste voor een bepaalde tijd - een jaar? - boven commerciële initiatieven. Men moet de initiatieven waar mogelijk ondersteunen. Graag de mening van de wethouder op dit punt. Een ander punt waarover meer helderheid moet komen, is de vraag waarom er bij dorpsinitiatieven aanbestedingen nodig zijn. Volgens spreker is dat niet nodig. Bij het vaststellen van de zoekgebieden is er sprake van veel emoties. Er is veel weerstand tegen de aanpassing van het unieke landschap door windmolens of grootschalige zonnevelden.

Om die reden kondigt spreker een amendement aan om de historisch buitenplaats zone uit te sluiten als zoekgebied. Om het gebied samen te laten vallen met zoekgebied Angstel Oost, dat al eerder als zoekgebied is uitgesloten. De minimale opbrengst moet dan verlaagd worden van 90 naar 70 TJ. Een punt wat niet aan de orde gekomen is, zijn de leges. Die kunnen heel hoog uitvallen. Waardoor projecten minder haalbaar worden. Er ligt al een gerechtelijke uitspraak dat colleges geen winst op leges mogen maken. Via een motie zal gevraagd worden of de gemeente tot een kostendekkende prijs voor de leges kan komen. Dat is zeker van belang voor de dorpsinitiatieven. Uiteindelijk is het belangrijk dat de gemeente per zoekgebied beslist, aanpassing van het zoekgebied of aanpassing van het bestemmingsplan. Ook hierover zal het CDA een motie indienen. Afrondend, samen met de eerder ingediende motie over zonnevelden op gemeentelijk vastgoed, zonnevelden op sportgebouwen denkt spreker dat men een stap naar voren zetten bij de verduurzaming van de gemeente. 2

Dank voor alle informatie die vanuit de gemeenschap is ontvangen. Die input heeft er voor gezorgd dat men goed overwegingen op duurzaamheid kon maken met, door en voor de inwoners van De Ronde Venen. Mevrouw Becker dankt het CDA voor de verrassende bijdrage. Blij dat het CDA om is en nu eigenlijk ook geen windturbines wil in de gemeente. Uit de drie inspreekavonden kwam duidelijk naar voren dat er geen meerderheid is voor windturbines in de gemeente. Dat is voor bestuurders heel frustrerend, omdat men een jaar geleden daar nog anders over dacht. Dan de 20% zonnepanelen op daken. Alleen is het de vraag waar die 20% op slaat. Gaat dat alleen over grote dakoppervlakten? Hoeveel van die 20% is er al gerealiseerd? Bij het afwegen van de zoekgebieden heeft men gekeken naar meningen van inwoners en belanggroepen, landschappelijke kwaliteiten en naar beperkingen. Uit de inspraakavonden bleek niet bepaald dat er voldoende naar inwoners is geluisterd. Vervolgens is er een lijst gemaakt van acht zoekgebieden, waarvan de eerste vier bekeken zijn of er mogelijkheden zijn om daar voldoende energie te winnen. Zo niet, dan komen de volgende vier zoekgebieden aan de beurt.

Waarom is er niet voor gekozen om een gebied te selecteren waar men een hoge opbrengst kan realiseren en waar men de minste tegenwerking kon verwachten? Volgens die methode zouden er niet in de hele gemeente op verschillende plekken windturbines en zonnevelden moeten komen. Met de aanpak was anders. Waarom is er geen ruimte voor zonnevelden gezocht op drassig terrein? Wanneer men naar de eerste vier zoekgebieden kijkt, bijvoorbeeld zoekgebied A, dan wordt aangegeven dat het gebied niet door inwoners totaal is uitgesloten. Het gebied is wel weidevogelkerngebied. Het maakt onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. In het gebied ligt een deel van de Stelling van Amsterdam. In de conclusie geeft de gemeente aan dat door het beperkte aantal beleidsbeperking het gebied zowel geschikt is voor wind als zon. Bij Angstel West geeft men aan dat inwoners moeite zullen hebben met opwekking door zon en wind, maar dat het gebied zeker gebruikt kan worden als zoekgebied voor zon en wind. De polders Eerste en Tweede Bedijking hebben te maken met hoogtebeperking door Schiphol. Dus geen windmolens. Dan de polder Groot Mijdrecht West is geschikt voor zon en wind. Waarom zijn deze gebieden geschikt geacht, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet zijn? Een Statenlid uit Noord-Holland heeft maandag ingesproken.

Die heeft aangegeven dat, wanneer de gemeente niet aan het bod van de RES betreffende zon en wind kan of wil voldoen, de provincie niet in kan grijpen. Wat is daar van waar? Dan de gezondheidsproblemen. Dat is door tientallen insprekers aangekaart. Die beroepen zich op diverse onderzoeken. Kan men niet veel beter de nog lopende onderzoeken afwachten voordat men politieke beslissingen neemt? De heer Goldhoorn merkt op dat men de afgelopen tijd te maken heeft gehad met voor insprekers en ondersteuners door het ondertekenen van petities. Daar mag men zich mee gelukkig prijzen. Goed voor het democratisch proces. Nu een beperking tot een aantal feiten. Aan het college de vraag of die kloppen. Er is een klimaatakkoord. Landelijk moet Nederland in 2030 35 TWh opwekken. De gemeente maakt deel uit van de RES en men heeft zich binnen de RES verplicht om een bod te doen. Tot op heden is geen bod gedaan. Het college voert in deze de opdracht van de raad uit. De raad heeft een ambitie meegegeven, maar die is niet bindend. Door voortschrijdend inzicht kan die worden gewijzigd. 3

Let daarbij op de motie van de VVD over een herijking, die de raad heeft aangenomen. Er liggen nu zoekgebieden voor voor zon en wind. Uit de inspraakreacties blijkt dat er voor wind geen draagvlak is. Zodra de 35 TWh landelijk is behaald, wordt de focus van land naar zee verplaatst. Het blijkt dat die 35 TWh op dit moment op een haar na is gerealiseerd. Het is bekend dat turbines op zee een goed alternatief zijn voor turbines op land. De opgewekte energie op zee vermindert de behoefte aan opwekking op land. Een groep inwoners en ondernemers binnen de gemeente wil over wind op zee een afspraak maken met de wethouder. In bijna alle verkiezingsprogramma’s wordt wind op zee gepropageerd in plaats van wind op land. Op dit punt is de reactie van het college zeer eng geformuleerd. Bij het niet plaatsen van windmolens zal de provincie noch het Rijk reageren. Men zal en kan geen aanwijzing geven. Een aanwijzing is alleen mogelijk wanneer de landelijke doelstelling in 2030 niet wordt gehaald. Men kan ook een aanwijzing geven bij het uit de RES stappen of in geval van infrastructurele problemen. Of wanneer de RES niet in het omgevingsbeleid van de gemeente wordt meegenomen. De laatst genoemde punten spelen niet. Ook andere gemeenten binnen de RES/U16 sluiten windmolens uit. Dat landelijk gezien steeds meer gemeenten zich bij deze trend aansluiten, laat zien dat er redenen voor zijn.

