2f. Bijlage 3 Grave_Fietsverbinding_ archeologisch bureau en booronderzoek.pdf
Tekst van het document
Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem in de zone ten westen van de Jan Luijkenstraat gevormd is onder natte omstandigheden. Hierdoor heeft dit deel van het plangebied een lage verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor resten van vroege landbouwers uit de periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. De zone ten noorden van de Stoofweg en de zone waar een nieuwe brug wordt aangelegd zijn niet onderzocht, omdat hier sprake is van een te hoge dichtheid aan kabels en leidingen. Door de aanleg van kabels en leidingen zal de bodemopbouw slechts lokaal intact zijn tot de aanlegdiepte. Veelal zullen de kabels en leidingen zijn aangelegd op een vorstvrije diepte van ca. 60 á 80 cm -mv. Hierdoor is de kans groot dat het archeologische niveau verstoord is en ook diepere sporen zijn aangetast. Ter hoogte van de zone ten noorden van de Stoofweg en Stoofbrug geldt dan ook een lage verwachting. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
•
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd?
Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem in de zone ten westen van de Jan Luijkenstraat gevormd is onder natte omstandigheden. Ter hoogte van de speeltuin lijkt er sprake te zijn van een diepere bodemverstoring. Het plangebied heeft ter hoogte van de uitbreiding van het fietspad ten noorden van de Stoofweg en -brug een hoge dichtheid aan kabels en leidingen, waardoor hier de bodemopbouw diep verstoord is.
KSP Archeologie
28
Op basis van het bureauonderzoek ligt de ten westen van de Graafsche Raam in een hogere zone, die mogelijk een grote aantrekkingskracht had voor samenlevingen van jagersverzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Midden Neolithicum) en vroege landbouwers (LaatNeolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen). Op basis van de KLIC-melding blijkt in deze zone een hoge dichtheid aan kabels en leidingen, waardoor de bodem in deze smalle uitbreidingszone is verstoord en de verwachting voor alle perioden kan worden bijgesteld naar laag. Op basis van het bureauonderzoek was de landschappelijke ligging van de zone ten oosten van de Graafsche Raam onduidelijk. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat de bodem hier gevormd is onder natte omstandigheden, waardoor er een lage verwachting is opgesteld voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Op basis daarvan kan de verwachting naar laag worden bijgesteld. Op basis van de archeologische beleidskaart werd een historisch dijklichaam ter hoogte van de Jan Luijkenstraat verwacht, maar deze blijkt op basis van het historische kaartmateriaal meer naar het westen te hebben gelegen. •
In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
Aangezien de kans dat een vindplaats aanwezig is laag wordt ingeschat, vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief. 4.3
Selectieadvies
Op grond van de aangetroffen natte bodemvorming in het plangebied nabij de Jan Luijkenstraat en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek. In de zone ten noorden van het fietspad bij de Stoofweg is een hoge dichtheid aan kabels en leidingen aanwezig, waardoor de bodem hier verstoord zal zijn. Ook hier adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Grave), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden.
Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
29
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Noord-Brabant. Bureau Lantschap. Keunen, L.J./ E.H. Boshoven/ S. van der Veen, 2011: Archeologisch erfgoed van Peelhorst en Maasdal.
Een archeologische waarden- en verwachtingskaart en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Sint Anthonis, Mill en St. Hubert, Graven en Landerd. RAAP-rapport 2214, Weesp.
Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
Nederlands
Ras. J. (2012): Archeologisch Bureauonderzoek Reconstructie N324 A50-Grave, Gemeente Grave en Gemeente Landerd, SOB Research-rapport 1706-1001, Heijenoord. Rensink, E. (2008). KNA Leidraad Beekdalen in Pleistoceen Nederland. Rijksdienst voor Archeologie, Cultuur en Monumenten. Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stiekema M. (2016): Archeologisch verkennend booronderzoek Visio terrein te Grave in de gemeente Grave, Econsultancy-rapport 16011020, Swalmen Stiboka, (1976). Bodemkaart van Nederland schaal 1 : 50 000 Toelichting bij de kaartbladen 45 Oost 'sHertogenbosch en 46 West/Oost, Wageningen, Stichting voor Bodemkartering Water, A.E.M. van de & Kortlang, F.P. (2012): Nota Archeologie Grave. De implementatie van de West op de archeologische monumentenzorg in het gemeentelijk beleid . ArchAeO-rapport 1106, Eindhoven. Wiggen, B. van (2018): Rapportage Historische Vooronderzoek CE-bodembelastingskaart Gemeente Grave, Bombs Away B.V., Utrecht Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl Archeologische Monumentenkaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl
KSP Archeologie
30
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017): https://www.pdok.nl/nl/producten/pdok-downloads/ download-basisregistratie-grootschalige-topografie. Kadaster. Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 (Basis Registratie Ondergrond. 2017). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bodemkaart 50000/atom/bodemkaart50000.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. & Geurts, A.H. (2012). Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. http://persistent‐ identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13‐nqjn‐zl Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via www.dinoloket.nl → oude Dinoloket. Referentie: Mulder, E.F.J.
de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 (BasisRegistratie Ondergrond 2017). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/geomorfologische kaart50000/atom/geomorfologischekaart50000.xml. Legenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 (tot 2006): http://geoplaza.vu.nl/data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen (1969). Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und v. Müffling 1803-1820. 39 Swalmen. Nordrhein-Westfalen. Kadastrale kaart van Nederland (2009) via WMS server: http://gis.kademo.nl/gs2/wms Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto (2017) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/wms? Kadaster. Rijksmonumenten (2016): Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl.
KSP Archeologie
31
Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster. V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl
KSP Archeologie
32
Bijlage 1
KSP Archeologie
Geomorfologische kaart
Bijlage 2
KSP Archeologie
Bodemkaart
Bijlage 3
KSP Archeologie
Archeologische gegevens
Bijlage 4
KSP Archeologie
Boorpuntenkaart
KSP Archeologie
Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer
: 19440
Boring
X (m RD)
Y (m RD) Z (m+NAP) via AHN3
Project
: Grave- Fietspad BMV
1
179577
418408
8,25
Datum
: 1 mei 2019
2
179585
418374
8,37
Beschrijver
: Erwin van der Klooster
3
179586
418339
8,40
Type grond
: Beekleem op dekzand
4
179588
418304
8,35
Boordiameter
: 7 cm
5
179591
418258
8,27
Bijzonderheden
: laagte ten zuiden van boring 2 en bij boring 5
6
179592
418239
8,40
Boring
Diepte in cm
Textuur
Horizont
Opmerkingen
1
30
z2s2
X1
ophoogzand
60
z2s2
X1
ophoogzand
70
z2s3
h2
gr
bst1
X2
130
z2s3
h2
gr
kleilenzen
X2
160
z2s3
h2
gr
kleilenzen
X3
vergraven grond vezels van doek aan de onderzijde, vergraven kleilenzen, dus vergraven of verspoeld
165
z2s3
h2
gr
bst1
X3
200
Vz1
Boring
Diepte in cm
Textuur
2
40
z2s2
60
z4s1
100
z2s2
120
z2s2
ge
170
ks2
190
z4s1
Boring
Diepte in cm
Textuur
3
20
z2s2
30
z4s1
90
z3s2
130
gwt
gwt
Humus Kleur
Bijzondere bestanddelen
br grbr
C
vergraven grond veenlaag of ook nog vergraving
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
bst1
X1
ophoogzand
ge
X2
ophoogzand
gr
2A
dekzand
2Cg
dekzand
blgr
3C
wijchen
gr
4C
beegden
Horizont
Opmerkingen
X1
ophoogzand
zwgr
Humus Kleur br
h2
Humus Kleur
fe1
Bijzondere bestanddelen
br
X2
ophoogzand
brgr
fe2
2Ag
dekzand
z3s1
ge
fe2
2Cg
dekzand
150
z3s1
gr
2Cr
dekzand
Boring
Diepte in cm
Textuur
Horizont
Opmerkingen
4
20
z2s2
X1
ophoogzand
45
z4s1
X2
ophoogzand
60
z3s2
h2
brgr
1Ag
beekleem
90
z3s4
h2
dgr
1C
beekleem
gwt
120
z3s1
grge
2Cg
dekzand
Boring
Diepte in cm
Textuur
Horizont
Opmerkingen
5
30
Lz1
orbr
X1
rommelige leemlaag
40
Lz1
dgr
X2
rommelige leemlaag
50
z3s1
orge
2Cg
dekzand
gwt
100
z3s1
grge
Boring
Diepte in cm
Textuur
6
20
z2s2
35
z4s1
50
z3s3
h2
brgr
100
z3s4
h2
120
z3s1
gwt
gwt
ge/br h2
Humus Kleur
Bijzondere bestanddelen
br ge/br
Humus Kleur
fe2
Bijzondere bestanddelen
fe2
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
2Cr
Horizont
Opmerkingen
X1
ophoogzand
X2
ophoogzand
1Ag
beekleem
dgr
1C
beekleem
grge
2Cg
dekzand
Humus Kleur
Vondsten
Bijzondere bestanddelen
br ge/br fe2
Pagina 1 van 1
Vondsten
KSP Archeologie
Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie