CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Quickscan Wnb.pdf

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunningen voor het realiseren van een zonnepark IJzerbroek aan de Voortsestraat te Sint Hubert7.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert

Opdrachtgever: Sunvest Ontwikkeling B.V. Dhr J. Nolten Maarssenbroeksedijk 37 3542 DM Utrecht

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

201339 22-12-2020 T. Rood N. Otten M. van der Heide Definitief 1

© 2020 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1 1.1 2

Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 Aanleiding ...............................................................................................................................................5 Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 6

2.1

Huidige situatie .......................................................................................................................................6

2.2

Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................6

3

Natuurwetgeving en -beleid...................................................................................................................... 11

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................11

3.2

Bescherming van soorten .....................................................................................................................11

3.3

Bescherming van gebieden ...................................................................................................................11

3.4

Bescherming van houtopstanden .........................................................................................................12

3.5

Natuurnetwerk Brabant .......................................................................................................................12

4

Methode.................................................................................................................................................... 13

4.1

Inleiding ................................................................................................................................................13

4.2

Bureauonderzoek .................................................................................................................................13

4.3

Terreinbezoek .......................................................................................................................................13

5

Beschermde soorten ................................................................................................................................. 14

5.1

Planten..................................................................................................................................................14

5.2

Zoogdieren ............................................................................................................................................14

5.2.1

Vleermuizen .................................................................................................................................14

5.2.2

Overige zoogdieren ......................................................................................................................16

5.3

Vogels ...................................................................................................................................................17

5.4

Reptielen...............................................................................................................................................19

5.5

Amfibieën .............................................................................................................................................19

5.6

Vissen ....................................................................................................................................................20

5.7

Ongewervelden ....................................................................................................................................20

6 6.1

Conclusie ................................................................................................................................................... 21 Beschermde soorten.............................................................................................................................21

6.1.1

Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt ....................................................................21

6.1.2

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt ..................................................................21

6.1.3

Algemene zorgplicht ....................................................................................................................21

6.2

Bescherming gebieden .........................................................................................................................22

6.3

Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................22

6.4

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................22

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

6.5 7

Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................22 Literatuur .................................................................................................................................................. 23

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 24

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om twee aaneengesloten zonneparken te realiseren van vijf ha per park ten oosten van Sint Hubert aan de IJzerbroekseweg. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Ten oosten van Sint Hubert (Noord-Brabant) is de initiatiefnemer voornemens een tweetal aaneengesloten zonnepark te realiseren van vijf ha per park tussen de Hoevensestraat en de IJzerbroekseweg (afbeelding 1). Het zonnepark valt binnen de gemeente Mill en Sint Hubert en is momenteel agrarisch in gebruik. Hierbij worden door middel van strokenteelt snijbloemen en mais geteeld. Opgaande beplanting is binnen het plangebied zelf niet aanwezig, het plangebied omsluit echter wel een houtwal bestaande uit zomereiken, zwarte elzen, essen en tamme kastanjes, een haag bestaande uit Spaanse aken en laanbeplanting aan de Hoevensestraat. Deze laanbeplanting bestaat voornamelijk uit eiken, zwarte elzen en enkele zeer grote populieren. Binnen het plangebied zijn geen waterelementen aanwezig en ontbreekt verlichting. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit een relatief open landbouwgebied welke wordt afgewisseld door middel van enkele houtwallen en elzensingels.

2.2 Voorgenomen ontwikkeling Bij het realiseren van het zonnepark vindt naast het plaatsen van zonnepanelen landschappelijke inpassingen plaats. Deze inpassing bestaat uit het volgende: • • • • • •

plaatsen van een hekwerk rondom het zonnepark; creëren van faunapassages door het hekwerk op een aantal plaatsen, deze passages beginnen op een hoogte van 20-30cm boven het maaiveld; aanplanten van struweel rondom het gehele zonnepark; realiseren van een boomweide met inheemse beplanting in het noordwesten van het plangebied (afbeelding 2); graven van een poel in het noordwesten van het plangebied; graven van een natuurvriendelijke oever buiten het plangebied, langs de IJzerbroekseweg.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Afbeelding 1: Ligging plangebied ten opzichte van Sint Hubert (ESRI, 2020).

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Afbeelding 2: Inrichtingsplan, aangeleverd door de initiatiefnemer.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Afbeelding 3a: Impressie plangebied, situatie op 01-12-2020.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Afbeelding 3b: Impressie plangebied, situatie op 01-12-2020.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk van natuurgebieden vormt. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De Wet natuurbescherming is een nationale Wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.

3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden. Op ongeveer 8,5km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Oeffelter Meent’. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebied, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is altijd noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Deze is uitgevoerd in een separate rapportage, de uitkomst is dat de aanleg en het gebruik van het zonnepark geen significante stikstofdepositie veroorzaakt op omliggende Natura 2000-gebieden.

3.4 Bescherming van houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

3.5 Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Provincies hebben hiervoor soms een andere benaming. Zo gebruikt Noord-Brabant de benaming Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het NNB geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNB denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNBtoetsing uit te voeren. Gevolgen plangebied Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het NNB. Het plangebied ligt op ongeveer 200 meter van begrensd NNB-gebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN significant aantasten.

Een toetsing aan het NNB-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht (Provincie Noord-Brabant, 2020).

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

4 Methode 4.1 Inleiding De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.

4.2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie; • NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) (NDFF, 2020). • De landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied.

4.3 Terreinbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag door N. Otten uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het veldbezoek is uitgevoerd op 01-12-2020 bij 7°C, bewolkt weer en windkracht 1 Bft. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd. Kader – Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:

• •

op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of

•

als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of

•

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of

•

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

5.1 Planten Voorkomen en functie Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gezien het agrarisch gebruik van het plangebied was dit ook niet de verwachting. Binnen het plangebied zijn alleen enkele zeer algemene soorten van voedselrijke gronden waargenomen als kleine brandnetel, hondsdraf, kruipende boterbloem, vogelmuur en phacelia. Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden op basis van de aanwezige biotoop niet verwacht en kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk.

5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het dagbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen (zie kader Vleermuisverblijfplaatsen). Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats; • zomerverblijfplaats; • paar- en/of baltsverblijfplaats; • winterverblijfplaats.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Kader - Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Rosse vleermuis is voornamelijk boom bewonend en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Gebouwen Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig, derhalve ontbreken potentieel geschikte verblijfplaatsen voor gebouw bewonende soorten. Bomen Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig, daarnaast zijn in de bomen rondom het plangebied geen voor vleermuizen potentieel geschikte holtes waargenomen. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is vanwege de openheid matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Alleen het noordwesten is redelijk geschikt, doordat er luwe zones ontstaan door de hier aanwezige beplanting. De omgeving is eveneens matig geschikt door de openheid van het landschap. Naast het foerageergebied gebruiken vleermuizen donkere lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen als bosranden en elzensingels. Dergelijke vliegroutes zijn mogelijk aanwezig in de vorm van laanbeplanting langs de Hoevensestraat, ten oosten van het plangebied. De houtwal is hiervoor niet geschikt omdat deze niet doorloopt tot de bomenrij aan de Hoevensestraat en wordt onderbroken door circa 100 meter aan open gebied. Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn.

Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dient te allen tijde gegarandeerd te blijven (zie ook kader - Foerageergebieden en vliegroutes). Omdat gebouwen en bomen binnen het plangebied niet aanwezig zijn ontbreken hierdoor potentieel geschikte verblijfplaatsen. Een negatief effect op het foerageergebied en de potentiële vliegroute langs de Hoevensestraat wordt niet verwacht omdat deze beplanting gehandhaafd blijft bij de ontwikkeling van het zonnepark. Daarnaast zal er geen verlichting worden geplaatst. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen niet noodzakelijk.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

