2020-124 Bijlage 8 herindelen schaalvoordelen erasmus universiteit kopie.pdf
Tekst van het document
Organisatie en Strategie 2015-2016
Schaalvoordelen voor Nederlandse gemeentes? Mark Dorjee (433657) Fouad Tahiri (433968) Vaardigheden en Mentoraat; Organisatie en Strategie 2015-2016 Groep: ECO01 B Student-assistent: Koen Bastiaansen Aantal woorden: 4389
Uit het Rapport Brede Heroverwegingen (2010) werd er geconcludeerd dat het uitgevoerde beleid van gemeenten kostenefficiënter moet kunnen met als oplossing: Gemeentelijke Herindeling. Hierbij staat het opschalen van gemeenten tot ‘supergemeentes’ van boven de 100.000 inwoners centraal. Echter is het onzeker of dit wel de optimale schaal is en of dit zal leiden tot kostenbesparingen. De vraag is in hoeverre er schaalvoordelen te behalen valt voor gemeenten in Zuid-Holland. Hierbij zijn de totale gemeentelijke lasten per inwoner geanalyseerd over de periode 2005-2014. Uit de empirische analyse blijkt dat de optimale grootte tussen de 40.000 en 50.000 inwoners ligt waarbij de kosten van kleine en grote gemeentes significant verschillen. Gezien het feit dat de optimale schaal ver beneden de 100.000 inwoners ligt en er geen schaalvoordelen zijn, moet het beleid opnieuw worden overwogen.
Schaalvoordelen voor Nederlandse gemeentes? “Moeten we een provinciegrens handhaven die alleen getrokken is omdat een graaf en een paus ooit ruzie hadden?” Nee! Dat is de minister van Binnenlandse Zaken (2013) van mening, die stelt dat het aantal gemeentes ‘binnenkort’ de grens van 400 niet overschrijdt. Uit het onderzoek van de atlas van Centrum voor Onderzoek naar de Economie van Lagere Overheden (COELO) (2013) van de Rijksuniversiteit Groningen is naar voren gekomen dat gemeenten jaarlijks in totaal 33 miljard euro ontvangen met een gemiddelde van 1947 euro per inwoner. “Het kan beter en goedkoper”, zo luidde de conclusie uit het rapport Brede Heroverwegingen waarbij er gesproken werd over mogelijke kostenbesparingen voor gemeenten. De grootste besparing kan worden gerealiseerd door het geven van meerdere en grotere taken aan gemeenten met minimaal 100.000 inwoners, oftewel de ‘grotere gemeenten’ (Ministerie van Financien, 2010). Tevens is uit een enquête gebleken, van Nieuwsuur in samenwerking met de Vereniging van Griffiers, dat er in 85 gemeenten het als ‘moeilijk’ wordt ervaren om kandidaten te werven voor gemeenten die minder dan 5.000 inwoners hebben. “Ernstig”, was hetgeen wat minister Plasterk over dit verschijnsel te zeggen had. Ook werd duidelijk dat dit probleem nauwelijks speelt in de grotere gemeentes.
Daarenboven blijkt dat kleinere gemeentes inefficiënt te werk gaan waardoor dit voor meer kosten leidt. Mogelijke oorzaken hiervan zijn onder meer het gebrek aan financiële, juridische en slagvaardige kwaliteiten van de kleinere gemeenten (Korsten, 2015). Om deze kosten in te dammen en de efficiëntie te optimaliseren werd er in 2015 de oplossing hiervan bekend gemaakt: het samensmelten van gemeenten waardoor ze minimaal 100.000 inwoners hebben zodat de gemeentelijke taken als jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en werkvoorziening goed kunnen worden uitgevoerd (Ministerie van Financien, 2010). Hierbij moeten schaalvoordelen ervoor zorgen dat gemeenten kosten-effectiever te werk zullen gaan dan voorheen het geval was (ESB Covernance, 2015). Naast de voordelen van de opschaling van gemeenten zijn er ook nadelen. Kleinere overheden hebben een lagere belastingdruk, kent de omstandigheden van de lokale burgers beter en de problemen in deze kleine gemeentes zijn kleiner, waardoor ook kleinere overheden volstaat (Korsten, 2015). Het fuseren van gemeentes kan op een gegeven moment ook zorgen voor schaalnadelen. Heden ten dage zijn de optimale schaalgroottes en de werking van schaalvoordelen al bewezen voor sommige taken die toebehoren tot de gemeente, zoals bij die van burgerzaken waarbij schaalnadelen de overhand krijgen vanaf 65.000 inwoners (Blank, 2015). Naast de commerciële
sector maakt tegenwoordig ook de niet- commerciële sector zijn debuut in de wereld van fusies met betere financiële resultaten als achterliggende gedachte (Brockhoff & Nienhaus, 2014). In veel gevallen zijn er al bepaalde secties binnen de gemeente onder de loep genomen waarbij er in sommige gevallen ook naar specifieke kosten werden gekeken en of er hier schaalvoordelen te behalen vallen. Echter is er geen onderzoek gedaan over alle gemeenten in Zuid-Holland en de daarbij gepaarde totale lasten. Om een duidelijk beeld
te kunnen schetsen of er
schaalvoordelen mogelijk zijn, hebben we ons voorgenomen te onderzoeken of opschaling mogelijk is. Hierbij kunnen de resultaten bijdragen aan de afweging of het kabinet de recente expansie van gemeenten door moet zetten. Dit leidt tot de volgende centrale vraagstelling: ‘In hoeverre zijn er schaalvoordelen te behalen voor de gemeenten in de regio Zuid- Holland met het oog op de totale gemiddelde lasten per inwoner?’ De empirische analyse heeft aangetoond dat er, gezien de totale lasten, geen schaalvoordelen voor gemeenten in Zuid-Holland zijn. Echter als de lastenposten apart worden geanalyseerd laten de volgende posten wel schaalvoordelen zien, weliswaar met een U- vormige kostencurve: algemeen bestuur , verkeer, vervoer en waterstaat, financiering en algemene dekkingsmiddelen & openbare orde en veiligheid. Daarnaast is er gebleken dat de optimale schaal tussen de 45.000 en 55.000 inwoners ligt. Ook zijn de kosten van gemeentes met elkaar vergeleken waarbij de kosten van kleine en grote gemeentes significant van elkaar afwijken. Voor de beantwoording hiervan zal er gebruikt gemaakt worden van data afkomstig uit het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS. In dit onderzoeksverslag wordt er ten eerste ingegaan op de theoretische aspecten van zowel schaalvoordelen als –nadelen waarin de analyse van de kostencurves een belangrijk onderwerp is.
Vervolgens wordt middels de methodiek, waarbij de totale lasten uitgezet worden tegen het aantal inwoners van de desbetreffende gemeente, duidelijk of er schaalvergroting mogelijk is. Naderhand wordt er ingegaan op de verschillende standpunten, onderzoeken en de daar bijhorende resultaten. Ter afsluiting zal er in het slothoofdstuk de conclusies worden samengevat.
