Raadsvoorstel herinrichting woonwagenlocatie Mergen.docx
Tekst van het document
documentnr.: D/21/272108 - zaaknr.: Z/21/273503
Raadsvoorstel Onderwerp
: Herinrichting woonwagenlocatie Mergen
Datum
: 28 april 2021
Portefeuillehouder
: J.G.M. van den Boogaart
JeroenAfdeling
: Publiek/Ruimtelijk Beleid/Ruimtelijk Beleid
Commissie
: Ruimte en Economie
In te vullen door de griffie
:
Nummer raadsvoorstel
:
Datum commissie
: 26-05-2021
Agendapunt commissie
: 4G
Datum raad
: 10-06-2021
Agendapunt raad
:
Samenvatting voorstel Op 10 december 2020 heeft de gemeenteraad het woonwagenbeleid 2021 vastgesteld met hierin opgenomen de herinrichting van de woonwagenlocatie Mergen te Mill. De huidige woonwagenlocatie wordt uitgebreid van 1 naar 6 standplaatsen. Het college heeft in haar privaatrechtelijke rol als ‘verhuurder van standplaatsen en huurwoonwagens’ de vijf nieuwe standplaatsen toegewezen. Door de druk wegens onder andere het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens (CRM), de hierbij gedane bestuurlijke toezeggingen door het college aan het CRM en bestuurlijke toezeggingen aan de potentiële huurders, dient de woonwagenlocatie nog dit jaar te worden opgeleverd. Het gevraagde krediet betreft de grondexploitatie voor de aanleg van de standplaatsen, de aanschaf van de vijf geïsoleerde bergingen, het uitvoeren van bodemonderzoek en de inhuur van projectbegeleiding. Voorstel besluit 1.
Een krediet te voteren van €395.670 voor de herinrichting van de woonwagenlocatie Mergen.
2.
Een voorziening te vormen van € 132.356 voor de negatieve grondexploitatie Mergen.
3.
Een onttrekking uit de algemene reserve van € 132.356 ter dekking van de te vormen voorziening negatieve grondexploitatie Mergen.
4.
Bijgevoegde begrotingswijziging vast te stellen.
Financiën De financiële consequenties zijn afgestemd op 19 april 2021 met A. Van der Cruijsen van het team Financiën. Dit voorstel heeft de volgende financiële consequenties: Herinrichting woonwagenlocatie Mergen Voteren krediet € 395.670 voor de herinrichting van de woonwagenlocatie Mergen te Mill
1
Conform artikel 59 van de BBV dienen alle investeringen geactiveerd te worden. Conform artikel 63 van de BBV worden activa gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Voor de herinrichting van de woonwagenlocatie c.q. aanleg van vijf nieuwe standplaatsen dient door de raad een krediet gevoteerd te worden van € 395.670. De standplaatsen worden afgeschreven in 40 jaar en met een rekenrente van 1% bedragen de kapitaallasten € 13.848. per jaar. Financiële dekking In het raadsvoorstel voor de aanschaf van de woonwagens is reeds rekening gehouden met de huuropbrengsten voor de standplaatsen. Hierdoor ontstond een voordelig saldo van € 8.410. De structurele last van € 12.600 vanaf 2022 voor de aanleg van de standplaatsen kan hier grotendeels uit worden gedekt. Het tekort van € 5.438 kan gedekt worden uit het structurele begrotingssaldo van 2022 en verder. Het structurele begrotingssaldo bedraagt na de raadsvergadering van april 2021 € 186.000 voor 2022, € 39.000 voor 2023 en € 137.000 voor 2024. Grondexploitatie De grondexploitatie Mergen sluit met een negatief saldo van € 132.356. Voor dit bedrag dient een voorziening te worden gevormd. De vorming van deze voorziening kan worden gedekt uit de algemene reserve.
Wet Arhi Ja, er was afstemming in het kader van de wet Arhi noodzakelijk, omdat dit voorstel leidt tot een begrotingswijziging en dit valt onder het aanwijzingsbesluit. Wettelijk kader en beleidskader
Beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK;
Definitief regionaal handelingsperspectief woonwagenbeleid NOB;
Woonwagenbeleid Mill en Sint Hubert 2021;
Verhuurbeleid woonwagens en standplaatsen Mill en Sint Hubert 2021.
Communicatie en participatie N.v.t. Duurzaamheid Inrichting van de woonwagenstandplaatsen geschiedt op ‘traditionele wijze’; wat in de praktijk neerkomt op een compleet verharde plaats. Dit sluit aan bij de leefwijze/cultuur van de doelgroep. In het kader van duurzaamheid is het wenselijk dat ook hier – gelet op bijvoorbeeld het voorkomen van toekomstige hittestress – op de individuele standplaats hieraan invulling gegeven wordt. In het verdere verloop zal hierover met de toekomstige bewoners nader overleg gepleegd worden om te kijken welke verduurzamende maatregelen bij de inrichting toegepast kunnen worden.
2
Toelichting op het voorstel Inleiding Op 10 december 2020 heeft de gemeenteraad het woonwagenbeleid 2021 vastgesteld met hierin opgenomen de herinrichting van de woonwagenlocatie Mergen te Mill. De huidige woonwagenlocatie wordt uitgebreid van 1 naar 6 standplaatsen. Het college heeft in haar privaatrechtelijke rol als ‘verhuurder van standplaatsen en huurwoonwagens’ de vijf nieuwe standplaatsen toegewezen. Door de druk wegens onder andere het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens (CRM), de hierbij gedane bestuurlijke toezeggingen door het college aan het CRM en bestuurlijke toezeggingen aan de potentiële huurders, dient de woonwagenlocatie nog dit jaar te worden opgeleverd. Het gevraagde krediet betreft de grondexploitatie voor de aanleg van de standplaatsen en de aanschaf van de geïsoleerde bergingen, het uitvoeren van bodemonderzoek en de inhuur van projectbegeleiding. Voorgestelde beslissing(en) met argumenten en afwegingen 1. De druk is hoog wegens een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens (CRM).
