12 Bijlage 6 Inspraaknota St Hubertseweg naast nr 10 (incl bijlage).pdf
Tekst van het document
*Z03E106C378*
documentnr.: D/21/290369 – zaaknr: Z/C/16/37181
INSPRAAKNOTA VOORONTWERPBESTEMMINGSPLAN “HAPS, SINT HUBERTSEWEG NAAST NR. 10” (versie d.d. 28 juli 2021) __________________________________________________________________________
1. Beschrijving bouwplan Het plangebied ligt tussen de woningen Sint Hubertseweg 8 en 10 (5443 ND) en heeft een functie als beboste tuin zonder woning. Het plan maakt het bouwen mogelijk van één vrijstaande woning.
Figuur 1: Mogelijke nieuwe invulling perceel 2. Buurtgesprek De opdrachtgever heeft het plan besproken met de bewoners van St. Hubertseweg 8 en 10 en Aalsvoorten 41. De bespreking heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.
1
3. Vooroverleg overige overheidsinstanties Overeenkomstig artikel 3.1.1 van de Wet ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan voor vooroverleg aangemeld bij de provincie Noord-Brabant (10 december 2018) en het Waterschap Aa en Maas (25 november 2016). Het vooroverleg met de provincie verloopt middels een webformulier met vragen over het initiatief in relatie tot provinciale belangen. Op basis van onze antwoorden hebben we de melding ontvangen dat het wettelijk vooroverleg is afgerond en er geen aanleiding is voor het maken van opmerkingen. Deze melding staat volledig los van de benodigde toestemming om de ter plaatse aanwezige roekenkolonie te verstoren tijdens de bouwwerkzaamheden en het bewonen van woning en erf. Het Waterschap Aa en Maas heeft instemming gegeven voor de ontwikkeling via het doorlopen van de korte procedure Digitale Watertoets. Uit de digitale watertoets blijkt dat het ruimtelijk plan onder de korte procedure valt. De verhardingstoename en/of –afkoppeling is maximaal 2.000 m2. Het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Ontheffing Natuurbeschermingswet Voor het verstoren van de aanwezige roekenkolonie op het bouwperceel is een ontheffing nodig van de Natuurbeschermingswet. Indien de ontheffing niet kan worden verleend, dan is het bestemmingsplan niet uitvoerbaar.
De adviseur van de opdrachtgever voor dit onderwerp (Econsultancy, bijlagen 3 en 4 van de Toelichting) adviseert om een ‘activiteitenplan roekenkolonie’ op te laten stellen. Ter bescherming van de roekenkolonie heeft Econsultancy vervolgens een Ecologisch werkprotocol roek opgesteld. Hierin zijn maatregelen opgenomen die aangeven waar en wanneer welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, met daarbij de manier van uitvoering. Hierdoor worden overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming op voorhand voorkomen. Door te werken met een voor de locatie specifiek uitgewerkt plan wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen en is geen ontheffingsaanvraag meer nodig vanwege de aanwezigheid van een roekenkolonie in de aanwezige bomenopstand. Het werkprotocol is in samenspraak met de vogelwerkgroep Rijk van Nijmegen e.o. opgesteld. Conclusie Om te kunnen voldoen aan de vereisten vanuit de Natuurbeschermingswet zijn aanpassingen nodig in het ontwerpbestemmingsplan. Het ecologisch werkprotocol is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 3.2.3 van het ontwerpbestemmingsplan: bouwwerken kunnen alleen worden gebouwd mits gewerkt wordt aan de hand van het werkprotocol. Daarnaast is een omgevingsvergunning nodig voor de uitvoering van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden (artikel 3.6). Ook hiervoor geldt het werkprotocol als uitgangspunt.
4. Publicatie voorontwerpbestemmingsplan “Haps, Sint Hubertseweg naast nr. 10”. Overeenkomstig artikel 2 lid 1 en artikel 4 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan “Haps, Sint Hubertseweg naast nr. 10” met imro-code NL.IMRO.1684.BPHaSthubertsewg10-VO01 gedurende vier weken ter inzage gelegd met ingang van 12 december 2018 tot en met dinsdag 8 januari 2019. In de publicatie is aangegeven dat een ieder gedurende deze termijn zowel schriftelijk als mondeling zijn zienswijze omtrent het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar kan maken bij het college van burgemeester en wethouders. De bekendmaking is geplaatst in het
2
Gemeenteblad van Cuijk op 11 december 2018. De stukken zijn beschikbaar gesteld als uitgeprint exemplaar bij de Publieksbalie in het gemeentehuis te Cuijk tijdens openingstijden en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl.
5. Ingekomen inspraakreacties Naar aanleiding van de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan “Haps, Sint Hubertseweg naast nr. 10” zijn de volgende inspraakreacties ontvangen: 1.
Inspraakreactie 1, ontvangen 8 januari 2019;
2.
Inspraakreactie 2, ontvangen op 8 januari 2018;
3.
Inspraakreactie 3, ontvangen op 8 januari 2018;
Figuur 2: Spreiding inspraakreacties ten opzichte van plangebied Ontvankelijkheid De inspraakreacties zijn tijdig ingediend en voldoen tevens aan de overige indieningsvereisten, zodat ze bij de besluitvorming kunnen worden betrokken. Weergave van de inhoud De inhoud van de inspraakreacties zijn zoveel mogelijk thematisch behandeld om herhalingen te voorkomen. Specifieke, locatiegebonden belangen zijn apart behandeld. Dit betekent niet dat het college van burgemeester en wethouders en de leden van de Commissie Ruimte geen kennis hebben kunnen
3
nemen van de gehele inhoud van de ingekomen inspraakreacties. De inspraakreacties zijn als bijlage bij deze inspraaknota opgenomen en integraal betrokken bij de besluitvorming. 6.
Afweging inspraakreacties
6.1
Inspraakreactie 1
Samenvatting 1.
De inspreker staat niet negatief ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan.
2.
Verzocht wordt om de nieuw te bouwen woning verder naar voren te plaatsen. Hiervoor hoeven slecht drie bomen van de roekenkolonie te worden gekapt.
3. 4.
Verzocht wordt om maximale goot- en nokhoogte te verlagen vanuit het belang van privacy. Verzocht wordt om de juiste kruinhoogte van begroeiing en de situering van ramen op de eerste verdieping vast te leggen vanuit het belang van privacy.
5.
Verzocht wordt om de huidige afspraak voort te zetten om het perceel te mogen betreden om de dakgoot van het tuinhuis schoon te maken.
6.
Verzocht wordt om de (hoge) bomen op het perceel te laten inspecteren door een onafhankelijk deskundige en vast te leggen dat de bomen een redelijke storm kunnen weerstaan.
Afweging 1.
Afweging niet nodig.
2.
De oorspronkelijk voorgestelde locatie van de nieuwe woning lag verder naar voren, waarbij de voorgevel gelijk zou liggen met de voorgevel van Sint Hubertseweg 10. Vanwege de aanwezigheid van een roekenkolonie aan de voorzijde van het perceel, is de woning verder naar achteren op het perceel geplaatst. De afstand van het bouwvlak tot de achterste perceelgrens is in het voorontwerp ingetekend op 8 meter. Er is nu nagegaan of een (kleine) verschuiving naar voren mogelijk is. Gelet op de ligging van de bomen met de roekennesten is dat beperkt mogelijk. Het bouwvlak is in het ontwerpbestemmingsplan aan de noordzijde 1 meter verder van de achterste perceelsgrens af komen te liggen (op 9 meter) om tegemoet te komen aan de reactie.
3.
De opgenomen maximaal bouw- en goothoogte stemmen overeen met de standaard toegekende hoogten in het bestemmingsplan Haps en met het stedenbouwkundige advies. De afstand van 9 meter tussen het bouwvlak en de achterste perceelgrens bieden voldoende privacy.
4.
Het vastleggen van de kruinhoogte van begroeiing en situering van ramen is in het kader van een bestemmingsplan niet ruimtelijk relevant voor de gemeente. De initiatiefnemer heeft de volgende reactie gegeven: “De woning zal conform het bouwbesluit worden gebouwd. Er zijn geen extreme hoogten of afmetingen voorzien of noodzakelijk. Met een verdiepingsvloer op 3000 mm +Peil zal met een normale borstwering van ongeveer 1000 mm de onderkant van een kozijn op de verdieping op +/- 4000 mm boven Peil staan. Niet uit te sluiten is dat er kozijnen op vloerniveau zullen worden geplaatst ofschoon dit meer zal gelden voor de begane grond dan op de verdieping”.
5.
Het bevestigen of vastleggen van het betreden van het perceel voor onderhoud is in deze niet ruimtelijk relevant voor de gemeente. De initiatiefnemer heeft de volgende reactie gegeven: “Uiteraard blijft dit mogelijk maar dit zal straks in een nieuwe afspraak met de nieuwe bewoners vastgelegd kunnen worden”.
6.
Het inspecteren van de aanwezige bomen vanuit het oogpunt van veiligheid naar niet-openbare percelen is in deze niet ruimtelijk relevant voor de gemeente. De initiatiefnemer heeft de volgende
4
reactie gegeven: “De huidige eigenaar laat de bomen op veiligheid ieder jaar inspecteren door een gecertificeerd bedrijf. Dit blijft de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het perceel en zal ook in de toekomst blijven gelden”. Conclusie Inspraakreactie 1 is reden voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan: het nieuwe bouwvlak is verschoven, zodat de afstand tot de achterste perceelsgrens is vergroot tot 9 meter. Een grotere afstand is niet mogelijk gelet op de bescherming van de roekennesten in de bomen aan de voorzijde van het perceel. 6.2
Inspraakreactie 2
Samenvatting 1.
Verzocht wordt om het plan aan te houden voor de volgende fase. De inspreker wil eerst met de ontwikkelaar overeenstemming hebben over de ligging van de erfgrens en aansluitend moet eerst alle overhangende begroeiing worden verwijderd.
Afweging 1.
Het weghalen van overhangende begroeiing is in deze ruimtelijk niet relevant. De ligging van de erfgrens en dus het plangebied is wel ruimtelijk relevant. De initiatiefnemer heeft de volgende reactie gegeven: “De huidige eigenaar zal met de buren van nr. 8 in overleg treden om gezamenlijk een planen perceelsgrens te bepalen. Deze kan dan door het kadaster worden vastgelegd en tot een nieuw perceel worden verwerkt”.
Conclusie Inspraakreactie 2 is geen reden voor aanpassing in het ontwerpbestemmingsplan. 6.3
Inspraakreactie 3
Samenvatting 1.
Het is niet acceptabel dat de Sint Hubertseweg 10 onderdeel uitmaakt van het landschappelijk inpassingsplan. Het gaat daarbij specifiek om: a.
Het plaatsen van lindebomen aan de straatzijde: concurrentie voor eigen bomen en plakkerige boomafscheiding.
b.
Het aanleggen van een grasberm, een haag en een greppel aan de straatzijde;
c.
Het creëren van een ruime opening aan de straatzijde om vrij zicht op het woonhuis te hebben vanaf de Sint Hubertseweg.
2.
Verzocht wordt om de nieuwe woning meer te baseren op de maatvoering van de woning op nr. 10 in
3.
Verzocht wordt om het vloerpeil van de nieuwe woning maximaal gelijk te stellen aan het vloerpeil van
4.
Verzocht wordt om vast te leggen dat het huidige maaiveld niet mag worden opgehoogd. Het eigen
verband met behoud van privacy. nr. 10. perceel ligt aan de noord- en zuidzijde één meter lager. Het ophogen van het maaiveld aan de oostzijde kan leiden tot wateroverlast.
5
Afweging 1.
De bestaande woning Sint Hubertseweg 10 is niet meer opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Hiervoor is al een afdoende woonbestemming opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Haps’. Verder komt de voorwaardelijke verplichting voor het landschappelijk inpassingsplan te vervallen. Daarmee is tegemoet gekomen aan de reactie van de inspreker.
2.
De opgenomen maximaal bouw- en goothoogte stemmen overeen met de standaard toegekende hoogten in het bestemmingsplan ‘Haps’ en met het stedenbouwkundige advies
3.
De initiatiefnemer heeft de volgende reactie gegeven: “Uiteraard is het verstandig de peilhoogtes met elkaar af te stemmen. Daarbij moet goed in de gaten worden gehouden hoe de afwatering gaat lopen.” In het ontwerpbestemmingsplan is in een nieuw artikel 3.2.4 de volgende voorwaardelijke verplichting vloerpeil opgenomen: ‘bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woning dient het vloerpeil van de begane grond hoogstens gelijk te zijn aan het vloerpeil van de woning aan de Sint Hubertseweg 10’.
4.
Gezien de lagere ligging van het perceel ten opzichte van de omgeving is in artikel 3.6 een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor o.a. het ophogen en afgraven van gronden. Dit om te voorkomen dat er wateroverlast ontstaat op naastgelegen percelen of dat ongewild schade kan ontstaan aan de roekenkolonie (opgraven/verstikken van boomwortels).
Conclusie Inspraakreactie 2 is reden voor de volgende aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan: 1.
De bestaande woning Sint Hubertseweg 10 wordt niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, hiervoor blijft het geldende bestemmingsplan ‘Haps’ van toepassing;
2.
De voorwaardelijke verplichting voor het realiseren en in stand houden van het landschappelijk
3.
Er wordt een voorwaardelijke verplichting vloerpeil opgenomen.
inpassingsplan komt te vervallen. 4.
Er wordt een aanlegvergunningenstelsel opgenomen ter voorkoming van de wateroverlast op naastgelegen percelen én bescherming van
7. Ambtshalve wijzigingen Algemeen Behalve het doorvoeren van aanpassingen op grond van het vooroverleg en inspraakreacties zijn regelmatig ook ambtshalve wijzigingen nodig. Het kan om zuiver redactionele en lay-out technische aanpassingen gaan of om veranderingen aan de inhoud. Nu het bestemmingsplan na twee jaar weer is opgepakt, is een deel van de aanpassingen ook het gevolg van gewijzigd beleid. Naast de hierboven al aangegeven wijzigingen naar aanleiding van de inspraakreacties zijn dit de voornaamste aanpassingen: 1. Paragraaf 4.2: een aanpassing om het gewijzigd provinciaal beleid te verwerken, o.a. het opnemen van de Omgevingsvisie die de provincie in december 2018 heeft vastgesteld en de Interim omgevingsverordening die in de plaats is gekomen van de Verordening ruimte Noord-Brabant. 2. Paragraaf 5.1.6: het onderdeel Externe veiligheid is geactualiseerd. De verlegging van de N264 – van belang als lokale transportroute vervoer gevaarlijke stoffen – is opgenomen. Gelet op de toegenomen afstand van het perceel tot de N264 zorgt de weg niet voor een eventuele belemmering. 3. Paragraaf 5.1.7: er is een paragraaf Milieueffectrapportage toegevoegd. Aangezien er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving, kunnen belangrijke milieugevolgen worden uitgesloten. Het plan is daarmee niet m.e.r.-plichtig.
6
4. Paragraaf 5.2: het onderdeel Watertoets is geactualiseerd. Het gemeentelijk beleid waterberging op eigen terrein is toegevoegd: er dient 60 mm “berging” aangelegd te worden voor regenwater per m2 verhard en bebouwd oppervlakte. 5. Paragraaf 5.3: de conclusies van de rapportage Ecologisch werkprotocol Roeken zijn verwerkt. 6. Paragraaf 6.1: in het onderdeel Economische uitvoerbaarheid is opgenomen dat de kosten die de gemeente maakt voor de planologische procedure worden verhaald door het afsluiten van een exploitatieovereenkomst. 7. Paragraaf 6.2: bij het onderdeel Maatschappelijke uitvoerbaarheid is het verslag omgevingsdialoog toegevoegd. 8. Paragraaf 7.4: aan de toelichting is toegevoegd dat een voorwaardelijke verplichting is opgenomen voor de bescherming en instandhouding van de roekenkolonie. Dit geldt ook voor het opnemen van een aanlegvergunningenstelsel ter voorkoming van wateroverlast én bescherming van de bomen waar de roeken in nestelen. 9. Paragrafen 8.2 (vooroverleg) en 8.3 (inspraak) zijn geactualiseerd. 10. Het Ecologisch werkprotocol roek is als bijlage 1 bij de regels gevoegd.
Behoort bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cuijk van 10 augustus 2021. Mij bekend, De gemeentesecretaris,
drs. R.H.M.A. (Richard) Rongen
Bijlage: Inspraakreacties (geanonimiseerd)
7
D/19/110507 - Z/C/16/37181
Inspraakreactie 1
D/19/110823 - Z/C/16/37181
Inspraakreactie 2
D/19/110823 - Z/C/16/37181
D/19/110823 - Z/C/16/37181
D/19/110823 - Z/C/16/37181
D/19/110823 - Z/C/16/37181
D/19/110823 - Z/C/16/37181
D/19/110823 - Z/C/16/37181
D/19/110845 - Z/C/16/37181
Inspraakreactie 3
D/19/110845 - Z/C/16/37181
D/19/110845 - Z/C/16/37181