20. Toelichting bijlage 11 Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Bureauonderzoek Projectnummer: 358263 Referentienummer: SWNL0266022 Datum: 07-10-2020
Archeologisch bureauonderzoek MOB Complex Mill, gemeente Mill en St. Hubert Sweco Archeologische Rapporten 2256
Verantwoording Titel Subtitel
Archeologisch bureauonderzoek MOB Complex Mill, gemeente Mill en St. Hubert Sweco Archeologische Rapporten 2256
ISSN-nummer
2468-4813
Projectnummer
358263
Referentienummer
SWNL0266022
Revisie
C2
Datum
07-10-2020
Auteur(s)
Wouter Weerheijm MA senior KNA BO archeoloog (actornummer 38767204) Leonie Ouwerkerk MSc Senior KNA archeoloog (actornummer 92218907) Cesco Paré
E-mailadres
Wouter.weerheijm@sweco.nl Cesco.pare@sweco.nl
Gecontroleerd door
Dr. Jan Jaap Hekman senior KNA archeoloog (actornummer 64229705) Janjaap.hekman@sweco.nl
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij MA Teammanager
Paraaf goedgekeurd
Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1). Administratieve gegevens Uitvoerder Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kadastrale gegevens Centrum-coördinaat Opdrachtgever Archis Zaakidentificatie Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid Projectmedewerker(s)
Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie
Sweco Nederland B.V. Noord-Brabant Mill en Sint Hubert Mill MOB Complex MIL00 perceelnummers 760 en 3908 x: 181.535 / y: 412.009 Ruimte voor Ruimte Beheer BV 4741719100
Ca. 15 hectare: Woonontwikkeling: 44.281 m2 aan woonkavels), Natuurontwikkeling: 65.916 m2 Gemeente Mill en Sint Hubert mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA-BO archeoloog (actornummer 38767204), L. Ouwerkerk MSc, sr. KNA archeoloog (actornummer 92218907) C. Paré MSc September 2020 Sweco Nederland BV
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1
Inleiding .................................................................................................................. 7
1.1
Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 7
1.2
Methodiek ................................................................................................................ 7
1.3
Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 8
2
Bureauonderzoek .................................................................................................. 9
2.1
Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ............................... 9
2.1.1
Afbakening plan- en onderzoeksgebied ................................................................................9
2.1.2
Huidig gebruik van het plangebied ........................................................................................9
2.1.3
Toekomstig gebruik van het plangebied ...............................................................................9
2.2
Overheidsbeleid ..................................................................................................... 10
2.3
Aardwetenschappelijke kenmerken ....................................................................... 11
2.4
Archeologische waarden ....................................................................................... 13
2.4.1
Archeologische verwachtingskaart......................................................................................13
2.4.2
Archeologische Monumenten..............................................................................................13
2.4.3
Archeologische vondstlocaties ............................................................................................13
2.4.4
Archeologische onderzoeksmeldingen ...............................................................................14
2.4.5
Samenvatting archeologische waarden ..............................................................................15
2.5
Historische situatie................................................................................................. 16
2.6
Onder- en bovengrondse bouwhistorische waarden ............................................. 18
2.7
Mogelijke aanwezige bodemverstoringen ............................................................. 18
3
Gespecificeerde verwachting ............................................................................. 20
4
Conclusie en advies ............................................................................................ 21
4.1
Conclusie ............................................................................................................... 21
4.2
Advies .................................................................................................................... 21
Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 22 4.3
Literatuur ................................................................................................................ 22
4.4
Internet bronnen .................................................................................................... 22
Bijlage 1.
Locatie van het plangebied
Bijlage 2.
Inrichtingsplan
Bijlage 3.
Beleidskaart gemeente
Bijlage 4.
Geomorfologie
Bijlage 5.
Bodemkaart
Bijlage 6.
Bekende archeologische waarden
4 (23)
Samenvatting In opdracht van Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de locatie ‘MOB Complex’ te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen woningbouw binnen dit plangebied. In het kader van deze ontwikkeling dient een bestemmingsplan te worden opgesteld. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in zowel een zone met een lage, middelhoge als hoge archeologische verwachting. Voor het grootste gedeelte van het plangebied geldt een middelhoge of hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot aan de Late Middeleeuwen, en een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Een deel van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Op basis van dit bureauonderzoek blijft deze verwachting/waardestelling in principe in stand. Omdat naar verwachting de geplande ingrepen de vrijstellingsgrenzen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart en geldende bestemmingsplan overschrijden, is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Sweco adviseert om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren (IVO-O verkennend) binnen de bouwkavels die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een middelhoge of hoge archeologische verwachting hebben. De ligging van de bouwkavels is weergegeven in paars op afbeelding 2. Binnen het gebied rond de bouwkavels vinden kapwerkzaamheden plaats. Vijftien bouwkavels met een oppervlak van in totaal 40.867 m2 liggen in een zone met een hoge archeologische verwachting; één bouwkavel ligt in een zone met een lage archeologische verwachting (3414 m2). Met 8 boringen per hectare, komt dit neer op ca. 33 boringen. Dit onderzoek heeft als doel het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, en de dikte van een eventueel cultuurdek vast te stellen, alsmede de mate van erosie/verstoring binnen het plangebied. Voor het gedeelte van het plangebied dat op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een lage archeologische verwachting heeft, wordt geadviseerd geen nader veldonderzoek uit te voeren, en het gebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen/geen dubbelbestemming archeologie op te nemen in het bestemmingsplan.