5.2.2 Overige zoogdieren Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Op basis van de aanwezige biotoop, sporen, literatuurgegevens en expertise zijn onder andere de volgende algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied aanwezig of te verwachten: ree, haas en diverse algemene muizen en spitsmuizen. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als (onderdeel van hun) leefen foerageergebied. Daarnaast maken een aantal van het plangebied gebruik als migratieroute. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Binnen het plangebied komen mogelijk ook enkele beschermde soorten voor zonder provinciale vrijstelling. Het gaat hierbij mogelijk om bunzing, steenmarter en wezel. Deze soorten zijn vrij algemeen in het agrarisch gebied. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn binnen het plangebied niet vastgesteld. Mogelijk zijn deze verblijfplaatsen wel aanwezig in de houtwal en de bebouwing buiten het plangebied. Door de intensief agrarische inrichting van het plangebied betreft dit ook geen essentieel foerageergebied. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied. Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”.

Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Voor de bovenstaande soorten, de soorten zonder provinciale vrijstelling geldt dat negatieve effecten op voorhand zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen zijn ter plaatse niet vastgesteld en worden niet verwacht vanwege de ongunstige biotoop. Zo verblijven bunzing en wezel graag te midden van struwelen, stenenstapels en takkenrillen, dergelijke elementen zijn binnen het plangebied zelf niet aanwezig. Steenmarter is grotendeels van mensen afhankelijk en verblijft graag in huizen en schuren. Dergelijke elementen ontbreken binnen het plangebied. Vanwege het intensief agrarisch gebruik van het plangebied is het plangebied ook matig geschikt als foerageergebied. Daarnaast zijn dergelijke akkers veelvuldig aanwezig in de omgeving, derhalve betreft het geen essentieel leefgebied. Door het creëren van faunapassages in het te plaatsen hekwerk blijft het plangebied ook na de ontwikkeling beschikbaar voor bovengenoemde soorten. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

5.3 Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid wordt gemaakt tussen vogels met jaarrond beschermde nesten, vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving en overige (broed)vogels. Onder de vogels met jaarrond beschermde nesten vallen onder andere soorten die hun nesten ook buiten het broedseizoen gebruiken, soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn en soorten die steeds van hetzelfde nest gebruik maken en niet of nauwelijks zelf een nest kunnen bouwen. Onder de vogels met jaarrond beschermde leefomgeving vallen soorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats die zij het jaar daarvoor hebben gebruikt of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogelsoorten, of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruikmaken zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Wel zijn in totaal drie recent gebruikte nesten van vermoedelijk zwarte kraai vastgesteld in de houtwal aan de rand van het plangebied.

Nesten van zwarte kraai zijn niet jaarrond beschermd, echter worden/zijn deze nesten vaak wel bewoond door soorten met een jaarrond beschermd nest als boomvalk en ransuil. Daarnaast is ook een horst van een buizerd aanwezig in een populier aan de Hoevenseweg, ook aan de rand van het plangebied (afbeelding 4).

Afbeelding 4: Locaties van vogelnesten van zwarte kraai en buizerd aan de randen van het plangebied (ESRI, 2020).

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Jaarrond beschermde functionele leefomgeving In deze situatie zijn enkele vogelsoorten aangetroffen dan wel te verwachten waarvan de functionele leefomgeving jaarrond beschermd is. Het gaat om soorten als zwarte roodstaart, koolmees, pimpelmees, ekster, grote bonte specht, groene specht, spreeuw, blauwe reiger en torenvalk. Overige (broed)vogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van struwelen en het agrarisch gebied. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken van het plangebied; houtduif, merel, zanglijster, grasmus, braamsluiper, tuinfluiter, fitis, tjiftjaf, kievit, graspieper, veldleeuwerik, roodborst en winterkoning. Effecten en ontheffing Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Aan de rand van het plangebied is een buizerdnest aanwezig in combinatie met een drietal oude nesten van zwarte kraai. Deze nesten worden of kunnen gebruikt worden door soorten met een jaarrond beschermd nest als boomvalk en/of ransuil. Doordat de bomen en de ondergroei gehandhaafd blijven deze nesten onaangetast bij het ontwikkelen van het zonnepark. Wel dient verstoring te worden voorkomen. Hierdoor dient gewerkt te worden buiten de periode 1 maart tot en met 15 juli om verstoring van deze nestlocaties te voorkomen.

Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar het gebruik van deze nestlocaties noodzakelijk om vast te stellen of de nesten nog worden gebruikt. Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving Gelet op de beperkte omvang van de projectlocatie en het beperkte aanbod aan geschikt leefgebied voor deze soorten, gaat het om slechts enkele broedparen van genoemde algemeen voorkomende soorten. Er zijn in de omgeving voldoende alternatieve nestmogelijkheden en leefgebied aanwezig. Genoemde soorten zijn bovendien goed in staat alternatieve nestplaatsen te vinden. Compenserende maatregelen of het aanvragen van een ontheffing is om deze redenen dan ook niet aan de orde. Overige (broed)vogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk in gebruik zijnde nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van in gebruik zijnde nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijd met deze verbodsbepaling.

De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen1. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen in gebruik zijnde nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Nesten van met name grond broedende soorten als graspieper, veldleeuwerik en kievit kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om geheel buiten het broedseizoen te werken. Indien dit niet mogelijk is dient een ter zake kundige te bepalen of er zich in gebruik zijnde nesten van broedvogels bevinden binnen het plangebied. 1 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of

een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Conclusie: bij de werkzaamheden dient gewerkt te worden buiten de broedperiode van jaarrond beschermde vogelsoorten tussen 1 maart en 15 juli. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek noodzakelijk. Tevens kunnen in gebruik zijnde nesten van broedvogels welke niet beschikken over een jaarrond beschermde status aanwezig zijn binnen het plangebied. Indien gewerkt dient te worden binnen het broedseizoen dient een ter zake kundige te bepalen of er in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn binnen het plangebied.

5.4 Reptielen Voorkomen en functie Beschermde reptielen, zoals ringslang, gladde slang, levendbarende hagedis en hazelworm, zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van reptielen in en rondom het plangebied (NDFF, 2020). Effecten en ontheffing Op basis van de aanwezige biotoop kunnen beschermde reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk.

5.5 Amfibieën Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Een aantal soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander kunnen het plangebied gebruiken als landbiotoop, al is dit matig geschikt. Ten zuiden van het plangebied, aan de IJzerbroekseweg, wordt bij de aanleg van het zonnepark een natuurvriendelijke oever gegraven. Mogelijk wordt deze sloot gebruikt als voortplantingsbiotoop voor amfibieën met een provinciale vrijstelling. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde soorten amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals kamsalamander of poelkikker, worden niet verwacht in het plangebied vanwege de aanwezige, ongeschikte habitat voor deze soorten. Zo ontbreken goed ontwikkelde (voedselarme) waterelementen in het plangebied. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde amfibieën rondom het plangebied (NDFF, 2020). Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, kunnen op basis van de aanwezige biotoop worden uitgesloten, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor amfibieën niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om de werkzaamheden ten behoeve van het graven van de natuurvriendelijke oever uit te voeren wanneer de larven zijn volgroeid, buiten de periode van 1 maart tot en met 1 augustus. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet noodzakelijk. Wel wordt geadviseerd om rekening te houden met de zorgplicht.

5.6 Vissen Voorkomen en functie Binnen het plangebied zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig. De sloot langs de IJzerbroekseweg, buiten het plangebied, is niet jaarrond watervoerend. Derhalve worden vissoorten hierin niet verwacht. Daarnaast ontbreken verspreidingsgegevens van beschermde vissoorten in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2020). Effecten en ontheffing Beschermde vissen zijn niet in het plangebied aanwezig. Effecten op beschermde vissen zijn daarmee uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vissen is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde vissen niet noodzakelijk.

