12 t en r_Haps Sint Hubertseweg naast nr 10_ontwerp_3.pdf
Tekst van het document
Planspecifiek Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is de website synbiosys.alterra.nl/natura2000 geraadpleegd. Bijgevoegd een screenshot van die website waarbij alle raadpleegbare gebieden zijn 'aangevinkt'.
Ligging natuurgebieden in de omgeving
Op de afbeelding is de ligging van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland te zien (groenomlijnde gebieden).
30
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Te zien is dat het plangebied hier ruim buiten ligt. Met betrekking tot beschermde gebieden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen plannen. Soortenbescherming Om de gevolgen van soortenbescherming te beoordelen is er een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. In het onderzoek wordt de aanwezigheid van een geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de volgende soorten en soortgroepen weergegeven (en geadviseerd wat daarmee te doen): Broedvogels algemeen: het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren, er is wel een roekenkolonie aanwezig op de onderzoekslocatie. Vleermuizen: afhankelijk van nader onderzoek, in de toekomstige situatie blijft een bomenstructuur langs de Sint Hubertseweg behouden en wordt nog een additionele rij aangeplant. Overige grondgebonden zoogdieren: acht voor zorgplicht ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren als egel, konijn en diverse muizensoorten. Amfibieën: aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene amfibieën als gewone pad en bruine kikker. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Daarnaast dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen.
Met betrekking tot de aangetroffen roekenkolonie en de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen is vervolgonderzoek uitgevoerd. Dit aanvullende onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd. De belangrijkste conclusies uit het rapport zijn: Vleermuizen Op basis van het onderzoek kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie geen wezenlijke functie voor vleermuizen heeft. Verstoring ten aanzien van vleermuizen is uitgesloten. Roeken kolonie Binnen de planlocatie is een deel van de roekenkolonie aanwezig. Het nemen en vastleggen van mitigerende maatregelen is noodzakelijk om de bestemmingsplanwijziging mogelijk te maken binnen de Wet natuurbescherming. Bij nieuwbouw en/of kapwerkzaamheden dient aantoonbaar conform een ecologisch werkprotocol gewerkt te worden om negatieve effecten op de aanwezige roekenkolonie te voorkomen. Het ecologisch werkprotocol en de bijbehorende ecologische begeleiding dient te worden uitgevoerd door een ter zake kundige op het gebied van de roek. Op basis van de aanwezigheid van de roekenkolonie is het plan aangepast door de woning verder in noordelijke richting te bouwen. Bestaande nestellocaties van de roekenkolonie blijven daarmee beschermd. In de regels is geborgd dat er via een Ecologisch werkprotocol Roeken (bijlage 1 bij de regels) wordt gewerkt, zodat er geen significant negatieve effecten op de roeken optreden.
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
31
5.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. In onderhavig initiatief wordt één woning toegevoegd. De bestaande woning blijft bestaan. De Sint Hubertseweg is een belangrijke ontsluitingsroute in Haps en heeft voldoende capaciteit voor de verkeersgeneratie van één extra woning. De nieuwe woning krijgt een eigen inrit op de Sint Hubertseweg. De inrit van de bestaande woning blijft gehandhaafd. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op een kavel van 2.180 m². In de gemeentelijke Parkeernota is een parkeernorm van 3 parkeerplaatsen voor een dure woning opgenomen. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig voor bewoners en bezoekers aanwezig om aan deze norm te voldoen. Er worden geen problemen ten aanzien van verkeer verwacht. Het plan is hiermee uitvoerbaar op het gebied van verkeer.
5.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) regelt de belangrijkste aspecten met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Door middel van de Wamz is de omgang met het bodemarchief verankerd in onder andere de Monumentenwet 1988 en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op basis hiervan zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd.
Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan vooronderzoek naar mogelijke archeologische waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veiliggesteld kunnen worden en / of het initiatief aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente en dit moet bij vaststelling van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) meegenomen worden. Planspecifiek De nieuw te bouwen woning wordt in dezelfde rooilijn gebouwd als de bestaande woning en blijft een kavel met een groen karakter. De woning wordt daarmee ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast door het initiatief. Het plangebied is gelegen in een gebied dat volgens de Archeologische Beleidskaart een gebied betreft met lage archeologische verwachting. Dit houdt in dat er geen archeologisch onderzoek is vereist bij bodemingrepen. Hiermee is het initiatief uitvoerbaar op het gebied van cultuurhistorie en archeologie.
