CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

03-12-2020 Politieke commissie ABZF en SI

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken Financiën 14 januari 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken / Financiën & Samenleving en Inwonerszaken d.d. 3 december 202013.678 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

BEZOEKADRES

Postbus 250

T

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

F

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

E

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

I

www.derondevenen.nl

Vergadering politieke commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken/ Financiën & Samenleving en Inwonerszaken Datum:

3 december 2020

Tijd:

19:30 uur

Plaats:

Digitaal via Teams

Registratienummer: Voorzitter:

De heer H.J. van der Greft

Griffier:

De heer M. de Graaf

Raadsleden:

Mevrouw M.M.C. Becker (Seniorenpartij), mevrouw S. Borgstede (CDA), de heer E. Doorn (D66), de heer A.J.C. Goldhoorn (Ronde Venen Belang), mevrouw A.E. Groen (Lijst 8 Kernen), de heer E.C. de Haan (Ronde Venen Belang), mevrouw B.Y. Janmaat (CDA), de heer M. Klijn (Lijst 8 Kernen), de heer J.J. Kneppers (Lijst 8 Kernen), de heer P.C. Kroon (PvdA-GroenLinks), de heer B. Richter (VVD), de heer P.P. Schaeffer (VVD), de heer E.R. Schreurs (PvdA-GroenLinks), de heer W.H.P. Stam (ChristenUnie-SGP), de heer C. van Uden (D66), mevrouw A.A.M. Wilgers (CDA)

Meesprekers:

De heer J. de Jong (6a), de heer J. Klinkhamer (7c), mevrouw C. Verheul (7c)

Wethouders:

De heer M. Divendal, de heer R. Kroon (CDA), mevrouw A.G. Schuurs (VVD)

Ambtenaren:

Geen

Notulist:

De heer H.C. Meinhardt (Notuleerservice Nederland)

Notulen 1.

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De vergaderregels die samenhangen met het digitaal vergaderen, worden nog even onder de aandacht van de deelnemers gebracht.

2.

Spreekrecht inwoners Er heeft zich niemand aangemeld voor niet geagendeerde onderwerpen. 1

3.

Vaststellen agenda De voorzitter stelt het volgende voor. Onder agendapunt 7 staan drie onderwerpen. Voor het laatste onderwerp hebben zich twee insprekers aangemeld. Om te voorkomen dat de insprekers te lang moeten wachten het voorstel om bij de behandeling van agendapunt 7 de subpunten a. en c. te ruilen. Dus eerst 7c bespreken en na 7b punt 7a. agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Dat kan betekenen dat men op een laat tijdstip nog met de stand van zaken Covid moet beginnen. Mevrouw Groen begrijpt het standpunt, maar tijdens de vorige vergadering is afgesproken dat Covid als eerste punt onder Overige standpunten behandeld zou worden om te voorkomen dat men er niet aan toe zou komen. De voorzitter begrijpt wat er gezegd wordt. Daarom is de afweging naar voren gebracht. Mevrouw Borgstede vindt het voorstel wel een goed idee. Men snapt mevrouw Groen ook. Een uitdaging voor de commissie om kort en bondig te vergaderen. Aangezien er geen verdere bezwaren zijn, stelt de voorzitter vast dat bij agendapunt 7 eerst 7c besproken wordt. Daarna volgen 7b en als laatste 7a. Hiermee is de agenda vastgesteld.

4.

Notulen commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken/ Financiën en Samenleving & Inwonerszaken d.d. 10 en 12 november 2020 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn vragen naar aanleiding van de notulen.

5.

Voortgang en overige ontwikkelingen

a.

Toezeggingen Burgemeester Divendal meldt dat het college met vertegenwoordigers van de U10/16 spreekt op 15 december (toezegging 201/20). Het procesvoorstel komt pas naar de raad, nadat de vertegenwoordiging ook met de andere gemeenten heeft gesproken. Volgens inschatting komt dat in het tweede kwartaal. In het betreffende raadsvoorstel komt dan ook informatie hoe het zit met besluitvorming over afzonderlijke stukken. Vervolgens constateert de voorzitter dat er geen vragen zijn over de toezeggingen. Daarmee is dit agendapunt gesloten.

b.

Informatie-uitwisseling Mevrouw Becker meldt dat er in Baambrugge een huisartsenpraktijk sluit. Anderen willen die praktijk wel voortzette, maar op een andere locatie: de pastorie. Daar schijnt een probleem te zijn met parkeren. Men heeft hierover een petitie aangeboden bij de gemeente. Heeft de wethouder de petitie ontvangen? Wat kan de gemeente doen om die huisartsenpraktijk te behouden voor Baambrugge?

2

Wethouder Kroon meldt dat de petitie is ontvangen. Men kon tot 25 november reageren op het parkeerbesluit. Daarna doet de commissie Beroep en bezwaar uitspraak. Gevraagd is om dat spoedig te doen om te voorkomen dat de verbouwing vertraging op zou lopen. Het is dus wachten op de uitspraak. Wethouder Schuurs heeft gisteren gehoord dat er volgende week een uitspraak komt. De heer Stam kent de casus onvoldoende. Spreker hoort van alles. Mevrouw Becker heeft aangegeven dat er iets is met parkeren. Kan men wat meer duidelijkheid verschaffen over waarom het gaat? Wethouder Kroon meldt dat het gaat om de verplaatsing van de huidige huisartsenpraktijk, die stopt, naar de doorgaande praktijk in de oude pastorie. Daarover zijn bezwaren gekomen in verband met meer verkeer. Het college acht dit niet aannemelijk omdat er niet opeens veel nieuwe patiënten komen na het sluiten van de oude post op een afstand van onder de honderd meter. Het is echter een goede zaak dat er een huisarts in Baambrugge blijft. Men hoopt dat de uitspraak van de commissie Beroep en bezwaar in die lijn ligt. De heer Stam begrijpt dat het gaat om een wijziging van een bestemming van een pand. Volgens wethouder Kroon gaat het daar niet om. Het gaat vooral om de functie parkeren. Wethouder Schuurs merkt op dat het voor het pand om een maatschappelijke bestemming gaat.

Voor de vergunning, die voor de verbouwing aangevraagd moet worden, is het parkeren een onderdeel. Daar gaat het bezwaar over. Omwonenden zijn bang voor meer parkeerders en opzichte van de huidige situatie. Mevrouw Becker hoopt dat alles goed komt in Baambrugge. Graag hoort spreekster wat de uitspraak van de commissie is. Het tweede onderwerp is het fietsenprobleem bij het busstation. Na de eerste maatregelen ging dat prima. Nu is het weer helemaal fout. Wat zijn de plannen om de situatie constructiever aan te pakken? Wethouder Schuurs meldt maatregelen genomen te hebben. Verder moet men er met verstand mee omgaan. Mevrouw Becker brengt naar voren dat na de eerste maatregelen de fietsen keurig in het rek werden gezet. Waarom blijft men niet met die maatregelen doorgaan, waardoor mensen zich bewust gaan worden dat de fietsen in het rek geplaatst moeten worden? Wethouder Schuurs heeft er een redelijk eenvoudig antwoord op, dat kost geld. De heer Stam refereert aan de vorige commissie waarin gesproken is over de jaarwisseling en vuurwerk. De portefeuillehouder heeft toen verwezen naar een informatienota begin oktober. Inmiddels is men een aantal weken verder. Het kabinet heeft een vuurwerkverbod afgekondigd. Corona is nog niet voorbij. Voor de komende jaarwisseling mag men ook geen vertier voor de mensen organiseren. Echter, er zijn wel voorraden vuurwerk en er is een 3

compleet illegaal circuit dat in vuurwerk handelt. Dat baart zorgen. Spreker neemt aan dat dit bij de portefeuillehouder en betrokken organisaties ook zo is. De vraag is hoe men met elkaar de jaarwisseling veilig ingaat. Hoe bereidt de gemeente zich daarop voor? Dee heer Richter meldt dat er in een aantal veiligheidsregio’s een discussie loopt over het ongestraft inleveren van illegaal vuurwerk. Is dat een overweging die ook in deze gemeente speelt? Om zoveel mogelijk vuurwerk uit de markt te halen. De heer Kroon heeft ook de vraag welke specifieke maatregelen ter handhaving er genomen worden. Daarnaast het carbidschieten. Dat is verboden in de gemeente. Wordt dat ook gehandhaafd? Mevrouw Borgstede vindt het aan de ene kant belangrijk dat mensen zich bewust zijn van het feit dat men geen vuurwerk mag afsteken. Anderzijds is het dan toch raar dat men bij het industrieterrein grote vlaggen ziet met daarop de tekst ‘vuurwerk’. Kan de burgemeester daar iets over zeggen? Burgemeester Divendal stelt dat er sinds het uitbrengen van de informatienota wel het een en ander is gebeurd. Daar acteert men ook naar; justitie, politie en gemeente gezamenlijk. Er zijn ook andere partijen bij betrokken. Voor heel Nederland komen er onzekere ontwikkelingen aan de komende periode. Een deel van de wetgeving over vuurwerk is nog niet rond.