De gemeente had conform haar bestuurlijke toezeggingen aan het CRM al in juni 2020 de discriminatie moeten opheffen1 en middels een plan van aanpak binnen een redelijke termijn de standplaatsen opnieuw in te vullen, maar door samen met de Regio Noordoost Brabant (17 gemeenten en 10 woningcorporaties) een regionaal handelingsperspectief voor woonwagenbeleid op te stellen, heeft de uitvoer vertraging opgelopen. In september - oktober 2020 is voorgenoemd handelingsperspectief door alle partijen vastgesteld. Op 10 december 2020 heeft de gemeenteraad het woonwagenbeleid 2021
(publiekrechtelijk)
en
het
‘Verhuurbeleid
woonwagens
en
standplaatsen
2021’
(privaatrechtelijk; de gemeente als ‘verhuurder van standplaatsen en woonwagens’) vastgesteld. Het college is nog in onderhandeling met de corporatie Mooiland over de overdracht c.q. exploitatie van de zes standplaatsen. De corporatie geeft aan nog een aantal maanden nodig te hebben om te komen tot haar beleid inzake woonwagens en standplaatsen. Gezien de druk op de gemeente wegens: a. het bestuurlijke antwoord op het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens dat de discriminatie zal worden opgeheven en de standplaatsen op de Mergen opnieuw zullen worden ingericht. Hierbij was aangegeven dat de gemeente in juni 2020 hierin zou trachten te voorzien; b. de bestuurlijke toezegging tijdens persoonlijke gesprekken met potentiële huurders dat de gemeente er tot het uiterste naar streeft om nog dit jaar de woonwagenlocatie heringericht op te leveren; c. de voorbeeldfunctie als regionaal bestuurlijk trekker voor de Regio Noordoost Brabant en hier buiten; dient de woonwagenlocatie Mergen nog dit jaar heringericht te worden opgeleverd. De gemeente kan niet wachten op het besluit van Mooiland, daar de herinrichting van de woonwagenlocatie anders niet dit jaar zal plaatsvinden. Uitvoering, risico’s en evaluatie 1. Uitvoering zal zoveel als mogelijk plaatsvinden door inschakeling van lokale aannemers. De benodigde prefab bergingen zullen middels aanbesteding worden aangeschaft.
2. Het risico bestaat dat Mooiland de woonwagenlocatie niet wenst over te nemen. Indien de huurders niet tot de doelgroep van de corporatie behoren, nemen zij die huurders niet over. Mooiland kiest er bovendien op dit moment voor geen standplaatsen over te nemen, omdat zij 1 De discriminatie is per 1 februari 2021 opgeheven door het opstellen van de lijst ingeschreven standplaatszoekenden.
3
van mening zijn dat de gemeente als eigenaar meer juridische mogelijkheden heeft bij eventuele mistanden. De gemeente is hierover nog in onderhandeling met Mooiland en heeft nog niet kunnen komen tot een intentieovereenkomst. De gemeente is echter verplicht om de woonwagenlocatie te herinrichten en te voorzien van standplaatsen en gasloze woonwagens. 3. Er is geen risico op leegstand, daar de vraag naar standplaatsen veel groter is dan het aanbod. Er is dan ook geen rekening gehouden met eventuele leegstand. 4. Om uitvoering van het Woonwagenbeleid te borgen, is ambtelijke capaciteit nodig vanwege de intensiteit van de uit te voeren werkzaamheden, communicatie en het feit dat soms een veiligheidsrisico kan optreden. Overige politiek relevante informatie Zodra er een intentieovereenkomst met de corporatie Mooiland is gesloten, wordt deze aan de gemeenteraad ter kennisgeving gesteld. Conclusie De verplichtingen die – voortgekomen uit o.a. het beleidskader van de rijksoverheid – maken dat de gemeente niet kan wachten tot uitvoering van haar eigen beleid wegens bestuurlijke toezeggingen aan het CRM en bestuurlijke toezeggingen aan de potentiële huurders om nog in 2021 de locatie te herinrichten, tot het moment waarop het overleg met Mooiland is afgerond. Om die reden moet dan ook nu actief handelend worden opgetreden door de gemeente zelf. Bijlagen
Raadsbesluit
Bijlage A: Uitvoeringsplan (Her)Inrichting woonwagenlocatie Mergen te Mill;
Bijlage B: BAG-kaart huisnummering woonwagenlocatie Mergen te Mill;
Bijlage C: Grex herinrichting woonwagenlocatie Mergen te Mill;
Bijlage D: Bouwkosten standplaatsen
Bijlage E: Begrotingswijziging
Overige bijlagen
Bijlage F: Beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK;
Bijlage G: Definitief regionaal handelingsperspectief woonwagenbeleid NOB;
Bijlage H: Woonwagenbeleid Mill en Sint Hubert 2021;
Bijlage I: Verhuurbeleid woonwagens en standplaatsen Mill en Sint Hubert 2021.
Raadsplanning (bestuurlijke planning) Dit voorstel leidt niet tot wijziging in de raadsplanning. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert,
J.P.P.S. Ruyters secretaris
ing. A.A.M.J. Walraven burgemeester
4
5