CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Watertoets Leeuwerikstraat-Genieweg d.d. 27 okt 2020.pdf

Mill - raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: BP Mill , Leeuwerikstraat, Gruttostraat en Genieweg7.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WATERTOETS LEEUWERIKSTRAAT/GENIEWEG TE MILL

Rapportage watertoets Leeuwerikstraat/Genieweg te Mill Opdrachtgever

Werkorganisatie CGM Postbus 7 5360 AA Grave

Rapportnummer Versienummer

10780.002 D3

Status

Eindrapportage

Datum

27 oktober 2020

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

Mevr. M.G. van Meijel, BSc/Dhr. ing. R. vd Berg

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Dhr. B. Arndt, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde10780.002 onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK ............................................................................. 6 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

4

Ontwikkeling ................................................................................................................... 11 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 11 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 11

PLANUITWERKING.................................................................................................................. 12 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

7

Waterschap Aa en Maas .................................................................................................. 9 Gemeente Mill en Sint Hubert ........................................................................................ 10

TOEKOMSTIGE SITUATIE ...................................................................................................... 11 5.1 5.2 5.3

6

Uitvoering .......................................................................................................................... 6 Lokale bodemopbouw ...................................................................................................... 6 Grondwaterniveau ............................................................................................................ 6 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ....................................................................... 6 Resultaten ......................................................................................................................... 7 Beoordeling....................................................................................................................... 8

WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 9 4.1 4.2

5

Ligging planlocatie ............................................................................................................ 2 Bodemopbouw .................................................................................................................. 2 Geohydrologie .................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 3 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 4 Ontwatering en drooglegging ........................................................................................... 5 Riolering ............................................................................................................................ 5

Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 12 Hemelwaterafvoersysteem ............................................................................................. 12 Lediging .......................................................................................................................... 12 Riolering .......................................................................................................................... 13 Kwaliteit .......................................................................................................................... 13

SAMENVATTING EN CONCLUSIE ......................................................................................... 14

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4. 5. 6.

- Topografische ligging - Situering boorprofielen geohydrologisch veldonderzoek - Boorprofielen geohydrologisch veldonderzoek - Berekende k-waarden - Situatietekening “Plangebied Havikstraat-Grutostraat” - Samenvatting digitale watertoets - Resultaten digitale watertoets

10780.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Werkorganisatie CGM opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling gelegen aan de Leeuwerikstraat/Genieweg te Mill. Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te ontwikkelen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te worden genomen. Concreet betekent dit dat onder andere onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met water. Hierbij speelt vasthouden bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen.

Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Met het opstellen van de watertoets wordt beoogd dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen. Concreet betekent dit dat onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Uiteindelijk moet het resultaat zijn dat een nieuw plan/project, dan wel een wijziging hiervan, hydrologisch neutraal is, of -indien mogelijk- een verbetering met zich meebrengt. In een zogenaamde "waterparagraaf" (onderdeel toelichting bestemmingsplan) wordt daarbij met name de wijze waarop de afvoer van hemelwater van daken en verhardingen plaats zal vinden, in de toelichting van het bestemmingsplan vastgelegd. De onderhavige watertoets ligt hieraan ten grondslag. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (Waterschap Aa en Maas en de gemeente Mill en Sint Hubert).

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 1 van 14

2

LOCATIEGEGEVENS

2.1

Ligging planlocatie

De planlocatie (± 4.370 m² en 620 m²) is gelegen in de omgeving van wijkgebouw ‘De Wester’ dat is gesitueerd aan de Havikstraat 1 te Mill. De locatie is kadastraal bekend Mill en Sint Hubert, sectie F nummer 4686. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn.nl), bevindt het maaiveld zich ter plaatse van de Havikstraat-Buizerdstraat op een hoogte van circa 16,5 m +NAP. Het wegniveau loopt noordoostelijke richting af tot een hoogte van ± 15,5 m +NAP (hoek HavikstraatLeeuwerikstraat). De Bastaardstraat is gelegen op een hoogte van ± 15,0 m +NAP. De coördinaten van een centraalpunt van de planlocatie zijn X = 181.650, Y = 411.435. In figuur 1 is de ligging en begrenzing van de planlocatie weergegeven.

Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie

2.2

Bodemopbouw

De originele bodem bestaat uit een zwarte enkeerdgrond. Deze gronden zijn voornamelijk opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Beegden.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 2 van 14

2.3

Geohydrologie

Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II model van TNO. Dit model geeft op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit het model van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door respectievelijk de Formaties van Beegden en Breda. Het eerste watervoerende pakket heeft een dikte van >100 m. Tabel I.

