12 Bijlagen bij de regels_Bijlage 1 Ecologisch werkprotocol Roeken_1.pdf
Tekst van het document
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL ROEK SINT HUBERTSEWEG 10 TE HAPS
Rapportage ecologisch werkprotocol roek Sint Hubertseweg 10 te Haps Opdrachtgever
HOOGH advies De Messemaker 21 5431 KT CUIJK
Rapportnummer Versienummer
2845.006 D1
Status
Eindrapportage
Datum
5 oktober 2020
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
Dhr. ir. B.H.H. Verdijck
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. S.D.F. Slange, MSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
PROJECTGEBIED EN VOORGENOMEN PLANNEN ............................................................... 2 2.1 2.2
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 4 3.1 3.2
4
Huidige gebruik onderzoekslocatie................................................................................... 2 Toekomstig gebruik onderzoekslocatie ............................................................................ 3
Aanvullend ecologisch onderzoek 2017 ........................................................................... 4 Situatie september 2020 ................................................................................................... 4
MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN ROEK ............................................................................ 5 4.1 4.2 4.3
Behoud nestbomen en bosrijke karakter van het perceel ................................................ 5 Bouwwerkzaamheden buiten meest kwetsbare periode .................................................. 6 Bij onduidelijkheden, contact opnemen met ecologisch adviesbureau ............................ 6
5
ALGEMENE BROEDVOGELS EN ZORGPLICHT ..................................................................... 7
6
CONCLUSIE ............................................................................................................................... 8
Bijlage I – Brief van geen bezwaar Vogelwerkgroep Rijk van Nijmegen e.o. (24 september 2020)
2845.006
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van HOOGH advies opdracht gekregen voor het opstellen van een ecologisch werkprotocol ten behoeve van de voorgenomen ingreep aan de Sint Hubertseweg 10 te Haps. Het ecologisch werkprotocol is opgesteld naar aanleiding van de conclusies van het aanvullend ecologisch onderzoek welke Econsultancy op 4 oktober 2017 heeft uitgevoerd (rapport 2845.004, d.d. 4 oktober 2017). Uit het aanvullend ecologisch veldonderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat op de onderzoekslocatie een roekenkolonie is gevestigd in de aanwezige bomenopstand. Door de voorgenomen ingreep dient de functionaliteit die het projectgebied heeft voor de te verwachten en aangetroffen beschermde soorten, te allen tijde duurzaam behouden te blijven. Door in het ecologisch werkprotocol maatregelen op te nemen omtrent waar en wanneer welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, met daarbij de manier van uitvoering, zullen overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming op voorhand voorkomen worden. Het ecologisch werkprotocol betreft een, voor de locatie specifiek, uitgewerkt plan om overtreding van de Wet natuurbescherming en, daarmee samenhangend, een ontheffingsaanvraag te voorkomen voor de volgende beschermde soorten en functies: •
Nestlocatie en functioneel leefgebied van de roek
Het doel van het ecologisch werkprotocol is om met betrekking tot beschermde soorten aantoonbaar conform een goedgekeurde gedragscode te werken en/of overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand te voorkomen. Indien benodigd zullen eveneens de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen worden vastgelegd. Ten behoeve van de gekozen aanpak heeft een vooroverleg met de lokale vogelwerkgroep (Vogelwerkgroep Rijk van Nijmegen e.o.) plaatsgevonden op maandag 14 september 2020. In samenspraak met de vogelwerkgroep, de initiatiefnemer en Econsultancy zijn een aantal randvoorwaarden besproken waarbij de planvorming mogelijk zou moeten zijn. De vogelwerkgroep heeft op 24 september 2020 een brief verzonden naar de initiatiefnemer waarin de randvoorwaarden staan beschreven. Deze brief is bijgevoegd aan de onderhavige rapportage. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. Het ecologisch werkprotocol dient bij de kopende partij en uitvoerende partij bekend te zijn. Voor vragen, opmerkingen of bij calamiteiten kan contact worden opgenomen met één van de ecologen van Econsultancy, telefoonnummer 0485-581818.
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 1 van 9
2 2.1
PROJECTGEBIED EN VOORGENOMEN PLANNEN Huidige gebruik onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie (± 2.000 m²) is gelegen aan de Sint Hubertseweg 10, circa 500 meter ten zuiden van de kern van Haps. In figuur 1 is op een luchtfoto de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 46C (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 187.677, Y = 410.831.
