2020-124 Bijlage 1 kasgeldlimiet en schuldenstapeling.pdf
Tekst van het document
Beste Raadsleden. 1. Inleiding. 1.1. In een transparante democratische samenleving hebben kritische burgers het recht om hun mening en/of kritiek bij het politiek bestuur aan te kaarten. Zij hebben ook het recht, in het kader van burgerparticipatie, om daar gehoor te vinden en antwoord te krijgen. Als ons politiek bestuur daartoe niet genegen is, dan kan stilzwijgen betekenen dat er bestuurlijk iets niet in de openbaarheid mag komen. Bijvoorbeeld als burgers de al jarenlange oplopende schuldenlast, van onze gemeente aan de kaak willen stellen en de meerderheid van ons stadsbestuur zwijgt als het graf. Dat zegt veel over de competentie en transparantie van ons bestuur. Eigenlijk nog meer dan woorden dat kunnen. Triest maar waar. 2. Kasgeldlimiet. 2.1. Uit de cijfers van het Graafse huishoudboekje blijkt dat door het jarenlang stapelen van kortlopende leningen (kortlopend leningen aflossen met hogere kortlopende leningen), met hun lage of zelfs negatieve rentes, er in 2021 een torenhoge schuldenberg van € 39.200.000 zal zijn opgebouwd, die voor onze kleine gemeente een financiële strop gaat worden, te vergelijken met het financiële debacle van het mislukte Wisseveldproject. Voor het Graafs financieel beleid staan momenteel dan ook alle seinen op rood. De trendgrafiek in bijlage 2: “Netto-Schuld per inwoner” geeft daar een iconisch beeld van.
In bijlage 3 geef ik een overzicht van de verkorte balansen van 2010 t/m 2021 uit jaarrekeningen en begrotingen ter controle van mijn cijfers. 2.2. Om te voorkomen dat gemeenten door het stapelen van steeds hogere kortlopende leningen een schuldenlast opbouwen, zoals in Grave, is in de wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden van december 2013) het begrip “Kasgeldlimiet” geïntroduceerd. Dit als wettelijke beperking om het onverantwoordelijk stapelen van kortlopende leningen te voorkomen en het opbouwen van te hoge schuldenlasten te voorkomen.. Kort geformuleerd zegt de wet: kortlopende leningen met kortlopende leningen aflossen, met overschrijding van de kasgeldlimiet is bij wet verboden. Zie bijlagen 4,5 en 6. 2.3. De gemeente, als dienstverlenend bedrijf, zal gezien haar financieringsfunctie, op tijd verplichte uitgaven moeten doen, zoals: Uitkeringen, subsidies, salarissen, rekeningen e.d.. Deze uitgaven moeten gedekt worden door de normale bedrijfsinkomsten: de gemeentelijke belastingen en de uitkeringen van het rijk (algemene en specifieke). Uitgaven en inkomsten vallen meestal niet in hetzelfde tijdsbestek. Daardoor ontstaan er voortdurend fluctuerende positieve of negatieve banksaldi (liquide middelen) waardoor de gemeente niet altijd aan haar betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen.
Bij een tijdelijke negatieve banksaldo kan, met aanvulling van kortlopende leningen het gemeentelijk betalingsverkeer effectief doorgang blijven vinden. Maar kortlopende leningen met hun zeer lage rentelasten mogen nooit een (risicovolle) inkomstenbron van de gemeente worden. Daarom worden kortlopende leningen wettelijk begrensd met het stellen van de kasgeldlimiet die bepaald is op 8,5% van de totale lastenbegroting (te vinden in het overzicht van baten en lasten). De onderstaande schuldentabel laat een beeld zien van de kortlopende schuldenopbouw in de periode 2014 t/m 2021. Wij zien dat de kortlopende schulden sterk oplopen: van € 3.631.000 in 2014 naar € 11.559.000 in 2019. Dat de langlopende schulden jaarlijks met ca. € 550.000 met kortlopende leningen afgelost worden mag duidelijk zijn.
