CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

6a. conceptbeschikking Sunvest.pdf

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunningen voor het realiseren van een zonnepark IJzerbroek aan de Voortsestraat te Sint Hubert4.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvergunning kenmerk: OB-M16102 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MILL EN SINT HUBERT gezien de aanvraag van

:

Sunvest Ontwikkeling B.V.

adres

:

Maarssenbroeksedijk 37

postcode en woonplaats

:

3542 DM UTRECHT

ingekomen

:

4 februari 2021

dossier- / zaaknummer

:

M16102 / Z/21/272992

waarbij omgevingsvergunning wordt gevraagd voor het realiseren van de noordelijke helft van het plangebied van een zonnepark, op het perceel kadastraal bekend gemeente Mill en Sint Hubert sectie

:

R

nummer(s)

:

81, 82, 111, 112, 113, 1398 en 1399

plaatselijk bekend

:

nabij Voortsestraat 25 Sint Hubert

BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1, 2.2, 2.10 en 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: -

Bouwen (Art. 2.1 lid 1a Wabo)

-

Werk of werkzaamheden uitvoeren (Art. 2.1 lid 1b Wabo)

-

Handelen in strijd met regels RO (Art. 2.1 lid 1c Wabo)

LEGES Vastgestelde bouwkosten : (incl. BTW) Gehanteerde grondslagen conform de legesverordening: -

Hfdst 3 Beoordeling milieukundig bodemrapport

:€

-

Hfdst 3 Beoordeling ander niet genoemd rapport

:€

-

Hfdst 3 Met bouw project-buitenplanse afwijking

:€

-

Hfdst 3 Welstand

:€

-

Hfdst 3 Activiteit Bouwen

:€

-

Hfdst 3 Aanlegactiviteit art 2.3.2

:€

-

Hfdst 3 Beoordeling archeologisch aanvraag(bureauonderzo : € Totaal

:€

Voor betaling van dit bedrag ontvangt u separaat een gespecificeerde nota. Op de factuur kunt u lezen hoe u eventueel bezwaar kunt maken tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen.

Pagina 1/14

PROCEDURE De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De aanvraag is beoordeeld voor de activiteiten: 

Bouwen (Art. 2.1 lid 1a Wabo)

Werk of werkzaamheden uitvoeren (Art. 2.1 lid 1b Wabo)

Handelen in strijd met regels RO (Art. 2.1 lid 1c Wabo)

van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriele regeling omgevingsrecht. Gebleken is dat uw aanvraag voldoet en daarom verlenen wij u de gevraagde omgevingsvergunning. OVERIGE BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN De volgende documenten worden meegezonden met het besluit en zijn als gewaarmerkt stuk bijgevoegd: 