Figuur 1. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.
De onderzoekslocatie betreft een bosperceel langs de Sint Hubertseweg te Haps. Het perceel bestaat uit hoge bomenopstand met relatief weinig ondergroei. Ten noorden van de onderzoekslocatie is een woonwijk gelegen. Ten oosten is een woonhuis en een maïsakker gelegen. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit een landgoed en enkele bedrijfsgebouwen.
Figuur 2. Vooraanzicht bosperceel (foto uit 2017).
Rapport 2845.006 versie D1
Figuur 3. Zijaanzicht bosperceel met hoge boomopstand (foto uit 2017).
Figuur 4. Op de onderzoekslocatie zijn roekennesten aangetroffen in de aanwezige bomenopstand (foto uit 2017).
Pagina 2 van 9
2.2
Toekomstig gebruik onderzoekslocatie
De initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen om de bouw van een woning op de onderzoekslocatie mogelijk te maken. Na afronding van het bestemmingsplan zal de grond ter verkoop aangeboden worden. Ter plaatse van de nieuwbouw locatie is reeds een deel van het bos gekapt, waardoor geen bomenkap meer plaats hoeft te vinden ten behoeve van het realiseren van de woning. Hierbij is tevens het uitgangspunt dat de huidige doorgang door het bosperceel ingericht zal worden als oprit en hier geen nieuwe boomkap voor nodig is. In figuur 5 is een voorlopig schetsontwerp opgenomen van de toekomstige ontwikkelingen en zijn tevens de nestbomen van de roek tijdens het aanvullend onderzoek van 2017 opgenomen. Anno 2020 zijn minder nestbomen in gebruik door de roek, zie paragraaf 3.2 van de onderhavige rapportage.
Figuur 5. Resultaten aanvullend onderzoek roek in 2017 (2845.004, d.d. 4 oktober 2017).
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 3 van 9
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
3.1
Aanvullend ecologisch onderzoek 2017
Op de onderzoekslocatie zelf zijn een dertigtal nesten aangetroffen behorende tot een roekenkolonie , welke zich tevens nestelen aan de overzijde van de Sint Hubertseweg. Tijdens de veldbezoeken is gelet op het in gebruik zijn van de betreffende roekennesten. Op basis van twee veldbezoeken is geconstateerd dat er binnen de onderzoekslocatie 32 nesten van de roek aanwezig zijn. Van deze 32 nesten is, gedurende de twee veldbezoeken tijdens het broedseizoen, vastgesteld dat circa 18 nesten in gebruik zijn door de roek. In figuur 5 zijn de nestbomen van de roek op de onderzoekslocatie ingetekend. Aan de overzijde van de weg op het perceel van Sint Hubertseweg 7 zijn 21 nesten aangetroffen, waarvan in dezelfde periode circa 12 nesten in gebruik waren door de roek. De nesten aan beide zijden van de weg behoren tot dezelfde kolonie, waardoor de desbetreffende satel-lietkolonie uitkomt op circa 30 in gebruik zijnde nesten in 2017. De waarnemingen zijn gebaseerd op twee momentopnames en de daadwerkelijke hoeveelheid nesten dat in gebruik is door roeken kan dan ook mogelijk door tijd fluctueren. 3.2
Situatie september 2020
Op de onderzoekslocatie zelf zijn nog maar enkele nesten van de roek aanwezig in de bestaande boomopstand. De meeste nesten zijn tijdens een storm in het voorjaar van 2018 uit de bomen gewaaid. De roeken zijn vervolgens wel gestart met het opnieuw bouwen van nesten. Om een overzicht te krijgen van het gebruik van de onderzoekslocatie tussen 2017 en 2020 is gebruik gemaakt van de telgegevens van de vogelwerkgroep via de Nationale Databank Flora en Fauna (geraadpleegd op 2 oktober 2020). • • • •
2017: 41 roeken (24 maart 2017); 2018: 17 roeken (3 april 2018); 2019: 16 roeken (19 maar 2019); 2020: 11 roeken (3 april 2020).
Op basis van de bovenstaande resultaten is inzichtelijk gemaakt dat de roekenkolonie sinds 2018 in mindere mate gebruik is gaan maken van het bosperceel op de onderzoekslocatie als nestlocatie. Dit neemt echter niet weg dat de aanwezige boomopstand een streng beschermde functie blijft houden als gevolg van de aanwezigheid van de roekenkolonie. Het is dan ook van belang dat negatieve effecten op de roek als gevolg van de nieuwbouw voorkomen worden door het treffen van maatregelen. In het onderhavige ecologisch werkprotocol worden de maatregelen nader uitgewerkt.
