Antwoorden op technische vragen commissie RE d.d. 26 mei 2021
Tekst van het document
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--4A
Afd.
26 mei 2021 Antwoord
Beleidskader grondgebonden energieopwekking VKP
VKP
CDA
AB’90
AB’90
Voorstel, blz. 3-4, Risico’s: “We vragen met de beleidskaders een extra inspanning van de initiatiefnemers”. Wij hebben hierover de volgende vraag: Hoe verloopt de communicatie hierover binnen het Land van Cuijk? Wat is de stand van zaken bij deze gemeenten en hoe harmoniseren we deze beleidsregel na 1-12022? Beleidskader pagina 3: de initiatiefnemer voor niet coöperatieve projecten is verplicht tot het doen van een substantiële bijdrage aan het energie transitiefonds. Is het dan nog wel aantrekkelijk om dit soort projecten op te starten? Kunt u het lokaal dividend nader toelichten? En wat verstaat u onder “lokaal”?
Waarom staan agendapunten 4a, 4b en 4c in deze volgorde? Is behandeling in omgekeerde volgorde; 4c, 4a, 4b in de commissie en raad logischer en mogelijk (van regionaal naar lokale uitwerking)? RV onder 2; Is de diepgang van participatie en meer bijzonder lokaal eigendom onderdeel van de omgevingswet? Kan dit beleid, grondgebonden energieopwekking vervallen als de omgevingswet een feit is?
Hetzelfde beleidskader is al vastgesteld door de gemeenteraden van de gemeenten Cuijk en Grave. Dit beleidskader is in lijn met de participatie zoals bedoeld volgens de omgevingswet. De verwachting is dan ook dan de andere gemeenten zullen volgen. Ambtelijk is dit in ieder geval al gecommuniceerd.
Ja, dit is in lijn met de gedragscode zon op land, die op initiatief van de branchevereniging Holland Solar is opgesteld en door hen mede is ondertekend. Het lokale dividend wat te behalen valt, ligt aan de constructie die er gekozen wordt. Hetzelfde geldt voor wat er onder lokaal verstaan wordt. Bij bijvoorbeeld de constructie van het postcoderoos model, wordt er een energiecoöperatie opgericht die de subsidieregeling coöperatieve energieopwekking aanvragen. Dat is een exploitatiesubsidie met een vast basistarief. Is naar mijn weten niet bewust voor gekozen. Prima om andersom te doen. Dit beleidskader is inderdaad alvast vooruitlopend op de omgevingswet. In plaats van te vervallen zal het straks opgenomen worden als een uitwerking van participatie bij grondgebonden energieopwekking.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--AB’90
RV onder 3; Is het mogelijk om naast evaluatie monitoring toe te voegen waarin doorlopend inzicht is in de projecten, de status daarvan en hoe en hoeveel lokaal eigendom gerealiseerd is/wordt?
AB’90
Beleidskader onder inspanningsverplichting. Kan een nadere duiding / denkrichting aangegeven worden bij wat behoort bij de omgeving?
AB’90
Beleidskader. Draagt de omschreven procesparticipatie voldoende bij om te komen tot 50% lokaal eigendom conform de Millse definitie? Hoe hanteren de andere gemeenten in het LvC de definitie over lokaal eigendom?
AB’90
Beleidskader. Hoe wordt beoordeeld of er voldaan wordt aan de inspanningsverplichting?
Afd.
26 mei 2021 Antwoord Het is inderdaad de bedoeling dat we de projecten gaan monitoren. In de gemeente Cuijk is hiervoor een dashboard ontwikkelt, dat momenteel nog een infographic is. Daarmee is het statisch en niet real-time inzichtelijk. Daar wordt wel naar gekeken hoe dat later vertaald kan worden. Het advies is om daar naar te kijken en dat straks gezamenlijk in de gemeente Land van Cuijk op te pakken. Dat zal maatwerk zijn per project wie er bij de omgeving behoort. Omwonenden, bedrijven of andere partijen die zicht hebben op de projectlocatie behoren altijd tot de omgeving. Mocht het beoogde project zich dicht bij een dorpslint bevinden waarvan de ene helft wel zicht heeft op de locatie en de andere helft niet, dan is het wel gebruikelijk dat ze allemaal als omgeving worden beschouwd. Dat zal liggen aan de wensen en mogelijkheden van de omgeving van het project. Met deze aanpak van procesparticipatie wordt de omgeving wel vroegtijdig geïnformeerd over de mogelijkheden en in een heel vroeg stadium betrokken bij het project. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor 50% lokaal eigendom het grootst. In de andere gemeenten in LvC hanteren de gemeenten Cuijk en Grave dezelfde definitie. De gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis hebben nog geen vastgesteld beleid over 50% lokaal eigendom.
