12. Toelichting bijlage 3 Compensatieplan.pdf
Tekst van het document
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill Referentie nummer: Datum: Auteur: Collegiale toetsing: Opdrachtgever:
P0123/R001/Definitief V3 na aanpassing plan 14-07-2021 Marloes van Delft Joost Maas Ruimte voor Ruimte; de heer G. Kersten
MLG Gebiedsontwikkeling BV, Velder 23, 5298 MB Liempde info@ml-g.nl www.ml-g.nl Tel: 06 – 13 98 66 71
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 3 2. Het plan ................................................................................................................................................................ 4 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................. 4 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 6 3. Natuurwetgeving ................................................................................................................................................... 7 3.1 Interim Omgevingsverordening Brabant ...........................................................................................................
7 3.1.1 Saldobenadering ....................................................................................................................................... 7 3.1.2 Beleidsregels compensatie ....................................................................................................................... 8 3.2 Wet natuurbescherming .................................................................................................................................... 8 3.3 Conclusie natuurwetgeving ............................................................................................................................... 9 4. Effectenanalyse ecologie NNB ........................................................................................................................... 10 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 10 4.2 Ruimtebeslag (areaal) ..................................................................................................................................... 10 4.3 Natuurkwaliteit ................................................................................................................................................
12 4.4 Geomorfologische waarden ............................................................................................................................ 14 4.5 Waterhuishouding ........................................................................................................................................... 16 4.6 Rust en stilte ................................................................................................................................................... 16 4.7 Donkerte en openheid ..................................................................................................................................... 17 4.8 Landschapsstructuur ....................................................................................................................................... 18 4.9 Belevingswaarde ............................................................................................................................................. 18 4.10
Conclusies effectenanalyse .................................................................................................................... 19
5. Compensatie uitwerking ..................................................................................................................................... 20 5.1 Interim Omgevingsverordening Brabant NNB ................................................................................................ 20 5.1.1 Huidige situatie compensatie Dorpslandschap ....................................................................................... 20 5.1.2 Beoordeling compensatie Dorpslandschap ............................................................................................. 23 5.1.3 Uitwerking compensatie NNB .................................................................................................................. 23 5.2 Wet natuurbescherming .................................................................................................................................. 23 5.2.1. Beoordeling compensatie Dorpslandschap ............................................................................................ 23 5.2.2. Uitwerking compensatie Wnb ................................................................................................................. 23 5.3 Conclusie ........................................................................................................................................................
24 Literatuur .................................................................................................................................................................. 25
2
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de noordzijde van de woonwijk Vilheide in Mill ligt een voormalig MOB-complex. Het complex heeft een oppervlakte van ruim 15 hectare. Voor het terrein is een integrale herontwikkeling voorzien. Deze ontwikkeling bestaat enerzijds uit een kwaliteitsverbetering van natuur en landschap en het toegankelijk maken van het gebied voor wandelaars. Anderzijds bestaat het plan uit de ontwikkeling van 15 bouwkavels en het vergroten van aangrenzende zij- en achtertuinen. In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 01-03-2020) is het plangebied begrensd als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant en heeft het een aanduiding Verstedelijking afweegbaar. Het ontwikkelen van de bouwkavels en het vergroten van de aangrenzende tuinen is wel mogelijk binnen de aanduiding verstedelijking afweegbaar, maar niet binnen het natuurnetwerk Brabant. Artikel 3.2 van de IOV bepaalt dat in het geval meerdere bepalingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied, de meest beperkende bepaling geldt tenzij dit uitdrukkelijk anders is bepaald. De ontwikkeling van de bouwkavels en het vergroten van de tuinen is pas mogelijk nadat een herbegrenzing van het NNB heeft plaatsgevonden. Pas dan wordt de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ van kracht.
Daarvoor moet, in aansluiting op de voorwaarden uit de Interim Omgevingsverordening, beoordeeld worden wat het effect van de ontwikkeling is op het Natuurnetwerk en op welke wijze deze wordt gecompenseerd. De effectanalyse en vereiste analyse worden in voorliggend rapport beoordeeld en onderbouwd.
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plan toegelicht met daarin aandacht voor de huidige en toekomstige situatie. De relevante natuurwetgeving wordt uitgebreid besproken in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat in op de effectbeoordeling van de ingrepen met daarbij aandacht voor de verschillende beoordelingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de benodigde compensatie uitgewerkt en wordt een samenvattende conclusie gegeven.
3
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
2. Het plan 2.1 Huidige situatie Het projectgebied bestaat uit het voormalige MOB-complex Mill en wordt begrensd door de woonwijk Vilheide en de Graafseweg, Kampweg en Zuidelijke Bergseweg. Het projectgebied beslaat ruim 15 hectare. Het hek rond de locatie is bewaard en zou ervoor moeten zorgen dat het terrein afgesloten is. Op verschillende plaatsen is het hek echter opengeknipt waardoor omwonenden het gebied gebruiken om een wandeling te maken en de hond uit te laten. Het projectgebied bestaat uit een brede bosstrook aan de buitenzijden van het terrein. Hier en daar zijn open plekken in deze bosstrook aanwezig, waar voorheen militaire opslag en bebouwing aanwezig was. Het middenterrein heeft een redelijk open structuur met voornamelijk berken en een groot aandeel dood hout. Door het gebied heen zijn vele takkenrillen aangelegd met materiaal uit het gebied, maar waarschijnlijk ook met tuinafval gezien de vele opslag van uitheemse struiken. In het gebied is een uitgebreide padenstructuur aanwezig, deels afkomstig van de oude wegen waarvan de verharding is verwijderd bij ontmanteling van het MOB-complex en deels nieuwe paden gevormd door recreanten.
Figuur 1: Begrenzing van het projectgebied
4
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Hierna wordt een foto impressie van het projectgebied weergegeven (afbeelding 1 t/m 6). Foto’s zijn gemaakt tijdens het veldbezoek op 25 februari 2020.
Hekwerk projectgebied aan de Mezenhof in Mill
Pad vanaf ‘ingang’ Mezenhof in Mill
Open plek zuidzijde projectgebied
Open structuur in het middendeel van het projectgebied
Open plek noord-oost zijde projectgebied
Hekwerk zijde Graafseweg Mill
5
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
2.2 Toekomstige situatie Voor het projectgebied is een integraal herinrichtingsplan opgesteld. Dat bestaat uit een kwaliteitsverbetering van natuur en landschap en een openstelling voor wandelaars. Bovendien worden 15 bouwkavels ontwikkeld en aangrenzende tuinen vergroot. De bouwkavels liggen allen dicht bij de bebouwde kom van Mill. De kavels worden individueel ontsloten. Ook de kabels en leidingen worden per woning aangelegd. In figuur 2 wordt een tekening van de toekomstige situatie weergegeven.
Figuur 2: Situatietekening toekomstige inrichting
Het voornemen is om de 15 grondgebonden woningen te realiseren vanaf eind 2021. De totale uitvoering bedraagt circa één jaar. Een aantal van de woningen wordt (gedeeltelijk) gerealiseerd op de open plekken in het bos, voor de overige woningen wordt bos gekapt.
6
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
3. Natuurwetgeving Het projectgebied is bijna geheel gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant, enkel een zeer smalle strook ter hoogte van de kavels 1, 2 en 3 is niet begrensd als NNB. Er is daarom sprake van ruimtebeslag van het NNB. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat de ontwikkelingen negatieve effecten kunnen hebben op de aanwezige waarden en kenmerken van de NNB die behouden blijft in het projectgebied. In de Interim Omgevingsverordening Brabant (iov) is het beleid van het NNB vastgelegd. Daarnaast is het bij iedere ontwikkeling noodzakelijk om mogelijke negatieve effecten conform Wet natuurbescherming (Wnb) te onderzoeken. Onderstaand worden beide ‘beleidssporen’ (iov en Wnb) kort toegelicht.
3.1 Interim Omgevingsverordening Brabant De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) lopen via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor NNN. Het NNN is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In de provincie Noord-Brabant wordt het NNN, Natuurnetwerk Brabant genoemd: NNB. Effecten op NNB bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten geanalyseerd worden en aantasting dient gecompenseerd te worden binnen de begrenzing van NNB, maar op percelen die nog niet zijn ingericht als natuur. Voor het realiseren van de woningen is een herbegrenzing van het NNB noodzakelijk. Wijzigingen van de begrenzing zijn op de volgende manieren te benaderen: -
Wijzigingen van de begrenzing om ecologische redenen Wijzigingen van de begrenzing op verzoek met toepassing Nee-tenzij principe Wijziging van de begrenzing op verzoek met toepassing van de Saldobenadering Wijziging van de begrenzing op verzoek bij kleinschalige ingrepen
In onderhavig project wordt de begrenzing gewijzigd met toepassing van de saldobenadering.
3.1.1 Saldobenadering Onder de saldobenadering wordt verstaan een combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan één of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op het NNB, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van het NNB als geheel (iov artikel 3.20). Gemeente en provincie hebben met de visie ingestemd. Anderzijds worden in het reconstructieprogramma Mill & St. Hubert uit 2009 de ontwikkelingen rondom Mill in hun onderlinge samenhang bezien. Onderdeel van het reconstructieprogramma is de inrichting van EVZ Peelkanaal. Vooruitlopend op de ontwikkeling van de 15 woningen is in 2012 al een compensatielocatie ingericht, als onderdeel van EVZ Peelkanaal, een ecologische stapsteen van 6,44 ha. Ook het waterschap heeft een deel van de EVZ gerealiseerd. De uitvoering van de plannen wordt geborgd in een bestemmingsplan. De locatie wordt toegevoegd aan het NNB en de wijzigingen worden geborgd in de Interim Omgevingsverordening Brabant. In hoofdstuk 5 wordt de reeds uitgevoerde compensatie uitgebreid toegelicht.
7
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
3.1.2 Beleidsregels compensatie Conform de Interim Omgevingsverordening Brabant van Provincie Noord-Brabant, wordt de omvang van de compensatie bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, naar de volgende indeling: a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; b. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak; c. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak; d. bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk; e. bij verstoring van natuur: maatwerk.
3.2 Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet, De Wnb richt zich op: -
Gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) Soortbescherming (beschermde soorten flora en fauna) Houtopstanden (bos <10 are of bomenrijen met < 21 bomen buiten bebouwde kom)
De provincies zijn bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wet natuurbescherming is bij alle ontwikkelingen van kracht, ook buiten de begrenzing van NNB of Natura2000. Wanneer een ontwikkeling of activiteit mogelijk negatieve effecten op beschermde soorten, instandhoudingsdoelen in N2000-gebieden of houtopstanden veroorzaakt, moet onderzoek plaatsvinden. Wnb gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied, wel bevinden zich gebieden met deze status in de omgeving van het projectgebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied ‘Oeffelter Meent’ is gelegen ten noordoosten van het projectgebied op een afstand van bijna 11 kilometer. Overige Natura 2000-gebieden bevinden zich op een grotere afstand tot het projectgebied1. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat het project geen effect heeft op N2000-gebieden2. Wnb soortenbescherming Zoals gezegd moet bij een ontwikkeling of activiteit altijd rekening gehouden worden met Wnb soortenbescherming. Wanneer mogelijke effecten op beschermde soorten conform de Wnb niet uit te sluiten zijn, moet natuuronderzoek plaatsvinden. Voor onderhavig project is reeds een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd, ook wel Quickscan genoemd. Dit verkennend onderzoek is geactualiseerd3 (Sweco, 2020).
Op basis van bureauonderzoek en twee veldbezoeken is een eerste inschatting gemaakt van mogelijk voorkomende beschermde soorten flora en fauna. De conclusie uit het verkennend natuuronderzoek is dat de aanwezigheid van beschermde soorten niet uit te sluiten is. Aanvullend soortenonderzoek naar aanwezigheid van kleine marterachtigen, vleermuizen, eekhoorn, levendbarende hagedis en jaarrond beschermde nesten van buizerd, havik, sperwer en ransuil is in 2020 uitgevoerd. Uit de resultaten van het aanvullend natuuronderzoek4 blijkt dat enkel voor buizerd een ontheffing van de Wnb aangevraagd moet worden.
1
Nijs, de N., Verkennend natuuronderzoek MOB Complex Mill, 19-08-2019 Sweco
2 Sweco, MOB Complex te Mill – AERIUS-berekening, 05-11-2020 3 Nijs, de N., Actualisatie verkennend natuuronderzoek MOB-Complex gemeente Mill en Sint Hubert. Oriënterend onderzoek in het
kader van de wet- en regelgeving voor natuur, 5-10-2020 Sweco 4 Nijs, de N.., Veldonderzoek MOB-Complex gemeente Mill en Sint Hubert Resultaten aanvullend soortgericht veldonderzoek naar
beschermde soorten, 6-11-2020 Sweco
8
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Wnb houtopstanden De te kappen houtopstanden binnen het projectgebied vallen geheel onder de bescherming van de Wnb houtopstanden en moeten voldoen aan de volgende eisen: -
Groter zijn dan 10 are. of Bomenrijen met meer dan 21 bomen.
De te kappen opstanden zijn onderdeel van een bosstructuur groter dan 10 are. In onderhavig project moet dus voldaan worden aan de wet- en regelgeving van de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden.
3.3 Conclusie natuurwetgeving Voor het project MOB-complex Mill is het relevant de volgende onderdelen van de natuurwetgeving verder uit te werken in deze rapportage. In de overige onderdelen is reeds voorzien of wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd. -
Interim Omgevingsverordening Brabant met toepassing van Saldobenadering Wet natuurbescherming houtopstanden
De volgende hoofdstukken in deze rapportage voorzien in een effectenbeoordeling en compensatie uitwerking van deze onderdelen.
Figuur 3: NNB begrenzing binnen het plangebied
9
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
4. Effectenanalyse ecologie NNB 4.1 Inleiding De effectenanalyse ecologie van het Natuurnetwerk Brabant is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bijbehorende ontwikkelingen in het projectgebied. De ecologische analyse heeft als doel de effecten van de ontwikkelingen van de ecologische waarden en kenmerken in het NNB te onderzoeken. Als blijkt dat effecten op het natuurnetwerk niet op voorhand uit te sluiten zijn, moet een effectenonderzoek NNB worden uitgevoerd. Indien een voorgenomen ingreep de “nee, tenzij” -afweging met positief gevolg doorloopt, kan de ingreep plaatsvinden, mits de eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Bij een effectenonderzoek NNB worden dan ook de (mogelijke) effecten op het natuurnetwerk in kaart gebracht en wordt geadviseerd hoe negatieve effecten voorkomen kunnen worden. Toetsingskader ecologische waarden en kenmerken In de Interim Omgevingsverordening Brabant is het toetsingskader voor de ecologische waarden en kenmerken niet tot in detail uitgewerkt. Het is niet mogelijk om alle verschillende ontwikkelingen te vangen in een vast kader. Maatwerk is noodzakelijk bij het toetsen van ecologische effecten in het NNB.
Om de waarden en kenmerken in de huidige en toekomstige situatie aan te kunnen duiden, wordt in deze rapportage getoetst op de volgende aspecten: • • • • • • • •
Ruimtebeslag (areaal) (4.2) Natuurkwaliteit (4.3) Geomorfologische waarden (4.5) Waterhuishouding (4.6) Rust en stilte (4.7) Donkerte en openheid (4.8) Landschapsstructuur (4.9) Beleveringswaarde (4.10)
Bij de toetsing is gebruik gemaakt van reeds opgestelde onderzoeken ten behoeve van flora en fauna, archeologie, akoestiek en waterhuishouding. Daarnaast is de NDFF (Nationale databank flora en fauna) geraadpleegd. Om de kwaliteit van de huidige natuur te kunnen bepalen, is gebruik gemaakt van de kwaliteitsbepaling Index Natuur en Landschap5.
4.2 Ruimtebeslag (areaal) De projectlocatie valt bijna geheel binnen de begrenzing van het NNB, met uitzondering van een klein deel van de kavels 1, 2 en 3. Deze vallen buiten het NNB. Het totale projectgebied is ruim 15 hectare groot. De bouwkavels worden conform figuur 2 nabij de dorpskern van Mill gerealiseerd. Voor een aantal bouwkavels is het niet nodig om bos te kappen, voor de realisatie van de overige kavels zal bos gekapt moeten worden. •
Het gehele oppervlak aan bouwkavels wordt onttrokken uit het NNB. De bouwkavels beslaan in totaal 1,07 ha. Aanvullend op de realisatie van de 15 woningen zijn in het verleden afspraken gemaakt met de bewoners van de straat Herdersstaf. Zij hebben de mogelijkheid hun tuin te vergroten en hiervoor wordt 0,34 ha onttrokken uit het NNB. De kavels bestaan uit de bouwkavels welke een woonbestemming krijgen en een deel wat de bosbestemming behoudt. In overleg met het bevoegd gezag is besloten dat ook de bosstroken tussen de woningen gelegen uit het NNB onttrokken en gecompenseerd wordt (3,26 ha).
• •
5
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n16-bossen-met-productiefunctie/n1603-droog-bos-productie-nieuw-per-01-01-2018/
10
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
In dit plan gaan we er vanuit dat het te kappen oppervlak voor de Wet natuurbescherming houtopstanden overeenkomt met het oppervlakteverlies NNB van de bouwkavels en de tuinen. Het is echter niet zo dat op het gehele ruimtebeslag kap plaatsvindt. In hoofdstuk 5 wordt de benodigde compensatie uitgewerkt.
Figuur 4: Overzicht van het ruimtebeslag bouwkavels, tuinen en tussen de woningen gelegen bosstroken. Bestemming 15 bouwkavels Achtertuinen bestaande woningen Herdersstaf Behoud bosbestemming Totaal
Ruimtebeslag in NNB 1,07 ha 0,34 ha 3,26 ha 4,67 ha
Ruimtebeslag Wnb 1,07 ha 0,34 ha 3,26 ha 4,67 ha
Tabel 2: Totaal ruimtebeslag NNB en Wnb houtopstanden.
Compensatie van de aantasting heeft plaatsgevonden op een locatie buiten het projectgebied welke wordt herbegrensd als NNB. In onderstaande tabel wordt de compensatiefactor weergegeven inclusief de te compenseren oppervlakten. Ontwikkeling 15 bouwkavels Achtertuinen Herdersstaf Bosstroken tussen woningen
NNB in ha 1,07 0,34 3,26
Totaal
4,67
Fysieke aantasting
Compensatiefactor
Compensatie in ha
ja ja nee
1 2/3 (1,6666) 1 2/3 (1,6666) 1
1,77 0,56 3,26 5,59
Tabel 3: Aantasting NNB in ha inclusief compensatiefactor en te compenseren NNB.
11
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
In totaal moet een oppervlakte van 5,59 ha gecompenseerd worden op basis van het ruimtebeslag van het project. Mogelijk moet aanvullend nog gecompenseerd worden voor de effecten van externe verstoring. In de volgende paragrafen wordt de effectenanalyse uitgevoerd met betrekking tot de externe verstoring en een eventuele noodzakelijke aanvullende compensatieverplichting.
4.3 Natuurkwaliteit Het Natuurnetwerk Brabant in het projectgebied bestaat in zijn geheel uit het natuurtype Droog bos met productie (N16.03). Droog bos met productie bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, douglas, lariks en spar. De voedselarmere delen worden grotendeels gedomineerd door den, eik en beuk, op de wat rijkere bodems is er een hogere groei van beuk, douglas, lariks en spar, met betere mengingsmogelijkheden. Dit bostype is de productievariant van het bostype dennen-, eiken- en beukenbos (zonder productie; 15.02). Het bostype komt voor op een voedselarme tot lemige, zandige, zure ondergrond van het Droge Zandlandschap zoals op de Veluwe, delen van Drenthe en Brabant. Lokaal is het bostype te vinden in het Heuvellandschap, kalkarme duinen en strandwallen. Het bostype is veelal uit hakhout, heide- en stuifzandterreinen ontstaan, maar kan ook aangelegd zijn op voormalige landbouwgronden waardoor de bovengrond verrijkt is. Voor Droog bos met productie (N16.03) worden in de Index Natuur en Landschap de volgende waarden als kwalificerend beoordeeld: a. b. c. d.