5.7 Ongewervelden Voorkomen en functie Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers etc.) worden beschermde soorten als gevlekte witsnuitlibel en Kempense heidelibel niet verwacht. Dit door het ontbreken van geschikt habitat dat onder andere bestaat uit heideterreinen, verlandingszones en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en rondom het plangebied (NDFF, 2020). Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde ongewervelden aanwezig. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor ongewervelden niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

6 Conclusie 6.1 Beschermde soorten 6.1.1 Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.

6.1.2 Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Broedvogels (jaarrond) Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Aan de rand van het plangebied is een buizerdnest aanwezig in combinatie met een drietal oude nesten van zwarte kraai. Deze nesten worden of kunnen gebruikt worden door soorten met een jaarrond beschermd nest als boomvalk en/of ransuil. Doordat de bomen en de ondergroei gehandhaafd blijven deze nesten onaangetast bij het ontwikkelen van het zonnepark. Wel dient verstoring te worden voorkomen. Hierdoor dient gewerkt te worden buiten de periode 1 maart tot en met 15 juli om verstoring van deze nestlocaties te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar het gebruik van deze nestlocaties noodzakelijk om vast te stellen of de nesten nog worden gebruikt. Broedvogels (overig) Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk in gebruik zijnde nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van in gebruik zijnde nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren. Nesten van met name grond broedende soorten als graspieper, veldleeuwerik en kievit kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om geheel buiten het broedseizoen te werken. Indien dit niet mogelijk is dient een ter zake kundige te bepalen of er zich in gebruik zijnde nesten van broedvogels bevinden binnen het plangebied.

6.1.3 Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die

2

In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied. Amfibieën In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om de werkzaamheden ten behoeve van het graven van de natuurvriendelijke oever uit te voeren wanneer de larven zijn volgroeid, buiten de periode van 1 maart tot en met 1 augustus.

6.2 Bescherming gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is altijd noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Deze is uitgevoerd in een separate rapportage, de uitkomst is dat de aanleg en het gebruik van het zonnepark geen significante stikstofdepositie veroorzaakt op omliggende Natura 2000-gebieden.

6.3 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

6.4 Natuurnetwerk Nederland Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNB-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

6.5 Geldigheid rapportage Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

7 Literatuur • • •

ESRI. (2020). ArcMap. Nederland. NDFF. (2020). uitvoerportaal. Opgehaald van ndff-ecogrid.nl: https://ndff-ecogrid.nl/ Provincie Noord-Brabant. (2020). natuurbeheerplan. Opgeroepen op Februari 4, 2020, van kaartbank.brabant.nl: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 3

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 3. 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.

3 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de

bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 5

Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b.v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 5

Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3.10 lid 3). Zie kader – Opzettelijkheid. Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (artikel 10). Hierdoor was de Flora en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daar is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant.”.

Andere bevredigende oplossing(en) De initiatiefnemer moet aantonen en beargumenteren dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn waardoor overtreding van de verbodsbepaling(en) kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door planaanpassing of het aanpassen van de uitvoeringsperiode. Het is aan het bevoegd gezag (doorgaans dus de provincie) om de alternatieve oplossingen te beoordelen en hierover te besluiten. De onderbouwing moet gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare gegevens. Belangen Voor de soorten die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de in deze richtlijnen genoemde belangen. Voor de groep van overige, nationaal beschermde soorten wordt uitgegaan van de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen, plus een aantal aanvullende belangen. In het Kader - Wettelijk Belang wordt een overzicht gegeven van deze belangen. Staat van instandhouding van de soort Tot slot moeten de effecten van de voorgenomen handeling(en) worden beoordeeld aan de staat van instandhouding (SvI) van de soort. Zie ook kader – Staat van instandhouding. De SvI varieert per soort en per handeling, en is niet vastgelegd in de wet. Een handeling op een zeldzame beschermde soort zal eerder leiden tot een negatief effect op de SvI dan bij een algemene soort.

