5a. concept beschikking gemeenten.pdf
Tekst van het document
Omgevingsvergunning kenmerk: OB-M16244 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MILL EN SINT HUBERT gezien de aanvraag van
:
Talent in het Oosten
adres
:
Verlengde Veenlaan 21
postcode en woonplaats
:
9621 TP Slochteren
ingekomen
:
25 februari 2021
dossier- / zaaknummer
:
M16243 / Z/21/274506
waarbij omgevingsvergunning wordt gevraagd voor het realiseren van een zonnepark, op het perceel kadastraal bekend gemeente Mill en Sint Hubert sectie
:
P
nummer(s)
:
764
plaatselijk bekend
:
Groespeelweg ongenummerd te Mill
BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1 en 2.12 van de Wabo de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: -
Bouwen (art.2.1 lid 1a Wabo)
-
Handelen in strijd met regels RO (art. 2.1 lid 1c Wabo)
LEGES Vastgestelde bouwkosten : €
(incl. BTW)
Gehanteerde grondslagen conform de legesverordening: -
OMSCHRIJVING
: € BEDRAG
Totaal
: € TOTAALBEDRAG
Voor betaling van dit bedrag ontvangt u separaat een gespecificeerde nota. Op de factuur kunt u lezen hoe u eventueel bezwaar kunt maken tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen. PROCEDURE De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 van de Wabo. De aanvraag is beoordeeld voor de activiteiten:
Bouwen (art. 2.1 lid 1a Wabo)
Handelen in strijd met regels RO (art. 2.1 lid 1c Wabo)
Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Gebleken is dat uw aanvraag voldoet en daarom verlenen wij u de gevraagde omgevingsvergunning. OVERIGE BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN De volgende documenten worden meegezonden met het besluit en zijn als gewaarmerkt stuk bijgevoegd:
Aanvraagformulier publiceerbaar,
indieningsdatum 25 februari 2021
AERIUS Aanlegfase RZzSFxk7VoNA,
indieningsdatum 16 april 2021
AERIUS Beheerfase RgGTfsDpt9fm,
indieningsdatum 16 april 2021
Bestektekening overzichtstekening D.1,
indieningsdatum 21 april 2021
Bestektekening doorsnede D.2,
indieningsdatum 21 april 2021
De gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert werken samen in de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM. www.cuijk.nl | www.grave.nl | www.gemeente-mill.nl
Pagina 1/11
Bestektekening overige D.3,
indieningsdatum 21 april 2021
Communicatieplan R4.0,
indieningsdatum 15 april 2021
Kopie watervergunning d.d. 28 mei 2021
indieningsdatum 25 juni 2021
Landschapsplan situatie en profielen,
indieningsdatum 24 mei 2021
Participatie en postcoderoos,
indieningsdatum 25 februari 2021
Quickscan Wnb BG9452WATRP1912091545 SOP01.01 ,
indieningsdatum 14 april 2021
Rapport bodemonderzoek 2102070RK-01 ra,
indieningsdatum 14 april 2021
Ruimtelijke onderbouwing AID-200140 R7.0,
indieningsdatum 30 juni 2021
Verslag informatiebijeenkomst 08-09-2020,
indieningsdatum 25 februari 2021
Verslag informatiebijeenkomst 17-02-2021,
indieningsdatum 25 februari 2021
Verslag informatiebijeenkomst 19-01-2021,
indieningsdatum 25 februari 2021
Offerte Enexis 23-11-2020
indieningsdatum 25 februari 2021
BEROEPSCLAUSULE Tegen dit besluit kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij de rechtbank te `s-Hertogenbosch. De beschikking treedt in werking nadat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ongebruikt is verstreken. De termijn begint te lopen op de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd. Het beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die eerder hun zienswijzen kenbaar hebben gemaakt. Ook belanghebbenden die redelijkerwijs niet kunnen worden verweten geen zienswijze kenbaar te hebben gemaakt kunnen beroep instellen. Een beroep schort de werking van het besluit niet op. Degenen die beroep instellen kunnen de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch tevens verzoeken om het besluit te schorsen. Het postadres van de rechtbank is: Postbus 90125, 5200 MA ‘s-Hertogenbosch.