Geohydrologie Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0-8,5

Beegden

WVP

zand

8,5- >100

Breda

WVP

zand

DKL = deklaag

2.4

WVP = watervoerend pakket

SDL = slecht doorlatende laag

Grondwater

Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grondwater van het eerste watervoerend pakket in noordoostelijke richting.

In de directe omgeving van de planlocatie zijn drie grondwaterpeilputten gelegen. De grondwaterpeilputten zijn gelegen op een diepte van maximaal 5 m -mv. In tabel II zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 3 van 14

Tabel II.

Overzicht grondwaterpeilputten TNO

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B46C0116

zuidwest

1.800 m

07-03-2016 tot 09-12-2019

14,7

15,2

B46C0492

noordwest

600 m

07-03-2016 tot 04-07-2018

14,6

15,3

B46C0493

zuidoost

1.000 m

07-03-2016 tot 04-07-2018

12,5

13,4

Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO

Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten, alsmede de grondwaterstromingsrichting, wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 14,0 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich van zuidwest naar noordoost tussen de 1,0 en 1,5 m -mv bevinden. 2.5

Oppervlaktewater

Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 4 van 14

Op basis van de leggerkaart van waterschap Aa en Maas is in de directe omgeving van de planlocatie geen oppervlaktewater gelegen. 2.6

Ontwatering en drooglegging

Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn:  Woningen met kruipruimte:  Woningen zonder kruiruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld)  Tuinen en openbare groenvoorzieningen:  Primaire wegen:  Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m -mv 0,7 m -mv

Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van 15,5 m +NAP in het zuidwestelijk deel van de planlocatie, tot circa 15,0 m +NAP in het noordoostelijke deel van de planlocatie. De GHG is ingeschat op 14 m +NAP. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Als vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken wordt door de gemeente Mill en Sint Hubert minimaal 0,15 m boven wegpeil gehanteerd. Het straatproefiel wordt bij voorkeur zodanig ingericht dat tijdelijk ‘water’ op straat kan worden geborgen. 2.7

Riolering

In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een gemengd rioolstelsel gelegen. Voor nieuwe ontwikkelingsgebieden binnen de bebouwde kom wordt een gescheiden rioolsysteem aangelegd.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 5 van 14

3 3.1

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK Uitvoering

Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering is aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten zijn op kaart vastgelegd. Op de locatieschets in bijlage 2a is de situering van de meetpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 2b). Het veldwerk is uitgevoerd op 31 oktober 2019. Met behulp van een edelmangrondboor (diameter 10 cm) zijn in totaal zes boringen geplaatst. De boringen zijn tot maximaal 3,0 m -mv doorgezet teneinde een duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen. Na het verrichten van de boringen zijn de in situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Na afloop van de werkzaamheden is het grondwaterniveau in de boorgaten gemeten. 3.2

Lokale bodemopbouw

De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak humeus, matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De ondergrond bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk grindig. Vanaf 1,8 m -mv tot maximaal 2,3 m -mv komen leemlagen voor. In de grond komen plaatselijk gleyverschijnselen voor. Ter plaatse van boring 03 is in de bovengrond (traject 0,00,7 m -mv) zwak puinhoudend. 3.3

Grondwaterniveau

Ten tijde van het doorlatendheidsonderzoek is in de boorgaten geen grondwater aangetroffen. 3.4

Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven

Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling headmethode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde over een lengte van 1 m is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver).

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 6 van 14

De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.

3.5

Resultaten

Tabel III geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven, de bodemlaag waarin een in situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel IV. Bijlage 3 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. De doorlatendheid van de aanwezige sterk zandige leemlagen is niet gemeten, omdat de doorlatendheid van dergelijke lagen bij voorbaat slecht tot zeer slecht is. Tabel III.

Overzicht k-waarde per meting

Boring

Aantal Metingen (*A)

01

3

Onderzochte bodemlaag (cm -mv)

Textuur

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

80-110

matig siltig, matig grof zand

sterk grindig en zwak gleyhoudend

3,0

goed

02

3

50-80

zwak siltig, matig grof zand

sterk grindig

6,0

goed

03

3

150-200

zwak siltig, matig grof zand

zwak gleyhoudend

1,7

goed

04

3

50-100

matig siltig, matig fijn zand

zwak grindig

5,8

goed

05

3

100-150

matig siltig, matig fijn zand

matig grindig

1,9

goed

06

3

60-110

matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand

8,0

goed

(*A)

-

De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.