Die zijn allemaal door de insprekers genoemd. Ook zijn een uitspraak van de Raad van State en een van het Europese Hof voor de rechten van de mens niet gunstig voor windturbines. Alles bij elkaar genomen willen de inwoners massaal geen windturbines. Begrepen is dat de VVD op dit punt een amendement gaat indienen. Indien de 35 TWh landelijk wordt gehaald, is dan ook het plafond bereikt omdat de aandacht zich naar zee verlegd? Graag hierop een reactie. Is dan ook het plafond bereikt voor de SDE subsidie? Dat is een essentiële vraag met betrekking tot toekomstige investeringen. De heer Richter vindt de opdracht waar men met z’n allen voor staat een belangrijke. Men loopt niet weg voor de verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren. Maar het is niet eenvoudig. Het is van essentieel belang dat de opgave realistisch is. Realistisch wat betreft de opgave zelf, de mogelijkheden, de uitvoering en de fasering. Door alle ontwikkelingen en door veranderde regelgeving is een actualisatie en de herijking van de opdracht en de plannen noodzakelijk. Helaas, kon die herijking nog niet van start gaan doordat CDA, D66 en PvdA/GroenLinks tegen waren. Een gemiste kans. Spreker is dan ook verbaasd nu te horen dat de heer Brouwer een aanpassing voorstelt, alleen zonder participatie. Het maken van een fractiestandpunt over het voorliggende voorstel was niet eenvoudig.

Het is wel gepast om alle inwoners te bedanken die zich op allerlei mogelijkheden over het onderwerp hebben laten horen. Volgens spreker moeten er geen windmolens komen in de gemeente. De ruimte ervoor ontbreekt en er is geen draagvlak voor. Het laatste vanwege de mogelijke gezondheidseffecten en de effecten op flora en fauna. De voorliggende beleidsnota gaat uit van eerder vastgestelde ambities met gebruik van zon en wind. Gezien het huidige standpunt kan men het voorliggende raadsvoorstel dus niet vaststellen. Men kan ondanks dat wel starten met het vervolgproces. Dat kan plaatsvinden. De uitkomsten daarvan kunnen voor een aanpassing van de beleidsnota zorgen. Die nota kan dan weer opnieuw naar de raad. De zoekgebieden voor alleen zonnevelden zou men kunnen vaststellen. Met flexibiliteit. Wanneer geode initiatieven mogelijk zijn in het enen gebied, dan kan dat schelen voor een ander gebied. Daarom moet men ook geen minimale opwekking per gebied vastleggen.

4

Een aantal zoekgebieden dienen te worden aangepast. Een specifiek voorstel hiervoor heeft men gezien vanuit Energiek Baambrugge. Hoe kijkt de wethouder naar de aanvragen voor aanpassing van de zoekgebieden? De uitgangspunten dienen ook te worden aangepast in verband met de opwekking van zonne-energie. Kan men de financiële voordelen voor inwoners in een zoekgebied niet beter maken? Nu heeft men het over ‘streven naar …. ‘ en dat soort termen. Kan dit niet worden vervangen door een harde eis? Dan de gebiedscoördinator waarvoor een budget gevraagd wordt. Ruimte daarvoor zal in eerste instantie gevonden moeten worden in de bestaande personeelsbudgetten. De heer Klijn is tegen het voorstel. Daar is een aantal redenen voor. De inwonersparticipatie is tot nu toe volledig mislukt. Inwoners geven aan niet voldoende betrokken te zijn geweest. Inwoners vinden dat wind en in mindere mate zon op land niet in het landschap van de gemeente passen en dat het niet de oplossing voor de energietransitie is. Daarnaast gelden nog voor turbines specifieke redenen om tegen te zijn, zoals twijfels of zorgen over de invloed op gezondheid van mensen en de invloed op milieu en biodiversiteit. Dan de landschapsvernietiging. Het is ridicuul om windturbines van 200 m. in de gemeente toe te laten. Het past niet in het weidse karakter van de buitengebieden. Daar moet men zuinig op zijn.

Wind op zee is beter, maar ergens op land waar omwonenden er geen last van hebben, kan ook. Zonnevelden zijn minder zichtbaar, maar ze beïnvloeden het uiterlijk van de gemeente wel. Met deze voorstellen voor zon en wind, wordt geen oplossing geboden voor de energietransitie op langere termijn. Bij de voorgestelede vormen van energieopwekking blijven centrales nodig voor ondersteuning. Er zijn alternatieven aangedragen. Die kunnen ook voor deze gemeente interessant zijn. Het is belangrijk dat die verder onderzocht worden. Men wil eigenlijk geen energie meer steken naar zon of wind op land. Daarmee lost men het probleem niet op. Als gevolg hiervan wil men ook geen zoekgebieden vaststellen. Om die reden steunt men het voorstel dan ook niet. De grote vraag is wat men wel kan of wil doen. Vraag aan de wethouder. Is het juist dat de gemeente niet verplicht is zoekgebieden vast te stellen en dat de provincie pas wat kan doen wanneer de totale RES-opdracht niet gehaald wordt? In hoeverre is de wethouder beried om samen met de inwoners nog eens te bekijken hoe inwoners op een positieve manier een bijdrage kan leveren? De heer Stam complimenteert de voorzitter voor de wijze waarop de drie inspraakavonden geleid zijn. Spreker heeft, zeker met de inspraken in het achterhoofd, wat men met het raadsvoorstel moet.

Dat heeft geleid tot de bepaling van een aantal aandachts- of bespreekpunten met de commissieleden te delen. Vanaf vorig jaar is gevraagd naar de afwegingscriteria om te komen tot de zoekgebieden. Die zijn toegezegd, maar niet verstrekt. Men heeft een lijst met afwegingpunten ontvangen, maar op de vraag hoe dat uitgewerkt heeft op de zoekgebieden in een soort matrix, is geen reactie gekomen. Het is dus niet traceerbaar hoe het college is gekomen tot de indeling en de prioritering van de zoekgebieden. Ook heeft de gebiedsindeling op een aantal punten verbaasd. Gebied B en het Angstelgebied zijn raar ingetekend. Wat ook niet duidelijk is geworden, is de manier hoe het college tot een minimale en een maximale opbrengst per gebied is gekomen.

5

Graag daarover meer informatie, waarbij ook de oppervlakte van het gebied wordt betrokken? Het college geeft aan dat bij de keuze van de zoekgebieden is gekeken naar de zon- en windkaart. Spreker snapt dat, maar vindt dit nul waarde hebben. De uitkomst van de kaart is niet geloofwaardig en relevant. Wel of geen wind. Er is veel weerstand tegen wind, van helemaal niet tot niet, tenzij. De argumenten voor afwijzing zijn bekend, gezondheid, geluid, afstand, enzovoort. Spreker zegt nog niet radicaal nee tegen wind, omdat de energiemix ook van belang is. Men kan niet alles met zon oplossen. Wind blijft nodig. Echter, op basis van een aantal criteria. Niet gelijk met wind beginnen. De vervolgonderzoeken rondom gezondheid eerst afwachten. Als beleidsuitgangspunt een andere afstandsnorm te hanteren dan de nu geldende. Daar heeft spreker voorstellen voor gedaan. Ook moet men voor wind niet de volgorde van de zoekgebieden hanteren. Voor wind moet men eerder kijken welke gebieden er in aanmerking komen rekening houdende met afstandscriteria en draagvlak van de omgeving. Het college heeft een paar gebieden uitgesloten waarvan spreker denkt dat er wellicht toch iets mee te doen is. Denk aan de Vinkeveens Plassen en Groot Mijdrecht Oost aan de noordelijke kant. Denk bij de Vinkeveense Plassen aan zonnepanelen boven gezonken legakkers. Dat kan ook in een gebied dat moet gaan moerassen.

