13-35 B6 Flora en faunaonderzoek_1.pdf
Tekst van het document
● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ● Milieutechniek ●
Hopman en Peters B.V. Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01
Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:
29 mei 2019 Ecologische quickscan P1900351 Hapsebaan 33 te Cuijk
VMV Projecten BV Dhr. H. Hazeleger Parallelweg 3 Renswoude
Geachte heer Hazeleger, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde ecologische quickscan op de locatie aan Hapsebaan 33 te Cuijk. INLEIDING Door VMV Projecten BV is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het uitvoeren van een ecologische quickscan aan de Hapsebaan 33 te Cuijk. De locatie betreft een terrein van ca. 10 hectare, zie onderstaande tabel met de kadastrale aanduidingen. Tabel 1: kadastrale percelen plangebied
Kadastrale aanduiding C2682 C3593 C2683 C2684 H3 Totaal
Oppervlakte (m²) 22.975 1297 1605 27.080 56.390 109.347 (10,9 ha)
Aanleiding In verband met de voorgenomen sloop- en herontwikkelingsplannen dient in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ecologische QuickScan te worden uitgevoerd. De ingreep bestaat uit de volgende werkzaamheden: Sloop van bestaande varkensstallen Kappen van bomenrijen binnen het gebied Realiseren van een zonnepanelenpark Achtergrond Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de (mogelijke) effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: EHS)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie (bevoegd gezag).
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 2
Doelstelling Deze briefrapportage geeft een eerste inschatting van (mogelijke) effecten op gebieden en op (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna zijn. Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische quickscan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in en in de directe omgeving van het plangebied. De quickscan betreft geen gerichte inventarisatie naar soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming in? Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? Is nader onderzoek noodzakelijk? Is ontheffing of vergunning van de Wet natuurbescherming noodzakelijk? WERKWIJZE De werkwijze is op te delen in een bureauonderzoek en een veldbezoek. Hierbij is het volgende stappenplan uitgevoerd: De ligging van het plangebied is opgezocht. M.b.v.
bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in het plangebied, en in de directe omgeving daarvan, recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse verspreidingsatlassen, NDFF en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s). Op 03-05-2019 is het plangebied bezocht door de heer A. (Armel) Brinkman. Tijdens het veldbezoek is het plangebied, en de directe omgeving daarvan, geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitats. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker, fotocamera en mobiel met NDFF-invoerportaal. Aanvullend is, in overleg met de opdrachtgever, tevens een volledig huismusonderzoek en gerichte inventarisaties naar broedvogels uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd op 03-05-2019 en 14-05-2019. Op basis van het bureauonderzoek en veldbezoek is het plangebied beoordeeld op de (mogelijke) aan- of afwezigheid van beschermde flora en fauna. Op grond van de voorgenomen ingreep is bepaald: o Welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (potentieel) aanwezig beschermde natuurwaarden; o Of negatieve effecten op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nader onderzoek noodzakelijk is; o Of ontheffing en/of vergunning aangevraagd dient te worden.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 3
PLANGEBIED Het plangebied omslaat vijf kadastrale percelen. De oppervlakte van deze percelen tezamen is ca. 10,9 hectare, zie onderstaande figuur. Het plangebied is rood omlijnd. In bijlage 1 is een overzichtskaart opgenomen. Figuur 1: overzicht plangebied