Theoretisch Raamwerk Schaalvoordelen Economies of scale, beter bekend onder de Nederlandse term ‘schaalvoordelen’ treden op wanneer de output zodoende hoog is waardoor de kosten worden uitgesmeerd over een zo groot mogelijke output. De kosten per product stijgen dus minder dan evenredig. Dit heeft als gevolg dat de kosten, absoluut gezien, erg groot kunnen zijn waarbij de gemiddelde kosten daarentegen erg laag zijn (Besanko, Dranove, Shanley, & Schaefer, 2010). Schaalvoordelen zijn dus afhankelijk van de output wat in dit geval het aantal inwoners per gemeente zijn en worden gekenmerkt door een kenmerkende (L, J, U-curve) kostencurve (figuur1). Schaalnadelen Schaalvoordelen kunnen op een gegeven moment kantelen naar schaalnadelen waarbij naarmate er meer output gegenereerd wordt de gemiddelde kosten per output toenemen. De gemiddelde kosten stijgen in dit geval meer dan evenredig. Diseconomies of scale heeft meerdere oorzaken zoals afstemmings- en coördinatieproblemen (Eenhoorn & Toonen, 1998). Schaalvergroting voor gemeentes
Door het op grotere schaal opereren van gemeentes kunnen er schaalvoordelen worden gerealiseerd. Hierbij is het van belang dat individuele gemeentes zich laten samensmelten zodat er ‘grotere gemeentes’ zijn met minimaal 100.000 inwoners. Het is de bedoeling dat dit op een vrijwillige basis gebeurt waarbij het initiatief voornamelijk ligt bij de individuele gemeentes. De achterliggende reden hiervan is dat gemeenten steeds meer taken overnemen van het Rijk en meer verantwoordelijkheden krijgen waardoor de individuele gemeentes de controle dreigen te verliezen (Rijksoverheid, 2016).
Kostencurves Er zijn twee soorten kosten curves die ter sprake zullen komen in dit paper: de U-vormige en de L- vormige. Een U- vormige kostencurve is een curve waarbij aanvankelijk schaalvoordelen worden behaald tot een bepaald punt, het Minimum Efficiëntie Schaal (MES). Vanaf dit omslagpunt slaat de curve opwaarts toe waardoor het U- vormig wordt. Dit wordt onder meer veroorzaakt door afstemmings- en coördinatieproblemen. Vanaf het MES is er sprake van schaalnadelen waarbij de gemiddelde kosten stijgen bij een toenemende output (Besanko et al., 2010). Verder heb je de L- vormige kostencurve waarbij de gemiddelde kosten alsmaar dalen bij een toenemende output, waardoor er een L- vormige curve ontstaat. Ook hierbij is het mogelijk om het MES te bereiken. Vanaf dit punt hebben alle bedrijven een gemiddelde kosten per output die identiek aan elkaar zijn (Besanko et al., 2010).
Totale gemeentelijke lasten Ieder gemeente heeft meerdere functies die zij moet uitvoeren. In deze paper worden alle gemeentelijke taken en de hier bijhorende lasten onder de loep genomen. Deze lasten kunnen variabel zijn waarbij ze afhankelijk zijn van de output. Tevens zijn er ook vaste lasten die echter onafhankelijk zijn van de output. De kostenposten van elke gemeente bestaan uit de gemeentelijke hoofdfuncties: Lokaal algemeen bestuur, bestaande uit de functies bestuursorganen, bestuur ondersteuning met het college van burgemeester en wethouders, burgerzaken, baten secretarieleges burgerzaken, bestuurlijke samenwerking en bestuur ondersteuning raad en rekenkamer. Openbare orde en veiligheid, bestaande uit de functies brandweer en rampenbestrijding, openbare orde en veiligheid en opsporing en ruiming conventionele explosieven. Verkeer, vervoer en waterstaat, bestaande uit de functies wegen, straten en pleinen, verkeersmaatregelen te land, openbaar vervoer, parkeren, baten parkeerbelasting, zeehavens, binnenhavens en waterwegen, veerdiensten, luchtvaart en waterkering, afwatering en landaanwinning.
Economische zaken, bestaande uit de functies handel en ambacht, baten marktgelden, industrie, nutsbedrijven, agrarische productie en ontginning en overige agrarische zaken, jacht en visserij. Onderwijs,
bestaande
uit
de
diverse
functies
die
de
gemeentelijke
taken
en
verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijs treffen en wordt onderscheid gemaakt tussen: basisonderwijs, voortgezet onderwijs, openbaar onderwijs, bijzonder onderwijs en speciaal onderwijs. Cultuur en recreatie, bestaande uit de functies openbaar bibliotheekwerk, vormings- en ontwikkelingswerk, sport, groene sportvelden en –terreinen, kunst, oudheidkunde/ musea, natuurbescherming,
openbaar
groen
en
openluchtrecreatie
en
overige
recreatieve
voorzieningen. Sociale voorzieningen en maatschappelijke diensteverlening, bestaande uit de functies bijstandsverlening, werkgelegenheid, inkomensvoorzieningen vanuit het rijk, overige socialezekerheidsregelingen vanuit het rijk, gemeentelijke minimabeleid, maatschappelijke begeleiding en advies, vreemdelingen, huishoudelijke verzorging, participatiebudget, sociaalcultureel werk, tehuizen, kinderopvang, dagopvang gehandicapten en voorzieningen gehandicapten. Volksgezondheid en milieu, bestaande uit de functies ambulancevervoer; verpleeginrichtingen; openbare gezondheidszorg; centra voor jeugd en gezin (jeugdgezondheidszorg); centra voor jeugd en gezin; afvalverwijdering en -verwerking; riolering (gecombineerd); milieubeheer; lijkbezorging;
baten
reinigingsrechten
en
afvalstoffenheffing;
baten
rioolrechten
(gecombineerd); baten rioolheffing huishoudelijk/ bedrijfsafvalwater; baten rioolheffing gronden hemelwater; huishoudelijk en bedrijfsafvalwater; hemelwater; grondwater; baten begraafplaatsrechten. Ruimtelijke ordening, bestaande uit de functies ruimtelijke ordening, woningexploitatie/ woningbouw, stads- en dorpsvernieuwing, overige volkshuisvesting, bouwvergunningen en bouwgrondexploitatie. Financiering en algemene dekkingsmiddelen, bestaande uit de algemene middelen waaruit de gemeentelijke taken worden gefinancierd. Binnen deze hoofdfunctie is een functie opgenomen voor de bestemming van resultaat en reserves. Deze informatie is verkregen via CBS Statline (2016).