Men zou meten kijken naar de effecten van zonnepanelen op deze locaties. In welke mate is het wel of niet schadelijk. Men moet meer proactief zon op dak en de buurtmolens stimuleren. Hoe komt men aan de 20% van zon op dak en hoever is men op dit punt? Zijn er creatieve oplossingen om op compacte oppervlakten opwekking via zon te realiseren? Over inwonersparticipatie is ook van alles gezegd. Het is opgevallen dat onder de vele insprekers een aantal mensen was, dat met kennis van zaken over de materie spraken. Kan men niet meer gebruik maken van deze personen? Bijvoorbeeld als een soort adviesgroep om de gemeente te helpen om verdere plannen te maken. Er is over voorlichting van inwoners gesproken. In de reactienota als in de beleidsnota heeft het college aangegeven wat men op het gebied van communicatie naar inwoners heeft gedaan. Dat is niet niks. Het had misschien anders en beter gekund. De gemeente moet nog proactiever communiceren om draagvlak te krijgen. Spreker is geïnteresseerd in de voorstellen van het CDA. Zeer herkenbaar. Met elkaar kan men wellicht het raadsvoorstel goed bijspijkeren. De heer Goldhoorn meldt kort voor de vergadering een overzicht gekregen te hebben van diverse stichtingen. Die stichtingen zijn het niet eens met wat de heer Stam aangeeft als heldere verhalen van het college.

Hoe zou niet een goede weergave zijn van wat naar voren is gekomen op de drie inspreekavonden. De raad kan het goed vinden, maar wanneer de insprekers een andere mening hebben, dan moet men er wel aandacht aan besteden. De heer Stam denkt dat zijn betoog vrij helder was evenals de schriftelijke inbreng die vandaag verstuurd is. De heer Brouwer komt even terug op de minimale en maximale opwekking per gebied. Spreker vindt dat men voldoende heeft aan een minimale opwekking. Dan geeft dat duidelijkheid aan de inwoners.

6

De heer Stam zou dat moeten bekijken. Dat laat onverlet dat spreker behoefte heeft aan een verklaring van het college hoe men tot die getallen van minimale en maximale opwekking gekomen is. Dat moet men wel betrekken in de communicatie. De heer Brunia dankt alle insprekers voor hun bijdrage. Dank aan de ambtelijke organisatie en de griffie die de inspraak mogelijk hebben gemaakt en die voor de reactienota hebben gezorgd. De beleidsnota Zoekgebieden zon en wind speelt in op welke wijze De Ronde Venen de ambitie kan verwezenlijken. Kijkt naar de diverse mogelijkheden en geeft een beeld van de overwegingen die een rol spelen bij het afwegen van de verschillende mogelijkheden. Het geeft aan welke beperkingen er gelden. En welke delen van de gemeente daardoor afvallen als zoekgebied. Het geeft geen inzicht in wanneer men welk deel van de klimaatambitie kan realiseren. De beleidsnota is een logische stap in de uitvoering van het coalitieakkoord. Echter, uit de inspraakreacties en de massale ondertekening van de petities blijkt overduidelijk dat het draagvlak onder de inwoners voor windmolens heel smal dan wel afwezig is. Opvallend was dat veel insprekers zich pas de laatste maande bewust geworden zijn van het lopende proces. Actiecomités zijn veel beter in staat gebleken om de inwoners te bereiken dan de gemeentelijke campagnes.

Bij bezwaren tegen windmolens wordt heel vaak gerefereerd aan gezondheidsaspecten. De bezwaren hebben vooral betrekking op windmolens en in veel mindere mate op zonnevelden. Via communicatie moeten alle inwoners beter op de hoogte gesteld worden van alle relevante informatie. Men zal de informatiecampagne van de gemeente op die punten moeten evalueren. Dan zon op dak. Voor elke inwoner is de voortgang daarvan redelijk zichtbaar. Het is de vraag hoe men dat kan versnellen. De organisatie die daar werk van maakt moet men ondersteunen, ook financieel. Daarvoor denkt men aan een motie. Over de gezondheidsproblemen is nog weinig bekend. Om tot een goed oordeel te komen moet men weten wanneer windmolens leiden van beperkte hinder tot (zeer) ernstige hinder. Men weet dat het RIVM een expertisecentrum heeft geopend en dat er nadere effectonderzoeken op stapel staan. Voorlopig moet de gemeente geen vergunning voor windmolens afgeven. Eerst de resultaten van de verschillende onderzoeken afwachten. De heer Goldhoorn vraagt of het goed begrepen is dat de heer Brunia de zoekgebieden (voorlopig) gaat uitsluiten voor windmolens. Dat men zich aansluit bij het amendement? De heer Brunia vindt dat een wat snelle conclusie. Het is kennelijk niet goed uitgelegd. De conclusie is dat men voorlopig geen windmolens moet vergunnen. Er moet eerst meer zekerheid zijn op basis van de geluidsonderzoeken.

Dat is niet hetzelfde als dat men uitspreekt tegen windmolens te zijn. Het volledig uitsluiten van wind op land is geen begaanbare weg. Dan is men volledig aangewezen op zonnevelden. Dat betreft een gigantisch areaal. Daarnaast is een combinatie van zon en winde makkelijker aan te sluiten op het netwerk en het is ook rendabeler. Wat men betreft wind wel wil zijn de boerderijmolens. Met hun hoogte van 20 m. passen ze prima op agrarische bouwvlakken in het buitengebied. Men overweegt een motie over de uitbreiding van deze mogelijkheid. Er zijn mooie lokale initiatieven. Die initiatieven lijken de snelste manier om het verduurzamingsproces van de grond te krijgen. Die initiatieven moet men ruim baan geven. 7

Dat vraagt meer flexibiliteit in de openstelling van zoekgebieden zoals dat nu in het voorstel staat. Om die reden moet men de volgorde van de zoekgebieden loslaten. Om te voorkomen dat ontwikkelaars hun slag moet men een time-out voor commerciële activiteiten voor een bepaalde tijd in acht nemen. Dan nog een vraag aan de wethouder. Is er gekeken naar de mogelijkheden die het bedrijventerrein biedt? En naar de mogelijkheden van water (legakkers)? Onduidelijk is nog de invloed van de Veenweidestrategie. Die heeft gevolg voor Groot Mijdrecht. Spreker wil op voorhand daar niets verbieden, maar juist alles openhouden. Graag een rectie van de wethouder? De heer Kroon stelt vast dat het onderwerp leeft onder de inwoners. Het gaat natuurlijk wel ergens over. Veel mensen maken zich zorgen. Die zijn in alle vormen en gradaties langs gekomen tijden de inspraakavonden. Een scala van meningen die soms diametraal tegenover elkaar staan. De raad moet op basis van al die meningen een zorgvuldige afweging maken. Te beginnen met de lokale initiatieven. Het is interessant te horen dat bewonersgroepen gezamenlijk een plan willen realiseren voor opwekking van energie via zonnevelden en/of winmolens. Wanneer men wil dat energie via zon en wind een succes wordt dan is het draagvlak van het lokale initiatief van groot belang.

Energiek Baambrugge is het verst en voor men verder gaat vraagt men een exclusief mandaat voor een jaar om tot een oplossing te komen. Lukt dat, dan moet men voor die oplossing kiezen. Lukt het niet, dan kan men het gebied voor anderen open zetten. De vraag aan het college is of wat Energiek Baambrugge wil mogelijk is. Zo ja, zijn dan vergelijkbare initiatieven elders in de gemeente ook mogelijk? Daarnaast vinden inwoners gebied overschrijdende coördinatie van belang. Dat hangt samen met het punt dat inwoners hun eigen leefomgeving anders zien dan de manier waarop de gebieden nu zijn ingedeeld. Dat is gunstig voor lokale initiatieven. Kan het college in dit verband minder vasthouden aan de volgorde van de zoekgebieden? Dan de minimale en maximale opbrengst per gebied. Met de minimale opbrengst kan de gemeente in 2040 klimaatneutraal zijn. Het betekent wel een druk per gebied om een bepaalde doelstelling te halen. Kan men niet beter een gemeente brede opgave neerleggen? Hoe denkt het college hierover? Wat betreft participatie ziet men een oververtegenwoordiging van wat hogere leeftijden. Op zich geen probleem. Zet men bij het punt participatie wel voldoende in op alle groepen? Om jongeren te laten participeren, is een andere aanpak nodig. Kan men daar in de gebiedsprocessen daar meer aandacht aan besteden.