Flora en fauna Structuur Stikstofdepositie Ruimtelijke condities
a. Flora en fauna Voor flora en fauna zijn alleen broedvogels kwalificerende soorten voor het aanwezige natuurtype Droog bos met productie. Het gaat hierbij om de volgende soorten: appelvink, boomklever, boomleeuwerik, fluiter, geelgors, groene specht, keep, kleine bonte specht, middelste bonte specht, raaf, sijs, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal en zwarte specht. De kwaliteit van het natuurtype wordt als ‘hoog’ beoordeeld als minimaal vier van deze soorten broeden in het natuurnetwerk. De kwaliteit wordt als ‘midden’ beoordeeld als er 2-3 kwalificerende vogelsoorten broedend binnen het natuurnetwerk aanwezig zijn en ‘laag’ wanneer niet aan deze eisen wordt voldaan. In het projectgebied is geen vlakdekkende broedvogelkartering uitgevoerd. Op basis van de NDFF gegevens (geraadpleegd op 19-02-2020) wordt duidelijk dat enkel van de boomklever recente waarnemingen (2017-2018) in het projectgebied bekend zijn. Van soorten als fluiter, geelgors en groene specht zijn enkele waarnemingen in de buurt van het projectgebied bekend. Van de overige soorten zijn geen waarnemingen in het projectgebied of de naaste omgeving bekend. Wet natuurbescherming Behalve kwalificerende broedvogels aangewezen voor het natuurtype N16.03, kunnen in het projectgebied ook soorten flora en fauna voorkomen welke beschermd zijn conform de Wet natuurbescherming.
Gegevens van de mogelijk aanwezige beschermde soorten zijn afkomstig uit een verkennend natuuronderzoek (inclusief actualisatie op 5-10-2020) uitgevoerd door Sweco. Resultaten zijn gebaseerd op een bronnenonderzoek en twee oriënterende veldbezoeken op 1 februari 2018 en 10 mei 2019. Sweco concludeert het volgende in het verkennend natuuronderzoek: De Wet natuurbescherming biedt mogelijk belemmeringen voor de ontwikkeling van woningbouw op het voormalige MOB-Complex. Het bestemmingsplan is niet zondermeer uitvoerbaar vanwege mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Om de uitvoerbaarheid te bepalen, zijn aanvullende onderzoeken noodzakelijk naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen, vleermuizen, eekhoorn, levendbarende hagedis en jaarrond beschermde nesten van buizerd, havik, sperwer en ransuil. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of deze soorten een vaste rust- en verblijfplaats in het projectgebied hebben en of zij negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen ontwikkelingen. 12
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Aanvullend onderzoek naar deze soorten is uitgevoerd in het voorjaar en de zomer van 2020. Voor buizerd moet een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord. Op basis van de NDFF gegevens van de kwalificerende broedvogels is de kwaliteit van het aanwezige natuurtype als laag te beoordelen. Mogelijk broed één van de kwalificerende soorten in het projectgebied. Aanvullend onderzoek naar Wnb beschermde soorten heeft uitgewezen dat een ontheffing van de Wnb aangevraagd moet worden voor buizerd. b. Structuur De structuur van Droog bos met productie is vaak relatief eenvoudig. Oudere bossen of bossen grenzend aan oude bospercelen kunnen een hoge natuurwaarde hebben, vooral als ze een gevarieerde structuur hebben met een hoog aandeel zware bomen en dood hout. Variatie in het bos door de aanwezigheid van bijvoorbeeld open plekken, dood hout, gemengd bos en een goed ontwikkelde bosrand is van belang voor diverse faunagroepen zoals broedvogels, dagvlinders en zoogdieren.
N16.01 (3) Droog bos met productie - Structuur Structuurkenmerken Hoeveelheid Gemengd > 40% oppervlakte Gemengd > 60% oppervlakte Europees > 60% oppervlakte Europees > 80% oppervlakte Struweel en open plekken > 5% oppervlakte Struweel en open plekken > 10% oppervlakte Gelaagde boomfase > 20% oppervlakte Gelaagde boomfase > 40% oppervlakte Dikke dode bomen > 3 per ha Dikke dode bomen > 6 per ha Dikke dode bomen > 9 per ha Dikke levende bomen > 20% oppervlakte Dikke levende bomen > 40% oppervlakte Kwaliteitsbepaling “Hoog”: indien minimaal 7 kwalificerende structuurkenmerken aanwezig zijn. “Midden”: indien minimaal 4 kwalificerende structuurkenmerken aanwezig zijn. “Laag”: indien niet aan de criteria voor de klasse “Hoog” of “Midden” is voldaan. Kader 1: Kwaliteitsbepaling structuurkenmerken
Voor het projectgebied is geen structuurkartering uitgevoerd en het is minder relevant om deze alsnog uit te voeren. Tijdens het veldbezoek is een inschatting gemaakt van de aanwezige structuurkenmerken. Gemengd bos, struweel en een gelaagde boomfase zijn nauwelijks ontwikkeld of helemaal niet aanwezig. Het aandeel dood hout is hoog, maar de dode bomen zijn van geringe omvang. Ook is het aantal levende dikke bomen niet talrijk. Op basis van één veldbezoek op 25-02-2020 wordt de kwaliteit van de structuur als laag ingeschat. Er zijn minder dan 4 kwalificerende structuurkenmerken aanwezig in de huidige situatie. c. Stikstof De huidige stikstofdepositie in het projectgebied is niet bekend. Er kan dan ook geen kwaliteitsbepaling gedaan worden conform de Index Natuur en Landschap. Sweco heeft een Aerius-berekening uitgevoerd, negatieve effecten op N2000-gebieden door uitvoering van het project zijn uitgesloten. Door het ontbreken van stikstofdepositie cijfers op het projectgebied zelf, is geen kwaliteitsbepaling van het projectgebied te bepalen conform de Index Natuur en Landschap.
13
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
d. Ruimtelijke condities De ruimtelijke condities van N16.03 Droog bos met productie wordt (bij een oppervlakte van 5-50 hectare) als hoog beoordeeld wanneer deze over een afstand van maximaal 30 meter verbonden zijn met andere bos beheertypen, midden wanneer in de nabijheid (maximaal 1 kilometer) andere bossen zijn gelegen en laag wanneer het een geïsoleerde ligging betreft. Het projectgebied beslaat ruim 15 ha bos in de huidige situatie, ook na de ontwikkelingen zal een oppervlakte van ruim 10 ha behouden blijven. Aan de overzijde van de Graafseweg zijn meerdere bospercelen gelegen van het natuurtype N16.03 Droog bos met productie. Op basis van de oppervlakte en de ligging van het projectgebied worden de ruimtelijke condities beoordeeld als ‘midden’. Beoordelingsmatrix In onderstaande tabel wordt een korte samenvatting van de kwaliteitsbepaling van de huidige natuurkwaliteit gegeven. Kwalificerende waarden huidige situatie a. Flora en fauna b. Structuur c. Stikstof d. Ruimtelijke condities
Kwaliteitsbepaling Laag Laag Niet te bepalen op basis van bekende informatie Midden
Tabel 4: Beoordelingsmatrix kwaliteitsbepaling huidige natuur.