32
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe heeft de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afgesloten. Daarmee is de exploitatie van het plangebied anderszins geborgd. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure worden verrekend in de exploitatiebijdrage die de initiatiefnemer aan de gemeente betaalt. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten.
Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De buurt is op de hoogte gesteld van voorliggend plan. Na de inspraakprocedure waarin enkele reacties zijn gegeven is er nog eens een omgevingsdialoog georganiseerd, waarvan een verslag is opgenomen in bijlage 5. Indien er geen of onvoldoende maatschappelijk draagvlak is kan het voorliggend plan in heroverweging worden genomen.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
33
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
7.2
Verbeelding
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
7.3
Planregels
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt Hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. In de volgende paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen behandeld. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde.
Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
34
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
7.4
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Wonen, waarbij de woonfunctie wordt neergelegd. Deze bestemming staat per bouwvlak het realiseren van een woning toe. Met de aanduiding 'vrijstaand' is geregeld dat dit één vrijstaande woning betreft. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het werken conform het Ecologisch werkprotocol Roeken. Daarnaast is een vergunningstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen om te voorkomen dat er wateroverlast optreedt bij de aangrenzende percelen en om de voor roeken geschikte bomen te beschermen. Verder zijn de volgende algemene gebiedsaanduidingen opgenomen: Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' die een beperking legt op de toegestane hoogten binnen het plangebied. De hoogtebepaling van de vrijwaringszone is vastgelegd in het Barro. Dit leidt ertoe dat er een grotere hoogte is toegestaan dan genoemd in het bestemmingsplan. Gebiedsaanduiding 'monumentale boom', ter bescherming van de groeiplaatsen van monumentale bomen. Gekozen is voor een gebiedsaanduiding omdat de groeiplaatsen vaak in meerdere bestemmingen liggen. De bescherming is gericht op het wortelstelsel en de bladerkroon en biedt aan beide voldoende ruimte om volledig uit te groeien. Het oprichten van bebouwing is daarom beperkt in de groeiplaatsen.
Noemenswaardig in dit plan is dat de gebiedsaanduiding 'monumentale boom' deels ligt buiten de bestemming Wonen waardoor de buiten de woonbestemming gelegen gronden slechts partieel herzien worden. De onderliggende bestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan "Haps" (NL.IMRO.1684.02BPhaps-VA01, vastgesteld 2011-10-31) blijven hierdoor van kracht. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
35
Hoofdstuk 8 8.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt dit vooroverleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
8.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het voorontwerpbestemmingsplan is voor het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de provincie en het waterschap. Beide instanties hebben aangegeven dat er geen aanleiding is voor het maken van opmerkingen.
8.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 12 december 2018 tot en met 8 januari 2019 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er 3 inspraakreacties ingediend. Op basis hiervan is het plan op punten aangepast. De inspraaknota is opgenomen als bijlage 6. Hierin is te raadplegen op welke punten het plan is aangepast.
8.4
Verslag zienswijzen
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.
36
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlagen bij de toelichting
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
37
38
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlage 1
Bodemonderzoek
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
39
40
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
41
42
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlage 3
Quick scan flora en fauna
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
43
44
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlage 4
Aanvullende Quickscan F&F
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
45
46
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlage 5
Verslag omgevingsdialoog
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
47
48
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Bijlage 6
Inspraaknota
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
49
50
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Regels
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
51
52
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10 met identificatienummer NL.IMRO.1684.BPHaSthubertsewg10-ON01 van de gemeente Cuijk (svbp2012). 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aangebouwd minimaal twee bouwwerken die aan elkaar zijn gebouwd en al dan niet een interne verbinding hebben. 1.6 achtererf het erf dat achter de voorgevelrooilijn ligt. 1.7 afhankelijke woonruimte een bijbehorend bouwwerk bij een woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.8 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.9 bouwen, ondergrondshet plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil. 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde. 1.11 begane grond de eerste bouwlaag volledig gelegen boven het peil.