Aanvraagformulier

indieningsdatum 4 februari 2021

Aanleg Aerius d.d. 16 december 2020

indieningsdatum 4 februari 2021

Gebruik Aerius d.d. 16 december 2020

indieningsdatum 4 februari 2021

Rapport stikstofemissie

indieningsdatum 4 februari 2021

Quickscan Wnb d.d. 22-12-2020

indieningsdatum 4 februari 2021

Landschappelijke inpassing d.d. 15 januari 2021

indieningsdatum 4 februari 2021

Volmacht Park Ijzerbroek

indieningsdatum 4 februari 2021

Participatierapport Park IJzerbroek d.d. 21 januari 2021

indieningsdatum 4 februari 2021

Archeologisch bureauonderzoeksrapport d.d. 26 januari 2021

indieningsdatum 4 februari 2021

Notitie wijzigingen ruimtelijke onderbouwing

indieningsdatum 4 juni 2021

Bodemonderzoeksrapport d.d. 27 mei 2021

indieningsdatum 4 juni 2021

Tekening D01

indieningsdatum 4 juni 2021

Tekening D02

indieningsdatum 4 juni 2021

Ruimtelijke onderbouwing d.d. 1juli 2021

indieningsdatum 1 juli 2021

Aanvulling aanvraagformulier

indieningsdatum 30 juni 2021

Advies brandweer

adviesdatum 24 maart 2021

BEROEPSCLAUSULE Belanghebbenden en verder een ieder die een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren heeft ingebracht, kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de dag dat het besluit ter inzage is gelegd beroep aantekenen bij de Rechtbank Oost-Brabant. Het beroepschrift moet uw naam en adres bevatten, en gemotiveerd, gedateerd en ondertekend zijn. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de sector bestuursrecht van de Rechtbank Oost-Brabant, postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch. Het instellen van beroep schort de werking van het besluit niet op. Degenen die beroep instellen kunnen de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant te `s-Hertogenbosch tevens verzoeken om het besluit te schorsen. Indien binnen de beroepstermijn naast het instellen van beroep een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt ingediend, treedt het besluit niet in werking voordat op het verzoek is beslist. Aan het vragen van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Het postadres van de Rechtbank Oost-Brabant is: Postbus 90125, 5200 MA `s-Hertogenbosch. U kunt ook digitaal beroep instellen bij de Rechtbank OostBrabant via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Hierover kunt u meer informatie lezen op de genoemde site, en op www.digid.nl.

Pagina 2/14

Mill en Sint Hubert, 1 oktober 2021 namens burgemeester en wethouders,

Regisseur Veiligheid, Vergunningverlening en Handhaving

Pagina 3/14

INHOUDSOPGAVE

De volgende onderdelen horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning, verleend op 1 oktober 2021 aan Sunvest Ontwikkeling B.V. voor het realiseren van de noordelijke helft van het plangebied van een zonnepark op de locatie nabij Voortsestraat 25 te Sint Hubert. 

Procedureel

Bouwen (Art.2.1 lid 1a Wabo)

Werk of werkzaamheden uitvoeren (Art. 2.1 lid 1b Wabo)

Handelen in strijd met regels RO (Art. 2.1 lid 1c Wabo)

Zienswijzennota “Zonnepark IJzerbroek Sint Hubert”

Pagina 4/14

PROCEDUREEL Gegevens aanvrager Op 4 februari 2021 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van: Sunvest Ontwikkeling B.V. Maarssenbroeksedijk 37 3542 DM UTRECHT Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: het realiseren van de noordelijke helft van het plangebied van een zonnepark voor een periode van 25 jaar. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven omgevingsaspecten: 

Bouwen (Art.2.1 lid 1a Wabo)

Werk of werkzaamheden uitvoeren (Art. 2.1 lid 1b Wabo)

Handelen in strijd met regels RO (Art. 2.1 lid 1c Wabo)

Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage zijn wij het bevoegd gezag om de integrale omgevingsvergunning te verlenen. Daarbij zijn wij er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle relevante aspecten aan de orde komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals ruimte, milieu, natuur en aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid. Verder dienen wij ervoor zorg te dragen dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften op elkaar zijn afgestemd. Ontvankelijkheid Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningsvereisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden gesteld om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Bor, met een nadere uitwerking in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op ontvankelijkheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen.

Ter inzage legging In de periode van 7 juli 2021 tot en met 17 augustus 2021 heeft een ontwerp van de deze beschikking ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om vanaf de dag na het ter inzage leggen, gedurende een periode van zes weken, zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is wel gebruik gemaakt. Voor de inhoudelijke beoordeling van deze zienswijzen wordt verwezen naar de bijlage bij dit besluit ‘zienswijzennota “Zonnepark IJzerbroek Sint Hubert”’. Advies, aanwijzing minister, verklaring van geen bedenkingen In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, als mede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, en gelet op de inhoud van de aanvraag zijn er geen instanties/bestuursorganen aangewezen waarnaar deze aanvraag voor advies moet worden verzonden, dan wel waarbij een verklaring van geen bedenkingen moet worden aangevraagd. Op grond van artikel 2.27 Wabo wijst het Bor, of een bijzondere wet, categorieën van gevallen aan waarvoor geldt Pagina 5/14

dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht, wordt de omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Het college van B&W heeft de raad op 13 april 2021 verzocht de verklaring van geen bedenkingen te verlenen. De ontwerp-verklaring van geen bedenkingen is afgegeven op 10 juni 2021. Vooroverleg Op grond van artikel 6.18 Bor is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning, die alleen kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3° Wabo, het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van toepassing. Dit vooroverleg is van toepassing als er een rijksbelang, een provinciaal belang, dan wel een waterschapsbelang aan de orde is. De aanvraag omgevingsvergunning is in het kader van het wettelijk vooroverleg in mei 2021 aan de provincie Noord Brabant voorgelegd. De opmerkingen van de provincie zijn verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing, welke onderdeel uitmaakt van deze aanvraag. Ook zijn er voorwaarden verbonden aan de omgevingsvergunning.

Pagina 6/14

Het (ver)bouwen van een bouwwerk. 1. Voorschriften De volgende voorschriften zijn van toepassing: Specifieke nadere eisen en voorwaarden •

voor deze deel beschikking zijn de volgende specifieke voorschriften van toepassing -

Tenminste 3 weken voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden dienen constructietekeningen- en berekeningen te worden overlegd ter goedkeuring aan het College van burgemeester en wethouders.

-

Het gebruik van gronden als zonneweide wordt voor een periode van 25 jaar toegestaan. Dit betekent dat alle bouwwerken binnen een periode van 25 jaar en 6 maanden na het onherroepelijk worden van deze vergunning verwijderd moeten zijn. Vanaf dat moment dient er uitsluitend sprake te zijn vanuit ruimtelijk oogpunt toegestane agrarische gebruik van de locatie.

-

Tot zekerheid van de nakoming om het zonnepark te saneren, inhoudende dat de bestaande toestand van vóór de verlening van de omgevingsvergunning volledig in oude staat wordt hersteld en alle vergunde activiteiten worden beëindigd en verwijderd, wordt door initiatiefnemer een bankgarantie afgegeven, zoals in artikel 6 van de anterieure overeenkomst, d.d. 11 september 2020 is verwoord.

Wij wijzen u erop dat we toezien dat de bovenstaande voorwaarden worden verwerkt tijdens de uitvoering van uw bouwplan. Indien u deze voorwaarden niet nakomt kunnen wij conform art 5.19 van de Wabo achteraf uw verleende vergunning intrekken. Algemene eisen en voorwaarden •

het gemeentelijk bouwtoezicht / afdeling VVH dient schriftelijk in kennis te worden gesteld van: a.

verandering van het adres van degene onder wiens leiding het werk wordt uitgevoerd;

b.

de aanvang van de werkzaamheden, ontgravingswerkzaamheden daaronder begrepen, ten minste twee dagen;

c.

de aanvang van de grondverbeteringswerkzaamheden ten minste twee dagen tevoren;

d.

de aanvang van het storten van beton, tenminste twee dagen tevoren;

e.

de voltooiing van de grondleidingen en afvoerputten van de riolering onmiddellijk na de voltooiing voordat de sleuven zijn gedicht, melden bij Riolering@cgm.nl;

f.

het gereed zijn voor ingebruikgeving of ingebruikneming van het bouwwerk of een gedeelte daarvan;

g.

het gereedkomen van de bouwactiviteiten.

U kunt hiervoor een e-mail sturen naar bouwtoezicht@cgm.nl. 2. Overwegingen In artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a, een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien: a.

het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit;

b.

het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van de Bouwverordening;

c.

het bouwwerk in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan;

d.

het bouwwerk naar ons oordeel niet voldoet aan daaraan te stellen redelijke eisen van welstand;

e.

de activiteit een wegtunnel betreft als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en niet wordt voldaan aan artikel 6, eerste lid, van die wet.

Daarom zijn de door u ingediende gegevens getoetst aan deze bepalingen.

