13-09 Cuijk Deel 2 - Kadernota en beleidsregels_1.pdf
Tekst van het document
HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN Deel 2 KADERNOTA & BELEIDSREGELS Dit document beschrijft de kaders en beleidsregels voor het reguleren van verkamering van woningen, het paraplu bestemmingsplan en het verminderen van de overlast bij huisvesting arbeidsmigranten.
KADERNOTA EN BELEIDSREGELS HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN Beleid samenwerkende gemeenten Boxmeer
Cuijk Grave Mill en Sint Hubert Sint Anthonis
Land van Cuijk i.o. + Grave Oktober 2020
Pagina 2 van 38
Pagina 3 van 38
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................................ 4
2.
Doel kadernota ................................................................................................................................. 5
3.
De problematiek met betrekking tot huisvesting arbeidsmigranten .................................................... 6
4.
Belanghebbenden en hun kenmerken ................................................................................................ 8 4.1
Arbeidsmigranten ................................................................................................................................. 8
4.2
Werkgevers en huisvesters ................................................................................................................... 8
4.3
Huisvesters ............................................................................................................................................ 9
4.4
Omwonenden ....................................................................................................................................... 9
4.5
Gemeente ........................................................................................................................................... 10
5.
Wettelijke kaders en bestaand beleid .............................................................................................. 10
6.
Beleidskeuzes van de gemeente....................................................................................................... 11 6.1
Buitengebied/bebouwde kom ............................................................................................................ 11
6.2
Spreiding van de huisvesting ............................................................................................................. 11
6.3
Huisvestingseisen en prestatiecontract .............................................................................................. 11
6.4
Overgangsrecht .................................................................................................................................. 12
6.5
Tegengaan overlast ............................................................................................................................ 12
6.6
Acceptatie en begrip ........................................................................................................................... 12
6.7
Leefbaarheidstoets voorafgaand aan vergunningverlening............................................................... 12
Bijlage 1 – Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets .............................................................................. 13 Bijlage 2 – Wettelijke bepalingen ............................................................................................................ 14 Bijlage 3 – Beleidsregels, uitgangspunten en huisvestingseisen ................................................................ 18 Bijlage 4 – CONCEPT Paraplubestemmingsplan ‘Omzetten woningen’ ...................................................... 22
Pagina 4 van 38
1. Inleiding Steeds vaker wordt een tijdelijk beroep gedaan op arbeidskrachten uit voornamelijk Midden- en Oost Europa. De inschatting is dat veel van deze arbeidsmigranten binnen Het Land van Cuijk verblijven. Het is bekend dat zij niet zelden worden uitgebuit en/of huisvesting krijgen in slechte of zelfs gevaarlijke panden. Bij controles in de gemeente Cuijk is dat in sommige gevallen ook gebleken. De gevolgen zijn dat er onveilige situaties bestaan, verrommeling van de woonomgeving optreedt en dat er op sommige plaatsen sprake is van (soms aanzienlijke) overlast. Het aantal klachten en meldingen daarvan neemt dan ook toe. Omwonenden ondervinden overlast door extra geparkeerde auto’s, geluidsoverlast in combinatie met (overmatig) alcohol gebruik, het werken in ploegendiensten (ander dag-nachtritme), verkeerd aanbieden van huisvuil en het verminderen van de sociale cohesie in de buurt. Aan de andere kant is de behoefte aan arbeidsmigranten voor de Nederlandse economie erg hoog. De inzetbaarheid van deze arbeidsmigranten wordt echter beperkt door het ontbreken van adequate huisvesting. Vanuit diverse uitzendorganisaties/werkgevers en huisvesters wordt aan de gemeente Cuijk verzocht om een vorm van (al dan niet tijdelijke) grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten toe te staan.
Hierbij gaat het vooral om het goed kunnen huisvesten van arbeidsmigranten die voor ons allen dringend noodzakelijk zijn. Het integraal beleid huisvesting arbeidsmigranten bestaat uit drie delen: Deel 1.
Introductie en uitgangspunten: Voor het ontwikkelen van beleid dienen we eerst helder te hebben welke uitgangspunten we gaan hanteren om voor de arbeidsmigrant te zorgen voor goede woon- en werkomstandigheden en er voor te zorgen dat men (hopelijk) hier graag wil blijven komen en werken. We borduren daarbij voort op landelijk en provinciaal geformuleerde aandachtspunten en vertalen die naar werkbare uitgangspunten voor de gemeente Cuijk. Kern uitgangspunt:
Deel 2.
Kadernota met beleidsregels en paraplubestemmingsplan: De gemeente is geen voorstander van het huisvesten van arbeidsmigranten in verkamerde woningen, maar streeft naar grootschalige logiesvoorzieningen. De kadernota is een document dat diverse zaken met elkaar verbindt en uitlegt. Denk hierbij aan: de huisvesting arbeidsmigranten en seizoenarbeiders, verkamering van panden, beleidsregels, invoering (paraplu) bestemmingsplan en het verminderen van overlast. Kernadvies:
Deel 3.
De gemeente wil zorgen voor goede, adequate en leefbare huisvesting voor arbeidsmigranten, waar zij zich kunnen ontspannen en bovenal vrij voelen.
Het verkamering van woningen is alleen toegestaan als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend.
Ontwikkelkader grootschalige logiesvoorzieningen: Om grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk te kunnen maken, dient een ontwikkelkader te worden vastgesteld. Dit kader dient als toetssteen om mee te werken aan een nieuw bestemmingsplan, buitenplanse afwijking van een bestemmingsplan (verklaring van geen bedenkingen), afwijkende gebruik toe te staan (kruimelgevallenregeling) of het verlenen van een omgevingsvergunning. Ook hierbij kunnen zaken als een leefbaarheidstoets en prestatiecontract voorwaarden zijn. Kernadvies:
De gemeente wil grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk maken volgens een vastgesteld ontwikkelkader.
Hiermee is een samenhangend pakket aan maatregelen beschikbaar om de problematiek adequaat aan te pakken. Dit document betreft deel 2 waarin vooral wordt gekeken naar hoe het verder ongewenst verkameren van woningen kan worden voorkomen c.q. hoe dit gereguleerd kan worden.
Pagina 5 van 38
2. Doel kadernota Doelstelling van deze kadernota en het vast te stellen beleid is: 1. inzicht krijgen in het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente Cuijk woont; 2. het op een gedegen en verantwoorde wijze reguleren van de huisvesting van arbeidsmigranten en vaststellen van de daarvoor te gebruiken instrumenten; 3. het aantal in de gemeente Cuijk woonachtige arbeidsmigranten en de toestroom reguleren. Hierbij dient er een zekere balans te zijn tussen het aantal in de gemeente Cuijk woonachtige arbeidsmigranten en de clustering in bepaalde straten en wijken; 4. zorgen dat de leefomstandigheden van de te huisvesten arbeidsmigranten op een deugdelijk niveau is en de veiligheid voldoende is gewaarborgd; 5. overlast en aantasting van de leefbaarheid voor de omgeving zoveel als mogelijk voorkomen; 6. zorgen dat de huisvesting niet ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit; 7. aantasting van bestaande (goedkope) woningvoorraad voorkomen; 8. innen van financiën (BRP, verblijfsbelasting). Naast de relevante wettelijke bepalingen stelt de gemeente Cuijk beleidsregels vast, wordt er een paraplubestemmingsplan vastgesteld. De gemeente biedt hiertoe de ruimtelijke en juridische kaders, waarin huisvesting van arbeidsmigranten als legaal en passend kan worden aangemerkt.
Anderzijds stelt het de gemeente in staat te handhaven bij huisvesting, die niet correspondeert met de voorgestelde beleidsrichting. In beginsel is het huisvesten van arbeidsmigranten gewenst en dringend noodzakelijk. Hieraan zijn echter wel voorwaarden verbonden. In alle gevallen gelden eisen ten aanzien van leefbaarheid, veiligheid en het voorkomen van overlast. Hiervoor zal altijd eerst een leefbaarheidstoets worden uitgevoerd. Binnen deze kaders willen we zorgdragen dat er een goede balans komt tussen woningen en verkamerde woningen. De woningen zijn in de basis voor de huisvesting van één huishouden. Verkamering van een woning kan alleen middels vergunning worden toegestaan. De huisvesting van grotere aantallen is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets, etc.) mogelijk. Hiervoor dient dan de zogenaamde ‘kruimelgevallenregeling’ of een bestemmingsplanprocedure te worden gebruikt. Binnen deze kaders willen we clustering van verkamerde woningen (bijvoorbeeld voor arbeidsmigranten) tegengaan. We normeren dit in woonwijken op maximaal 10 % van de woningen in een straat en geen twee woningen naast elkaar. Voor wat betreft zorgwoningen kan in overleg in bijzondere situaties hiervan worden afgeweken. Daarnaast willen we verkamering van woningen beperken tot maximaal 4 personen/kamers per woning.
In uitzonderingsgevallen kan in overleg bij grotere woningen bekeken worden of huisvesting van meer personen mogelijk is. In verband met actuele ontwikkelingen heeft de gemeenteraad op 21 september 2020 een voorbereidingsbesluit genomen, om verdere verkamering van woningen zonder vergunning per direct te blokkeren. Dit voorbereidingsbesluit is gepubliceerd op 30 september 2020 en één jaar actief.
Pagina 6 van 38
3. De problematiek met betrekking tot huisvesting arbeidsmigranten In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat in het Land van Cuijk steeds meer arbeidsmigranten woonachtig zijn. Een compleet overzicht ontbreekt, omdat nog niet alle eigenaren/verhuurders van de diverse woonruimtes zich hebben gemeld en de arbeidsmigranten vaak niet bij het BRP zijn ingeschreven. Naar schatting zijn er tussen de 2.500 en 4.000 arbeidsmigranten in het land van Cuijk woonachtig1. Waar deze gehuisvest zijn is nog niet echt in beeld. Door klachten uit de woonomgeving van arbeidsmigranten is een aantal adressen bekend geworden bij de gemeente. Er zal overleg worden gevoerd met de bekende én erkende huisvesters en uitzendbureaus (SNF/SNA) voor arbeidsmigranten die in de gemeente Cuijk actief zijn. Zij kunnen lijsten verstrekken van adressen waar arbeidsmigranten via hen woonachtig zijn. Ook door waarnemingen tijdens het rijden van controlerondes door de gemeente en meldingen van de politie kunnen adressen worden ontdekt. Er wordt landelijk geconstateerd dat de arbeidsmigranten op uiteenlopende wijzen worden gehuisvest. Dit varieert van caravans tot speciaal daarvoor aangepaste woningen. Niet alle vormen van huisvesting zijn echter aanvaardbaar.
Om ongewenste en illegale huisvesting en eventuele overlast in de toekomst te voorkomen en om meer grip op de bestaande situatie te krijgen, is het noodzakelijk om de huisvesting van arbeidsmigranten in kaart te brengen, te reguleren en probleemgevallen aan te pakken. Daarvoor is nodig dat het (juridisch) instrumentarium helder wordt en beleidsregels worden vastgesteld. Om de situatie in de hand te houden moet de gemeente invloed kunnen uitoefenen op de (bestaande) woonruimtevoorraad teneinde te voorkomen dat woningen aan de bestaande woningmarkt worden onttrokken ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. Wanneer op dit moment sprake is van illegale situaties kan de gemeente nu reeds handhavend optreden, denk hierbij bijvoorbeeld aan bewoning in strijd met het bestemmingsplan. De beleidsregels kunnen een handleiding zijn hoe met deze situaties moet worden omgegaan. Voor situaties die nu legaal maar onwenselijk zijn, is het invoeren van een verbod en vergunningsmogelijkheid noodzakelijk. Daarbij is van belang om vast te stellen dat er op dit moment binnen de gemeente weinig beperkingen zijn voor de bewoning van woonruimte. Vaak definiëren bestemmingsplannen de bestemming 'wonen' niet, zodat dit begrip ruim kan worden uitgelegd. Een aanpassing van de bestemming 'wonen' is dan nodig.
Er wordt gekozen om het begrip wonen nader te definiëren als: 'wonen door één huishouden'. Op basis van een recente uitspraak van de Raad van State2 is vastgesteld dat sprake is van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid. Het is aan te raden om ook deze laatste toelichting aan het begrip wonen toe te voegen. De uitbreiding van het begrip ‘wonen’ is van belang omdat de Raad van State in de uitspraak nogmaals bevestigt dat het samenwonen door seizoenarbeiders niet gelijk kan worden gesteld aan een huishouden. Op deze wijze samenleven wordt niet gekenmerkt door continuïteit en onderlinge verbondenheid. Dit is in het beleid dan ook zo opgenomen. De problematiek is meerledig en speelt zich af binnen verschillende domeinen, zoals:
Financieel De gemeenten ontvangen geen inkomsten van arbeidsmigranten, terwijl ze wel (gedeeltelijk) gebruik maken van de faciliteiten in de gemeenten. De gemeenten ontvangen soms verblijfsbelasting of, wanneer de arbeidsmigrant staat ingeschreven in de BRP) een verhoogde rijksuitkering. Veel arbeidsmigranten die hier langere tijd verblijven, schrijven zich niet in bij de BRP. Naar schatting zijn tussen 2.500 en 4.000 van de inwoners Land van Cuijk arbeidsmigrant.
1 Afwegingskader grootschalige logiesvoorziening huisvestiging arbeidsmigranten 28 oktober 2019 en het PON-rapport. 2 Zie pagina 18.
Pagina 7 van 38
Openbare ruimte en veiligheid Regelmatig blijkt dat er vanuit de groep arbeidsmigranten overlast plaats vindt, bijvoorbeeld openbare dronkenschap, te hard rijden en soms geweldsdelicten. Ook bij de gemeente is dit bekend en daarnaast zijn er klachten over rommel, verkeerd aanbieden van afval en geluidsoverlast. Tevens is er druk op de beschikbare parkeergelegenheid in de nabije woonomgeving (door auto’s/busjes van uitzenders en of eigen voertuigen);
Sociale en economische problematiek Landelijk onderzoek constateert dat ex-arbeidsmigranten door sociale en economische problemen op straat komen, hetgeen in voorkomende gevallen leidt tot verslavingen met als gevolg druk op de voorzieningen in het kader van de ‘onderste treden woonladder’ of netwerken zoals het ‘verwarde personen overleg’;
Woningmarkt en bevolkingssamenstelling De druk op woningen in het goedkope segment is groot, terwijl de vraagdruk naar woningen in het goedkope segment groot is. Met de woningcorporatie Mooiland geldt de principe-afspraak dat er geen huurwoningen verkocht worden, onder andere juist ter voorkoming van extra druk op deze woningen. Alleen voor de wijk De Valuwe (Cuijk) is er een uitzondering gemaakt; daar mogen wel woningen worden verkocht om de sociale structuur aldaar te versterken. Er lijken echter signalen te zijn dat via een omweg deze woningen door uitzendbureaus en huisvesters (‘huisjesmelkers’) worden opgekocht, om ze vervolgens te verkameren voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarmee worden deze woningen feitelijk (maar zonder toestemming van de overheid) aan de woningvoorraad onttrokken.