Voor de delen van het plangebied buiten de bouwkavels die een middelhoge of hoge archeologische verwachting hebben en waar natuurontwikkeling gaat plaatsvinden wordt geadviseerd om ook een verkennend booronderzoek uit te voeren. Met een oppervlakte van ca. 17.343m2 komt dit neer op 13 boringen. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Algemeen In zijn algemeenheid blijft gelden dat indien bij de uitvoering van de werkzaamheden in vrijgegeven gebieden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, conform
5 (23)
artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht is. Tabel 1.1 Overzicht van archeologische perioden1 Periode Tijd Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) 9.000 v.Chr.
to -
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
9.000 4.900 v.Chr. 1.900
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
v.Chr. 800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.050 n.Chr. 1.500
Nieuwe Tijd
1.500
-
n.Chr. heden
Tabel 1.2 Indeling van het Kwartair Chronostratigrafie Kwartair Holoceen Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Pleistoceen Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg
1
Jaren geleden 3.000 - heden 5.000 - 3.000 8.000 - 5.000 9.000 - 8.000 10.000 - 9.000 130.000 - 10.000 120.000 - 10.000 130.000 - 120.000 800.000 - 130.000 200.000 - 130.000 400.000 - 315.000 2.400.00 - 800.000 0
Bron: Archeologisch Basis Register 1992.
6 (23)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de locatie ‘MOB Complex’ te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert (zie afbeelding 1 en bijlage 1 achterin het rapport). De aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen woningbouw binnen dit plangebied. In het kader van deze ontwikkeling dient een bestemmingsplan te worden opgesteld.
Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied. Bron: Google.
1.2 Methodiek Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 en bestaat uit elf processtappen (zie hieronder): 1. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01) 2. Aanmelden onderzoek bij Archis 3. Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01) 4. Beschrijven huidig gebruik (LS02) 5. Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04) 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04) 8. Opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05) 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06) 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis 11. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05)
7 (23)
Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. Bij de uitvoering van het onderzoek is niet afgeweken van de BRL. 1.3 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het doel van het bureauonderzoek is inzicht te krijgen in de archeologische waarde van het plangebied. Het onderzoek richt zich op de vraag of er in het plangebied archeologische waarden aangetroffen kunnen worden. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: · Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? · Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd?
8 (23)
2
Bureauonderzoek
2.1 Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik 2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied ligt ten noordwesten van de kern Mill en bestaat uit bos en open plekken. Rondom het plangebied liggen akkers en bos en staan woningen. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Kampweg en aan de oostzijde aan de Graafseweg. Aan de zuidzijde sluit het plangebied aan op de bestaande bebouwing van Mill. De exacte locatie van het plangebied wordt weergegeven in bijlage 1. Het onderzoeksgebied betreft een straal van 1.000 m hieromheen. 2.1.2 Huidig gebruik van het plangebied Het gebied is momenteel deels begroeid met bomen, deels braakliggend. 2.1.3 Toekomstig gebruik van het plangebied Zie afbeelding 2 voor de plantekening van het gebied (ook Bijlage 2 achterin het rapport). Binnen het plangebied is een ontwikkelgebied aangewezen waar bouwkavels zullen worden gerealiseerd (de paarse gebieden binnen afbeelding 2). Dit ontwikkelgebied loopt langs de zuidoostzijde van het plangebied. In het centrale deel van het plangebied is natuurontwikkeling voorzien. Hier zullen verspreid bomen worden aangeplant. Circa 65.916 m2 van het plangebied is bestemd voor natuurontwikkeling (planten van bomen). Circa 44.281 m2 van het plangebied is bestemd voor woonontwikkeling, waarvan 7.892 m2 aan woonkavels.
Binnen de bouwkavels zal naast de geplande bouwactiviteiten ook bos worden gekapt. Binnen het gebied rondom de bouwkavels zullen verder geen ontwikkelingen plaatsvinden.
9 (23)
Afbeelding 2: Inrichtingsschets MOB complex Mill. Bron: Ruimte voor Ruimte.
2.2 Overheidsbeleid De gemeente Mill en Sint Hubert heeft in 2012 een archeologiebeleid opgesteld.2 Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied binnen een drietal verschillende archeologische verwachtingszones (Bijlage 3). Het westelijke deel van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachting. Het overige gedeelte van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. Deze verschillende zones zijn 2
Van de Water/Kortlang 2012.
10 (23)
verwerkt in het geldende bestemmingsplan Mill-West (2016). Het westelijke deel van het plangebied heeft geen dubbelbestemming archeologie, en daarmee ook geen beperkende maatregelen. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, waarvoor geldt dat ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld onderzoeksplichtig zijn. Het overige gedeelte van het plangebied heeft een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, waarvoor geldt dat ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld onderzoeksplichtig zijn. Onder onderzoeksplichtige werkzaamheden wordt, naast bouwwerkzaamheden ook verstaan o.a. het verzetten of vergraven van grond, het verwijderen of rooien van bos, en het aanleggen of aanplanten van bos. Binnen de bouwkavels zal naast de geplande bouwactiviteiten ook bos worden gekapt. Conform het archeologiebeleid en de planregels is archeologisch onderzoek daarom noodzakelijk. Vijftien bouwkavels met een oppervlak van in totaal 40.867 m2 liggen in een zone met een hoge archeologische verwachting; één bouwkavel ligt in een zone met een lage archeologische verwachting (3414 m2). Tabel 2.1
Overzicht dubbelbestemmingen
Dubbelbestemming Geen Waarde – Archeologie 2
Vrijstellingsgrenzen Geen maatregelen m.b.t. archeologie 250 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld. 2.500 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld
Waarde – Archeologie 3
Tabel 2.2
Beleidscategorieën binnen het plangebied
Beleidscategorie 4 (40 cm & 250 m2)
WONEN 40.867 m2
NATUUR 13.460 m2
5 (40 cm & 2.500 m2)
0 m2
3883 m2
6 (Geen onderzoeksplicht)
3414 m2
11.668 m2
Totaal
44.281 m2
29.011 m2
2.3 Aardwetenschappelijke kenmerken Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven. Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Tabel 2.3
Aardwetenschappelijke informatie
Bron Geologie Geomorfologie Bodemkunde AHN
Informatie Formatie van Beegden, rivierzand en -grind (Be3) Plateau-achtige horst (4F01r) Haarpodzolgronden, grof zand, GWT VII* (Hd30) 16.5 m +NAP in het westen; 17.5 m +NAP in het oosten
Genese van het landschap
11 (23)
Geologisch gezien behoort het plangebied tot de ’horst van Mill’, het oostelijke deel van de Noordelijke Peelhorst. Voor Nederland een uniek gebied vanwege de nog steeds duidelijk waarneembare hoogteverschillen in het landschap, veroorzaakt door breuken in de aarde. Tijdens het Pleistoceen (2,5 miljoen jaar geleden) zijn er door beweging in de aardkorst meerdere breuklijnen ontstaan in de Nederlandse bodem. Aan de ene kant van zo’n breuklijn bevindt zich een horst (hoger gelegen gebied) en aan de andere kant een slenk (lager gelegen gebied). De beweging van het landschap in combinatie met de dynamische aard van de aanwezige rivieren Maas en Rijn hebben ervoor gezorgd dat delen van de Horst van Mill zijn geërodeerd met een steilrand tot gevolg. Over deze steilrand loopt nu de Graafseweg. Op de uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3, zie afbeelding 3) is te zien dat het hoogteverschil in het gebied relatief groot is. De hoogste delen bevinden zich aan de oost- en westzijde op circa 17,75 m +NAP. Het maaiveldverloop is overwegend naar het centrum van het plangebied gericht waar de maaiveldhoogte circa 17,00 m +NAP bedraagt. Het maaiveld loopt af naar de laagste delen zuidelijk in het plangebied tot circa 15,50 m +NAP. Ten opzichte van de omgeving bestaat weinig hoogteverschil.
Afbeelding 3: Uitsnede AHN3. Bron: ahn.nl.
Kartering conform geomorfologische kaart Ook volgens de geomorfologische kaart (2008) ligt het plangebied geheel ter plaatse van een plateau-achtige horst (4F01r). Ten noordoosten van de Graafseweg bevindt zich een opgespoten terrein (F91). Verder ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een horstglooiing (H01). Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een langgerekte dalvormige laagte (R23) en ten zuidwesten van het plangebied een dekzandrug (B53), zie Bijlage 4. Kartering conform bodemkaart Volgens de bodemkaart bevinden zich in het plangebied haarpodzolgronden (Hd30) met grof zand. Deze haarpodzolgronden worden ten noorden, oosten en zuiden omgeven door
12 (23)
hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21). Ten westen liggen plaatselijk veldpodzolgronden (Hn21), zie Bijlage 5. De combinatie van haarpodzolgronden en hoge zwarte enkeerdgronden wijst op een menselijk gebruik van het landschap. Haarpodzolgronden komen veel voor in (voormalige) heidegebieden. Tijdens de Late Middeleeuwen werden heidevelden gebruikt om schapen te weiden die ’s nachts in potstallen verbleven. Plaggen van de heidevelden werden in de stallen gebruikt om de mest op te vangen en de dieren een ligplaats te geven. Het opgevangen mengsel van mest en plaggen werd na enige tijd over het bouwland uitgereden, waardoor op deze plekken een kunstmatig dek ontstond. De hoge zwarte enkeerdgronden hebben zo’n dergelijk opgehoogd dek, van gewoonlijk tussen de 60 en 80 cm dik. Sinds de invoering van de kunstmest verdween deze functie van de heidevelden en werden deze gebieden tot bouwland of grasland ontgonnen.3 Volgens de bodemkaart heeft het plangebied Grondwatertrap VII, met een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) dieper dan 80 cm -mv (de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) is in deze classificatie niet nader aangeduid). 2.4 Archeologische waarden Om de reeds bekende archeologische waarden in beeld te krijgen, zijn diverse bronnen geraadpleegd, zoals de Archeologische Monumentenkaart, Archis 3 en de archeologische verwachtingskaartkaart van het betreffende gebied.
2.4.1 Archeologische verwachtingskaart Zoals aangegeven onder 2.2 beschikt de gemeente Mill en Sint Hubert over een eigen archeologiebeleid, inclusief beleidskaart met archeologische waarden en verwachtingen.4 Volgens deze gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied binnen een drietal verschillende archeologische verwachtingszones. Het westelijke deel van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachting. Het overige gedeelte van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. 2.4.2 Archeologische Monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. Binnen of in een straal van een kilometer rond het plangebied zijn geen archeologische monumenten (AMK-terreinen) geregistreerd. Het meest dichtbij zijnde AMK-terrein ligt op ca. 1,4 km ten zuidwesten van het plangebied (AMK-terrein 13.333 – Kapelhof, een terrein met sporen van begraving (urnenveld) uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd). 2.4.3 Archeologische vondstlocaties In Archis 3 staan binnen het plangebied geen archeologische vondstlocaties geregistreerd. Tabel 2.4
3 4
Vondstlocaties binnen een straal van een kilometer rond het plangebied
Zaakidentificatie 2967560100
Complex Niet te bepalen
2774804100
Niet te bepalen
Datering MiddenPaleolithicum Romeinse tijd
Beschrijving Vuistbijl (vuursteen) Gladwandig gedraaid aardewerk
De Bakker/Edelman-Vlam 1976. Van de Water/Kortlang 2012.
13 (23)
3147477100
Niet te bepalen
Paleolithicum/Neo lithicum
Kernschrabber (vuursteen)
In een straal van een kilometer rondom het plangebied bevinden zich (met de klok mee) in totaal drie vondstlocaties (zie Tabel 2.4). · Zaak ID 2967560100 (ca. 150 m ten noorden van het plangebied): een vuistbijl uit het Midden-Paleolithicum, met als toevoeging ‘Langs dalrand gevonden: het betreft hier opgevulde erosiegeulen’. · Zaak ID 2774804100 (ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied): gladwandig gedraaid aardewerk uit de Romeinse tijd. · Zaak ID 3147477100 (ca. 850 m ten zuidoosten van het plangebied): vuurstenen kernschrabber uit het Paleolithicum/Neolithicum. Er is geen nadere vindplaats beschrijving dan “Mill”; de melding is daarom administratief geplaatst (de locatie van de melding in Archis geeft dus niet de exacte vindplaats aan). 2.4.4 Archeologische onderzoeksmeldingen In Archis 3 staan binnen het plangebied geen archeologische onderzoeksmeldingen geregistreerd.
Tabel 2.5 Onderzoeksmeldingen binnen een straal van een kilometer rond het plangebied Zaakidentificatie Type onderzoek Uitvoerder / Jaar Resultaat 2967560100 Vondstlocatie Particulier Vondst vuistbijl 4630213100 Booronderzoek ArcheoPro 2018 (Nog) niet bekend 4591456100 Bureauonderzoek RAAP 2018 Advies vervolg boorozk 4684622100 Begeleiding RAAP 2019 Geen sporen/vondsten 4591448100 Bureauonderzoek RAAP 2018 Advies vrijgeven 2214291100 Booronderzoek Synthegra 2008 (Nog) niet bekend 2774804100 Vondstlocatie Particulier Vondst aardewerk 2125661100 Bureauonderzoek ARC 1981 (Nog) niet bekend 2133267100 Booronderzoek ARC 2006 (Nog) niet bekend 2337160100 Booronderzoek ArcheoPro 2011 Geen sporen/vondsten 3147477100 Vondstlocatie Particulier Vondst vuursteen 2282834100 Bureauonderzoek Particulier (Nog) niet bekend 2335013100 Booronderzoek Synthegra 2011 Advies vervolg begeleiding 2441715100 Bureauonderzoek Econsultancy 2015 (Nog) niet bekend 2012811100 Booronderzoek RAAP 2000 (Nog) niet bekend
In een straal van een kilometer rondom het plangebied bevinden zich (met de klok mee) in totaal vijftien onderzoeksgebieden (zie Tabel 2.5).
· Zaak ID 2967560100 (ca. 150 m ten noorden van het plangebied): losse vondst van een vuistbijl (zie 2.4.3). In Archis zijn in het verleden veel losse vondsten/waarnemingen als onderzoek aangemeld. · Zaak ID 4630213100 (ca. 800 m ten noordwesten van het plangebied): booronderzoek uit 2018 door Archeopro. De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd. · Zaak ID 4591456100 (ca. 500 m ten noorden van het plangebied): bureauonderzoek door RAAP uit 2018. Op basis van dit bureauonderzoek had het betreffende plangebied
14 (23)
·
· · · · · · · · · · ·
een hoge verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars, een hoge verwachting voor resten gerelateerd aan een natte context, een hoge verwachting voor resten gerelateerd aan Peel- Raamstelling, een lage verwachting voor vindplaatsen van landbouwers uit de periode Neolithicum- Late Middeleeuwen, en een hoge verwachting voor een historische boerderij.5 Zaak ID 4684622100 (ca. 500 m ten noorden van het plangebied): archeologische begeleiding door RAAP uit 2019. De bodem binnen het plangebied bleek plaatselijk zwaar verstoord. Behalve recente sloten met bijbehorende paaltjes en recente met puin gevulde kuilen zijn er geen grondsporen of vondsten aangetroffen.6 Zaak ID 4591448100 (ca. 300 m ten oosten van het plangebied): bureauonderzoek door RAAP uit 2018 (zelfde rapport als Zaak 4591456100). Op basis van dit bureauonderzoek is geadviseerd dit deelgebied vrij te geven.7 Zaak ID 2214291100 (ca. 850 m ten oosten van het plangebied): booronderzoek door Synthegra uit 2008. De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd. Zaak ID 2774804100 (ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied): losse vondst van gladwandig gedraaid aardewerk uit de Romeinse tijd (zie 2.4.3). Zaak ID 2125661100 (ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied): bureauonderzoek door ARC uit 1981.
De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd (ARC is inmiddels niet meer actief). Zaak ID 2133267100 (ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied): booronderzoek door ARC uit 2006. De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd. Zaak ID 2337160100 (ca. 850 m ten zuidoosten van het plangebied): booronderzoek door ArcheoPro uit 2011. Er zijn geen sporen of vondsten aangetroffen. Zaak ID 3147477100 (ca. 850 m ten zuidoosten van het plangebied): losse vondst van vuurstenen kernschrabber uit het Paleolithicum/Neolithicum (zie 2.4.3.). Zaak ID 2282834100 (ca. 1 km ten zuidoosten van het plangebied): bureauonderzoek uit 2015, aangemeld in Archis als ‘particulier’. De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd. Zaak ID 2335013100 (ca. 950 m ten zuiden van het plangebied): booronderzoek door Synthegra uit 2011. Ondanks ontbreken van bodemvorming of archeologische indicatoren is een archeologische begeleiding geadviseerd.8 Zaak ID 2441715100 (ca. 400 m ten zuiden van het plangebied): bureauonderzoek uit 2014 door Econsultancy. De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd. Zaak ID 2012811100 (ca. 250 m ten zuiden van het plangebied): booronderzoek door RAAP uit 2000. De resultaten van dit onderzoek zijn (nog) niet in Archis gepubliceerd.
2.4.5 Samenvatting archeologische waarden Het plangebied ligt op enkele honderden meters ten westen van een beek (de ‘Groote Beek’, het huidige Peelkanaal), met binnen het plangebied een hoger gelegen horst. Dit soort hoger gelegen gebieden langs beken en vennen zijn sinds de prehistorie
5
Verhoeven 2018. Verhoeven 2019. 7 Verhoeven 2018. 8 Nillesen/Kremer 2011. 6
15 (23)
aantrekkelijke woonplaatsen geweest. Zoals beschreven in de Nationale OnderzoeksAgenda Archeologie (NOaA 2.0) kunnen hier zowel woonplaatsen van jagers, vissers en verzamelaars aanwezig zijn, als ook nederzettingen, landbouwgronden en begravingen uit latere perioden. De nederzettingen werden van tijd tot tijd verplaatst, waardoor de nederzettingen als het ware door het landschap ‘zwierven’. De erbij behorende begraafplaatsen, zoals urnenvelden en grafheuvels uit de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse Tijd, bleven wel langdurig in gebruik en vormden dan ook de centrale plaatsen in het nederzettingensysteem. Dit veranderde in de Middeleeuwen toen het Christendom geleidelijk vaste voet kreeg. De centrale rol van de oude begraafplaatsen werd overgenomen door de kerkgebouwen. In de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd ontstonden de vruchtbare, door mest opgeworpen essen die zich tot op heden aftekenen als bolronde verhogingen. Door de toenemende invloed van de mens op het landschap ontstonden toen ook grootschalige zandverstuivingen en, mede door het kappen van bossen, uitgestrekte heidevelden, zoals ook bij het onderhavige plangebied het geval is geweest.9 Binnen het plangebied zijn geen vastgestelde/bekende archeologische waarden geregistreerd.