Wat communicatie betreft sluit spreker zich aan bij wat de CU daarover naar voren heeft gebracht. Over de zoekgebieden moet meer helderheid komen. Wanneer een deel van het gebied weinig kans van slagen heeft, dan moet men dat eigenlijk op voorhand uitsluiten. Met ander suggesties op dit vlak kan spreker zich wel vinden. Maar doe het, want dat geeft rust. Gebied K heeft op papier weinig beperkingen. Het is echter landschappelijk wel een aantrekkelijk gebied en door agrariërs wordt er geïnvesteerd in biodiversiteit. Hoe ziet men dan de kansen in dat gebied? Het industrieterrein Mijdrecht is geen onderdeel van de overwegingen voor de zoekgebieden. Waarom Niet? Zou dat niet wel moeten? Liggen daar geen kansen?

8

Spreker denkt dat het goed is om terughoudend te zijn met de Vinkeveense Plassen. Voor zonnepanelen op water bieden de Plassen mogelijk potentie. Kan het college hier een reactie op geven? Op het gebied van gezondheid moet men de onderzoeken afwachten. Op basis daarvan kan men aanvullende eisen opstellen in de voorwaarden voor eventuele initiatiefnemers. De natuurorganisaties vragen om het Natuurwetwerk Nederland en nog een gebied uit te sluiten. Dan blijft er niet zoveel over. Wat rigide, maar wel begrijpelijk. Kan men voor het weidevogelkerngebied opbrengsten uit andere energietrajecten gebruiken om het gebied een impuls te geven? De inschakeling van een landschapsarchitect bij de gebiedsprocessen is een goede suggestie. Hoe denkt het college hierover? Als laatste de leges. In hoeverre zijn die in deze gemeente afwijkend ten opzichte van andere gemeenten? In hoeverre is het logisch om de leges aan te passen met een speciale leges voor windmolens en zonnevelden? Wethouder Van Uden merkt opdat er een uitgebreid traject gelopen is. Veel inspraak vooraf. Er is met heel veel verschillende partijen gesproken. Elke inwoner die het wilde kon in gesprek met de wethouder. Waarom is het traject verlopen zoals het verlopen is. De raad heeft indertijd het spoorboekje aangenomen naar een klimaat neutrale gemeente in 2040.

Het voorstel voor zon en wind om die ambitie te realiseren is gebaseerd op het transitieplan elektriciteit dat de raad met grote meerderheid heeft aangenomen. Daarin staat dat men alles wat betreft zon en wind moet realiseren binnen de grenzen van de gemeente. Het college werkte binnen de door de raad gestelde kaders. Daarop is het voorliggende voorstel op gebaseerd. De wethouder is blij met de vele insprekers, ook met de insprekers tegen windmolens. Wanneer men met inwoners aan tafel ging enige tijd geleden en men wilde bij de werkelijkheid blijven, dan werd een goed gesprek lastig. Zeker wanneer men de foto’s van een van de websites zag. Het was natuurlijk nooit de bedoeling om windmolen(s) te plaatsen in de Vinkeveense Plassen. Ook niet aan de rand van een dorp. Dat is niet dit voorstel. Wanneer de raad dit voorstel ongewijzigd aanneemt, een kleine kans, dan kan het nog zo zijn nadat alle gebiedsprocessen doorlopen zijn, dat er geen windmolens komen. Op alle inspraakavonden heeft de wethouder aangegeven dat het bepalen van de zoekgebieden een stap in het proces is. Het hele proces kan er toe leiden dat men alleen van zon gebruik maakt en niet van wind. Draagvlak is belangrijk, zowel draagvlak bij inwoners als in de raad.

Wanneer men echt de stap wil zetten naar duurzaam 2040, het college wil dat graag, of een ander doel wanneer de raad het bestaande in de toekomst bijstelt, dan moet dat op een breed draagvlak kunnen rekenen. Het college ziet de lokale initiateven als een van de kernpunten om te komen tot een breder draagvlak. Men moet zich betrokken voelen bij het proces. Gemeentelijke communicatie, hoe uitgebreid ook, weegt in deze niet op tegen de onderlinge communicatie van burgers. Het vinden van de samenleving is heel belangrijk. Dat er een motie komt om inwoners beter te betrekken bij de ontwikkelingen, daar kan het college alleen maar positief over zijn. Wanneer men het beter had kunnen doen, dan had men dat graag gedaan. Iedereen moet uiteindelijk tevreden zijn over de participatie. Echter, inspraak betekent niet automatisch dat het college gaat doen wat iemand vindt. Op dit onderwerp is het onmogelijk om iedereen gelukkig te maken.

9

Ook al lijkt iedereen tegen windmolens te zijn, uit elk objectief onderzoek in andere gemeenten blijkt dat het draagvlak voor wind relatief positief is. Het deel van de bevolking dat tegen wind is, is heel erg tegen. Natuurlijk is het college van plan te wachten op het onderzoek van RIVM. Vergunningen voor windmolens worden pas afgegeven wanneer bekend is dat het veilig is. Wel ziet men dat hoe meer men zich druk maakt over windmolens hoe meer last men ervan krijgt. De heer Goldhoorn vindt dat de wethouder mensen die last hebben van windmolens te kort doet. Dat is jammer. Er zijn heel veel mensen die last hebben van windmolens. Dat is geen mentaal probleem. Wethouder Van Uden kan met het laatste niet helemaal instemmen. Dat blijkt uit onderzoek. Wat de wethouder wel vindt is dat men iedereen die last heeft van windmolens serieus moet nemen. Mensen moeten geen last krijgen van zaken die de overheid goedkeurt. Wanneer men een zoekgebied heeft vastgesteld, dan start een gebiedsproces. Kijken aan welke voorwaarden de vervolgstappen moeten voldoen. Wind en/zon. Welke eigenaars willen meedoen. Daarna wordt het project in de markt gezet, waarbij 50% lokaal eigendom gewaarborgd moet worden. Dorpsinitiatieven zijn belangrijk, maar het is de vraag of de volledige omvang ervan door de inwoners gefinancierd kan worden. Er zal waarschijnlijk een derde partij moeten aanhaken.

Het college stelt voor om het kiezen van een commerciële partij via een aanbesteding te doen. De heer Brouwer denkt dat de initiatiefnemer de aanbesteding doet. De gemeente heeft daar toch geen rol in? Wethouder Van Uden brengt naar voren dat er in een gebied een gebiedscoördinator onder leiding van de gemeente aan het werk is. En doet de gemeente de aanbesteding. Zo staat het in het voorstel. Wanneer men dat proces wil veranderen, dan moet dit via een amendement. De heer Stam is benieuwd wat de achterliggende motivatie van het college om ervoor te kiezen dat de gemeente de leiding neemt in zo’n aanbestedingsprocedure. Wat wint men ermee? En wanneer men het niet doet, welke risico’s loopt men dan wellicht? Wethouder Van Uden geeft aan dat wat het college belangrijk vindt, dat er een objectieve partij is die de aanbesteding doet. Dat mag ook een groep inwoners zijn. Dan nog zal de gemeente het proces aandachtig volgen. De heer Stam is benieuwd waarom het college er in eerste instantie voor kiest om zelf de leiding te hebben. Wethouder Van Uden merkt op dat toen het voorstel werd geschreven er geen initiatiefgroep van deskundigen beschikbaar was. Het mag geen eenzijdig gerichte groep zijn. Men moet feitelijk alle inwoners vertegenwoordigen. Daarom is indertijd besloten om de gemeente zelf aanbestedingen te begeleiden. De leges is op dit moment geen onderdeel van de discussie.