Het kabinet is behoorlijk traag met het aangeven waar de mogelijkheden liggen. Men kijkt zelf naar mogelijkheden en handelt daarnaar. Er is nu vuurwerkoverlast, maar volgens spreker was er vorig jaar meer overlast. Dat blikt uit het aantal meldingen. Wanneer men de informatie op orde heeft om te kunnen ingrijpen, dan gebeurt dat. Er komen nog wat maatregelen in het preventieve vlak. Er is extra capaciteit beschikbaar tijdens de jaarwisseling. In de aanloop naar de jaarwisseling is de buitendienst actiever. Er is een handhavingsprogramma afgesproken voor de jaarwisseling waarbij het belangrijkste punt de veiligheid van hulpverleners is. Daarna komt openbare orde en veiligheid. Carbidschieten in de avond is verboden. Er is overigens geen aanleiding om aan te nemen dat dit extra toeneemt. De burgemeester gaat nog even goed kijken naar het punt van de vlaggen met vuurwerk. Men mag nog steeds een bepaalde categorie vuurwerk verkopen. Het is een zoektocht, maar in de voorbereiding worden veel inspanningen verricht om de situatie beheersbaar te houden. De heer Goldhoorn meldt dat er inderdaad vuurwerk verkocht wordt op de Industrieweg. Dat zijn hele kleine sterretjes die in de toegestane categorie vallen. De heer Richter brengt het vuurwerkpunt naar voren. Daar kan men zonder bestraft te worden (illegaal) vuurwerk inleveren.

De heer Stam merkt op dat in het plan van aanpak in de informatienota werd expliciet een aantal punten genoemd, die te maken hebben met communicatie. Dat zal ook wel gebeurd zijn. Echter, misschien heeft het vuurwerkpunt extra aandacht nodig. Een extra appel om de veiligheid voor iedereen en speciaal de hulpdiensten te waarborgen. Even een jaar solidair zijn en het vuurwerk niet afsteken.

4

Burgemeester Divendal brengt naar voren dat er in regionaal verband geen plannen zijn over een extra aanpak van vuurwerk. Geen vuurwerk inleveren en daar wat goeds tegenoverstellen. Spreker denkt niet dat een bewuste koper van vuurwerk dit vrijwillig zal afstaan. Men kan het ook niet allemaal in de gaten houden. Wanneer spreker op dit gebied nog een steentje bij kan dragen, dan hoort hij dit graag. Het is lastig om in algemene zin te communiceren dat men op moet passen met vuurwerk. Kinderen zullen zich niet direct aangesproken voelen, maar er zijn ook ouders die het op dit punt laten afweten. Wel roept de burgemeester de raadsleden op om dit appel in hun omgeving naar voren te brengen. Daarnaast de oproep om foutieve zaken te melden. De heer Kroon vraagt om een update van de ontwikkelingen op fort Abcoude. Komt er nog een nieuwe Kunst- en cultuurnota? In aansluiting daarop het punt dat op 11 november bekend werd dat er nog weer extra geld naar de gemeenten komt voor de kunst- en cultuursector. Vooral voor educatie en participatie. Voor deze gemeente 287.000 euro. Gaat men dit bedrag daadwerkelijk aan deze sector besteden? Als laatste het pand in de Brugstraat in Abcoude. Begrepen is dat het pand in de verkoop gaat.

Is dit de enige betrokkenheid die men als gemeente nog heeft? Destijds is aangegeven dat men zou kijken naar de mogelijkheid om de functie van het pand te behouden. Er zou een gesprek plaatsvinden over het gebouw tussen gemeente en belanghebbenden. Is dit gesprek inmiddels gevoerd? Wat is het resultaat van het gesprek? Burgemeester Divendal meldt dat er geen nieuws is over het fort Abcoude. Het proces over de invulling van het fort loopt. Daarover wordt gedurende het proces niet met derden, waaronder de gemeente, gecommuniceerd. Op het moment dat er nieuws is, komt dat naar de raad. De heer Doorn heeft inmiddels begrepen dat er andere kandidaten in gesprek zijn met Natuurmonumenten. Er zijn dus ontwikkelingen. Men moet vaststellen dat er bijna twintig jaar verstreken zijn na de verkoop, met als voorwaarde openstelling voor publiek, van het fort aan Natuurmonumenten. Daar kan de gemeente toch wel een opvatting over hebben? Burgemeester Divendal heeft geen officiële mededeling ontvangen over ontwikkelingen. Trouwens, ook geen informele. Wethouder Schuurs meldt dat de nota Kunst en cultuur vorig jaar niet is aangenomen. De nota staat is dan ook niet opgenomen is in de programmabegroting 2021. Men is niet voornemens om er een aparte notitie voor te maken. Als er echt iets nodig is kan men daar aandacht aan besteden.

Het geld van het Rijk voor cultuur komt waarschijnlijk met de decembercirculaire. Het geld is wel vrij besteedbaar. Er is echter binnen de gemeente wel contact met organisaties op dit terrein. Wanneer er geld nodig is dan zijn er mogelijkheden. Dat geldt ook voor andere organisaties die te lijden hebben gehad onder de coronacrisis. In zo’n geval kan men er met elkaar over spreken en kijken wat mogelijk is. Het bedrag gaat feitelijk naar de algemene middelen.

5

De heer Kroon brengt naar voren dat er een heel participatietraject aan de Kunst- en cultuurnota vooraf is gegaan. De vraag is of er terugkoppeling naar inwoners heeft plaatsgevonden. Het is jammer dat het geld van het Rijk waarschijnlijk niet aan kunst en cultuur besteed gaat worden. Wethouder Kroon heeft een constructief overleg gehad met de belanghebbenden over het gebouw. Van gemeentezijde is aangegeven dat men uitvoering geeft aan de nota Vastgoed. Het wordt in de markt gezet. Men hoopt dat de koper de Wereldwinkel nog een paar jaar onderdak wil verlenen. De gemeente heeft in verband met de verkoop wel de gebruikersovereenkomst met de Wereldwinkel stopgezet. De voorzitter sluit dit agendapunt na geconstateerd te hebben dat er geen vragen meer zijn.

c.

Gemeenschappelijke Regelingen De heer Richter vraagt of er al iets bekend is over de voortgang van de VRU en over de nieuwe voorzitter van deze regio. Burgemeester Divendal antwoordt dat de vacature van directeur open is gesteld. Het is niet wettelijk voorgeschreven dat de burgemeester van de grootste stad in de regio voorzitter van de veiligheidsregio moet zijn. Naar verwachting zal dat wel gaan gebeuren. Over een ruime week is daar meer over bekend. De heer Stam zou het goed vinden wanneer het college proactief mededelingen doet over gemeenschappelijk regelingen. Wethouder Schuurs meldt dat men constructief bezig is met het regelen van de zaken van SGL/RMN. Een besluit daarover wordt genomen door de gezamenlijke AB’s van SGL en het Plassenschap. Gisteren is er met de raadsrapporteurs gesproken over in welke richting men moet denken bij het besluit. In januari denkt men terug te kunnen koppelen via een raadsinformatienota. Dan komt er waarschijnlijk in januari of februari een informatiebijeenkomst. Er wordt een nieuwe directeur gezocht voor RMN, aangezien de huidige vertrekt. Burgemeester Divendal meldt dat het Regionaal Historisch Centrum met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid naar Amsterdam zal gaan. Dat betekent dat de drie overgebleven Utrechtse gemeenten praten over hoe het verder moet.