Het plangebied is gelegen in gemeente Vianen, provincie Noord-Brabant. Het betreft een terrein met verschillende gebiedskenmerken, deze gebiedskenmerken zijn opgedeeld in aparte deellocaties: A. Varkenstallen (zowel in gebruik zijn als voormalige stallen) B. Schuren/ loods C. Bomenrijen D. Weiland/grasveld A. Varkenstallen De varkenstallen welke reeds in gebruik zijn, bevinden zich in noordwestelijk en zuidoostelijk hoek binnen het gebied. In totaal zijn ca. 20 stallen reeds in gebruik. De overige stallen, drie in totaal, zijn op dit moment niet meer in gebruik. Alle stallen hebben daken met (asbesthoudende) golfplaten. Bij de stallen in de zuidoostelijke hoek bevinden zich ruimtes tussen de golfplaten en de betonnen/bakstenen muren. Ter plaatse van de stallen in noordwestelijke hoek zijn deze ruimtes niet waargenomen. Binnen perceel C2684 staat een enkele voormalige stal waarvan het dak deels is vervallen.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 4
B. Schuren /loods In de zuidwestelijke hoek staan twee schuren en een loods waarin materiaal (pallets, hooi, planken etc.) en voertuigen zijn opgeslagen. Deze schuren bevatten tevens daken met (asbesthoudende) golfplaten. De loods bestaat uit een stalen constructie zonder ruimtes tussen de muur en het dak. Een schuur heeft dezelfde constructie als de stallen (betonnen muur en golfplaten). Op de nok van het dak bevindt zich een gat welke voldoende ruimte kan bieden voor een nestlocatie. C. Bomenrijen Binnen het plangebied staat een aantal bomenrijen. Enkele bomenrijen betreffen tevens de begrenzing van het plangebied. Daarnaast bevinden zich twee bomenrijen in het midden die de puinpaden van noordwestelijke naar zuidoostelijke richting volgen. Ter plaatse van de schuren (locatie B) bevindt zich een kleine bosschage bestaande uit enkel naaldbomen (Pinus spec.). De bomenrijen in het midden van en rondom het gebied bestaan over het algemeen uit gewone esdoorn (Acer Pseudoplatanus), zomereik (Quercus robur), berk (Betula spec.), beuk (Fagus sylvatica) en wilg (Salix spec.). Enkele bomen hebben (zeer oppervlakkige) holtes en nauwelijks tot geen gescheurde bast. Er zijn in totaal twee kraaiennesten waargenomen, één t.p.v. de noordelijke bomenrij en één in de bosschage. D.
Weiland/grasveld Tussen de bomenrijen, schuren en (puin-)paden bevinden zich verschillende grasvelden waarop voornamelijk de meest algemeen voorkomende grassoorten groeien. Daarnaast zijn verspreid over het gebied paardenbloem, hondsdraf, riet en klaver waargenomen. In het zuiden van het terrein, tussen de stallen en schuur in bevindt zich een omheind grasveld waarop enkele damherten aanwezig zijn. Binnen het plangebied is geen water in de vorm van sloten of beken aangetroffen. In bijlage 2 zijn foto’s van het plangebied opgenomen. BUREAUONDERZOEK Met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een lijst gemaakt van beschermde soorten die (mogelijk) aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. Voor zover bekend zijn andere bronnen afwezig. In onderstaande tabel is weergegeven welke beschermde soorten en functies (zoals nesten en verblijfplaatsen) in en rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn o.b.v. bekend zijnde verspreidingsatlassen. Tabel 2: resultaten bureauonderzoek. Bron: NDFF, 2019
Soort Gierzwaluw Huismus Akkerdoornzaad Glad biggenkruid Grote leeuwenklauw Korensla Stijve wolfsmelk Wilde ridderspoor Bruine eikenpage Bever Grote weerschijnvlinder Sleedoornpage Das Eekhoorn
Beschermingsregime Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten Habitatrichtlijn Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten Andere Soorten
Mogelijke functie Nestlocatie Nestlocatie Groeiplaats Groeiplaats Groeiplaats Groeiplaats Groeiplaats Groeiplaats Functioneel leefgebied Functioneel leefgebied Functioneel leefgebied Functioneel leefgebied Functioneel leefgebied Functioneel leefgebied Nestlocatie
Afstand (km) 0-1 0-1 5-10 1-5 0-1 1-5 1-5 1-5 1-5 0-1 1-5 1-5 0-1 0-1
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 5
Kamsalamander Grote gele kwikstaart Gladde slang Roek Gewone dwergvleermuis
Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn
Gewone grootoorvleermuis
Habitatrichtlijn
Franjestaart
Habitatrichtlijn
Laatvlieger
Habitatrichtlijn
Ruige dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Kleine dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Watervleermuis
Habitatrichtlijn
Havik Boomvalk Bosuil Buizerd Ransuil Sperwer Rosse vleermuis
Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn
Functioneel leefgebied Nestlocatie Functioneel leefgebied Nestlocatie Zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats in gebouw en/of boom Vliegroute en foerageergebied Zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats in gebouw en/of boom Vliegroute en foerageergebied Zomer- en/of kraamverblijfplaats in gebouw en/of boom Vliegroute en foerageergebied Zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats in gebouw Vliegroute en foerageergebied Zomer-, paar- en/of winterverblijfplaats in gebouw en/of boom Vliegroute en foerageergebied Zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats in gebouw en/of boom Vliegroute en foerageergebied Zomer-, kraam- en/of winterverblijfplaats in boom Vliegroute en foerageergebied Nestlocatie Nestlocatie Nestlocatie Nestlocatie Nestlocatie Nestlocatie Zomer-, paar- en/of winterverblijfplaats in gebouw en/of boom Vliegroute en foerageergebied
0-1 0-1 1-5 0-1 0-1 0-1 0-1 0-1 0-1 0-1 0-1 1-5 1-5 1-5 0-1 0-1 1-5 0-1
RESULTATEN ECOLOGISCHE QUICKSCAN Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Oeffelter Meent’. Dit Natura 2000gebied ligt op ca. 5 km afstand ten oosten van het plangebied. Het plangebied grenst aan de oostzijde tegen NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland) aan. Het Natuurnetwerk Nederland is opgenomen in de interactieve kaart van het Natuurbeheerplan (2016) van provincie Noord-Brabant. Beschermde soorten De resultaten van het bureauonderzoek en veldbezoek zijn opgenomen in onderstaande tabel. Per soortgroep is aangegeven welke beschermde soorten en functies (mogelijk) aanwezig zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan. Deze gegevens zullen vervolgens kort per soortgroep besproken worden. Ook zal worden beschreven welke soorten uit tabel 2 uitgesloten kunnen worden.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 6
Tabel 3: resultaten ecologische QuickScan. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de soortgroepen en is per soort weergegeven welke functies mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied.
Soortgroep
Broedvogels
(Mogelijk) aanwezige soorten Huismus Spreeuw Boerenzwaluw Kerkuil Ransuil Gewone/ kleine dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis
Vleermuizen
Franjestaart Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Rosse vleermuis
Potentieel aanwezige functie(s)1 Nestgelegenheid in gebouw Foerageergebied Nestgelegenheid in gebouw Nestgelegenheid in gebouw Foerageergebied Nestgelegenheid in gebouw Nestgelegenheid in boom Foerageergebied Zomer/kraamverblijfplaats in gebouw Vliegroute en foerageergebied Zomer/kraamverblijfplaats in gebouw Vliegroute en foerageergebied Vliegroute en foerageergebied Zomer/kraamverblijfplaats in gebouw Vliegroute en foerageergebied Zomerverblijfplaats Vliegroute en foerageergebied Vliegroute en foerageergebied Vliegroute en foerageergebied
Beschermingsregime2 + mate van bescherming3 Vogelrichtlijn Categorie 2 Vogelrichtlijn Categorie 5 Vogelrichtlijn Categorie 5 Vogelrichtlijn Categorie 3 Vogelrichtlijn Categorie 4 Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn Habitatrichtlijn
1Groei-/verblijfplaats, foerageergebied, vliegroute, roestplaats (uilen) 1Bij vleermuizen:
Zomer-, Kraam-, Paar-, Winterverblijf
3Bij broedvogels:
Categorie 1-4 (Jaarronde bescherming van nesten) Categorie 5 (Nesten alleen beschermd in broedseizoen, wel gewenst geïnventariseerd te worden)
2Habitatrichtlijnsoorten, Vogelrichtlijnsoorten, Andere Soorten
Bespreking per soortgroep Broedvogels In het plangebied zijn ter plaatse van de zuidelijke stallen broedende spreeuwen (Sturnus vulgaris) en boerenzwaluwen (Hirundo rustica) waargenomen. De spreeuwen broeden in de ruimtes tussen de golfplaten en de gevels. De boerenzwaluwen broeden inpandig, nabij open/kapotte deuren en ramen. De nestlocaties van deze soorten zijn ingetekend op de kaart in bijlage 1. Er is tevens een broedlocatie van een kerkuil (Tyto alba) aangetroffen t.p.v. de alleenstaande stal in perceel C2684. Hierbij is de kerkuil zelf (vliegend) en braakballen waargenomen. Meer hierover wordt beschreven in het aanvullend broedvogelonderzoek. Huismussen en gierzwaluwen zijn niet broedend waargenomen in het plangebied. In verband met het gebrek aan geschikte verblijfsmogelijkheden wordt de gierzwaluw tevens niet verwacht. De huismus is wel foeragerend en roepend waargenomen. Door middel van gericht onderzoek is gebleken dat deze huismussen buiten het plangebied broeden, namelijk t.p.v. Kalkhofseweg 34A en de Graafseweg 4. Meer hierover in het aanvullend huismusonderzoek. De ransuil (Asio otus) is niet met zekerheid uit te sluiten. Op basis van de aanwezige ecotopen (bomen, bosschages) en zintuigelijke waarnemingen (roep, ontlastingssporen) kan deze soort mogelijk verblijven en/of foerageren binnen het plangebied.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 7
De volgende vogelsoorten zijn niet waargenomen, of op basis van gebrek aan geschikt broed- en verblijfsmogelijkheden, niet te verwachten: grote gele kwikstaart, roek, havik, boomvalk, bosuil en sperwer. De buizerd is wel overvliegend waargenomen, maar broedt op ten minste 200 meter ten noorden buiten het plangebied. In het plangebied zijn geen buizerdnesten of broedende nesten waargenomen. Vleermuizen De aanwezige stallen en schuren zijn zowel uit- als inpandig gecontroleerd op mogelijkheden t.b.v. zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaatsen voor de eerder genoemde vleermuissoorten. De stallen zijn aan de binnenkant zodanig geïsoleerd dat deze geen ruimte kunnen bieden voor vleermuisverblijfplaatsen. Er zijn geen invliegopeningen waargenomen, daarnaast zijn alle stallen voorzien van dubbele deuren waardoor de kans zeer klein is dat vleermuizen/andere soorten zich inpandig zullen vestigen. Aan de buitenzijde van de zuidelijke stallen zijn op enkele plekken boeiboorden met betimmering aanwezig. Ditzelfde geldt voor de enkele stal op perceel C2684. Gezien de omvang van de aanwezige invliegmogelijkheden wordt verwacht dat er enkel zomer- en/of kraamverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. Daar waar zich ruimtes onder de golfplaten bevinden zijn reeds in gebruik door spreeuwen, de kans is klein dat deze plekken door vleermuizen in gebruik genomen worden.
In de noordoostelijke stallen zijn deze verblijfsmogelijkheden niet aanwezig. Alle aanwezige bomenrijen en bosschages binnen en buiten het gebied zijn potentiële (essentiële) vliegroutes en/of foerageergebieden voor vleermuizen. Gezien de bomen geen of zeer oppervlakkige gaten en scheuren in de basten hebben, wordt niet verwacht dat deze bomen als verblijfplaatsen zullen functioneren. Overige zoogdieren Op basis van de afwezigheid van geschikt habitat zijn de volgende soorten niet waargenomen of te verwachten: bever, das en eekhoorn. Er zijn geen verblijfplaatsen of nesten van deze soorten aangetroffen. Er zijn tevens geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) deze soorten. Vaatplanten Op basis van de NDFF kunnen zes beschermde vaatplantsoorten voorkomen binnen of rondom het plangebied: akkerdoornzaad, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw, korensla, stijve wolfsmelk en wilde ridderspoor. Deze soorten zijn niet waargenomen binnen het plangebied en redelijkerwijs uit te sluiten. Overige beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Vissen, amfibieën en reptielen Binnen het plangebied zijn geen poelen, plassen of sloten aanwezig. Soorten die afhankelijk zijn van wateren, waaronder beschermde vissen en amfibieën, zijn daardoor redelijkerwijs uit te sluiten.