Ruimtelijk Er is sprake van een concentratie in wijken (bijvoorbeeld De Valuwe in Cuijk) c.q. bepaalde straten, die al 'belast' zijn, maar ook dichter bebouwd en bevolkt.
Sociaal-maatschappelijk De roulatie van arbeidsmigranten is groot, als gevolg waarvan zij vaak geen sociale binding hebben of krijgen met andere bewoners in de wijk;
Economisch De migranten hebben in een aantal gevallen weinig tot geen economische binding met de gemeente Cuijk;
Handhaving De gemeente voert actief handhavingsbeleid; maar beperkte capaciteit maakt het handhavingsbeleid kwetsbaar;
Bestemmingsplan Als gevolg van globaler bestemmen bieden de instrumenten op dit moment onvoldoende basis om sturend en/of handhavend te kunnen optreden;
Pandeigenaren Veel pandeigenaren melden verkamering niet.
Kortom, om de veerkracht van de wijken te kunnen behouden, voldoende woningen te kunnen aanbieden voor mensen met een economische binding met de gemeente Cuijk en overlast in bepaalde wijken/straten te voorkomen, is het noodzakelijk in te grijpen.
Pagina 8 van 38
4. Belanghebbenden en hun kenmerken Het opstellen van huisvestingsbeleid heeft voor alle belanghebbenden voor- en nadelen. Er zijn enkele positieve effecten zoals het vergroten van de brandveiligheid, de sociale controle en inperking van mogelijke overlast. Verder kan dit beleid de bewustwording van de belanghebbenden vergroten op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten. Er zijn verschillende belanghebbende partijen in het kader van dit beleid. Hieronder geven we een toelichting op de verschillende belanghebbenden. 4.1 Arbeidsmigranten De meest voor de hand liggende groep belanghebbenden zijn de arbeidsmigranten zelf. Zij kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: Arbeidsmigranten kunnen indicatief worden ingedeeld in drie categorieën3: De eerste groep, zo'n 30-40% van de arbeidsmigranten, zijn de kort verblijvers (short-stay). Deze verblijven korte tijd, tot 6 maanden in Nederland en hebben tijdelijke huisvesting nodig. Hierbij dient gedacht te worden aan de seizoenarbeider die gedurende een beperkt aantal maanden in verband met tijdelijk toegenomen werkdruk bij een bedrijf zijn werkzaamheden verricht en zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft. De tweede groep, zo'n 20-30% van de arbeidsmigranten, is die van het permanent tijdelijke verblijf (mid-stay). Deze groep verblijft tussen de 6 maanden en 3 jaar in Nederland en hebben structurele huisvesting nodig.
Hierbij dient gedacht te worden aan de arbeidsmigrant die hier gedurende een langere periode niet seizoensgebonden werkzaamheden verricht en zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft. De derde groep, zo'n 25-30% van de arbeidsmigranten, is de groep die kiest voor een permanent verblijf, langer dan 3-5 jaar. Deze groep zoekt naar reguliere huisvesting en wil zich met partner/gezin permanent vestigen en emigreert feitelijk naar Nederland. Deze beleidsnota is op deze laatste groep niet van toepassing, maar dient wel onderdeel te zijn van het beleid van Mooiland. De meeste arbeidsmigranten wonen hier dus tijdelijk. Zij zijn veelal gedurende een aantal maanden ver van huis in een vreemd land, waar ze over het algemeen de taal niet kennen. Ze zijn ook vaak onbekend met de lokale gebruiken, ook ten aanzien van huisvesting. In de praktijk blijken de arbeidsmigranten vaak genoegen te nemen met inferieure woonruimte. Dit geldt zeker voor de groep die kortdurend in Nederland verblijft. Het is vaak een bewuste keuze om dit offer te brengen, zodat zoveel mogelijk geld naar het thuisfront kan worden gestuurd. Arbeidsmigranten zullen deze keuze willen blijven maken en dergelijke voorzieningen blijven zoeken. De arbeidsmigrant heeft tijdens zijn tijdelijke verblijf in Nederland recht op deugdelijke huisvesting.
Ook voor de omgeving van de verblijfslocaties van arbeidsmigranten is het belangrijk dat de huisvesting goed geregeld is. Gelet op de verschillende categorieën arbeidsmigranten dient in het Nederlandse en het lokale huisvestingsbeleid rekening gehouden te worden met zowel tijdelijke als permanente huisvesting van arbeidsmigranten. In het kader van gebruiksveiligheid en wooncomfort moet de woonruimte voldoen aan de wettelijke eisen zoals vastgelegd in het Bouwbesluit, de bouwverordening en de Woningwet. Door naleving van het Bouwbesluit en de Bouwverordening te eisen, moet de woonruimte voldoen aan de gebruiksveiligheidseisen die daarin zijn opgenomen. Ook wordt het risico kleiner dat de gemeente de woonruimte van de ene op de andere dag sluit wegens het niet voldoen aan de veiligheidseisen inzake gebruik. Omzetting van een woning (door verkamering) zonder omzettingsvergunning is volgens de Woningwet niet toegestaan. 4.2 Werkgevers en huisvesters Er zijn werkgevers die - naast werk - ook onderdak bieden aan arbeidsmigranten. Dit gebeurt ook in de gemeente Cuijk. Deze nota is ook voor hen van belang, opdat ze weten waaraan de betreffende huisvesting moet voldoen voor een veilig en doelmatig gebruik.
3 Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten Land van Heusden en Altena:
http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Aalburg/282468/282468_1.html
Pagina 9 van 38 Volgens het Ministerie van Infrastructuur en Milieu mag aan werkgevers en uitzendbureaus een 'morele' verantwoordelijkheid worden toegerekend voor het welzijn van hun medewerkers. Huisvesting valt hieronder. Wanneer een werkgever of uitzendbureau een tewerkstellingsvergunning moet aanvragen voor de werknemer, dan verplicht de Wet arbeid vreemdelingen de werkgever om te voorzien in goede huisvesting. Een tewerkstellingsvergunning is echter alleen noodzakelijk voor arbeidsmigranten van buiten de EU. Voor het in dienst nemen van arbeidsmigranten uit een EU-lidstaat geldt in beginsel een dergelijke wettelijke verplichting niet. Werkgevers zijn gebaat bij de aanwezigheid van arbeidsmigranten. In sommige gevallen zijn de werkgevers voor de continuïteit van hun bedrijfsvoering zelfs afhankelijk van arbeidsmigranten. Een uitgeruste en tevreden medewerker is over het algemeen een productievere medewerker dan een vermoeide en ontevreden medewerker. Het hebben van goede huisvesting draagt daar aan bij. Huisvesters van arbeidsmigranten kunnen zich verbinden aan de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (hierna: SNF), maar dit is een keuze en geen verplichting vanuit het Bouwbesluit.