Afbeelding 7: Aandeel dode bomen van geringe omvang is groot in het projectgebied (voornamelijk eik en berk)
4.4 Geomorfologische waarden In het Archeologisch bureauonderzoek MOB Complex Mill, gemeente Mill en St. Hubert6 heeft Sweco de geomorfologische en bodemkundige waarden van het projectgebied uitgebreid onderzocht. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de bevindingen, voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het rapport van Sweco.
6
Weinheijm, W et al. 2019. Archeologisch bureauonderzoek MOB Complex Mill, gemeente Mill en St. Hubert, Sweco
14
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
‘Geologisch gezien behoort het projectgebied tot de ’horst van Mill’, het oostelijke deel van de Noordelijke Peelhorst. Voor Nederland een uniek gebied vanwege de nog steeds duidelijk waarneembare hoogteverschillen in het landschap, veroorzaakt door breuken in de aarde. Tijdens het Pleistoceen (2,5 miljoen jaar geleden) zijn er door beweging in de aardkorst meerdere breuklijnen ontstaan in de Nederlandse bodem. Aan de ene kant van zo’n breuklijn bevindt zich een horst (hoger gelegen gebied) en aan de andere kant een slenk (lager gelegen gebied). De beweging van het landschap in combinatie met de dynamische aard van de aanwezige rivieren Maas en Rijn hebben ervoor gezorgd dat delen van de Horst van Mill zijn geërodeerd met een steilrand tot gevolg. Over deze steilrand loopt nu de Graafseweg. Het hoogteverschil in het gebied is relatief groot, hoogste delen bevinden zich aan de oost- en westzijde op circa 17,75 m +NAP. Het maaiveld loopt af naar de laagste delen zuidelijk in het plangebied tot circa 15,50 m +NAP. Ten opzichte van de omgeving bestaat weinig hoogteverschil’. ‘Volgens de bodemkaart bevinden zich in het plangebied haarpodzolgronden (Hd30) met grof zand. Deze haarpodzolgronden worden ten noorden, oosten en zuiden omgeven door hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ21). Ten westen liggen plaatselijk veldpodzolgronden (Hn21).
De combinatie van haarpodzolgronden en hoge zwarte enkeerdgronden wijst op een menselijk gebruik van het landschap. Haarpodzolgronden komen veel voor in (voormalige) heidegebieden. Tijdens de Late Middeleeuwen werden heidevelden gebruikt om schapen te weiden die ’s nachts in potstallen verbleven. Plaggen van de heidevelden werden in de stallen gebruikt om de mest op te vangen en de dieren een ligplaats te geven. Het opgevangen mengsel van mest en plaggen werd na enige tijd over het bouwland uitgereden, waardoor op deze plekken een kunstmatig dek ontstond. De hoge zwarte enkeerdgronden hebben zo’n dergelijk opgehoogd dek, van gewoonlijk tussen de 60 en 80 cm dik. Sinds de invoering van de kunstmest verdween deze functie van de heidevelden en werden deze gebieden tot bouwland of grasland ontgonnen’. In onderstaande historische kaarten is te zien dat het gebied eind 19de eeuw uit heide bestond. In de jaren 30 van de 20ste eeuw zijn de eerste grove contouren van bossen aanwezig. In 1957 is de eerste kaart met daarop het MOB-complex beschikbaar. De kaartbeelden daarna laten het complex niet meer op kaart zien. Wel wordt de bebossing duidelijker zichtbaar. Vanaf 1987 is de bebouwing van het MOBcomplex weer op kaart aanwezig. Na ontmanteling van het MOB-complex in 2012 zijn de open plekken in het bosgebied zichtbaar op kaart.
In de planfase van de ontwikkelingen is aandacht gegeven aan de cultuurhistorische waarden van het gebied.
Figuur 5: Topo tijdreis 1894
Topo tijdreis 1930
Topo tijdreis 1957
Topo tijdreis 2028
15
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Conclusie Sweco Archeologische waarden: Voor het grootste gedeelte van het projectgebied geldt een middelhoge of hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot aan de Late Middeleeuwen, en een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Een deel van het projectgebied heeft een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Vervolg onderzoek is noodzakelijk om negatieve effecten op mogelijk aanwezige archeologische waarden uit te kunnen sluiten.
4.5 Waterhuishouding Sweco heeft een uitgebreid onderzoek naar de waterhuishouding in het projectgebied uitgevoerd, de bevindingen zijn gerapporteerd in de rapportage Watertoets Ruimte voor Ruimte locatie MOB complex, Mill Watertoets en waterparagraaf7. In het kort worden de bevindingen uit de watertoets weergegeven, voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de watertoets. ‘Volgens de bodemkaart heeft het projectgebied Grondwatertrap VII, met een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) dieper dan 80 cm -mv. Aan de hand van de roestverschijnselen zoals die zijn aangetroffen in de boringen uitgevoerd door Sweco, lijkt de GHG niet ondieper dan 2 m-mv voor te komen. Dit komt overeen met het beeld in de grondwatertrap. Op de hogere delen aan de oost- en westzijde en de lager gelegen delen zuidelijk in het gebied kunnen de GHG en GLG afwijken van het gemiddelde. De grondwatertrappenkaart geeft hiervoor een te globaal beeld, de boringen duiden echter ook hier op een GHG dieper dan 2,00 m-mv’. Conclusie Sweco watertoets: Als gevolg van de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak toe. Door de verhardingstoename gaat hemelwater versneld afstromen. In het projectgebied is voldoende ruimte om afstromend hemelwater te verwerken. Hiermee wordt voldaan aan de algemene regels voor compensatie van hemelwater.
Vuilwater afkomstig van de woningen kan worden aangesloten op het bestaand vuilwaterriool. Hiermee vinden geen lozingen plaats met een negatieve invloed op de waterkwaliteit en natte natuur. In het gebied is voldoende ontwateringsdiepte beschikbaar voor de beoogde functies. De grondwaterstand wordt niet permanent verlaagd. Mogelijk is voor de aanleg een tijdelijke bemaling nodig. Afhankelijk van de omvang en duur is de onttrekking mogelijk vergunningsplichtig. Of bemaling noodzakelijk is dient in een bemalingsadvies worden vastgesteld. Met inachtneming van de beschreven maatregelen wordt de ontwikkeling hydrologisch neutraal gebouwd en worden daarmee geen negatieve effecten op de waterhuishouding verwacht.
4.6 Rust en stilte De huidige invloed van geluid op het NNB is middelhoog door de aanwezigheid van de Graafseweg en de vele wandelaars in het gebied. Het projectgebied behoort niet tot een stiltegebied en er zijn vele paden aanwezig. Het gebied biedt extensieve recreatie mogelijkheden ook al is het eigenlijk niet toegankelijk. Sweco heeft een akoestisch onderzoek8 uitgevoerd waarbij de geluidsbelasting op de bouwkavels is onderzocht. Na aanpassing van het plan is aanvullend een oplegnotitie opgesteld9 met daarin de gewijzigde resultaten van het akoestisch onderzoek. Enkel door verkeer op de Graafseweg wordt de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB (Lden) overschreden bij kavel 1 en 2.
7
Daas, A, 2019 Watertoets Ruimte voor Ruimte locatie MOB complex, Mill Watertoets en waterparagraaf Onna, van D, 2019. Ruimte voor ruimte MOB-complex Mill Akoestisch onderzoek 9 Sweco, Ruimte voor ruimte MOB-complex Mill; akoestisch onderzoek, 5-10-2020 8
16
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Figuur 6: Toetsingswaarde (Lden) in dB, door verkeer op de Graafseweg, inclusief corr. art. 3.4 RMG 2012 (contourhoogte 4,5 meter) (Bron: Akoestisch onderzoek)
In figuur 5 wordt ook zichtbaar dat niet alleen kavels 1 en 2 te maken krijgen met een geluidsbelasting hoger dan 48 db. Ook een zeer klein deel van het NNB aan de zijde van de Graafseweg heeft in de huidige situatie te maken met een geluidsbelasting hoger dan 48 db. De verwachting is dat verstoringsgevoelige (vogel)soorten zich niet hebben gevestigd of gaan vestigen in deze zone, de Graafseweg is immers al aanwezig met de huidige verstoringseffecten. In de toekomstige situatie neemt de rust en stilte binnen het projectgebied in gedeelten af ten opzichte van de huidige situatie. De verwachting is dat de recreatiedruk toeneemt na de realisatie van de woningen. Daarnaast leidt bewoning alsmede autoverkeer naar de woningen toe tot een lichte toename van geluidverstoring. Hier is dus mogelijk sprake van een lichte toename van de externe verstoring in de vorm van geluidverstoring. Deze zal echter geminimaliseerd worden doordat een ruime bosstrook behouden blijft en werkt als buffer tussen de woningen en het NNB. De kavels bestaan uit een bouwblok waar de woning en bijgebouwen gerealiseerd worden en een areaal bos wat bestemd blijft als bos maar uit het NNB wordt gehaald. Daarnaast krijgt het bestaande bos in het NNB een kwaliteitsimpuls en is sprake van een overcompensatie. Er is op de compensatielocatie meer m² NNB natuur gerealiseerd dan in het plangebied wordt aangetast.
In hoofdstuk 5 wordt deze kwaliteitsimpuls verder toegelicht. De mogelijke toename van geluidsverstoring wordt geminimaliseerd en gecompenseerd door: 1. Een groene buffer tussen de woningen en het NNB te behouden 2. De bestaande NNB in het projectgebied een kwaliteitsimpuls te geven 3. Door overcompensatie van NNB
4.7 Donkerte en openheid Door de realisatie van de 15 woningen wordt een deel van de bosstrook aan de zuidzijde van het projectgebied gekapt. Deze open plekken worden echter weer gedeeltelijk volgebouwd waardoor een toename van lichtverstoring van buiten het projectgebied zeer beperkt blijft. In de huidige situatie is het
17
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
bosstrook ook niet overal even dicht, ondergroei ontbreekt op veel plaatsen en lichtverstoring vanuit de omliggende woonwijken vindt nu ook plaats. Ook in de bouw- en gebruiksfase van de woningen wordt geen toename van lichtverstoring verwacht op het NNB. De woningen worden gebouwd aan de zuidzijde van de percelen en het bos aan de noordzijde van de woningen blijft behouden wat een bufferende werking heeft. Bouwwerkzaamheden moeten zoveel als mogelijk gedurende de dag worden uitgevoerd zodat het gebruik van bouwlampen niet noodzakelijk is. Daarnaast worden de aanwezige natuurwaarden versterkt door aanplant van nieuwe bomen en het versterken van bosranden. Nieuwe aanplant en versterking van de bosstructuren zorgt voor minder lichtverstoring van buiten het projectgebied en de woningen binnen het projectgebied. Externe verstoring in de vorm van lichtverstoring wordt minimaal geacht, overcompensatie van NNB op de compensatielocatie compenseert deze mogelijk optredende verstoring. De mogelijke toename van lichtverstoring wordt geminimaliseerd en gecompenseerd door: 1. Een groene buffer tussen de woningen en het NNB te behouden 2. De bestaande NNB in het projectgebied een kwaliteitsimpuls te geven 3. Door overcompensatie van NNB
a. Landschapsstructuur Met de ontwikkelingen ontstaat een multifunctioneel gebied waarin wonen met de ecologische en cultuurhistorische waarden wordt verweven. Door de rode ontwikkelingen ontstaat ruimte voor een kwaliteitsimpuls van de bestaande natuurwaarden. Door het juiste beheer van het bosgebied en het robuuster en natuurlijker inrichten van de bosranden, verbeterd de natuur in het NNB. Bij de aanplant dient rekening gehouden te worden met de bebouwingstructuren van het voormalige MOB-complex, op een aantal locaties worden open plekken behouden. De landschapsstructuur van het gehele gebied verbetert in de breedte met uitzondering van de te bebouwen bosstrook aan de zuidzijde van het gebied.
b. Belevingswaarde In de huidige staat wordt in het projectgebied veel gewandeld. Het projectgebied biedt een uniek stukje natuur zo dicht bij de bebouwde kom. De natuurlijke en landschappelijke waarde is door achterstallig onderhoud kwalitatief niet erg hoog. De natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit en dus de belevingswaarde van het landschap zullen door de voorgenomen plannen versterkt worden en dan met name in het middenterrein. In de huidige situatie is echter ook de rust in het gebied een essentieel onderdeel van de belevingswaarde. De rust neemt in zuiden van het projectgebied af, in de bospercelen wordt de rust grotendeels behouden, maar er blijft ruimte voor recreatie.
18
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
c. Conclusies effectenanalyse In onderstaande tabel worden in het kort de conclusies van het toetsingskader NNB samengevat. Aanvullend wordt de actie op basis van de conclusie weergegeven. Toetsingskader
Conclusie
Areaal
Ruimtebeslag NNB = Wnb houtopstanden =
Natuurkwaliteit
De kwaliteit van de huidige natuurwaarden is beoordeeld als ‘laag’ en ‘midden’. De huidige stikstofdepositie kon niet bepaald worden op basis van de bekende gegevens.