De insteek van De Ronde Venen en Stichtse Vecht is in elk geval om een en ander zo kleinschalig mogelijk te houden. Wethouder Kroon meldt dat van de week bekend wordt wat de komende maand binnen de U10/16 geprogrammeerd gaat worden richting de woningbouwopgave. Hoewel de gemeente nog geen deel uitmaakt van de U10/16 is het wel goed om het te weten. De heer Goldhoorn brengt naar voren dat er net een rapport is verschenen van de U10/16, de Provincie en het ministerie van Binnenlandse Zaken over waar er woningbouw gaat komen. Daarin staat ook dat de zestien gemeenten de uitgangspunten daarvoor gaan 6

uitwerken. Spreker is benieuwd hoe het college dit gaat pareren, want anders komen de 4.800 woningen van de wethouder wel in gevaar. Wethouder Kroon is zeer druk bezig om ervoor te zorgen dat die 4.800 woningen toch binnen de woningbouwopgave landen. In verhouding tot wat er totaal gebouwd moet worden, is het aantal van 4.800 woningen niet zoveel. Maar, voor de gemeente is het zeer belangrijk. Er lopen veel lijntjes en iedereen beseft het belang van deze woningen. Spreker heeft er het volste vertrouwen in dat die woningen gerealiseerd gaan worden. De voorzitter concludeert dat er geen verdere punten zijn. Daarmee is het agendapunt gesloten.

6.

Punten voor de raad van 15 december 2020

a.

Vaststelling belastingverordeningen en heffingsverordeningen 2021, raadsvoorstel 63/20 De voorzitter kondigt de heer De Jong aan als inspreker bij dit agendapunt. De heer De Jong heeft grote zorgen over de grote stijging van de toeristenbelasting met bijna 65%. Dat betekent dat de toeristenbelasting circa 20% van de overnachtingsprijs wordt. Dat is veel. Zeker wanneer men weet dat onze gasten bestaan uit mensen met een smalle beurs. Wat krijgt men terug voor die belasting? In Nieuwkoop wordt geen toeristenbelasting geheven. Dat betekent dat de gasten gaan uitwijken. Dat betekent omzetverlies voor de camping en voor de gemeente. Daarnaast staat de forse verhoging haaks op de ambitie om het toerisme te bevorderen. Kamperen in De Ronde Venen moet betaalbaar en aantrekkelijk blijven. Ook voor mensen met een kleiner budget. Graag een passende oplossing voor het probleem. Dat personen vanaf achttien jaar pas toeristenbelasting betalen zou een oplossing kunnen zijn. Of koppel de verhoging van de toeristenbelasting aan de inflatiecorrectie. De voorzitter constateert dat er geen vragen voor de inspreker zijn. Na de inspreker bedankt te hebben, gaat de voorzitter over tot de behandeling van het voorstel. De heer Stam merkt op dat er een concept watertoeristenbelasting is waarin een motie is verwerkt. In de motie is gevraagd naar het effect van deze toeristenbelasting.

Uit de stukken blijkt dat het college dit niet aan kan geven. Dat is jammer, omdat dit wel de achterliggende gedachte was om deze belasting in te voeren. Het bovendien jammer dat de raad geen goede afweging kan maken over het wel of niet vaststellen van deze verordening. Het verzoek aan het college om voor de raadsvergadering nog enige duiding te geven over de impact van deze belasting. Dan in aansluiting op de inspraak. Spreker was en is geen voorstander van deze verhoging. Men neemt aan dat er in deze gemeente ongeacht leeftijd toeristenbelasting wordt geheven. Dat is niet overal zo. Is de suggestie om deze belasting alleen voor volwassenen te heffen een mogelijkheid?

7

De heer Goldhoorn heeft een kleine uitwerking gemaakt van de watertoeristenbelasting. Wanneer de motie was uitgewerkt zou zijn op basis van de 1,20 euro, dan zou de som aardig uitkomen. Nu is er uitgegaan van 1,50 euro. Dan krijgt men grote verschillen. Bij woonschepen wordt het verschil voor een periode van zestig dagen van nu met volgend jaar 140 euro in plaats van 60 euro (bij 1,20 euro). Watertoeristenbelasting wordt alleen in jachthavens geheven. Men loopt nu meer kans dat men gaat overnachten bij een van de zandeilanden. De motie is uitgevoerd, maar door de 1,50 euro ontstaat er een niet bedoeld bijeffect. De fractie komt met een amendement om het tarief uit de verordening aan te passen. Tijdens de vorige behandeling van de belastingverordeningen is er een toezegging gedaan dat men zou kijken naar de marktconformheid van de tarieven rechten liggeld voor woonschepen. Daar heeft men niets van teruggezien. Alleen het inflatieniveau aangepast. Waar is het resultaat van de toezegging gebleven? De heer Klijn vindt het jammer dat de hondenbelasting is blijven bestaan. Onpraktisch in verband met handhaving. Het gaat om technisch voorstel, waarom men er vanavond niet op in wil gaan. De reactie van de inspreker kan men begrijpen, maar men denkt wel dat dit een van de belastingen is waar men aan de knoppen wil draaien.

De heer Van Uden heeft alleen een punt over de watertoeristen- en de landtoeristenbelasting. Zoals al eerder is aangegeven heeft men de behoefte om te kijken naar de ongewenste effecten. En hoe men die effecten kan dempen. De suggestie van de inspreker is een mogelijkheid. Ook kan men een gedifferentieerd tarief hanteren voor de verschillende soorten accommodaties. Spreker wil dat punt wel met anderen oppakken. Men overweegt om op dit punt met een amendement te komen. Echter, de inkomsten hoeven per definitie niet minder te worden. Alle opgehaalde informatie gaat naar alle raadsleden voor een goede afweging. De heer Richter vindt het onderwerp vooral een technische exercitie naar aanleiding van de begrotingsbehandeling. Men was al niet voor toeristenbelasting. Nu hoort men iets over bedenkelijke effecten. Men is benieuwd wat voor amendementen er komen en wat de effecten daarvan weer zijn op de begroting. Dan de verhoging van de toeristenbelasting. In eerste instantie was voorzien in een verhoging in 2022. Dat is 2021 geworden. Hoeveel partijen krijgen hiermee te maken? Men moet weten wat er gebeurt. Men moet niet verrast worden. Wethouder Schuurs meldt dat men op dit moment niet kan aangeven of men de toeristenbelasting kan differentiëren naar verschillende kenmerken als leeftijd of soort accommodatie. Dat moet men wel even uitzoeken. Daar komt de wethouder op terug.

Het mogelijke bijeffect van de watertoeristenbelasting wacht men gewoon af. Bij de verordening liggelden woonschepen is een inflatiecorrectie toegepast. Volgens de wethouder is er vorig jaar uitgebreid over het punt gesproken. Toen is afgesproken om het op deze manier te blijven doen. De wethouder heeft niet het idee dat men daar op dit moment nog iets aan gaat doen. Hondenbelasting staat er elk jaar in. Men is niet van zins om daar verandering in aan te brengen. Men handhaaft ook op dat punt door middel van controles. De heer Goldhoorn gaat graag in op het idee van de heer Van Uden. Dan toch nog even de verordening rechten liggeld voor woonschepen. Dat is vorig jaar aan de orde gekomen. Toen was onbekend om welke boten het ging. Dat bleken de boten bij Abcoude te zijn. Toe is er wel 8

degelijk afgesproken om te kijken naar de marktconformheid van het tarief. Wanneer dit nu niet meer kan, dan de toezegging dat het volgend jaar wel wordt gedaan. Men ligt er nu wel heel erg goedkoop, ook in verhouding tot de watertoeristenbelasting. De heer Stam komt toch nog even terug op de vraag over de watertoeristenbelasting en het effect ervan op de ligging van de boten. In de motie staat expliciet om voor de behandeling de geschatte opbrengst van deze heffing aan de raad mee te delen. Bij de behandeling heeft spreker een stemverklaring afgegeven dat men de motie op dat moment steunt omdat er nog een aangepaste verordening zou komen en dat men op dat moment zou kunnen besluiten of de verordening doorgevoerd zou moeten worden op basis van inzichtelijkheid. Dit laatste gebeurt nu niet. Daarom wordt het lastig om met deze verordening in te stemmen. Wanneer het college de geschatte opbrengst niet duidelijk kan maken, dan zou men de aanpassing op basis van de motie niet door moeten voeren en gewoon de oude verordening continueren. Dan kan men in 2021 rustig nadenken of men de aanpassing wel of niet moet doen. Wethouder Schuurs geeft aan dat men niet goed kan inschatten wat de heffing van de watertoeristenbelasting betekent voor de opbrengst. Daarmee kan de raad de afweging maken of men de nieuwe verordening wel of niet door laat gaan.