Er zijn verschillende onderdelen die initiatiefnemers moeten aanleveren aan de gemeente, waaruit we op kunnen maken of er voldaan is aan de inspanning: - Communicatie- en participatieplan, waar een omgevingsanalyse onderdeel van is.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!---
Afd.
26 mei 2021 Antwoord -
4B
AB’90
Beleidskader. Waarom kunnen omwonenden die buiten de gemeente wonen niet financieel participeren? Deze projecten kunnen bij projecten bij de gemeentegrenzen wel directe invloed hebben op deze mensen. Hoe staat dit tot de postcoderoosregeling?
AB’90
Beleidskader onder financiële participatie. Lokaal eigendom is ook zeggenschap. Hoe wordt zeggenschap een onlosmakelijk onderdeel van financiële participatie?
Een omgevingsovereenkomst en een participatie- en profijtplan, mede ondertekend door de omgeving. - Daarnaast vragen we alle gespreksverslagen op. Als zij tot de omgeving behoren is dat wel mogelijk. Ook volgens de nieuwe postcoderoosregeling. Het gaat er in de getraptheid meer om dat een platform zoals zonnepanelendelen waar ook investeerders uit Groningen kunnen deelnemen, geen antwoord geeft op 50% lokaal eigendom. Met lokaal eigendom worden eigenlijk twee onderdelen geregeld: procesparticipatie en financiële participatie. Bij lokaal eigendom krijgt de omgeving zeggenschap in de procesparticipatie én ook zeggenschap over de financiële middelen. Zij zijn namelijk mede eigenaar van het project.
Transitievisie warmte Mill en Sint Hubert 2021 VKP
Voorstel algemeen: wat is het verschil tussen het eerste voorstel (wat is verwijderd) en het 2e voorstel?
VKP
Voorstel algemeen: In het voorstel lezen we dat het alleen maar gaat over de invulling van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Dit doen we vooral door in te zetten op het isoleren van huizen, technieken onderzoeken en inwoners te stimuleren. Hierover hebben wij de volgende vragen: Waar denkt men aan bij het stimuleren van inwoners?
Mogelijk dat er twee keer hetzelfde voorstel via ons documentmanagementsysteem Join in de “molen” is gekomen. Een van die twee is dan verwijderd. Er was en is maar één voorstel. Het thema aardgasvrij staat voor veel inwoners nog ver van hen af. We zijn bezig om een communicatieplan op te stellen waarin we op twee onderwerpen ingaan: - Handelingsperspectief bieden wat inwoners zelf allemaal al kunnen doen richting het aardgasvrij maken van hun woning, naast kierdichting en isolatie. - Inwoners activeren om aan de slag te gaan. Hiervoor kunnen verschillende strategieën worden ingezet en dat moet nog nader worden uitgewerkt.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!---
VKP
Voorstel algemeen: We missen in dit voorstel de mogelijkheden tot vergroening van de openbare ruimte en het grootschalig aanplanten van bomen op o.a. gemeentegronden. Wat is de reden dat beiden niet zijn opgenomen in deze transitievisie Warmte Mill en Sint Hubert 2021?
CDA
Er wordt geschreven dat het voor verschillende partijen kosten met zich meebrengt. Wat is de inschatting van deze kosten voor de diverse partijen en welke partijen? Graag ontvangen we een nadere toelichting en inschatting hierop
CDA
Er wordt geschreven dat als een wijk van het aardgas af wil ( dat de gemeente dit zal faciliteren? Hoe gaat de gemeente dit faciliteren en kunnen hier alle wijken aan meedoen? Wat ziet u als een wijk? Geldt dit ook voor wijken in het buitengebied?
CDA
Er wordt geschreven dat het vooral een technisch verhaal is waarin we de mogelijkheden en onmogelijkheden hebben
Afd.
26 mei 2021 Antwoord
De transitievisie warmte is een visiedocument gericht op het terugbrengen van aardgas tot 0 in de gebouwde omgeving in 2050, met als tussenstap 2030. Het vergroenen van de openbare ruimte en het grootschalig aanplanten van bomen leveren zeker een prettiger klimaat op, maar zal niet het aardgas terug brengen in de gebouwde omgeving. Vandaar dat ze niet genoemd zijn in de TVW. Dat is nog zeer onduidelijk wat die kosten precies zijn. Het uitgangspunt van de Rijksoverheid is dat het woonlastenneutraal moet kunnen, maar zover is het nog niet. De partijen die kosten moeten gaan maken zijn ook zeer divers, in ieder geval gaat het om: de Rijksoverheid, provincies, gemeenten, netbeheerders, woningcorporaties, alle gebouweigenaren (dus ook alle woningeigenaren). Hoe die facilitering eruit ziet hangt af van de wensen van de wijk. We gaan met hen het gesprek aan welke vraag voor ondersteuning zij aan de gemeente hebben. De stelregel is dat er sprake moet zijn van een collectief. Als er bijvoorbeeld in het buitengebied een groep huizen is die gezamenlijk van het aardgas af willen, middels een WKO installatie, dan zullen wij met hen het gesprek aangaan hoe ze dat willen aanpakken en wat wij daarin kunnen betekenen. Dit is dus per collectief maatwerk. Het is belangrijk om als gemeente te laten weten dat we daarvoor open staan.
Voor vragen van individuen hebben we ons energieloket, die hen verder kan helpen. Er is onderzocht welke bronnen er beschikbaar zijn in de gemeenten, welke technieken kansrijk zijn en welke match we kunnen maken tussen de warmtebronnen en de warmtevraag.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--onderzocht. Wat is er onderzocht en wat zijn de eerste resultaten? CDA
De onderzoeken zullen zoveel mogelijk in gezamenlijkheid in het LVC worden opgepakt. Wie gaan de onderzoeken verrichten die niet door het LVC gedaan worden?
AB’90
We hebben vergisters in onze gemeente die voornamelijk elektriciteit leveren terwijl voldoende groen gas een grotere uitdaging wordt dan elektriciteit. Zijn er mogelijkheden om deze vergisters in te zetten in de groen gas productie? Is er inzicht in de Millse restwarmtebronnen? Waar gaat warmte de lucht in?
AB’90
4C
Afd.
26 mei 2021 Antwoord Het onderzoek en de resultaten daarvan kunt u terugvinden in de TVW. Op pagina 15 begint het gemeente specifieke hoofdstuk. Dat speelt niet voor de gemeente Mill en Sint Hubert. Alle technieken die voor de gemeente interessant zijn, zijn ook voor (een deel van) de andere gemeenten interessant en zullen daarom in gezamenlijkheid worden opgepakt. Dat is zeker een interessante mogelijkheid die we graag laten onderzoeken. Om restwarmte te kunnen benutten voor bijvoorbeeld verwarming van een woonwijk dient de warmtebron voldoende omvang te hebben en langjarig betrouwbaar te zijn om de investering rendabel te laten zijn. Een dergelijke bron is in Mill en Sint Hubert niet aanwezig.
RES NOB 1.0 VKP
Voorstel algemeen: wat is het verschil tussen het eerste voorstel (wat is verwijderd) en het 2e voorstel?
VKP
Hoe moeten we de RES NOB 1.0 zien in relatie tot het beleidskader grondgebonden energieopwekking welke niet in alle gemeenten is / word vastgesteld? RV onder 4 handreikingen. Lokaal eigendom is gevat in gemeentelijk beleid maar hoe staat dat met de andere handreikingen? Worden deze ook uitgewerkt in gemeentelijk beleid?
AB’90
Er stonden een paar kleine foutjes in de tekst, die zijn gecorrigeerd en de reactie van de klankbordgroep was verlaat aangekomen en deze hebben we nog toegevoegd. In de RES is een handreiking voor 50% lokaal eigendom ontwikkeld. Het beleidskader grondgebonden energieopwekking is daar een uitwerking van. Er is een andere handreiking, het overwegingskader. Deze wordt binnen de RES ingezet om het regionale gesprek te voeren over de verschillende uitvoeringsprojecten.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--AB’90
RV onder uitvoering punt 1 laatste regel. Moet 9% geen 49% zijn?
AB’90
RB beslispunt 4, welke handreikingen (deel III) worden hiermee bedoeld? RES punt 3.1 wat is het basisjaar voor elektriciteit in de RES 1990 of 2017?
AB’90
AB’90
AB’90
Zijn er mogelijkheden om meer invloed en zeggenschap te krijgen over de invulling van grondgebonden energieopwekking? Bijvoorbeeld door een tender, schaarstevergunning of concessie etc. uitschrijven. RES blz 31. Waarom wordt er in NOB geen uitvoeringsorganisatie gestart?
AB’90
RES blz 32. Hoe wordt de raad geïnformeerd over de toepassing en afwegingen van de handreikingen?
AB’90
RES blz 37. Zijn de resultaten van de internetconsultatie beschikbaar?
Afd.
26 mei 2021 Antwoord De 49% is van de landelijke taakstelling van CO2 reductie ten opzichte van 1990. Waar we het hier over hebben is de verhouding van de RES opgave voor Mill en Sint Hubert voor 2030 (70 TJ) ten opzichte van de totale opgave van de gemeente Mill en Sint Hubert (786 TJ) om energieneutraal te zijn. Dat is 9%. De handreikingen 50% lokaal eigendom en het overwegingskader. Het vertrekpunt is 2017. De RES gaat niet over CO2-reductie, daar komt die doelstelling van 1990 vandaan. Het basisjaar 2017 is gekozen, omdat we vanaf die periode goede meetgegevens hebben op regionaal en gemeentelijk niveau. Ja dat is zeker een mogelijk. Vooral de inzet van eigen gemeentelijke gronden bieden hierin mogelijkheden. Dit is ook omschreven in de handreiking 50% lokaal eigendom. In de RES NOB is ervoor gekozen om op inhoud samen te werken, maar voor de individuele projecten de beslissingsbevoegdheid bij de gemeenteraden te laten. De uitwerking van de handreiking 50% lokaal eigendom ligt voor aan de gemeenteraad. De toepassing van de handreiking overwegingskader vindt in eerste instantie plaats binnen de RES om te bekijken hoe we het regionale perspectief in beeld houden. Dit zal verder vormkrijgen in de uitwerking van de samenwerking binnen de RES. Daarover wordt de raad geïnformeerd als de RES 2.0 aan u voorligt. Op dit moment alleen hele algemene gegevens voor de gehele regio.
Wij zijn nog bezig om de gegevens te krijgen, zodat we daar mogelijk meer specifieke informatie uit kunnen halen.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--AB’90
RES blz 44. Is een gemeentelijk overzicht beschikbaar van de lokale zoekgebieden onderbouwt met het overwegingskader?
AB’90
RES blz 48. Hoe kunnen we sturen zodat initiatieven op de meest geschikte plekken terecht komen, waarbij het afwegingskader zorgvuldig ruimtegebruik, landschap, lokaal eigendom en netcapaciteit een belangrijke plek hebben? Hoe geven we dat vorm in lokaal beleid?
AB’90
Bijlage 2 blz 12. Koelvraag. Er wordt rekening gehouden met extra vraag door uitbreiding van het aantal airco’s. Het aantal warmtepompen zal vermoedelijk sterk toenemen. Met warmtepompen kan ook gekoeld worden. In hoeverre is de koelvraag van warmtepompen meegenomen in het toenemende verbruik? Mede omdat geen nieuw apart apparaat nodig is maar de mogelijkheid op de wartepomp zit Bijlage 2 blz 49. Welke pijplijnprojecten zijn voor onze gemeente meegenomen?
AB’90
AB’90
4D
Bijlage 3.Worden de adviezen in 4.2.4 overgenomen? Hoe en wanneer worden deze adviezen omgezet in gemeentelijk beleid?
Bestemmingsplan buitengebied Krommendijk 28 Mill
Afd.
26 mei 2021 Antwoord Op bladzijde 26 en 27 zijn de overzichten van de zoekgebieden beschikbaar. Deze komen overeen met onze zoekgebieden uit de Energievisie die u in 2018 heeft vastgesteld. Welke afwegingen elke gemeente maakt bij de uiteindelijke projecten, dat zal onderdeel van gesprek zijn binnen de RES. Als gemeenteraad heeft u de Energievisie in 2018 vastgesteld. Daarin zijn diverse afwegingen meegenomen. Bovendien stellen we daarmee per project ook randvoorwaarden waar initiatieven aan moeten voldoen. Lokaal eigendom was nog niet goed geregeld en daarvoor is nu nieuw beleid opgesteld. Op netcapaciteit kunnen wij als gemeente helaas niet sturen, wel hebben we maandelijks overleg met de netbeheerder. Daarin bespreken we onder andere de ruimte op het net. In de RES is er slechts een inschatting gemaakt van het benodigde elektriciteitsverbruik en is er geen onderscheid gemaakt in type koelsysteem en de varianten die daarin weer mogelijk zijn.
In die tabel staan de initiatieven die SDE toegekend hebben gekregen. Naast zon-op-dak initiatieven is er bij ons één project dat SDE heeft gekregen en dat is het zonnepark in Wilbertoord, waar u vorig jaar de vergunning voor heeft verleend. Deze adviezen van 4.2.4. worden ook geregeld in de warmtewet 2. De verwachting is dat die warmtewet ingaan in 2023.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--VKP
Voorstel, blz. 2-3 Voorgestelde beslissing(en) met argumenten en afwegingen: Een groot deel van de bestaande bebouwing gaat gesloopt worden omdat deze niet geschikt is voor de beoogde functie. Op deze locatie zijn destijds twee verblijfsaccommodaties in het kader van verbrede landbouw naast de melkveehouderij gevestigd. Hierover hebben wij de volgende vragen: Wat gaat er met deze verblijfsaccommodaties gebeuren en hoe staat dit in relatie met de nieuwe bedrijfsmatige activiteiten? Vind er een splitsing in de bouwkavel plaats op deze locatie en gaat het dus feitelijk om nieuwvestiging in het buitengebied? Als dit het geval is waarom is er dan geen verwijzing naar een industrieterrein Komt er een koppeling (in het nieuwe bestemmingsplan) tussen Krommedijk 28 en 30? Zo nee, waarom niet?
VKP
Bestemmingsplan pagina 17: Er wordt aangegeven dat er geen sprake is van een waardevermeerdering. Geldt dit ook voor de bebouwing aan de overkant, dat geeft toch een duidelijke waardevermeerdering?
Afd.
26 mei 2021 Antwoord - Het gaat alleen nog gebruikt worden als bedrijfswoning, niet meer gedeeltelijk voor verblijfsaccommodaties. - Het bouwvlak blijft ongewijzigd, het bestemmingsplan beoogt het gebruik te wijzigen van een melkveehouderij naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf. Er is daarmee geen sprake van nieuwvestiging. - Er is geen sprake van nieuwvestiging. Daarnaast is mestdistributie een activiteit is die gekoppeld is aan het buitengebied en beter aansluit op mogelijkheden vanuit het VAB beleid (Vrijkomende Agrarische Bebouwing). Ook de provincie heeft aangegeven dat ze dit een passende transitie vinden om leegstand en verloedering te voorkomen. Vestiging op stedelijke bedrijventerreinen is daarom beleidsmatig niet gewenst. Ook voor het agrarisch technisch hulpbedrijf geldt dat deze niet op bedrijventerreinen voorzien zijn vanwege hun binding met het buitengebied. - Er komt geen koppeling in het bestemmingsplan tussen Krommedijk 28 en 30, omdat het ruimtelijk-juridisch gezien losstaande activiteiten zijn. Het betreft wel één eigenaar, maar dit is voor het bestemmingsplan niet ruimtelijk relevant. Het bestemmingsplan beoogt het gebruik te wijzigen van een melkveehouderij naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf. Een agrarisch-technische hulpbedrijf wordt volgens de Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit (IRK) qua waarde gelijk gesteld aan een agrarisch bedrijf.
Het bouwvlak blijft ongewijzigd, ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is in het nieuwe bestemmingsplan aanvullend een maximum oppervlakte van bedrijfsgebouwen opgenomen (3.500 m2). De bouwmogelijkheden nemen daarmee zelfs af. Het voorliggende bestemmingsplan heeft qua bouwmogelijkheden geen relatie
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!---
4E
VKP
Nota zienswijzen pagina 2: Er is geen vergunning voor het persen van mest ook niet via een mobiele pers. De indiener geeft aan dat dit nu wel op nr 30 plaatsvindt. Is deze vergunning er wel voor nr 30? Zo niet: wordt hier op gecontroleerd en zo nodig gehandhaafd?
VKP
Nota zienswijzen pagina 4:in 2019 is er een omgevingsdialoog gevoerd. In de tussentijd zijn de plannen flink aangepast maar wettelijk was het niet noodzakelijk deze dialoog opnieuw te voeren. Waarom is het bedrijf niet voorgesteld dit toch via een dialoog kenbaar te maken? Een goed gedragen plan moet toch voor de gemeente ook belangrijk zijn.
Afd.
26 mei 2021 Antwoord met omliggende kavels (waaronder nr. 27 aan de overzijde of nr. 30). Het gebruik van mobiele persen voor mest is in veel gevallen een ontwikkeling van na verlening van de geldende milieuvergunningen voor agrarische bedrijven. De vergunning voor Krommedijk 30 dateert uit 2004. Momenteel wordt gewerkt aan een actualisatie van de bestaande vergunning. Daarin wordt het gebruik van de mobiele pers voor de eigen mest meegenomen. Ten tijde van de omgevingsdialoog werd de optie verkend om de kap van het voorste deel van de koestal op te liften zodat deze gebruikt zou kunnen worden voor de loonwerkactiviteiten. Nadien is gebleken dat dit geen haalbare optie is. Daarom is er gekozen voor nieuwbouw. Deze nieuwbouw is op grond van het geldende bestemmingsplan ook al toegestaan t.b.v. een agrarisch bedrijf. Op grond hiervan heeft de gemeente geconcludeerd dat een nieuwe omgevingsdialoog voorafgaand aan het nieuwe bestemmingsplan niet noodzakelijk is. De initiatiefnemer heeft de omgeving geïnformeerd over de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Vanuit de omgeving zijn (naast één zienswijze over dit punt) verder geen vragen binnen gekomen over de bouw van de nieuwe loods.
Zonnepark ijzerbroek VKP
Gezien de beperkte netwerkcapaciteit vragen wij ons of het college nog steeds achter het standpunt staat dat zon op dak voorrang dient te krijgen op zonnepanelen op de grond?
VKP
Wat is de stand van zaken betreffende de beschikking van Enexis voor beide initiatieven?
Als gemeente gaan wij niet over aan wie Enexis de transportcapaciteit uitgeeft. Mochten wij dit zonnepark niet door laten gaan, dan weten we niet waar die capaciteit heen gaat. Dat kan ook goed buiten onze gemeente landen. Een van de twee heeft een beschikking, die andere staat hoog op de lijst.
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!--VKP
4F
Is het Beleidskader grondgebonden energieopwekking hierbij van toepassing?
Afd.
26 mei 2021 Antwoord Nee, want die is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad. Wel hebben we al grotendeels aan de initiatiefnemers gevraagd om conform het communicatiestappenplan van te werken en zich in te spannen om 50% lokaal eigendom te realiseren. Voor de rest gelden de eisen uit de Energievisie zoals die in 2018 is vastgesteld.
MJOP Gebouwen VKP
We hebben begrepen dat dit onderwerp van de agenda is gehaald i.v.m. de wet Arhi en het toekomstig harmonisatiebeleid in de gemeente Land van Cuijk.
De gemeenteraad heeft geruime tijd geleden besloten dat de Looierij in de huidige functie op deze locatie behouden dient te blijven voor sport en ontspanning. Daarom hebben wij de volgende vragen: Waarom maakte de Looierij geen onderdeel van het MJOP? Welke acties, buiten de zoveelste toezegging voor een onderzoek en de zoveelste aanvraag voor een offerte, gaan er concreet en op korte termijn genomen worden voor het verduurzamen en updaten van de Looierij?
Na het raadsbesluit in april 2020 is bij de kadernota aangekondigd dat voor De Looierij een separaat voorstel voor verduurzaming zou volgen nadat het nieuwe MJOP zou zijn opgesteld. De Looierij maakte wel onderdeel uit van de gebouwen die zijn geïnspecteerd voor het MJOP. Dit was noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van alle noodzakelijke onderhouds- en renovatiewerkzaamheden die zich in de komende jaren aandienen. Die werkzaamheden kunnen namelijk worden gebundeld in een integrale aanpak, waarbij direct een flinke verduurzamingsstap kan worden gezet. In het van de agenda gehaalde raadsvoorstel voor het MJOP was De Looierij niet volledig meegenomen. De werkzaamheden die bij de verduurzaming en renovatie moeten worden uitgevoerd, zijn uit dit MJOP gehaald omdat ze anders dubbel zouden worden opgenomen. Voor de volledigheid: er is wel een complete gebouwinspectie uitgevoerd. Nu duidelijk is welke onderhoudswerkzaamheden zich in de komende jaren aandienen, wordt een concreet
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!---
Afd.
26 mei 2021 Antwoord renovatie- en verduurzamingsvoorstel opgesteld. Dit voorstel wordt op de agenda gezet voor besluitvorming in de raadsvergadering in oktober 2021.
4G
Herinrichting woonwagenlocatie Mergen VKP
VKP
Voorstel, blz. 2, Communicatie en participatie: N.v.t??? Naar aanleiding van deze uitgebreide toelichting hebben wij de volgende vraag: Hoe verloopt de communicatie met de omgeving van de woonwagenlocatie en wanneer en op welke wijze vindt deze plaats? Raadsvoorstel: kosten 5 gezinnen ons als gemeente €132.356 of gaat dit nog gecompenseerd worden door huurinkomsten/verkoop aan Mooiland? Graag ontvangen we een duidelijk overzicht van de kosten en verwachte opbrengsten.
Nadat het krediet beschikbaar is gesteld zal er gecommuniceerd worden met de omgeving. In welke vorm dit gebeurt dient nog te worden bezien. Wij geven de voorkeur aan een fysieke bijeenkomst (indien dit niet kan vanwege coronabeperkingen dan zal een digitale bijeenkomst worden georganiseerd). Grondexploitatie: Het negatieve saldo van de opgestelde grondexploitatie ad. € 132.356,= (waarvoor een voorziening is/wordt getroffen) wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de boekwaarde welke op deze locatie drukt. Deze boekwaarde wordt gevormd door het saldo van historische kosten en opbrengsten. De boekwaarde is o.a. opgebouwd uit verwervingskosten, onderzoekskosten en rentekosten. Overzicht kosten en verwachte opbrengsten: Qua kosten en te verwachten opbrengsten moet het samen bezien worden met het raadsvoorstel m.b.t. de aanschaf van de woonwagens (raad 15-4-21). Hieronder het overzicht: kapitaallasten woonwagens -25.690 beheer en onderhoud woonwagens -10.000 huuropbrengsten 44.100
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!---
VKP CDA
Raadsbesluit: gelet op de beraadslagingen: datum moet zijn 26 mei 2021 (ipv 27 mei 2021) Er wordt gevraagd om een krediet voor een bodemonderzoek, wat moet er onderzocht worden omdat dit terrein al een woonwagenlocatie was/is?
Afd.
26 mei 2021 Antwoord Saldo na raadsvoorstel aanschaf woonwagens kapitaallasten standplaatsen Tekort per jaar Datum wordt aangepast.
8.410 -13.848 -5.438
Er wordt een krediet gevraagd voor de inrichting van de woonwagenlocatie. V.w.b. het bodemonderzoek verwijzen wij u naar bijlage A bij het raadsvoorstel (uitvoeringsplan (her)inrichting woonwagenlocatie Mergen). Hierin is op blz. 9 t.a.v. ‘bodem’ het volgende opgenomen:
CDA
Waarom en voor wie worden er planschadekosten ingeschat van 30.000?
Bodem Aanleiding voor het onderzoek is het actualiseren van de bodemkwaliteit in verband met het plaatsen van woonwagens op de locatie. Doel van het onderzoek is het actualiseren van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het bepalen of er bezwaren zijn tegen het plaatsen van de woonwagens. Uit de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat er maximaal lichte verontreinigingen in de bovengrond en het grondwater aanwezig zijn. Deze geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De resultaten van het bodemonderzoek vormen derhalve geen belemmering voor het plaatsen van prefab woningen / woonwagens op de locatie. De bij het raadsvoorstel gevoegde jaarschijf (bijlage C) is gebaseerd op een extern rapport ‘Exploitatieberekening Mergen, Mill’. In betreffend rapport is uitgegaan van € 30.000,-planschade. Dit betreft een verwachting van betreffend extern
Vragen voor commissie ruimte en economie Nr. Fractie Vraag -- graag per regel 1 vraag!---
Afd.
26 mei 2021 Antwoord bureau. Gezien het feit dat er reeds sprake is van een bestemmingsplan waarin woonwagens zijn toegestaan is het de vraag of een eventueel verzoek om planschade daadwerkelijk moet worden toegekend.