1.12 beroep het uitoefenenen van een bedrijfsmatige activiteit waarmee in het levensonderhoud wordt voorzien. 1.13 beroep-aan-huis een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner(s) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals juridische, administratieve, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen. 1.14 bedrijf-aan-huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunen worden uitgeoefend. 1.15 bestaand a. de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. het gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
53
1.16 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.19 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of bouwwerk geen gebouw zijnde, met een dak. 1.20 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwgrens, voorstede naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte grens van een bouwvlak of, indien meerdere bouwgrenzen naar een openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen bouwgrens. 1.22 bouwlaag of verdieping(slaag) een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijk of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren en balklagen/plafonds, met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van kruipruimte, zolder en vliering. 1.23 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.
1.25 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27 bouwwerk geen gebouw zijnde (ander bouwwerk) elk bouwwerk, dat of ontoegankelijk is, of onoverdekt is, of geen wanden heeft, met uitzondering van een overkapping zonder wanden dat als gebouw moet worden getoetst. 1.28 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw. 1.29 daknok hoogste punt van een schuin dakvlak. 1.30 dakvlak een vlak van het dak. 1.31 dakvoet laagste punt van een schuin dakvlak. 1.32 erf al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw, voor zover de regels van dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbieden.
54
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
1.33 extensief recreatief medegebruik extensieve vormen van dagrecreatie die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, die een kortstondig karakter hebben en in de openlucht plaatsvinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, paramotorvliegen en kleinschalige recreatieve luchtvaart voor zover het starten en landen betreft. 1.34 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35 gebouw, bedrijfseen gebouw dat geschikt is voor bedrijfsmatige activiteiten, waaronder ook maatschappelijke- en sportgerelateerde activiteiten worden gerekend. 1.36 geluidhinder gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid. 1.37 geluidsgevoelige objecten gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.38 gevel of gevelvlak bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. 1.39 groeiplaats de bovengrondse en ondergrondse plaats die een boom, een bomenlaan of een bos nodig heeft om tot volle wasdom te groeien.
1.40 grond(en) de onder- en bovengrond op verschillende niveaus, alsmede water, de territoriale zee en de exclusieve economische zone daaronder begrepen. 1.41 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is. 1.42 hoofdgebouw, oorspronkelijkhet hoofdgebouw zoals dat in eerste instantie is gerealiseerd in overeenstemming met de voor dat hoofdgebouw verleende omgevingsvergunning. 1.43 hoofdverblijf de woning waar naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen overnacht wordt, en dat tevens als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van een huishouden aan te merken is. 1.44 huishouden, huisgenoten personen (of persoon) die ieder het hoofdverblijf in een woning hebben en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van een bijdrage in de kosten te leveren van de huishouding dan wel anderszins, en waarbij geen sprake is van intensieve therapeutische of medische verzorging/behandeling anders dan voor mantelzorg.
1.45 inrichting, sekseen bedrijf met een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
55
1.46 kantoor een bedrijf gericht op de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen en waarbij direct contact met de klant niet centraal staat. 1.47 kap een dak met een helling. 1.48 luifel een afdak met een diepte van meer dan 0,50 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond. 1.49 maaiveld het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. 1.50 mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.51 milieusituatie ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van milieuaspecten c.q. belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient rekening te worden gehouden met: de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen; strijdigheid met de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen, zoals de Wet milieubeheer dan wel een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Wet milieubeheer.
1.52 monumentale boom elke boom die is opgenomen in de gemeentelijke 'monumentale bomenlijst', behorende bij de gemeentelijke 'monumentale bomennota'. 1.53 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening. 1.54 (gewoon) onderhoud, gebruik en beheer het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt en de detaillering, profilering en vormgeving gelijk blijft. 1.55 omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.56 ondergeschikt bouwdeel bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons. 1.57 onderkomen voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, als ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.
1.58 onevenredige aantasting de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een afbreuk van bestaande ruimtelijke belangen en waarden, die redelijkerwijs niet in verhouding staat tot de ruimtelijke belangen en waarden van de ontwikkeling.
56
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
1.59 openbaar toegankelijk gebied weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van bouwpercelen door langzaam verkeer. 1.60 overkapping een gebouw voorzien van een dak en maximaal drie al dan niet tot de overkapping behorende wanden. 1.61 peil een denkbeeldig horizontaal vlak dat gebruikt wordt om de verticale maatvoering mee te bepalen. 1.62 plangebied alle gronden gelegen binnen de aanduiding 'plangebied' op de plankaart Cuijk. 1.63 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.64 stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa’s, de gevelindeling en de dakvormen. 1.65 straat- en bebouwingsbeeld het instandhouden c.q. tot standbrengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, waarbij gelet wordt op de volgende aspecten: 1. een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en openbare ruimte; 2. een goede hoogte/breedte verhouding tussen de bebouwing onderling; 3. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 4. de hoogtedifferentatie.
1.66 verkeersveiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een goede verkeersveilige situatie, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen. 1.67 voorerf het erf dat vóór de voorgevelrooilijn ligt. 1.68 voorgevel de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien meerdere gevels naar het openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door het bevoegd gezag aan te wijzen gevel. 1.69 voorgevellijn de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van een bouwwerk is gelegen, alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel. 1.70 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel. 1.71 voorkeursgrenswaarde de bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.72 voorziening, groenvoorziening voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels, nestkastjes en dergelijke.
1.73 voorziening, nutsvoorziening voor de distributie en ontsluiting van producten en diensten van openbaar nut, zoals bushokjes, kleine pompgemalen, verkeersregelinstallaties, verdeelstations voor stroom, water en gas, telefooncellen en dergelijke.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
57
1.74 voorziening, verkeersvoorziening voor de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals bankjes, verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, plantenbakken, parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen, fietsenstallingen en dergelijke. 1.75 voorzieningen, waterhuishoudkundigevoorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratieen transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen, gemalen, inlaten en dergelijke. 1.76 vrijstaand bouwwerk dat geheel los staat van andere bouwwerken. 1.77 water alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen, vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater direct beneden het maaiveld. 1.78 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.79 werk, geen bouwwerk zijnde een constructie, zoals bestrating, drainage, kabels en leidingen en dergelijke.
1.80 werkzaamheden het (laten) uitvoeren van een werk, zoals bestraten, beplanten, dempen van sloten, heien en dergelijke. 1.81 wonen, bewonen, bewoning het verblijven van een huishouden in een hoofdverblijf. 1.82 woning een voor bewoning bestemd (gedeelte van een) gebouw. 1.83 woonsituatie het instandhouden c.q. garanderen van een goede woonomgeving, in het bijzonder met het oog op: de lichttoetreding/bezonning ten opzcihte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; het uitzicht; de aanwezigheid van voldoende privacy. 1.84 zolder het gedeelte van een gebouw gelegen onder het hellende dak en dat (deels) voor bewoning te gebruiken is.
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Meten Bij de toepassing van deze regels wordt loodrecht gemeten tot of vanuit het hart van de lijn, tenzij anders aangegeven. 2.2 Maatvoering Alle maten zijn, tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (º).
58
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
2.3 Bouwwerken de bepaling van het peil 1. op droge grond is het peil: de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,50 m van de hoogte van de weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt, dan wel de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het bestaande hoofdgebouw; 2. op of in het water is het peil: het gemiddeld jaarlijks waterpeil ter plaatse van het bouwperceel. de hoogte van de weg de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld. de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee te vergelijken constructiedeel. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het laagste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals rioleringen, kabels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. de afstand tot de bouwperceelgrens vanaf de bouwperceelgrens tot aan het gevelvlak van een bouwwerk. het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
59
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen en aan het wonen verbonden activiteiten, waaronder het verblijven van een huishouden in een hoofdverblijf ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mag één vrijstaand hoofdgebouw worden gebouwd; en daaraan ondergeschikt het gebruik voor: c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. nutsvoorzieningen; en de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, werken en werkzaamheden. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van een hoofdgebouw geldt: a. het moet binnen de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens moet minimaal 10 meter zijn; c. de goothoogte mag maximaal 6 meter zijn; d. de bouwhoogte mag maximaal 10 meter zijn. Voor het bouwen van een erker op het voorerf geldt: e. de breedte mag maximaal 40% van de breedte van de voorgevel zijn; f. de diepte mag maximaal 1/3 van de breedte zijn, met een maximum van 1 meter; g. de bouwhoogte moet minimaal de kozijnhoogte van de entreepui zijn en mag maximaal de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag zijn, onder voorwaarde dat de bouwhoogte minimaal 0,5 meter onder de goothoogte van de woning blijft. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken geldt: h.
het bebouwingspercentage op het achtererf, exclusief het oorspronkelijke bouwvlak, mag maximaal 50% zijn; i. het moet op het achtererf worden gebouwd; j. de afstand tot de voorgevelrooilijn moet minimaal 3 meter zijn; k. de afstand tussen vrijstaande bijbehorende bouwwerken moet minimaal 3 meter zijn; l. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3 meter zijn; m. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw zijn; n. de bouwhoogte van een overkapping mag maximaal 3 meter zijn; o. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 meter zijn; p. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw zijn; q. de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag maximaal 45 m² zijn; r. de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 90 m² zijn.
60
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
3.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde gelegen op het voorerf geldt: a. de bouwhoogte mag maximaal 1 meter zijn. Voor het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde gelegen op het achtererf geldt: b. de bouwhoogte mag maximaal 3 meter zijn, met uitzondering van: 1. de bouwdiepte van een zwembad of vijver mag maximaal 2,5 meter zijn; 2. de bouwhoogte van een zwembad, vijver, whirlpool of jacuzzi mag maximaal 1,5 meter zijn; 3. de bouwhoogte van tuinverlichting, erf- en perceelsafscheidingen en een paardenbak mag maximaal 2 meter zijn. 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting Ecologisch werkprotocol Roeken a. Bouwwerken mogen uitsluitend conform artikel 3.2 worden gebouwd mits wordt gewerkt conform het Ecologisch Werkprotocol roeken dat is opgenomen in bijlage 1. b. de ecologische begeleiding conform het in sub a genoemde Ecologisch werkprotocol Roeken dient te worden uitgevoerd door een ter zake deskundige op het gebied van de roek. 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting vloerpeil Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woning dient het vloerpeil van de begane grond hoogstens gelijk te zijn aan het vloerpeil van de woning aan de Sint Hubertseweg 10. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, met inachtneming van de regels, nadere eisen te stellen aan: a.
de bouw- en goothoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. de situering van bouwwerken; d. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat: e. de nadere eisen niet op onevenredige wijze aan een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan; f. de nadere eisen alleen worden gesteld in de specifieke situatie dat de regels leiden tot een onevenredige aantasting van één of meerdere van de onderstaande belangen: 1. de woonsituatie; 2. de sociale veiligheid; 3. het stedenbouwkundige beeld; 4. het straat- en bebouwingsbeeld; 5. de verkeersveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. een zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte in een bijbehorend bouwwerk; b. detailhandel of andere handels- en/of bedrijfsdoeleinden; c. horeca-activiteiten.
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
61
3.4.2 Parkeren Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels van de 'Parkeernota Gemeente Cuijk 2016 - 2023 (d.d. mei 2016), wordt gerealiseerd. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels parkeren wijziging, gelden de gewijzigde regels. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.1 onder a en toestaan dat een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, dat geheel of gedeeltelijk buiten de aanduiding 'bouwvlak' ligt, wordt gebruikt zoals bepaald in lid 3.1 onder a, onder voorwaarden dat: 1. wordt voldaan aan het bepaalde in lid 3.2.1 onder h t/m r; 2. in aanvulling op de bedoelde bepalingen onder 1. dat de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens 3 meter bedraagt, of zoveel minder als de afstand van de oorspronkelijke zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens; 3. de overschrijding van het bouwvlak maximaal 3 meter bedraagt. Een afwijking wordt alleen verleend als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: b. een goede woonsituatie; c. de sociale veiligheid; d. het stedenbouwkundige beeld; e. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; f. de verkeersveiligheid; g. de milieusituatie; h.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, ophogen of egaliseren van het maaiveld; b. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,50 m, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en ontginnen, alsmede het aanleggen van drainage; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; e. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; f. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of op andere wijze g. het rooien van bomen die geschikt zijn voor de roekenkolonie. Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke: h. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; i.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
62
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
Het verlenen van de omgevingsvergunning is alleen toelaatbaar, onder voorwaarde dat: j. de werken en werkzaamheden niet leiden tot wateroverlast op naastgelegen percelen en niet leiden tot aantasting van bomen die geschikt zijn voor de roekenkolonie; k. de werken en werkzaamheden worden uitgevoerd conform het Ecologisch werkprotocol Roeken dat is opgenomen in bijlage 1
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
63
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5
Algemene bouwregels
5.1 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 5.1 onder a en lid 5.1 onder b alleen van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 5.2 Ondergeschikte bouwdelen Met betrekking tot ondergeschikte bouwdelen gelden de volgende regels: a. bij de toepassing van de bouwregels, worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat: 1. de overschrijding van de bouwregels in het horizontale vlak maximaal 1,5 meter is; 2.
de overschrijding van de bouwregels in het verticale vlak maximaal 3 meter is; 3. de oppervlakte maximaal 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak bedraagt. 5.3 Ondergronds bouwen a. Ondergonds bouwen in combinatie met een bovengronds gebouw is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. de onderbouw binnen het bouwvlak ligt; 2. de onderbouw niet groter is dan de maatvoering van de buitenzijde van de gevels op de begane grond; 3. de bovenzijde van de begane grondvloer maximaal 0,5 meter boven peil ligt; 4. de bouwdiepte maximaal 4 meter onder peil ligt; 5. inritten en andere toegangspartijen naar de ondergrondse bouwlaag zijn vrijgesteld van de punten 1 t/m 4. b. Ondergronds bouwen van een zwembad of vergelijkbare constructie is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. het achter de achtergevel of het verlengde daarvan wordt gebouwd; 2. de afstand tot de perceelgrenzen minimaal 3 meter bedraagt; 3. de bouwdiepte maximaal 2,5 meter bedraagt en de bouwhoogte maximaal 1 meter; 4. de oppervlakte maximaal 100 m² bedraagt; 5. het bouwwerk niet is overdekt, tenzij de overdekking voldoet wordt aan de regeling voor bijbehorende bouwwerken bij een woning; 6. per bouwperceel maximaal één zwembad mag worden gebouwd.
64
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
5.4 Bijbehorende bouwwerken a. Een bijbehorend bouwwerk mag niet worden voorzien van een dakterras, balkon of een andere niet op de grond gelegen buitenruimte. b. Een bijbehorend bouwwerk mag gelijktijdig, maar niet eerder dan het hoofdgebouw worden gebouwd.
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
6.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. een zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte in een bijbehorend bouwwerk of een bedrijfsgebouw; b. het uitoefenen van een aan-huis-verbonden-bedrijf; c. het uitoefenen van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; d. het uitoefenen van een smartshop, een growshop en een headshop, alsmede het gebruik van opstallen voor het telen, bewerken en verhandelen van soft- en harddrugs; e. het uitoefenen van een speelautomatenhal, een discotheek/dancing of bingohal; f. de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. het gebruik van een bouwwerk voor het recreatief nachtverblijf; h. het gebruik van gronden voor het plaatsen van kampeermiddelen, andere onderkomens of als dagcamping; tenzij dit gebruik in de regels uitdrukkelijk is toegestaan. 6.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a.
het bepaalde in lid 6.1 onder a en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk bij een woning als afhankelijke woonruimte wordt gebruikt, onder voorwaarde dat: 1. door de aanvrager aangetoond wordt dat inwoning in het hoofdgebouw redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort; 2. bewoning van een bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen onder andere dient te blijken uit een positief advies van de onafhankelijke deskundige instantie; 3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; 4. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken wordt ingepast met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 80 m²; 5. de afhankelijke woonruimte wordt gerealiseerd in een bestaand bijbehorend bouwwerk dat op maximaal 20 meter afstand is gelegen van de achtergevel van het hoofdgebouw; 6. nieuwbouw of plaatsing van een verplaatsbaar bouwwerk alleen is toegestaan als op het erf van het hoofdgebouw geen sprake is van reeds aanwezige bijbehorende bouwwerken die zonder ingrijpende verbouwingen geschikt kunnen worden gemaakt voor het bieden van mantelzorg; 7. bij nieuwbouw of plaatsing van een verplaatsbaar bouwwerk de afstand tot de achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 10 meter mag zijn;
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
65
b.
de afwijking, verleend op grond van lid 6.2 onder a, wordt ingetrokken, indien de bij het verlenen van de afwijking bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Het gebruik van het bijbehorende bouwwerk moet vervolgens worden teruggebracht naar de gebruiksituatie van voor verlening van de afwijking en tijdelijke bouwwerken moeten worden verwijderd van het bouwperceel.