Binnen het onderzoeksgebied van een straal van een kilometer rondom het plangebied zijn echter diverse archeologische vondstlocaties bekend, met een datering die teruggaat tot het Paleolithicum. Dit geeft aan dat het landschap een lange geschiedenis kent van menselijke bewoning en activiteit. 2.5 Historische situatie Op de Kadasterkaart 1811-1832 is het plangebied onbebouwd, en aangegeven als heidegebied. De huidige Graafseweg is aangegeven ‘Chemin de Mill a Reek’. Volgens de topografische kaarten van 1850 tot aan het Bonneblad van 1900 lag het plangebied rond 1900 in het gebied Nieuw Mil, binnen een uitgestrekt heidegebied met de naam ‘De Vil Heide’. Ten oosten van het plangebied is de ‘Groote Beek’ aangegeven, het huidige Peelkanaal. Op 10 mei 1940 vormde Mill het toneel van een korte strijd tussen de Duitsers en de Nederlandse verdedigers. Langs het huidige Peelkanaal (destijds in 1940 Defensiekanaal genoemd) lag de zogenaamde Peel-Raamstelling (net ten oosten van het plangebied). In de vroege ochtend van 10 mei waren de Duitsers met een pantsertrein met 500 infanteristen bij Gennep de grens overgestoken en daarmee doorgereden tot voorbij de Peel-Raamstelling. Later kwam de trein terug, waarschijnlijk om versterkingen op te halen. Omdat de Nederlanders inmiddels op het spoor een ‘aspergeversperring’ hadden opgericht, ontspoorde de trein.
Deze versperring is tegenwoordig zichtbaar gemaakt/gereconstrueerd, ca. 2 kilometer ten zuidwesten van het plangebied.10 Mill werd op 26 september 1944 door de Engelsen bevrijd in de nasleep van operatie Market Garden. In de winter van 1944-1945 werd vervolgens door de Geallieerden een vliegveld aangelegd ten westen van Mill (ca. een kilometer ten westen van het plangebied).11
9
https://noaa.cultureelerfgoed.nl/#/search - NOaA 2.0. Amersfoort/Kamphuis 2005; www.tracesofwar.nl. 11 Klep/Schoenmaker 1995. 10
16 (23)
Afbeelding 4: lesvrachtauto van het leger aan de poort van het complex (jaartal onbekend). Bron: BHIC.12
In de jaren 50 van de vorige eeuw, ten tijde van de Koude Oorlog, werd het plangebied in gebruik genomen als mobilisatiecomplex (‘MOB-Complex’). Het complex bij Mill diende samen met nog 52 andere MOB-complexen verspreid over Nederland om ten tijde van dreiging door de Sovjet-Unie een snelle mobilisatie mogelijk te maken. Het complex bestond uit een aantal militaire gebouwen met bijbehorende infrastructuur. Er stonden loodsen voor groot materieel, magazijnen voor opslag, een werkplaats, en een wachtgebouw, met daartussen een wegenpatroon. Hier werden regelmatig herhalingsoefeningen gehouden, tot het einde van de Koude Oorlog. Het complex heeft nog tijdelijk gediend als noodopvang voor mensen die noodgedwongen uit Nederlands-Indië naar Nederland moesten verhuizen. Het is opvallend dat op topografische kaarten tot aan 1967 de topografie met de indeling van alle gebouwen exact op de kaart staat aangegeven. Vanaf 1967 is het complex als bos en akkerland aangegeven, waarschijnlijk vanwege het geheime militaire karakter van het gebied. Op een particuliere website is een tekening te vinden die waarschijnlijk afkomstig is uit het BHIC Noord-Brabant, en waarop de inrichting van het complex staat aangegeven (afbeelding 5, jaartal helaas onbekend). Dit moet gezien worden als een momentopname, en onduidelijk is of dit een plan of een weergave van de werkelijkheid betrof.
12
Brabants Historisch Informatie Centrum, identificatienummer GLD07335.
17 (23)
Afbeelding 5: Inrichtingsplan MOB complex.13
Nadat het MOB complex rond 2000 definitief zijn functie verloor is het gebied steeds verder door bos overwoekerd. Inmiddels heeft een sanering plaatsgevonden. De loodsen en magazijnen zijn gesloopt, funderingen en verhardingen zijn verwijderd. Onbekend is in hoeverre deze loodsen en magazijnen voor een verstoring van de bodem hebben gezorgd. 2.6 Onder- en bovengrondse bouwhistorische waarden Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen onder- of bovengrondse bouwhistorische waarden bekend. Binnen het plangebied bevinden zich geen gebouwde gemeentelijke- of Rijksmonumenten. Bewoning in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd kan, met uitzondering van de reeds gesloopte gebouwen/opstallen van het MOB-complex, niet op basis van het bekende historische kaartmateriaal worden aangetoond, maar kan ook niet geheel worden uitgesloten. 2.7 Mogelijke aanwezige bodemverstoringen Het plangebied is momenteel braakliggend en deels begroeid met bos. Er zijn geen bovenof ondergrondse bouwhistorische waarden in het plangebied bekend. Zoals in de vorige 13
https://studio-domeinzicht.jouwweb.nl/militaire-herhalingskamp; zie stempel BHIC Noord-Brabant.
