18. Toelichting bijlage 9 Beheerplan.pdf
Tekst van het document
Beheerplan bosopstanden MOB-Complex Mill
Sharon Schuurmans 9-07-2021
Project: Opdrachtgever:
Beheerplan bosopstanden MOB-Complex Mill Gerrit Kersten, Ruimte voor Ruimte
Status: Datum: Referentie:
Definitief 9-07-2021 P0174
Auteur: Sharon Schuurmans Gecontroleerd door: Marloes van Delft Adres:
MLG B.V. Velder 23 5298 MB Liempde 06 – 13 98 66 71 www.ml-g.nl KvK 60332123
2/11
Inhoud 1.
Inleiding ......................................................................................................................... 4
1.1
Omschrijving plangebied ............................................................................................ 4
2.
Toekomstige situatie ...................................................................................................... 6
2.1
Toelichting voorgenomen plan .................................................................................... 6
2.2
Toekomstige waarden bosopstanden ......................................................................... 6
3.
Voorstel te nemen maatregelen ..................................................................................... 9
3.1
Natuurlijke verjonging ................................................................................................. 9
3.1.1
Dunnen verjonging .............................................................................................. 9
3.2
Aanplant ..................................................................................................................... 9
3.3
Beheer open plekken................................................................................................ 10
3.4
Dood hout behouden in het gebied ........................................................................... 10
3.5
Realisatie mantelzoom ............................................................................................. 10
4. Conclusie ........................................................................................................................ 11
3/11
1. Inleiding Voor het voormalig MOB-complex te Mill wordt in dit document een beheerplan ten behoeve van de aanwezige bosopstanden opgesteld. Deze voorwaarde wordt gesteld in de eerder opgestelde rapportage Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill: Het beheer van de bosopstanden in het projectgebied moet uitgewerkt en geborgd worden voor de lange termijn in een beheerplan. De doelstelling is om op deze locatie weer een natuurlijk en goed beheerd bosgebied te creëren. Het beheerplan heeft betrekking op de bestaande natuur welke binnen het NNB behouden blijft. In figuur 1 wordt het plangebied weergegeven waarop dit beheerplan betrekking heeft. Op dit moment is het beheer niet afdoende om het een goed functionerend gebied met natuurbeheertype droog bos met productie te laten zijn. Het beheer van de bosopstanden in het plangebied wordt in dit document uitgewerkt en daarmee geborgd voor de lange termijn. De vraag die beantwoord wordt: Wat moet er de komende jaren gebeuren om het bos een impuls te geven in kwaliteit?
1.1 Omschrijving plangebied Het gebied bestaat uit het voormalige MOB-complex Mill en wordt begrensd door de woonwijk Vilheide en de Graafseweg, Kampweg en Zuidelijke Bergseweg.
Figuur 1: Begrenzing van het plangebied voor dit beheerplan
4/11
Het hek rond de locatie is behouden en zou ervoor moeten zorgen dat het terrein afgesloten is. Op verschillende plaatsen is het hek echter opengeknipt waardoor omwonenden het gebied gebruiken om een wandeling te maken en de hond uit te laten. Het gebied bestaat uit een brede bosstrook aan de buitenzijden van het terrein. Hier en daar zijn open plekken in deze bosstrook aanwezig, waar voorheen militaire opslag en bebouwing aanwezig was. Het middenterrein heeft een redelijk open structuur met voornamelijk berken en een groot aandeel dood hout. Door het gebied heen zijn vele takkenrillen aangelegd met materiaal uit het gebied, maar waarschijnlijk ook met tuinafval gezien de vele opslag van uitheemse struiken. In het gebied is een uitgebreide padenstructuur aanwezig, deels afkomstig van de oude wegen waarvan de verharding is verwijderd bij ontmanteling van het MOBcomplex en deels nieuwe paden gevormd door recreanten.
Onderstaande foto's geven een beeld van de houtopstanden op het MOB-complex zoals het er nu bij ligt.
Foto's van het plangebied
5/11
2. Toekomstige situatie 2.1 Toelichting voorgenomen plan In de toekomstige inrichting worden 15 bouwkavels ontwikkeld en aangrenzende tuinen vergroot. De bouwkavels liggen allen dicht bij de bebouwde kom van Mill. De kavels worden individueel ontsloten. Ook de kabels en leidingen worden per woning aangelegd. In figuur 2 wordt een tekening van de toekomstige situatie weergegeven met daarin ook de begrenzing van het plangebied waarop dit beheerplan betrekking heeft.