Op basis hiervan wordt de kamsalamander niet in het plangebied verwacht. Daarnaast bevindt het leefgebied van de gladde slang zich ruim buiten het plangebied. Andere beschermde reptielen zijn niet waargenomen of te verwachten en kunnen redelijkerwijs uitgesloten worden. Insecten Op basis van de verspreidingsatlassen van de Vlinderstichting (2019) zijn de beschermde vlindersoorten bruine eikenpage, grote weerschijnvlinder en sleedoornpage niet binnen het plangebied
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 8
aanwezig. Daarnaast zijn deze, of andere beschermde vlindersoorten niet waargenomen. Op basis hiervan kunnen deze soorten redelijkerwijs uitgesloten worden. RESULTATEN HUISMUS- EN BROEDVOGELONDERZOEK Zoals eerder vermeld is aansluitend op de ecologische quickscan een volledig huismussenonderzoek n inventarisatie naar broedvogels uitgevoerd. Zie onderstaande tabel voor een overzicht. Tabel 4: algemene gegevens huismussen- en broedvogelonderzoek
Datum 03-05-2019 14-05-2019
Tijd 17:30-20:00 06:00-09:00
Temperatuur 12⁰C 13⁰C
Weersomstandigheden Motregen, licht bewolkt Droog, zonnig
De soortgerichte veldinventarisaties naar huismussen en andere broedvogels zijn zowel 2 uur voor zonsondergang als 2 uur na zonsopkomst uitgevoerd conform Kennisdocument Huismus (2017) paragraaf 2.2.2. Hierbij zijn 2 gerichte inventarisaties verricht in de periode april t/m 15 mei. In verband met het wettelijke onderzoekstermijn is tijdens de quickscan de eerste ronde uitgevoerd, en de tweede ronde ten minste 10 dagen later op 14 mei uitgevoerd. Huismus In beide rondes zijn huismussen foeragerend en roepend waargenomen aan de zuidelijke grens van het plangebied. Tijdens de eerste ronde zijn ca. 5 huismussen (zowel mannelijk als vrouwelijk) waargenomen in de bomen en struiken in de zuidoostelijke hoek. Tijdens de tweede ronde zijn ca. 10 huismussen (zowel mannelijk als vrouwelijk) waargenomen in de bomen en struiken in zuidoostelijke en zuidwestelijke hoek. Er is echter geen nestindicerend gedrag waargenomen, zoals invliegen in aanwezige openingen van de gebouwen of vliegen met nestmateriaal. Om een volledig beeld te krijgen van waar de aanwezige huismussen kunnen broeden, is tevens een omgevingscheck uitgevoerd. Hierbij is duidelijk geworden dat de boerderij ten oosten van het plangebied, t.p.v. Graafseweg 4, wél als broedlocatie gebruikt wordt. Ditzelfde geldt tevens voor het pand dat direct aan de zuidwestelijke hoek grenst, t.p.v. Kalkhofseweg 34a.
Tijdens de inventarisaties zijn tevens andere broedvogels meegenomen en broedend waargenomen, namelijk boerenzwaluw, spreeuw en kerkuil. Daarnaast kan op basis van de op dit moment bekende gegevens, de aanwezigheid van ransuil niet met zekerheid uitgesloten worden. Boerenzwaluw en spreeuw Zoals reeds is beschreven, is op meerdere locaties t.p.v. de zuidelijke stallen nestlocaties van boerenzwaluw en spreeuw aangetroffen. Deze nestlocaties zijn op een kaart weergegeven, zie bijlage 1 . Tijdens de inventarisaties zijn 2 broedlocaties van boerenzwaluwen waargenomen. Per locatie zijn ca. 3 nesten aanwezig. De nesten bevinden zich aan de binnenkant van de stallen, op plekken waar invliegmogelijkheden aanwezig zijn (openstaande of missende deuren, gaten in ramen etc.). Foto’s van deze nesten zijn opgenomen in bijlage 2. De spreeuwen broeden op verschillende plekken onder de golfplaten van de stallen. De nesten zelf zijn niet zichtbaar, maar er zijn wel roepende jongen en in- en uitvliegende spreeuwen waargenomen. Kerkuil Tijdens de tweede veldinventarisatie is t.p.v. de voormalige stal op perceel C2684 een kerkuil uitvliegend waargenomen. De kerkuil vloog richting het oosten naar de bomenrij toe. In de stal zelf is t.p.v. de ingang (zuidelijk) veren, poepsporen en meer dan 20 braakballen aangetroffen op de grond.
Boven het plafond is een loze ruimte waarin de kerkuil zich kan nestelen. Er is geen nest, of eieren
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 9
aangetroffen, maar gezien de aangetroffen gebruikssporen wordt wel verwacht dat deze locatie als zodoende functioneert. Om hier zeker van te zijn dient reeds een nader onderzoek uitgevoerd te worden. GEPLANDE INGREEP Het gehele plangebied wordt herontwikkeld, hierbij dienen de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: Slopen bestaande varkenstallen en schuren Kappen bomenrijen en bosschage Verwijderen puin-, klinker- en asfaltpaden Bouwrijp maken gebied Realiseren van een zonnepanelenpark TOETSING EN EFFECTBEOORDELING Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het plangebied ligt op ca. 5 km afstand van Natura 2000-gebied ‘Oeffelter Meent’. Er zijn wel menselijke invloeden aanwezig in de vorm van woonwijken, agrarisch gebied en wegen tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Hierdoor zijn negatieve effecten op dit gebied, zoals geluids- en visuele verstoringen t.g.v. de werkzaamheden, uit te sluiten. Overtreding van de Wet natuurbescherming t.a.v. Natura 2000 is niet aan de orde Het plangebied ligt wel tegen NNN- gebied (Natuurnetwerk Nederland) aan. Op basis van het natuurbeheerplan van provincie Noord-Brabant vallen de bomenrijen ten oosten van het plangebied onder dit natuurnetwerk. Deze bomenrijen vallen binnen aparte kadastrale percelen en vallen dus wel buiten het plangebied.
Zolang de bomen buiten het plangebied niet gekapt zullen worden is een overtreding van de Wet natuurbescherming t.a.v. NNN niet aan de orde. Daarnaast dient wel uit voorzorg, in kader van de Zorgplicht (Wnb art. 1.11), eventuele licht- en geluidsverstoringen beperkt te worden. Dit kan gerealiseerd worden door werklampen niet richting het NNN-gebied te schijnen, tijdelijke schermen te plaatsen en buiten het broedseizoen te werken. Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn huismussen, spreeuwen, boerenzwaluwen en een kerkuil waargenomen. Op basis van een reeds uitgevoerd huismusonderzoek kan gesteld worden dat deze soort niet binnen het plangebied broedt, maar erbuiten. Wel wordt gebruik gemaakt van de omringende bomenrijen en struiken t.b.v. foerageergebied. De boerenzwaluw, spreeuw en kerkuil broeden daarentegen wel binnen het plangebied. Daarnaast kan de ransuil niet met zekerheid uitgesloten worden. Deze broedvogels vallen onder verschillende categorieën welke betrekking hebben op de mate van bescherming van de nesten. Kerkuil (categorie 2): nesten van vogels die elk jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Ransuil (categorie 3): vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen.
Boerenzwaluw en spreeuw (categorie 5): nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst en geldt nog steeds de Zorgplicht. Andere onder dit beschermingsregime vallende soorten zijn niet aangetroffen of te verwachten.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 10
Op basis hiervan kan de ingreep leiden tot overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 Wet natuurbescherming (Wnb). Voor de vogelsoorten met nesten die niet jaarrond beschermd zijn, leidt de ingreep niet tot overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 Wnb, mits buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Daarnaast wordt, in kader van de Zorgplicht wel aanbevolen om mitigatie- en/of compensatiemaatregelen te treffen voor deze soorten. Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten De ruimtelijke structuren binnen het plangebied, met name de bomenrijen en boeiboorden t.p.v. de zuidelijke stallen, bieden foerageer-, vlieg- en verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen. Op basis van het vooronderzoek en het veldonderzoek kunnen de volgende vleermuissoorten verwacht worden/ niet uit te sluiten: Gewone en kleine dwergvleermuis: zomer/kraamverblijf + vliegroute en foerageergebied Gewone grootoorvleermuis: zomer/kraamverblijf + vliegroute en foerageergebied Franjestaart: vliegroute en foerageergebied Laatvlieger: zomer/kraamverblijf + vliegroute en foerageergebied Ruige dwergvleermuis: vliegroute en foerageergebied Watervleermuis: vliegroute en foerageergebied Rosse vleermuis: vliegroute en foerageergebied Andere onder dit beschermingsregime vallende soorten zijn niet waargenomen of te verwachten.