Geen directe actie vanuit beleid nodig op deze constatering. De aanwezige natuurwaarden zullen verbeteren door uitvoering van de voorgenomen kwaliteitsimpuls (zie hoofdstuk 5)
Geomorfologische waarden
Vervolg onderzoek is noodzakelijk om negatieve effecten op mogelijk aanwezige archeologische waarden uit te kunnen sluiten.
Sweco voert vervolgonderzoek archeologie uit in 2020.
Waterhuishouding
Met inachtneming van de beschreven maatregelen wordt de ontwikkeling hydrologisch neutraal gebouwd en worden daarmee geen negatieve effecten op de waterhuishouding verwacht. Mogelijk is er sprake van een toename van geluidsverstoring in de toekomstige situatie door recreatie en bewoning.
Geen acties noodzakelijk.
Rust en Stilte
Actie 4,67 ha 4,67 ha
Donkerte en openheid
Een toename van lichtverstoring wordt niet verwacht.
Landschapsstructuur
De landschapsstructuur van het gehele gebied (en dus ook het NNB) zal in de breedte verbeteren met uitzondering van de locaties waar de woningen worden gerealiseerd.
Belevingswaarde
De rust zal in de buitenrand van het projectgebied afnemen, in de bospercelen wordt de rust zoveel mogelijk behouden, maar er blijft ruimte voor recreatie.
Uitwerken van compensatie NNB en Wnb houtopstanden in hoofdstuk 5 van deze rapportage.
1.Een groene buffer tussen de woningen en het NNB behouden 2.De bestaande NNB een kwaliteitsimpuls geven 3.Overcompensatie van NNB 1.Een groene buffer tussen de woningen en het NNB behouden 2.De bestaande NNB een kwaliteitsimpuls geven 3.Overcompensatie van NNB De aanwezige natuurwaarden, buiten de bouwlocaties, worden verbeterd door uitvoering van de voorgenomen kwaliteitsimpuls (zie hoofdstuk 5).
De aanwezige natuurwaarden worden verbeterd door uitvoering van de voorgenomen kwaliteitsimpuls (zie hoofdstuk 5).
Tabel 5: Samenvatting conclusies toetsingskader NNB
19
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
4. Compensatie uitwerking In onderstaande paragrafen wordt de compensatieverplichting nader uitgewerkt voor beide beleidssporen.
a. Interim Omgevingsverordening Brabant NNB In onderhavig project is een unieke situatie ontstaan. Tijdens de planvorming in 2011-2013 heeft provincie Noord-Brabant reeds een compensatielocatie van 6,44 ha aangekocht en ingericht ten behoeve van de realisatie van de 15 woningen op het MOB-complex in Mill. In deze uitwerking wordt bepaald of de reeds ingerichte compensatie voldoet conform de compensatieregels uit de Interim Omgevingsverordening Brabant. Wanneer dat niet het geval is, wordt aanvullende compensatie voorgesteld.
5.1.1 Huidige situatie compensatie Dorpslandschap De in 2012 ingerichte compensatiegronden zijn gelegen ten zuiden van Mill. Als onderdeel van EVZ Groespeel, deelgebied Dorpslandschap, ontstond direct grenzend aan een andere natuurontwikkeling de mogelijkheid om deze nieuwe natuur te ontwikkelen. Het betreft de percelen: • • •
Mill G 2095 (2.361 m²) Mill G 2355 (5.000 m²) Mill G 2356 (57.100 m²)
Figuur 7: Overzicht projectgebied en ligging compensatiegronden Dorpslandschap (nu nog in de Groenblauwe Mantel)
20
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
De ambitie, doelstelling en meerwaarde van deze natuurontwikkeling wordt beschreven in het Reconstructieprogramma Mill en St. Hubert 2009 en in het gebiedsprogramma Groespeel van provincie Noord-Brabant. Dit programma is bestuurlijk vastgesteld. Als uitwerking van het reconstructieprogramma is een Projectplan EVZ Groespeel opgesteld met daaropvolgend definitief ontwerp EVZ Groespeel, deelgebied Dorpslandschap.
Figuur 8: Uitsnede controleviewer gerealiseerde EVZ (22-03-2020)
De compensatielocatie is in de Interim Omgevingsverordening Brabant nog aangeduid als Groenblauwe Mantel (zie figuur 6). Wel is de locatie reeds opgenomen als ‘gerealiseerde EVZ toegevoegd aan NNB’ (paarse kleur figuur 7). Als onderdeel van de aanstaande bestemmingsplanprocedure voor de herontwikkeling van het MOB-complex, wordt de uitgevoerde natuurcompensatie als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant begrensd. Op de kleine insteek is te zien dat het deelgebied Dorpslandschap onderdeel uitmaakt van de grote EVZ Peelkanaal welke grotendeels is gerealiseerd. Enkel de blauwe lijn ten noorden van Mill moet nog gerealiseerd worden. De ingetekende vlakken in figuur 6, 7 en 8 komen echter niet geheel overeen: het meest noordelijke smalle strookje staat niet op de controle viewer ingetekend. Exacte begrenzing van de EVZ/ NNB moet met het bevoegd gezag afgestemd worden voorafgaande aan de herbegrenzing. Op 25 februari 2020 is de compensatielocatie deelgebied Dorpslandschap bezocht. Onderstaand een impressie van de huidige situatie in afbeelding 8 t/m 13.
Ingang compensatielocatie vanaf Domeinenstraat Mil
Overzicht van compensatie van noord naar zuid
21
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Moeraszone
Overzicht compensatie inclusief Peelkanaal
De gehele EVZ Peelkanaal is ingericht volgens het principe “nat kralensnoer” en bijbehorend waterschapsbeleid. Inrichting is afgestemd op de doelsoorten: das, struweelvogels, kamsalamander, grote modderkruiper, kleine modderkruiper en kruipend moerasscherm. Meeliftende soorten zijn poelkikker, rugstreeppad, dagvlinders van natte habitats en libellen. Deelgebied Dorpslandschap is ingericht als nieuwe natuur langs de EVZ door het realiseren van een diversiteit aan vegetatietypen en gradiënten in maaiveldhoogtes.
Figuur 9: Schetsontwerp EVZ Groespeel, deelgebied Dorpslandschap, met begrenzing natuurcompensatie tbv MOBcomplex Mill (rood omlijnd)
.
22
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
5.1.2 Beoordeling compensatie Dorpslandschap In totaal dient een oppervlakte van 5,59 ha gecompenseerd te worden ten behoeve van het ruimtebeslag van de ontwikkelingen. Daarnaast moet een kleine compensatie gedaan worden om de mogelijke toename van verstoring door recreatie en bewoning te compenseren. De huidige compensatielocatie beslaat 6,44 ha. Het compensatieperceel voldoet daarmee aan de compensatieregels conform de Interim Omgevingsverordening Brabant. Aanvullend krijgt het bestaande bos op de projectlocatie een kwaliteitsimpuls.