Figuur 2: Situatietekening toekomstige inrichting
Het voornemen is om de 15 grondgebonden woningen te realiseren vanaf eind 2021. De totale uitvoering bedraagt circa één jaar. Een aantal van de woningen wordt (gedeeltelijk) gerealiseerd op de open plekken in het bos, voor de overige woningen wordt bos gekapt.
2.2 Toekomstige waarden bosopstanden Het toekomstige overblijvende bos heeft als doel een goed functionerend droog bos met productie te zijn. In de huidige situatie kwalificeert het bos ook als droog bos met productie, maar de kwaliteit wordt ingeschat van matig tot laag. Door het uitvoeren van de maatregelen zal de natuurkwaliteit en biodiversiteit van de houtopstanden flink toenemen. Droog bos met productie kan bestaan uit meer lichtere bossen door (mengingen van) den, lariks, eik en berk en/of meer donkere bossen (door mengingen) met beuk, douglas en fijnspar. De armere delen blijven bij spontane ontwikkeling hoofdzakelijk een door dennen-, eiken en beuken gedomineerd bos. Op de wat rijkere delen leidt spontane ontwikkeling tot een bos waarin (combinaties van) beuk, douglas, lariks of spar gaan overheersen, vaak ten koste van den en eik.
6/11
Figuur 3: Weergave van de beheertype/ambitiekaart van provincie NB voor het plangebied met N16.03
Het bostype combineert productieve soorten en een substantieel aandeel kwaliteitsbomen, met mede door het beheer beïnvloede, verschillende ontwikkelingsfasen, een gevarieerde bosstructuur, menging van boomsoorten en dood hout (Bij12). In bovenstaande figuur 3 wordt een uitsnede weergegeven van de beheertypenkaart van het Natuurbeheerplan van provincie Noord-Brabant. In het Natuurbeheerplan wordt aangegeven welke natuurbeheertypen en ambitietypen gerealiseerd moeten worden binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor het plangebied is het beheertype Droog bos met productie aangewezen (N16.03). In kader 1 zijn de structuur kenmerken beschreven waaraan dit type bos dient te voldoen. Door vooral in te zetten op natuurlijke verjonging en het creëren van een diverse structuur in het bos met de bosopstanden van den, eik, beuk, douglas, lariks en spar kan een grote slag gemaakt worden in het verbeteren van de kwaliteit van het bos in het plangebied.
7/11
Kader 1: Kwaliteitsbepaling structuurkenmerken voor N16.03 (Bij12)
De kwaliteitsimpuls is uitgebreid beschreven in het rapport Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill.
8/11
3. Voorstel te nemen maatregelen Het doel van dit beheerplan is om behoud en kwaliteitsverbetering van de bestaande bosopstanden binnen het plangebied te realiseren. Daarbij is afgestemd met het bevoegd gezag van de Wet natuurbescherming (houtopstanden) dat voornamelijk wordt ingezet op het ontstaan van natuurlijke verjonging. De uit te voeren maatregelen om het doel te realiseren, worden hierna toegelicht.
3.1 Natuurlijke verjonging In het gebied vindt natuurlijke opslag van bos plaats, niet alleen in het bos zelf, maar vooral op de open plekken die zijn ontstaan door het amoveren van de bebouwing en infrastructuur van het MOBcomplex. Door deze opslag een kans te geven om te ontwikkelen, ontstaat natuurlijke verjonging van het bos. Een voorwaarde is dat voldoende zaailingen aanwezig zijn in het bos, zo niet dan is aanplant noodzakelijk (zie 3.2). Om te controleren of er voldoende zaailingen aanwezig zijn wordt na drie jaar een inventarisatie gedaan. De inventarisatie bestaat uit het controleren van de vereiste structuurkenmerken. Voor een goed functionerend droog bos met productie dienen de in kader 1 geschreven kenmerken aanwezig te zijn. Daarbij is van belang te vermelden dat er bij 40% gemengd bos maximaal 50% berkenopslag aanwezig is. De soorten die hier dan meer dan 50% moeten beslaan zijn, den, lariks, fijnspar, douglas, eik en beuk.
3.1.1 Dunnen verjonging Zodra de bosopslag de kans krijgt om te ontwikkelen, groeien open plekken dicht. Door hier en daar bomen weg te halen (ringen of kappen) na een jaar of vijf, komen er plekken waar weer licht op de bodem valt. Op deze plekken in het bos krijgen zaailingen opnieuw kans te ontwikkelen en wordt een meer gevarieerde structuur in leeftijd en soorten verkregen. Op de open plekken zorgt dunnen ervoor dat een deel van de bosopslag ontwikkelt naar grotere bomen. Daarbij is het belangrijk dat de berkenopslag niet de boventoon krijgt (meer dan 50%). Dit is een snelgroeiende soort die andere soorten gemakkelijk onderdrukt en makkelijk wegconcurreert. Het dunnen van de opslag moet plaats vinden in de periode van september tot februari, buiten het broedseizoen van vogels. Het is een cyclische maatregel die elke vijf jaar herhaald wordt. Tijdens een dunning wordt maximaal 30% van de verjonging gekapt. Let daarbij op berkenopslag, mogelijk zou deze harder aangepakt moeten worden om zo te voorkomen dat de berken gaan domineren. jan
feb
mrt
apr
mei
juni
juli
aug
sep
okt
nov
dec
Als de verjonging uit zichzelf niet goed ontwikkeld en er is binnen drie jaar geen verbetering te zien van de situatie dan is extra aanplant noodzakelijk.
3.2 Aanplant Wanneer uit de inventarisatie na 3 jaar blijkt dat geen of niet voldoende natuurlijke verjonging optreedt, dan moeten soorten aangeplant worden. Aan te planten soorten zijn o.a.: Eik (Quercus patreae) (40 %) Beuk (Fagus sylvatica) (40%) Grove den (Pinus sylvestris) (20%)
9/11
3.3 Beheer open plekken Op een aantal open plekken is het gewenst om deze vrij van bosopslag te blijven houden in het kader van de cultuurhistorie. Dit hoeft de ontwikkeling van een kwalitatief beter bos niet in de weg te staan. Door deze open plekken in de eerste jaren twee keer per jaar te maaien en de vegetatie af te voeren ontstaat een voedselarmere situatie die ruimte geeft aan kruiden- en bloemrijke graslanden. Na een aantal jaren kan de vegetatie na half juni één keer per jaar worden gemaaid en afgevoerd.
3.4 Dood hout behouden in het gebied Het dode hout wat nu aanwezig is, blijft in het gebied. Dood hout is zeer waardevol voor verschillende vogels en insecten. Het is niet noodzakelijk om dode bomen te kappen. Bij openstelling van het gebied is het echter noodzakelijk om de verantwoordelijkheid die de beheerder heeft qua veiligheid duidelijk te krijgen. In opengestelde gebieden worden vaak dode bomen met gevaar voor vallende takken of stammen gekapt/gesnoeid binnen een afstand van zes meter van het wandelpad. Ook tijdens het dunnen blijft het hout liggen of wordt het op rillen gelegd. Deze rillen zorgen voor schuilgelegenheid voor kleine zoogdieren, vogels en insecten. Belangrijk is dat geen tuinafval aan deze rillen wordt toegevoegd. Dit is in het verleden wel gebeurd en dat zorgt in sommige delen van het plangebied voor een explosieve groei van tuinplanten wat niet gewenst is.
3.5 Realisatie mantelzoom Op dit moment is er geen mantelzoom vegetatie aanwezig en zijn de bosranden van het gebied erg hard. Er zijn andere soorten nodig om een mantelzoomvegetatie te laten ontwikkelen die ervoor zorgt dat deze randen natuurlijk ontwikkelen. Deze soorten moeten worden aangeplant omdat ze niet binnen een termijn van drie jaar spontaan ontwikkelen. Aanplant wordt in het najaar van 2021 gerealiseerd op de harde overgangen van bosrand naar open plekken. De volgende soorten worden o.a. in de mantelzoom aangeplant: Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Hazelaar (Corylus avellana)
10/11
4. Conclusie Het plangebied moet ontwikkelen als een droog bos met productie waarbij de natuurkwaliteit een impuls krijgt ten opzichte van de huidige situatie. Binnen drie jaar moet deze spontane ontwikkeling afdoende zijn voor een goed functionerend droog bos met productie. In deze termijn is een inventarisatie nodig om te controleren of de zaailingen voldoende ontwikkelen. Als dit niet het geval is, is aanplant noodzakelijk van de soorten zoals geschreven in paragraaf 3.2. Wat betreft de mantelzoom vegetatie, hiervoor is direct aanplant nodig om snel een goed ontwikkelde bosrand te verkrijgen. In het najaar van 2021 worden de soorten aangeplant. .
11/11