Afstemmings- en coördinatieproblemen Dit probleem komt voornamelijk voor bij instellingen die op grote schaal opereren waardoor medewerkers intern slecht communiceren. Het aansturen van en door medewerkers onderling is niet optimaal wat als gevolg heeft dat er kostbare middelen verloren gaan. Echter dient het gebruik maken van bureaucratie als oplossing voor dit probleem (Besanko et al., 2010). Het in 2012 gestarte programma: Gemeentelijke Herindeling heeft als doeleinde om schaalvoordelen te creëren aan de hand van grotere inwonersaantallen zodat de gemiddelde kosten per inwoner zullen dalen. Hierbij is het maar de vraag of gemeenten, gezien de totale lasten in verhouding tot de inwonersaantallen, ook een L- vormige curve laat zien. Hypothese 1: ‘In de gemeentes van de regio Zuid- Holland is een U-vormige kostencurve waarneembaar naarmate de grote van de gemeentes toeneemt’. Frappant is dat er veel data beschikbaar is en er meerdere onderzoeken en schaalvergrotingen plaatsvinden in de publieke sector, maar er nog onduidelijkheid heerst over wat de optimale schaal hiervan is. Desondanks is er een globale schatting gemaakt, met gebruikmaking van achtergrondinformatie, om de optimale schaal voor gemeenten in Nederland te kunnen achterhalen. Dit ligt tussen de 10.000- 100.000 inwoners (Blank, Dumaji, & Urlings, 2011).
In dit onderzoek wordt er wel specifiek gekeken naar een afgebakend gebied en wordt er onderzocht of het globale gemiddelde in overeenstemming is met Zuid- Holland. Hypothese 2: ‘De optimale schaal voor gemeenten in de regio Zuid-Holland correspondeert met het interval van het globaal optimum 10.000- 100.000 inwoners’.
Data Om beide hypothese te beantwoorden, heeft men data nodig van elke gemeente in ZuidHolland, bij uitstek de kosten per gemeente. Ook zal elke individuele lastenpost van een gemeente worden vermeld in de gegevens, zodat men kan zien welke kosten relatief hoger zijn dan het vorige boekjaar of welke uitgave per lastenpost uitzonderlijk hoog zijn ten opzichte van andere gemeentes (Zie figuur 3). We zullen de reikwijdte van ons onderzoek houden over 10 jaar (2005-2014) om ons niet te beperken tot een loopjaar en zo de betrouwbaarheid van ons onderzoek te bevorderen. Daarnaast zullen we ook de bevolking per gemeente gebruiken om 2006-2014 die te delen door de totale lasten van een gemeente om zo Algemeen Bestuur de kosten per inwoner te berekenen. Deze gegevens zullen ook van het Centraal Bureau van Statistiek (CBS) worden verkregen, net als de lasten per gemeente. De nauwkeurigheid van de CBS-cijfers van gemeentes is 95% en gaat uit van de veronderstelling dat gemeentes gemiddeld goede administratieve informatie inzenden naar het rijk (CBS, 2015).
Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal: Figuur 3: Lastenposten van gemeentes
De grootte van een gemeente zal worden gemeten door de grootte van de bevolking wonende in diezelfde gemeente. Daarna zal de gemeente in zijn categorie worden gezet, zodat men duidelijk kan zien hoeveel kosten elke categorie heeft. De categorieën zijn te verdelen in: <10.000, 10.000-20.000, 20.000-30.000, 30.000-40.000, 40.000-50.000, 50.000-75.000, 75.000-150.000, >150.000. Deze verdeling van gemeentegroten is zo gecategoriseerd vanwege de verdeling van de bevolking in de gemeentes van Zuid-Holland. De categorieën zijn dichter bij elkaar tussen 10.000 en 50.000, omdat er meer gemeentes zijn die tot deze categorie behoren. Er zijn 60 gemeentes (in 2014) in Zuid-Holland en sommige gemeentes zijn gefuseerd of gesplitst sinds 2005. Soms waren inzendingen van gemeentes incompleet opgestuurd naar het rijk waardoor jaarrekeningen af en toe niet waren gepubliceerd, vanwege onder andere nietevenwichtige balansen door incidentele effecten, niet-tijdige opgestuurde jaarrekeningen of onverklaarbare kosten of niet goedgekeurde balansen door het rijk (Gedeputeerde Staten, 2010). Door deze redenen zal deze ongepubliceerde data van het CBS niet in het onderzoek worden betrokken om de betrouwbaarheid te bevorderen en zal er een gemiddelde hoeveelheid van gemeentes zijn van 51 die onderzocht zal worden.
Methodiek Alle cijfers per gemeente die verzameld zijn in de reikwijdte van 2005-2014 zullen onder elkaar worden gezet per lastenpost en totale lastenposten (figuur 3). Vervolgens zal de gemiddelde bevolkingsgrootte per categorie worden gedeeld door de gemiddelde kosten per categorie. De gemiddelde bevolkingsgrootte per categorie zal worden berekend door het gemiddelde van alle gemeentes in een categorie te nemen. De gemiddelde kosten per categorie zal worden berekend door de gemiddelde kosten per kostenpost per categorie te nemen. De totale kosten zullen worden berekend door alle kostenposten te sommeren. Ten slotte zal er van elk jaar een tabel zijn die alle gemiddelde kosten per inwoner weergeeft (zie bijlage 1-10). Vervolgens zullen de gemiddelde uitkomsten per jaar onder elkaar worden gezet en wordt van elke lastenpost de mediaan berekend, om zo alle extremen te filteren van elk boekjaar. Daarna zal elke lastenpost gesommeerd worden. Met deze resultaten zal een grafiek worden geplot om zo in een oogopslag te zien of er schaalvoordelen te behalen zijn bij verschillende grootte gemeentes in Zuid-Holland (zie figuur 4). Deze resultaten zullen behaald worden met behulp van Excel. Tot slot wordt er gekeken of de kosten van kleine gemeentes significant afwijken van grotere gemeentes, waarbij er gebruik is gemaakt van de student‘s t- verdeling.
Hierbij worden de kosten vergeleken met het gemiddelde, middels een one- sample t- test. Gemeentes die minder kosten hebben dan een gemiddelde gemeente vallen onder de categorie ‘kleine gemeentes’. Beide variabelen hebben betrekking tot het interval 2005-2014 zodat er uitspraken kunnen worden gedaan over een aantal jaar waardoor er een duidelijker en algemener beeld kan worden geschetst. Alleen gemeenten die ongewijzigd zijn gebleven over de periodes 2005-2014 zijn meegenomen in deze test. Gemeentes die zijn gefuseerd of nieuw zijn bijgekomen, gedurende dit interval, worden achterwegen gelaten omdat hiervan de data incompleet is. De data behoort tot een ratio-interval waardoor het voldoet aan de eerste eis van de t-test. Daarentegen valt er nog te twisten of de data normaal verdeeld is met als gevolg dat deze test niet met zekerheid een betrouwbare weergave geeft. Bij deze toets wordt er uitgegaan van een significantieniveau van vijf procent.