5.1.3 Uitwerking compensatie NNB De vitaliteit van de aanwezige natuurwaarden laat te wensen over (zie paragraaf 4.3) en heeft veel baat bij een kwaliteitsimpuls en uitbreiding van het areaal bos. Hierbij wordt niet enkel het areaal bos vergroot, maar wordt het bos ook robuuster ingericht. Bosranden zijn nu harde overgangen en een gelaagdheid in structuur ontbreekt geheel, het bos is eenvormig zonder ondergroei op veel locaties. Relatief simpele ingrepen zoals het laten ontwikkelen van natuurlijke opslag en een goed beheer, verhogen de natuurwaarden in de bestaande NNB flink. Bovenstaande wordt geborgd in een beheerplan voor de verbetering van de bestaande NNB in het projectgebied.
b. Wet natuurbescherming Het areaal te kappen bomen bestaat uit de 15 bouwkavels én de achtertuinen van de straat Herdersstaf. Niet alle bouwkavels zijn volledig gevuld met bomen. De bomen in de tuinen van de Herdersstaf worden mogelijk ook niet allemaal gekapt, maar daar is na verkoop geen zicht op. We gaan bij de compensatiebepaling uit van totale kap van het ruimtebeslag. Daarbij moet opgemerkt worden dat op een deel van de bouwkavels geen bos aanwezig is en dus ook niet gekapt hoeft te worden. In totaal wordt een oppervlakte van 1,07 ha aan houtopstanden gekapt die voldoet aan de criteria van de Wnb, namelijk houtopstanden met een oppervlakte groter dan 10 are. Hierbij wordt uitgegaan van het gehele oppervlak, een deel van de oppervlakte bevat echter geen bos. Daarnaast is met het bevoegd gezag van de Wnb overeengekomen dat ook de oppervlakte van de bosstroken tussen de woningen met de factor 1 gecompenseerd moet worden (3,26 ha). De bosstroken tussen de woningen zullen niet gekapt worden en behouden de bosbestemming. Omdat na verkoop minder zicht is op de handhaving van de bosopstanden heeft het bevoegd gezag bepaald dat compensatie noodzakelijk is. Hierbij is door het bevoegd gezag wel de nuancering gegeven dat compensatie geheel mag plaatsvinden in het projectgebied en dat het laten opkomen van natuurlijk bosopslag voldoende voorziet in de compensatieplicht.
Door het laten opkomen van bosopslag en het uitvoeren van het juiste beheer nemen natuurwaarden in het bestaande bos toe. Hierbij wordt minder toegezien op de kwantitatieve verplichting, maar meer aandacht zijn voor de kwalitatieve verplichting.
5.2.1. Beoordeling compensatie Dorpslandschap In de reeds uitgevoerde compensatie Dorpslandschap is geen rekening gehouden met de compensatie van de te kappen houtopstanden voor de realisatie van de woningen. Er is een oppervlakte van circa 0,6 ha uitgerasterde plantvakken met jonge aanplant aanwezig op de compensatielocatie. Deze aanplant voldoet kwalitatief aan de compensatieplicht, maar voldoet niet in kwantiteit. Wel kan deze 0,6 ha gezien worden als onderdeel van de compensatieplicht Wnb. De houtopstanden met een totaal oppervlak van 4,67 ha – 0,6 ha (compensatie Dorpslandschap) = 4,07 ha worden binnen het projectgebied met de factor 1 gecompenseerd waarbij de kwalitatieve verplichting zwaarder weegt dan de kwantitatieve verplichting omdat een aanzienlijk deel van deze oppervlakte niet daadwerkelijk gekapt wordt.
5.2.2. Uitwerking compensatie Wnb Ruimte voor Ruimte is met het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming houtopstanden, Omgevingsdienst Brabant Noord (ODNB), overeengekomen dat de te kappen houtopstanden 23
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
gecompenseerd mogen worden in het projectgebied. Voor de compensatie van de Wnb houtopstanden wordt verwezen naar de uitwerking van de kwaliteitsimpuls van de bestaande NNB in het projectgebied. De uitvoering van het beheer wordt geborgd in een beheerplan.
c. Conclusie Wanneer gebruik wordt gemaakt van de saldobenadering bij herbegrenzing van het NNB, is het van belang dat de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van het NNB als geheel. De bestaande NNB in het projectgebied en de compensatielocatie zijn niet met elkaar te vergelijken op basis van de aanwezige natuurtypen. De projectlocatie bestaat geheel uit het natuurtype Droog bos met productie en de compensatie locatie bestaat uit diverse vegetatietypen en gradiënten van droge naar natte delen, hoogte gradiënten en overgangszones van open moerasgebieden naar struweel en op den duur bos. Wanneer gekeken wordt naar de waarde voor het NNB van de twee locaties is er sprake van een verbetering van de kwantiteit en kwaliteit van het NNB. Er is meer NNB ingericht door de factor 1,66 dan het ruimtebeslag van de ontwikkelingen. De huidige kwaliteit van de compensatielocatie ontwikkelt nog verder, maar de inrichting van de nieuwe natuur in het deelgebied Dorpslandschap heeft er voor gezorgd dat een zeer grote en belangrijke stapsteen van de totale EVZ Groespeel gerealiseerd is. Belang van deze EVZ is groot voor uiteenlopende doelsoorten en meer regionaal dan de lokale waarde van NNB op het MOB-complex door de geïsoleerde ligging door bestaande wegen en woonwijken in de directe omgeving.
De herbegrenzing van het NNB kan op basis van deze effectbeoordeling en compensatieplan doorgang vinden. Met inachtneming van het volgende: -
Het beheer van de bosopstanden in het projectgebied moet uitgewerkt en geborgd worden voor de lange termijn in een beheerplan.
24
Effectbeoordeling en Compensatieplan MOB-complex Mill
Literatuur -
-
Nijs, de N., Verkennend natuuronderzoek MOB Complex Mill, Sweco, 19-08-2019 Nijs, de N., Actualisatie verkennend natuuronderzoek MOB-Complex gemeente Mill en Sint Hubert. Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur, 5-10-2020 Sweco Weinheijm, W et al. 2019. Archeologisch bureauonderzoek MOB Complex Mill, gemeente Mill en St. Hubert, Sweco Daas, A, 2019 Watertoets Ruimte voor Ruimte locatie MOB complex, Mill, Watertoets en waterparagraaf Onna, van D, 2019. Ruimte voor Ruimte MOB-complex Mill Akoestisch onderzoek Sweco, Ruimte voor ruimte MOB-complex Mill; akoestisch onderzoek, 5-10-2020 Sweco, MOB Complex te Mill – AERIUS-berekening, 05-11-2020 Nijs, de N., Veldonderzoek MOB-Complex gemeente Mill en Sint Hubert Resultaten aanvullend soortgericht veldonderzoek naar beschermde soorten, 6-11-2020 Sweco
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n16bossen-met-productiefunctie/n16-03-droog-bos-productie-nieuw-per-01-01-2018/ https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal
25