X € 1000. Tabel 1. Jaar
2014
Langlopende
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
10.867 10.328
9.786
9.390
8.837
8.269 19.500 29.000
3.631
6.104
9.279 11.219 11.419 16.817 11.559
752
855
leningen Kortlopende
9.600
leningen Overlopende
1.028
710
582
1.133
600
600
passiva Totaal schulden
15.250 17.287 20.093 21.319 20.838 26.219 31.659 39.200
Voorzieningen als
9.791
8.463
8.724
8.685
8.199
8.337
7.190
9.000
Vreemd vermogen Reserves/
23.912 20.301 19.385 18.990 18.189 16.693 15.693 13.900
Eigen vermogen Totale
48.953 46.051 48.201 48.993 47.225 51.248 54.542 62.100
Balanswaarde Opmerking. De cijfers van de langlopende leningen van 2020 en 2021 (€ 19 miljoen en € 29 miljoen) zijn niet verwerkt in de grafiek op blz.89 van de begroting van 2021-2024. Slordige boekhouding? 3. Overschrijding van de kasgeldlimiet. 3.1. Om aan de regels van kasgeldlimiet blijvend te voldoen zal in de komende periode de opgestapelde schuld met kortlopende leningen met hun nihil aan rentelasten moeten worden omgezet in langlopende leningen met hogere rentelasten van ca. 2,8%. In de jaarrekening van 2019 werd voor de kortlopende leningen een bedrag van ca. € 16,8 miljoen ingeboekt. In de begrotingen van 2020 en 2021 worden ca.7.2 miljoen aan kortlopende leningen omgezet in langlopende leningen: € 5.258.000 in 2020 en € 1.959.000 in 2021. Ook het ‘resterende bedrag aan kortlopende leningen van € 9.600.000 in 2021 zal teruggebracht moeten worden tot aan de kasgeldlimiet van ca. € 2.668.000 (zie verderop). 3.2. Volgens de wethouder van financiën (begrotingsvergadering 10 november jl.) werd door het (niet legitieme) stapelen van kortlopende leningen duizenden euro’s verdiend. Wat hij niet vertelde was hoeveel de gemiddeld gewogen negatieve rente was en de juiste cijfers van de duizenden verdiende Euro’s.
Als je al jarenlang, zoals in Grave, de kortlopende leningen inzet om sluitende begrotingen rond te krijgen middels ‘uitzettingen in ’s Rijksschatkist’ op de debetzijde van de balans, dan heb je als wethouder van financiën en als raad de belastingbetalende burger wat uit te leggen. Immers het (verplicht) omzetten van de kortlopende leningen in langlopende leningen in 2020 en 2021 gaat ons in de periode 2020 t/m 2026 globaal ca.€ 2,8 miljoen kosten. Te weten: ca. € 1,6 miljoen aan aflossingen en ca.€1,2 miljoen aan rentelasten. M.a.w. we hebben duizenden euro’s verdiend met een inzet van honderdduizenden euro’s aan inzet. Een financieel beleid dat gebaseerd is op het casinoprincipe van inzetten en zien wat we ervoor terug krijgen.
In mijn berekeningen hou ik de periode 2020 t/m 2026 (7 jaar) aan omdat de horizon van de Graafse zelfstandigheid met een waarschijnlijke zekerheid tot hoogstens eind 2026 zal reiken. Het is wel interessant om, globaal, te weten wat t/m 2026 (na ons de zondvloed) de gemiddelde kapitaallasten van de langlopende leningen van € 29.000.000 voor de Graafse goegemeente zullen zijn. Rekenend met een langlopende lening van 30 jaar en een rentepercentage van 2,8% zullen we t/m 2026 jaarlijks (gemiddeld) ca.€ 530.000 aan rentelasten moeten ophoesten en ca.€ 966,666 aan aflossingen. Samen gemiddeld ca.€ 1.496.000 per jaar. T/m 2026 wordt dat aan kapitaallasten ca. €8.976.000.