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 4 van 9
4
MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN ROEK
Als gevolg van de voorgenomen plannen is een voorwaarde dat de functie van het gebied voor de roek niet negatief beïnvloed wordt. Het is dan ook noodzakelijk om rekening te houden met diverse maatregelen en voorwaarden. In dit hoofdstuk worden de verschillende maatregelen uitgewerkt. 4.1
Behoud nestbomen en bosrijke karakter van het perceel
Ten behoeve van het realiseren van de toekomstige woning is het niet meer noodzakelijk om kapwerkzaamheden uit te voeren in het bosperceel. De aanwezige bomen dienen behouden te blijven om het bosrijke karakter op het perceel te behouden. De roekenkolonie bevindt zich voornamelijk aan de voorzijde van het perceel. Het is dan ook van belang dat voornamelijk deze zone in de huidige staat behouden blijft door zowel de nestbomen als de omliggende bomen te behouden (zie figuur 6). Op deze manier wordt de nestlocatie en de functionele leefomgeving geborgd. • •
Behoud nestbomen en omliggende bomen om toekomstige functionaliteit van roekenkolonie te waarborgen; Indien in de toekomst alsnog kapwerkzaamheden en/of opschoonwerkzaamheden voorzien zijn op het perceel dient een ter zake kundige op het gebied van de roek schriftelijk te onderbouwen of deze werkzaamheden mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Hierbij kunnen ook algemene broedvogels worden meegenomen om aan de zorgplicht te voldoen (zie hoofdstuk 5).
Figuur 6. De roekenkolonie bevindt zich op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie en deze functie dient duurzaam behouden te blijven.
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 5 van 9
4.2
Bouwwerkzaamheden buiten meest kwetsbare periode
De bouwwerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de buitenschil van de woning kunnen enkel uitgevoerd worden in de minst kwetsbare periode van de roek oftewel buiten het broedseizoen. Met de bouwwerkzaamheden worden alle werkzaamheden met betrekking tot de buitenschil van de woning bedoeld. Nadat de buitenschil gereed is kunnen eventuele interne werkzaamheden wel binnen het broedseizoen plaatsvinden mits rekening wordt gehouden met een aantal randvoorwaarden. • • • •
Het bouwrijp maken van het bouwvlak dient uitgevoerd te worden buiten de kwetsbare periode van de roek oftewel tussen augustus en januari (zie tabel I); Bouwwerkzaamheden met betrekking tot de buitenschil van de woning kunnen enkel in de periode van augustus t/m januari worden uitgevoerd (zie tabel I); Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden dient een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige op het gebied van vogels; Interne werkzaamheden kunnen jaarrond worden uitgevoerd, mits licht- en geluidsverstoring naar buiten voorkomen wordt.
Tabel I. Kwetsbare periode van de roek Soort Roek
4.3
Type verblijfplaats nestlocaties en functionele leefomgeving minst kwetsbare periode roek meest kwetsbare periode roek
jan.
feb. maart april
mei
juni
juli
aug. sept. okt.
nov.
dec.
Bij onduidelijkheden, contact opnemen met ecologisch adviesbureau
Het ecologisch werkprotocol dient bij de kopende partij en uitvoerende partij bekend te zijn. Voor vragen, opmerkingen of bij calamiteiten kan contact worden opgenomen met één van de ecologen van Econsultancy, telefoonnummer 0485-581818 of een vergelijkbaar ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus.
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 6 van 9
5
ALGEMENE BROEDVOGELS EN ZORGPLICHT
Voor de binnen het projectgebied voorkomende algemene broedvogels geldt dat, indien ingrepen buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of worden gestart, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is en blijft de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. In het geval van het ontbreken van een broedgeval binnen en binnen de invloedssfeer van het projectgebied kunnen de werkzaamheden starten voorafgaand en gedurende het broedseizoen. Op de onderzoekslocatie zijn, met uitzondering van broedvogels, enkel vaste rust- of verblijfplaatsen van “algemene” soorten te verwachten waarvoor een algehele vrijstelling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichting geldt. Dit neemt echter niet weg dat er aan de zorgplicht moet worden voldaan en zorgvuldig gehandeld moet worden. Dit houdt in dat het noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen of dienen zorgvuldig te worden verplaatst naar een geschikte locatie in de directe omgeving. Zorgvuldig handelen houdt onder andere in dat er geen ‘wezenlijke invloed’ is op beschermde soorten en dat schade aan soorten zo veel mogelijk wordt voorkomen. Een ecologische planning voor de uitvoering van werkzaamheden voor soortgroepen waarvoor de zorgplicht geldt is weergegeven in Tabel III. Tabel II.