Op basis hiervan kan de ingreep mogelijk leiden tot overtreding van artikel 3.5, lid 2 en 4 Wnb. Er dient reeds bepaald te worden of er verblijfplaatsen t.p.v. de stallen aanwezig zijn en of er sprake is van essentiële vliegroutes en/of foerageergebieden. Beschermingsregime Andere Soorten Binnen het plangebied zijn geen onder dit beschermingsregime vallende soorten waargenomen of te verwachten. Er zijn geen sporen, verblijven/nesten of groeiplaatsen van de in tabel 2 genoemde soorten aangetroffen of te verwachten. De voorgenomen werkzaamheden zijn onzes inziens niet in overtreding met artikel 3.10 Wnb. CONCLUSIES EN ADVIES Conclusies De geplande ingreep leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming t.a.v. Natura 2000. Ditzelfde geldt ook voor het NNN (Natuurnetwerk Nederland), mits voldaan wordt aan de Zorgplicht (art. 1.11) In het plangebied zijn de volgende vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn waargenomen of te verwachten: huismus, kerkuil en ransuil. De kerkuil is reeds waargenomen t.p.v. de voormalige stal op perceel C2684. De ransuil kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Naast jaarrond beschermde vogelsoorten zijn tevens boerenzwaluw en spreeuw broedend waargenomen. De geplande ingreep kan hierdoor leiden tot overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 Wnb. Er is reeds een volledig huismusonderzoek uitgevoerd.
Hierbij zijn geen broedlocaties van deze soort aangetroffen binnen het plangebied. Wel wordt gebruik gemaakt van de bomenrijen en struiken t.b.v. foerageren. Broedlocaties van huismussen zijn wel buiten het plangebied aanwezig, t.p.v. Kalkhofseweg 34a en Graafseweg 4. Voor de huismus geldt geen overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 Wnb.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 11
Binnen het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen, vliegroutes en/of foerageergebieden aanwezig voor acht soorten vleermuizen. De geplande ingreep kan hierdoor leiden tot overtreding van artikel 3.5, lid 2 en 4 Wnb. In het plangebied zijn geen soorten waargenomen of te verwachten die onder beschermingsregime Andere soorten vallen. Advies Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de volgende soorten: o Kerkuil o Ransuil o Vleermuizen Hierbij dient bepaald te worden of bovengenoemde soort(groepen) daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn en van welke functies gebruik gemaakt wordt. Nadat deze informatie bekend is kunnen vervolgstappen noodzakelijk zijn, waaronder het opstellen van mitigatie- of compensatiemaatregelen, ecologisch werkprotocol en aanvragen ontheffing Wet natuurbescherming. Het kerkuilenonderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode van 1 februari tot en met 31 augustus, waarbij in totaal 3 veldbezoeken worden uitgevoerd (conform Kennisdocument Kerkuil, 2017). Voor de ransuil is geen specifiek onderzoeksprotocol/kennisdocument opgesteld. Gelet op de broedperiode van deze soort (half maart – begin augustus) zal het onderzoek gecombineerd met het kerkuilenonderzoek uitgevoerd worden. Het vleermuisonderzoek wordt uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 (afkomstig van Netwerk Groene Bureaus).
Dit onderzoek zal zich richten op de mogelijke aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van 8 vleermuissoorten. Hiervoor dienen ten minste 2 avondbezoeken en 1 ochtendbezoek te worden uitgevoerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een tussenperiode van minimaal 30 dagen tussen elk bezoek. Zie hieronder voor een overzicht van wanneer de onderzoeken uitgevoerd kunnen worden. Tabel 5: Programma vleermuis- en uilenonderzoek
Activiteit Veldonderzoek kraam- en zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden: Gewone/ kleine dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Veldonderzoek vliegroutes en foerageergebieden: Franjestaart Watervleermuis Rosse vleermuis Veldonderzoek nest kerkuil
Periode 15 mei – 15 augustus 2019
Veldonderzoek nest ransuil
1 februari – 15 oktober 2019
Opmerkingen 2x2 uur, waarvan 1 ochtendronde, en 1x2 uur in de kraamperiode (max 15 juli). 30 dagen tussen elk bezoek. Voor ruige dwergvleermuis wordt geen kraamverblijf verwacht.*
15 april – 1 oktober 2019
2x2 uur, waarvan 1x in de kraamperiode Gecombineerd met onderzoek naar verblijfplaatsen
1 februari – 15 oktober 2019
3 veldbezoeken tot middennacht, waarvan ten minste 1x vanaf 15 juni. Bij voorkeur ook overdag op zoek naar gebruikssporen (braakballen, veren, ontlasting) Idem als bij kerkuil
*Kraamverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuizen zijn tot op heden enkel lokaal in Noord-Holland aangetroffen.