De eisen van de SNF zijn aanvullend en stellen onder andere eisen ten aanzien van het aantal toiletten, douches op een groep en het minimum gebruiksvloeroppervlakte per persoon, teneinde een minimum leefruimtekwaliteit te waarborgen. Er ligt dus een belang voor de werkgevers en voor huisvesters om voor deugdelijke huisvesting te zorgen: 1. Door het aanbieden van werk én woonruimte kunnen de werkgevers4 de arbeidsmigranten aan zich binden. Deze afhankelijke positie kan het voor de arbeidsmigranten moeilijker maken om van werkgever te veranderen; 2. Als de huisvesting niet aan de eisen van de arbeidsmigranten voldoet, lopen de werkgevers het risico dat de arbeidsmigranten alsnog bij een andere werkgever gaan werken; 3. De werkgevers lopen ook het risico dat de gemeente de betreffende woonruimte sluit wegens het in strijd zijn met geldende wet- en regelgeving. In de praktijk laat de door de werkgevers aangeboden huisvesting echter nog wel eens te wensen over. Financiële overwegingen spelen daarbij vaak een rol. Door het vaststellen van onderhavig beleid en de stringente handhaving op het Bouwbesluit wordt voor de werkgevers duidelijk waar de huisvesting minimaal aan moet voldoen. 4.3 Huisvesters Naast de werkgevers zijn in de gemeente Cuijk ook bedrijven die geen arbeidsmigranten in dienst hebben, maar wel tegen betaling woonruimte aanbieden.
In de categorie 'huisvesters' van arbeidsmigranten kan een onderscheid gemaakt worden tussen: 1. het bedrijfsmatig aanbieden van tijdelijke woonruimte voor zowel de korte als langere duur; 2. particulieren die (een gedeelte van) hun woning of erf verhuren; 3. woningcorporaties die woonruimte beschikbaar stellen (dit geldt voor arbeidsmigranten die ervoor kiezen om permanent in de gemeente Cuijk te blijven; deze groep val buiten deze nota). Bij de eerste twee categorieën is vaak sprake van commerciële motieven om de woonruimte beschikbaar te stellen. Daarbij is van belang dat particulieren de woonruimte vaak beschikbaar stellen voor een bijverdienste. Bij de commerciële bedrijven is het verhuren van woonruimte aan arbeidsmigranten vaak de hoofdactiviteit, waarbij het maken van winst het doel is. 4.4 Omwonenden Naast elke woonruimte voor arbeidsmigranten wonen buren die geen relatie met de arbeidsmigranten hebben. Dit zijn de burgers uit de wijk, de omwonenden. Zij hebben in het dagelijks verkeer de eerste contacten met de arbeidsmigranten, zowel op straat als in de lokale winkels. Zij ervaren in toenemende mate overlast van deze ontwikkeling.
4 De gemeente ziet graag werk en wonen gescheiden. Dus een werkgever en een huisvester.
Pagina 10 van 38 Ook leidt het opkopen van de woningen tot onveiligheidsgevoelens omdat in bijvoorbeeld één straat te veel woningen voor huisvesting van arbeidsmigranten worden gebruikt. Hierdoor komt in sommige gevallen de sociale cohesie onder druk te staan. Door regels te stellen aan de huisvesting van arbeidsmigranten kunnen excessen voorkomen worden en kan overlast worden ingeperkt. Ook kan dit het gevoel van onbehagen of onveiligheid in een buurt verminderen. 4.5 Gemeente De overheid is ook belanghebbende bij de deugdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. De overheid kan regels opleggen aan de aanbieders van huisvesting om te zorgen voor deugdelijke woonruimte. Vervolgens kan diezelfde overheid afdwingen dat de opgelegde regels nageleefd worden om de gebruiksveiligheid te garanderen en mogelijke overlast in te perken. De overheid weegt de belangen van alle betrokken partijen af en brengt dit samen in een goede, werkbare oplossing. De overheid stelt regels op waarbinnen deugdelijke huisvesting gerealiseerd kan worden, en de overlast voor de omgeving wordt voorkomen. Andere argumenten zijn de aantasting van de woningvoorraad, de leefomstandigheden van de arbeidsmigranten en het gebruik van gemeentelijke voorzieningen zonder dat hiervoor wordt betaald.
5. Wettelijke kaders en bestaand beleid Met betrekking tot de problematiek van arbeidsmigranten is een scala aan wettelijke kaders en regelingen van toepassing. In bijlage 2 (blz. 14) vindt u deze uitgebreid omschreven. Ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en veiligheid lopen hier door elkaar. Bepalingen zijn te vinden in de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer, Huisvestingswet, Bouwbesluit, Wet aanpak woonoverlast, de (provinciale) Verordening ruimte, bestemmingsplannen, Bouwverordening en de APV. Conclusies Er zijn een aantal mogelijkheden binnen de relevante wetgeving op het gebied van het huisvesten van arbeidsmigranten. Veel van deze wetgeving is rechtstreeks van toepassing. Ze legt beperkingen op aan huisvesters. Er worden eisen gesteld op het gebied van veiligheid, overlast en locaties. Ten aanzien van het reguleren van de woningvoorraad en de aan woningen te stellen eisen met betrekking tot bewoning, bieden bovenstaande regelingen echter geen directe oplossing. Daarvoor is het nodig om onder andere een (paraplu) bestemmingsplan op te stellen.
Pagina 11 van 38
6. Beleidskeuzes van de gemeente We maken onderscheid in tijdelijke huisvesting en permanente huisvesting. Permanente huisvesting heeft een andere invloed op de omgeving dan tijdelijke huisvesting. Bovendien gaat het vaak om andere doelgroepen. Van tijdelijke huisvesting is sprake als die gedurende een aantal maanden per jaar plaatsvindt, zoals alleen in de periode dat de arbeidsmigranten benodigd zijn. Een vorm van dergelijke tijdelijke huisvesting is die voor seizoensgebonden arbeid. Dit soort arbeid wordt gedurende een maximum van zes maanden per jaar uitgevoerd (veelal in de agrarische sector). Tijdelijke huisvesting betreft zowel de persoon die een gedeelte van het jaar ergens gehuisvest is als de faciliteit waarin dit gebeurt, die ook voor een gedeelte van het jaar ergens wordt geplaatst. Een mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de woonruimtevoorraad, is het vaststellen van een paraplubestemmingsplan met regels over toegestaan gebruik van woningen en nemen we daarin een definitie op van het begrip wonen en huishouden. Verkameren van een woning ten behoeve van bepaalde doelgroepen kan daarna niet meer zonder een vergunning. De huisvesting van grotere aantallen arbeidsmigranten is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets, etc.) mogelijk. Hiervoor dient dan de zogenaamde ‘kruimelregeling’ te worden gebruikt.
De beleidskeuzes worden vastgelegd in beleidsregels (bijlage 3, blz. 18) en een paraplubestemmingsplan (bijlage 4, blz. 23) Hiermee is een set van instrumenten beschikbaar om de problematiek rond de huisvesting van arbeidsmigranten adequaat te reguleren en misstanden aan te pakken. 6.1 Buitengebied/bebouwde kom Het buitengebied is primair bedoeld voor agrarische bedrijvigheid. Het creëren van nieuwe verblijfsmogelijkheden voor arbeidsmigranten is in het buitengebied echter toegestaan indien dit direct verband houdt met lokale agrarische activiteiten. In de agrarische sector is niet het gehele jaar behoefte aan arbeidsmigranten. Het huisvesten van arbeidsmigranten in het buitengebied heeft daardoor vaak een tijdelijk karakter. Binnen de bebouwde kom is huisvesten van arbeidsmigranten in beginsel niet bezwaarlijk, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Het paraplubestemmingsplan betreft de plangebieden van de bestemmingsplannen binnen het gehele grondgebied5 van de gemeente Cuijk. Dit paraplubestemmingsplan biedt het juridische kader om ongewenste vormen van verkamering tegen te gaan. 6.2 Spreiding van de huisvesting Indien arbeidsmigranten zich concentreren binnen een gebied, kan dit leiden tot overlastsituaties en dit draagt vaak in belangrijke mate bij aan onveiligheidsgevoelens van omwonenden.