Ecologische planning voor uitvoeren van werkzaamheden per ingreep/soortgroep.
Ingreep
Soortgroep
verwijderen groen (bomen, struiken en overige vegetatie) en overige werkzaamheden
Broedvogels
zoogdieren amfibieën
mei
juni
juli
aug.
sept.
okt.
nov.
dec.
jan.
febr.
maart
april
en
minst ongunstige periode om werkzaamheden uit te voeren ongunstigste periode om werkzaamheden uit te voeren (in het kader van de algemene zorgplicht deze periode bij voorkeur ontzien) ongunstigste periode om werkzaamheden uit te voeren
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 7 van 9
6
CONCLUSIE
Econsultancy heeft van HOOGH advies opdracht gekregen voor het opstellen van een ecologisch werkprotocol ten behoeve van de voorgenomen ingreep aan de Sint Hubertseweg 10 te Haps. Het ecologisch werkprotocol is opgesteld naar aanleiding van de conclusies van het aanvullend ecologisch onderzoek welke Econsultancy op 4 oktober 2017 heeft uitgevoerd (rapport 2845.004, d.d. 4 oktober 2017). Uit het aanvullend ecologisch veldonderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat op de onderzoekslocatie een roekenkolonie is gevestigd in de aanwezige bomenopstand. Door de voorgenomen ingreep dient de functionaliteit die het projectgebied heeft voor de te verwachten en aangetroffen beschermde soorten, te allen tijde duurzaam behouden te blijven. Door in het ecologisch werkprotocol maatregelen op te nemen omtrent waar en wanneer welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, met daarbij de manier van uitvoering, zullen overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming op voorhand voorkomen worden. Het ecologisch werkprotocol betreft een voor de locatie specifiek uitgewerkt plan om overtreding van de Wet natuurbescherming en daarmee samenhangend een ontheffingsaanvraag te voorkomen met betrekking tot de aanwezigheid van een roekenkolonie in de aanwezige bomenopstand.
Als gevolg van de voorgenomen plannen is een voorwaarde dat de functie van het gebied voor de roek niet negatief beïnvloed wordt. Het is dan ook noodzakelijk om rekening te houden met diverse maatregelen en voorwaarden. Hieronder worden kort de te hanteren maatregelen samengevat om de functionaliteit voor, tijdens en na de werkzaamheden te garanderen: • •
• • • •
Behoud nestbomen en omliggende bomen om toekomstige functionaliteit van roekenkolonie te waarborgen; Indien in de toekomst alsnog kapwerkzaamheden en/of opschoonwerkzaamheden voorzien zijn op het perceel dient een ter zake kundige op het gebied van de roek schriftelijk te onderbouwen of deze werkzaamheden mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Hierbij kunnen ook algemene broedvogels worden meegenomen om aan de zorgplicht te voldoen (zie hoofdstuk 5). Het bouwrijp maken van het bouwvlak dient uitgevoerd te worden buiten de kwetsbare periode van de roek, namelijk tussen augustus en januari (zie tabel I); Bouwwerkzaamheden met betrekking tot de buitenschil van de woning kunnen enkel in de periode van augustus t/m januari worden uitgevoerd (zie tabel I); Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden dient een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige op het gebied van vogels; Interne werkzaamheden kunnen jaarrond worden uitgevoerd, mits licht- en geluidsverstoring naar buiten voorkomen kan worden (zie tabel I).
Het ecologisch werkprotocol dient bij de kopende en uitvoerende partij bekend te zijn. Voor vragen, opmerkingen of bij calamiteiten kan contact worden opgenomen met één van de ecologen van Econsultancy, telefoonnummer 0485-581818 of een vergelijkbaar ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus.
Econsultancy Boxmeer, 5 oktober 2020
Rapport 2845.006 versie D1
Pagina 8 van 9