Tabel IV.

Classificatie doorlatendheid

K-waarde (m/dag)

Classificatie (*A)

< 0,1

slecht doorlatend

0,1-0,5

matig doorlatend

0,5-1,0

vrij goed doorlatend

1,0-10

goed doorlatend

> 10 (*A)

Opmerkingen

zeer goed doorlatend Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 7 van 14

3.6

Beoordeling

De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem). Econsultancy acht bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschikt voor infiltratie van hemelwater. De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als goed doorlatend, waarbij k-waarden van 1,7 en 8,0 m/dag zijn gemeten. De doorlatendheid van de aanwezige sterk zandige leemlagen in de ondergrond van boring 05 (traject 2,0 tot 2,2 m -mv) en boring 06 (traject 1,8 tot 2,2 m -mv) is niet gemeten, omdat de doorlatendheid van dergelijke lagen bij voorbaat slecht tot zeer slecht is. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd wordt om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 2,0 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. Bij het maken van de keuze voor het type (infiltratie)voorziening (dimensionering) is het tevens van belang rekening te houden met de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG), het afstromend verhard oppervlak en het beleid van het bevoegd gezag.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 8 van 14

4

WATERRELEVANT BELEID

De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Aa en Maas en de gemeente Mill en Sint Hubert. 4.1

Waterschap Aa en Maas

De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. In de keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De waterschappen hebben bij de Keurregels enkele hydrologische uitgangspunten opgesteld voor het afvoeren van hemelwater. Dit verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij:    

het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; de toename van het verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06.   



Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften. De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen. De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben. Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 2.000 m2 of meer is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Bron: Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 9 van 14

4.2

Gemeente Mill en Sint Hubert

Binnen de gemeente Mill en Sint Hubert worden de volgende hoofdprincipes gehanteerd bij de verwerking van hemelwater. 









Beperken van de hoeveelheid ingezameld hemelwater: de gemeente Mill en Sint Hubert streeft naar een situatie, waarbij het hemelwater zoveel als mogelijk op een natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt in plaats van te worden afgevoerd naar het vuilwaterriool. Schone en vuile waterstromen worden gescheiden: hemelwater wordt verwerkt in de bodem of afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bij nieuwbouw worden vuil afvalwater en schoon hemelwater gescheiden afgevoerd. Ingezameld hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal en bovengronds verwerkt: bij de verwerking van hemelwater wordt gestreefd naar een robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorziening zoals een wadi of een zaksloot. De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauw/groene voorzieningen en eventuele speelvoorzieningen. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen zoals infiltratieriolen toegepast. Op locaties met gunstige bodemeigenschappen wordt hemelwater geïnfiltreerd. Daar waar hemelwaterinfiltratie minder goed mogelijk is wordt het hemelwater zo veel als mogelijk bovengronds geborgen. Afvoeren indien nodig: alleen als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, wordt het hemelwater afgevoerd.

Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren. In bebouwde kernen waar nauwelijks waterstructuren aanwezig zijn wordt het hemelwater via een aparte hemelwaterriolering afgevoerd. Voorzorgsmaatregelen tegen extreme buien: Om te voorkomen dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of -schade optreedt worden de volgende voorzorgsmaatregelen gehanteerd. Als vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken wordt minimaal 0,15 m boven wegpeil gehanteerd. Het straatprofiel wordt bij voorkeur zodanig ingericht dat tijdelijk ‘water op straat’ kan worden geborgen.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 10 van 14

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

5.1

Ontwikkeling

Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden, ten behoeve van de realisatie van 26 woningen in combinatie met de de ontsluiting en de openbare ruimte inclusief 33 parkeerplaatsen. 5.2

Verhard oppervlak

Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van de situatietekening “Plangebied Havikstraat-Grutostraat” te Mill (d.d. 30-01-2020) zoals opgenomen in bijlage 4. In tabel V staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. In het kader van de watertoets wordt 50% van het netto kaveloppervlak (perceel - woning) beschouwd als aanname voor de toekomstige omvang van de bijgebouwen en tuin/erfverharding op de woonpercelen. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 3.285 m2. Tabel V.

Gegevens toekomstig verhard oppervlak

Type verharding

Toekomstig verhard oppervlak (m²)

Dak

± 1.235

Erfverhardingen, tuinen

± 1.235*

Wegen, sluiting

paden,

parkeren

ont-

Totaal

± 815

± 3.285 * 50 % van het netto kaveloppervlak (perceel - woning)

5.3

Waterbergingsopgave

Op basis van de toekomstige verharde oppervlakte en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 200 m3 (3.285 m2 x 0,06 m).

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 11 van 14

6 6.1

PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten

Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan diverse waterbelangen raakt. Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. De samenvatting en de resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 5 en 6. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

     

100% afkoppeling van verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 3.285 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over het aantal m2. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 24 uur. Calamiteit in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG is ingeschat op 14,0 m +NAP (1,0 tot 1,5 m -mv). Rekenwaarde infiltratiecapaciteit 2,0 m/dag; Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.

6.2

Hemelwaterafvoersysteem

      

In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat worden verwerkt. Voor de verwerking van hemelwater is binnen het planvoornemen een betonnen infiltratieriool (Ø 600) voorzien. Als ondergrens voor een bergingsvoorziening wordt normaliter uitgegaan van de GHG. Deze is op basis van de beschikbare ingeschat op 14,0 m +NAP (1,0 tot 1,5 m -mv). Wanneer wordt uitgegaan van een riool met diameter 600 mm zal, uitgaande van een gronddekking van 0,8 m, de onderzijde van het riool op een diepte van 1,4 m -mv komen te liggen. De civieltechnische uitwerking van het infiltratieriool riool wordt in het verdere planproces verder vormgegeven en vastgesteld. 6.3

Lediging

Op basis van de bodemopbouw en textuur worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 12 van 14

6.4

Riolering

Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een verandering in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 18 woningen/bouwblokken worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod van circa 5,4 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Tijdens de verdere planvorming zullen de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader bepaald worden. 6.5

Kwaliteit

In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 13 van 14

7

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

De watertoets is opgesteld in het kader van een ontwikkeling aan de Leeuwerikstraat/Genieweg te Mill alsmede een bestemmingsplanwijziging. In deze notitie is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Aa en Maas en de gemeente Mill en Sint Hubert). De planlocatie (± 4.370 m² en 620 m²) is gelegen in de omgeving van wijkgebouw ‘De Wester’ dat is gesitueerd aan de Havikstraat 1 te Mill. De locatie is kadastraal bekend Mill en Sint Hubert, sectie F nummer 4686. De directe omgeving rondom deze accommodatie is onverhard. Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van 18 woningen in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte inclusief 33 parkeerplaatsen. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 3.285 m2. Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 200 m3. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat worden verwerkt.

Bij de verdere planuitwerking geldt als uitgangspunt dat (hemel)water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en op een duurzame wijze wordt verwerkt. . Voor de verwerking van hemelwater is binnen het planvoornemen een betonnen infiltratieriool (Ø 600) voorzien. De civieltechnische uitwerking van het infiltratieriool riool wordt in het verdere planproces verder vormgegeven en vastgesteld. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Het toekomstige (extra) aanbod bedraagt gebaseerd op basis van aannames en een indicatie van hoeveelheden circa 5,4 m³/dag. Tijdens de verdere planvorming zullen de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader bepaald worden. Bij nieuwbouw dienende emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater in verband met de waterkwaliteit zoveel mogelijk te worden beperkt door bij voorkeur gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.

Econsultancy Boxmeer, 27 oktober 2020

Rapport 10780.002 versie D3

Pagina 14 van 14

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2b Boorprofielen

Pagina1 van 2

Boorprofielen

Boring:

01

Boring: 0

0

gras

02 0

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

50

80

100

110 130

30 50

50 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, River Grind, fijn, sterk zandig, zwak keien, grijsbeige, River, gestaakt op grind en keien

80

100

100

150

150

gras Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, grijsbeige, River Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor

170

200

200

Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, lichtbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak gleyhoudend, geelbeige, Edelmanboor

250

250

Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor 300

300

Boring: 0

03

Boring: 0

gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

50

0

04 0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor 50

50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, Edelmanboor

70

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor 100

100 130

150

150

gras

100

130

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak wortelhoudend, lichtbeige, Edelmanboor

Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraalbeige, River, gestaakt op grind en keien

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak gleyhoudend, cremebeige, Edelmanboor

200 220 230

Grind, fijn, sterk zandig, sterk gleyhoudend, oranjebeige, River, gestaakt op grind en keien

Projectcode: 10780.002 Getekend volgens NEN 5104

Pagina2 van 2

Boorprofielen

Boring: 0

05

Boring: 0

braak

0

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

06 0

gras

20

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

40

50

60 70

50 Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, bruinbeige, River

100

100

80

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

110

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

130

150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, matig grindig, lichtbeige, River

150

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, cremebeige, Edelmanboor 200

200 220

250 270

150

180

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak gleyhoudend, lichtbeige, Edelmanboor, gestaakt i.v.m. keien

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak gleyhoudend, geelbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, geelbeige, Edelmanboor

200 Leem, sterk zandig, grijsbeige, Edelmanboor

Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbeige, Edelmanboor

60

220 230

Leem, sterk zandig, grijsbeige, Edelmanboor Grind, fijn, sterk zandig, neutraalbeige, River, gestaakt op grind en keien

Projectcode: 10780.002 Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 3

Berekende k-waarden

B01 meting 3 [0,8-1,1 m -mv]

10,0

900

850

800

750

700

650

600

550

500

450

400

350

300

250

200

150

100

50

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

625 30 10 4,5 3,0

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

B02 meting 3 [0,5-0,8 m -mv]

10,0

700

650

600

550

500

450

400

350

300

250

200

150

100

50

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

400 40 10 4,5 6,0

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

B03 meting 3 [1,5-2,0 m -mv]

10,0

1600

900 950 1000 1050 1100 1150 1200 1250 1300 1350 1400 1450 1500 1550

1,0 0 50 100 150 200 250 300 350 400 450 500 550 600 650 700 750 800 850

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

1100 30 10 4,5 1,7

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

B04 meting 3 [0,5-1,0 m -mv]

10,0

700

650

600

550

500

450

400

350

300

250

200

150

100

50

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

325 30 10 4,5 5,8

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

B05 meting 3 [1,0-1,5 m -mv]

10,0

1500

1450

1400

1350

1300

1250

1200

1150

1100

1050

950

1000

900

850

800

750

700

650

600

550

500

450

400

350

300

250

200

150

100

0

1,0 50

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

975 30 10 4,5 1,9

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

B06 meting 3 [0,6-1,0 m -mv]

10,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

350 50 10 4,5 8,0

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

500

475

450

425

400

375

350

325

300

275

250

225

200

175

150

125

100

75

50

25

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Bijlage 4 Situatietekening “Plangebied Havikstraat-Grutostraat”

"Plangebied Havikstraat-Grutostraat" te Mill WONINGEN

8

9

6

2

F 4582

F 4581 4

7

Ge nie we g

5

Kavel/ het verkochte

aat erikstr Leeuw

F 4499

F 4498

Voorlopig ontwerp

F 3727 F 3728

56

Verkaveling Havikstraat (Fase 1)

54

2

F 4497

52

3a

2/1kap RTg 5400x10170

1

F 4496

F 4477

3

3

50

Woningen - 2/1-Kap Woningen (5400)

F 3912

8W

F 4539 F 4619 rijwoning RTa 5400x 9870

F 4527

F 4185

Parkeren:

48

Pa rke erp laa tse n

17

18

F 4478

rijwoning RTa 5700x 9870

F 4186

5

615 m2

7

F 4622

13

328 m2

46

F 4432

F 2737 40t

44

F 2738

42

LEGENDA

F 4623

9

F 4204 00 1.5 00 2.0

school

00 6.0

WIJKCENTRUM

00 6.0

nieuwe buitenruimte 423m² 17 (afm. ±25x20m) 18

0. 6m

F 3013 F 3012

17

Ha vik st ra at 14 2.4 25

23

F 2999

13

Bu iz er ds 11 tra at 9

F 3001

27

F 3021

F 2970

5

Parkeren - benodigd - 6x2,1 (norm tweekappers) - 12x2 (norm rijwoningen) - 2x2 (bestaande won. Gruttostraat)

231 m2 230

6

2

182 m

286 m2 288

2.399 m2

266 m2

0 10.00

225 m2 259

8

3.2 20

7

3.2 20

F 4434

3 6.0 00

F 3024

F 4025

2

F 2323

F 3035 F 3036

F 5p3005 F3p3004

1p

F 2995

VARIANT nieuwe buitenruimte De Wester & speelruimte, tweekappers 17-18 Genieweg Schaal: 1:1000 / Datum: 30-01-2020

Parkeren:

F 3023

7

F 3002

2.434 m2

12 .0 00

4

3

0 10.00

F 3034

F 3022

6

5

m2

F 3033

8 15

5

F 3032

0. 6m

ra at

7

F 3020

17

F 3000

25

F 4558

F 3159

h=

0. 6m

4

6

F 3165

1

F 2607

8 17

19

t rikstraa Leeuwe

21

m2 14 1

st

F 3031

10

18 .0 00

h=

2.5 00

9

tto

F 3030

12

ha ag

ru

9

F 3019

F 3158

G

11

F 3018

2.5 00

2.5 00

10

F 3029

14

m2 14 1

13

F 3017

F 3006 18 20p F22p 3007 F24p 3008 16 F 3009 26p

2.5 00

11

F 3028

F 3011

13

0. 6m

15

F 3016

F 3010

at

h=

12 .0 00

ha ag

4

199 m2

12

F 3027

15

24

ra

15 5

17

11

13

19

19

F 3026

25 00 X5 00 0

26

st

F 3015 F 3014 F 3025

9

25 00 X5 00 0

3.2 20

21

14

10 .0 00

5.0 00

9.0 00

h=

tto

ha ag

2.5 00

162 m2

2.5 00

Ba st aa rd st ra at

ha ag

ru

2.5 00

2.5 00

3.220

2.5 00

26

25 00 X5 00 0

7

G

3

2.5 00

m2

6W 6W 6W + 18 W

12,6 PP 24,0 PP 4,0 PP + 40,6 PP

2.4 00

3.1 50 5.0 00

3.1 50

25

25 00 X5 00 0

5.0 00

3.2 20

2.5 00 3.1 50

2.5 00

3.7 50

221 m2

15 4

3.150

24

5

25 00 X5 00 0

Ha vik st ra at

3.1 50

5.0 00

609 m

15

171 m2

2.5 00

2

3.150

23

m2

2.000

2

2.5 00

2m

12 .0 00

1

239 m2

2.5 00

13 9

16

F 3380 25 00 X5 00 0

m2 13 9

Woningen - 2/1-Kap Woningen (6000) - Rijwoningen 5400 - Rijwoningen 5700

(afm. ±28x17m)

2.4 00

3.1 50

2.5 00

3

5.0 00

219 m2

219 m2

G EL U ID SS C H ER M

he kw er k la ag gr oe n

18 .0 00

5.0 00

22

17 8

2.5 00

15,0 PP 8,2 PP 8,0 PP + 31,2 PP

Verkaveling Gruttostraat (Fase 2)

huidige buitenruimte 423m²

2.5 00

16,8 PP 14 PP + 30,8 PP

36

0 18.00

Kadastrale grenzen

219 m2

3.1 50

21

=

F 4209

U IM TE

323 m

2.5 00

219 m2

38

B

2

2.5 00

1.755 m 1.756 m²

ac ht er tu in gr en s

Gaashekwerk 1800mm hoog

U IT m2 288 EN R

1.220 m2

SPEELPLEK

20

2

BE ST AA N D E

5.0 00

0 .00 10

19 219 m2

2.4 00

Ligusterhaag 600mm laag

C O N TO U R EN

20 3.2

40

10 .0 00

10 219 m2

"DE WESTER"

5. 00 0

20 3.2

00 1.5

221 m2

40a

t raa kst eri uawt etera rikLs we eu Le

1

F 4283

Berging

Parkeren - aanwezig - Aan straat - Eigen terrein bestaande woningen - Eigen terrein nieuwe woningen (8*1)

2

11

Entree

Parkeren - benodigd (norm 2,1) - 8 nieuwe woningen x 2,1 - Bestaande woningen

287 m2

F 4528

2/1 kap TKn 6000x 11070

F 2603

Parkeren - aanwezig -Gruttostraat -Havikstraat -Leeuwerikstraat (t.o. nrs. 1-4) - Eigen terrein (14*1+7*1,3)

12,0 PP 2,0 PP 4,0 PP 23,1 PP + 41,1 PP

Onderleggers: -Meting Havikstraat hekwerk 18-04-'19 - Matic -Meting Leeuwerikstraat_Havikstraat - Matic 23-3-'17 -Havikstraat-Buizerdstraat 25-2-'19, bron:BGT G.vd.Berg -Plannendokter 8-10-'18 -Stedenbouwkundige onderlegger WLA 24-10-'18 -Meting hekwerk Havikstraat 18-04-'19 GEZAMENLIJKE ONDERLEGGER: Gemeente Mill & van Wanrooij