Dit kan zich onder andere kenmerken door geluidsoverlast, geweldsdelicten en parkeeroverlast. Om deze situaties te voorkomen is het wenselijk de aanwezigheid van arbeidsmigranten te verspreiden over de kernen en wijken. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat er een leefbaarheidstoets (zie bijlage 1, blz. 13) wordt uitgevoerd om te onderzoeken in hoeverre woningen c.q. panden in een straat / buurt / wijk mogen worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. 6.3 Huisvestingseisen en prestatiecontract Het is wenselijk bepaalde eisen te stellen aan huisvesting die gelden in alle situaties. Het gaat hier allereerst om eisen met betrekking tot brandveiligheid welke opgenomen zijn in het Bouwbesluit en de Woningwet. Daarnaast is het wenselijk dat de minimumeisen van de SNF (of een vergelijkbare landelijke norm) van toepassing zijn. Deze geven een aantal aanvullende eisen met betrekking tot parkeren, overbevolking, overlast en reinheid. Deze eisen zorgen voor een acceptabel niveau van leven in een goede en humane huisvesting, maar voorkomen ook overlast voor de omgeving.
5 Dit geldt dus ook voor de woningen in het buitengebied.
Pagina 12 van 38 Deze eisen nemen we op in een prestatiecontract, waarbij (aanvullend) maatwerk mogelijk is afhankelijk van de woonomgeving. Het prestatiecontract wordt door beide partijen ondertekend en op naleving gecontroleerd. Nieuwe aanvragen worden uitsluitend gehonoreerd indien aan deze huisvestingseisen en prestatieafspraken wordt voldaan. Het is de wens om ook bestaande situaties zoveel mogelijk te vervatten in deze nieuwe werkwijze, zodat een betere controle c.q. overleg met huisvesters tot stand kan komen en ‘handhaving-achteraf’ niet langer nodig is. Wij willen juist deze controle en/of problematiek voorkomen en zorgen dat deze ‘handhavingstaken’ bij de huisvester komen te liggen. Bij het niet nakomen van de afspraken kan de gemeente de vergunning intrekken. 6.4 Overgangsrecht Het ‘standaard’ overgangsrecht (bestuursrecht) is van toepassing. (zie hiervoor de bijlage 3, blz. 22) 6.5 Tegengaan overlast Om overlast en onveiligheidsgevoelens in bepaalde buurten te verminderen worden naast het vaststellen van een paraplubestemmingsplan een aantal andere maatregelen genomen: 1. Goede analyse met betrekking tot deze problematiek en de voortgang permanent monitoren. Een projectmatige aanpak van deze problematiek; 2. Voorlichting arbeidsmigranten (ook in hun eigen taal) met betrekking tot huisregels en omgangsvormen; 3.
Aanpak van de sociale problematiek van arbeidsmigranten (zoals eventueel via de stichting Barka ‘inhuren’ van een Pools maatschappelijk werker); 4. Strikt handhaven op meldingen van overlast (inclusief parkeerovertredingen) door politie en handhaving. In het uiterste geval sluiten van panden en/of het geven van gedragsaanwijzingen (in het kader van de nieuwe Wet aanpak woonoverlast) of intrekken vergunning; 5. Betrekken van uitzendorganisaties en verhuurders van panden om de leefbaarheid binnen de panden en in de omgeving te vergroten (onder andere door het afsluiten van prestatiecontracten); 6. Invoeren leefbaarheidstoets (zie 7.8 en bijlage 1, blz. 13); 7. Regelmatige controle en handhaving van verkamerde panden. 6.6 Acceptatie en begrip Communicatie met de directe omgeving is een wezenlijk onderdeel voor het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten. De initiatiefnemer (verhuurder, huisvester) is de eerst verantwoordelijke voor een goede communicatie en goed beheer. Dit houdt in dat er transparant en tijdig moet worden gecommuniceerd met de direct betrokken omwonenden, om zodoende zorg te dragen voor acceptatie en begrip voor een huisvestingsvoorziening. De rol van de gemeente in de uitvoering daarvan is beperkt.
Indien een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik vereist is, dan is de rol van de gemeente groter omdat een actieve medewerking van de gemeente nodig is. Dan nog ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer voor wat betreft het communicatietraject, maar de gemeente is uiteraard aan zet in het kader van de belangenafweging. 6.7 Leefbaarheidstoets voorafgaand aan vergunningverlening Voor de kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving passen we een leefbaarheidstoets toe. Bij deze toets zal gekeken worden naar de specifieke leefomgeving en de huidige overlastmeldingen. Er kan voor gekozen worden om de politie hierover advies te laten uitbrengen. Er wordt hierbij gekeken naar de weerbaarheid van de buurt, het onderhoudsniveau van het pand en de situatie in de straat (straatbeeld). Ook neemt de gemeente het klachtenpatroon uit de buurten mee bij de belangenafweging. Het kan zijn dat de vergunning wordt geweigerd, onder andere doordat de leefbaarheid wordt aangetast door het splitsen van de woonruimte.
Pagina 13 van 38
Bijlage 1 – Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Datum indiening: Adres pand: Dossiernummer: Vraag: 1
Hoeveel woningen telt de betreffende straat en hoeveel zijn daarvan gesplitst of omgezet in kamerbewoning, zowel illegaal als legaal?*
2
Is er sprake van clustervorming**?
3
Zijn al eerder aanvragen in de betreffende straat geweigerd of verleend? Zo ja, wanneer?
2
Zijn er in de afgelopen twee jaar overlastmeldingen /klachten/signalen bij gemeente en politie geweest vanuit meerdere verkamerde adressen in de betreffende straat? Zo ja, hoeveel? ***
4
Is het laatste half jaar sprake van meer dan 4 meldingen / klachten / signalen bij gemeente en politie per maand vanuit meerdere adressen in de betreffende straat? Zo ja, hoeveel? ***
5
Wat is het beeld van de wijk en in welke mate wordt er overlast ervaren in de wijk?
6
Zijn er overige relevante c.q. overlastgevende factoren aanwezig rondom de woning? (voorbeeld: horecagelegenheden, prostitutie, coffeeshops, tankstations, probleemgezinnen, etc.)
Antwoord:
Oordeel n.a.v. bovenstaande antwoorden: Advies: positief/negatief
* Hier is van belang dat wordt bekeken welke vergunningen voor huisvesting van arbeidsmigranten al zijn verleend (inclusief overgangsrecht). Daartoe wordt een zogenoemde stippenkaart gebruikt om alle woningen waarvoor in het verleden vergunningen tot onttrekking, samenvoeging en eventueel kadastrale splitsing zijn verleend, rondom de woning waarvoor nu een vergunning wordt aangevraagd, inzichtelijk te maken. Deze stippenkaart wordt gevuld naar aanleiding van aanvragen die binnenkomen, in overleg met de wijkregisseur/gebiedsconsulent (zowel van de gemeente als corporatie) en wijkagent van de betreffende wijk.
Pagina 14 van 38 ** Clustervorming: Er is sprake van clustervorming indien in een straat in een woonwijk meer dan 10% van de woningen, gericht op huisvesting arbeidsmigranten aanwezig zijn en meer dan 2 woningen gericht op huisvesting van arbeidsmigranten aaneengesloten. Uitgangspunt is huisvesting van maximaal 4 arbeidsmigranten per woning. In uitzonderingsgevallen kan in overleg bij grotere panden bekeken worden of huisvesting van meer personen mogelijk is. *** Meldingen ten aanzien van overlast als gevolg van bijvoorbeeld parkeren, stank, geluid, drank –en drugsmisbruik, schending van de veiligheid, plaatsen van fietsen, op straat laten staan van kliko’s en/of vuilniszakken en vandalisme.