Dat de leges in balans moeten zijn met de werkelijke kosten die men ervoor maakt, vindt het college een goed idee. 10

Men hanteert op dit moment het model van VNG. De vergunningverlening is wel een uitgebreid traject. Men komt later bij de raad terug over het tarief. Wanneer de raad een motie gaat aannemen dat het tarief niet meer dan kostendekkend mag zijn, dan neemt de wethouder dat als extra signaal mee. Dan de motie betreffende de RES-bijdrage 2030. Dat geeft in september een eenvoudiger discussie. Het voorstel is geschreven met de mogelijkheid voor zon en/of wind. De VVD zegt duidelijk geen wind. Uiteindelijk komt men toch bij de opgave. De heer Kroon vraagt of de opmerking van de wethouder dat men zonder wind er ook komt realistisch is. Zijn de enorme extra oppervlakten zonnevelden realiseerbaar? Wethouder Van Uden geeft aan dat er niet in is voorzien. Volgens het college is een mix van beide het beste. Het is een keuze die de raad kan maken. Het moet landelijk ook in balans zijn. Dan heeft te maken met het netwerkprobleem. Ook kan men pieken in de opwekking niet opslaan. Voor de gemeente is de mix het beste,. Alleen wanneer er geendraagvlak is voor wind, dan heeft het college liever dat men de ambitie volbrengt met zon dan dat men afziet van de ambitie. Het niet hanteren van een minimale opwekking per gebied is ingewikkeld. Wat is dan de ondergrens voor een bijdrage? Goede ideeën om het te realiseren in het kader van de ambitie zijn welkom.

De heer Richter is benieuwd waarom de minimale opwekking perse per gebied moet. Dat kan toch ook per gemeente? Wethouder Van Uden merkt op dat de opgave per gemeente niet onmogelijk. Alleen het bemoeilijkt het besluit waar in de gemeente de opgave gerealiseerd moet worden. Het is belangrijk dat men de last met elkaar deelt. Er is per gebied ook niet voor niets een maximum aangegeven. Wat betreft de ruimtelijke kwaliteit benadrukt de wethouder dat het college nooit heeft gedacht aan molen van 240 m. Dekking van de gebiedscoördinator dekken uit eigen budget, Het budget duurzaamheid is aanwezig, maar de gemeente heeft ook veel ambitie. Voor duurzaamheid krijgt men relatief veel middelen van het Rijk. De functie van gebiedscoördinator kent men tot op heden niet. De raad wordt gevraagd om incidenteel geld. De gemeente wil een expert op dit gebied inhuren. Die de kennis overdraagt op medewerkers binnen de ambtelijke organisatie die op termijn de taak van de coördinator overnemen. Duurzaamheid kost veel tijd. De heer Goldhoorn merkt op da incidenteel geld na drie jaar structureel geld wordt. Wethouder Van Uden geeft aan dat de inhuur van de gebiedscoördinator incidenteel is. Het gaat over een periode van anderhalf jaar. Het klimaatakkoord 2030 heeft niets met het voorstel te maken. Het voorstel is geschreven vanuit de ambitie van de raad om in 2040 klimaatneutraal te zijn.

De ambitie van de gemeente is niet bindend. Het is niet bindend voor de raad. Het is wel bindend voor het college. Het college kan niet zonder rekening te houden met de raad zomaar doen wat de bevolking wil. 11

De ambitie van het Rijk is niet bindend. Wind op zee is ingewikkeld. De opwekking daaruit telt niet mee met de hoeveelheid voor de RES. Er zijn wel stromingen die het meetellen wel mogelijk wil maken. Daar kan men op termijn gebruik van maken. Vanaf 2030 tot 2040. Rijk en provincie kunnen geen aanwijzingen geven. Dat klopt, wanneer men het project start en elke gemeente participeert, dan volgen er geen aanwijzingen. Wanneer de gemeente windmolens uitsluit, zal de provincie daar geen plaatsen voor aanwijzen. Het college heeft aangegeven dat, in geval de raad niets doet, de provincie of het Rijk kan ingrijpen. De heer Goldhoorn heeft tijdens bijeenkomsten van Energiek Baambrugge en Energiek Abcoude wel degelijk gehoord dat de provincie ingrijpt wanneer er geen windmolens komen. Nu wordt toegegeven dat dit niet kan. Dat biedt mogelijkheden. Wethouder Van Uden Geeft aan dat, wanneer de gemeente niets doet aan de RES, aan de klimaattransitie, dan is de provincie aan zet. Wanneer de gemeente aangeeft zonnevelden neer te leggen in plaats van windmolens te plaatsen, dan is dat voor de provincie geen reden om in te grijpen. De provincie zal het jammer vinden omdat de provincie de taak heeft om de energiemix op orde te houden. De heer Goldhoorn denkt dat wanneer de gemeente een zonneveld aanlegt, er is nog geen definitief bod gedaan bij de RES, men meedoet met de RES.

De provincie kan dan niets. Wethouder Van Uden merkt op dat hoe dichter men bij de grens komt van wat bestuurlijk normaal is, hoe meer men moet opletten. Echter, de richtlijnen landelijk vastgesteld door RES’sen zijn niet landelijk bindend. De provincie is voor windparken boven de 5 MWh het bevoegd gezag is. Afgesproken is wanneer men met elkaar naar het doel toe werken, dan is er van ingrijpen geen sprake. Maar men spreekt nu over iets dat niemand wil. RVB heeft een amendement ingediend om zoekgebieden vast te stellen met alleen zon. Volgens de heer Goldhoorn willen inwoners massaal geen windturbines. Uit landelijk onderzoek blijkt dat er veel mensen tegen windmolens zijn, maar dat er ook mensen zijn, die er geen probleem mee hebben. Dat zal in de ze gemeente ook gelden. De gemeente stelt kaders vast waarbinnen initiatiefnemers zaken kunnen doen binnen de geldende regels en subsidies. De heer Goldhoorn denkt dat het aangevoerde punt wel essentieel is. Indien het zo is dat bij het bereiken van de 35 TWh het Rijk zegt dat men stopt met SDE-subsidie, dat er daarna geen enkel project komt dat rendabel zal zijn. Dan krijgt men binnen de gemeente ook geen projecten meer. Kan de wethouder dit punt uitzoeken voor de raadsvergadering? Wethouder Van Uden ziet daarbij niet de taak van de gemeente. De gemeente stelt de wettelijke kaders vast.

Het is aan de initiatiefnemer om te kijken of er een business case te maken is. Op een moment van scherp dalende prijzen van zonnepanelen kan het zijn dat bij het stoppen van de subsidie er tijdelijk geen goede business case te maken is. Wanneer er niets meer mogelijk zal zijn, wordt het ook onmogelijk om de klimaatambities van dit land voor elkaar te brengen. Het aangenomen voorstel gaat men vertalen richting RES. Wanneer de motie van het CDA wordt aangenomen dan is een groot deel van het tijdspad ingevuld. 12

De volgorde van de gebieden, hoe is men daartoe gekomen? Het mag duidelijk zijn dat alle gebieden beperkingen kennen. Er zijn acht gebieden die op dit moment de minste beperkingen lijken te hebben. Vervolgens heeft het college bekeken, in het licht van de ambitie dat men klimaatneutraal wil zijn met zon en wind voor 2040, wat men daarvoor moet doen. Hoe kan men die ambitie het beste in een plan laten landen. Wanneer de raad alles tegelijkertijd wil openstellen of eerst voorrang aan lokale projecten, dan ziet de wethouder op dat punt graag een amendement tegemoet. In het geval dat, graag zo vroeg mogelijk het amendement indienen. Een ambtelijke reactie is heel erg belangrijk. Het gaat om een belangrijk, maar ook ingewikkeld voorstel. Bij verandering van het voorstel, moeten de onderliggende getallen ook kloppen. Wanneer de raad aangeeft wat het doel is van een amendement of motie dan wil de ambtelijke organisatie helpen op deze zo goed mogelijk technisch vorm te geven. De acht gebieden kennen de minste beperkingen. Bij het bepalen van de volgorde spelen zoveel factoren een rol, dat maakt het proces zo ingewikkeld. Het Gein staat onderaan vanwege de aangenomen motie. De Waardassackerpolder is als plek voor windmolens het best geschikt. Het ligt het verst van alle bewoningen in combinatie dat het ook dichtbij een hoofdstation zit.