Mill en Sint Hubert, 1 oktober 2021 namens burgemeester en wethouders,
Regisseur Veiligheid, Vergunningverlening en Handhaving
Pagina 2/11
INHOUDSOPGAVE
De volgende onderdelen horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning, verleend op 1 oktober 2021 aan gemachtigde Talent in het Oosten namens de gemeente Mill en Sint Hubert. voor het realiseren van een zonnepark op de locatie Groespeelweg ongenummerd te Mill.
Procedureel
Bouwen (art. 2.1 lid 1a Wabo)
Handelen in strijd met regels RO (art. 2.1 lid 1c Wabo)
Zienswijzennota “Zonnepark Groespeelweg Mill”
Pagina 3/11
PROCEDUREEL Gegevens aanvrager Op 25 februari 2021 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van gemachtigde: Talent in het Oosten Verlengde Veenlaan 21 9621 TP Slochteren Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: het realiseren van een zonnepark nabij de groespeelweg ongenummerd te Mill. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing behorende bij deze beschikking. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven omgevingsaspecten:
Bouwen (art. 2.1 lid 1a Wabo)
Handelen in strijd met regels RO (art. 2.1 lid 1c Wabo)
Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage zijn wij het bevoegd gezag om de integrale omgevingsvergunning te verlenen. Daarbij zijn wij er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle relevante aspecten aan de orde komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals ruimte, milieu, natuur en aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid. Verder dienen wij ervoor zorg te dragen dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften op elkaar zijn afgestemd. Ontvankelijkheid Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningsvereisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden gesteld om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Bor, met een nadere uitwerking in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op ontvankelijkheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. De aanvrager is hierop op 9 april 2021 in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te leveren. We hebben de aanvullende gegevens ontvangen op meerdere data.
De laatste opgevraagde gegevens zijn ontvangen op 30 juni 2021. Hierdoor is de wettelijke procedure verlengd met het 82 dagen. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag alsmede de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Ter inzage legging Tussen 6 juli 2021 en 18 augustus 2021 heeft een ontwerp van de deze beschikking ter inzage gelegen en zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is wel gebruik gemaakt. Voor de inhoudelijke beoordeling van deze zienswijze wordt verwezen naar de bijlage bij dit besluit ‘zienswijzennota “Zonnepark Groespeelweg Mill”’
Pagina 4/11
Het (ver)bouwen van een bouwwerk. 1. Voorschriften De volgende voorschriften zijn van toepassing: Specifieke nadere eisen en voorwaarden -
Eventuele definitieve constructiegegevens dienen uiterlijk 3 weken voor het aanbrengen van het betreffende constructieonderdeel aangeleverd te worden via bouwtoezicht@cgm.nl.
Wij wijzen u erop dat we toezien dat de bovenstaande voorwaarden worden verwerkt tijdens de uitvoering van uw bouwplan. Indien u deze voorwaarden niet nakomt kunnen wij conform art 5.19 van de Wabo achteraf uw verleende vergunning intrekken. Algemene eisen en voorwaarden •
het gemeentelijk bouwtoezicht / afdeling VVH dient schriftelijk in kennis te worden gesteld van: a.
verandering van het adres van degene onder wiens leiding het werk wordt uitgevoerd;
b.
de aanvang van de werkzaamheden, ontgravingswerkzaamheden daaronder begrepen, ten minste twee dagen;
c.
de aanvang van de grondverbeteringswerkzaamheden ten minste twee dagen tevoren;
d.
de aanvang van het storten van beton, tenminste twee dagen tevoren;
e.
de voltooiing van de grondleidingen en afvoerputten van de riolering onmiddellijk na de voltooiing voordat de sleuven zijn gedicht, melden bij Riolering@cgm.nl;
f.
het gereed zijn voor ingebruikgeving of ingebruikneming van het bouwwerk of een gedeelte daarvan;
g.
het gereedkomen van de bouwactiviteiten.
U kunt hiervoor een e-mail sturen naar bouwtoezicht@cgm.nl. •
Verhoging of verlaging van de grondwaterstand leidt tot schade aan nabij gelegen bomen en bouwwerken. Zorg bij eventuele bronbemaling altijd voor damwanden. Wijziging in de grondwaterstand is ten allen tijde meldingsplichtig. Voor lozingen op oppervlaktewater is hiervoor meestal het waterschap bevoegd. Alleen als u op een rijkswater wilt lozen, moet u bij Rijkswaterstaat zijn. Voor lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd.