P1900351 29 mei 2019
Ecologische QuickScan Hapsebaan 33 te Cuijk 12
Voor de mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die tijdens het broedseizoen uitgevoerd worden, kunnen leiden tot het verlaten van de nesten met eieren of jongen en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten grofweg van 15 maart tot 15 juli, met uitloop tot 1 augustus. Voor vleermuizen geldt dat deze gedurende het jaar gebruik maken van verschillende typen verblijfplaatsen op verschillende locaties. Zie onderstaande tabel voor een overzicht. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Voor alle soorten geldt de algemene zorgplicht (art. 1.11 Wnb). Dit houdt in dat de werkzaamheden zo worden uitgevoerd dat planten en dieren zo min mogelijk worden verstoord. Daarbij geldt ook dat mogelijke verstoring beperkt dient te blijven tot het plangebied. Tabel 6: Overzicht kwetsbare perioden broedvogels en vleermuizen
Broedvogels Vleermuizen Zomerverblijfplaats Kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats Winterverblijfplaats
apr
mei
jun
2019 jul aug
sep
okt
nov
dec
2020 jan feb
mrt
Niet-kwetsbare periode Maximale uitloop broedperiode Broedperiode
Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende. Met vriendelijke groet, Hopman en Peters Auteur: A. (Armel) Brinkman Gecontroleerd door: J. (Jasper) Smits BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
KAARTEN FOTO’S VOGELSOORTEN MET JAARRROND BESCHERMDE NESTEN VRIJSTELLING PER PROVINCIE WET- EN REGELGEVING
BIJLAGE 1 KAARTEN
0 1:2.000
50
100
150
200 m
Overzichtskaart Hapsebaan 33 te Cuijk Projectnummer: P1900351 Opdrachtgever: VMV Projecten BV Plangebied:
A. Varkensstallen
B. Schuren/loods
C. Bomenrijen
D. Weiland/grasveld
! "#" $" %!
Broedlocatie huismus Broedlocatie boerenzwaluw Broedlocatie spreeuw Broedlocatie kerkuil (mogelijk)
! "#" $" %!
Potentiële vliegroute vleermuizen
Potentiële verblijfsplaats vleermuizen
! "#" $" %!
BIJLAGE 2
FOTO’S
BIJLAGE 3 VOGELSOORTEN MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla
Categorie 1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst
Soort Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
Categorie 5 5 5 5
Uitleg categorie
BIJLAGE 3 VRIJSTELLING PER PROVINCIE De volgende soorten zijn voor alle provincies vrijgesteld: Zoogdieren:
Aardmuis Microtus agretis Bosmuis Apodemus sylvaticus Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europaeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula
Konijn Oryctolagus cuniculus Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Amfibieën en reptielen:
Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Triturus vulgaris Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta)
De volgende soorten zijn in de provincies Noord-Brabant en Noord-Holland niet vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: Bunzing Mustela putorius Hermelijn Mustela erminea Wezel Mustela nivalis De volgende soorten zijn in de provincie Zuid-Holland niet vrijgesteld van de Wet Natuurbescherming: Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus De volgende soorten zijn in Limburg alleen in vaste perioden vrijgesteld:
Eekhoorn Sciurus vulgaris: Hazelworm Anguis fragilis: Levendbarende hagedis Zootoca vivipara: Molmuis Arvicola scherman: Steenmarter Martes foina:
maart - april en juli - november juli - september 15 augustus - 15 oktober jaarrond 15 augustus – februari
De volgende soort is alleen in de provincie Noord-Brabant vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: Wild zwijn Sus scrofa
BIJLAGE 4 WET- EN REGELGEVING WET NATUURBESCHERMING Sinds 1 januari 2017 is in Nederland de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet omvat zowel soort- als gebiedsbescherming en vervangt hiermee de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 2.7, lid 2 Wet natuurbescherming: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1.
de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of
2.
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als de provincie (Bevoegd Gezag) waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten, Andere soorten (nationale soorten). Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.
Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: artikel 3.1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Habitatrichtlijnsoorten: artikel 3.5 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten: artikel 3.10, lid 1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie (Bevoegd gezag) waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: Geen andere bevredigende oplossing bestaat, Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (art. 3.3, lid 4b, art. 3.8, lid 5b en art. 3.10, lid 2).
Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb.
Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.