Pagina 7/14

Ten aanzien van het gestelde onder a. De bouwwerken en de uitvoering daarvan voldoen onder voorwaarden aan de bepalingen van het Bouwbesluit. Ten aanzien van het gestelde onder b. De bouwwerken en de uitvoering daarvan voldoen onder voorwaarden aan de bepalingen van de Bouwverordening. Uitzetten van -en controle op- de rooilijnen, bebouwingsgrenzen en peilmaten: Het advies luidt om tenminste 2 werkdagen vóór de gewenste datum contact op te nemen met het bevoegd gezag wanneer u voornemens bent uitzet werkzaamheden uit te gaan voeren. U kunt hiervoor een e-mail sturen naar bouwtoezicht@cgm.nl onder vermelding van het kenmerk van de omgevingsvergunning. Tevens verzoeken wij u de autocadbestanden van de plattegronden bij het verzoek tot uitzetten mee te sturen. De landmeter gebruikt deze gegevens ter voorbereiding van het uitzetten. Het bevoegd gezag zal voor het vaststellen van de peilmaat (=bovenkant begane grondvloer) van uw voorstel, de peilmaten van belendende bebouwing, aansluitende openbare ruimte of openbare weg (kruin van de weg) moeten afwegen alvorens de peilmaat vastgesteld kan worden. Het uitzetten van de bouw doet u in eigen beheer (of door de aannemer). Het bevoegd gezag zal dit controleren tijdens het uitzetten. Indien u de bouw gaat uitvoeren voordat deze controle is uitgevoerd, is dit geheel voor eigen risico. Ten aanzien van het gestelde onder c.

Voor de overwegingen met betrekking tot de geldende bestemmingsplanvoorschriften verwijzen wij u naar de overwegingen van de activiteit "het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan" Ten aanzien van het gestelde onder d. Op 1 juli 2021 is het bouwplan getoetst aan de welstandsnota van de gemeente Mill en Sint Hubert. Het perceel waar uw aanvraag betrekking op heeft, valt binnen het beheergebied zoals genoemd in deze welstandsnota. Dit betekend dat er ambtelijk getoetst wordt aan de criteria uit de welstandsnota. Uw bouwplan voldoet hieraan en is daarmee niet in strijd met redelijke eisen van welstand. Ten aanzien van het gestelde onder e. De aanvraag betreft geen tunnel.

Pagina 8/14

Het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald. 1. Voorschriften De volgende voorschriften zijn van toepassing: Algemene eisen en voorschriften: o

Een afschrift van de vergunning moet tijdens de werkzaamheden en/of activiteiten op de locatie aanwezig zijn;

o

Het gemeentelijk toezicht / afdeling VTH dient schriftelijk in kennis te worden gesteld van: o

Verandering van degene onder wiens leiding het werk wordt uitgevoerd;

o

De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingswerkzaamheden daaronder begrepen, ten minste twee dagen tevoren;

o

De aanvang van grondverbeteringswerkzaamheden, ten minste twee dagen tevoren;

o

Het gereed zijn voor ingebruikgeving of ingebruikneming van het perceel of een gedeelte Daarvan;

o

Het gereedkomen van de werkzaamheden;

U kunt hierover een e-mail sturen naar bouwtoezicht@cgm.nl. 2. Overwegingen Bij het nemen van het besluit hebben wij overwogen dat: -

De werkzaamheden bestaan uit het bouwen en exploiteren van een zonnepark, inclusief bekabeling en onderhoudswegen. Tevens zal een landschappelijke inpassing worden gerealiseerd met o.a. een natuurvriendelijke oever. Ook wordt natuur gecompenseerd;

-

Het perceel deel uitmaakt van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Mill en Sint Hubert’ en de herziening ‘Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018’ en hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’ van toepassing is. Ook is meer dan de helft van het plangebied gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’. Verder kent het plangebied de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone radarverstoringsgebied’, ‘overige zone - leefgebied struweelvogels’, ‘overige zone - zone landschap, leefomgeving en gezondheid’.