18 (23)
paragraaf aangegeven, heeft binnen het complex verspreide bebouwing gestaan, met bijkomende infrastructuur. Onbekend is of, en zo ja, hoe diep de loodsen en magazijnen zijn gefundeerd, en wat de aanleg en/of sloop aan verstoring heeft opgeleverd. Ook is het gebied (dat eens bestond uit heide) voor een groot deel begroeid met bos, waardoor ook verstoringen zijn ontstaan. Uitgaande van afbeelding 3 is de mogelijke verstoring door bebouwing/verharding plaatselijk, met genoeg ruimte tussen de verschillende elementen om nog intacte archeologische vindplaatsen op te leveren. Raadpleging van de Verstoringsbronnenkaart van de RCE14 heeft geen aanvullende informatie opgeleverd.
14
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart.
19 (23)
3
Gespecificeerde verwachting
Het plangebied heeft volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart deels een lage, deels een middelhoge, en deels een hoge archeologische verwachting meegekregen, dit gezien de aanwezigheid binnen het plangebied van een ten opzichte van de omgeving hoger gelegen horst in de nabijheid van een beek. Dit landschap is al sinds de vroege steentijd een aantrekkelijke locatie voor menselijke bewoning en activiteit geweest. De gespecificeerde archeologische verwachting kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: Volgens de bodemkaart komen binnen het plangebied haarpodzolen voor, met in de directe omgeving hoge zwarte enkeerdgronden met een dik cultuurdek. Onder dit cultuurdek kunnen zich afgedekte en daardoor goed geconserveerde archeologische sporen en vondsten bevinden uit de periode Laat-Paleolithicum/Mesolithicum tot aan de Late Middeleeuwen. Onder de mogelijke resten uit het Laat-Paleolithicum/Mesolithicum kunnen zich resten bevinden van kampementen van jager/verzamelaars met vondsten van voornamelijk bewerkt en/of verbrand vuursteen en grondsporen in de vorm van haardkuilen of vlakhaarden met houtskool en soms natuursteen. Deze resten zijn meestal ondiep en kunnen worden aangetroffen op de overgang tussen het cultuurdek en de natuurlijke ondergrond.
Bij de aanwezigheid van een podzolbodem komen deze sporen voor in of onder de E-horizont; ingegraven sporen kunnen nog aanwezig zijn bij het voorkomen van een afgetopte podzol (C-horizont) direct onder het cultuurdek. Voor de periode Neolithicum/Late Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen kunnen mogelijke archeologische resten bestaan uit vondsten van aardewerk, natuursteen, bouwkeramisch materiaal of metaal, en sporen zoals paalkuilen, afvalkuilen en sporen van verkaveling en landgebruik. Ook deze sporen kunnen direct onder het maaiveld, dan wel onder het dek worden aangetroffen. Gezien de lage grondwaterstand is de verwachte conservering van organisch vondstmateriaal slecht. Vanaf de Late Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd bevonden zich plaatselijk kleine boerderijplaatsen in de omgeving van het plangebied. Er zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen directe aanwijzingen aangetroffen voor bewoning van het plangebied in deze periode, maar het kan gezien de iets hogere ligging ten opzichte van de omgeving, en de ligging langs een historische weg ook niet worden uitgesloten (middelhoge archeologische verwachting).
20 (23)
4
Conclusie en advies
4.1 Conclusie Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in zowel een zone met een lage, middelhoge als hoge archeologische verwachting. Op basis van dit bureauonderzoek blijft deze verwachting/waardestelling in principe in stand. Omdat naar verwachting de geplande ingrepen de vrijstellingsgrenzen van de gemeentelijke archeologische beleidskaart en geldende bestemmingsplan overschrijden, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Beantwoording onderzoeksvragen · Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? Voor het grootste gedeelte van het plangebied geldt een middelhoge of hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot aan de Late Middeleeuwen, en een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Een deel van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting voor alle perioden. · Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd? Nee, er is nog vervolgonderzoek noodzakelijk.
4.2 Advies Sweco adviseert om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren (IVO-O verkennend) binnen de bouwkavels die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een middelhoge of hoge archeologische verwachting hebben. De ligging van de bouwkavels is weergegeven in paars op afbeelding 2. Binnen het gebied rond de bouwkavels vinden kapwerkzaamheden plaats. Vijftien bouwkavels met een oppervlak van in totaal 40.867 m2 liggen in een zone met een hoge archeologische verwachting; één bouwkavel ligt in een zone met een lage archeologische verwachting (3414 m2). Met 8 boringen per hectare, komt dit neer op ca. 33 boringen. Dit onderzoek heeft als doel het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, en de dikte van een eventueel cultuurdek vast te stellen, alsmede de mate van erosie/verstoring binnen het plangebied. Voor het gedeelte van het plangebied dat op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een lage archeologische verwachting heeft, wordt geadviseerd geen nader veldonderzoek uit te voeren, en het gebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen/geen dubbelbestemming archeologie op te nemen in het bestemmingsplan.
Voor de delen van het plangebied buiten de bouwkavels die een middelhoge of hoge archeologische verwachting hebben en waar natuurontwikkeling gaat plaatsvinden wordt geadviseerd om ook een verkennend booronderzoek uit te voeren. Met een oppervlakte van ca. 17.343m2 komt dit neer op 13 boringen. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Algemeen In zijn algemeenheid blijft gelden dat indien bij de uitvoering van de werkzaamheden in vrijgegeven gebieden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, conform
21 (23)
artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht is.