3.3. Artikel 4.1 van de wet FIDO (Bijlage 5) stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van de gemeente de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. Maar zo absoluut is die regel ook weer niet. Tegenstrijdig met artikel 4.1 staat in artikel 4.2 dat de gemeente de kasgeldlimiet twee kwartalen achter elkaar mag overschrijden maar in het derde kwartaal verplicht is om de toezichthouder (Provincie en/of raad) daarover te informeren. Letterlijk staat er: het financieel beleid in overleg en toezicht met de provincie aangepast moet worden om weer binnen de kasgeldlimiet te komen. In bijlage 6 zijn de kasgeldlimieten tabellen uit de jaarrekeningen vanaf 2015 t/m 2019 samengevat. In die periode van 20 kwartalen zijn er 16 kwartalen met een overschrijding van de kasgeldlimiet zonder dat de raad of provincie reageren zoals is voorgeschreven in artikel 4 van de wet FIDO. Ook in 2020 en 2021 zal de kasgeldlimiet weer structureel overschreden worden. Zonder dat er door de provincie ingegrepen zal worden en/of het beleid zal worden aangepast. Het lijkt me dat in de begrotingsbehandeling op 9 november jl. dit minstens een agendapunt of discussiepunt had moeten zijn. De cijfers in de onderstaande tabel komen uit de jaarrekeningen van 2014-2019 en programma begrotingen van 2020 en 2021 (bijlage3). Ze zijn dus niet verzonnen.
Deze cijfers geven geen financieel optimistisch beeld wat betreft de kasgeldlimieten. Berekening kasgeldlimiet (1) begrotingstotaal lasten (2) percentage regeling (3) kasgellimiet in euro’s Berekening netto- vlottende schuld. (4) vlottende schulden Minus: (5) vlottende middelen Is: (6) Netto-vlottende schuld Kasgeldlimiet (3) kasgeldlimiet in euro’s Minus: (6) Netto-vlottende schuld
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
25.289
31620
29.319
28.424
29.590
28.474
31.033
31.384
2.150
2.688
2.494
2.416
2.515
2.420
2.638
2.668
4.383
6.959
10.307
11.929
12.001
17.950
12.159
10.200
2.463
5.515
4.611
11.918
5.187
8.428
2.600
5.300
8.080
1.444
5.696
11
6.814
9.522
9.559
4.900
2.150
2.688
2.492
2.416
2.515
2.420
2.638
2.668
8.080
1.444
5.696
11
6814
9.522
9.559
4.900
Ruimte (+) Overschrijding (─)
- 5.930
+1.244
-3.204
+2.405
-4.299
-7.102
-6.921
-2.232
Opmerkingen.
1e.Ook in vorige jaarrekeningen en begrotingen wordt aan de creditzijde van de balans onder vlottende passiva; Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar genoemd. Volgens artikel 1 van de wet FIDO (zoals geldend op 1 juli 2014) klopt dit niet. Dat moet zijn vlottende schuld. Netto vlottende schuld = vlottende schuld ─ vlottende middelen. 2e. De kasgeldlimiet overschrijdingen/ruimte moeten voor 3 afgelopen kwartalen al bekend zijn, en zijn dus direct opvraagbaar. 4. Schatkistbankieren. 4.1. Wat opvalt in de jaarrekening van 2019 en de begrotingen 2020 en 2021 is de opvallende stijging van de Totale balanswaarde: van € 47.225.000 eind 2018 naar € 62.100.000 eind 2021. Omdat Grave met de normale gemeente-inkomsten geen financiële middelen genereert om de totale balanswaarde in drie jaar met € 14.875.000 te laten stijgen, is het een logische conclusie dat die stijging grotendeels gefinancierd is met kortlopende leningen. Zelfs de langlopende leningen worden met kortlopende leningen afgelost. Immers, in tegenstelling tot wat het college en de coalitiepartijen propageren zijn de exploitatie resultaten van de gemeentelijke bedrijfsvoering sinds 2014 ieder jaar negatief en kunnen dus niet hebben bijgedragen aan de aflossingen (ca.€ 550.000 per jaar) van de langlopende schulden. Zoals onderstaande tabel 3 aangeeft. Opmerking.