-

Ingevolge het bepaalde voor de bovengenoemde bestemmingen voor de betreffende werkzaamheden een vergunning is vereist voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waarbij de daaraan ten grondslag liggende aanvraag dient te worden getoetst aan het bepaalde in de bestemmingsplanvoorschriften;

-

Het voorgenomen plan betreffende het aspect natuurwaarden, in relatie tot wet- en regelgeving, uitvoerbaar is zoals in de ruimtelijke onderbouwing nader gemotiveerd;

-

Het bestemmingsplan bepaalt dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend, indien door de uitvoering de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast.

-

Uit archeologische bureauonderzoek, uitgevoerd door RAAP in november 2020 (bijlage 5), naar voren is gekomen dat geen van de historische gegevens aanduidt dat binnen het gebied sprake is geweest van enige bewoning. Ook andere gegevens duiden niet op de aanwezigheid van archeologische waarde objecten binnen het plangebied. Met aanleg van de tafels met zonnepanelen, hekwerk en nutsvoorzieningen worden naar waarschijnlijkheid de voorgeschreven diepte van 40 cm en oppervlakte van 250 m2 overschreden. Echter worden de tafelconstructies in de grond vastgezet middels dunne stalen palen, met daartussen meerdere meters afstand. De oppervlakte van deze palen is minimaal, vooral in vergelijking met gebouwen of andere bouwwerken. Voor het vastzetten zijn geen graafwerkzaamheden benodigd. De dunne palen worden in de grond geslagen. Na de exploitatiefase worden de palen uit de grond getrokken. De verstoring van de grond is hierdoor minimaal.

-

De in artikel 3.9 van de Wabo voorgeschreven procedure is gevolgd;

-

Op grond van het vorenstaande de omgevingsvergunning kan worden verleend.

Pagina 9/14

Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, regels gesteld door Rijk of Provincie of een voorbereidingsbesluit.

Beschrijving aanvraag De aanvraag omgevingsvergunning voorziet in het realiseren van een zonnepark ter plaatse van Voortsestraat 25 te Sint Hubert. Bestemmingsplan (bij rechte) Voor het besluitgebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Mill en Sint Hubert’ en de herziening ‘Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018’ van de gemeente Mill en Sint Hubert. Grote buitenplanse afwijking Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo biedt de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen als: 1.

de activiteiten niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en

2.

de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

Verklaring van geen bedenkingen Blijkens artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht dient de gemeenteraad voor het afwijken van het bestemmingsplan een verklaring van geen bedenkingen af te geven. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Het college van B&W heeft de raad op 13 april 2021 verzocht de verklaring van geen bedenkingen te verlenen. De verklaring van geen bedenkingen is (in ontwerp) afgegeven op 10 juni 2021. Ruimtelijke onderbouwing In de ruimtelijke onderbouwing ‘Twee zonneparken IJzerbroek, Sint Hubert’ d.d. 1 juli 2021 behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning is nader uiteengezet dat het initiatief getuigt van een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de motivering van het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen. Samengevat wordt medewerking verleend omdat: 1.

wenselijkheid op basis vastgestelde ruimtelijke beleidsdoelen

2.

geen onevenredige aantasting van fysieke belangen

3.

economische uitvoerbaarheid is aangetoond

Uniforme voorbereidingsprocedure De ontwerp-verklaring van geen bedenkingen heeft gezamenlijk met de ontwerp-omgevingsvergunning zes weken ter inzage gelegen van 7 juli tot en met 17 augustus 2021. Er zijn binnen de termijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn afgewogen in de bijlage ‘Zienswijzennota “Zienswijzennota “Zonnepark IJzerbroek Sint Hubert”’. De afweging heeft niet geleid tot aanpassingen van de aanvraag omgevingsvergunning. Voorwaarden vergunning In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de volgende voorwaarden aan de vergunning gekoppeld: 1.