Bijlage 2 – Wettelijke bepalingen 1
Landelijk
1.1 Woningwet In de Woningwet heeft de rijksoverheid regels vastgelegd omtrent het bouwen en gebruiken van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij het laatste dient gedacht te worden aan bouwwerken die niet toegankelijk zijn voor mensen, niet overdekt en niet zijn voorzien van wanden, zoals bijvoorbeeld een schutting en een pergola. In de Woningwet wordt, voor zover hier van belang, de basis gelegd voor het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Verder verbiedt de Woningwet, voor zover hier relevant:
het zonder onttrekkingsvergunning bewonen van een pand dat hoewel geschikt voor bewoning, niet eerder legaal als woning is gebruikt en het een bestaande woning in een staat te brengen, te laten komen of te houden, opdat deze woning niet langer voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit.
Het college is op basis van de Huisvestingswet 2014 bevoegd om onttrekkingsvergunningen te verlenen. Daarnaast heeft een college de bevoegdheid om eigenaren van panden aan te schrijven hun woning op te knappen, opdat de woning weer voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit. Ook kan een college besluiten een gebouw, een open erf of een bepaald terrein te sluiten als de staat of het gebruik van een gebouw, een open erf of een bepaald terrein gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid. Deze bevoegdheden zijn niet specifiek bedoeld voor de gebouwen en percelen die gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De bevoegdheden kunnen hier echter wel voor worden toegepast. Ze vormen dus belangrijke instrumenten voor een college van burgemeester en wethouders om de huisvesting van arbeidsmigranten te reguleren. 1.2 Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (verder: de Wro) heeft betrekking op het bouwen en gebruik van gebouwen en percelen. Deze wet is verder uitgewerkt in het Besluit ruimtelijke ordening (verder: het Bro). In de Wro is bepaald dat gemeenteraden voor elk perceel binnen de gemeentegrenzen een bestemming moeten vaststellen. In een bestemmingsplan regelt de gemeenteraad op perceelniveau de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
In een bestemmingsplan kan de gemeenteraad locaties aanwijzen die gebruikt zouden kunnen worden voor het aanbieden van kamerverhuur of logies aan derden. Deze derden hoeven niet per definitie arbeidsmigranten te zijn, maar de eigenaren kunnen de locaties wel gebruiken om arbeidsmigranten in te huisvesten. Het is ook mogelijk in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden op te nemen voor het aanbieden van kamerverhuur of logies. In dat geval is kamerverhuur of logies niet rechtstreeks toegestaan, maar kan het college per geval besluiten of kamerverhuur of logies wenselijk is. Het toepassen van deze bevoegdheid is geen verplichting. Het college kan derhalve ook besluiten dat kamerverhuur of logies zonder omgevingsvergunning niet is toegestaan. De huisvesting van grotere aantallen is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets etc.) mogelijk. Hiervoor kan de zogenaamde ‘kruimelgevallenregeling’ gebruikt te worden of een eventuele afwijkingsbevoegdheid, een buitenplanse afwijkingsprocedure of een bestemmingsplan procedure. Afhankelijk van de aard en impact van het initiatief kan hierin een keuze worden gemaakt.
Pagina 15 van 38 1.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: de Wabo) voegt ongeveer 25 gemeentelijke toestemmingen samen in één nieuwe vergunning: de omgevingsvergunning. Onder andere zijn de bouwvergunning en de ontheffing van het bestemmingsplan (kruimelgevallenregeling) opgenomen in de omgevingsvergunning. Aangezien aanbieden van kamerverhuur of logies meestal niet is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan, zullen huisvesters meestal een Wabo-vergunning nodig hebben. Voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan is sinds 1 oktober 2010 namelijk geen ontheffing op grond van de Wro meer vereist, maar een omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Ook indien gebouwen worden aangepast ten behoeve van kamerverhuur of logies, kan de huisvester in aanraking komen met de Wabo. 1.4 Wet milieubeheer Wonen, bedrijvigheid, industrie en agrarische bedrijvigheid grenzen in Nederland op veel locaties tegen elkaar aan. Deze vormen van gebruik zijn echter niet altijd met elkaar te verenigen en het kan dan ook onwenselijk zijn dat ze naast elkaar plaats vinden. In de Wet milieubeheer en daarvan afgeleide regelgeving is onder andere vastgelegd welk effect bepaalde vormen van gebruik op de omgeving heeft. Dit effect bepaalt de gebruiksmogelijkheden van de omringende percelen.
Als bijvoorbeeld op een bepaalde locatie woningen staan, is het niet langer mogelijk op het aangrenzende perceel een intensieve veehouderij te vestigen. Andersom geldt dat er naast een bestaande intensieve veehouderij geen nieuwe woonwijk gebouwd kan worden. Tussen de verschillende vormen van gebruik moet dan een bepaalde afstand worden aangehouden. Deze afstand wordt een hindercontour genoemd. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten dient rekening gehouden te worden met deze hindercontouren. 1.5 Huisvestingswet Op basis van de Huisvestingswet is de gemeenteraad bevoegd een Huisvestingsverordening vast te stellen. In deze verordening kunnen verplichtingen worden opgelegd aan huiseigenaren. Relevant voor kamerverhuur en logies is de bevoegdheid op grond van artikel … van de wet tot het instellen van een vergunningplicht voor het splitsen van woningen (= onttrekkingsvergunning) of het onttrekken van woningen aan de woningvoorraad. Indien een woning permanent wordt gebruik voor kamerverhuur of logies wordt deze woning in feite aan de woningvoorraad onttrokken. Op basis van een Huisvestingsverordening kan hiervoor op grond van artikel … van de wet een vergunningplicht worden ingesteld (= onttrekkingsvergunning).
1.6 Bouwbesluit In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften vastgelegd die uit oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid betrekking hebben op het (nieuw-)bouwen en gebruiken van woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen. Bij de voorschriften omtrent veiligheid dient gedacht te worden aan de algemene sterkte van de bouwconstructie, de sterkte bij brand, vloerafscheidingen, de overbrugging van hoogteverschillen, elektriciteit, verlichting, gasvoorziening, beweegbare constructieonderdelen, brand vertragende materialen en brandvertragende indeling van gebouwen (compartimentering, nooduitgangen, etc.) en inbraakwerendheid van een gebouw. De gezondheidsvoorschriften hebben betrekking op de reducering van geluid, vocht en ongedierte, de afvoer van afvalwater en hemelwater, de aanvoer van verse lucht, de drinkwater- en warmwatervoorziening en de toetreding van daglicht. In de voorschriften over de bruikbaarheid van gebouwen worden oppervlaktes gegeven voor de diverse gebruiksfuncties die in een gebouw voorkomen, zoals verblijfsruimten (b.v. woonkamer en slaapkamers), verkeersruimten (b.v. gang), sanitaire ruimtes (b.v. badkamer en toilet) en technische ruimtes (b.v. meterkast, liftkamer) en de bereikbaarheid tussen deze verschillende ruimtes. Ook aan de opstelplaats van boilers/cvketels en kookplaten/ovens wordt aandacht besteed.
