CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota zienswijzen.docx

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunningen voor het realiseren van een zonnepark aan de Groespeelweg te Mill1.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota “Zonnepark Groespeelweg Mill”

1. Inleiding Op 15 april 2021 heeft de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (Vvgb) afgegeven voor het realiseren van een zonnepark Groespeelweg te Mill. Publicatie terinzagelegging De ontwerpbeschikkingen, ontwerp-verklaring van geen bedenkingen met de bijbehorende stukken en een zakelijke beschrijving van de overeenkomst hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen. De terinzagelegging is bekendgemaakt in de plaatselijke krant en het Gemeenteblad en tevens beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het ontwerpplan kon tijdens openingstijden of op afspraak worden ingezien in het gemeentehuis te Mill en Sint Hubert. Zienswijze en beantwoording Het ontwerp van de beslissing omtrent de Verklaring van geen bedenkingen doorloopt dezelfde procedure als het ontwerpbesluit omgevingsvergunningen. Dit houdt in dat ten aanzien van beide onderdelen zienswijzen kunnen worden ingediend. Gedurende de termijn van terinzagelegging is er één zienswijze ingediend op de ontwerpomgevingsvergunningen. De voorliggende nota bevat de beantwoording hiervan. De zienswijze is als bijlage bijgevoegd. Verklaring van geen bedenkingen Nu er zienswijzen zijn ingediend is de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen niet aan te merken als definitieve verklaring. 2.

Zienswijzen De zienswijze die is ingediend hebben wij in dit hoofdstuk samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ontvangen en daarom ontvankelijk. Zienswijzen zijn openbaar, maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. Zienswijze Provincie Noord-Brabant d.d. 11 augustus 2021 Samenvatting: In de zienswijze geeft de Provincie aan dat de vergunningen in het kader van de vooroverlegfase niet aan de provincie zijn voorgelegd. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de locatiekeuze méér vanuit praktische overwegingen is ingegeven, dan vanuit de principes van zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. Daarnaast constateert de provincie dat de kavel binnen de zonneladder niet een van de prioritaire opties is maar op de laatste plaats komt, zijnde “5 Landbouwgrond in landelijk gebied en natuur”, waardoor niet in de geest wordt gehandeld met de afspraken die er de afgelopen jaren zijn gemaakt. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet dat de cultuurhistorische waarden in ogenschouw zijn genomen bij de locatie-afweging. Vanuit omgevingskwaliteit en de lagenbenadering is dat wel een

1

vereisten. De 2 zonneparken zijn strijdig met artikel 3.29 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorische waardevolle gebieden moeten leiden tot behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en kenmerken van dit gebied. In dit geval gaat het over de waarde van het Defensie- of Peelkanaal (gegraven als onderdeel van de Peel-Raamstelling); een strategisch militair open landschap in samenhang met de schootsvelden op het landgoed. Vervolgens geeft de Provincie aan dat het zonnepark niet voldoet aan de Energieverkenning en Energievisie 2018 van de Gemeente Mill en Sint Hubert. De locatie is gelegen buiten de door de gemeente in haar beleidsvisie opgenomen zoekgebieden voor zowel kleinschalige zon mogelijkheden als grootschalige zon mogelijkheden. Tevens ligt het initiatief niet nabij een dorpskern en met een bruto oppervlakte van 4 hectare is dit zonnepark niet te beschouwen als een kleinschalig initiatief. Reactie gemeente Mill en Sint Hubert: Locatieafweging Bij de locatieafweging zijn inderdaad praktische overwegingen meegenomen in de keuze. Daarnaast is wel degelijk gekeken naar zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit.

Door juist te kiezen voor een locatie waar geen sprake is van zeer vruchtbare grond, omdat de grond ter plaatse vrij nat is, strijdt het niet met hoogwaardig agrarisch grondgebruik. Het zonnepark Groespeel bevindt zich in de arm van het peelkanaal en is toegewezen als inundatiegebied van het Waterschap. De locatie kan hiermee worden aangeduid als ‘minder efficiënte landbouwgrond’. Bovendien gaat het om een locatie die het karakter grootschalig landbouwgebied heeft. Zoals te lezen is in de Energievisie van de gemeente Mill en Sint Hubert acht de gemeente grootschalig landbouwgebied als een geschikte locatie voor zonneparken. Als er verder gekeken wordt naar de provinciale zonneladder is in de ruimtelijke onderbouwing op pagina 15 aangetoond dat er nog 411 TJ duurzaam opgewekt moet worden, waarvan minimaal 37 hectare grondgebonden zonne-energie. Volgens de afspraken met de provincie in de Regionale Energie Strategie Noordoost Brabant (RES NOB) is de verwijzing hiernaar voldoende voor de toepassing van de provinciale zonneladder, zoals bekend in artikel 3.41. GS heeft hierover een uitspraak gedaan in haar brief gericht aan de RES NOB op 9 februari 2021: “Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik, vinden wij het ook belangrijk dat er niet meer zonneparken in het buitengebied gerealiseerd worden dan noodzakelijk.