Literatuurlijst en gebruikte bronnen 4.3
Literatuur
Amersfoort, H./P. Kamphuis (red.) 2005: Mei 1940. de strijd op Nederlands grondgebied, ’sGravenhage. Bakker, H. de/A.W. Edelman-Vlam. 1976. De Nederlandse bodem in kleur. Wageningen (Stichting voor Bodemkartering). Klep, C./B. Schoenmaker (red.) 1995: De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank, ’s-Gravenhage. Nillesen, R./H. Kremer. 2011. Bureauonderzoek en karterend booronderzoek Langenboomseweg te Mill. Doetinchem (Synthegra rapport S110158). Verhoeven, M. 2018. Plangebied Peelkanaal te Mill, gemeente Mill & St. Hubert, een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek. Weesp (RAAP notitie 6316). Verhoeven, M. 2019. Plangebied Peelkanaal te Mill, gemeente Mill & St. Hubert, een archeologische opgraving, variant begeleiding. Weesp (RAAP rapport 3850). Water, A.E.M., van de/F.P. Kortlang. 2012. Nota archeologiebeleid Mill en Sint Hubert. De implementatie van de Wet op de archeologische monumentenzorg in het gemeentelijke beleid. 4.4
Internet bronnen
www.ahn.nl archis.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl
22 (23)
Bijlage 1. Locatie van het plangebied
bouwkavels kap aanplant
Locatie van het plangebied MOB Mill Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte Projectnummer: 358263
plangebied Datum: 09-09-2020 09:04 Schaal: Formaat: A4
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\Desktop\Mob mill\qgis lokale versie, blad 1 van 1
Legenda
Bijlage 2. Inrichtingsplan
37
37a
Gra
afs
ewe g
Kampw
eg
weg
Ber
gse
ijke
del Zui
Kampw
1545
eg
1402
52
583
1768
Inrichtingsplan incl. compensatie bos
Gra afs
ew
eg
Ontwikkelingsgebied RVR
1.372
750
Nieuw perceel 350 23
Boskap t.b.v. infrastructuur, RVR-percelen en uitbreiding tuinen (ca. 37.355 m²)
21
830 2.219 5.945 881
17
Te beplanten bos als compensatie (ca. 28.561 m²)
7.485
Bestaande open padenstructuur (2 tot 3 meter) vrijhouden van onderbebegroeiing
10
12
14
17.89 17.89
Gra
afs
ewe g
8
16
925
18
13a
20
shove Ridder
112
aa rik
str
t
865
22
eu
we
13
Le
1
3
6
e
11
rshov Ridde
110
5
7
4
9 11
A 108
13
108
15
17
19
2
326
72
106
9
74
7
104
76
78
80
2a
82
62 60
86 Brugse
Berg
102
88
56
1.315 32
70 30
52
68 28
26
48
66
No ke
kra
ten 24
raa
rst
64
t
2b
100
22
Bru gse
2
44
Be rg
58
Mergen
t
98
raa kst
eri
uw
42
Lee
54
4
40
3
29
20
50
2c
38
6
46
27 18
96
8
16
25
5
2d
14
36
37
94
23
10
Mer
gen
21
12 13
35
7
92
12
tra
at
19
Not
9
enk
rak
ers
34
17
10
en cul
lfs
Wo
33
15
4 8
10
90
31
13
32
11
6 15
11
26 13
8 4a 24
29
88
22
14
27 17
20
16
Mezenhof
25
Kana
ries
traa
t
6
18
6 9
7
Herd erss
30
taf
19 5
Bund ers
18
16
5
7
9
3
7
1
86
28 13
14
3
20
5
11 1
26
4
11 Notenkrakerstraat
9 7
12
3
24
21-21
a
12
Opdrachtgever
8
13 10
61
5
Mer gen
23 15
Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte
22
8
Leeuwerikstraat
22
17
15
21
1 14 16
18
20 22
24
24
20
26
6
Brug
se
Berg
Mezenhof
28 59
84
57 19 2
18
Wolfs
19
Project
4
culen
26
15
Kanariestraat
21
16
16
2
55
8
17
4
13 6
1
28 2 14 2 23
11 25
27
14
29
He
31
rde
11
33 35
taf
rss
23
37 2a
9
12
MOB Mill
39
12 41
15
raat
43
25
45
erst
47
Putt
49 8t 10
82
13
3
of Sc
10
80
Bos compensatie
5 4 Kampweg
6
8 25p
3 29p 29
Onderdeel
10
he
pe
rsh
7
8 9
27
27p
31p
4 42
1 12 en
78 Merg
2 6
7
40
53
4
14
76 1 6
31
Kam
pwe
g
3
5
16
51
18
5
38
Hoo
gho
2
rst
35
5
16
74
14
25
36
23 21
Projectnummer
Tekeningnummer
358263
358263.ehv110.T07 -CO
19
18
3
1
49 72
Wolfsculen
8
3
20
Leeuwerikstraat
47
g Ber
5
gse Bru
Versie
Datum van uitgave
Ontwerpfase
Contractnummer
17
12
24-08-2020
Groenlingstraat
7
34
5a
7
1
Blad
Groenlingstraat
22
10
17
32
Van
Schaal
Formaat
Kantoor
Get.
Gec.
1 : 2000
A2
Eindhoven
MvdL
EJ/MN
15
24
9
15 45
8
CO
11
10
30
35
13
13
Brug
se
13
43
Berg
70a
6
15
33
11
28 11
9
4
7
70
31
26
9
Ghee
29
2
r
Hoo gho rst
9
41
27 2-2i
7 12
25
5 39
23 2t 21
3 68
19
14
18
16
24
1
17
7
14 12
11 22
37
ond
10
5
Mo
rge
nst
Gheer
16
8 40
20
35 3
4
6
66
36 18
34
6
15-21
4
1a 16
1
www.sweco.nl © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
38
Goedg.
P:\110\358263_RvR_MOB_Complex_Mill\2. Do Work\6_Tekeningen\4_Ruimte\05_NewOntwerp\358263.ehv110.T07
84
37
37a
Gra
afs
ewe g
Kampw
eg
weg
Ber
gse
ijke
del Zui
Kampw
eg
52
Gra afs
ew
eg
Stedenbouwkundig ontwerp Kavelnr. 18 Opp. ca. 1103m²
Ontwikkelgebied Ruimte voor Ruimte 23
21
Kavelnr. 17 Opp. ca. 250m²
Perceelgrens met oppervlakte Kavelnr. 16 Opp. ca. 1326m²
Kavelnr. 15 Opp. ca. 2708m² Kavelnr. 14 Opp. ca. 2678m²
241
Bouwkavel met oppervlakte
528 522
265
521
Kavelnr. 13 Opp. ca. 2.894m²
12
14
Te verkopen achtertuinen met oppervlakte
Kavelnr. 1 Opp. ca. 3.124m²
10
Rijweg (5 meter met 1,5 m berm aan weerszijde)
550
17.89 17.89
Gra
afs
ewe g
16
541
rshov Ridde
589
Kavelnr. 11 Opp. ca. 3.361m²
Kavelnr. 10 Opp. ca. 3.760m²
t
112
aa
26
100
29
2c
18
25
16
2d
23 21
13
12
19
tra ers rak enk Not
17 15
4 8
13
15
11
40
38 35
98
44
42 37 gen Mer
20
27
14
8
eri
uw Lee
6
26
2b
22
t raa kst
10
32
t
10
24
raa
9 33
31
13
rst
34
en cul
lfs
Wo
ke
46
7
kra
50
36
ten
54
5
10
12
Kavelnr. 6 Opp. ca. 2.600m²
No
58
Mergen
4 3
6
8
11
str
28
168 95 509 78 75 Kavelnr. 7 625 77 Opp. ca. Kavelnr. 9 3.094m² 149 Opp. ca. 592 3.414m² 91 129 Kavelnr. 8 104 Opp. ca. 8968 2.830m² 74 120 124 112 100 81
Bru gse
2
rik
30
64
Be rg
32
4a
24
29
88
22
14
27
17
20
16
Mezenhof
25
Kana
ries
traa
t
6
18
6
7
Herd erss
30
5
Bund ers
18
taf
16
28 13
9
5
7
9
3
19
7
1
86
14
3
20
5
11
1
26
4
11
Notenkrakerstraat
9
12
7
24
3
21-21
a
12
Opdrachtgever
8
13
10
61
5
Mer gen
23 15
22
8
Leeuwerikstraat
22
17
15
21
Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte
1 14 16
18
20 22
24
24
20
26
6
Brug
se
Berg
Mezenhof
28 59
84
57 19 2
18
Wolfs
19
Project
4
culen
26
15
Kanariestraat
21
16
16
2
55
8
17
4
13 6
1
28 2 14 2 23
11 25
27
14
29
He
31
rde
11
33 35
taf
rss
23
37 2a
9
12
MOB Mill
39
12 41
15
raat
43
25
45
erst
47
Putt
49 8t 10
82
13
3
of Sc
10
80
Stedenbouwkundig ontwerp d.d. 31-08-2020
5 4 Kampweg
6
8 25p
3 29p 29
Onderdeel
10
he
pe
rsh
7
8 9
27
27p
31p
4 42
1 12 en
78 Merg
2 6
7
40
53
4
14
76 1 6
31
Kam
pwe
g
3
5
16
51
18
5
38
Hoo
gho
2
rst
35
5
16
74
14
25
36
23 21
Projectnummer
Tekeningnummer
358263
358263.ehv110.T07 -SB
19
18
3
1
49 72
Wolfsculen
8
3
20
Leeuwerikstraat
47
g Ber
5
gse Bru
Versie
Datum van uitgave
Ontwerpfase
Contractnummer
17
12
24-08-2020
Groenlingstraat
7
34
5a
7
1
Blad
Groenlingstraat
22
10
17
32
Van
Schaal
Formaat
Kantoor
Get.
Gec.
1 : 2000
A2
Eindhoven
MN
MN
15
24
9
15 45
8
SB
11
10
30
35
13
13
Brug
se
13
43
Berg
70a
6
15
33
11
28 11
9
4
7
70
31
26
9
Ghee
29
2
r
Hoo gho rst
9
41
27 2-2i
7 12
25
5 39
23 2t 21
3 68
19
14
18
16
24
1
17
7
14 12
11 22
37
ond
10
5
Mo
rge
nst
Gheer
16
8 40
20
35 3
4
6
66
36 18
34
6
15-21
4
1a 16
1
www.sweco.nl © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
38
Goedg.
P:\110\358263_RvR_MOB_Complex_Mill\2. Do Work\6_Tekeningen\4_Ruimte\05_NewOntwerp\358263.ehv110.T07
501
48
66
96
52
68
102
56
70
94
Berg
Kavelnr. 5 Opp. ca. 2.516m²
92
60
Brugse
2a
625
91 91 90
86 88
106
7
62
84
Kavelnr. 4 Opp. ca. 2.389m²
503
104
76
78
80
82
583
9
72 100 92 105 90
2
72
74
90
19
we
A 108
505
17
108
155
4
11
7
9 11
13 15
13
Kavelnr. 3 Opp. ca. 2.281m²
e
5
110
3
498
eu
180
6
Kavelnr. 2 Opp. ca. 2.283m²
Le
22
1
13a
Kavelnr. 12 Opp. ca. 2996m²
shove Ridder
at
8
180
18
20
Bijlage 3. Beleidskaart gemeente
Bijlage 4. Geomorfologie
181500.000
181800.000
182100.000
412200.000
412200.000
411900.000
411900.000
181200.000
181500.000
181800.000
182100.000
Geomorfologische kaart
Legenda
MOB Mill
plangebied Geomorfologische kaart F01 - Plateau-achtige horst
Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte Projectnummer: 358263
F91 - Plateau-achtige storthoop, opgespoten terrein of kunstmatig eiland H01 - Horstglooiing H42 - Glooiing van beekdalzijde
Datum: 09-09-2020 09:16 Schaal: Formaat: A3
M53 - Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss
N
R23 - Dalvormige laagte © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\Desktop\Mob mill\qgis lokale versie, blad 1 van 1
181200.000
Bijlage 5. Bodemkaart
181500.000
181800.000
182100.000
412200.000
412200.000
411900.000
411900.000
181200.000
181500.000
181800.000
182100.000
Geomorfologische kaart
Legenda
MOB Mill
plangebied Bodemkaart Hd30 - Haarpodzolgronden
Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte Projectnummer: 358263
pZg21 - Beekeerdgronden zEZ21 - Hoge zwarte enkeerdgronden
Datum: 09-09-2020 09:18 Schaal: Formaat: A3
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\Desktop\Mob mill\qgis lokale versie, blad 1 van 1
181200.000
Bijlage 6. Bekende archeologische waarden