Sinds 2014 worden de jaarlijkse negatieve exploitatieresultaten in strijd met BBVvoorschriften (artikel 17) gemaskeerd door onttrekkingen uit de reserves Het BBV schrijft voor dat de bedrijfsresultaten vóór verrekening (mutaties) met de reserves gepresenteerd dienen te worden, niet ná de verrekening van reserves. Als het college en de coalitiepartijen de aanvulling uit de reserves als baat in een begroting of jaarrekening opneemt wordt het exploitatietekort hiermee verdoezeld. Er is dan sprake van misinformatie. Bij een sluitende begroting moet het saldo van de programmabegroting zonder aanvulling uit de reserves € 0 zijn. Is het saldo positief dan wordt het toegevoegd aan de reserves, is het saldo negatief dan wordt het onttrokken aan de reserves. Zo simpel is het. Onderstaande tabel geeft exploitatieresultaten uit de jaarrekeningen van 2014 t/m 2019 en de begrotingstekorten van 2020 en 2021 weer zonder en met aanvullingen uit de reserves. De rechter kolom geeft de aanvullingen (mutaties) door onttrekkingen aan reserves. Duidelijk is dat sinds 2014 alleen maar negatieve exploitatieresultaten zijn geboekt en er jaarlijks onttrekkingen aan reserves hebben plaats gevonden met een totaalbedrag van € 14.283.000. X € 1000.
Tabel 3 Jaar Saldo Onttrekkingen exploitatie aan reserves 2014 ─ 2.574 2.488 2015 ─4.449 5.309 2016 ─2.420 1.694 2017 ─733 1.711 2018 ─801 120 2019 ─1.496 1.717 2020 ─2.201 640 2021 ─1850 604
4.2 Door de hoge stapeling van kortlopende leningen wordt er een gekunsteld overschot aan financiële middelen gecreëerd, die op de debetzijde van de balans als vlottende activa worden geboekt. In Jip en Janneke taal heet dat op de pof leven. De wet FIDO verplicht de gemeente, met het schatkistbankieren om alle tijdelijke overtollige financiële middelen dagelijks af te storten op een rekening courant bij het Ministerie van Financiën. Het bedrag van die rekening staat aan de debetzijde van de balans vermeldt als “Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar”. De gemeente Grave heeft echter geen (tijdelijke) overtollige middelen uit normale exploitatie maar door schuldopbouw. De cijfers in bovenstaande tabel 3 geven dat duidelijk aan. De sterk fluctuerende Kortlopende vorderingen: “Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een typische looptijd korter dan één jaar” in de jaarrekeningen en programmabegrotingen van de laatste jaren, roept de vraag op of het “Schatkistbankieren” misbruikt wordt om het Graafs financieel beleid beter te presenteren dan de werkelijkheid aangeeft. In wezen worden de kortlopende leningen tweemaal geboekt. Eerst op de creditzijde als schuld en vervolgens op de debetzijde als bezit. 4.3. Conclusie. Door de hoge schuldenlast is er nu een chronisch gebrek aan financiële middelen ontstaan.
Deze schuldenlast ondermijnt een gezonde bedrijfsvoering: De basis voor gemeentelijke zelfstandigheid! Met enige ironie, zonder sarcastisch te worden kunnen we zeggen dat de partijen die streven voor Graafse zelfstandigheid door slecht financieel beleid de voorstanders van herindeling hun gelijk op een presenteerblaadje aanreiken. Immers de basis voor gemeentelijke zelfstandigheid is de vraag of de gemeente haar wettelijke taken kan uitvoeren zonder extra geld te lenen. In de raadsperioden sinds 2010 t/m 2020 met een dominerende LPG-fractie is de totale gemeentelijke schuld opgelopen van € 12,5 miljoen in 2010 naar € 39,2 miljoen in 2021. Met het creëren van zo’n schuldenopbouw geef je als politiek bestuur aan dat het Graafs zelfstandigheidsstreven meer voor de bühne is dan een politiek mogelijke werkelijkheid.