2. Overwegingen In artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat, voorzover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a, een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien: a.
het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit;
b.
het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van de Bouwverordening;
c.
het bouwwerk in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan;
d.
het bouwwerk naar ons oordeel niet voldoet aan daaraan te stellen redelijke eisen van welstand;
e.
de activiteit een wegtunnel betreft als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en niet wordt voldaan aan artikel 6, eerste lid, van die wet.
Daarom zijn de door u ingediende gegevens getoetst aan deze bepalingen. Ten aanzien van het gestelde onder a. De aangeleverde gegevens tonen voldoende aan dat het bouwwerk en de uitvoering daarvan voldoet of kan voldoen aan de bepalingen van het Bouwbesluit.
Pagina 5/11
Ten aanzien van het gestelde onder b. De aangeleverde gegevens van het bouwwerk en de uitvoering daarvan tonen aan dat wordt voldaan of kan worden voldaan aan de bepalingen van de Bouwverordening. Ten aanzien van het gestelde onder c. Het plan voorziet in het aanleggen van een zonnepark aan de Groespeelweg te Mill welke in strijd is met het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Mill en Sint Hubert” en de herzieningen op dit bestemmingsplan uit 2018 en 2019. * Voor de overwegingen met betrekking tot de geldende bestemmingsplanvoorschriften verwijzen wij u naar de overwegingen van de activiteit "het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan" Ten aanzien van het gestelde onder d. Het bouwplan is niet door ons voorgelegd aan de welstandcommissie, omdat het plan een tijdelijk bouwwerk betreft met een instandhouding van 25 jaar. Op grond van 12.a.3.a van de Woningwet is de beoordeling aan de redelijke eisen van welstand door de tijdelijke instandhouding niet noodzakelijk. Ten aanzien van het gestelde onder e. De aanvraag betreft geen tunnel.
Pagina 6/11
Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, regels gesteld door Rijk of Provincie of een voorbereidingsbesluit.
Beschrijving aanvraag De aanvraag omgevingsvergunning voorziet in het aanleggen van een zonnepark ter plaatse van Groespeelweg te Mill. Bestemmingsplan (bij rechte) Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Buitengebied Mill en Sint Hubert” met de herzieningen hiervan uit 2018 en 2019, de bestemming Agrarisch, de dubbelbestemming Waterstaat – Regionaal waterbergingsgebied (vervallen met ingang van bestemmingsplan “herziening 2018, regionaal waterbergingsgebied”) en de gebiedsaanduidingen ‘geluidszone – vliegveld’, ‘luchtvaartverkeerzone – funnel 3’,’luchtvaartverkeerzone – ihcszone’, ‘luchtvaartverkeerzone – ils-zone 3’, ‘luchtvaartverkeerzone – radarverstoringsgebied’, ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ en ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’. De aanvraag om omgevingsvergunning is in strijd met de volgende regels: A.
Art. 3.1
De gronden zijn niet bestemd voor het aanleggen van een zonnepark of enig bouwwerk wat niet ten dienste staat van de bestemming Agrarisch
In verband met de strijdigheid zou de aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 2.10 van de Wabo moeten worden geweigerd. Het artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo bepaalt dat in een dergelijk geval de aanvraag om omgevingsvergunning moet worden gezien als een verzoek om medewerking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o, van de Wabo (binnenplanse afwijking). Binnenplanse afwijking Het bestemmingsplan biedt geen toepasbare binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Kleine buitenplanse afwijking Het artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht biedt geen toepasbare mogelijkheid om met een kleine buitenplanse afwijking af te wijken van het bestemmingsplan. Het artikel 2.10, tweede lid van de Wabo bepaalt dat in een dergelijk geval de gehele aanvraag om omgevingsvergunning tevens moet worden gezien als een verzoek om medewerking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo (grote buitenplanse afwijking). Grote buitenplanse afwijking Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo biedt de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen als: 1.
de activiteiten niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en
2.
de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Ruimtelijke onderbouwing In de ruimtelijke onderbouwing met projectnummerAID-200140 Versie 7 d.d. 30 juni 2021 van BIND behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning is nader uiteengezet dat het initiatief getuigt van een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de motivering van het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen. Samengevat wordt medewerking verleend omdat: 1.
wenselijkheid op basis vastgestelde ruimtelijke beleidsdoelen
2.
geen onevenredige aantasting van fysieke belangen
3.
economische uitvoerbaarheid is aangetoond
Pagina 7/11
Uniforme voorbereidingsprocedure Voorwaarden vergunning In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de volgende voorwaarden aan de vergunning gekoppeld: 1.
De landschappelijke inpassing van de zonnepark dient te zijn gerealiseerd binnen 6 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is, ervan uitgaande dat het plantseizoen binnen deze periode valt, danwel binnen 2 maanden van het eerstvolgende plantseizoen. Als plantseizoen wordt daarbij uitgegaan van de periode van 1 november tot 15 maart. De landschappelijke inpassing dient te worden opgericht, beheert en onderhouden conform het landschappelijke inpassingsplan zoals dit als bijlage bij deze beschikking is gevoegd.
2.
Het gebruik van gronden als zonnepark wordt voor een periode van 25 jaar toegestaan. Dit betekent dat alle bouwwerken binnen een periode van 25 jaar en 6 maanden na het onherroepelijk worden van de beschikking verwijderd moeten zijn. Vanaf dat moment dient er uitsluitend sprake te zijn vanuit ruimtelijk oogpunt toegestane agrarisch gebruik van de locatie.
3.
tot zekerheid van de nakoming om het zonnepark te saneren, inhoudende dat de bestaande toestand van vóór de verlening van de omgevingsvergunning volledig in oude staat wordt hersteld en alle vergunde activiteiten worden beëindigd en verwijderd, wordt door initiatiefnemer een bankgarantie afgegeven, zoals in artikel 6 van de anterieure overeenkomst is verwoord.
4.
Uiterlijk 14 dagen voordat de gemeente een omgevingsvergunning verleend, is de initiatiefnemer gehouden een schriftelijke bangarantie te (doen) stellen ter hoogte van het totaalbedrag aan eventueel voor vergoeding in aanmerking komende schade blijkens de uitgevoerde planschaderisicoanalyse (zoals opgenomen in artikel 5 van de anterieure overeenkomst)
5.
Er dient ten behoeve van informatievoorziening over de historie van het landschap een informatiebord geplaatst te worden. De informatie hierover dient afgestemd te worden met de stichting ‘Sporen van de Oorlog’.
6.
Er dient op jaarbasis een storting plaats te vinden van 0,25 euro/MWh in het energietransitiefonds. Dit ten behoeve van het herstel van het landschap en het herstel en behoud van de cultuurhistorie van het gebied na verwijdering van het zonnepark na 25 jaar ingebruikname;
7.
De opbrengst van het zonnepark zal worden gebruikt voor het energieverbruik van rioolpompen binnen de gemeente Mill en Sint Hubert, gemeente Grave, gemeente Cuijk, gemeente Boxmeer en de gemeente Sint Anthonis;
8.
Inrichting van het terrein dient plaats te vinden volgens het landschaps- en inrichtingsplan welke als bijlagen aan deze beschikking zijn toegevoegd;
Conclusie Onder deze omstandigheden zijn burgemeester en wethouders van oordeel dat de belangen van de aanvrager bij het realiseren van zijn bouwplan dienen te prevaleren boven het belang dat gediend wordt met strikte handhaving van het bestemmingsplan, zodat is besloten medewerking te verlenen aan een planologische afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo.