Het punt marktconformheid van het tarief liggelden woonschepen kan men goed bij de kadernota betrekken. Dan gebeurt het in een vroegtijdig stadium. Tweede termijn De heer Stam heeft bij de technische vragen de vraag gesteld of er nog iets anders gewijzigd was dan war geel gemarkeerd is. Het antwoord daarop was nee. Spreker heeft het niet verder gecontroleerd. Op zich is het voorstelgoed. Alleen de discussie over de toeristenbelasting en de suggestie van de heer Van Uden om er nog eens naar te kijken, betekent dat het voorstel naar de meningvormende raad kan. De heer Klijn is positief over het voorstel. Echter, men volgt toch wat de heren Stam en Van Uden hebben opgemerkt. De heer Van Uden kan er niets meer aan toevoegen. Mevrouw Becker kiest in eerste instantie voor de besluitnemende raad. Echter, omdat een aantal partijen veranderingen wil aanbrengen, wordt het de meningvormende raad. De heer Schreurs steunt het voorstel. Men is wel benieuwd naar de uitwerking van het punt dat door de heer Van Uden is ingebracht. Daarbij de opmerking dat de opbrengst op hetzelfde niveau moet blijven. Spreker is benieuwd waar het college mee komt. Uiteindelijk zijn bij de begroting de bedragen al vastgesteld. Het wordt de meningvormende raad. Mevrouw Borgstede is benieuwd naar de twee amendementen. Meningvormende raad.

De voorzitter sluit de behandeling van het agendapunt na geconstateerd te hebben dat het voorstel naar de meningvormende raad gaat. Er zijn diverse amendementen aangekondigd.

9

b.

Verordening beschikkingstermijn schuldhulpverlening, raadsvoorstel 57/20 Mevrouw Becker geeft aan dat er in de schriftelijke vragen vraagtekens gesteld zijn bij de termijn van acht weken. Daar maakt spreekster zich ook zorgen over. Zeker omdat het participatieplatform met klem adviseert om de termijn op vier weken te houden. Als antwoord komt dan dat acht weken wordt aangehouden om het proces goed in te richten en ervaring op te doen met het plan van aanpak. Men mag toch denken dat er binnen de organisatie ruim van tevoren is nagedacht over het verloop van het proces. Een plan van aanpak opstellen is voor een professional ook niet al te moeilijk. Er is dus geen reden om een termijn van acht weken aan te houden. Een termijn van vier weken is goed. Door de coronacrisis kunnen nog wel eens veel meer menden in de schuldhulpverlening terecht komen. Bij de vorige behandeling van dit probleem heeft men het gehad over preventieve maatregelen om te voorkomen dat mensen in de schuldhulpverlening terecht komen. Wanneer dit goed geregeld is, komen er minder mensen in de schuldhulpverlening. Klopt dat ook? Mevrouw Janmaat merkt op dat in de beantwoording van de technische vragen staat dat er 63 mensen in de schuldhulpverlening zitten. Dit jaar zijn daar relatief meer mensen bijgekomen.

Wanneer men dat terugbrengt naar het aantal personen per maand kan spreekster zich niet voorstellen dat men voor de behandeling van de aanvragen meer mensen nodig heeft. Kan de wethouder een overzicht verstrekken waaruit blijkt waaruit hoeveel mensen er in de schuldhulpverlening zitten en hoelang het heeft geduurd voordat de beschikking is verstrekt? In het kader van de preventieve maatregelen, wat is de tijd tussen melding en het eerste gesprek.? Aangegeven is dat men over een jaar tijd streeft naar de verkorting van de beschikkingstermijn van acht weken naar vier weken. Kan dit niet binnen een halfjaar? Andere gemeenten hanteren ook al een beschikkingstermijn van vier weken. Is de wethouder bekend met de schuldhulpverlening van Stimulans? Daar gaat het makkelijker. Of is het uitbesteed aan de Kredietbank? De heer De Haan vraagt vanaf welk moment de acht wekentermijn ingaat. Is dat vanaf de aanmelding of vanaf het eerste gesprek? Het is verstandig om met een plan te werken bij de schuldhulpverlening. De gemeente heeft al te maken met mensen in de schuldhulpverlening. Dus er is ervaring. Dan is een plan maken toch niet zo moeilijk. Waarom kiest men er dan voor om het niet te doen? De heer Schaeffer merkt op dat de gemeente voorlopig een beschikkingstermijn van acht weken aanhoudt. Het participatieplatform vindt een termijn van vier weken belangrijk.

Spreker vindt het belangrijk dat de mensen überhaupt geholpen worden. Is er bij de bepaling van de termijn de inzet van een ervaringsdeskundige meegenomen? Hoe gaat men de raad op de hoogte houden wat betreft de doorlooptijd en wat betreft de uitvoering van de afspraken binnen de huidige wet? De heer Stam merkt op dat het college een beschikkingstermijn van acht weken voor om ervaring op te doen. Spreker vraagt zich af of dat zinnig is, gezien de vraag van mevrouw Janmaat. Vervolgens geeft het college aan dat men denkt dat de termijn eind 2021/begin 2022 teruggebracht kan zijn naar vier weken. Spreker denkt dat het goed is om halverwege 2021 de

10

gang van zaken te evalueren. Kijken naar de praktijk. Om te zien hoe men de termijn zo snel mogelijk kan verkorten nar de vier weken. De heer Kroon wil ook zo snel mogelijk naar een termijn van vier weken. Het college is er vaag over. Daarom kan men meegaan met de suggestie van de heer Stam om te evalueren. Na een aantal maanden moet het college toch weten hoe het gaat. Wanneer blijkt dat men de termijn eerder kan terugbrengen dan aan het eind van 2021 is het dan een optie dat ook te doen? De heer Doorn is van mening dat er uit de acht weken beschikkingstermijn geen ambitie naar voren komt. Waarom de maximale termijn? De onderbouwing voor de termijn is mager. Spelen andere factoren een rol bij de bepaling van de termijn? Zo ja, welke? Wat is de onderbouwing voor de acht weken? Ook met de nu gegeven onderbouwing kan de termijn korten. Daarnaast moet men een evaluatie inbouwen om te kijken wanneer men de termijn kan verkorten. Daar moet men voor de zomer uitsluitsel over hebben. Spreker neemt aan dat per cliënt het werk van de schuldhulporganisatie wordt ingekocht. Dat het daarbij gaat om afgesproken werkzaamheden. Of heeft het ontwikkelen van het plan van aanpak consequenties voor de prijs van de geboden schuldhulp? Spreker denkt dat ervaringsdeskundigen alleen een plek hebben in het voortraject. Met een preventieve rol.

Wat zijn de resultaten van de inschakeling van deze deskundigen en van de preventie? Hoeveel mensen worden op deze wijze uit de schuldhulp gehouden? Mevrouw Groen is het eens met de voorgaande sprekers. Men wil ook naar een beschikkingstermijn van vier weken. Wethouder Schuurs stelt vast dat er veel vragen gesteld zijn over de beschikkingstermijn, waarom geen vier weken maar acht weken. Nieuw in de wet is dat er beschikkingen afgegeven moeten worden met een plan van aanpak. Dat was voorheen niet zo. Er is in het sociaal domein veel over gesproken. Voor een deel moet een plan van aanpak opgesteld worden door mensen die zich ook met andere onderwerpen bezighouden. Dat komt weer omdat men kijkt naar een integrale hulpverlening. Wat zijn de problemen en op welk gebied heeft men hulp nodig. Anders gezegd bij een plan van aanpak moet men verder kijken dan alleen neer schuldhulp. Dat betekent dat men niet van tevoren kan zeggen dat een beschikking in vier weken kan worden afgegeven. Daarnaast moet men bij een kortere termijn altijd mensen ter beschikking hebben die het werk binnen die termijn kunnen doen. Men maakt het schema veel strakker wanneer men het op die manier opneemt in de verordening. Wanneer men vier weken aangeeft en men redt het niet binnen die tijd, dan is het ook niet goed. Gun de gemeente de tijd om het proces goed in te richten en het werk goed te doen.