Belangrijk is ook de trend (aantalsontwikkeling) en de ruimtelijke verspreiding van de soort. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met cumulatieve (versterkende) effecten, bijvoorbeeld door andere handelingen of ontwikkelingen in de omgeving en met reeds verleende ontheffingen voor dezelfde populaties van deze soort(en). Bij de beoordeling mogen compenserende en mitigerende (verzachtende) maatregelen worden betrokken. Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime. Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moet inzicht worden gegeven in: 1. 2.

De SvI (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijke verspreidingsgebied). Het effect van de handeling of ontwikkeling op de soort.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 5

Kader - Staat van instandhouding •

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort”.

•

Beschermingsregime soort Habitatrichtlijn: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.

•

Beschermingsregime Overige soorten: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.

Voorkomen van overtreding verbodsbepalingen In sommige situaties kunnen maatregelen worden getroffen waardoor negatieve effecten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kunnen worden voorkomen. Bijvoorbeeld door de kap van bomen met broedende vogels uit te stellen tot na de broedtijd. Al kan de boom ook een nest bevatten van een vogelsoort waarbij het nest jaarrond beschermd is, waardoor overtreding niet kan worden voorkomen. Het plannen van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode(n) van beschermde soorten is een veel toegepaste maatregel. Andere mogelijkheden om overtreding te voorkomen zijn wellicht het aanpassen van de werkvolgorde, gebruik te maken van andere apparatuur of de werkzaamheden te faseren in ruimte en tijd (zoals in het voorbeeld). Vrijstellingen Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen die leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen in de wet. Dit zijn bijvoorbeeld de provinciale vrijstellingen en de gedragscodes. Ook kan er sprake zijn van een vrijstelling als de handeling is opgenomen in een beheerplan voor een Natura 2000gebied of programma in het kader van een programmatische aanpak. Tot slot kan het Rijk voor handelingen en activiteiten waarvoor zij bevoegd gezag is een vrijstelling geven in de vorm van een Ministeriële Regeling.

Vrijstellingen kunnen alleen gelden voor de verbodsbepalingen en de voorwaarden zoals genoemd bij de verschillende beschermingsregimes. Provinciale verordening Provinciale Staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Zo zijn met een provinciale verordening een aantal vooral algemeen voorkomende en beschermde zoogdieren als egel en rosse woelmuis vrijgesteld van de ontheffingsplicht. Door deze mogelijkheid ontstaan echter wel verschillen in de bescherming van soorten tussen de verschillende provincies.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 5

Kader - Wettelijk Belang Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

•

in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

•

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

•

ter bescherming van flora en fauna;

•

voor onderzoek en onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt;

•

om het vangen, onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

in het belang van de bescherming van wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

•

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen eigendom;

•

in het belang van volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten;

•

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van kunstmatige vermeerdering van planten, of

•

om onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen, onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Voor andere ‘nationaal’ beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd;

•

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

•

ter voorkoming van schade en overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen;

•

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

•

ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;

•

in het algemeen belang van de betreffende soort.

Programmatische aanpak De Wet natuurbescherming biedt de mogelijkheid om een programmatische aanpak toe te passen. Een dergelijk programma kan zowel door het Rijk als door provincies worden opgesteld. Onder de Flora en faunawet is reeds ervaring opgedaan onder de ‘Generieke’ of ‘Gebiedsgerichte aanpak’. Tevens is voor een aantal grootschalige ontwikkelingen en plangebieden een Generieke ontheffing verleend zoals voor de gemeente Tilburg, het Havengebied Rotterdam en Vliegveld Twente. Het biedt de mogelijkheid om door middel van een actieve leefgebiedenbenadering te streven naar een betere verbinding tussen economie en ecologie. Beheerplan Natura 2000-gebied

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 5

Tot slot zijn handelingen die onderdeel uitmaken van een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of een programmatische aanpak (zoals stikstof) vrijgesteld, mits de handelingen zijn getoetst aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes.

Zonnepark IJzerbroek, Sint Hubert | Eelerwoude | 5

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=2a106adf-df35-4e21-94a8-7b694324c893