De landschappelijke inpassing van de zonneweide dient te zijn gerealiseerd binnen 6 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is, ervan uitgaande dat het plantseizoen binnen deze periode valt, dan wel binnen 2 maanden van het eerstvolgende plantseizoen. Als plantseizoen wordt daarbij uitgegaan van de periode van 1 november tot 15 maart. De landschappelijke inpassing dient te worden opgericht, beheerd en onderhouden conform het landschappelijk inpassingsplan van Adviesbureau Haver Droeze d.d. 15 januari 2021 dat deel uitmaakt van deze beschikking.

2.

Het gebruik van gronden als zonneweide wordt voor een periode van 25 jaar toegestaan. Dit betekent dat alle bouwwerken binnen een periode van 25 jaar en 6 maanden na het onherroepelijk worden van deze vergunning verwijderd moeten zijn. Vanaf dat moment dient er uitsluitend sprake te zijn vanuit ruimtelijk oogpunt toegestane agrarische gebruik van de locatie. Pagina 10/14

3.

Tot zekerheid van de nakoming om het zonnepark te saneren, inhoudende dat de bestaande toestand van vóór de verlening van de omgevingsvergunning volledig in oude staat wordt hersteld en alle vergunde activiteiten worden beëindigd en verwijderd, wordt door initiatiefnemer een bankgarantie afgegeven, zoals in artikel 6 van de anterieure overeenkomst, d.d. 11 september 2020 is verwoord.

Conclusie Onder deze omstandigheden zijn burgemeester en wethouders van oordeel dat de belangen van de aanvrager bij het realiseren van zijn bouwplan dienen te prevaleren boven het belang dat gediend wordt met strikte handhaving van het bestemmingsplan, zodat is besloten medewerking te verlenen aan een planologische afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo.

Pagina 11/14

Zienswijzennota “Zonnepark IJzerbroek Sint Hubert” 1. Inleiding Op 10 juni 2021 heeft de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (Vvgb) afgegeven voor het realiseren van een zonnepark Groespeelweg te Mill. Publicatie terinzagelegging De ontwerpbeschikkingen, ontwerp-verklaring van geen bedenkingen met de bijbehorende stukken en een zakelijke beschrijving van de overeenkomst hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. De terinzagelegging is bekendgemaakt in de plaatselijke krant en het Gemeenteblad en tevens beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het ontwerpplan kon tijdens openingstijden of op afspraak worden ingezien in het gemeentehuis te Mill en Sint Hubert. Zienswijze en beantwoording Het ontwerp van de beslissing omtrent de Verklaring van geen bedenkingen doorloopt dezelfde procedure als het ontwerpbesluit omgevingsvergunningen. Dit houdt in dat ten aanzien van beide onderdelen zienswijzen kunnen worden ingediend. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn er twee zienswijzen ingediend op de ontwerpomgevingsvergunningen. De voorliggende nota bevat de beantwoording hiervan. De zienswijzen zijn als bijlage bijgevoegd. Verklaring van geen bedenkingen Nu er zienswijzen zijn ingediend is de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen niet aan te merken als definitieve verklaring. 2.

Zienswijzen De zienswijzen die zijn ingediend hebben wij in dit hoofdstuk samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ontvangen en daarom ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar, maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Zienswijze Provincie Noord-Brabant d.d. 12 augustus 2021 Samenvatting: In de zienswijze geeft de Provincie aan dat de locatiekeuze onvoldoende gemotiveerd is en daardoor is strijd is met het provinciale beleid zoals vastgelegd in artikel 3.41 lid 1 IOV. Tevens vraagt zij meer aandacht voor zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij zij onder andere aangeeft dat ze de twee zonneparken van tezamen 10 hectare, volgens de gemeentelijke energievisie, geen kleinschalig initiatief is en daardoor ook in strijd is met deze energievisie. Daarnaast is het huidige grondgebruik agrarisch en vraagt de Provincie een verdere motivering van deze locatie met betrekking tot zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het nu in strijd is met artikel 3.6 van de IOV. Bovendien wordt in de ruimtelijke onderbouwing gesproken over een pilot, de Provincie ziet graag verdere uitleg wat voor soort pilot het betreft en waarom het een pilot is.