5.Gemeentelijk vastgoed met maatschappelijke functie. 5.1. Het is al na te gaan of in de afgelopen kwartalen van 2020 er sprake is van overschrijding van de kasgeldlimiet per kwartaal. Maar gezien de kasgeldlimiet van € 2.638.000 en de kortlopende schuld van € 9.600.000, zal er zeker sprake zijn van overschrijding hetgeen in strijd met de richtlijnen van de wet FIDO. Je mag aannemen dat de toezichthouders (provincie en gemeenteraad) op de hoogte zijn gesteld van de kasgeldlimiet overschrijding en door het college ter goedkeuring aan de provincie een plan van aanpak is voorgelegd om weer (structureel) binnen de kasgeldlimiet te komen. 5.2. Als de gemeente niet van plan is om de resterende kortlopende schuldenlast om te zetten in langlopende leningen dan kunnen zij gebruik maken van een andere optie, namelijk, gemeentelijk vastgoed met maatschappelijke functie omzetten in gemeenschappelijk vastgoed met economische functie. Vastgoed met maatschappelijke functie zijn niet uit de balans blijkende gemeentelijke bezittingen (ze worden niet afgeschreven of geactiveerd). Dat in tegenstelling tot vastgoed met economische functie. Zet je vastgoed met maatschappelijke functie om in vastgoed met economische functie dan kan je dat vastgoed verkopen of het bedrag van de getaxeerde
waarde omzetten in b.v. liquide middelen (verkoop) of als materiële vaste activa boeken. Daarmee verbeter je de balanspositie. Wel zal er dan Vennootschapsbelasting betaald moeten worden. Voorbeelden van het omzetten (of kunnen we beter spreken van omkatten?) van vastgoed met maatschappelijke functie naar vastgoed met economische functie zijn o.a. de hockey accommodatie aan de Muntlaan, de sportaccommodatie op de Bikkelkamp en het Vincentius kerkje in Velp. 5.3. De hockeyvelden, de GVV’57 accommodatie en het Vincentius kerkje zijn /waren maatschappelijk vastgoed: waarin maatschappelijke diensten aan burgers wordt verleend of door burgers zelf worden gecreëerd, waarvan de exploitatie (gedeeltelijk) door publieke middelen mogelijk wordt gemaakt, waarin de burgers bij elkaar kunnen komen en iedereen toegang heeft. Met andere woorden, het zijn plekken met vitale ontmoetingsfuncties voor buurt, wijk of diverse doelgroepen. 5.4. Als de gemeente een reden wil vinden om vastgoed met maatschappelijk functie om te zetten in vastgoed met economische functie, dan is leegstand van gebouwen dan wel het niet meer gebruiken van de velden een opportuun middel om dat vastgoed in de verkoop te zetten en daarmee de liquiditeitspositie te versterken. Met Wat betreft de GVV’57 accommodatie is dat al gelukt.
De VVD-fractie in de raad, in een raads- of commissievergadering, lichtte daarover al een tipje van de sluier op door te verklaren dat zo gauw GVV’57 van de Bikkelkamp verdwenen is, de bulldozers daar aan het werk gaan inclusief het slopen van de GVV’57 clubgebouw. Voor de hockey accommodatie zal hetzelfde gelden, al zal het opruimen van het rubbergranulaat van het kunstgrasveld, wegens bodemvervuiling, nog wel wat voeten in aarde kunnen hebben. 5.5. Voor de Stichting Kunst in het Kerkje liggen de zaken wat gecompliceerder. Om daar leegstand te creëren is bedacht het al langdurig gebruik en exploitatie van het kerkje, we denken dan vooral aan het promoten en presenteren van kunst en cultuur voor de Graafse burgers, abrupt te beëindigen. De manier waarop de gemeente meent, vanwege onbezonnen bezuinigingsredenen, om te moeten gaan met de belangen van dit kerkje, haar vrijwilligers en het verenigingsleven in Grave, staat in groot contrast met de miljoenen subsidie aan het Kranenhof-project. Voor mij zet dat vraagtekens bij de bestuurlijke integriteit en empathie van dit college (en coalitie) met burgers die zich voor de gemeenschap van Grave inzetten. 5.6. De LPG, bij monde van raadslid Heemskerk, geeft ook politieke duidelijkheid. Met de opbrengst van de sportaccommodaties van GVV’57 en de hockeyclub wordt het Kranenhofproject gefinancierd.
Dat door het opheffen van de GVV’57 accommodatie, zonder een compensatie voor het verloren gaan van de kantine als wijkgebouw, heeft het sociaal-cultureel aspect in de wijk Grave West sterk aangetast. Wordt vervolgd. M.vr.gr. Wil Baaijens, www.gravepolitiek.nl