Op deze wijze kijkt men of beleid en realiteit goed matchen. De raad kan anders bepalen. De gebieden rondom Baambrugge Abcoude wil de wethouder best splitsen. Het verandert niets inhoudelijks aan het voorstel. Dat maakt het amenderen makkelijker. De tweede wijziging heeft betrekking op de buitenplaats zone. Die gaat men uitsluiten. De heer Stam begrijpt dat wanneer men het heeft over splitsing het gaat over gebied B heeft. Wethouder Van Uden meldt dat het in ieder geval over Geingebied zuid en Angstel West. Het college stelt het voor mede in verband met de aansluitbaarheid. Iedereen wil een betere communicatie. Het is goed om met partijen die een uitstekende oproep hebben gedaan om in te spreken in gesprek te gaan. Met diverse partijen heeft de wethouder gesproken. Het mooie was dat ze allemaal naar een klimaat neutrale gemeente willen. Men gaat de verschillende partijen meer bij de communicatie betrekken. Zon op dak in de gemeente moet men meer ondersteunen. Onderdeel van de Kadernota is steun voor lokale initiatieven. Zon op dak moet. Wanneer dat niet gebeurt zijn de geplande windmolens en zonnevelden niet voldoende om de ambitie te realiseren. Voordat men besluit over wind wacht men eerst het RIVM-onder zoek af. Uitsluiten wind op land. Draagvlak is daarbij belangrijk. Besluit de raad anders, dan kan het ook. Meer boerderijmolens toestaan, is prima.

Het loslaten van de volgorde bij zoekgebieden is door meer partijen naar voren gebracht. Wanneer alle voorstellen tot wijziging tegelijkertijd naar de gemeente toekomen wordt het onoverzichtelijk. Men moet de voorstellen kunnen kaderen. De wethouder wil de wijzigingen stroomlijnen. Het hoeft ook niet van vandaag op morgen. Het voorstel is er een voor de lange adem. Het plan moet kort voor 2040 afgerond worden. Een time out op verschillende punten is geen probleem. De mogelijkheden op het bedrijventerrein liggen ingewikkelder. De bestaande windmolen zou er met de strenge regels van nu in samenhang met het voorstel nooit gekomen zijn. Wanneer er een onderzoek moet komen om nog een windmolen te plaatsen, dan gaat het college dat doen. Aan het einde van het jaar komt het college met de warmtevisie. Afgelopen jaren is er met inwoners gesproken om van het gas te gaan. Gezien de mening van de insprekers hierover en het landelijk verzet zal ‘van het gas af’ voor 2030 niet het voorstel van het college worden. 13

De heer Brunia denkt dat men alles wat mogelijk is, zoals zonnepanelen op water, goed moet bekijken en de mogelijkheden niet op voorhand moet uitsluiten. Men kan met kleinschalige projecten ervaring opdoen voor toekomstige ontwikkelingen. Wethouder Van Uden denkt dat het niet verstandig is die nieuwe ontwikkelingen in het voorstel te amenderen. Men kan beter een motie voor een pilot indienen. Dat is uitstekend. We hennen te doen met een gemeente brede opgave. Dat betekent ook dat men de last ervan moet delen. De discussie is erg gefocust op wind. Echter, wanneer zon gaat doen, komt men ongetwijfeld een aantal tegenstanders tegen. Men moet ergens een mix vinden om inpassing, draagvlak en spreiding te realiseren. Het is ook niet de bedoeling om achter elke boerderij een klein zonneveldje neer te leggen. Men moet per gebied kijken naar een of twee zonnevelden. Er is een jongerenproject geweest met Duurzaam Jong. Ze hebben ook ingesproken. Jongeren blijven een lastige groep. Ze weten beter wat ze niet willen, dan wat ze wel willen. Alle tips van PvdA/GrL heeft voor een beter gesprek zijn welkom. Via communicatie probeert men ook zoveel mogelijk feiten en fabels te scheiden. Men moet ze ook benoemen. Wat betreurd wordt, is dat een aantal partijen via visuele beelden mensen probeert op te zetten tegen de plannen.

Beelden, die nooit in plannen voorgekomen zouden zijn, zoals zonnevelden naast de kerk. Het college heeft ook overwogen visuals te maken. Alleen is dat lastig, omdat het voorliggende voorstel niet gaat over de plaats waar zon of wind moet komen. Dat verklaart de asymmetrische informatiepositie van de gemeente versus die van burgers. Wind in Gein Noord uitsluiten is prima. Het gebied stond al laag op de lijst. Voor windmolens, dan is er het idee om dat in een tender te zetten. Ook als het om lokale initiatieven gaat, kan de gemeente zich niet anders voorstellen dan dat ze een rol speelt bij de vaststelling van de voorwaarden en bij de aanbesteding. De wethouder is niet tegen de inzet van een landschapsarchitect. Het kost echter wel geld. De Veenweidestrategie komt snel naar de raad. Binnen de provincie wordt nog een discussie gevoerd, omdat veel van de gebieden ook geschikt zijn voor agrarisch gebruik. De heer Richter gaat ervan uit dat de vorig jaar aangenomen motie erbij betrokken is. Wethouder Van Uden beaamt dat. Dat geldt ook voor het vervolgtraject. Inmiddels weet de wethouder dat de Veenweidestrategie nog deze maand naar de raad komt. Mevrouw Becker komt even terug op zon op dak. Hoe staat dit ten opzichte van de grote zonnevelden die in de RES staan? Wethouder Van Uden brengt naar voren dat beide zijn meegenomen in de opwekking.

Voor de daken is men uitgegaan van een afgeleide. Van al die kleine daken kan men niet even snel optellen wat ze gezamenlijk leveren. De ambitie blijft alle daken in de gemeente vol panelen. De heer Brouwer is verbaasd over wat de wethouder aangeeft en toezegt. De wethouder geeft aan dat er mogelijkheden zijn op de Vinkeveense Plassen, dat er mogelijkheden zijn buiten de zoekgebieden en dergelijke. Hoe denkt de wethouder in dit soort situaties de participatie te kunnen organiseren? Worden die gebieden als kansrijk toegevoegd aan de gebieden die men nu heeft? 14

Wethouder Van Uden heeft gezegd dat op het moment een motie van die strekking aanneemt, de wethouder wil uitzoeken wat de mogelijkheden zijn. Het idee klinkt positief in de oren. Dat wil nog niet zeggen dat iets mogelijk is. Op de motie wind op zee heeft het college gereageerd met een reactienota. Daarna zijn er weer zaken veranderd. Het college heeft vervolgens aangegeven dat het er interessant uitzag. Kijken wat men ermee kan in de toekomst. Het raadsvoorstel sluit geen zaken uit. Per keer wordt een gebied opengesteld. Dan haalt men alle informatie over het gebied erbij. Vervolgens kijkt men hoe men draagvlak kan scheppen voor de beste oplossing. De heer Stam brengt naar voren dat men gebieden niet uitsluit niet helemaal klopt. In het raadsvoorstel sluit men de Vinkeveense Plassen en Groot Mijdrecht Oost wel degelijk uit. Op het moment dat de toezegging er is dat op een basis van motie iets onderzocht kan worden, dan moet het voorstel daartoe wel de mogelijkheid geven. Wethouder Van Uden komt op het punt terug. Kijken hoe men dat technisch kan oplossen. Men moet echt kijken wat men eerst gaat doen. Men heeft de tijd tot 2040, dus het moet ook in de tijd gepland worden. Boerderijmolens worden mogelijk gemaakt. Echter, ze zorgen niet voor de oplossing, maar helpen een beetje. De heer Klijn heeft gevraagd is of het juist is wat de heer Smaling afgelopen maandag heeft geschetst.

Dat de gemeente niet verplicht is zoekgebieden vast te stellen. Dat de provincie pas gaat zoeken wanneer het RES-bod niet gehaald wordt. Wethouder Van Uden geeft toe dat dit in basis klopt. Alleen de provincie heeft een eigenduurzaamheidsambitie met een eigen beslissingskader. De wethouder kan niet oordelen over wat een andere overheid vindt. Wanneer men een precies antwoord wil, moet men navraag doen bij een van de Statenfracties. Tweede termijn Wethouder Van Uden komt terug op het punt van de Vinkeveense Plassen en Groot Mijdrecht Oost. Om die gebieden, al dan niet voor een pilot, te onderzoeken, denkt het college dat een motie de beste manier is. Niet in het voorstel aanpassen. Het voorstel en de daaruit voortvloeiende aanpak gaat men periodiek evalueren. Tijdens de evaluaties kan men aanpassingen plegen aan het voorstel. De heer Richter vindt het een interessant debat. Veel gelijkenis, maar ook grote verschillen. Er is nog wel degelijk sprake van de noodzaak van meningsvorming. Er zijn moties en amendementen aangekondigd. Die wacht spreker af. Een vraag aan het CDA. Wat is het standpunt van de fractie over windenergie? Is men voor of tegen? Of is men voor, mits? Met betrekking tot Vinkeveen begrijpt spreker dat er enerzijds opties liggen, maar anderzijds is er sprake van een negatief advies.

Wanneer men het over participatie heeft, niemand heeft op het voorstel kunnen reageren. Tenminste er heeft niemand op gereageerd.

15

De kleine molens van 20 meter, zo klein is dat ook weer niet, zijn al mogelijk in een aantal gebieden. Men moet er goed over nadenken of men ze overal kan en wil plaatsen. Men is voor een goede energiemix, met zon als leidende factor. De heer Brunia ziet het probleem niet om meer boerderijmolens toe te laten. De hoogte van de molens is niet wereldschokkend. De heer Richter heeft er een probleem mee dat bij het toelaten van meer boerderijmolens er mogelijk molens geplaatst gaan worden bij woonwijken. Daarom moet men goed nadenken over wat toelaten inhoudt. Tot slot, niets doen is geen optie. Men moet verantwoordelijkheid nemen. Men is blij met het voorstel om mee te denken over de wijze waarop het voorstel vorm kan krijgen. Misschien komt er in deze een raad breed amendement. De heer Stam heeft de heer Richter horen zeggen dat de VVD eigenlijk geen wind wil. Op dit punt sluit men zich kennelijk aan bij RVB. Is dat geen wind willen voor altijd? Of zegt men op basis van voortschrijdend inzicht dat wind wel mogelijk is op enkele locaties waar daar draagvlak voor is? De heer Richter geeft aan dat men op basis van wat er nu ligt wind op dit moment uitsluit. Men laat op dit punt de deur ook niet op een kiertje open. In deze is spreker het eens met RVB. Mevrouw Becker geeft aan windmolens eveneens uit te sluiten. Van buurtmolens en boerderijmolens is men geen tegenstander.

Onder voorwaarde dat ze niet in de wijken geplaatst mogen worden. Bij boerderijen en heel misschien op industrieterreinen. In een energiemix zou ook kernenergie passen. Er zijn nog wel meer alternatieven. Verschillende fracties hebben moties en amendementen aangekondigd. Kan men die snel toegestuurd krijgen? Dan kan men ze goed doornemen. De voorzitter merkt op dat de wethouder heeft aangegeven dat de moties en amendementen langs de organisatie gaan om ervoor te zorgen dat de moties en amendementen correct verwoord worden. Dat kost wat tijd. Mevrouw Becker vindt dat prima. Maar dan moet men ze na die controle wel zo snel mogelijk ontvangen. Dat de insprekers in het algemeen wat ouder waren klopt. Er is een aantal jongeren gehoord. Die waren ook niet allemaal voorstander van wind. Het spoorboekje is in 2017 aangenomen. Men kan zich voorstellen dat men opdat moment alle consequenties ervan nog niet kon overzien. Toen heeft het college nooit gedacht over molens van 270 m. hoog. Men moet zich nu niet automatisch op het spoorboekje beroepen. De heer Goldhoorn vindt eveneens dat het CDA heel snel heel veel amendementen en moties naar voren bracht. Spreker is uiteindelijk benieuwd of het CDA voor of tegen de windmolens is. Spreker stelt voor dat partijen die tegen windmolens zijn met elkaar het amendement van die strekking vorm gaan geven.

16

De wethouder heeft aangegeven dat er veel geld van de overheid komt voor de energietransitie. Waarom steekt men dat of een deel ervan niet in zon op dak? Spreker hoort graag de nieuwe opwekkingsgetallen per gebied, nu windmolens (eventueel) niet doorgaan. Spreker geeft aan dat het RIVM in eerste instantie een literatuuronderzoek gaat doen. Alleen bij een opdracht van het Rijk gaat men verder onderzoek doen naar de gevolgen van windmolens. Wat nog steeds niet duidelijk is, is wat de rechtsgrond is dat de gemeente de aanbesteding doet. De wethouder heeft gezegd dat er in gemeente allemaal feiten en fabels worden verspreid. Bij het onderzoek de zon- en windkaart heeft een ambtenaar in de bijbehorende chatfunctie wel degelijk gesproken over molens van 240 m. hoog. Dan is dat geen fabel meer. Het is jammer dat men het aantal mensen dat getekend heeft tegen windmolens, 13.000 mensen, wat bagatelliseert. Misschien moet men wel een referendum houden over windmolens? Vermoedelijk zijn er dan nog meer mensen tegen windmolens. De heer Stam herinnert zich een informatiebijeenkomst in De Boei ongeveer twee jaar geleden. Toen was er ook een discussie over zon en wind. Tot verrassing bleek uit de discussie dat er best veel animo voor wind was. Kennelijk is de opinie in de gemeente in twee jaar tijd gekanteld. Een goed onderzoek naar het draagvlak zou aanbevelenswaardig zijn.

Graag een reactie van de wethouder in deze? Wat betreft wind moet men misschien op een andere manier daar naar kijken. Niet naar zoekgebieden, maar kijken naar specifieke locaties en deze onderzoeken. Daarbij rekening houdend met een ander afstandscriterium, minimaal 1.000 m. Dan haalt men heel veel problemen met de gezondheid weg. Wanneer men dit doet kan men voor zon meegaan met het voorstel. Voor wind moet men dan een andere strategie volgen. Ook in deze graag een reactie van de wethouder. Zonnepanelen op overkappingen is meermalen genoemd. Wanneer men naar de kaart kijkt, dan ziet men dat de bebouwde kom overal uitgesloten is. Toch zijn er plekken binnen de bebouwde kom die potentie hebben voor zon. Zijn die plekken in de afweging geheel uitgesloten? Heeft men de mogelijkheden wel meegewogen? Hoe kijkt het college ernaar? Moet men eventueel de kaart herzien? De heer Brouwer dankt de wethouder voor de toegezegde steun voor een aantal aangekondigde moties en amendementen. Ook was het goed te horen dat de buitenplaats zone wordt uitgesloten voor zon en wind. Het voorstel van de heer Stam over het instellen van een adviesgroep is uitstekend. Wellicht moet men daar een motie voor formuleren. Dan de minimale en maximale opwekking per gebied. Spreker heeft daar een voorstel voor gemaakt.