Tot slot geeft de Provincie aan dat de zonneparken ook in strijd zijn met artikel 3.41 lid 1 onder c juncto lid 2 IOV. Daaronder valt de onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde. De provincie acht de huidige onderbouwing met verwijzing naar het kwaliteitsfonds en het energietransitiefonds te beperkt en vrijblijvend. Pagina 12/14

Reactie gemeente Mill en Sint Hubert: Locatieafweging In de ruimtelijke onderbouwing op pagina 5 is te lezen dat de gronden in gebruik zijn als bouwland voor maïs, aardappelen en bloemgewassen. Het overgrote deel van de beoogde kavels zijn ingezet ten behoeve van de pioenrozenteelt. Sinds 1999 zijn de kavels daarvoor in gebruik en de teelt is op deze plek afgeschreven. Met de ontwikkeling van zonne-energie kan het bedrijf Flowers for Youandi verder verduurzamen. Dit hebben de initiatiefnemers eerder toegelicht tijdens hun principeverzoek. Daarnaast wordt op pagina 22 van de ruimtelijke onderbouwing toegelicht dat volgens de gemeentelijke energievisie 37 tot 50 hectare zonneparken aangelegd moeten worden, naast de potentie zon-op-dak van 70TJ en de potentie van overige bronnen, om energieneutraal te worden. Volgens de afspraken met de provincie in de Regionale Energie Strategie Noordoost Brabant (RES NOB) is de verwijzing hiernaar voldoende voor de toepassing van de provinciale zonneladder, zoals bekend in artikel 3.41. GS heeft hierover een uitspraak gedaan in haar brief gericht aan de RES NOB op 9 februari 2021: “Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik, vinden wij het ook belangrijk dat er niet meer zonneparken in het buitengebied gerealiseerd worden dan noodzakelijk.

Dat betekent dat binnen de regio eerst de mogelijkheden voor andere duurzame energiebronnen, zoals windenergie en de mogelijkheden voor zon op dak en in stedelijk gebied door gemeenten in beeld worden gebracht, en dat op basis daarvan het aandeel zonneparken, binnen de totaalopgave duurzame energie, wordt bepaald...De regie voor zonneparken is en blijft liggen bij gemeenten en de regio. Dat geldt zowel voor de toepassing van de zonneladder als voor de afweging van locaties.” Ambtelijk is deze uitspraak in de RES NOB als volgt uitgelegd: “Het toepassen van de Brabantse zonneladder houdt in dat de behoefte aan grondgebonden zonneparken in landelijk gebied onderbouwd en gemotiveerd moet worden door de gemeente. De basis hierbij is zorgvuldig ruimtegebruik: geen grondgebonden zonneparken in landelijk gebied, tenzij het noodzakelijk is voor het behalen van de doelstelling. Het resultaat van de toepassing van de zonneladder is een beeld van wat er aan oppervlakte of vermogen aan zonneparken in het landelijk gebied nodig is om de doelstelling te kunnen halen.” Hiermee voldoen deze zonneparken aan de afspraken met de Provincie voor het toepassen van de zonneladder en het motiveren van de locatie. In reactie op de provinciale stelling dat de gemeente 1-2 hectare als kleinschalig acht volgens haar gemeentelijke energievisie, verdedigt de gemeente dat dat niet het geval is.