6.3 Beroep- of bedrijf-aan-huis 6.3.1 Gebruiks- en bouwregels In de bestemmingen waarin een woning is toegestaan of na een omgevingsvergunning mogelijk kan worden gemaakt, is ondergeschikt aan deze bestemmingen de uitoefening van een beroep-aan-huis of een bedrijf-aanhuis toegestaan als medegebruik, onder voorwaarde dat: a. het een dienstverlenend of ambachtelijk beroep of bedrijf is met een ruimtelijke uitwerking en uitstraling in overeenstemming met de functie wonen, zoals administratieve, juridische, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen en bedrijven; b. het medegebruik van ondergeschikte betekenis blijft en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; c. het medegebruik niet is toegestaan in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; d. het geen beroep of bedrijf betreft met een milieucomponent waarvoor een omgevingsvergunning vereist is; e. er geen sprake is van detailhandel, waaronder in ieder geval begrepen de verkoop over de toonbank en het ophalen van goederen na elektornische betaling; f. het beroep of bedrijf alleen incidentele en geen structurele verkeersbewegingen tot gevolg heeft, veroorzaakt door bezoekers en het laden en lossen; g. de benodigde parkeervoorzieningen voor de woning en het beroep of bedrijf op eigen terrein worden gerealiseerd; h.
het medegebruik beperkt blijft tot de bewoners van de woning; i. het medegebruik beperkt blijft tot maximaal 35% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m²; j. de reclame-uitingen onverlicht zijn, een maximale oppervlakte van 0,20 m² en een maximale bouwhoogte hebben van 1,2 meter. 6.3.2 Afwijking van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.1 en toestaan dat: a. een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend met een milieucomponent waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, onder voorwaarde dat: 1. de milieucomponent van de omgevingsvergunning verleend kan worden; b. detailhandel mogelijk is, onder voorwaarde dat: 1. het om producten gaat die specifiek ten dienste staan van of voortkomen uit het beroep of bedrijf en daarmee direct verband houden; 2. de detailhandel in economische en ruimtelijke zin ondergeschikt is aan het beroep of bedrijf; c. op de openbare weg wordt geparkeerd ten behoeve van het beroep of bedrijf, onder voorwaarde dat: 1. het fysiek niet mogelijk is te parkeren op eigen terrein; 2. het stedenbouwkundig niet verantwoord is te parkeren op eigen terrein; 3. uit de verkeerssituatie ter plaatse is af te leiden dat de verkeersaantrekkende werking en het parkeren niet tot structurele problemen in de verkeersafwikkeling zal leiden; d.
maximaal één personeelslid niet als bewoner staat ingeschreven. Een afwijking wordt alleen verleend als: e. aan de overige voorwaarden uit lid 6.3.1 is voldaan, al dan niet in samenhang met de in dit lid opgenomen overige afwijkingsmogelijkheden;
66
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: f. een goede woonsituatie; g. de sociale veiligheid; h. het stedenbouwkundige beeld; i. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; j. de verkeersveiligheid; k. de milieusituatie; l. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
7.1 vrijwaringszone - radar Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 105 m boven NAP, in verband met het obstakelvrij kunnen functioneren van een radarinstallatie voor vliegbewegingen. 7.2 monumentale boom 7.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom' zijn de gronden, behalve bestemd voor het bepaalde in de ter plaatse geldende bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming cq. instandhouding van de groeiplaats(en) van (potentieel) monumentale bo(o)m(en). 7.2.2 Bouwregels Het is ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom' verboden om bouwwerken te bouwen, met uitzondering van: a. de herbouw van bestaande bouwwerken; b. de realisering van hekwerken waarvan de bouwhoogte maximaal 2,00 m mag zijn. 7.2.3 Afwijking van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 7.2.2 en toestaan dat een nieuw bouwwerk wordt gebouwd, onder voorwaarde dat: 1. aangetoond is dat door het bouwen en/of het gebruik van de gronden de groeiplaats(en), conditie, levensverwachting en (beeld)kwaliteit van de bo(o)m(en) niet wordt aangetast; 2.
