CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

27. Toelichting bijlage 18 Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

Mill - raadsvergadering 21 oktober 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Bestemmingsplan Mill-Noord, voormalig MOB-complex3.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie Onderwerp: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Mill-Noord, voormalig Mob-complex Projectnummer: 358263 Datum: 20-05-2021

1

Inleiding

Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte CV is voornemens om in het kader van de ‘Ruimte voor Ruimte’-regeling een nieuwe woonlocatie te realiseren aan de Graafseweg te Mill. Het gaat om 15 Ruimte voor Ruimte-kavels. Het plangebied is gelegen aan de noordwestzijde van Mill, ten noorden van de wijk Vilheide (zie figuur 1-1).

Figuur 1.1 | Ligging plangebied Binnen de grenzen van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Mill-West 2019', door de gemeenteraad vastgesteld op 24 september 2020. De gronden waarop de woningen zullen worden ontwikkeld zijn momenteel bestemd als 'Bos'. De ontwikkeling is daarom niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 2) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 3). 1 Milieueffectrapportage wordt afgekort als m.e.r. als het om de procedure gaat en als MER als het om het rapport

gaat. nl_notitie.docx 20161201

2

Toets aan het Besluit m.e.r.

2.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De onderhavige ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, die als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject), zie tabel 2.1. De voorgenomen activiteiten in het plan liggen onder de (indicatieve) plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een reguliere m.e.r.beoordeling noodzakelijk is: - De oppervlakte van het plangebied bedraagt in totaal circa 88.500 m2; - In het plangebied worden 15 nieuwe woningen gerealiseerd; - In het plangebied wordt geen bedrijfsvloeroppervlakte gerealiseerd.

Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een beschermd Natura 2000gebied. Tabel 2-1 | Activiteit D11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 27-05-2019)

D11.2

Kolom 1 Activiteiten

Kolom 2 Gevallen

Kolom 3 Plannen

Kolom 4 Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van en stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de aanleg van het stedelijk ontwikkelingsproject worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden, aangezien het planvoornemen ver onder de grens van 100 hectare, 2000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 blijft. Op basis hiervan geldt er geen m.e.r.(beoordelings)plicht. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig.

2 (9)

2.2 Te volgen procedure Deze aanmeldingsnotitie geeft het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mill en Sint Hubert, de informatie die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is voor de in paragraaf 2.1 genoemde activiteiten. Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan dient het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing2. Het besluit op de aanmeldingsnotitie maakt deel uit van het besluit tot terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant 3. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 2.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld.

In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; • belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 2.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU-richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit 2. Plaats van de activiteit 3. Kenmerken van het potentiële effect In hoofdstuk 3 wordt de toetsing behandeld.

Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit, de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen. 2 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.-

beoordelingsbeslissing. 3 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.

3 (9)

KADER 2.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de Cen de D-lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit geen belangrijke nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.

4 (9)

3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1. Kenmerken van het project Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen4

Productie afvalstoffen5 Verontreiniging en hinder

Risico voor ongevallen 2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V-richtlijngebieden,

Activiteit D11.2 uit Besluit m.e.r.. Drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Conclusie: het project blijft onder de drempelwaarde van 100 hectare, 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m2 of meer. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling maar een ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling nodig. In de nabijheid van het plangebied zijn geen relevante ontwikkelingen voorzien. Voor de ontwikkeling van de woningen zal bos gekapt worden. Dit wordt gecompenseerd binnen het plangebied en elders binnen de gemeente. Geen specifieke effecten verwacht. Verontreiniging: Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden een beperkte en voor een korte periode een lokale verslechtering van de luchtkwaliteit optreden rond het plangebied. De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging. Hinder: Tijdens de aanleg en sloop kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden lokaal een beperkte verkeershinder en geluidhinder optreden. In de gebruiksfase zorgt de ontwikkeling voor een lichte toename van verkeer. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting.

Het plangebied aan de Graafseweg is momenteel een bos en wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden. De locaties hebben geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Nabij de locatie is geen kwetsbare natuur aanwezig. Natuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Oeffelter Meent’, op een afstand van circa 10,8 kilometer. Het

4 Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op,

of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 5 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

5 (9)

gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

plangebied is wel onderdeel van Natuurnetwerk Brabant (NNB). Er is sprake van ruimtebeslag. Voor wat betreft de stikstofdepositie geldt dat er geen negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden te verwachten zijn. Dit is aangetoond middels een AERIUS-berekening. Archeologie Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in zowel een zone met een middelhoge en hoge archeologische verwachting. Op basis van dit bureauonderzoek blijft deze verwachting/waardestelling in principe in stand. Omdat naar verwachting de geplande ingrepen de vrijstellingsgrenzen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart en geldende bestemmingsplan overschrijden, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Bodem Naar aanleiding van het historisch bodemonderzoek is een onverdachte onderzoeksstrategie naar voren gekomen. Op basis van de resultaten uit voorgaande onderzoeken wordt verwacht dat de bodem op de onderzoekslocatie licht verontreinigd is. De in het grondwater matig tot sterkverhoogde gehalten zijn van nature aanwezig. Op basis van de resultaten uit voorgaande onderzoeken en de uitgevoerde sanering op asbest is de bodem van de gehele onderzoekslocatie momenteel niet asbestverdacht. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in het kader van de milieuhygiënisch bodemkwaliteit.

Verkeer en milieu Planrealisatie heeft geen significant negatief effect op verkeer, luchtkwaliteit, geurhinder, geluid en externe veiligheid. Dit blijkt uit de onderzoeken die in het kader van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd en zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Water Als gevolg van de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak toe. Door de verhardingstoename gaat hemelwater versneld afstromen. In het plangebied is voldoende ruimte om afstromend hemelwater te verwerken. Hiermee wordt voldaan aan de algemene regels voor compensatie van hemelwater. In het gebied is voldoende ontwateringsdiepte beschikbaar voor de beoogde functies. De grondwaterstand wordt niet permanent verlaagd. Mogelijk is voor de aanleg een tijdelijke bemaling nodig. Er dient ten behoeve van mogelijke archeologische en ecologische waarden nader onderzoek uitgevoerd te worden.

6 (9)

3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

In alle gevallen zullen potentiële effecten lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied.

Grensoverschrijdend karakter

Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten.

Orde van grootte en complexiteit effect

Natuur Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied en NNN Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Oeffelter Meent’, op een afstand van circa 10,8 kilometer. Gelet op de grote afstand tot nabijgelegen Natura 2000-gebieden, zijn directe effecten zoals verdroging, vernatting, optische verstoring, licht- en geluidsverstoring op voorhand uitgesloten. Effecten van verzuring en vermesting zijn ook uitgesloten, dit is aangetoond met de stikstofberekening die is uitgevoerd. Het plangebied is onderdeel van Natuurnetwerk Brabant, waardoor sprake is van ruimtebeslag. Tevens zijn effectindicatoren, zoals verstoring en versnippering op het NNB binnen de plangrenzen, niet op voorhand uitgesloten. Provincie Noord-Brabant kent eveneens een externe werking van effecten. Gelet op de geringe afstand tot naastgelegen NNB, zijn effecten op NNB, gelegen buiten de plangrenzen, tevens niet uitgesloten. Daarnaast grenst het plangebied aan de Groenblauwe mantel. Voor deze natuurzone geldt het ‘ja, mitsprincipe’. Met de voorgenomen ontwikkeling is op voorhand niet uitgesloten dat er sprake is van aantasting of verlies van de kernkwaliteiten.

Aangezien het plangebied onderdeel is van het NNB en de gewenste ontwikkeling voorziet van een wijziging in van het bestemmingsplan, is herbegrenzing van het NNB noodzakelijk om de wijziging van het vigerende bestemmingsplan doorgang te laten vinden. Met de provincie en gemeente is overeengekomen dat wordt aangesloten bij het principe van de saldobenadering. In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet deze saldobenadering worden uitgewerkt. De effecten op, het NNB en de Groenblauwe mantel moeten worden bepaald, het verlies moet worden gecompenseerd en de NNB moet worden herbegrensd. Soortenbescherming Wet natuurbescherming Op basis van het uitgevoerde veldonderzoek naar conform de Wet natuurbescherming beschermde (niet-vrijgestelde) soorten, zijn er soorten vastgesteld die leefgebied hebben binnen het plangebied en door de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatief beïnvloed worden. Het gaat hier om een nest (horst) van de buizerd. Als gevolg van de ontwikkeling wordt het nest aangetast. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming inclusief het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen is noodzakelijk. Voor de andere soorten waarnaar aanvullend onderzoek is uitgevoerd, is op basis van het onderzoek met zekerheid

7 (9)

uitgesloten dat deze soorten leefgebied hebben binnen het plangebied en/of dusdanig worden aangetast dat verbodsbepalingen overtreden worden. Archeologie De archeologische verwachting die conform het archeologiebeleid geldt voor het plangebied wordt getoetst middels een bureau- en booronderzoek. De dubbelbestemming blijft in stand totdat het plangebied archeologisch wordt vrijgegeven. Bodem Naar aanleiding van het historisch bodemonderzoek is een onverdachte onderzoeksstrategie naar voren gekomen. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in het kader van de milieuhygienische bodemkwaliteit. Geluidhinder De geluidsbelasting ten gevolge van verkeer op de Kampweg en Zuidelijke Bergseweg overschrijdt de voorkeursgrenswaarde op de gevels van de geplande woningen niet. Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor planrealisatie. De optredende geluidbelasting ten gevolge van verkeer op de Graafseweg overschrijdt de ten hoogste toelaatbare waarde van Lden 48 dB uit de Wet geluidhinder. De hoogste vergunbare waarde van 53 dB wordt niet overschreden. Bron en/of overdracht maatregelen zijn niet wenselijk in het kader van stedenbouwkundige, planologische, financiële en/of verkeerskundige aard. Daarom blijft over het aanvragen van hogere waarde. Het gaat hierbij om een hogere waarde van 53 dB voor kavel 1 en 49 dB voor kavel 2 als gevolg van wegverkeer over de Graafseweg.

Industrielawaai is niet aan de orde. Luchtkwaliteit Het plan valt ruimschoots binnen de reikwijdte van de regeling NIBM en draagt daarmee niet bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Geurhinder Er worden geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Uit het geuronderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is binnen de contouren van de geurbelastingsnorm van twee omliggende veehouderij. De geurhinder in het plangebied bepaalt of ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat kan worden gegarandeerd. De achtergrondbelasting is hier het meest bepalend voor de geurhinder. Deze maximale achtergrondbelasting van 5,2 oue/m3 in het plangebied

vertaalt zich naar 0 - 8 % gehinderden en een acceptabel geurniveau. De verwachting is dat de geuruitstoot in de komende jaren verder zal afnemen, door enerzijds

8 (9)

inkrimpen van de veestapel en anderzijds door geurrecuderende technieken. Water Niet aan de orde.

Waarschijnlijkheid effect

Conclusie De effecten zijn beperkt en door het nemen van (mitigerende) maatregelen op te lossen of in voldoende mate te beperken. Naar verwachting zal geen sprake zijn van belangrijk nadelige negatieve effecten.

Tijdens de aanlegfase zal er voor omwonenden overlast ontstaan door bouwverkeer en aanlegwerkzaamheden. Overlast door de verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase wordt niet verwacht. Duur, frequentie en omkeerbaarheid De effecten in de aanlegfase zijn tijdelijk (enkele maanden tot effect een jaar). Effecten op beschermde diersoorten kunnen worden gecompenseerd of gemitigeerd. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER/m.e.r.beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.

9 (9)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=696ed2e1-8f95-42a3-8087-9983be9d5f9f