Resultaten aan de hand van de gestelde hypotheses Hypothese 1: ‘In de gemeentes van de regio Zuid-Holland is een U-vormige kostencurve waarneembaar naarmate de grote van de gemeentes toeneemt’. Uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht blijkt dat er enige schaalvoordelen te vinden zijn uit de gemeentes van Nederland van 2005 tot 2014. Maar “kosten die toenemen met gemeentegrootte suggereren hier niet enkel schaaleffecten, maar ook verschillen tussen gemeenten in complexiteit en bevolkingssamenstelling. Om uitspraken te doen over schaalvoordelen voor totale uitgaven of voor kostencategorieën, naast algemeen bestuur, is er een verdere disaggregatie nodig - dat ten koste gaat van de generaliseerbaarheid van de bevindingen ”
(DNB, 2015). Kort gezegd door de complexiteit van elke gemeente is het
lastig om een generaliserende uitspraak te geven over dat er schaalvoordelen zijn bij elke gemeente uit Nederland. Maar zijn er juist alleen in de regio van Zuid-Holland schaalvoordelen te behalen in plaats van heel Nederland? Om te beginnen wordt er per lastenpost gekeken of er schaalvoordelen te behalen zijn. Alle lastenposten van de gemeentes bestaan uit de onderdelen van figuur 3 in de datasectie. Allereerst het algemeen bestuur van een gemeente kent een sterke neiging naar een U-vormige kostencurve volgens het onderzoek van Jaap Bikker (2015). Ook zijn er veel kostenbesparingen mogelijk in het algemeen bestuur met uitstek dat er meer bespaard kan worden door meer taken aan lokale grotere gemeentes te verlenen, die eerst aan het rijk toe besteed waren (Ministerie van Financiën, 2010). Door meer taken te besteden aan de lokale gemeentes kan de regering daardoor meer kosten besparen, omdat lokale gemeentes meer weten over hun gebied dan gecentraliseerde ambtenaren (Allers & Geertsema, 2014), waardoor er efficiënter geld wordt uitbesteed aan de juiste lastenposten die de gemeente nodig heeft en er minder taakdruk komt op de ambtenaren van het rijk (Allers, M.A. & De Kam, 2010).
Men kan zien aan de cijfers in figuur 4 en figuur 5 en in bijlage 10 dat openbare orde & veiligheid en verkeer, vervoer en waterstaat hetzelfde patroon volgen als die van algemeen bestuur met het optimum van 40.000-50.000 inwoners. Dit komt omdat openbare orde en veiligheid & verkeer, vervoer en waterstaat lastenposten zijn die deels door decentralisatie wordt uitbesteed door de lokale gemeente (Rijksoverheid, 2013).
Figuur 4: Gemiddelde uitgave per inwoner tussen 2005-2014 Aantal inwoners x10000 2005-2014 Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal: Aantal gemeentes
<10 10-20 20-30 30-40 40-50 50-75 75-150 >150 € 237,35 € 175,55 € 190,15 € 158,07 € 142,30 € 167,63 € 172,12 € 261,49 € 78,41 € 85,90 € 72,21 € 72,43 € 66,74 € 90,83 € 100,69 € 176,57 € 210,40 € 170,39 € 184,50 € 171,92 € 156,62 € 203,94 € 291,64 € 491,64 € 10,06 € 17,70 € 16,00 € 15,55 € 23,72 € 33,16 € 43,06 € 235,36 € 98,95 € 152,29 € 160,31 € 171,97 € 187,55 € 157,31 € 230,81 € 397,23 € 183,61 € 233,23 € 209,82 € 229,48 € 210,13 € 229,79 € 313,57 € 433,90 € 314,00 € 349,37 € 399,80 € 681,91 € 513,23 € 742,55 € 986,41 € 1.812,37 € 217,63 € 241,54 € 239,06 € 226,37 € 252,51 € 232,27 € 257,87 € 492,70 € 445,06 € 636,84 € 515,04 € 688,60 € 616,80 € 558,48 € 650,83 € 546,11 € 396,38 € 664,78 € 507,83 € 349,19 € 444,85 € 458,28 € 847,45 € 1.030,89 € 2.191,83 € 2.727,59 € 2.494,72 € 2.765,46 € 2.614,44 € 2.874,24 € 3.894,45 € 5.878,27 2 9 16 5 5 7 7 2
In figuur 4 hierboven ziet men dat vooral de eerste 3 categorieën de minste kosten hebben tussen de 40.000-50.000 inwoners per gemeente en juist hoge kosten bij lage en hoge bevolkingsgrootte. Dat impliceert een U-vormige kostencurve, maar alleen voor die drie lastenposten. Daarna bijna bij elke andere categorie stijgen de kosten, naarmate de bevolkingsgrootte stijgt. Figuur 5: Cumulatieve lastenposten 35,00% 30,00% 25,00% 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00%
<10
10-20
20-30
30-40
40-50
50-75
75-150
>150
Wat interessant is dat men goed kan zien hoe de rest van de kostenposten reageren op een toename van de bevolking per gemeente. Zoals onderwijs & volksgezondheid en milieu is er niet echt verband te leggen of er schaalnadelen of schaalvoordelen zijn bij verschillende grootte van de bevolking. Daarentegen ziet men duidelijk wel stijgende kosten naarmate de bevolking stijgt (schaalnadelen), Voornamelijk bij de geldbesteding van economische zaken & extreem veel bij sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening. Maar is er uiteindelijk een U-vorming kostencurve bij de totale? In bijlage 12 zijn de totale kosten gedeeld door de gemiddelde bevolkingsgrootte per categorie. Men ziet duidelijk dat het
geen U-vormige of L-vormige kostencurve is. Men observeert dat de curve langzaam stijgt en bij 20-30 weer daalt en tussen de 40-50 ook weer daalt. Daarna stijgt de curve zeer snel naarmate de bevolkingsgrootte boven de 75.000 gaat. Deze kostencurve kan men zien als een J-curve met knikken in de J. Daar zijn de schaalvoordelen te vinden. Figuur 6: Totale kosten per categorie $7.000,00 $6.000,00
$5.878,27
$5.000,00 $4.000,00
$3.894,45
$3.000,00 $2.000,00
$2.727,59 $2.191,83
$2.494,72
$2.765,46 $2.614,44 $2.874,24
20-30
30-40
$1.000,00 $<10
10-20
40-50
50-75
75-150
>150
Beantwoording hypothese 1: (‘In de gemeentes van de regio Zuid-Holland is een U-vormige kostencurve waarneembaar naarmate de grote van de gemeentes toeneemt’.) Men ziet enige schaalvoordelen (met een U, J-vormige kostencurve) bij algemeen bestuur (ESB, 2015), verkeer, vervoer en waterstaat, financiering en algemene dekkingsmiddelen & openbare orde en veiligheid, tot op een bepaald punt. Bij onderwijs & volksgezondheid en milieu is er geen verband te vinden of er schaalvoordelen of schaalnadelen zijn te vinden. En bij economische zaken & sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening zijn er zelfs schaalnadelen te vinden. Als men naar de totale kosten kijkt per inwoner dan is daar geen U-vormige kostencurve te observeren. Alleen op sommige categorieën dalen de kosten, maar niet zeer significant. Om te concluderen zijn er over het algemeen geen schaalvoordelen over alle lastenposten van de gemeentes van Zuid-Holland, maar wel bij de lastenposten: financiering en algemene dekkingsmiddelen (tot een bepaalde graad), algemeen bestuur, verkeer, vervoer en waterstaat & openbare orde en veiligheid. Hierdoor is de eerste hypothese verworpen.
Hypothese 2: ‘De optimale schaal voor gemeenten in de regio Zuid- Holland correspondeert met het interval van het globaal optimum 10.000- 100.000 inwoners’. Als men naar de totale kosten kijkt ziet men dat de kosten significant stijgen naarmate de 45.000 en 55.000 is bereikt. Maar kosten die toenemen naarmate de schaal vergroot, hoeft hier niet enkel alleen schaaleffecten te zijn waardoor de kosten toenemen. Ook al wijst dit onderzoek uit dat het optimum van de grootte van gemeentes rond de 45.00055.000 zou zitten in verband met schaalvoordelen. Er zijn andere factoren waardoor de kosten van grotere gemeentes veel hoger liggen dan gemeentes met lagere bevolkingsgrootte. Daarnaast zijn de kosten van de kleine en grote gemeentes met elkaar vergeleken met behulp van de t- test. Hierbij is er gebleken dat de t- waarde en de daarbij gepaarde kans kleiner is dan de gehanteerde significantieniveau van vijf procent. Hierdoor kan er worden gezegd dat de kosten van kleine en grote gemeentes significant van elkaar afwijken. Zie bijlage 11 voor de hierbij horende statistiek. We kunnen hierdoor redelijkerwijs concluderen dat het optimum niet >100.000 inwoners is in een gemeente, maar in het optimum van 45.000-55.000.
Verklaringen voor schaalnadelen en schaalvoordelen Verklaringen voor dat er schaalvoordelen zijn in het algemeen bestuur zijn dat er steeds meer taken worden gelegd bij de lokale gemeente in plaats van het rijk (decentralisatie). Zodat lokale gemeentes beter maatwerk kunnen leveren voor de inwoners en efficiënter geld besteed kan worden aan de toegewezen gemeente (Allers, M.A. & De Kam, 2010). Hierdoor zijn er minder hoge kosten bij middelgrote steden. Ook dat er meer voorzieningen zijn in grotere steden genieten buurgemeentes ook van deze voorzieningen die niet in de kosten opgenomen zijn, waardoor de kosten voor grotere steden snel oplopen. Dat er geen schaalvoordelen te vinden zijn in grotere steden kan ook mede komen doordat in steden meer minder bedeelden zijn die een bijstandsuitkering hebben, waardoor relatief een groot gedeelte van het geld naar de lastenpost sociale voorzieningen gaat. Hierdoor kunnen de lasten voor grotere steden relatief snel stijgen. Kosten die toenemen naarmate de gemeente groter is, suggereert niet alleen schaaleffecten, maar ook verschillen in gemeente in complexiteit en bevolkingssamenstelling. Namelijk verkeer & vervoer kunnen veel complexer zijn in grotere steden dan in kleine steden die alleen een paar busstations hebben en een station. Ook de bevolkingssamenstelling kan invloed hebben op de totale lasten bij gemeentes. Vooral
in grotere steden zijn er veel meer verschillende etnische groepen dan in sub-urbane steden. Dit kan ervoor zorgen dat sommige kosten in een gemeente wat anders verdeeld zijn, waardoor de kosten minder representatief worden voor alle gemeentes per categorie. Net zoals wat Jaap Bikker (2015) zei in zijn onderzoek naar schaalvoordelen in het algemeen bestuur van gemeentes, kan men niet zonder andere factoren rekening te houden, een generaliserende uitspraak maken over alle gemeentes. In dit geval is het lastig om een generaliserende uitspraak te maken over alle gemeentes in Zuid-Holland omdat hier ook effecten spelen die niet waargenomen kunnen worden door alleen de kosten en de bevolkingsgrootte te berekenen en die door elkaar te delen. Er zijn meerdere factoren waar rekening mee gehouden moet worden om een generaliserende uitspraak te maken over meerdere gemeentes.
Slot Samenvatting Uit het onderzoek is gebleken dat geen significant bewijs is gevonden dat er schaalvoordelen te vinden zijn in alle Zuid-Hollandse gemeentes, als men naar de totale lasten kijkt. Maar als men per lastenpost kijkt ziet men wel een aantal lastenposten die enige schaalvoordelen laten zien. Vooral bij algemeen bestuur, verkeer, vervoer en waterstaat, financiering en algemene dekkingsmiddelen & openbare orde en veiligheid ziet men schaalvoordelen tot op een bepaald punt. Deze hebben min of meer een U-vormige kostencurve en sommige een horizontale Jvormige kostencurve (zie bijlage 11). Vanaf de categorie 10.000-20.000 dalen de kosten per inwoner sterk en stijgen daarna weer sterk bij de categorie 50.000-75.000. Daarna komen er schaalnadelen voor. Sommige lastenposten hebben nadrukkelijke schaalnadelen. De rest van de lastenposten kan geen verband gelegd worden of er schaalvoordelen te behalen zijn. Conclusie Onderzoeksvraag: ‘In hoeverre zijn er schaalvoordelen te behalen voor de gemeenten in de regio Zuid- Holland met het oog op de totale gemiddelde lasten per inwoner?’ Uit het onderzoek blijkt dat schaalvoordelen zijn te behalen in sommige lastenposten, tot op een bepaald punt. Andere lastenposten hadden juist weer schaalnadelen en bij enkele was geen relatie te vinden of zij schaalvoordelen of -nadelen hadden.
De schaalvoordelen zijn te behalen vanaf 10.000-20.000 inwoners in een gemeente tot 50.000-75.000 inwoners. Het optimale punt, als men naar de totale kosten kijkt, is tussen de 40.000 en de 50.000 inwoners per gemeente. Zuid-Hollandse gemeentes hebben over het algemeen een horizontale J-kostencurve met een knik in de J waar de schaalvoordelen te behalen vallen. Zuid-Hollandse gemeentes zouden een minimale grootte van 20.000 en een maximale grootte van 75.000 moeten nastreven om schaalvoordelen te behalen. Hier zit het optimumtraject voor de totale kosten van de ZuidHollandse gemeentes. De Nederlandse regering is al jaren van plan om op gemeentelijke schaal meer te fuseren om schaalvoordelen te behalen, maar juist ook te decentraliseren op lokaal niveau door meer taken te verlenen aan het lokaal bestuur (Rijksoverheid, 2016). Dit onderzoek kan relevant zijn om kosten te besparen voor Nederlandse gemeentes. Beperkingen In het onderzoek is alleen gekeken naar de kosten en de absolute inwoners per gemeente. Er is niet gekeken naar hoeveel speciale voorzieningen er zijn in gemeentes, wat de sociale mix is
of enige andere effecten die er voor zorgen dat er mogelijk meer lasten ontstaan voor een gemeentes. Deze effecten kunnen mogelijkerwijs de data manipuleren. Aangezien het onderzoek over 2005-2014 loopt mistten sommige data van gemeentes vanwege problemen met financiën, waardoor sommige data niet in het onderzoek is gekomen. Ook dat redelijk veel data mistte van gemeentes die door incidentele uitgaven de data niet meer overzien kon worden, besloot het rijk om de jaarrekeningen niet uit te geven op sommige jaren. Dit kan mogelijkerwijs effect hebben gehad op het onderzoek van de ZuidHollandse gemeentes. Discussie Uit dit empirisch onderzoek is gebleken dat er over het algemeen geen schaalvoordelen voor de Zuid- Hollandse gemeenten zijn als men kijkt naar de totale lasten. Weliswaar val dit deels te wijten aan latstenposten met uitschieters zoals de openbare orde en veiligheid. Gebasseerd op dit onderzoek, wordt het opschalen van gemeenten dan ook afgeraden. Desondanks zijn er wel voor bepaalde lastenposten schaalvoordelen te zien. Ook ligt de optimale schaal tussen de 40.000 en 50.000 inwoners. Ondanks het feit dat de literatuur, de optimale landelijke schaal, niet overeenkomt het de optimale schaal uit dit onderzoek is het maar de vraag of de gebruikte literatuur nog een recente en betrouwbare weergave geeft van de ontwikkelingen omtrent de gemeenten.
Hierbij kan het moment van onderzoek en de hierbij gebruikte data een oorzaak van zijn. Daarnaast is uit dit onderzoek gebleken dat er schaalnadelen optreden bij meer dan 65.000 inwoners wat in overeenstemming is met het onderzoek van Jos Blank (2015). Het onderzoek van ESB (2015) toonde al aan dat de lastenpost algemeen bestuur een U- vormige kostencurve heeft, weliwaar is er in dit onderzoek naar de totale lasten gekeken waarbij er ook sprake is van een U- kostencurve.
Literatuurlijst Allers, M.A. en B. Geertsema (2014) Geen grotere doelmatigheid door herindeling gemeenten. ESB, 99(4688), 406–409. Allers, M.A. & De Kam, C.A. (2010). Renovatie van het huis van Thorbecke (In Dutch). In: (p.191-194) Besanko, D., Dranove, D., Shanley, M., & Schaefer, S. (2010). Economics of Strategy. John Wiley & Sons. Blank, J.L.T., Dumaij, A.C.M., Urlings, T.H. (2011). Naar een optimale schaal van publieke voorzieningen. Een quick scan van de literatuur. Geraadpleegd via http://www.tbm.tudelft.nl/uploads/media/M76921-9rap-Schaalnotitie.pdf Brockhoff , G., & Nienhaus, G. (2014). Waardoor ontbreken schaalvoordelen? Management Executive, 99(6), 1-4. C.A. de Kam, J. Donders en A. Ros (Eds.). Miljardendans in Den Haag: over bezuinigingen en belastingen. Den Haag: Sdu Uitgevers. CBS, Financien Gemeente, (2016). https://www.cbs.nl/nl-nl/onzediensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksbeschrijvingen/financiengemeenten CBS (2014-2005). Gemeenterekeningen; per gemeente, baten en lasten, heffingen. CBS: STATLINE. CBS (2014-2005). Bevolking; Geslacht, leeftijd burgerlijke staat en region, 1 januari. CBS: STATLINE Eenhoorn, B., & Toonen, T. (1998). In Uitgeverij Van Gorcum (pp. 36-37). Assem: Van Gorcum. ESB Governance. (2015). Schaalvoordelen bij de organisatie van het algemeen lokaal bestuur.
Geraadpleegd via http://www.dnb.nl/en/binaries/ESB%204%20juni%202015%20%20optimale%20schaal%20gemeenten%20-%20%20344-347_BIKKER_tcm47-324255.pdf Huisman, Ph., Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, (2008). Resultaat financieel onderzoek. http://www.alblasserdam.nl/albdam/up1/ZicmplxHI_448_Provincie_ZuidHolland__jaarrekening_2007..pdf
Korsten, A. (2015). Waarin veel kleine gemeenten sterk en zwak zijn. Geraadpleegd via http://www.arnokorsten.nl/pdf/Gemeente/Zwakten%20van%20kleine%20gemeenten.pdf Ministerie van Financiën (2010) Rapport brede heroverwegingen. Den Haag: Rijksoverheid. Rijksoverheid. (2016). Gemeentelijke herindeling. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gemeenten/inhoud/gemeentelijke-herindeling Rijksoverheid. (2016). Inkomsten gemeenten en provincies. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/inhoud/inkomsten-gemeenten-en-provincies
Appendix Bijlage 1: Resultaten jaar 2014 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2014 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 225,70 € 96,47 € 165,31 € 22,98 € 139,24 € 268,28 € 442,42 € 296,09 € 495,21 € 416,24 € 2.567,94
€ € € € € € € € € € €
372,49 99,42 210,51 13,68 64,57 201,19 433,28 257,62 720,56 324,13 2.697,45
€ 215,41 € 86,79 € 213,86 € 15,69 € 126,06 € 240,67 € 490,15 € 273,02 € 357,54 € 442,08 € 2.461,25
€ 225,66 € 93,39 € 216,34 € 38,59 € 163,21 € 307,76 € 755,01 € 360,46 € 550,89 € 366,68 € 3.078,00
€ 188,39 € 74,45 € 164,84 € 42,41 € 123,41 € 252,36 € 592,98 € 306,85 € 357,12 € 335,62 € 2.438,42
€ 176,68 € 93,46 € 261,58 € 44,76 € 157,33 € 237,20 € 805,45 € 253,35 € 404,71 € 529,10 € 2.963,63
€ 193,22 € 107,62 € 425,93 € 50,72 € 172,06 € 353,85 € 1.058,88 € 268,74 € 510,59 € 791,72 € 3.933,32
€ 142,39 € 173,53 € 514,73 € 180,34 € 306,03 € 394,69 € 1.767,76 € 518,22 € 371,66 € 1.010,85 € 5.380,20
Bijlage 2: Resultaten jaar 2013 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2013 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat
€ € €
312,92 € 101,84 € 229,90 €
220,30 € 135,39 € 176,24 €
210,09 € 97,26 € 182,77 €
186,79 € 97,24 € 206,63 €
194,04 € 80,52 € 170,90 €
166,51 € 101,83 € 228,44 €
202,67 € 132,52 € 293,42 €
178,80 179,15 622,40
Economische Zaken Onderwijs
€ €
11,72 € 77,93 €
27,17 € 139,00 €
17,00 € 120,41 €
16,90 € 152,90 €
32,67 € 126,46 €
41,80 € 156,60 €
55,24 € 183,74 €
231,44 316,00
Cultuur & Recreatie
€
200,72 €
289,65 €
233,96 €
256,97 €
242,42 €
254,30 €
341,44 €
458,10
Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu
€ €
406,65 € 258,89 €
428,54 € 266,10 €
480,10 € 282,39 €
747,31 € 259,63 €
617,34 € 296,56 €
813,97 € 1.076,13 € 1.750,12 264,97 € 273,24 € 527,32
Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid.