De isolatie, de luchtdoorlatendheid en de energieprestatie van gebouwen zijn geregeld in de voorschriften over energiezuinigheid. Deze regels zijn bij de huisvesting van arbeidsmigranten van belang. Het betreft namelijk minimale eisen waaraan woonruimte in het algemeen moet voldoen, dus ook de woonruimte voor arbeidsmigranten. Als een gebouw in gebruik genomen gaat worden als woonruimte, dan kan het noodzakelijk zijn het pand bouwkundig
Pagina 16 van 38 aan te passen, om het geschikt te maken voor bewoning. Als het pand niet aan deze minimale eisen voldoet dan kan dit inhouden dat het betreffende pand niet als woning in gebruik genomen kan worden. Brandveilig gebruiken van bouwwerken Het Bouwbesluit bevat diverse regels die betrekking hebben op het brandveilig gebruiken van bouwwerken. Deze regels zien onder andere op de aanleg van brandmeldinstallaties en ontruimingsinstallaties en de plaatsing van brandbestrijdingsmiddelen. De mate waarin aan de regels moet worden voldaan, wordt mede bepaald door de functie van het gebouw en de intensiteit van het gebruik van het gebouw. Naarmate er meer mensen in een bepaalde periode in een gebouw verblijven, worden de eisen van brandveiligheid zwaarder. Op basis van dit besluit is een omgevingsvergunningplicht voor gebruik ingesteld voor bouwwerken waar:
bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen; dagverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen; jonger dan 12 jaar of met een lichamelijke of verstandelijke handicap.
Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegde bestuursorgaan om de omgevingsvergunning voor gebruik te verlenen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om in de bouwverordening een ander aantal personen waaraan nachtverblijf verschaft mag worden, vast te stellen. Naast de omgevingsvergunning voor gebruik regelt het Bouwbesluit ook de gebruiksmelding. Een gebruiksmelding is verplicht als:
in afwijking van de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit met andere materialen en oplossingen een gelijkwaardig resultaat als beoogd met het Bouwbesluit wordt behaald; een bouwwerk in gebruik genomen of gebruikt wordt indien daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn; een woonfunctie in gebruik genomen of gebruikt wordt voor kamergewijze verhuur; het bouwwerk of het gebruik daarvan verandert indien eerder een gebruiksmelding is gedaan en door het veranderen een afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.
Een gebruiksmelding is niet verplicht indien:
voor het bouwwerk een gebruiksvergunning vereist is; het gebouw een één- of meergezinswoning betreft.
De gebruiksmelding dient minimaal vier weken voorafgaand aan het in gebruik nemen ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders. Voor wat betreft huisvesting van arbeidsmigranten moet het gebouw in principe voldoen aan de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit 2012. Hierbij dient aangetekend te worden dat indien er een goede onderbouwing is er afgeweken kan worden van dit besluit. Of een vergunning op basis van het bouwbesluit is vereist, is dus afhankelijk van de situatie. 1.7 Wet aanpak woonoverlast Gemeenten hebben meer mogelijkheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. De Wet aanpak woonoverlast is op 1 juli 2017 in werking getreden. Door de wet hebben burgemeesters de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers. Het vergroot hiermee de wettelijke mogelijkheden voor gemeenten, bij de aanpak van woonoverlast. De burgemeester kan pas een gedragsaanwijzing geven als een waarschuwing, mediation of buurtbemiddeling niet werken. Wanneer deze gerichte aanpak niet werkt, kan alsnog de woning gesloten worden. Met de Wet aanpak woonoverlast is de Gemeentewet gewijzigd door toevoeging van artikel 151d Gemeentewet. In dit artikel is bepaald dat de raad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid kan verlenen tot oplegging van een last onder bestuursdwang aan degene, die een woning - of een bij die woning
Pagina 17 van 38 behorend erf - gebruikt, indien door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf omwonenden ernstig worden gehinderd. De wet voorziet dus in de introductie van een specifieke gedragsaanwijzing. Op grond van de aanwijzing moet de overlastgever bepaalde handelingen doen of juist nalaten op straffe van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Op basis van de wet hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om (handhavend) op treden tegen diegene die een woning of een bij die woning behorend erf tegen betaling in gebruik geeft aan personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen zijn opgenomen, en zorgen voor herhaaldelijke hinder. Dit vergt mogelijk een aanpassing van de APV en het mogelijk opstellen van beleidsregels voor de burgemeester. Let op: deze mogelijkheid is geen directe oplossing, het is een vangnetbepaling en kan alleen worden ingezet indien alle andere mogelijke manieren om de overlast tegen te gaan zijn mislukt. Eerst waarschuwen, buurtbemiddeling inzetten, mediation proberen, etc. Het is ook mogelijk om met behulp van dit artikel een verhuurder aan te pakken die zijn woning verhuurt aan personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dit wordt ook wel de 'Air BnB bepaling' genoemd.
2
Provinciaal
2.1 Verordening ruimte In de Verordening ruimte zijn geen specifieke regels opgenomen over het huisvesten van arbeidsmigranten. Wel zijn in de verordening relevante bepalingen opgenomen over het gebruik van het buitengebied. Bij het formuleren van beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied, moet met de bepalingen uit de Verordening ruimte rekening worden gehouden. Bepalingen in een bestemmingsplan mogen niet in strijd zijn met de Verordening ruimte.
3
Lokaal
3.1 Bestemmingsplannen In de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Cuijk is nog weinig tot geen aandacht besteed aan het fenomeen kamerverhuur en logies. De huisvesting van arbeidsmigranten is evenmin geregeld. Verschillende bestemmingsplannen bevatten bepalingen voor het creëren van een Bed & Breakfast. Deze afwijkingsbevoegdheid is niet bedoeld voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Het achterliggende doel is namelijk het stimuleren van het toerisme binnen de gemeente. 3.2 Bouwverordening Op grond van het Bouwbesluit is het verboden zonder vergunning nachtverblijf te verschaffen aan meer dan 10 personen. In de bouwverordening kan dit aantal personen worden gewijzigd. De gemeente kiest ervoor dit aantal naar beneden bij te stellen tot 4 personen. 3.3 Gemeentewet: Algemene plaatselijke verordening Op grond van de Algemene plaatselijke verordening kunnen houders van nachtverblijven worden verplicht een nachtregister bij te houden. De houder is verplicht dit register aan de gemeente te tonen, wanneer de gemeente dit verlangt. Met het register kan inzicht worden verkregen in de omvang en aard van het nachtverblijf: zie artikel 2:38 van de APV. De Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om onder de naam 'toeristenbelasting' c.q.
‘verblijfsbelasting’ een directe belasting te heffen voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen (BRP) zijn ingeschreven. Deze verblijfsbelasting is bijvoorbeeld in de gemeente Cuijk in 1998 ingevoerd. Degenen die wel ingeschreven zijn in het BRP vallen buiten deze verblijfsbelasting.
Pagina 18 van 38 Het instrument verblijfsbelasting gaat de problematiek van verkamering niet tegen. Het bescheiden bedrag dat wordt gevraagd, zal geen drempel zijn voor het starten van verkamering. Wel biedt de verblijfsbelasting6 de gemeente inzicht in de aantallen migranten op bepaalde adressen en ontvangt ze inkomsten.
Bijlage 3 – Beleidsregels, uitgangspunten en huisvestingseisen 1. Inleiding Onderstaande regels worden vastgesteld als beleidsregels. Hierdoor dienen deze regels als afwegingskader bij aanvragen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (wabo). Om de regels te gebruiken als beleidsregels, worden deze als zodanig gepubliceerd. Uitspraak Raad van State ten aanzien van huisvesting in woningen: De bewoning door seizoenarbeiders van één pand betreft niet de huisvesting van een huishouden in de gewone zin van dat woord en is daarmee ook niet op één lijn te stellen. Hierbij is immers geen sprake van continuïteit in de samenstelling ervan, nu de seizoenarbeiders slechts ongeveer drie maanden in de panden zijn gehuisvest, en is evenmin sprake van onderlinge verbondenheid. De door appellanten genoemde omstandigheden dat de seizoenarbeiders hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen zijn hiervoor onvoldoende. De rechtbank heeft derhalve met juistheid overwogen dat het gebruik van de percelen strijdig is met de bestemming (Raad van State, 200603867/1). 2. Algemene uitgangspunten De algemene uitgangspunten voor het omzetten van woningen naar kamerverhuur zijn voor alle aanvragers c.q. doelgroepen: 1. Er moet zo veel mogelijk maatschappelijke acceptatie en begrip zijn voor huisvestingsinitiatieven; 2.