Pagina 8/11
Zienswijzennota “Zonnepark Groespeelweg Mill”
1. Inleiding Op 15 april 2021 heeft de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (Vvgb) afgegeven voor het realiseren van een zonnepark Groespeelweg te Mill. Publicatie terinzagelegging De ontwerpbeschikkingen, ontwerp-verklaring van geen bedenkingen met de bijbehorende stukken en een zakelijke beschrijving van de overeenkomst hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. De terinzagelegging is bekendgemaakt in de plaatselijke krant en het Gemeenteblad en tevens beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het ontwerpplan kon tijdens openingstijden of op afspraak worden ingezien in het gemeentehuis te Mill en Sint Hubert. Zienswijze en beantwoording Het ontwerp van de beslissing omtrent de Verklaring van geen bedenkingen doorloopt dezelfde procedure als het ontwerpbesluit omgevingsvergunningen. Dit houdt in dat ten aanzien van beide onderdelen zienswijzen kunnen worden ingediend. Gedurende de termijn van terinzagelegging is er één zienswijze ingediend op de ontwerpomgevingsvergunningen. De voorliggende nota bevat de beantwoording hiervan. De zienswijze is als bijlage bijgevoegd. Verklaring van geen bedenkingen Nu er zienswijzen zijn ingediend is de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen niet aan te merken als definitieve verklaring. 2.
Zienswijzen De zienswijze die is ingediend hebben wij in dit hoofdstuk samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ontvangen en daarom ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar, maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Zienswijze Provincie Noord-Brabant d.d. 11 augustus 2021 Samenvatting: In de zienswijze geeft de Provincie aan dat uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de locatiekeuze méér vanuit praktische overwegingen is ingegeven, dan vanuit de principes van zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. Daarnaast constateert de provincie dat de kavel binnen de zonneladder niet een van de prioritaire opties is maar op de laatste plaats komt, zijnde “5 Landbouwgrond in landelijk gebied en natuur”, waardoor niet in de geest wordt gehandeld met de afspraken die er de afgelopen jaren zijn gemaakt. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet dat de cultuurhistorische waarden in ogenschouw zijn genomen bij de locatie-afweging. Vanuit omgevingskwaliteit en de lagenbenadering is dat wel een vereisten.
De 2 zonneparken zijn strijdig met artikel 3.29 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorische waardevolle gebieden moeten leiden tot behoud, herstel en duurzame De gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert werken samen in de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM. www.cuijk.nl | www.grave.nl | www.gemeente-mill.nl
Pagina 9/11
ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en kenmerken van dit gebied. In dit geval gaat het over de waarde van het Defensie- of Peelkanaal (gegraven als onderdeel van de Peel-Raamstelling); een strategisch militair open landschap in samenhang met de schootsvelden op het landgoed. Vervolgens geeft de Provincie aan dat het zonnepark niet voldoet aan de Energieverkenning en Energievisie 2018 van de Gemeente Mill en Sint Hubert. De locatie is gelegen buiten de door de gemeente in haar beleidsvisie opgenomen zoekgebieden voor zowel kleinschalige zon mogelijkheden als grootschalige zon mogelijkheden. Tevens ligt het initiatief niet nabij een dorpskern en met een bruto oppervlakte van 4 hectare is dit zonnepark niet te beschouwen als een kleinschalig initiatief. Reactie gemeente Mill en Sint Hubert: Locatieafweging Bij de locatieafweging zijn inderdaad praktische overwegingen meegenomen in de keuze. Daarnaast is wel degelijk gekeken naar zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. Door juist te kiezen voor een locatie waar geen sprake is van zeer vruchtbare grond, omdat de grond ter plaatse vrij nat is, strijdt het niet met hoogwaardig agrarisch grondgebruik. Het zonnepark Groespeel bevindt zich in de arm van het peelkanaal en is toegewezen als inundatiegebied van het Waterschap. De locatie kan hiermee worden aangeduid als ‘minder efficiënte landbouwgrond’.
Bovendien gaat het om een locatie die het karakter grootschalig landbouwgebied heeft. Zoals te lezen is in de Energievisie van de gemeente Mill en Sint Hubert acht de gemeente grootschalig landbouwgebied als een geschikte locatie voor zonneparken. Als er verder gekeken wordt naar de provinciale zonneladder is in de ruimtelijke onderbouwing op pagina 15 aangetoond dat er nog 411 TJ duurzaam opgewekt moet worden, waarvan minimaal 37 hectare grondgebonden zonne-energie. Volgens de afspraken met de provincie is de verwijzing hiernaar voldoende voor de toepassing van de provinciale zonneladder, zoals bekend in artikel 3.41. Energievisie In haar zienswijze geeft de provincie aan dat het zonnepark niet voldoet aan de Energieverkenning en Energievisie 2018 van de Gemeente Mill en Sint Hubert. De provincie gaat daarin voorbij aan de visie en speerpunten zoals ze benoemd zijn in de Energievisie op pagina 29. Speerpunt 3 geeft aan dat de energietransitie een lokale opgave en een lokale kans is. Projecten worden zoveel mogelijk van onderop en samen met de inwoners en bedrijven binnen de gemeente Mill en Sint Hubert opgepakt. Voor lokale en kleinschalige initiatieven wordt verkend of gemeentegronden kunnen worden ingezet. Het gaat hier om twee zonneparken van ieder twee hectare, volgens de gemeente een kleinschalig initiatief.