€ €
360,67 € 331,44 €
556,33 € 511,93 €
551,82 € 419,70 €
674,27 € 323,07 €
357,87 € 482,83 €
572,20 € 640,14 € 402,50 € 1.080,03 €
Totaal:
€
546,30 994,11
2.292,68 € 2.750,65 € 2.595,50 € 2.921,72 € 2.601,61 € 3.003,12 € 4.278,56 € 5.803,75
Bijlage 3: Resultaten jaar 2012 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 Algemeen Bestuur
Column2
Column3
Column4
Column5
Column6
Column7
Column8
2012 <10.000 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000 € 278,51 € 217,70 € 221,71 € 179,41 € 195,22 € 182,04 € 205,28 € 270,73
Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken
€ € €
Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ € € € € € €
102,65 € 210,59 € 13,40 € 77,33 213,17 410,95 243,61 326,05 268,17 2.144,43
98,33 € 166,48 € 20,58 €
€ 133,73 € 285,53 € 451,70 € 271,42 € 617,23 € 435,61 € 2.698,31
93,15 € 185,03 € 18,74 €
€ 162,77 € 245,96 € 487,89 € 255,56 € 661,27 € 544,40 € 2.876,48
89,59 € 194,33 € 16,05 €
€ 153,18 € 256,42 € 743,52 € 241,94 € 996,91 € 476,91 € 3.348,26
83,28 € 171,10 € 34,66 €
€ 139,19 € 233,22 € 645,43 € 294,75 € 487,22 € 221,31 € 2.505,38
103,51 € 203,01 € 39,73 €
€ 153,57 € 263,31 € 836,34 € 254,81 € 689,92 € 501,21 € 3.227,45
111,54 € 362,15 € 52,01 €
€ 180,71 € 349,42 € 1.094,86 € 296,36 € 654,10 € 828,75 € 4.135,20
175,68 475,24 319,47
€ 305,77 € 485,88 € 1.800,05 € 559,84 € 695,11 € 1.130,71 € 6.218,48
Bijlage 4: Resultaten jaar 2011 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2011 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid
€ €
282,21 € 100,95 €
213,96 € 110,47 €
218,97 € 92,83 €
196,61 € 86,39 €
208,51 € 85,75 €
190,72 € 113,43 €
194,00 € 120,25 €
276,42 185,89
Verkeer, vervoer en waterstaat
€
363,69 €
171,78 €
217,18 €
202,40 €
165,54 €
224,55 €
333,71 €
458,15
Economische Zaken Onderwijs
€ €
10,30 € 82,01 €
20,04 € 124,27 €
36,44 € 149,98 €
15,83 € 162,20 €
30,84 € 139,21 €
36,30 € 154,64 €
60,26 € 191,30 €
334,72 294,75
Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ € € € € €
217,61 416,40 243,91 345,63 212,32 2.275,03
€ 279,87 € 452,95 € 266,56 € 714,57 € 657,79 € 3.012,27
€ 244,01 € 499,60 € 248,82 € 630,71 € 475,42 € 2.813,95
€ 251,07 € 788,91 € 254,09 € 1.133,17 € 331,19 € 3.421,84
€ 235,20 € 661,72 € 326,08 € 395,06 € 370,65 € 2.618,57
€ 266,81 € 866,63 € 291,34 € 948,87 € 533,03 € 3.626,30
€ 348,76 € 1.154,13 € 302,17 € 653,52 € 729,91 € 4.088,01
€ 476,39 € 1.955,07 € 582,90 € 564,02 € 811,83 € 5.940,14
Bijlage 5: Resultaten jaar 2010 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2010 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 229,06 € 103,63 € 194,50 € 18,70 € 159,86 € 275,74 € 475,99 € 273,64 € 593,03 € 423,39 € 2.747,55
€ € € € € € € € € € €
296,52 97,33 318,25 13,62 84,18 219,74 417,11 244,98 566,98 498,30 2.757,02
€ 233,03 € 85,72 € 206,27 € 19,94 € 178,41 € 241,63 € 498,07 € 256,89 € 570,36 € 559,32 € 2.849,64
€ 184,03 € 92,81 € 234,53 € 16,02 € 171,35 € 263,35 € 878,53 € 250,20 € 615,89 € 327,48 € 3.034,19
€ 193,88 € 83,38 € 163,58 € 28,17 € 145,84 € 234,52 € 657,64 € 292,43 € 437,67 € 562,91 € 2.800,02
€ 183,17 € 113,16 € 258,36 € 37,43 € 157,40 € 271,41 € 880,58 € 253,18 € 706,87 € 449,54 € 3.311,11
€ 196,03 € 117,40 € 327,89 € 61,73 € 195,39 € 353,70 € 1.195,65 € 292,17 € 769,53 € 793,01 € 4.302,50
€ 373,45 € 203,87 € 495,54 € 370,33 € 289,20 € 511,19 € 2.110,31 € 615,55 € 931,88 € 764,03 € 6.665,36
Bijlage 6: Resultaten jaar 2009 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2009 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 220,62 € 95,16 € 204,46 € 21,30 € 155,09 € 271,67 € 444,15 € 266,63 € 711,62 € 594,68 € 2.985,39
€ € € € € € € € € € €
277,37 94,26 318,67 11,71 327,70 207,40 413,28 286,86 476,78 1.126,19 3.540,23
€ 220,26 € 80,06 € 264,50 € 20,37 € 186,17 € 238,42 € 472,05 € 260,32 € 594,44 € 1.403,08 € 3.739,67
€ 182,26 € 83,57 € 192,81 € 15,59 € 176,50 € 261,37 € 848,25 € 232,91 € 786,72 € 337,62 € 3.117,60
€ 130,94 € 75,64 € 197,39 € 25,01 € 190,52 € 244,68 € 569,42 € 258,98 € 755,69 € 410,29 € 2.858,56
€ 191,29 € 107,36 € 260,60 € 51,87 € 160,82 € 284,66 € 933,47 € 269,44 € 752,45 € 1.004,68 € 4.016,64
€ 192,92 € 116,27 € 299,80 € 74,66 € 329,74 € 368,65 € 1.142,40 € 298,29 € 770,36 € 1.166,50 € 4.759,59
€ 366,64 € 222,75 € 485,04 € 391,98 € 319,32 € 518,26 € 2.207,64 € 591,64 € 778,58 € 1.007,28 € 6.889,13
Bijlage 7: Resultaten jaar 2008 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2008 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 177,08 € 99,30 € 179,68 € 19,43 € 175,23 € 246,45 € 413,59 € 237,54 € 993,06 € 1.564,29 € 4.105,64
€ € € € € € € € € € €
237,47 95,29 172,43 12,10 82,33 199,50 331,95 226,93 775,72 509,04 2.642,76
€ 210,52 € 75,30 € 211,03 € 11,89 € 174,40 € 224,13 € 458,15 € 243,77 € 700,99 € 392,21 € 2.702,39
€ 161,08 € 75,13 € 179,03 € 15,75 € 176,54 € 248,94 € 807,07 € 222,04 € 611,28 € 385,05 € 2.881,89
€ 139,83 € 66,85 € 188,63 € 21,64 € 172,05 € 235,00 € 531,62 € 262,70 € 1.135,76 € 661,93 € 3.416,00
€ 199,64 € 107,15 € 216,24 € 38,85 € 148,79 € 265,88 € 916,31 € 248,45 € 545,23 € 359,78 € 3.046,32
€ 177,07 € 105,94 € 407,54 € 28,94 € 303,76 € 350,72 € 1.070,34 € 292,22 € 937,15 € 1.291,74 € 4.965,42
€ 331,41 € 205,78 € 457,96 € 258,38 € 302,93 € 486,49 € 2.042,71 € 514,58 € 634,90 € 1.066,51 € 6.301,65
Bijlage 8: Resultaten jaar 2007 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2007 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 153,75 € 79,95 € 175,07 € 16,67 € 136,81 € 224,45 € 336,74 € 262,30 € 734,67 € 436,61 € 2.557,01
€ € € € € € € € € € €
218,50 70,06 170,29 11,35 81,07 191,34 274,40 219,64 602,32 335,79 2.174,74
€ 189,22 € 66,70 € 175,33 € 11,81 € 186,44 € 212,57 € 389,99 € 272,96 € 533,32 € 465,22 € 2.503,56
€ 153,60 € 69,91 € 150,92 € 15,43 € 175,83 € 235,13 € 754,61 € 220,17 € 518,74 € 453,42 € 2.747,76
€ 118,57 € 63,09 € 175,17 € 15,41 € 189,31 € 213,99 € 442,52 € 267,60 € 1.114,50 € 775,39 € 3.375,55
€ 196,04 € 93,30 € 207,43 € 27,83 € 148,67 € 236,12 € 743,16 € 239,02 € 593,52 € 413,88 € 2.898,97
€ 175,00 € 104,00 € 263,85 € 28,46 € 271,90 € 328,71 € 1.046,31 € 275,03 € 757,84 € 1.002,18 € 4.253,28
€ 303,95 € 189,13 € 430,29 € 212,05 € 676,43 € 466,57 € 2.056,69 € 472,90 € 544,65 € 1.038,12 € 6.390,76
Bijlage 9: Resultaten jaar 2006 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2006 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 154,25 € 69,79 € 173,65 € 14,66 € 192,37 € 221,35 € 181,86 € 254,04 € 523,43 € 440,03 € 2.225,43
€ € € € € € € € € € €
190,33 60,18 180,49 6,33 108,50 182,58 190,04 205,81 234,18 561,37 1.919,81
€ 188,80 € 66,28 € 216,84 € 17,35 € 199,71 € 213,41 € 327,62 € 264,56 € 553,28 € 375,13 € 2.422,96
€ 140,00 € 57,62 € 169,65 € 11,93 € 235,64 € 211,84 € 595,76 € 208,56 € 558,57 € 382,21 € 2.571,79
€ 125,22 € 59,29 € 182,30 € 20,33 € 284,39 € 240,28 € 398,57 € 262,47 € 771,56 € 465,29 € 2.809,70
€ 172,01 € 83,12 € 190,83 € 21,01 € 163,55 € 220,13 € 647,09 € 241,78 € 437,20 € 552,40 € 2.729,13
€ 170,59 € 93,83 € 262,93 € 37,22 € 284,09 € 329,16 € 970,74 € 265,09 € 653,80 € 729,73 € 3.797,18
€ 290,21 € 200,75 € 699,77 € 163,93 € 633,65 € 452,34 € 1.940,05 € 622,94 € 427,96 € 2.408,98 € 7.840,59
Bijlage 10: Resultaten jaar 2005 Gemiddelde kosten p. inwoner p. lastenpost Column1 2005 <10.000
Column2 Column3 Column4 Column5 Column6 Column7 Column8 10.000-20.00020.000-30.00030.000-40.00040.000-50.00050.000-75.00075.000-150.000 >150.000
Algemeen Bestuur Openbare Orde en veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economische Zaken Onderwijs Cultuur & Recreatie Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl. Volksgezondheid en milieu Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Financiering en algemene dekkingsmid. Totaal:
€ 140,48 € 62,36 € 262,48 € 14,21 € 335,01 € 211,38 € 227,70 € 241,89 € 968,22 € 2.060,14 € 4.523,89
€ € € € € € € € € € €
163,38 48,85 179,65 5,12 120,72 178,69 199,52 203,62 329,47 254,05 1.683,08
€ 184,53 € 55,78 € 165,86 € 10,99 € 252,95 € 210,47 € 304,00 € 237,52 € 493,40 € 552,21 € 2.467,70
€ 133,74 € 53,57 € 165,41 € 9,05 € 320,42 € 225,82 € 509,29 € 246,24 € 1.297,99 € 353,20 € 3.314,73
€ 94,38 € 65,55 € 124,83 € 18,07 € 550,89 € 175,85 € 599,02 € 194,06 € 474,66 € 276,60 € 2.573,92
€ 157,39 € 80,38 € 188,82 € 30,55 € 337,61 € 221,51 € 724,47 € 231,86 € 457,25 € 339,36 € 2.769,21
€ 183,65 € 94,83 € 258,59 € 39,02 € 385,10 € 309,77 € 981,23 € 256,10 € 705,11 € 753,61 € 3.967,01
€ 299,99 € 193,22 € 830,32 € 149,59 € 646,23 € 490,38 € 2.061,29 € 433,64 € 513,62 € 1.100,10 € 6.718,38
Bijlage 11: Schaalvoordelige kostenposten $1.200,00 $1.030,89
$1.000,00 $847,45
$800,00 $688,60
$664,78
$616,80
$600,00 $507,83 $400,00
$445,06 $396,38
$200,00
$237,35 $210,40
$444,85
$650,83 $558,48
$349,19 $190,15
$78,41
$175,55 $85,90
<10
10-20
$72,21
$158,07 $72,43
20-30
30-40
$546,11 $491,64
$458,28 $291,64
$142,30 $66,74
$203,94 $167,63 $90,83
$172,12 $100,69
40-50
50-75
75-150
$261,49 $176,57
$-
Algemeen Bestuur
Openbare Orde en veiligheid
Verkeer, vervoer en waterstaat
Financiering en algemene dekkingsmid.
Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
>150
Bijlage 12: Schaalnadelige kostenposten $800,00 $700,00 $500,00 $400,00
$688,60
$636,84
$600,00
$616,80 $515,04
$650,83 $558,48
$546,11
$445,06
$300,00 $235,36
$200,00 $100,00 $-
$10,06 <10
$17,70
$16,00
10-20
20-30
Economische zaken
$15,55 30-40
$23,72
$33,16
$43,06
40-50
50-75
75-150
>150
Sociale voorz. En maatsch. Dienstverl.
Bijlage 11: Resultaten one sample t- test One sample T-Test
Observaties
Gem. kosten per gem. 2005-2014
Sdt. Deviation 36 63872.21
Std. Error Mean.
Mean Difference
T-Waarde
Sig. (2-Tailed)
150713.79
0.00
0.00
1.00
Bijlage 12: Beknopte resulaten (zie figuur 6) Bevolkingscategorie Totaal:
<10 10-20 20-30 30-40 40-50 50-75 75-150 >150 € 2.191,83 € 2.727,59 € 2.494,72 € 2.765,46 € 2.614,44 € 2.874,24 € 3.894,45 € 5.878,27