Voorkomen moet worden dat er grote concentraties eenzijdige huisvestingsfaciliteiten in een klein gebied verschijnen; 3. Huisvesting dient te allen tijden veilig en leefbaar te zijn: ‘schoon, heel en veilig’. Hierbij is het type, de omvang en de locatie van de huisvesting van belang. Voor het omzetten van woningen specifiek voor de doelgroep ‘arbeidsmigranten’ geldt aanvullend: 4. Huisvesting van arbeidsmigranten is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van werkgevers, huisvesters en de arbeidsmigranten zelf. De gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt in het scheppen van kaders waarbinnen die huisvesting kan plaatsvinden en het toezicht houden dat uitvoering daarvan op een deugdelijke en veilige wijze geschied; 5. Het huisvesten van arbeidsmigranten is alleen bestemd voor arbeidsmigranten die hier op grond van een EU-paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal werkzaam zijn; 6. In de gemeente Cuijk is gewenst dat alleen arbeidsmigranten worden gehuisvest die werkzaam zijn in het Land van Cuijk en/of omliggende gemeenten. 3. Begripsbepalingen Voor een uniforme toepassing van de regels moeten goede begripsbepalingen worden opgesteld: a. Het college: het college van burgemeester en wethouders van Cuijk; b. woning / wooneenheid: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; c.
Huishouden: Er is sprake van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid.
6 Let op dat het innen van verblijfsbelasting er toe kan leiden dat de huisvester er van uit gaat dat de verkamering is toegestaan, ook
als meer dan 4 arbeidsmigranten worden gehuisvest zonder omgevingsvergunning….
Pagina 19 van 38 Bij de huisvesting van arbeidsmigranten is van continuïteit in de samenstelling of van onderlinge verbondenheid van de bewoners geen sprake, anders dan in de hoedanigheid van werknemer van de uitzendorganisatie. Arbeidsmigranten hebben niet de intentie om voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Anders gezegd: een persoon of groep van personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Deze definitie borgt een zekere duurzaamheid, die bij tijdelijke kamerverhuur niet als zodanig kan worden aangemerkt. Een kortstondig verblijf is binnen deze definitie dan ook niet toegestaan; d. Kamerverhuur: al dan niet bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden van onzelfstandige woonruimte, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft;. e. Kamerverhuurbedrijf: een samenstel van verblijfsruimten, uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin aan anderen dan aan de rechthebbende en de personen behorend tot diens huishouden woonverblijf, niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid, te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging. Onder de definitie van kamerverhuurbedrijf valt niet de verhuur van één of twee kamers door de eigenaar/bewoner van een woning aan niet meer dan twee personen; f.
Logies: het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de betreffende persoon zijn hoofdverblijf elders heeft; g. Logiesgebouw: een gebouw specifiek ingericht voor het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden voor meer dan tien personen, waarbij het kenmerk is dat de betreffende personen het hoofdverblijf elders hebben. h. Pension: Een bijzondere vorm van logies is het pension. Kenmerkend voor een pension is dat er naast nachtverblijf ook andere faciliteiten, zoals maaltijden worden aangeboden. Een pension is meestal verbonden aan de horeca. Kamerverhuur kan een vorm zijn van logies als daarbij de verhuurder ter plaatse zelf het hoofdverblijf heeft. Anders is er sprake van een onzelfstandige woning; i. Tijdelijke buitenlandse werknemers / arbeidsmigranten / seizoenarbeiders: Bijvoorbeeld werknemers afkomstig uit Midden- en Oost-Europese EU-landen (MOE-landen) zoals Polen, Bulgarije, Estland en Roemenië en/of in de toekomst nieuw toe te treden EU-lidstaten, die voor een bepaalde periode werkzaamheden verrichten in Nederland en vervolgens weer naar hun thuisland terugkeren. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat zij daarna opnieuw voor een bepaalde periode werkzaamheden komen verrichten in Nederland. Voor de duidelijkheid: deze personen wonen niet in de gemeente Cuijk maar verblijven er tijdelijk; j.
Tijdelijke huisvesting: Een huisvestingsvorm die slechts een aantal maanden per jaar plaatsvindt, alleen op het moment dat de arbeidsmigranten benodigd zijn. Een voorbeeld van tijdelijke huisvesting is die voor seizoensgebonden arbeid. Dit soort arbeid wordt veelal gedurende een maximum van zes maanden per jaar uitgevoerd (veelal in de agrarische sector). Tijdelijke huisvesting betreft zowel de persoon die een gedeelte van het jaar ergens gehuisvest is als de faciliteit waarin dit gebeurt, die ook voor een gedeelte van het jaar ergens wordt geplaatst; k. Structurele huisvesting: Deze huisvestingsvorm betreft niet een persoon die een aantal maanden per jaar op een locatie werkt, maar een permanente of semipermanente faciliteit om arbeidsmigranten te huisvesten (met 10-15 jaar tijdelijke ontheffing). De arbeidsmigranten kunnen in wisselende samenstelling jaarrond gebruik maken van deze faciliteit; l. Zelfstandige woonruimte: Een zelfstandige woning is een woning met eigen toegang en alle wezenlijke voorzieningen binnen de woonruimte, zoals een keuken, toilet en badgelegenheid; m. Onzelfstandige woonruimte: een woonruimte waarbij de wezenlijke voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden. Een voorbeeld van een onzelfstandige woning is een (studenten)kamer.
Kamers en appartementen in verzorgings- of verpleeghuizen vallen meestal niet onder de huurregels voor onzelfstandige woningen. Er is namelijk geen sprake is van een huurcontract, maar van een zorgcontract. Wordt een (deel van een) etage in een woning verhuurt en wordt daarbij de voordeur, het trappenhuis of de lift met andere bewoners gedeeld? Dan wordt de woning ook gezien als zelfstandige woonruimte. De woning moet dan wel voldoen aan de hierboven genoemde drie voorwaarden van zelfstandige
Pagina 20 van 38 bewoning (keuken, toilet, douchegelegenheid). De kamers van de etage moeten van buitenaf kunnen worden afgesloten. Een onvrije woning of onvrije etage is een woning waarvan de vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke gang of hal. Maar met eigen keuken, douche en toilet. De vertrekken zijn afsluitbaar. Een onvrije woning is dus wel een zelfstandige woonruimte; n. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met alle bijbehorende uitwerkingen zoals Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's); o. Wonen: Het gehuisvest zijn in (een) woning(en); p. Wro: Wet op de ruimtelijke ordening, met alle bijbehorende uitwerkingen zoals AMvB's; q. ODBN: Omgevingsdienst Brabant Noord. Het samenwerkingsverband van de gemeenten in de regio Brabant Noord die diverse taken als vergunningverlening en handhaving uitvoert voor de deelnemende gemeenten in Noordoost-Brabant; r. Directe omgeving: een straal van 75 meter rond het om te zetten/omgezette pand. Deze grens omvat vrijwel alle belanghebbenden; s. Spreiding: Er mogen maximaal 10% woningen in de woonstraat vergund worden en maximaal 2 woningen aaneengesloten ten behoeve van verkamering. 4.