Op pagina 33 van de Energieverkenning en Energievisie van de gemeente Mill en Sint Hubert staat bij de motiveringsplicht omschreven dat projecten boven de 5 hectare als grootschalig gezien kunnen worden. Daarbij benadrukt de gemeente dat het hier gaat om twee zonneparken van ieder 5 hectare. Elk zonnepark heeft een eigen initiatiefnemer en een eigen entiteit. Dat betekent dat elke initiatiefnemer een eigen verzoek voor een omgevingsvergunning heeft ingediend, een eigen aansluiting bij de netbeheerder Enexis heeft geregeld, apart van elkaar ook leges betalen, een eigen anterieure overeenkomst met de gemeente is getekend, eigen bijdrage heeft aan het kwaliteitsfonds en het energietransitiefonds, een eigen business case heeft, etc. Dit betekent ook dat de zonneparken dan welk landschappelijk op elkaar afgestemd zijn, maar er geen afhankelijkheid is tussen de zonneparken. Het ene zonnepark kan doorgaan, zonder de ander. Met betrekking tot de pilot gaat het erom dat er ervaring wordt opgedaan met zonneparken om vervolgens te kunnen versnellen en bijsturen waar nodig. Maatschappelijke meerwaarde De Provincie haalt voor de maatschappelijke meerwaarde de bijdragen aan het energietransitiefonds en het kwaliteitsfonds aan. Beide fondsen zijn uitvoering van het gemeentelijk beleid.

De maatschappelijke meerwaarde van dit zonnepark zit hem voornamelijk in de inkoopactie die opgezet wordt voor omwonenden, zoals beschreven onder artikel 2.2.7. op pagina 12 van de ruimtelijke onderbouwing. De ambtelijke reactie op 26 mei is dat de provincie deze maatregel voorstelbaar vindt. Daarmee is er vanuit gegaan dat de Provincie akkoord was met dit voorstel als invulling van de maatschappelijke meerwaarde.

Pagina 13/14

Zienswijze inwoner d.d. 17 augustus 2021 Samenvatting: In de zienswijze geeft de inwoner aan dat er sprake is van planschade, dat er sprake is van milieuschade, dat er vruchtbare grond aan de landbouw wordt onttrokken wat onacceptabel is, dat er minimaal 1000 meter afstand gehanteerd moet worden tussen het zonnepark en de woning, dat de leefomgeving door de komst van het zonnepark verder wordt aangetast en tot slot worden er vraagtekens gezet bij de garantie dat het gebied na 25 jaar in oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. Reactie gemeente Mill en Sint Hubert: Planschade, aantasting leefomgeving en garantie sanering De gemeente heeft met de initiatiefnemers een anterieure overeenkomst afgesloten waarin een eventuele planschade vergoeding is geregeld. Indien de inwoner daar recht op heeft kan een verzoek tot planschade worden ingediend. Daarnaast staat in diezelfde anterieure overeenkomst dat na het verstrijken van maximaal 25 jaar de vóór de verlening van de Omgevingsvergunning bestaande toestand volledig in oude staat wordt hersteld en alle vergunde activiteiten dienen te worden beëindigd en verwijderd. Om die zekerheid te hebben is ook vastgelegd dat na het 15e jaar een bankgarantie overlegd moet worden door de initiatiefnemers. Hiermee is de saneringsplicht gegarandeerd. Milieuschade In de ruimtelijke onderbouwing zijn alle milieuaspecten afgewogen.

Er is ook onderzoek gedaan naar de aanwezige flora en fauna. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling van een zonnepark op deze plaats toegestaan kan worden. Onttrekken vruchtbare grond In de ruimtelijke onderbouwing op pagina 5 is te lezen dat de gronden in gebruik zijn als bouwland voor maïs, aardappelen en bloemgewassen. Het overgrote deel van de beoogde kavels zijn ingezet ten behoeve van de pioenrozenteelt. Sinds 1999 zijn de kavels daarvoor in gebruik en de teelt is op deze plek afgeschreven. Daarnaast past de locatie in het zoekgebied van de gemeente en is de zonneladder toegepast om de noodzakelijkheid van grondgebonden zonne-energie te verantwoorden. Afstand zonnepark tot woning In het gemeentelijk beleid, zoals te lezen is in de Energieverkenning en Energievisie van Mill en Sint Hubert, wordt een afstand van minimaal 100 meter gehanteerd tussen de gevel van de woning en het zonnepark. Dit zonnepark voldoet daaraan.

Conclusie: De zienswijzen geven geen aanleiding om het plan aan te (laten) passen of de gevraagde omgevingsvergunningen te weigeren.

Pagina 14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=8091d148-e017-4e92-99b5-babd8901dedd