Wanneer blijkt dat de termijn korten kan, dan zal men dat zeker doen. Dan zal men dat ook de raad laten weten. Met preventieve maatregelen is men al geruime tijd bezig. Men roept ook op dat mensen die problemen hebben met geld en schulden zich te melden. Men werkt bij preventieve maatregelen ook samen met andere hulpverlenende instanties. Het is moeilijk om in cijfers aan te geven hoe men kan voorkomen dat mensen in de schuldhulpverlening komen. Men weet niet altijd of en hoe mensen vroegtijdig geholpen worden. Men meldt zich niet

11

vanzelfsprekend. Wel blijkt uit landelijke onderzoeken dat het helpt om vroegtijdig met mensen over het probleem in gesprek te gaan. De heer Doorn vindt de opmerking het niet aankunnen merkwaardig. Men heeft te maken met een professionele schuldhulpverleningsorganisatie. Men koopt de hulp in. Heeft men geanticipeerd op de gevolgen van corona en zijn daar voldoende uren voor beschikbaar? Wethouder Schuurs geeft aan dat, wanneer men extra geld ter beschikking stelt, er altijd meer mogelijk is. Voor de rest is de vraag niet exact te beantwoorden. Men probeert met een integrale aanpak die vaak verder reikt dan alleen maar schulden het probleem op te lossen. De mensen zitten dan al bij de reguliere consulenten voordat ze naar de schuldhulpverleningsorganisatie gaan. Op meerdere plekken is men met de mensen bezig. Daarbij werken organisaties zoveel mogelijk samen. De acht weken gaan tellen vanaf het eerste gesprek. Het plan van aanpak gaat men vanaf nu wel maken. Dat is verplicht. Men spreekt af en toe met ervaringsdeskundigen. Dat heeft echter geen invloed op de termijn. Binnen de monitor sociaal domein zal aandacht besteed gaan worden aan de schuldhulpverlening. De evaluatie staat niet in het voorstel. Echter, op het moment dat men denkt sneller een beschikking af te geven, dan zal men dat doen. De heer Stam beproeft in de laatste woorden een toezegging.

Hoewel spreker daar geen zekerheid over heeft, beschouwt men de woorden wel als zodanig. De vraag is alleen op welke termijn de evaluatie plaatsvindt en men gaat ervan uit dat het, gezien de aantallen, niet zo moeilijk moet zijn om de doorlooptijden in de gaten te houden. Spreker hecht eraan dat er een toezegging komt van de wethouder om bij voorkeur over een halfjaar met een evaluatie te komen. Wethouder Schuurs denkt dat die evaluatie na een halfjaar mogelijk is. Dan kan men beoordelen hoe het zit met de beschikkingstermijn. Tweede termijn Mevrouw Becker constateert dat de wethouder toegezegd heeft om binnen een halfjaar met een evaluatie te komen. Kan dat in de verordening vastgelegd worden. Dat op basis van de evaluatie vervolgens een beschikkingstermijn van vier weken aangehouden kan worden. Het voorstel kan naar de meningvormende raad. Mevrouw Janmaat heet nog geen antwoord gekregen op de vraag over Stimulans. Is de gemeente aangesloten bij het platform? Een landelijke kennis- en adviesorganisatie onder andere op het gebied van schuldhulpverlening. Het platform is een netwerk van gemeenten waarbinnen aanpakken worden besproken en geëvalueerd. Verder is er sprake van kennisuitwisseling.

Of heeft de gemeente alles uitbesteed aan de Kredietbank? De heer De Haan vraagt aanvullend of de wethouder een ambitie uit wil spreken en een uiterlijke termijn aangeven voor een eerste gesprek met iemand die schuldhulp nodig heeft.

12

De heer Schaeffer vindt het antwoord op de gestelde vraag wat mager. Men blijft benadrukken dat een strakke goede monitoring van belang is. Wanneer de toezegging gegeven wordt dat de evaluatie na een halfjaar plaatsvindt, dan kan het voorstel naar de besluitnemende raad. De heer Stam geeft aan dat het voorstel met de toezegging van de wethouder naar de besluitnemende raad kan. De voorzitter vraagt zich af of de toezegging van de wethouder op de toezeggingenlijst moet komen of dat het raadsvoorstel op dit punt moet worden aangepast. De heer Kroon is benieuwd of men verwacht dat er zich situaties voordoen waarvoor een termijn van acht weken nodig is. Het zou misschien ook wel zes weken kunnen zijn. Het is een beetje bijzonder dat men gelijk de maximale wettelijke termijn hanteert. Kan men hier nog eens naar kijken? Hoewel gevraagd is naar een evaluatie na drie maanden, kan spreker ook leven met een termijn van een halfjaar. De heer Doorn is van mening dat met de toezegging van de wethouder het voorstel naar de besluitnemende raad kan. Mevrouw Groen vindt de periode van vier weken belangrijk. Wanneer dat gegarandeerd wordt, kan het voorstel naar de besluitnemende raad. Mevrouw Schuurs geeft aan dat, na iedereen gehoord te hebben, in het raadsvoorstel wordt toegevoegd dat er na een halfjaar een evaluatie komt.

Men heeft niet de ervaring dat de schuldhulpverlening altijd van een leien dakje loopt. Men kan wel heel optimistisch zijn over de snelheid waarmee alles kan, maar men moet ook ervaring opdoen met het afgeven van een beschikking. Vandaar dat in eerste instantie de termijn van acht weken is aangegeven. Wanneer het sneller kan, dan gebeurt dat ook. Stimulans is een van de bronnen waar het ambtelijk apparaat zijn kennis vandaan haalt. Er is geen termijn voor een eerste gesprek. Echter, men probeert dat zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. De wethouder vermoedt dat de heer Schaeffer ook tevreden is met de toegezegd evaluatie. De heer Kroon heeft gevraagd naar de verwachting van een beschikkingstermijn. Het antwoord was dat men in eerste instantie voor acht weken heeft gekozen. Een soort veilige termijn. Verwacht men werkelijk situaties waarvoor men acht weken nodig heeft? Of is zes weken ook al een veilige periode? Wethouder Schuurs kan geen antwoord op de vraag geven. Men heeft er geen ervaring mee. Daarom is gekozen voor de wettelijke termijn. Men probeert in elke situatie zo snel mogelijk te werken. Dan kan men na enige tijd iets zinnigs zeggen over de termijn. Mevrouw Becker vraagt een toezegging van de wethouder dat, bij een gunstige evaluatie, men vanaf dat moment een termijn van vier weken aanhoudt. Wanneer dit toegezegd wordt kan het voorstel naar de besluitnemende raad.

13

Wethouder Schuurs antwoordt dat, wanneer blijkt dat het afgeven van een beschikking binnen vier weken mogelijk is, het ook in vier weken gebeurt. Op dit moment weet men niet hoeveel tijd ervoor nodig is en de wethouder wil geen valse beloftes doen. De voorzitter denkt dat het voorstel voldoende besproken is. Het raadsvoorstel wordt aangepast op het punt evaluatie. Die vindt na een halfjaar plaats. Vervolgens stelt de voorzitter vast dat het aangepaste voorstel naar de besluitnemende raad kan. Mocht er daartoe een aanleiding zijn, dan kan men het voorstel altijd terughalen naar de meningvormende raad. Hiermee is de discussie gesloten.

c.

Wijziging Verordening elektronische bekendmaking De Ronde Venen 2014, raadsvoorstel 58/20 Mevrouw Wilgers vindt het goed dat de publicaties van de gemeente vanaf 1 januari 2021 allemaal digitaal te vinden zijn. Toch zal een groot aantal inwoners daaraan, ondanks de aangekondigde communicatiecampagne, moeten wennen. Het is wel een omschakeling, het vinden van alle informatie in de krant naar het zelf moeten zoeken neer informatie via internet. Doordat men zelf op zoek moet naar informatie is de kans groot dat inwoners belangrijke informatie gaan missen. Om die reden stelt spreekster voor om een overgangsperiode van een jaar aan te houden. Publicaties via digitale weg naast publicaties in de krant. Hierover dient het CDA een amendement in. Graag ziet men eind 2021 een evaluatie over de informatieverstrekking. Dan kan men afwegen of de overgangsperiode verlengd moet worden. De heer Kroon merkt op dat in het kader van de nieuwe wet elektronisch publiceren de enige methode mag zijn. Het blijkt dat de gemeente voornemens is dit te gaan doen. Niet digitaal vaardige inwoners moeten dat dan worden. Men wil de inwoners er wel bij helpen. Het geld dat men dan uitspaart met de gemeentepagina wil men dan besteden aan andere collectieve uitingen in de media. Spreker vindt het te gemakkelijk om over te gaan op enkel digitaal. De publicaties op papier worden nog steeds goed gelezen.

Door alleen digitaal informatie te verstrekken, wordt de toegankelijkheid beperkt. Het voorstel om dubbel te publiceren gedurende een jaar kan spreker steunen. Daarbij de kanttekening dat het misschien wel langer dan een jaar moet. Mevrouw Groen kan zich goed vinden in het feit dat de lokale media in 2021 nog gebruikt zullen worden voor gemeentelijke bekendmakingen en mededelingen. Men hoopt dat deze vorm van informatieverstrekking langer dan 2021 zal plaatsvinden. Het is een goed streven dat de gemeente eerder met de elektronische bekendmaking wil starten. Het voorstel kan naar de besluitnemende raad. De heer De Haan is benieuwd of er tijdens de overgangsfase rekening is gehouden met evaluatiemomenten. Om te monitoren wat het effect is van omschakelen van papier naar digitaal. Kijken of iedereen toegang tot de informatie heeft in de nieuwe situatie. De heer Schaeffer denkt dat het een goede ontwikkeling is. Er zijn echter inwoners die niet digitaal vaardig zijn en er zijn inwoners die niet beschikken over digitale apparatuur. Wat is voor die inwoners de manier om aan informatie te komen? 14

Onder ‘betrokkenheid en communicatie’ wordt op pagina 3 van het voorstel gesproken over een maatwerkoplossingen. Wat moet men zich daarbij voorstellen? Is er ook nog ruimte om informatie op te halen op het gemeentehuis? Spreker twijfelt aan het nut van social mediakanalen als hulpmiddel om niet digitaal vaardigen op weg te helpen. Verschijnt de informatie het eerste halfjaar ook nog op papier of gaat allesdirect digitaal? Bij heldere antwoorden op de vragen mag het voorstel naar de besluitnemende raad. Mevrouw Becker sluit zich aan bij wat gezegd is over de afbouw van de informatievoorziening in de lokale kranten. Spreekster meent gelezen te hebben dat de gemeente de verplichting houdt om de informatie via de lokale kranten te blijven verspreiden. Omdat er nog steeds mensen zijn die niet over een computer beschikken. Is dit correct? De heer Stam constateert dat dit een ontwikkeling die al een paar jaar aan de gang is. Toch is er zorg over de kloof tussen mensen die wel en die niet digitaal vaardig zijn. De gemeente schuift dit probleem af op de niet digitaal vaardigen. Deze categorie inwoners gaan informatie missen. Dat is geen goede ontwikkeling. De gemeente moet zorgen voor een inclusieve samenleving. Niet digitaal vaardigen moeten ook kennis kunnen nemen van wat hun leefomgeving raakt.

Hoe men dit punt door het afschaffen van de informatie via de krant moet oplossen, kan spreker niet direct aangeven. Hoe gaat men de niet digitaal vaardigen daadwerkelijk helpen? De heer Doorn kan zich vinden in de woorden van de vorige spreker. Er zijn mensen die achterblijven doordat men niet digitaal uit de voeten kan. Denk daarbij aan senioren en laaggeletterden. Die laatste groep groeit in omvang. De vraag is hoe die mensen in de toekomst hun informatie moeten vergaren. Welke maatregelen en welke activiteiten gaat men ondernemen om deze mensen te helpen? Het gaat toch om ongeveer 30% van de inwoners. Burgemeester Divendal erkent dat de materie complex is. Heel veel mensen kunnen de informatiemaatschappij moeilijk bijhouden. De elektronische informatievoorziening heeft als doel om de mensen toe te spitsen op informatie waar men belanghebbend bij is. Spreker brengt naar voren dat veel mensen nu ook al een probleem hebben om de informatie uit de gemeentepagina te filteren op punten die voor hen van belang zijn. Het Rijk heeft bedacht dat men naar een systeem moet waarbij informatie landelijk eenduidig te verkrijgen is. Dat kan tot op postcodeniveau. Dan hoeft men niet of minder te filteren. Binnen de gemeente werkt men vaak met bewonersgroepen. Die verspreiden ook informatie over wat er zich in de buurt afspeelt.

De gedachte achter het systeem is, juist omdat mensen geen behoefte hebben aan alle informatie, er meer kanalen zijn om de informatie zo toegespitst mogelijk binnen te halen. De gemeente volgt met het voorstel de landelijke ontwikkelingen. Doordat men meer ervaring opdoet, wordt er meer gebruik gemaakt van verschillende mediakanalen. Dat wil men uitbouwen om te voldoen aan de landelijke verplichtingen. Het college denkt dat een overgangsperiode van een halfjaar voldoende is. Juist vanwege het punt dat men na dat halfjaar ervoor zorgt dat de informatie bij de mensen komt. Alleen op een andere manier. Men gaat niet groot aankondigen dat mensen wel een uitdraai kunnen halen, maar men houdt het wel beschikbaar. Dat kunnen mensen ophalen. Komen mensen met

15

vragen, dan worden ze geholpen. Evaluatiemomenten zitten erin. Men monitort de ontwikkeling. Op basis daarvan kan men een actie bijstellen. Met de verordening steekt men in op de wettelijke verplichting. Die voert men uit. Men past aan waar en wanneer dat nodig is. Wanneer het nodig is, bij keuzemomenten, betrekt het college de raad erbij. Mevrouw Becker memoreert haar vraag over de verplichting van de gemeente informatie bekend te maken in de lokale kranten via de gemeentepagina naast de elektronische informatie. Mevrouw Wilgers stel dat over een halfjaar de informatie op een andere manier naar de inwoners toekomt. Hoe moet men dit zich voorstellen? Burgemeester Divendal meldt dat nadat de verplichting informatie digitaal ter beschikking te stellen de gemeentepagina in de lokale krant niet meer verplicht is. De gemeente blijft de informatieverstrekking sowieso nog een halfjaar dubbel doen. Daarnaast blijft men de lokale kranten inschakelen voor publicaties met een uitleg van gemeentelijke regels. Daarbij wordt ook een verwijzing naar de digitale informatievoorziening geplaatst. Lijsten met vergunningen komen op een gegeven moment alleen nog digitaal of als maatwerk via een op te halen uitdraai. Tweede termijn Mevrouw Wilgers heeft niets toe te voegen aan wat al eerder gezegd is. Het voornemen om een amendement in te dienen staat ook nog.

De heer Kroon begrijpt alle oordelen van het elektronisch publiceren. Echter, bij en en heeft men daarnaast ook nog de voordelen van het papier. Dat kost geld, maar het budget voor papier houden we beschikbaar. Dat wordt ingezet voor andere publicaties. Maar, andere publicaties zijn er nu ook. Wil men informatie verkrijgen op digitale wijze, dan moet men die actief gaan halen. In geval van de krant krijgt men de informatie gewoon thuis. Het is een omdraaiing van de manier van informatieverkrijging. Het is ook een soort omdraaiing van de manier waarop mensen betrokken worden bij participatie bij de besluitvorming. Een soort ontmoediging die spreker onwenselijk vindt. In de meningvormende raad zal het een onderdeel van de discussie zijn. De heer Schaeffer steunt de digitale vooruitgang. Een goede ontwikkeling. Men is voor de gerichte informatie om mensen bij het proces te betrekken. Een overgangsperiode van een halfjaar is prima. Het voorstel kan naar de besluitnemende raad. Mevrouw Becker stelt vast dat de verplichting om informatie via de krant te verstrekken vervalt. Senioren hebben daar veel belang bij. Het voorstel gaat daarom naar de meningvormende raad. De heer Stam vindt de beantwoording teleurstellend. Wanneer de portefeuillehouder als voordeel aangeeft dat men informatie op postcodeniveau kan opzoeken, dan klinkt dat leuk. 16

Echter, mensen die niet digitaal vaardig zijn, kunnen dat nooit vinden. Wanneer het gaat over maatwerk of hoe de informatie wel bij de mensen komt, dan komt er een vaag verhaal. Wanneer men zijn weg niet kan vinden op de elektronische snelweg, dan moet men het maar zelf uitzoeken. Spreker is tegen het voorstel. De heer Doorn stelt dat de beantwoording wel een eind de goede richting inging, maar niet helemaal. Spreker is benieuwd welk parallel traject er komt om alle inwoners beter te informeren en te betrekken. Met name de inwoners die niet digitaal vaardig zijn. Men heeft een voorbehoud bij het raadsvoorstel. Met parallel werken is men al jaren bezig zonder dat er wat uitgekomen is. De fractie zal er waarschijnlijk anders in staan dan spreker. Vooralsnog wordt het de meningvormende raad. Burgemeester Divendal volgt met dit voorstel de wettelijke verplichting. Het is geen doordrukken. Men moet niet denken dat, wanneer men elke week een publicatie van een paar pagina’s in de krant zetten, al die mensen die niet digitaal vaardig zijn die pagina’s doorspitten. Veel van deze mensen hebben meer kansen om gericht informatie te verkrijgen met digitale mogelijkheden. Men moet de mensen ook niet onderschatten. Mensen die sociaal vaardig zijn, zien ook aan mogelijkheden te komen om digitale informatie binnen te halen. Al was het maar via (klein)kinderen.

De gemeente moet altijd op meerdere fronten actief zijn om te proberen dat mensen vooral de informatie krijgen die voor hen van belang is. Dat vraagt ook actief burgerschap om zelf op zoek te gaan. De heer Kroon begrijpt de elektronisch voordelen allemaal. Echter, en en is voor iedereen een geweldige uitkomst. Doen dus. Wanneer dat niet kan, dan wel het is niet zo, dan is papier een goede tweede optie. Actief informeren via de krant heeft een meerwaarde tegenover het zelf ophalen van informatie. Het is wel eens handig om iets niet digitaal te hoeven doen. De heer Stam vindt de reactie van de portefeuillehouder tamelijk flauw. In het voorstel staat, weliswaar wat versluierd, gewoon dat de inwoners digitaal moeten worden. Om ze daarbij te helpen wordt de digitale weg bewandeld. Waar zit het parallelle pad? Waar is het alternatief? Spreker ziet het niet. De voorzitter concludeert dat de discussie tijdens de meningvormende raad een vervolg krijgt.

7.

Overige punten

a.

Informatienota Wensen en bedenkingen snelvaren Vinkeveense Plassen De voorzitter kondigt twee insprekers aan: de heer J. Klinkhamer en mevrouw C. Verheul. Na uitleg van de inspraakprocedure krijgt mevrouw Verheul het woord. Mevrouw Verheul brengt naar voren dat de bewoners van de Groenlandsekade met verbijstering kennis hebben genomen van het voornemen van SGL om snelvaren op de Zuidplas toe te staan. Graag wil men een oordeel over het voorstel geven vanuit het perspectief van de bewoners. In 1999 is besloten het snelvaren op de Zuidplas ten behoeve 17

van waterskiën beperkt toe te staan. De bewoners zijn daarbij betrokken geweest. Tijdens de evaluatie een jaar later is aandacht gevraagd voor een aantal punten, die nu nog steeds spelen. Als eerste de handhaving. Dat is de laatste twintig jaar nauwelijks gebeurd. Er wordt steeds vaker binnen en uiten de skibaan snelgevaren. Het voorstel van SGL steunt zwaar op handhaving. Moet men daarin geloven na de ervaring van twintig jaar? Extra handhaving wordt immer niet ingezet. Snelvaren zorgt voor overlast van golfslag en geluid. Wakeboarden zorgt ook voor een stevige golfslag. Niets verhindert in de plannen van SGL dat wakeboarden op de hele plas gaat plaatsvinden. Voor kleinere boten wordt de Zuidplas een gebied dat men moet vermijden. Men mag een forse geluidsoverlast verwachten van voorjaar tot herfst gedurende de gehele dag als gevolg van het voorstel van SGL. Ook de veiligheid is in het geding. Aan- en afvarende snelvaarders bij de waterskibaan minderen nauwelijks vaart buiten de baan. Voor jonge zeilers is dat gedrag een groot probleem, omdat ze de risico’s nog niet kunnen inschatten. Milieutechnisch draagt snelvaren niet bij aan milieuvriendelijkheid. Integendeel. Men mag vaststellen dat SGL meer snelvaren alleen maar propageert om meer inkomsten te generen. Milieu en veiligheid zijn daaraan ondergeschikt. Zeker bij gebrek aan handhaving.

Men kan zich de vraag stellen of die meer inkomsten wel realistisch zijn. Alle plannen om dit te bekijken of dit aan te bevelen kosten ook geld. Uitbreiding van snelvaren is waanzin. Het kost meer geld dan dat het opbrengt. Het gaat ten koste van het milieu. De veiligheid neemt af. Het gaat om het genot van een kleine groep ten koste van het grootste deel van de waterrecreanten. Gemeente probeer de maatregel te voorkomen. Mevrouw Borgstede merkt op dat mevrouw Verheul heeft aangegeven extra kosten te verwachten door het snelvaren toe te staan op de Zuidplas. Waar moet men dan aan denken? Mevrouw Verheul geeft aan dat de belangrijkste extra kosten zitten in een goede handhaving. Daar zijn extra mensen en extra boten voor nodig. Extra opbrengsten va 40.000 euro en extra kosten van 300.000 euro om het te realiseren. Mevrouw Borgstede constateert dat men aangeeft dat de kosten van handhaving de opbrengst royaal overtreft. Mevrouw Verheul bevestigt dat. De heer Goldhoorn vraagt of het goed begrepen is dat men de waterskibaan wel een warm hart toedraagt. Mevrouw Verheul vindt ‘een warm hart’ een te groot woord. De baan is er en er wordt steeds meer gebruik van gemaakt. Alleen zitten er de laatste jaren steeds meer mensen tussen die geen vergunning hebben. Controle is nauwelijks mogelijk, omdat men elkaar waarschuwt via een app wanneer er een handhaver aankomt.

Ook wordt er buiten de baan te hard gevaren. Wil men meer hardvaren mogelijk maken, dan is meer handhaving noodzakelijk. De voorzitter constateert dat er geen vragen meer zijn. Na mevrouw Verheul bedankt te hebben voor haar bijdrage krijgt de volgende inspreker het woord.

18

De heer Klinkhamer meldt dat de vereniging De Goede Vangst een uitgebreid schrijven het gestuurd. Toch nog apart een paar punten. Het moet duidelijk zijn dat zowel het recreatieschap als particuliere leden het gehele gebied hebben verhuurd voor het visrecht. Wanneer de hardvaarbaan wordt gerealiseerd kan men zal men het visrecht, waarvoor betaald wordt, niet meer kunnen uitoefenen wanneer de baan open is. De belangen van de van de vereniging worden daardoor geschaad. Met harde wind worden de boten gedwongen een andere route te kiezen. Soms heel dicht onder de wal. De aangegeven corridor van brug naar brug is veel te smal. Er zullen grote golven ontstaan. Het levert gevaar op voor de boten die van de ene brug naar de andere moeten. De vereniging staat voor een goede viswaterkwaliteit. Geluidsoverlast is niet alleen boven water merkbaar, maar ook onder water. De onderwaterflora en –fauna hebben daar last van. Het publiek dat men met snelvaren op de Plassen aan wil trekken, laat te wensen over. Men duldt vaak niet dat er commentaar geleverd wordt op hun manier van varen. Al met al is het niet verstandig om de baan op die plaats te neer te leggen. Andere en rustiger vormen van watersport worden er door gehinderd. Hardvaren past niet in het gebied. De heer Goldhoorn heeft gehoord dat de inspreker de hardvaarbaan op de aangegeven plek niet gewenst vindt.

Vindt de heer Klinkhamer zo’n baan sowieso gewenst? De heer Klinkhamer denkt dat men een keuze moet maken wat betreft de soort recreatie op de Plassen. Wanneer men kiest voor rust en ruimte dan past die baan niet in Vinkeveen. In Loosdrecht, een veel groter watergebied, is hardvaren een grote ergernis. De voorzitter stelt vast dat er geen andere vragen zijn. Na de inspreker bedankt te hebben voor de inbreng, gaat de voorzitter over tot de reguliere behandeling van het agendapunt. Aangezien de informatienota is ingebracht door het college krijgt de portefeuillehouder eerst de gelegenheid om een toelichting te geven. Wethouder Schuurs meldt dat SGL de bevoegdheid heeft om snelvaren op de Vinkeveense Plassen toe te staan. Daartoe is een voorlopig besluit genomen. SGL gaat zelf in gesprek met omwonenden om te kijken hoe men reageert op het (voorlopige) besluit. De wethouder vindt het belangrijk om het met de raad te bespreken gezien de impact van het besluit. Er zijn vooren tegenstanders van het besluit. Men wil de reacties van de raad meenemen voordat er een definitief besluit wordt genomen. Het besluit heeft ook te maken met het uitreden van Amsterdam, waardoor er een financiële impuls voor het gebied nodig is. Deze baan is een van de onderdelen van die impuls. Het kan zonder een bestemmingsplanwijziging. De wethouder wil graag horen hoe de raad aankijkt tegen het plan.

De heer Goldhoorn geeft aan dat men naar het voorstel heeft gekeken. Indien er in een bepaald gebied hard wordt gevaren, dan wordt er ook hard heen naar en weer terug van het gebied gevaren. Dat betekent dat de veiligheid op de gehele Plassen in gevaar komt. Binnen SGL bestaat een programma B, de Vinkeveense Plassen. In het DB zit een vertegenwoordiger van het college. Hoe is het voorstel van SGL in het DB behandeld? Spreker kan zich niet voorstellen dat de wethouder in het DB een warm voorstander is geweest van dit voorstel. Men moet toch weten hoe dat in brede kring van de inwoners zou vallen. 19

Mevrouw Becker geeft aan dat de Vinkeveense Plassen van oorsprong een stiltegebied is. Door de aanleg van de waterskibaan is daar al vanaf geweken. Op veel plekken wordt nu al veel te snel gevaren. Dat is al nauwelijks te handhaven. Nu wordt er voorgesteld om snelvaren maar te reguleren. Anders gezegd, het toestaan. Daardoor moet voor een klein aantal snelvaarders, die vaak van buiten komen, een heel vergunningstelsel opgetuigd worden. Dat nog los van het punt dat men nog moet bepalen welke boten wel of niet worden toegestaan. Een vergunningstelsel levert wel geld op, maar het kost ook heel veel geld. De snel varende boten zorgen al voor veel overlast voor mens en milieu. Bij het toestaan van snelvaren moet ook de handhaving op peil gebracht worden. Mevrouw Borgstede vraagt zich af wie dit bedacht heeft. Waarom is het bedacht en waarom bespreekt men het stuk? De wethouder is toch goed geïnformeerd hoe belangenverenigingen en inwoners hierover denken. Zoals bekend is handhaving op de Plassen een terugkerend probleem. Het voorstel laat een soort omgekeerde wereld zien. Men gaat iets reguleren, omdat men niet kan handhaven. Spreekster begrijpt echt niet waarom men dit zou moeten doen. De fractie heeft zware twijfels. Men schrikt van de opmerkingen van de insprekers. Het toestaan van snelvaren moet men echt niet doen. Geef ruimte voor de nieuwe vormen van watersport.

Niet nog harder varen en vaker harder varen. De heer Schreurs meldt vel bedenkingen te hebben en maar een wens, namelijk doe het niet. De Plassen lenen zich niet voor snelvaren. Het is niet het soort recreatie dat men wil hebben. Men begrijpt het verzoek van SGL wel, handhaven is een probleem en dat zijn de inkomsten ook. De vraag is of snelvaren het inkomstenprobleem gaat oplossen. Om snel te kunnen varen moet men er wel wat voor doen, namelijk een vaarbewijs halen en geld voor een vergunning betalen. Veel snelvaarders zullen niet aan die eisen voldoen. Een ander probleem is handhaven. De vraag is alleen of men met deze maatregel dat probleem oplost. Het betekent wel dat er meer gehandhaafd moet worden. Dan moet men daar ook geld voor beschikbaar stellen. Met als gevolg dat de kosten hoger worden dan de inkomsten. De wethouder die in het DB zit, heeft aangegeven dat dit voorlopige besluit is genomen. Nu vraagt men de raad naar een mening. Het zou beter geweest zijn om dat eerst aan de raad te vragen alvorens te besluiten. SGL kan de maatregel alsnog wel nemen. De wethouder heeft als lid van het bestuur dat bestuur het (voorlopige) besluit wel genomen. Graag een reactie van de wethouder op dit punt? Zoals gezegd, is er een wens: doe het niet. De heer Kneppers vindt het in eerste instantie onduidelijk wat men eigenlijk bespreekt. Er ligt geen beslissing in het punt.

Echter, kijkt men wat verder dan zit er wel een besluit in. Een besluit met financiële consequenties. Inkomsten genereren door snelvaren toe te staan. Staat men het niet toe, dan moet de gemeente geld bijleggen. Spreker begrijpt niet dat het mandaat bij SGL ligt. Daarover graag meer duidelijkheid? Men mist het besluit om het snelvaren toe te staan. Dat hoort ook thuis in het komende bestemmingsplan. Men moet eerst weten wat men met de Plassen wil voordat men dit gaat toestaan. Wanneer men de hoeveelheid snelvaarders ziet waarmee men rekent, dan gaat het wel erg druk worden op dat stuk water. Dat betekent dat er extra handhavers met een boot nodig zijn. Dan wordt het een ander verhaal. Op dat punt mist men de financiële consequenties. Spreker wil eigenlijk geen of zeer beperkt snelvaren toestaan. Men wil ook een hoger tarief voor een vergunning dan in Loosdrecht om te voorkomen dat mensen van daar naar de Plassen komen. Men had beter eerst de evaluatie 20

van het vaarseizoen kunnen bespreken. Daaruit komt naar voren dat het druk was en dat handhaving lastig was. Ook was er sprake van overlast en daardoor irritatie. Begin niet aan snelvaren voordat de andere problemen opgelost zijn. De wethouder moet een en ander nog maar eens goed uitleggen. De heer Stam bevreemdt het dat SGL de beslissingsbevoegdheid heeft om wel of geen snelvaren op de Plassen toe te staan. Is SGL soms de eigenaar van al het water? Voor een deel snapt spreker het verhaal. Er is sprake van een financieel probleem, dus moet er geld verdiend worden. SGL zoekt dus naar mogelijkheden om inkomsten te genereren. Kijkend naar dit verhaal komt de vraag op wat het verdienmodel is. Men kan wel vergunningen uitgeven, maar wanneer daartegenover staat dat men zwaar moet gaan handhaven, is het de vraag of de vergunningen nog wel geld opleveren. Moet de gemeente voor de handhaving opdraaien en gaan de revenuen dan naar SGL? Wat voor publiek trekt men aan met snelvaren? Hoe gaat men controleren om ervoor te zorgen dat snelvaren veilig kan? Het gaat om een betrekkelijk klein gebied. Kortom, er zijn veel bedenkingen. Alles overwegende denkt spreker dat men er niet aan moet beginnen. Het past niet in de visie die men heeft over de Plassen. Men moet iets beters bedenken om geld mee te verdienen. De heer Doorn heeft maar een reactie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9570938/1