Dat betekent dat binnen de regio eerst de mogelijkheden voor andere duurzame energiebronnen, zoals windenergie en de mogelijkheden voor zon op dak en in stedelijk gebied door gemeenten in beeld worden gebracht, en dat op basis daarvan het aandeel zonneparken, binnen de totaalopgave duurzame energie, wordt bepaald...De regie voor zonneparken is en blijft liggen bij gemeenten en de regio. Dat geldt zowel voor de toepassing van de zonneladder als voor de afweging van locaties.” Ambtelijk is deze uitspraak in de RES NOB als volgt uitgelegd: “Het toepassen van de Brabantse zonneladder houdt in dat de behoefte aan grondgebonden zonneparken in landelijk gebied onderbouwd en gemotiveerd moet worden door de gemeente. De basis hierbij is zorgvuldig ruimtegebruik: geen grondgebonden zonneparken in landelijk gebied, tenzij het noodzakelijk is voor het behalen van de doelstelling. Het resultaat van de toepassing van de zonneladder is een beeld van wat er aan oppervlakte of vermogen aan zonneparken in het landelijk gebied nodig is om de doelstelling te kunnen halen.” Energievisie In haar zienswijze geeft de provincie aan dat het zonnepark niet voldoet aan de Energieverkenning en Energievisie 2018 van de Gemeente Mill en Sint Hubert. De provincie gaat daarin voorbij aan de visie en speerpunten zoals ze benoemd zijn in de Energievisie op pagina 29.

Speerpunt 3 geeft aan dat de energietransitie een lokale opgave en een lokale kans is. Projecten worden zoveel mogelijk van onderop en samen met de inwoners en bedrijven binnen de gemeente Mill en Sint Hubert opgepakt. Voor lokale en kleinschalige initiatieven wordt verkend of gemeentegronden kunnen worden ingezet. Het gaat hier om twee zonneparken van ieder twee hectare, volgens de gemeente een kleinschalig initiatief. Eén daarvan is van een lokale ondernemer die op eigen grond een initiatief wil realiseren. De andere is op initiatief van de vijf gemeenten uit de regio Land van Cuijk en biedt bovendien de mogelijkheid aan een nog te ontwikkelen energiecoöperatie om op gemeentegrond mee te ontwikkelen. Hierover worden al langere tijd gesprekken gevoerd.

Daarnaast geeft speerpunt 6 aan dat kleinschalige, lokale initiatieven voor grondgebonden zon rond de dorpskernen kunnen worden gefaciliteerd, mits zorgvuldig ingepast en in lijn met de randvoorwaarden voor grotere projecten. Het betreft hier een kleinschalig initiatief dat in de buurt van de dorpskern Mill wordt geïnitieerd. De omwonenden hebben vanaf het begin af aan constructief meegedacht. Een deel van hen wil zich ook actief inzetten om een energiecoöperatie op te richten waarmee zij deel kunnen nemen in het project. Bovendien hebben de gemeenten en lokale initiatiefnemer op geen enkel moment in het proces een negatieve reactie gehad van omwonende(n). Deze manier van proces- en financiële participatie vindt de gemeente Mill en Sint Hubert belangrijk en daarin wil zij ook een voorbeeldrol vervullen. Met het zonnepark Groespeel is dat mogelijk. Cultuurhistorie Wat betreft cultuurhistorie liggen deze twee zonneparken aan de oost-kant van het defensiekanaal ten opzichte van de aan de westzijde gelegen kazematten. De zonneparken liggen daarmee in het theoretisch bedachte open schootsveld van de kazematten. In het beoogde plangebied hebben echter nooit oorlogshandelingen plaatsgevonden, de daadwerkelijke gevechten vonden in mei 1940 plaats aan de (noord-)west zijde van het defensiekanaal, tussen het defensiekanaal en de spoorlijn van het Duits Lijntje.

De Nederlandse militairen werden in hun rug verrast, zoals staat omschreven in het boek De slag bij Mill van E.H. Brongers. Het vrije schootsveld aan de oostzijde heeft op deze locatie in de historie feitelijk geen rol gespeeld.

De provincie geeft aan dat de twee zonneparken strijdig zijn met artikel 3.29. Ze geeft aan dat in artikel 3.29 IOV is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorische waardevolle gebieden moeten leiden tot behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van dit gebied. Met deze zonneparken wordt juist een duurzame ontwikkeling in gang gezet en wordt er aandacht besteed aan het herstel van het gebied. Er wordt onder andere een jaarlijkse bijdrage geleverd om de cultuurhistorie te herstellen en beleefbaar te maken. De provincie richt zich in haar argumentatie voornamelijk op het behoud van het gebied en niet op het duurzame herstel ervan. Dit

zonnepark kent een tijdelijkheid van maximaal 25 jaar. In natuurgebieden worden tijdelijke zonneparken al vaker geaccepteerd met het idee dat de opbrengst daarvan deels ten goede kan komen aan het natuurbehoud of -herstel. Dat principe beoogt de gemeente ook hier toe te passen, maar dan gericht op de cultuurhistorie. Bovendien geeft de provincie aan dat op de Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart de waarden en kenmerken van dit militaire landschap zijn opgenomen. En dat juist bij ruimtelijke ontwikkelingen het van belang is deze kaart te raadplegen. Op deze kaart staat het volgende over dit gebied: “Waardevol is de zichtrelatie tussen het landhuis en de omringende landbouwgronden, de relatie tussen het landgoed en Wilbertoord en de samenhang tussen het Defensiekanaal en de schootsvelden op het landgoed.” Het beoogde plangebied ligt niet in de schootsvelden op het landgoed. Daarmee is het onterecht dat de provincie claimt dat het projectgebied benoemd staat in de Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het plan aan te (laten) passen of de gevraagde omgevingsvergunningen te weigeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=75881f2a-ddce-4483-bdb4-f9d66fdd5ee8