Eén daarvan is van een lokale ondernemer die op eigen grond een initiatief wil realiseren. De andere is op initiatief van de vijf gemeenten uit de regio Land van Cuijk en biedt bovendien de mogelijkheid aan een nog te ontwikkelen energiecoöperatie om op gemeentegrond mee te ontwikkelen. Hierover worden al langere tijd gesprekken gevoerd. Daarnaast geeft speerpunt 6 aan dat kleinschalige, lokale initiatieven voor grondgebonden zon rond de dorpskernen kunnen worden gefaciliteerd, mits zorgvuldig ingepast en in lijn met de randvoorwaarden voor grotere projecten. Het betreft hier een kleinschalig initiatief dat in de buurt van de dorpskern Mill wordt geïnitieerd. De omwonenden hebben vanaf het begin af aan constructief meegedacht. Een deel van hen wil zich ook actief inzetten om een energiecoöperatie op te richten waarmee zij deel kunnen nemen in het project. Bovendien hebben de gemeenten en lokale initiatiefnemer op geen enkel moment in het proces een negatieve reactie gehad van omwonende(n). Deze manier van proces- en financiële participatie vindt de gemeente Mill en Sint Hubert belangrijk en daarin wil zij ook een voorbeeldrol vervullen. Met het zonnepark Groespeel is dat mogelijk. Cultuurhistorie Betreft cultuurhistorie liggen deze twee zonneparken aan de andere kant van het defensiekanaal ten opzichte van de kazematten.
In het beoogde plangebied is juist niet gevochten, de daadwerkelijke gevechten vonden plaats aan de andere kant van het defensiekanaal. De militairen werden in hun rug verrast, zoals staat omschreven in het boek De slag bij Mill van E.H. Brongers. Vandaar dat het vrije schootsveld in de historie geen rol heeft gespeeld.
Pagina 10/11
De provincie geeft aan dat de twee zonneparken strijdig zijn met artikel 3.29. Ze geeft aan dat in artikel 3.29 IOV is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorische waardevolle gebieden moeten leiden tot behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van dit gebied. Met deze zonneparken wordt juist een duurzame ontwikkeling in gang gezet en wordt er aandacht besteed aan het herstel van het gebied. Er wordt onder andere een jaarlijkse bijdrage geleverd om de cultuurhistorie te herstellen. De provincie richt zich in haar argumentatie voornamelijk op het behoud van het gebied en niet op de duurzame ontwikkeling ervan. Een zonnepark kent een tijdelijkheid van 25 jaar. In natuurgebieden worden zonneparken al vaker geaccepteerd met het idee dat de opbrengst daarvan deels ten goede kan komen aan het natuurbehoud of herstel. Dat principe beoogt de gemeente ook hier toe te passen, maar dan gericht op de cultuurhistorie. Bovendien geeft de provincie aan dat op de Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart de waarden en kenmerken van dit militaire landschap zijn opgenomen. En dat juist bij ruimtelijke ontwikkelingen het van belang is deze kaart te raadplegen.
Op deze kaart staat het volgende over dit gebied: “Waardevol is de zichtrelatie tussen het landhuis en de omringende landbouwgronden, de relatie tussen het landgoed en Wilbertoord en de samenhang tussen het Defensiekanaal en de schootsvelden op het landgoed.” Het beoogde plangebied ligt niet in het schootsveld op het landgoed. Daarmee is het onterecht dat de provincie claimt dat dit gebied benoemd staat in de Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het plan aan te (laten) passen of de gevraagde omgevingsvergunningen te weigeren.
Pagina 11/11