Bijlage 5 Samenvatting digitale watertoets

01234 5678975959 0 0595989567759 14 122 0  111 !"#$%&&'(8969)995 *&&'&&%+&,"(- ".+&%/"%0", 1,&%23&$2"(4#%35.$&%#6 7$&&$83$053(9"2%:; '&%%3$&&$ 9523%5''"(80 3$#/"(<8=7 .&&$3(> ?'"" @"."A %(9<<88 47'&2.(9<<88 B 212C 4 2 *&&',"'""%$"(;2.."%72%$950"$ D %$&#$E"3 %(F);2//". @"."A %(9<7999 47'&2.(,"$)'2//".G#,')%. H11241211 9""A$I"$2%,"$"J"%/"E.&%,"02"/J&&$'&$"2&&.,"&&J$K  L".J","'""%$"'+&$I"$, $3$"/"".+&%I"$/ 5,"$"J"%/"E.&%,"02"/K M 2N3O2 P1 9 5/$I"$E.&%52$3.52$"%/""%2%$"%"A5%#$2"+"&%/"2%,+ ""%,"05Q2%K92"02!23 J,""%3E&J"+&%""%+"I&/2%,3$"%&'""%8A &AJEE".2%,+&%I"'".Q&$"K  R3"3E&J"+&%""%/2"#$".:2%,+&%&A+&.Q&$"EEE"+.&J$"Q&$"K  P 1 1'+&$I"$E.&%""%+"I&/2%,3$"%&'"A""%&AJEE".2%,+&%I"'".Q&$"SEE"+.&JTQ&&02!I"$EE"+.&J5999'5A'""0"/&&,$K 1 >"$"A$I"$/"05Q+&%'2%2'&&.899Q %2%,"%"%8A/"SI"T%$Q2JJ".2%,+&%""%0"/2!+"%$""2%K  R3"3E&J"+&%""%,%/Q&$"%$$"JJ2%,S2%#.532"A/&2%&,"TK  U1301 9 "Q /$2%I"$E.&%I"$I"'".Q&$"+"Q"J$K

01234667869 636796966646 867366 !"#$#!!%& '1234667869 636796966646 (6448486(6744))6(4*646 !+!,+--!.!& /1234667866789696 !"$"%& 067646346786123*446496766646(6763738*474*673 !#!+$!#$#"#$"& 4#""#$"5-$"6#%

0469 4)7467844996667446 6674 26637436376964))3436447613667:7476169 3*14486966 *4437436*2776786676 67677667:0469 4)74678449447(44 86674479)4*63;*63(67386((47 9 4674444763378(47686123*63743636(346964))3436169 3*144 8696: <%!+=<$

Bijlage 6 Resultaat digitale watertoets

01234 5678975959 0 0595989567759  012 231021122 2 !"#$#%%&'!()$*%$&#$)$)$*$(+,-!./"#0"'12-0(*%%&($3$(#!*$&+$10"$&,$-0()$(&00/"450(#00&#0"1!.)&00)3$$#$(/$(%*$&#$ *%%&)$(%3$(%("1!//$-!()46!$&%(#$&*%-)"$$(%2+%33!()*0(#$10"$&,$-0()$(#!$!(!$#$&)$*0-3$"7$"2-0(8!.()$3%$!#4 9 01:24 4 ;120 2 14 10<<1 =$%("1!//$-!()#!$(""$*%-#%$(00(7$"2&!(>!2$*0(?7@#&%-%)!+>7($'"&00-%("1!//$-$(?A6BCD4=!"1!-8$))$(E100&7$"*$&70&#$ %22$&*-0/"%$($$3"%F*$&70&#%22$&*-0/1%&#"0F)$/%22$-#*0(#$&!%-$&!()G#!$($(300"&$)$-$("$1%&#$()$(%3$(%30F+"&%3$(# 7$3$-10"$&"$*$&1$&/$(4H-)$3$$(#!$(""$1%&#$()$+"&$$F#(00&7$"*%-)$(*0(#$"&!"+?7$&)$,&'!/$(7*0+"7%'#$(7,$&)$(70F*%$&$(?4 5$&#$&#!$("*$&+($-#$10"$&0F*%$&%27$"%22$&*-0/"$10"$&+@+"$$3"$1%&#$(*%%&/%3$(4 I(#!$(#$"%$(03$*0(*$&70&#%22$&*-0/3!(#$&#0(89499935,$#&00)"/0(#$,$&)!()+%2)0*$A!(3D3$"#$&$)$-+'!"#$J$'&*0(7$" 10"$&+>7021%&#$(,$&$/$(#4=$8$,$&)!()+%2)0*$#!$("G!($$&+"$!(+"0("!$G,!(($(7$"2-0()$,!$#"$1%&#$(*$&1$&/"4H-+#$"%$(03$*0( *$&70&#%22$&*-0/%F7$"0F"$/%22$-$(%22$&*-0/3$$&,$#&00)"#0(894999357$$F"'$$(10"$&*$&)'((!()(%#!)4 K12 LML;1210 2; 011<0N 0 H--$>0"$)%&!$7H710"$&)0()$(#!$($("$1%&#$(00()$)$*$(%2#$*$&,$$-#!()4 O 

;12;123 3030 P 11N 244 <1 Q!.0--$,$+"$33!()$(!(#$2-0(&$)$-+#!$("&$/$(!()"$1%&#$()$7%'#$(3$"10"$&$(10"$&7'!+7%'#/'(#!)$*%%&8!$(!()$(4R$"7$" %2($3$(*0(10"$&$(10"$&7'!+7%'#/'(#!)$*%%&8!$(!()$(!(#$*$&+>7!--$(#$&$-$*0("$,$+"$33!()+%3+>7&!.*!()$(G/0(10"$&%20--$&-$! 30(!$&$(!($$(2-0()$,!$#1%&#$("%$)$20+"4C3#$F-$S!,!-!"$!"*0(#$"%$20++!()*0(10"$&!($$(,$+"$33!()+2-0(8%)&%%"3%)$-!./"$ 7%'#$(0#*!+$$&"7$"10"$&+>702?10"$&7$(10"$&7'!+7%'#/'(#!)$*%%&8!$(!()$(?!(#$*$&+>7!--$(#$,$+"$33!()+%3+>7&!.*!()$(%2"$ ($3$(46!$&3$$/0(%((%#!)$*$&"&0)!()*0(2&%.$>"$(1%&#$(*%%&/%3$(4R%)$-!./(%%#80/$-!./$00(*'--$(#$&'!3"$-!./$2-0(2&%>$#'&$+ 7%$*$(!33$&+(!$""$1%&#$()$*%$&#G0-+*%-#%$(#$&$/$(!()!+)$7%'#$(3$"10"$&!(7$",$+"$33!()+2-0(45%%&%*$&!)$&'!3"$-!./$ 2-0(($(#!$("$$(+%%&")$-!./$+@+"$30"!$/"$1%&#$()$*%-)#4 T N3 2L3204121 H-+-00"+"$*$&8%$/$(1!.'%3,!.#$,%'10F"$8!$(*0(7$")$,&'!/*0('!"-%)$(#$,%'130"$&!0-$(46!$&3$$1%&#$(,!.*%%&,$$-#8!(/$( /%2$&!(#0/$(G)$*$-+G)%"$($(-$!#!()$(,$#%$-#4 O 22 U%0-+7!$&,%*$(!+00()$)$*$()00(1!.)&00)3$"'!()$+2&$/4/'(">%("0>"3$"%(+%2($3$(*!010"$&"%$"+V00$(300+4(R$"*&!$(#$-!./$)&%$"GW$03X-0(0#*!$+*0(Y0"$&+>702H0$(R00+ Z 2<

=$=!)!"0-$Y0"$&"%$"+!+$$(7'-23!##$-%3!(8!>7"$-!./"$30/$(1$-/$10"$&,$-0()$(3%)$-!./+2$-$(!(7$"2-0()$,!$#450(#00&#0"#!" 0'"%30"!+>7)$)$($&$$&#$"%$"+&$+'-"00"(!$")$8!$(/0(1%&#$(0-+*$&*0()!()*0(7$"10"$&"%$"+2&%>$+%F*&!.+"$--!()*0($$($*$("'$-$ *$&)'((!()+7%F3$-#!()+2-!>7"%2,0+!+*0(#$J$'&45%%&3$$&!(F%&30"!$34,4"7$"*$&)'((!()*$&-$(!()+2&%>$+/'("'>%("0>"%2($3$( 3$"%(+Y0"$&1$"-%/$"*!0968[%F!(F%V00$(300+4(Y0"$&+>702H0$(R00++"&$$F"$&(00&%3>%&&$>"$$(0>"'$-$!(F%&30"!$!(#$8$022-!>0"!$00("$,!$#$(4H0(7$",$+>7!/,00&)$+"$-#$ /00&"!(F%&30"!$/'(($()$$(&$>7"$(1%&#$(%("-$$(#4Y0"$&+>702H0$(R00+00(*00&#")$$(00(+2&0/$-!./7$!#*%%&$(!)$*%&3*0( +>70#$(00&00(-$!#!()*0(7$")$,&'!/%F#$!(F%&30"!$#!$*!0#$8$022-!>0"!$,$+>7!/,00&1%&#")$+"$-#4

000123045365735819

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=6c4fd805-1f19-4747-9437-959bb68775d9