Hoe kijkt men aan tegen wat nu aangeduid als minimum te hanteren als maximum? Wanneer men vier zoekgebieden bi elkaar optelt, voldoet het al aan het bod dat gedaan moet worden aan de RES tot 2030. Spreker geeft nog eens aan dat participatie betekent draagvlak. De aanbestedingsprocedure is nog steeds niet duidelijk. Men komt met een notitie met een voorstel hierover. Spreker geeft aan de amendementen en moties ter aanscherping langs de organisatie te laten gaan. Daarna gaan ze naar de collega’s. Een aantal keer heeft de fractie uitgesproken tegen windturbines van 240 m. hoog te zijn. Men is ook zeer terughoudend tegenover plaatsing van windmolens.

17

Men zit in dichtbevolkt gebied, waardoor plaatsing van windmolens bijna niet mogelijk is. Ook wil men de onderzoeken op dit gebied afwachten. De heer Goldhoorn suggereert dat de heer Brouwer zich moet voorstellen dat er een amendement tegen windmolens komt. Gaat de heer Brouwer daar voor of daar tegen stemmen? De heer Brouwer kan daar nog niets over zeggen. Het moet eerst in de fractie besproken worden. De heer Kroon denkt dat wat betreft de lokale initiatieven en de volgorde van de zoekgebieden, men met de organisatie moet kijken naar een goede formulering, Wat belangrijk is, is dat de verdeling van de lasten over de gemeente het uitgangspunt moet blijven. Dan de representatie. Mensen die een goed idee hebben erbij betrekken. Spreker denkt dat dit tijdens de gebiedsprocessen veel meer mensen betrokken raken dan voorheen. Meningen raken tijdens de gebiedsprocessen minder snel ondergesneeuwd. Is dat ook de inzet van een gebiedsproces. Dat is meer dan een intentie. Spreker denkt dat het goed is om nog eens kritisch te kijken naar de bebouwde kom. Wellicht zijn daar toch geschikte gebieden voor bepaalde activiteiten. Dan de vraag welke mogelijkheden er zijn om aanvullende eisen te stellen ten aanzien van energieprojecten nabij een weidevogelkerngebied. Een deel van de opbrengst moet dan ten gunste komen van het verteteren van het gebied.

Mevrouw Groen stelt dat het meeste al benoemd en gezegd is. Op inwonersparticipatie moet men goed blijven letten. Ondernomen activiteiten moet goed passen in het landschap waar de activiteit plaatsvindt. Men is tegen windmolens. De heer Brunia denkt dat de wethouder veel duidelijkheid heeft gebracht met zijn eerdere beantwoording. Een aantal suggesties is opgepakt. Zon op dak bij gemeentelijke gebouwen. Niet alleen omdat zon op dak nodig is, maar ook vanwege de voorbeeldfunctie. Boerderijmolens bieden iets meer mogelijkheden. Men zou ze ook kunnen plaatsen bij de kernrandzones of bij sportaccommodaties. Het levert energie op en het geeft aan dat er op brede schaal gekeken wordt naar alternatieve energiebronnen. Meer jongeren betrekken moet. Wanneer er mogelijk een adviesgroep komt, geef dan een kwaliteitszetel aan de jongeren. Men moet zeer goed naar ze luisteren. Spreker kan zich vinden in een eventuele gebiedssplitsing. Dat maakt het makkelijker om soms zaken in een deel van een gebied uit te sluiten. De heer Stam heeft eveneens gesuggereerd om te anticiperen op de RIVM-onderzoeken. De onderzoeken en de resultaten zou men alsnog kunnen opnemen in de voorwaarden. Dat betekent dat alle initiatieven vanaf nu daaraan voldoen. Dat geeft minder onduidelijkheid. D66 vindt dat men het voorstel wel moet aannemen, zodat de processen kunnen starten.

Het is belangrijk om in de richtlijnen een onderscheid te maken tussen lokale initiatieven en commerciële initiatieven. Voor lokale initiatieven meer mogelijk te maken en de commerciële initiatieven even aanhouden. Dat geeft ruimte om lokale initiatieven tot ontwikkeling te laten komen en het stagneert niet de ontwikkeling o lange termijn.

18

Men moet ook bij lokale initiatieven kijken naar een zorgvuldig proces. Om die reden moet punt 6 uit de procesvoorwaarden worden aangepast. De gemeente moet toetsen of de lokale initiatieven voldoen aan de voorwaarden. In het gebiedsproces moet hier aandacht voor zijn. Geen voorbeelden aangeven, maar wel ruimte geven aan initiatieven, aan discussie en aandraagvlak. Dat gaat het snelst en geeft her minste gedoe, Wethouder Van Uden begint met de suggestie om de minimale opwekking per gebied als maximum opwekking te nemen. Dat heeft als nadeel dat, wanneer men bij alle zoekgebieden precies het minimum haalt, dan heeft men alle zoekgebieden nodig. De raad heeft al aangegeven geen gebruik te willen maken van een paar zoekgebieden. Dat wordt lastiger wanneer men de minimum opwekking gaat zien als he maximum. Er is geen ruimte meer voor overloop. De heer Goldhoorn vraagt de wethouder zich voor te stellen dat de raad de ambitie in z’n totaliteit naar beneden wil brengen. Dan kunnen ook de minima en de maxima omlaag. Moet de wethouder daar een voorstel voor hebben? Dat hangt mede samen met het halen van de doelstelling in 2040 in plaats van in 2030. Wethouder Van Uden antwoordt dat het voorstel gericht is op 2040. Een minimale opwekking is ook niet in een keer te halen.

Bij het loslaten van de volgorde van de zoekgebieden is de minimum opwekking wel belangrijk, maar het hoeft niet in een keer gehaald te worden. Men kan niet overal het minimum bij een eerste initiatief halen. Wanneer de ambitie lager wordt, dan kunnen de minima ook omlaag. Dat de gemeente direct betrokken is bij de aanbesteding heeft te maken met het punt dat de gemeente de enige instantie is die een omgevingsvergunning kan verstrekken. Men geeft alleen de omgevingsvergunning aan degene die de aanbesteding wint. De wethouder zegt toe met extra informatie hierover te komen en met voorstellen zoals dat op andere plekken in het land al plaatsvindt. De wethouder heeft eerde aangegeven dat gebieden die nu zijn uitgesloten, onderzocht kunnen worden wanneer de raad dat wil. Daarna komt men bij een evaluatie van het voorstel bij de raad terug. Tijdens het evaluatieproces in de en op basis van de onderzoekresultaten, kan men alsnog delen aan het voorstel toevoegen. De wethouder benadrukt dat men niet alles tegelijk kan. Men moet kiezen voor wat men belangrijk vindt. Tijdens een bijeenkomst is gezegd dat molens van 240 m. niet uitgesloten zijn. Dat er windmolens komen staat niet vast. Her voorstel biedt alleen de mogelijkheid. Komt uit het gebiedsproces naar voren dat ze niet gewenst zijn, dan komen ze er niet. De heer Goldhoorn brengt naar voren dat het ook over beeldvorming gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10465588/1