het bevoegd gezag kan desgewenst een Bomeneffectenanalyse verlangen, waaruit moet blijken dat de bouw en de werken en/of werkzaamheden behorende bij de bouw, niet tot onevenredige aantasting leiden van de levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische betekenis van de bo(o)m(en) en bijbehorende groeiplaats(en); 3. de bouwregels van de ter plaatse geldende bestemming van toepassing worden verklaard. 7.2.4 Specifieke gebruiksregels Onder een gebruik strijdig met de aanduiding ‘monumentale boom’ wordt in ieder geval verstaan: a. het bevestigen van voorwerpen aan of in de betreffende monumentale boom; b. het plaatsen van schaftketen, toiletten, betonmolens of andere voertuigen, machines of bouwsels binnen de groeiplaats van de betreffende monumentale boom. 7.2.5 Afwijken van specifieke gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 7.2.4 en toestaan dat de gronden en bouwwerken overeenkomstig deze regels worden gebruikt, onder voorwaarde dat:
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
67
1.
deze werken niet tot onevenredige aantasting leiden van de conditie, levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische betekenis van de bo(o)m(en) en bijbehorende groeiplaats(en).
7.2.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, ophogen of egaliseren van het maaiveld; b. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,50 m, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en ontginnen, alsmede het aanleggen van drainage; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; e. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m². f. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; g. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of op andere wijze; h. het opslaan van goederen waaronder ook inbegrepen het opslaan van afvalstoffen. Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke: i. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; j.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. Het verlenen van de omgevingsvergunning is alleen toelaatbaar, onder voorwaarde dat: k. de werken en werkzaamheden niet tot onevenredige aantasting leiden van de conditie, levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische betekenis van de bo(o)m(en) en bijbehorende groeiplaats(en). 7.2.7 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plan te wijzigen in die zin dat: a. de aanduiding 'monumentale boom' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, in het geval dat: 1. de levensverwachting van de monumentale bo(o)m(en) door ziekte of ouderdom minder dan 10 jaar is; 2. de bescherming van de monumentale bo(o)m(en) niet langer noodzakelijk is, omdat de bo(o)m(en) wordt verplaatst; 3. zwaarwegende maatschappelijke belangen dit vergen.
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de plankaart en toestaan dat: a. maximaal 10% wordt afgeweken van de gegeven maatvoering en percentages; Een afwijking wordt alleen verleend als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: een goede woonsituatie; de sociale veiligheid; het stedenbouwkundige beeld; het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
68
Haps, Sint Hubertseweg naast nr 10
de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
9.1 Wettelijke regeling Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de planregels met verwijzingen naar wettelijke regelingen te wijzigen, in het geval dat deze wettelijke regelingen na het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
Artikel 10
Algemene procedureregels
10.1 Procedure bij nadere eisen Burgemeester en wethouders stellen belanghebbenden in de gelegenheid om hun zienswijzen omtrent een voorgenomen nadere eis naar voren te brengen. De wijze van in gelegenheid stellen is vormvrij, onder voorwaarde dat in het besluit wordt vastgelegd: a. de wijze van in gelegenheid stellen; b. de samengevatte zienswijze(n) van de belanghebbende(n); c. de afweging van deze zienswijze(n).
Artikel 11
Overige regels
11.1 Afweging bij afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden Het bevoegd gezag weegt in aanvulling op overig bepaalde voorwaarden in ieder geval af, of bij een omgevingsvergunning met afwijking, of bij het gebruik van een wijzigingsbevoegdheid, het verlenen van medewerking niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. een goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld; d. het straat- en bebouwingsbeeld; e. de karakteristieke hoofdvorm en kenmerken; f. de verkeersveiligheid; g. de milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Strijdigheid van belangen In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, heeft het belang van de dubbelbestemming prioriteit. De dubbelbestemming vormt het toegevoegde na te streven nieuwe beleid, en levert als zodanig extra criteria op voor de uit te voeren toetsing bij de wijzigingsbevoegdheid. Kan bij wijziging niet aan deze criteria worden voldaan en/of wordt op enig vlak onevenredige schade aangebracht, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid.